GLL 12V-100 CG Professional - Meetinstrumenten BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GLL 12V-100 CG Professional BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GLL 12V-100 CG Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLL 12V-100 CG Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLL 12V-100 CG Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GLL 12V-100 CG Professional BOSCH
MI Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original Drugsanvishing
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
II Aikuperaiset onjeet
el Prwotupio oonytow xphouc
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken.
Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheids- voorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden.
Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
- Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
▶ Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
124 | Nederlands
▶ Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk andere personen of zichzelf kunnen verblinden.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
▶ Verander en open de accu niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting.
Bij beschadiging en verkeerd gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. De accu kan branden of exploderen. Zorg voor de aanvoer van frisse lucht en zoek bij klachten een arts op. De dampen kunnen de luchtwegen irriteren.
Bij verkeerd gebruik of een beschadigde accu kan brandbare vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties of verbrandingen leiden.
▶ Door spitse voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroevendraaiers, of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Er kan een interne kortsluiting ontstaan en de accu doen branden, roken, exploderen of oververhitten.
Houd de niet-gebruikte accu uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.
- Gebruik de accu alleen in producten van de fabrikant. Alleen zo wordt de accu tegen gevaarlijke overbelasting beschermd.
▶ Laad de accu's alleen op met oplaadapparaten die door de fabrikant aangeraden worden. Door een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat bij gebruik met andere accu's brandgevaar.

Bescherm de accu tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen voortdu-rend zonlicht, vuur, vuil, water en vocht. Er bestaat gevaar voor explosie en kortsluiting.

Houd de magnetische accessoires uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneten van de accessoires wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd de magnetische accessoires uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten van de accessoires kan het tot onomkeerbaar gegevensverlies komen.
- Het meetgereedschap is met een radio-interface uitgerust. Lokale gebruiksbeperkingen, bijv. in vliegtuigen of ziekenhuizen, moeten in acht genomen worden.
Het woordmerk Bluetooth® evenals de beeldtekens (logo's) zijn geregistreerde handelsmerken en eigendom van Bluetooth SIG, Inc. Elk gebruik van dit woordmerk/ deze beeldtekens door Robert Bosch Power Tools GmbH gebeurt onder licentie.
▶ Voorzichtig! Bij het gebruik van het meetgereedschap met Bluetooth® kunnen storingen bij andere apparaten en installaties, vliegtuigen en medische apparaten (bijv. pacemakers, hoorapparaten) ontstaan. Eveneens kan schade aan mens en dier in de directe omgeving niet volledig uitgesloten worden. Gebruik het meetgereedschap met Bluetooth® niet in de buurt van medische apparaten, tankstations, chemische installaties, zones met explosiegevaar en in zones waar gebruik wordt gemaakt van explosieven. Gebruik het meetgereedschap met Bluetooth® niet in vliegtuigen. Vermijd het gebruik gedurende een langere periode heel dichtbij het lichaam.
Beschrijving van product en werking
Neem de afbeeldingen in het voorste gedeelte van de gebruiksaanwijzing in acht.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Dit product is een laserproduct voor consumenten in overeenstemming met EN 50689.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Toets voor lasermodus
(2) Toets Bluetooth®
(3) Aanduiding laadtoestand accu/batterijen
(4) Aan/uit-schakelaar
(5) Opening voor laserstraal
126 | Nederlands
(6) Laser-waarschuwingsplaatje
(7) Serienummer
(8) Statiefopname 5/8"
(9) Statiefopname 1/4"
(10) Accu ^a)
(11) Afsluitkap batterijadapter
(12) Ontgrendelingstoets accu/batterijadapter
(13) Batterijen ^a)
(14) Huls batterijadapter
(15) Accuschacht
(16) Houder (LB 10) ^a)
(17) Magneet ^a)
(18) 1/4"-schroef van houder ^a)
(19) Schroefgat van houder ^a)
(20) Plafondklem (DK 20) ^a)
(21) Universele houder ^a)
(22) Laserrichtbord ^a)
(23) Laserbril ^a)
(24) Laserontvanger ^a)
(25) Statief ^a)
(26) Telescoopstang ^a)
(27) Batterijadapter ^a)
(28) Opbergetui ^a)
(29) Koffer ^a)
a) Dit toebehoren wordt niet standaard meegeleverd.
