Frigo DC 3500 - Koelkast DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Frigo DC 3500 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Frigo DC 3500 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Frigo DC 3500 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Frigo DC 3500 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING Frigo DC 3500 DOMETIC

5
Fig. 5: Cargo space door open
Lees deze handleiding voor de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef deze handleiding bij doorverkoop van het voertuig met koelinstallatie mee aan de(AP)nieve gebruiker.
De fabrikant kan nicht aansprakelijk worden gesteld voor schade die is veroor-zaakt door Niet-reglementair gebruik of door verkeerde bediening.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen 136
2 Veiligheidsaanwijzingen 137
3 Beoogd gebruik 138
4 Functiebeschrijving 138
5 Bediening. 139
6 Instructies voor gezruik 147
7 Reiniging en onderhoud 148
8 Regelmatig onderhoud 149
9 Storingen 151
10 Garantie 155
11 Servicehotline 156
12 Afvoer 156
13 Technische gegevens 157
1 Verklaring van de symbolen

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing met betrekking tot een gevaarlijke situatie die kan leiden tot Licht of gemiddeld letsel, als deze nicht worden vermeden.

LETOP!
Aanwijzing met betrekking tot een situation die kan leiden tot materièle schade, als deze nicht worden vermeden.

INSTRUCTIE
Meer informatatie over de bediening van het product.
2 Veiligheidsaanwijzingen
De fabrikant kan in de volgende geallen nicht aansprakelijk worden gesteld voor schade:
- beschadiging van het product door mechanische invloeden
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepasseningen
- Het laadvermögen van het voertuig verandert door de binnenvoering van de thermisch geïsoleerde laadruimte. Als het laadvermögen en de passagierbelasting maximaal worden benut,要去 ook de maximale belasting van de vooras in achevent worden genomen.
- Bij beschadigingen of defecten van de werkung mag de transportkoeling nicht worden gezruikt.
- Inspectie- en onderhoudsinstructies moeten in acht worden genomen. Wonneer deze Niet in acht worden genomen, vervalt de garantie.
- Gebruik de elektrische transportkoeling uitsluitend voor de door de fabrikant gespecificierde doeleinden en voer geen wijzigingen of structurele wijzigingen van het apparaat UIT.
- Te snel rijden over oneffenheden, door gaten en dergelijkke kan de koelinstallatie van de elektrische transportkoeling, geinstalleerde houders en andere bevestigingen beschadigen. Onachtzaamheid van de voertuigbestuurder leidt tot verval van de aansprakelijkkheid.
- Zorg ervoor dat de luchtopeningen (roosters) onder het voertuig Niet afgedekt়. De openingsen en ventilators van de verdamper in de laadruimte mogenijdens het laden Niet afgedekt worden.
- De thermische isolatie in de laadruimte van het voertuig moet in een perfecte staat zijn. Als dit Niet het geval is,要去 de persoon die verantwoordelijk is voor de installmentie van de isolatie in de laadruimte worden geraadpleegd.
- De elektrische koeleenheid is in de uitsparing voor het reservewiel onder het voertuig gemonteerd. Hierdoor is het Niet meer möglichk om een reserveband mee te nemen. Zorg er dus voor dat uw voertuig isuitgerust met een extra reparatieset.
- De elektrische transportkoeling is nicht geschickt voor het afkoelen van geladen waren tot de vereiste opslagtemperatuur.
-
Om te große temperatuurschommelingen te vermijden worden aanbevolen om de temperatuur van de laadruimte te verlagen tot de vereiste opslagtemperatuur alvorens de waren te laden.
-
Gebruik de elektrische transportkoeling Niet als de deuren van de laadruimte open়.
- Bewaar geen explosiegevaarlijke stoffen, zoals spuitbussen met brandbaar drijfgas, in de koelruimte.
3 Beoogd gebruik
De transportkoeling is bedoeld voor het handhaven van de opslagtemperatuur van gekoelde waren in een transportvoertuig. Hij handhaft de koelketen van deplaats van herkomst (fabrikant) tot de verbruiker. De transportkoeling kan worden gebruikt bij temperaturen:tussen 0^ en +20^ in de laadruimte.
De transportkoeling is alleen geschikt voor gebruik met het koelmiddel R-134a.
Elk ander of verdergaand gebruik geldt als nicht-beoogd.
De elektrische transportkoeling mag nicht worden gebruikt als de buitentemperaturen lager�zijn dan 0^
De transportkoeling mag alleen worden gebrukt als de voertuigmotor draait, om te voorkomen dat de voertuigaccu leegloopt.
Te lage spanning van de stroomvoorziening leidt tot uitschakelen van de koelinstallatie.
Als de voertuigmotor wordenuitgeschakeld, kan de temperatuur in de laadruimteslechts beperkt worden gehandhaafd.
Met de aanvullende uitrusting „Stationaire koeling" kan de transportkoeling worden aangesloten op een 230V-stroomnet met geintegreerde veiligheidsschakelaar (FI 30mA schakelstroom) en kan dan in geparkeerde toestand worden gebruikt.
Levensmiddelen mogen alleen in de originele verpakking of in geschikte bakken worden getransporteerd.
4 Functiebeschrijving
De transportkoeling voert de warmte uit de laadruimte af maar buiten; het koelmiddel in een gesloten system is onderhevig aan thermodynamische verandering.
De verdamper is uitgerust met een automatische ontdooifunctie.
De transportkoeling worden gevoed door de stroomvoorziening van het voertuig zich.

