KI2321SE0 - Koelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI2321SE0 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw koel-vriescombinatie |
| Merk | Neff |
| Model | KI2321SE0 |
| Hoogte (cm) | 177,2 (schatting) |
| Breedte (cm) | 54,1 (schatting) |
| Diepte (cm) | 54,8 (schatting) |
| Nettogewicht (kg) | Tot 45 |
| Elektrische voeding | 220-240 V, 50/60 Hz, wisselstroom |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (10 °C tot 43 °C) |
| Koelmiddel | Vermeld op het typeplaatje (ontvlambaar) |
| Volume koelkast (L) | Niet gespecificeerd (schatting 200-250 L) |
| Volume vriezer (L) | Niet gespecificeerd (schatting 50-80 L) |
| Vriescapaciteit (kg/24h) | Vermeld op typeplaatje |
| Opslagtijd bij stroomuitval (h) | Vermeld op website (bewaartijd) |
| Hoofdfuncties | Koelen, vriezen, superfunctie, ijsblokjes maken |
| Temperatuurregeling | Elektronisch, koelgedeelte 2 °C tot 8 °C |
| Binnenverlichting | LED, energieklasse E |
| Ontdooiing | Automatisch voor de koelkast, handmatig voor de vriezer |
| Reiniging en onderhoud | Reinigen met lauw water en neutraal schoonmaakmiddel, geen stoomreiniger gebruiken |
| Veiligheid | Kinderbeveiliging niet vermeld, maar instructies om explosierisico, elektrocutie, koudebrandwonden te voorkomen |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Onderdelen beschikbaar gedurende 10 jaar, reparaties alleen door gekwalificeerd personeel |
Veelgestelde vragen - KI2321SE0 NEFF
Gebruikersvragen over KI2321SE0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI2321SE0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI2321SE0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI2321SE0 NEFF
1.1 Algemene aanwijzingen 76 1.2 Bestemming van het apparaat 76 1.3 Beperking van het gebruikersdoel .... 76 1.4 Veilig transport 76 1.5 Veilige installatie 77 1.6 Veilig gebruik 78 1.7 Beschadigd apparaat 80
2 Het voorkomen van materiële schade 82
3 Milieubescherming en energiebesparing. 82
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 82 3.2 Energie besparen 82
4 Opstellen en aansluiten 82
4.1 Leveringsomvang 82 4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 83 4.3 Apparaat monteren 83 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 83 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten. 84
5 Uw apparaat leren kennen. 84
5.1 Apparaat 84 5.2 Bedieningspaneel 84
6 Uitrusting. 84
6.1 Legplateau 84 6.2 Klep van het vriesvak 84 6.3 Groente- en fruitlade 84 6.4 Deurrekken 85 6.5 Accessoires 85
7 De bediening in essentie. 85
7.1 Apparaat inschakelen 85 7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 85 7.3 Machine uitschakelen 85 7.4 Temperatuur instellen 85
8 Extra functies 86 8.1 Super-functie 86
9 Koelvak 86
9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak. 86 9.2 Koudezones in het koelvak..... 86 9.3 Sticker "OK" 87
10 Vriesvak 87
10.1 Deur van het vriesvak 87 10.2 Invriescapaciteit 87 10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 87 10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 87 10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C 88 10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 88
11 Ontdooien 88
11.1 Ontdooien in het koelvak 88 11.2 Ontdooien in het vriesvak 89
12 Reiniging en onderhoud 89
12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 89 12.2 Apparaat schoonmaken 90 12.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 90 12.4 Onderdelen eruit halen 90
13 Storingen verhelpen 91
13.1 Stroomuitval 93 13.2 Apparaatzelftest uitvoeren 93
14 Opslaan en afvoeren 93
14.1 Apparaat buiten gebruik stellen 93 14.2 Afvoeren van uw oude apparaat 94
15 Servicedienst 94 15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 95 16 Technische gegevens 95