Technische gegevens
| Lijnlaser GLL 12V-100-33 CG | |
| Productnummer | 3 601 K65 4.. |
| Werkbereik (radius)A) | |
| - Standaard 30 m | |
1 609 92A 9AX | (14.08.2024) Bosch Power Tools
Lijnlaser GLL 12V-100-33 CG
| – met laserontvanger 5–100 m | |
| Nivelleernauwkeurigheid(B)C)D) | ±0,3 mm/m |
| Zelfnivelleerbereik ±4° | |
| Nivelleertijd < 4 s | |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m | |
| Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % | |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2 | E) |
| Laserklasse 2 | |
| Lasertype < 10 mW, 500–540 nm | |
| C610 | |
| Divergentie 50 × 10 mrad (volledige hoek) | |
| Kortste impulsduur 1/10000 s | |
| Pulsfrequentie 10 kHz | |
| Compatibele laserontvanger LR 7 | |
| Statiefopname 1/4", 5/8" | |
| Energievoorziening | |
| – Lithium-lon-accu | 12 V |
| – Alkalinebatterijen (met batterijadapter) | 4 × 1,5 V LR6 (AA) |
| Gebruiksduur met 3 laserlijnenF) | |
| – Met Li-lon-accu | 6 h |
| – Met alkalinebatterijen | 4 h |
| Bluetooth®-meetgereedschap | |
| – Compatibiliteit | Bluetooth® 5.2 (Low Energy)G) |
| – Signaalbereik max. | 30 mH) |
| – Werkfrequentiebereik | 2402–2480 MHz |
| – Zendvermogen max. | 3,3 mW |
| Bluetooth®-smartphone | |
| – Compatibiliteit | Bluetooth® 5.2 (Low Energy)G) |
| GewichtI) | 0,96 kg |
128 | Nederlands
Lijnlaser GLL 12V-100-33 CG
| Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) 162 × 89 × 139 mm | |
| Beschermklasse ^1) | IP65 |
| Aanbevolen omgevingstemperatuur bij het opladen 0 °C ... +35 °C | |
| Toegestane omgevingstemperatuur bij het gebruik -10 °C ... +40 °C | |
| Toegestane omgevingstemperatuur bij opslag (zonder accu) | -20 °C ... +70 °C |
| Aanbevolen accu's(2-3 Ah) | GBA 12V... |
| Aanbevolen opladers GAL 12... | GAX 18... |
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) Geldig bij de vier horizontale snijpunten.
C) De opgegeven waarden gelden bij normale tot gunstige omgevingsomstandigheden (bijv. geen trillingen, geen mist, geen rook, geen direct zonlicht). Na sterke temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid afwijken.
D) Bij een maximaal zelfnivelleerbereik moet rekening worden gehouden met een extra mogelijke afwijking van ±0,1 mm/m.
E) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
F) Kortere gebruikstijden bij gebruik met Bluetooth®
G) Bij Bluetooth®-Low-Energy-toestellen kan, afhankelijk van model en besturingssysteem, eventueel het opbouwen van een verbinding niet mogelijk zijn. Bluetooth®-toestellen moeten het SPP-profiel ondersteunen.
H) Het bereik kan afhankelijk van externe omstandigheden, met inbegrip van de gebruikte ontvanger, sterk variëren. Binnen gesloten ruimten en door metalen barrières (bijv. muren, schappen, koffers, etc.) kan het Bluetooth®-bereik duidelijk worden beperkt.
I) Gewicht zonder accu/batterijadapter/batterijen
J) De Li-lon-accu en de batterijadapter zijn uitgesloten van de beschermklasse.
Het productnummer (7) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
Energievoorziening meetgereedschap
Het meetgereedschap kan met in de handel verkrijgbare batterijen of met een Bosch lithiumionaccu worden gebruikt.
Gebruik met batterijen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
De batterijen worden in de batterij-adapter geplaatst.
- De batterij-adapter is uitsluitend bedoeld voor het gebruik in de betreffende Bosch-meetgereedschappen en mag niet bij elektrische gereedschappen worden gebruikt.
Voor het plaatsen van de batterijen de huls (14) van de batterijadapter in de accuschacht (15) schuiven. Plaats de batterijen volgens de afbeelding op de afsluitkap (11) in de huls. Schuif de afsluitkap over de huls tot deze voelbaar vastklikt.