INSTRUCTIE
De elektrische transportkoeling werkt onafhankelijk en heeft geen invloed op het aircosystem van het voertuig.
5 B e d i e n i n g
5.1 Bedieningspaneel

INSTRUCTIE
Het bedieningspaneel blijft tot 12^ uur in stand-bymodus nadat het voertuig werk uitgeschakeld en de sleutel uit het contact werk gehald. Hierna要去 het bedieningspaneel waar worden ingeschakeld nadat de motor is gestart. In deze 12 uur wordt de transportkoeling automatisch wee ingeschakeld, indien denen was ingeschakeld op het moment dat het voertuig werk uitgeschakeld.
Alle functies van de transportkoeling worden geregeld via het bedieningsspaneel. Alle relevante waarden en instellenen worden weergegeven op het geinteggreerde display.

Afb. 1: Overzicht van het bedieningspaneel, toetsen
Met de toetsen worden de volgende functies bediend:
| Nr. in afb. | ToetsFundiebeschriving | |
| 1 Schakelt de transportkoeling in en uit | ||
| 2 | D | i s |
| • Weergave van de actuèle temperatuur in de laadruimte | ||
| • Toont aanvullende informatatie | ||
| • Toont actuèle fouitmeldingen | ||
| 3 | △ | Wijzigt de gewenste temperatuur |
| • Verhoegt waarden | ||
| • Bevestigt waarschuwingen | ||
| 4 | △ | Wijzigt de gewenste temperatuur |
| • Verlaagt waarden | ||
| 5 | P/∗ | Programmeertoets |
| Start handmatig ontdooien | ||

2
Afb. 2: Overzicht van het bedieningspaneel, display
Het display toont de systememstatus:
| Nr. in afb. 2 | Symbool Beschrijving Functiebeschrijving | ||
| 1 Temperatur | Actuele temperatuur in de laadruimte | ||
| 2 | C | • Brandt als de compressor aam is • Knippert als de activering van de compressor vertraagd is | |
| 3 | O | • Brandt in ontdooimodus t • Knippert gedurende afdruiptijd | |
| 4 | V | • Brandt als de ventilator aan is • Knippert als de activering van de ven- tilator vertraagd is | |
| 5 | Alarm | Brandt bij een foutmelding (hoofdstuk „Storingen" op pagina 151) | |
5.2 De transportkoeling inschakelen

LETOP!
Gebruik de elektrische transportkoeling alleen als de motor draait of als een voedingskabel is aangesloten (aanvullende uitrusting „Stationaire koeling") om te voorkomen dat de voertuigaccu leegloopt!

INSTRUCTIE
Als de omgevingstemperatuur lager is dan de ingestelde waarde, worden de ingestelde temperatuur Niet bereikt,ondat de transportkoeling geen verwarmingsfunctie heeft. Onder 0^ wordt de transportkoeling uitgeschakeld door de lage interne druk om te voorkomen dat de compressor worden beschadigd.
Schakel het contact in.
Start de motor.
Wacht tot het laadlampje van het voertuig UIT is.
Druk enkele seconden op de toets tot het display actief is.
Het bedieningspaneel voert uit een controle uit.