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Doel van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor inbouw.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving, tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Beperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veilig transport
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Het gebruik van een verlengsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
1.5 Veiligheid
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospecialzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Plaats draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. Stel het apparaat nooit bloot aan regen en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. - Laat kinderen niet met kleine onderdelen spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant worden aanbevolen. Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
nI Veiligheid
Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. - Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. - Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Contact opnemen met de servicedienst. → Page 94 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. - Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING - Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte. Schakel het apparaat uit. → Pagina 85
- Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 94
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staan of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. - Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen.
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
- De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. Ontdooi het vriesvak regelmatig.
- Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten contact op met uw dealer of onze servicedienst (zie pagina 94).
De levering bestaat uit:
Inbouw, uitrusting en accessoires, montagemateriaal, montagehandleiding, gebruiksaanwijzing, klantenservice-overzicht, garantiebijlage, energielabel, informatie over energieverbruik en geluiden.
4.2 Criteria voor de opstellocatie
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte die tenminste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje (zie fig. 1/4).
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 45 kg bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje (zie fig. 1/4).
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimtele-temperatuur |
SN 10 °C ... 32 °C
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Over- en onder- en zij-aan-zij opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform de meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal eruit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 90
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1/4
- De netstekker op vastheid controleren. Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
1 Bedieningspaneel → Pagina 84 2 Vriesvak → Pagina 87 3 Groente- en fruitlade → Pagina 84 4 Typeplaatje → Pagina 95 5 Deurrek voor grote flessen → Pagina 85
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
1 Stelt de temperatuur van het koelvak in. 2 Super brandt wanneer de Super-functie ingeschakeld is. 3 Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie terugplaatsen.
→ "Plateau verwijderen", pagina 90
6.2 Klep van het vriesvak
Bewaar op het legplateau achter de klep van het vriesvak vaak gebruikte of kortstondig te bewaren levensmiddelen.
6.3 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Verwijder het condenswater met een droge doek.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8°C tot 12°C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.4 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren, kunt u het deurrek eruit nemen en op een andere positie weerplaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 90
6.5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 3/4 met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken, de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 84
Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 seconden ingedrukt houden.
Het apparaat begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen.
→ Pagina 85
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
3.5. Seconden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op > drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C
→ "Sticker "OK""', pagina 87
Extra functies
Vriesvaktemperatuur instellen
- Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 85.
De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
8 Extra functies
8.1 Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker. Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur voor het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie. → "Invriescapaciteit", Pagina 87
Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
Zo vaak op > drukken tot super brandt.
Opmerking: Na ca. 24 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen
Op > drukken.
9 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren. De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt. - Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen. Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen. Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
9.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in het koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor
komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
9.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4 °C of kouder bereikt zijn.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 85
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
10 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet bij een temperatuur van -18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederf.
10.1 Deur van het vriesvak
Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk bevriest, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.
10.2 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/
4
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Bij het inladen van verse levensmiddelen de Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 86
- Verse levensmiddelen het best zo dicht mogelijk tegen de zijwanden invriezen.
10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt. - Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. - Verdeel de levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak.
10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
nl Ontdooien
Levensmiddelen per portie invriezen. Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. Groente voor het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, poter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten. Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18°C
| Product Bewaartijd | |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Product Bewaartijd |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maan-den |
| Groente, fruit Tot 12 maan-den |
10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. - Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. Brood bij kamertemperatuur ontdooien. Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
11 Ontdooien
11.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak, afhankelijk van de werking, waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
→ Afb. 3
Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet te worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:
→ "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 90.
11.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 uur voor het ontdooien de Super-functie inschakelen. → "Super-functie inschakelen", Pagina 86. De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelelementen, indien voorhanden, wikkelen.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 85
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 84
- De diepvrieswaren inladen.
→ Pagina 87
12 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen dient door de servicedienst te worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 85
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- Als er een rijplaag aanwezig is, deze later ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
→ Pagina 90
12.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING: Kans op elektrische schok.
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 89
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 84
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
12.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
→ Fig. 4
12.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen en het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optillen ① eruit trekken en verwijderen ②
→ Fig. 5
Klep van het vriesvak verwijderen
De klep van het vriesvak openen en van de houder losmaken.
→ Fig. 6
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
→ Fig. 7
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ① en verwijder deze ②
→ Fig. 8
13 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen hiervoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt nicht, in- dicates en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. • Voer de apparaatzelftest uit. → Page 93 • Na het verstreijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weever op normale werkung. |
| LED-verlichting functi- oneert nicht. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk. • Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk. 1. Schakel het apparaat uit. → Page 85 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Page 85 - Als de temperatuur te hoog is, controlleren dan de temperatuur na eenaar uur opnieuw. - Als de temperatuur te laag is, controlleren de tem- peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel- vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. • De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Page 90 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magnetoventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Apparaat producerert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ► Controller de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ► Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
13.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op de website van uw apparaat vindt u in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen. - De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weggooien. - Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
13.2 Apparaatzeltest uitvoeren
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 85
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten. → Pagina 84
- Binnen 10 seconden na het realiseren van de elektrische aansluiting > gedurende 5 tot 7 seconden ingedrukt houden, tot een tweede akoestisch signaal klinkt. De apparaatzelftest start.
Tijdens de apparaatzelftest klinkt tussendoor een lang akoestisch signaal. - Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen klinken en syyee keer knippert, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen klinken en su gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
14 Opslaan en afvoeren
14.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 85
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat ontdooien.
→ Pagina 88
- Het apparaat reinigen. → Pagina 90
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
14.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen, legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldende terugneming en verwerking van oude apparaten.
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldende terugneming en verwerking van oude apparaten.
15 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij de servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijk recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1/4
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1/4
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabase EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