Voor het verwijderen van de batterijen (13) drukt u op de ontgrendelingstoetsen (12) van de afsluitkap (11) en trekt u de afsluitkap eraf. Verwijder de batterijen. Om de binnenliggende huls (14) uit de accuschacht te verwijderen, grijpt u in de huls en trekt u deze met een lichte druk op de zijwand uit het meetgereedschap.
Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
▶ Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere opslagduur in het meetgereedschap gaan corroderen.
Gebruik met accu
- Gebruik alleen de in de technische gegevens vermelde oplaadapparaten. Alleen deze oplaadapparaten zijn afgestemd op de Li-Ion-accu die bij uw meetgereedschap moet worden gebruikt.
Aanwijzing: lithium-ion-accu's worden vanwege internationale transportvoorschriften gedeeltelijk geladen geleverd. Om het volledige vermogen van de accu te waarborgen, laadt u vóór het eerste gebruik de accu volledig op.
Voor het plaatsen van de geladen accu (10) deze in de accuschacht (15) schuiven, tot deze voelbaar vergrendelt.
Voor het verwijderen van de accu (10) op de ontgrendelingsknoppen (12) drukken en de accu uit de accuschacht (15) trekken. Gebruik daarbij geen geweld.
Aanwijzingen voor de optimale omgang met de accu
Bescherm de accu tegen vocht en water.
Bewaar de accu alleen bij een temperatuur tussen -20^ en 50^ . Laat de accu bijvoorbeeld in de zomer niet in de auto liggen.
130 | Nederlands
Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en moet worden vervangen.
Neem de aanwijzingen met betrekking tot afvalverwijdering in acht.
Oplaadaanduiding op het meetgereedschap
De oplaadaanduiding (3) geeft bij ingeschakeld meetgereedschap de actuele laadtoestand van de accu of batterijen aan.
Als de accu of de batterijen zwak worden, dan wordt de helderheid van de laserlijnen langzaam minder.
Als de accu of de batterijen bijna leeg is/zijn, dan knippert de oplaadaanduiding (3) permanent. De laserlijnen knipperen om de 5 minuten gedurende 5 seconden.
Als de accu of de batterijen leeg is/zijn, dan knipperen de laserlijnen en de oplaadaanduiding (3) nog één keer, voordat het meetgereedschap wordt uitgeschakeld.
Gebruik
Ingebruikname
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen en voer vóór het verder werken altijd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 134). Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
▶ Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 134).
- Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (4) naar de stand „ON“. Het meetgereedschap zendt onmiddellijk na het inschakelen een laserlijn uit de bovenste opening (5).
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan-/uit-schakelaar (4) in stand OFF. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Als de temperatuur van het meetgereedschap de maximaal toegestane werktemperatuur nadert, dan wordt de helderheid van de laserlijnen langzaam minder.
Bij overschrijding van de maximaal toegestane gebruikstemperatuur knipperen de laserlijnen snel, daarna schakelt het meetgereedschap uit. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Automatische uitschakeling deactiveren
Als ca. 120 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de accu of batterijen te sparen.
Als u het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer wilt inschakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar (4) eerst in de stand „OFF“ schuiven en het meetgereedschap vervolgens weer inschakelen, of u drukt op een van de toetsen voor lasermodus (1).
Om de automatische uitschakeling te deactiveren houdt u (bij ingeschakeld meetgereedschap) een van de toetsen voor lasermodus (1) minimaal 3 s ingedrukt. Als de automatische uitschakeling is gedeactiveerd, knipperen de laserstralen even ter bevestiging.
Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in.
Modi
Het meetgereedschap kan één horizontale en twee verticale laserlijnen produceren.
Na het inschakelen van het meetgereedschap is de horizontale laserlijn ingeschakeld.
U kunt elk van de laserlijnen onafhankelijk van elkaar in- en uitschakelen. Druk hiervoor op de bij de laserlijn horende toets lasermodus (1).
Alle modi zijn zowel met automatische nivellering als met hellingsfunctie mogelijk.
Alle modi zijn geschikt voor het gebruik met de laserontvanger (24).