3
Afb. 3: De transportkoeling inschakelen
Het display toont de actuèle temperatuur in de laadruimte (1).
√ Indien vereist, schakelt de transportkoeling in en gaan de symbolen en (3) branden.


INSTRUCTIE
- De symbolen voor de compressor en de verdamperventilator knipperen als de activering van de functies is vertraagd.

Bij een laadruimtetelemperatuur boven +15^ gaat eerst alleen aan den. Na een functionele vertraging wordt de verdamperventilator ingeschakeld en gaat branden.
- Als de buitentemperatuur hoog is, kan de ventilatorussen in- en uitschakellen wisselen totdat de laadruimte voldoende is afgekoeld.
5.3 De transportkoeling uitschakelen

LET OP!
Schakel de transportkoeling nooit uitijdens een ontdooiprocedure, anders kan ij's op het verdamperoppervlak de luchtafvoer hinderen waardoor de koel-capaciteit nicht meer is gegardeerd.

INSTRUCTIE
Uitschakelen van de transportkoeling heeft geen invloed op deIRST ingevoerde gewenste waarde. Deze worden automatisch opgeslagen zodia.Deze wordt gewijzigd.
De transportkoeling uitschakelen
Schakel het contact UIT.
De transportkoeling schakelt automatisch UIT.
De transportkoeling worden automatisch weeer ingeschakeld, als het contact wordt ingeschakeld.
De transportkoeling uitschakelen met het bedieningspaneel

LET OP!
De gespecifieerde onderhoudsintervallen要去en worden aangehouden om te garanderen dat de installmentie in een perfecte toestand blijft.
De transportkoeling要去 alleen worden uitgeschakeld als hij langdurig nicht worden gebrukt.
Houd de toets ingedrukt.
De transportkoeling wordtuitgeschakeld.
- De transportkoeling worden nicht automatisch werden ingeschakeld als het contact worden ingeschakeld.
5.4 De gewenste temperatuur voor de laadruimte aflezen

INSTRUCTIE
De gewenste temperatuur is de gewenste laadruimtetemperatuur.
Druk



De ingestelde gewenste temperatuur verschijnt op het display.
Druk op. P/
De actuèle laadruimtetelemperatuur verschijnt wee.
5.5 De gewenste temperatuur voor de laadruimte instellen

INSTRUCTIE
De temperatuur voor de laadruimte (gewenste waarde) moet overeenstemmen met de opslagtemperatuur van de levensmiddelen.
De gewenste temperatuur kan worden ingesteld:tussen 0^ en +20^
Druk op of om de gewenste temperatuur in te stellen.
De gewenste temperatuur verschijnt op het display en de decimale punt knippert.
Gebruik de toets om de waarde voor de gewenste temperatuur te wijzigen.
Nadat de gewenste laadruimteteperatuur is bereikt, worden de tempera-tuurenheid ^ C of ^ F kort weergegeven.
Druk op de toets P/ 岛 om terug te keren maar de actuèle laadruimtetepmatuur.
De gewenste temperatuur worden opgeslagen en toegepast als gewenste laadruimtetepperatuur.
5.6 De transportkoeling ontdooien

LETOP!
- Ontdooien moet regelmatig handmatig worden uitgevoerd:
- als de transportkoeling regelmatig worden uitgeschakeld alvorens het automatische ontdooi-interval te bereiken (bijvoorbeeld door regelmatig laden en losers).
- als vooral gekoelde waren worden getransporteerd.
Anders kan het oppervlak van de verdamper bevriezen en kan het koelvermogen van de transportkoeling aanzienlijk worden begrensd.
Schakel de transportkoeling nooit uitijdens het automatisch of handmatig ontdooien.