SELF-REPAIR HINTS
[bg] Съвети за ремонт 2 [hr] Savjeti za popravak 18 [cs] Návod k opravě 34 [da] Tip til reparation 50 [en] Self-repair hints 82 [et] Remonditöö 98 [fi] Korjausvinkit 114 [fr] Conseils de réparation 130 [de] Reparatur Hinweise 146 [el] Υποδείξεις επισκευής 162 [hu] Javítási tippek 178 [it] Condizioni 184 [lv] Informācija par remontu 210 [lt] Informacija apie remontą 226 [no] Reparasjonstips 242 [pl] Wskazówki naprawy 258 [pt] Dicas de resolução 274 [ro] Indicii pentru reparare 290 [sk] Poznámky k opravám 306 [sl] Nasveti za popravila 322 [es] Consejo de reparación 338 [sv] Hjälp för självreparation 357 [tr] Onarım ipuçları 370
Съвети за ремонт - Хладилник
1 ОТНОСНО ТОЗИ ДОКУМЕНТ. 3
1.1 Важна информация 3
1.1.1 3 1.2 Обяснение на символите 3 1.2.1 Ниво на опасност 3 1.2.2 Символи за опасност 3 1.2.3 Структура на предупрежденията 4 1.2.4 Общ символ 4
Безопасност. 5
2.1 Общи инструкции за безопасност 2.1.1 Всички домакински уреди.. 5
Инструменти и помощни средства. 6
Ремонт. 7
4.1 Смяна на уплътнението на вратата.. 7
4.1.1 Сваляне на уплътнението на вратата 7 4.1.2 Монтиране на уплътнението на вратата 7
4.2 Смяна на плоска платка 10
4.2.1 Сваляне на плоската платка 10 4.2.2 Монтиране на плоска платка 11
4.3 Deur van de vriezer vervangen 12
4.3.1 Deur van de vriezer verwijderen 12 4.3.2 Deur van de vriezer monteren 12
4.4 Deur vervangen 13
4.4.1 Deur verwijderen 13 4.4.2 Deur monteren 13
4.5 Deur van het glazen paneel vervangen 14
4.5.1 Glazen paneel verwijderen 14 4.5.2 Glazen paneel monteren 14
4.6 Container voor flessen en groenten vervangen 15
4.6.1 Container voor flessen en groenten verwijderen 15 4.6.2 Container voor flessen en groenten monteren 15
Reparatie-informatie - Koelkast
1 Over dit document 67
1.1 Belangrijke informatie 67
1.1.1 Doel 67 1.2 Verklaring van symbolen 67 1.2.1 Gevarenniveaus 67 1.2.2 Gevarensymbolen 67 1.2.3 Structuur van de waarschuwingen 68 1.2.4 Algemene symbolen 68
Veiligheid 69
2.1 Algemene veiligheidsinstructies 69
2.1.1 Alle huishoudelijke apparaten 69
Gereedschappen en hulpmiddelen 70
Reparatie. 71
4.1 Deurafdichting verrangen 71
4.1.1 Deurafdichting verwijderen 71 4.1.2 Deurafdichting monteren 71
4.2 Plat scharnier verrangen 74
4.2.1 Plat deurscharnier verwijderen 74 4.2.2 Plat scharnier monteren 75
4.3 Sleepscharnier verrangen 76