Het meetgereedschap bewaakt tijdens het gebruik op elk moment de positie. Bij plaatsing binnen het zelfnivelleerbereik van ±4° werkt het met automatische nivellering. Buiten het zelfnivelleerbereik wisselt het automatisch naar de hellingsfunctie.
132 | Nederlands
Werken met automatische nivellering
Plaats het meetgereedschap op een horizontale, vlakke ondergrond en bevestig het op de houder (16) of het statief (25).
De automatische nivellering compenseert automatisch oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ±4^ . Zodra de laserstralen continu branden, is het meetgereedschap klaar met nivelleren.
Als de automatische nivellering niet mogelijk is, bijv. omdat het standvlak van het meetgereedschap meer dan 4° van de horizontale lijn afwijkt, dan knipperen de laserlijnen eerst 2 seconden lang in een snel ritme, daarna om de 5 seconden meermaals in een snel ritme. Het meetgereedschap bevindt zich in de hellingsfunctie.
Voor verder werken met de automatische nivellering plaatst u het meetgereedschap horizontaal en wacht u de zelfnivellering af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelf-nivelleerbereik van ±4° bevindt, branden de laserstralen continu.
Bij schokken of veranderingen van positie tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controleer na het nivelleren de positie van de laserstralen met betrekking tot referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen.
Werken met hellingsfunctie
Plaats het meetgereedschap op een hellende ondergrond. Bij het werken met de hellingsfunctie knipperen de laserlijnen eerst 2 seconden lang in een snel ritme, daarna om de 5 seconden meermaals in een snel ritme.
In de hellingsfunctie worden de laserlijnen niet meer genivelleerd en lopen niet meer noodzakelijk loodrecht op elkaar.
Afstandsbediening via "Bosch Levelling Remote App"
Het meetgereedschap is uitgerust met een Bluetooth®-module die m.b.v. radiotechnologie afstandsbediening via een smartphone met Bluetooth®-functie mogelijk maakt.
Voor het gebruik van deze functie is de applicatie (app) "Bosch Levelling Remote App" nodig. Deze kunt u afhankelijk van eindapparaat downloaden in de betreffende app-store (Apple App Store, Google Play Store).
Informatie over de noodzakelijke systeemeisen voor een Bluetooth® verbinding, vindt u op de Bosch-internetpagina www.bosch-pt.com.
Bij de afstandsbediening via Bluetooth® kunnen door slechte ontvangstomstandigheden vertragingen tussen mobiel eindapparaat en meetgereedschap ontstaan.
Verbinding met het mobiele eindapparaat tot stand brengen/beëindigen
Na het inschakelen van het meetgereedschap is de functie Bluetooth® altijd uitgeschakeld.
Functie Bluetooth® voor de afstandsbediening inschakelen:
- Druk kort op de toets Bluetooth® (2). De toets knippert ter bevestiging langzaam.
- Was het meetgereedschap al met een mobiel eindapparaat verbonden en is dit mobiele eindapparaat binnen bereik (met geactiveerde interface Bluetooth®), dan wordt de verbinding met dit mobiele eindapparaat automatisch weer tot stand gebracht. De verbinding is met succes opgebouwd, zodra de toets Bluetooth® (2) permanent brandt.
De verbinding per Bluetooth® kan door een te grote afstand of obstakels tussen meetgereedschap en mobiel eindapparaat evenals door elektromagnetische storingen worden onderbroken. In dit geval knippert de toets Bluetooth® (2).
Opbouwen van een nieuwe verbinding (voor de eerste keer verbinden of verbinden met een ander mobiel eindapparaat):
- Zorg ervoor dat de interface Bluetooth® op het mobiele eindapparaat geactiveerd en Bluetooth® op het meetgereedschap ingeschakeld is.
- Start de Bosch Levelling Remote App. Worden meerdere actieve meetgereedschappen gevonden, kies dan het passende meetgereedschap.
- Druk op de toets Bluetooth® (2) op het meetgereedschap en houd deze zolang ingedrukt tot de toets snel knippert.
- Bevestig de verbinding op uw mobiele eindapparaat.
- De verbinding is met succes opgebouwd zodra de toets Bluetooth ^ (2) permanent brandt.
- Als er geen verbinding mogelijk is, blijft de toets Bluetooth ^ (2) snel knipperen.