INSTRUCTIE
Eventueel waterverlies onder het voertuig kan het gevolg zijn van normale condensaatafvoer; deze condensatie treedt vooral op bij hoge buitentemperaturen en hove vochtigkeit door het ontvochtigende effect van de transportkoeling.
Als de temperatuur in de laadruimte daalt, ontstaat condens. Deze condensatie bevriest op het oppervlak van de verdamper. Voor het maximale koelvermogen要去 het ij's worden ontdooid. Een duidelijk teken dat ontdooien nodig is, is de afname van het koelvermogen. Een möglichk teken hiervoor is bijvoorbeeld de stijgende laadruimtetemperatuur op het display.
De elektrische transportkoeling is uitgerust met een heetgas-ontdooifunctie. De verdamper worden ontdooid met een verwarmd koelmiddel; dit garandeert dat het ijns neln en efficien't van de verdamper worden verwijderd.
Een elektrische regeling start na twee uur automatisch met het ontdooiprocess.
4

Afb. 4: Ontdoopiproces
Tijdens het ontdooien verschijnt de als LAST gemeten laadruimteteperatuur op het display en verandert dan Nieteer.
Het symbol goat branden.
Het symbol knippertijdens de druppelfase.
Na het ontdooiprocesse schakelt de transportkoeling automatisch terug maar de koelmodus.
Handmatig ontdooien
Handmatig ontdooien kan als volgt via het bedieningspaneel worden gestart:
Houd de toets mPstens 2 seconden ingedrukt.
Het ontdooiprocess start (hoofdstuk „Automatisch ontdooien" op pagina 143).
5.7 Status laaddeur (aanvullende uitrusting)

INSTRUCTIE
De deurstatusfunctie is alleen möglich als de laaddeur over een aanvullend geinstalleerde deurcontactschakelaar beschikt.
5

Afb. 5: Laaddeur open
Als de laaddeur open is terwijl de transportkoeling nog in bedrijfis, verschijnt de melding „Laaddeur open".
√verschijnt op het display.
√ De transportkoeling worden gedurende deze melding automatisch uitgeschakeld.
Na 2 minutes klinkt een akoestisch signaal.
Het akoestische signalaal kan worden bevestigd met de toets.
Sluit de laaddeur.
5.8 Stationaire koeling (aanvullende uitrusting)

VOORZICHTIG!
Zorg ervoor dat de beschemmingsafdekking van de 230V-apparaatstekker van het voertuig algijd gesloten is als de stationaire koeling Niet aan is.
Stationaire koeling inschakelen
De stationaire koeling mag alleen onder de volgende voorwaarden worden gebruikt:
- De ondergrond waarop het voertuig staat, moet horizontaal়, opdat de afvoer van het condenswater gegarandeerd is
- De voertuigmotor要去uitgeschakeld着眼 en de sleutel要去 het contact getrokken着眼
Alle laaddeuren要去en veilig gesloten zich

VOORZICTIG!
- Sluit algijd eerst de 230V-aansluitkabel op het voertuig aan, alvorens de stationaire koeling op de 230V-stroomvoorziening aan te sluiten.
- Alvorens het voertuig waar te starten, moet de 230V-voedingskabel uit de voertuigcontactdoos worden getrokken.
- De 230V-stroomvoorziening van de stationaire koeling mag uitsluitend via een aardlekschakelaar met een nominale lekstroom van 30mA en een geaard, spatwaterdicht stopcontact worden gebruikt.
- Behandel de 230V-aansluitkabel zodanig dat deze nicht kan worden beschadigd door hitte, beweging of scherpe objecten.
- Als de 230V-aansluitkabel worden uitgerekt of als er aan worden getrokken,要去 worden gecontrolerd of de 230V-apparaatstekker of andere delen van het voertuig beschadigd়n. Beschadigde kabels要去en worden verrangen.
- Gebruik alleen de originele 230V-aansluitkabel met de originele 230V-MiniPlug-apparaatstekker.
- Gebruik alleen contactspray die geschikt is voor elektrische componenten voor de reiniging van de elektrische contacten en contactpennen onder de beschemingsafdekking van de 230V-apparaatstekker.
- Controller de contacten, de afdekking en de 230V-aansluitkabel voor en na gebruik op beschadiging. Als de contacten, de afdekking of de aansluit-kabel beschadigd zijn,要去en deze worden verrangen.