4.3.1 Sleepscharnier verwijderen 76 4.3.2 Sleepscharnier monteren 76
4.4 Plateau verrangen 77
4.4.1 Plateau verwijderen 77 4.4.2 Plateau monteren.. 77
4.5 Deurrek verrangen 78
4.5.1 Deurrek verwijderen 78 4.5.2 Deurrek monteren 78
4.6 Groente- en fruitlade vervangen 79
4.6.1 Groente- en fruitlade verwijderen 79 4.6.2 Groente- en fruitlade installeren 79
4.7 LED-zijlicht vervangen 80
4.7.1 LED-zijlicht verwijderen 80 4.7.2 LED-zijlicht installeren 81
Over dit document
1.1 Belangrijke informatie
1.1.1 Doel
Met deze reparatieaanwijzingen wordt de klant geholpen apparaten te repareren conform de toepasselijke verordening inzake ecologisch ontwerp (met ingang van 03/2021).
Ze bevatten informatie over hoe gedefinieerde reserveonderdelen kunnen worden vervangen, met inbegrip van waarschuwingen en gevaren.
Neem bij vragen contact op met onze klantenservice. We stellen ons alleen aansprakelijk voor schade als de reparatieaanwijzingen correct zijn opgevolgd.
1.2 Verklaring van symbolen
1.2.1 Gevarenniveaus
De waarschuwingsniveaus worden aangegeven met een symbool en een signaalwoord. Het signaalwoord geeft de ernst van het gevaar aan.
Tabel 1: Gevarenniveaus
| Waarschuwingsniveau Betekenis | |
| GEVAAR | Als de waarschuwing Niet in acht worden genommen, leidt dat tot ernstig of dodelijk letsel. |
| WAARSCHUWING | Als de waarschuwing Niet in acht worden genommen, kan dat tot ernstig of dodelijk letsel leiden. |
| VOORZICTIG | Als de waarschuwing Niet in acht worden genommen, kan dat tot Licht letsel leiden. |
| LET OP! | Als de waarschuwing Niet in acht worden genommen, kan dat tot materièle schade leiden. |
1.2.2 Gevarensymbolen
Gevarensymbolen zijn symbolische afbeeldingen die een indicatie geven van het soort gevaar.
De volgende gevarensymbolen worden in dit document gebruikt:
| Gevarensymbol Betekenis | |
| ! | Algemene waarschuwing |
| Gevaar voor elektrische spanning | |
| Ontploffingsgevaar | |
| Snijgevaar |
Over dit document
| Gevarensymbol Betekenis | |
| Beknellingsgevaar | |
| Gevaar voor hete oppervlakken | |
| Gevaar voor sterke magnetische velden | |
| Gevaar voor nicht-ioniserende straling |
Tabel 2: Gevarensymbolen
1.2.3 Structuur van de waarschuwingen
Waarschuwingen in dit document hebben een gestandaardiseerd uiterlijk en een gestandaardiseerde structuur.