Functie Bluetooth® uitschakelen:
Druk kort op de toets Bluetooth® (2), zodat deze uitgaat of schakel het meetgereedschap uit.
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen:
- Bij het terugzetten naar de fabrieksinstellingen worden alle verbindingsgegevens in het meetgereedschap gewist.
- Als zich een mobiel eindapparaat binnen bereik bevindt waarmee het meetgereedschap al verbonden was, schakel dan op dit eindapparaat de functie Bluetooth® uit of wis op het eindapparaat de verbinding met het gereedschap.
- Schakel het meetgereedschap in. Druk daarna kort op de toets Bluetooth® (2) op het meetgereedschap. De toets knippert ter bevestiging langzaam.
- Druk vervolgens tegelijkertijd 3 s lang op de toets Bluetooth® (2) en de ernaast liggen-de toets voor lasermodus (1) tot de toets Bluetooth® (2) even oplicht en weer uitgaat.
- Het meetgereedschap is teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
134 | Nederlands
Software-update meetgereedschap
Als een software-update voor het meetgereedschap beschikbaar is, verschijnt een melding in de Bosch Levelling Remote App. Volg voor de installatie van de update de instructies in de app.
Tijdens de update knippert de toets Bluetooth® (2) snel. Alle andere toetsen zijn gedeactiveerd en de laserlijnen zijn uitgeschakeld tot de update met succes geïnstalleerd is.
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.
Om thermische invloeden door van de vloer opstijgende warmte tot een minimum te beperken, wordt aangeraden om het meetgereedschap op een statief te gebruiken. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.
Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke invloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Controleer altijd eerst de nivelleernauwkeurigheid van de horizontale laserlijn en daarna de nivelleernauwkeurigheid van de verticale laserlijnen.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.
Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas controleren
Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 5 m op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.
- Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op een statief of plaats het op een vlakke en stabiele ondergrond. Schakel het meetgereedschap aan. Schakel de horizontale laserlijn en de verticale laserlijn frontaal vóór het meetgereedschap in.

- Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van het punt waar de laserlijnen zich op de wand krui- sen (punt I).

text_image
A 180° B I II- Draai het meetgereedschap 180°, laat het zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegenoverliggende wand B (punt II).
- Plaats het meetgereedschap- zonder het te draaien - dicht bij wand B, inschakelen en laat het zich nivelleren.

text_image
A B I II- Het meetgereedschap zodanig in de hoogte uitlijnen (met het statief of eventueel door onderlegmateriaal), dat het kruispunt van de laserlijnen exact het eerder gemarkeerde punt II op wand B raakt.

text_image
A I d III 180° B II- Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te wijzigen. Het zodanig op de wand A richten, dat de verticale laserlijn door het eerder gemarkeerde punt I loopt. Laat het meetapparaat zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de wand A (punt III).
- Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op de wand A geeft de werkelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap.
Op het meettraject van 2 × 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking: 10 m × ±0,3 mm/m = ±3 mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.
Waterpasnauwkeurigheid van de verticale lijnen controleren
Voor de controle heeft u een deuropening nodig met (op een stabiele ondergrond) aan beide zijden van de deur minstens 2,5 meter ruimte.
- Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van de deuropening op een stevige, vlakke ondergrond (niet op een statief). Schakel het meetgereedschap en de verticale
136 | Nederlands
laserlijn frontaal vóór het meetgereedschap in. Richt de laserlijn op de deuropening en laat het meetgereedschap nivelleren.

- Markeer het midden van de verticale laserlijn op de vloer van de deuropening (punt I), op een afstand van 5 m aan de andere zijde van de deuropening (punt II), evenals bij de bovenrand van de deuropening (punt III).

- Draai het meetgereedschap 180° en plaats het aan de andere zijde van de deuropening, direct achter punt II. Laat het meetgereedschap zich nivelleren en de verticale laserlijn zodanig uitlijnen, dat het midden hiervan door de punten I en II loopt.
- Markeer het midden van de laserlijn op de bovenrand van de deuropening als punt IV.
- Het verschil d van de beide gemarkeerde punten III en IV geeft de werkelijke verticale afwijking van het meetgereedschap.
- Meet de hoogte van de deuropening.
Herhaal de meting voor de tweede verticale laserlijn. Schakel hiervoor de verticale laserlijn opzij naast het meetgereedschap in en draai het meetgereedschap vóór aanvang van het meetproces 90°.