INSTRUCTIE
De 230V-aansluitkabel is special ontworpen en getest voor gebruik bij rage temperaturen. De aansluitkabel worden nicht beschadigd bij normale bewegingen bij zeer lage buitentemperaturen, zichs als de kabel stijver aanvoelt bij lagere temperaturen.
Ga als volgt te werk om de stationaire koeling in te schakelen:
Parkeer het voertuig op een horizontal oppervlak.
Zet de voertuigmotor uit en neem de contactsleutel eruit.
Zorg ervoor dat alle laaddeuren veilig gesloten zichn.
Controller de contacten, de afdekking en de aansluitkabel op beschadig.
Steek erst de aansluitkabel in het stopcontact van het voertuig.
Sluit de aansluitkabel aan op het stopcontact van de stroomvoorziening.
Schakel de transportkoeling in op het bedieningspaneel.
De stationaire koeling worden automatisch ingeschakeld.
De stationaire koeling uitschakelen
Ga als volgt te werk om de stationaire koeling uit te schakelen:
Trek eerst de aansluitkabel uit het stopcontact van de stroomvoorziening.
Trek de aansluitkabel uithet stopcontact van het voertuig.
De stationaire koeling gaat automatisch UIT.
Controller de contacten, de afdekking en de aansluitkabel op beschadi- ging.
6 Instructies voor gebruik
Voer regelmatig visuele controlesuit om de volledige werkung van de transportkoeling te garanderen, zie hoofdstuk „Regelmatige visuele inspecties" op pagina 149.

INSTRUCTIE
- Als de laaddeuren regelmatig worden geopend, dringen warmte en vocht de laadruimte binnen. De transportkoeling kan dan ijs vormen waardoor het koelvermogen worden gereduceerd. Open de deuren waarom zo min möglichk en.altijd zo kort möglichk.
Vermijd lange ritten met lege laadruimte en ingeschakelde transportkoeling. - Controller de correcte werkung van de laaddeuren regelmatig.
- Goede deurafdichtingen en werkende sloten dragen bij aan een hoge transportveiligheid. Controleer.daaromregelmatigde wanden van de laadruimte van uw voertuig op beschadiging.Kleine beschadigingen kunnen al tot gevolg hebben dat de koellading, met name bij hoge omgevingstemperaturen, onvoldoende worden gekoeld.
6.1 Correct laden

LETOP!
Schakel tijdens het laden of loosen de voertuigmotor UIT.
Zie de specificaties van de voertuigfabrikant voor de maximale belading (nuttige last).

INSTRUCTIE
Als de optionele deurcontactschakelaar Niet is geinstalleerd, moet de transportkoeling handmatig worden uitgeschakeldijdens het laden en losers.
Alvorens het voertuig te beladen, moet de laadruimte tot het juiste temperatuurniveau worden afgekoeld. Bovendien mogen voor een ononderbroken koelketen uitsluitend correct voorgekoelde waren worden geladen.
Schakel de transportkoeling in, hoofdstuk „De transportkoeling inschaken" op pagina 140.
Laat de laadruimte afkoelen tot het correcte temperatuurniveau, hoofdstuk "De gewenste temperatuur voor de laadruimte instellen" op pagina 142.
Schakel de motor tijdens het laden uit.

Afb. 6: Luchtcirculation in de koelruimte
Letijdens het laden op het volgende:
- De lustcht die gekoeld is door de verdamper (afb. 6 1) moet vrij kunnen circuleren.
- Het uitlaatbereik (afb. 6 2) van de verdamper moet compleet vrij় en mag Niet worden geblokkeerd door gekoelde waren.
- De geladen gekoelde waren (afb. 6 3) moeten een afstand van minstens 30~cm tot het plafond van de laadruimte hebben.
- Het lucht-inlaatbereik (ventilator) (afb. 6 4) van de verdamper要去 compleet vrij en mag Niet worden geblokkeerd door gekoelde waren.
7 Reiniging en onderhoud

LET OP! Gevaar voor beschadiging
Gebruik geen zuren of zure middelen voor reiniging of onderhoud.
Reinig het bedieningspaneel met een zachte doekenormale huishoudelijkke reinigingsmiddelen.
Reinig de binnenvoering van de laadruimte overeenkomstig de specificaties van de fabrikant.
8 Regelmatig onderhoud
8.1 Onderhoudsintervallen

INSTRUCTIE
Inspectie- en onderhoudsinstructies moeten in acht worden genomen. Wonneer deze Niet in acht worden genomen, vervalt de garantie.
Als onderhoud van de transportkoeling is gepland, verschijnt deze melding ommiddelijk na de controletest op het display.

Afb. 7: Onderhoudsaanvraag
Raadpleeg uw servicepartner.
8.2 Regelmatige visuele inspections
Voer regelmatig visuele inspecties van uw voertuiguit om de transportkoeling volledig functionerend te houden. Hierdoor wordt het volledige vermogen van de transportkoeling behouden en worden fouten die tot dure reparations hunnen leiden snel ontdekt.

INSTRUCTIE
Neem contact op met uw servicepartner als de transportkoeling of de aanslui-tingen ervan beschadigd়n.
Meerdere punten die hieronder zijn opgesomd, kurz u regelmatig zonder veel moeite controlleren.
Voertuig

LETOP!
Wateen kleine beschadiging van het voertuig door een onceval lijkt teijken, kan een enorme invloed hebben op de werkking van de transportkoeling.
De laadruimte-isolatie speelt een belangrijke rol bij de efficiente werkung van de transportkoeling. Kleine beschadigingen können al tot gevolg hebben dat de koellading, met name bij hoge omgevingstemperaturen, onvoldoende worden gekoeld. Hetzelfde geldt voor externe schade aan het voertuig, bijvoorbeeld veroorzaakt doorkleine ongevallen.
Voer waarom regelmatig een visuèle contrôle van uw voertuiguit. Als beschadigingen worden herkend, neem dan contact op met de fabrikant van de laadruimte-isolatie.
Controllerregelmatig:
- Correcte Werking van de laaddeuren
-Beschadiging van de deurafdichtingen - Beschadiging van de sluitfunctie van de deuren
- Beschadiging van het voertuig aan de buitenzijde van de laadruimte
Voertuigaccu

LETOP!
Laat de laadstatus van de accu regelmatig controlleren door een gekwalificierde werkplaats.
De elektrische compressor worden gevoed door de voertuigaccu. Daarom要去 de voertuigaccu alsijd voldoende geladen zijn om correcte werking van de transportkoeling te konnen garanderen.
Mogelijk oorzaken voor een onvoldoende lading kunnen zijn:
- Niet gebruiken van het voertuig
- Het vooral afleggen van korte afstanden
Verdampergroep

LET OPI!
- Zorg ervoor dat de verdampergroepijdens het laden en lossen nicht beschadigd worden.
- De verdampergroep mag nicht gebrukt worden voor het vastzetten van gekoelde waren.
De verdampergroep met ventilator bevindt zich in de laadruimte. Voer regelmatig een visuele controle uit van de verdamper.
Beschadiging van de verdampergroep kan leiden tot functiestoringen van de transportkoeling en beschadiging van de gekoelde waren.
Controllerregelmatig:
- Beschadiging van en scheuren in de afdekking van de verdampergroep
- Knikken in en andere beschadiging van de condenswaterslang
Voldoende ruimte voor de luchtcirculatie rond de openingsen van de luchtinlaat en -uitlaat
Compressor-condensorenheid

LETOP!
Te snel rijden over oneffenheden, door gaten en dergelijkke kan de aandrijfeenheid van de elektrische transportkoeling, geinstalleerde houders en andere bevestigingen beschadigen. Onachtzaamheid van de voertuigbestuurder leidt tot verval van de aansprakelijkheid.
De compressor-condensorenheit van de transportkoeling bevindt zich onder het voertuig in de uitsparing voor het reservewiel. Voer regelmatig een visuele contrôle UIT van de compressor-condensorenheid. Beschadiging van de aanrijfeenheid kan leiden tot functiestoringen van de transportkoeling en beschadiging van de gekoelde waren.
Controllerregelmatig:
- Beschadiging van de compressor-condensorenheid
- De openingsen van de luchtuitlaat
9 S t o r i n g e n
9.1 Uitval van de transportkoeling
Als de transportkoeling gedeeltelijk of geheel uityalt zonder dat er een foutmelding op het display verschijnt:
Controller eerst de zekeringen van de transportkoeling.

LETOP!
Defecte zekeringen要去en worden verrangen door gelijkwaardige zekeringen. Zekeringen können worden herkend aan hun vorm, kleur en zekeringwaarde. Neem contact op met uw servicepartner, als een verrangen zekering opnieuw doorbrandt.