De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt:
dubbele hoogte van de deuropening × 0,3 mm/m
Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2 m mag de maximale afwijking
2 × 2 m × ± 0,3 mm/m = ± 1,2 mm bedragen. De punten III en IV mogen dus maximaal 1,2 mm uit elkaar liggen.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
- Gebruik bij het markeren altijd alleen het midden van de laserlijn. De breedte van de laserlijn wijzigt met de afstand.
Werken met de houder LB 10 (zie afbeeldingen A-D)
Met behulp van de houder (16) kunt u het meetgereedschap aan verticale vlakken of magnetiseerbare materialen bevestigen. In combinatie met de plafondklem (20) kan het meetgereedschap ook in hoogte worden uitgelijnd.
Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname (9) op de 1/4"-schroef (18) van de houder en schroef het vast.
Bevestigingsmogelijkheden van de houder (16):
- met een gangbare bevestigingsschroef door het schroefgat (19) aan hout (zie afbeelding B),
- met de magneten (17) op magnetiseerbare materialen (zie afbeelding C),
- met de plafondklem (20) aan plafondplinten (zie afbeelding D).
Houd uw vingers weg van de achterzijde van het magnetische accessoire, wanneer u het accessoire op een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkingskracht van de magneten kunnen uw vingers bekneld raken.
Lijn de houder (16) grof uit, voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Werkzaamheden met het laserrichtbord
Het laserrichtbord (22) verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden.
Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (22) verbetert de zichtbaarheid van de laserlijn, door het transparante vlak is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien.
Werken met het statief
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname (9) op de schroefdraad van het statief (25) of van een gangbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een gangbaar bouwstatief de 5/8"-statiefopname (8) gebruiken. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Bevestigen met de universele houder (zie afbeelding F)
Met de universele houder (21) kunt u het meetgereedschap bijv. aan verticale vlakken of magnetische materialen bevestigen. De universele houder is eveneens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstelling van het meetgereedschap.
138 | Nederlands
Houd uw vingers weg van de achterzijde van het magnetische accessoire, wanneer u het accessoire op een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkingskracht van de magneten kunnen uw vingers bekneld raken.
De universele houder (21) grof richten, vóór het inschakelen van het meetgereedschap.
Werken met de laserontvanger (zie afbeelding F)
Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, directe zonnestralen) en op grote- re afstanden kunt u de laserontvanger (24) gebruiken om de laserlijnen beter te kunnen vinden.
Alle modi zijn geschikt voor het gebruik met de laserontvanger (24).
Laserbril
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen E-J)
Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Bewaar en vervoer het meetgereedschap uitsluitend in de opbergtas (28) of in de koffer (29).
Stuur het meetgereedschap in geval van reparatie altijd in de opbergtas (28) of in de koffer (29) retour.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-adviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en het toebehoren. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u op:
Op de geadviseerde lithium-ion-accu's zijn de eisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van toepassing. De accu's kunnen door de gebruiker zonder verdere voorwaarden over de weg worden vervoerd.
Bij verzending door derden (bijv. luchtvervoer of expeditiebedrijf) moeten bijzondere eisen ten aanzien van verpakking en marking in acht worden genomen. In deze gevallen moet bij de voorbereiding van de verzending een deskundige voor gevaarlijke goederen worden geraadpleegd.
Verzend accu's alleen als de behuizing onbeschadigd is. Plak blootliggende contacten af en verpak de accu zodanig dat deze niet in de verpakking beweegt. Neem ook eventuele bijkomende nationale voorschriften in acht.
Afvalverwijdering

Meetgereedschappen, accu's/batterijen, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en accu's/batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Afgedankte meetgereedschappen en defecte of lege accu's/batterijen moeten apart worden verwijderd. Maak gebruik van de hiervoor bestemde inzamelingssystemen.
140 | Dansk
Als afgedankte elektrische en elektronische apparatuur op onjuiste wijze wordt verwijderd, kan dit schadelijke gevolgen hebben voor het milieu en de volksgezondheid vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.
Accu's/batterijen:
Li-Ion:
Lees de aanwijzingen in het gedeelte Vervoer en neem deze in acht (zie „Vervoer“, Pagina 139).