INSTRUCTIE
Neem contact op met uw servicepartner, als toegang tot de zekeringen beperkt is.
De zekeringen voor de compressor en de hoofdstroomvoorziening bevinden zich bij de voertuigaccu. Andere zekeringen bevinden zich op het relaisblok aan dechterwand.
Stroom- Identifica- Verbruikereenheid Installatieplaats sterkte tiekleur
| 150 A Oranje Elektrische compressor Bij de voertuigaccu | |||
| 100 A Blauw Acculader (alleen voor aanvullende uitrusting „Stationaire koeling") | Bij de voertuigaccu | ||
| 30 A Oranje Hoofdvoeding Bij de voertuigaccu | |||
| 15 A Blauw Verdamperventilator 1 In het interieur op de achter- wand | |||
| 15 A Blauw Verdamperventilator 2 In het interieur op de achter- wand | |||
| 10 A Rood Compressor, ventilator, magnetecklep | In het interieur op de achter- wand | ||
| 3 A Paars | Bedieningspaneel | In het interieur op de achter- wand | |
| 3 A Paars | Bedieningspaneel | In het interieur op de achter- wand | |
| 15 A Blauw | Massa | In het interieur op de achter- wand | |
| 1 A Zwart | Alleen voor de aanvul- lende uitrusting „Statio- naire koeling" | In het interieur op de achter- wand | |
| 1 A Zwart | Alleen voor de aanvul- lende uitrusting „Statio- naire koeling" | In het interieur op de achter- wand | |
Als de fouit nicht kan worden verholpen, mag de transportkoeling uitsluitend worden gecontroleerd en gerepareerd door een geautoriseerde Domatic-service-partner.
9.2 Foutmeldingen
Foutmeldingen van de transportkoeling verschijnen op het display met de bijbehorende foutcodes. Het symbol kinnippert en er klinkt een waarschuwingssignaal.
Druk op de toets om het waarschuwingssignaal te bevestigen.

INSTRUCTIE
Foutmeldingen worden automatisch gewist nadat de oorzaak is verholpen.

8
Afb. 8: Foutcode display/alarm
Foutcode Oorzaak Resultaat/oplossing
| SEr | Onderhoud要去 worden uit-gevoerd. | De transportkoeling blijft in bedrijf, maar debout blijft zichtaar op het display:➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| F- - | Functies van de transportkoeling kannen Niet meer worden gestart. | ➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| dor | De laaddeur is open.(De deurstatusfunctie is alleen möglich als de laaddeur over een aanvullend geinstalleerde deurcontactschakelaar beschikt.) | De transportkoeling wordt uitgeschä-keld:➢Sluit de laaddeur. |
| U/L | Er is onderspanning voorhan-den aan de stroomvoorziening voor het contact. | De spanning voor het contact is onvol-doende:➢Schakel de transportkoeling uit.➢Schakel onnodige verbruikers uit, bij-voorbeeld de spiegel- of voorruitver-warming etc.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
Foutcode Oorzaak Resultaat/oplossing
| U2L | Er is onderspanning voorhan-den aan de voertuigaccu. | De laadspanning van de accu is onvoloende of de spanning voor het contactis onvoldoende:➢Schakel onnodige verbruikers uit, bij-voorbeeld de spiegel- of voorruitver-warming etc.Als de foult blijft bestaan:➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| Hrd | Het bedieningspaneel is defect. | ➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| F1 | De laadruimtetelemperatuursensor is defect. | ➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| F2 | De verdampersensor is defect. | ➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| F3 | De druksensor is defect. | ➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| PL0 | Druktemperatuuralarm, te laag. De koelmiddeldruk in de transportkoeling is te laag. | De buitentemperatuur is te laag:➢Bevestig het akoestische waarschuwingssignaal met de toets △➢De transportkoeling schakelt automatisch waar in zodia de buitentemperatuur > 0 °C is en de actuelse temperatuur in de laadruimte hoger is dan de ingestelde temperatuur.Er is onvoldoende koelmiddel in het sys-teem:➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| PH1 | Druktemperatuuralarm, te hoog. | De buitentemperatuur is hoger dan de ingestelde waarde:➢Sluit de laadduren.of➢Gebruik de transportkoeling als de buitentemperatuur > 0 °C is.Als de foult blijft bestaan:➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
| Foutcode Oorzaak Resultaat/oplossing | ||
| Lo | Alarm: temperatuur te laag. De laadruimtetelemperatuur is lager dan de ingestelde waarde. | Als de fout blijft bestaan:➢Schakel de transportkoeling uit. |
| HI | Alarm: temperatuur te hoog. De ingestelde gewenste waarde is nicht bereikt. | Transportgoederen zijn te warm:➢Belaad het voertuig alleen met trans-portgoederen met de gespecifi-ceede opslagtemperatuur. Laaddeuren open:➢Sluit de laaddeuren. Als de fout blijft bestaan:➢Schakel de transportkoeling uit.➢Raadpleeg uw servicepartner. |
10 Garantie

INSTRUCTIE
De aanvaarding van garantieclaims is afhankelijk van het bewijs van correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden met de vereiste intervallen.
De garantie heeft betrekking op de correct en permanent in het voertuig geinstalleerde transportkoeling.
De Domatic Frigo-transportkoelingen zijn gebouwd volgens de allernieuwste technieken enijken onderworpen aan voortdurende controles om een optimale kwaliteit van het product te garanderen.
Indien desondanks fouten in het materiaal of in de verwerking optreden, worden deze binnen de eerste 24 maanden of tot max. 100.000 km verholpen. De start van de garantie hangt af van:
- de registratiedatum van weitere voertuigen of
- de overdrachtsdatum van het voertuig met de transportkoeling aan de klant.
Fouten können worden verholpen door repareren, revisieren ofervangen van de onderdelen. Bel once servicehotline, hoofdstuk „Servicehotline" op pagina 156.
Als de vereiste werkzaamheden in noodgevallen nicht können worden uitgevoerd door een geauthoriseerde Domatic-dealer, dient u een schriftelijk bevestiging van Domatic WAECO International GmbH aan te vragen.
Anders kan de garantie kome te vervalen.
Beschadiging door natuurlijke slijtage, vuur, overmacht, manipulatie door derden, misbruik, onjuiste bediening, ondeskundige behandeling en oncegallen valt nicht onder de garantie.
Verdergaande claims, zoals schadevergoeding, vergoeding van neven- en gevolg Kosten, koopvernietiging of aftschrijving, bestaan Niet.
11 Servicehotline
Geachte klant,
Neem bij problemen met uw Frigo-transportkoeling contact op met unsere servicehotline die u dan helpt bij het vinden van een geauthoriserde werkplaats bij u in de buurt:
Duitsland
Tel: 02572879-966
Fax:02572879-967
- http://service-portal.dometic.com
- https://www.dometic.com/de-de/de/handler-suchen

INSTRUCTIE
Als u een internationale klant bent, neem dan contact op met de dealer in uw land.
12 Afvoer

Als u het product definitief buiten werkung stelt, vraagt u bij het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf of uw dealer maar de betreffende afvoervoorschriften.
| Frigo DC 2500 Frigo DC 3500 | ||
| Temperatuurbereik: +20 °C tot 0 °C | ||
| Bedrijftemperatuar: 0 °C tot +40 °C | ||
| Aansluitspanning: Koeling tijdens het rijden: Stationaire koeling (optioneel): | 12 V= 230 V~, 50 Hz (gebruik op het stroomnet) | |
| Opgenomen vermogen: 1200 W | ||
| Totale stroomsterkte in stand-by: 3,5 mA | ||
| Koelmiddel: R-134a | ||
| Koelmiddelhoeveelheid: 800 g | ||
| CO2-equivalent: 1,144 t | ||
| Aardopwarmingsvermögen (GWP): 1430 | ||
| Geluidsemissie: | <70 dB (A) | |
| Verdamperafmetingen (b x h x d): | 660 mm x 157 mm x 500 mm | 900 mm x 157 mm x 500 mm |
| Afmetingen gelijkstroomeenheid (b x h x d): | 612 mm x 200 mm x 657 mm | |
| Verdampergewicht: | 7,5 kg | 10,5 kg |
| Gewicht gelijkstroomeenheid: | 24 kg | |
| Gewicht gehele transportkoeling: | 43 kg | 47 kg |
| Keuring/certificateen: | CE E1 | |
Bevat gefluoreerde broeikasgassen
Voor de actuèle EU-conformiteitsverklaring voor uw toestel, zich de desbetreffende productpagina op dometic.com of raadpleeg de fabrikant direct (zie achterzijde).