In het volgende voorbeeld is een waarschuwing te zien waarmee voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderdelen wordt gewaarschuwd. De maatregel om het gevaar te vermijden wordt vermeld.

1.2.4 Algemene symbolen
De volgende algemene symbolen worden in dit document gebruikt:
| Alg. symbol Betekenis | |
| i | Identificatie van een speciale tip (tekst en/ of afbeeling) |
| 1 | Identificatie van een eenvoudige tip (tekst) |
| Identificatie van een link maar een video-instructie | |
| Identificatie van vereiste gereedschappen | |
| Identificatie van vereiste voorwaarden | |
| if | Identificatie van een voorwaarde (als ..., dan ...) |
| Identificatie van een resultaat | |
| StartlIdentificatie van een toets of knop | |
| [00123456] Identificatie van een materiaalnummer | |
| Status Identificatie van weergegeven tekst / vstenster (in het display van het apparatusat) | |
Tabel 3: Algemene symbolen
Veiligheid
2.1 Algemene veiligheidsinstructies
2.1.1 Alle huishoudelijke apparaten
Gevaar voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderdelen!
- Fouten bij reparaties aan elektrische componenten kunnen tot een elektrische schok leiden! Koppel het apparaat minstens 60 seconden los van het stroomnet voordat u met de werkzaamheden begint. Laat na de reparatie een veiligheidstest conform VDE 0701 of de landspecifieke regelingen uitvoeren.
Gevaar voor letsel aan scherpe randen!
Draag veiligheidshandschoenen.
Beknellingsgevaar tijdens reparatie, onderhoud, probleemoplossing en service vanwege zware en bewegende componenten
Draag veiligheidsschoenen. - Beveilig zware componenten tegen vallen. Steek geen lichaamsdelen in bewegende componenten.
Gevaar voor de veiligheid / werking van het apparaat!
Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
Gevaar voor schade aan elektrostatisch gevoelige componenten (ESD's)! Raak de modules met inbegrip van de aansluitingen en geleiderbanen niet aan.
Gereedschappen en hulpmiddelen
| Benaming Details Afbeeldingen | ||
| Beschermdoek [00342013] | 60 cm x 50 cm | ### |
| Zuignap [00342224] | Ø50 mm | |
| Torxbit TX20 [00340865] | 6,3 mm (1/4") | |

Reparatie
4.1 Deurafdichting verrangen
Voorwaarde: Deur is open.
4.1.1 Deurafdichting verwijderen
- Haal deurafdichting los uit de sleuf in de rechter- en linkerhoek.

- Trek deurafdichting uit gleuf.


Deurafdichting wordt verwijderd.
4.1.2 Deurafdichting monteren

De dikte van de nieuwe deurafdichting kan licht afwijken van de dikte van de oude deurafdichting. Dit doet geen afbreuk aan de sluiteigenschappen en de werking op de lange termijn.
Als uw apparaat verstelbare scharnieren of scharnierbevestigingen heeft, kunt u de sluiteigenschappen later optimaliseren.
De ziggaatjes in de deurafdichting zijn functioneel (vereist voor ventilatie). Dit zijn geen productiefouten.

Reparatie
- Controleer de sleuf voor de afdichting op schade.

- Als de sleuf voor de afdichting is beschadigd:
- Neem contact op met de klantenservice.


Een lichte vervorming van de deurafdichting is normaal en doet geen afbreuk aan de werking.
Het wordt geadviseerd om de deurafdichting recht te trekken voordat u deze in het apparaat steekt.
Verwarm de deurafdichting met een haardroger of met warm water en breng het handmatig terug in vorm.
- Duw de hoeken van de afdichting bovenaan en onderaan in de sleuf.


Reparatie
- Druk de hele afdichting stap voor stap in de sleuf.


De deurafdichting moet worden gemonteerd.
Het verwijderen van de apparaatdeur mag alleen worden uitgevoerd door speciaal opgeleid personeel. - Om het apparaat te verplaatsen zijn twee mensen nodig. - Gebruik alleen geschikte gereedschappen en apparatuur.


VOORZICHTIG
Scherpe randen!
Snijletsel
Draag veiligheidshandschoenen.


VOORZICHTIG
Maak het scharniergedeelte open!
Steek uw vingers niet in het scharniergedeelte. Draag veiligheidshandschoenen.


VOORZICHTIG
Gevaar voor vallende onderdelen als gevolg van losgeraakte
schroeven!
Letsel als gevolg van vallende onderdelen.
Gevaar voor vallende onderdelen als gevolg van losgeraakte
schroeven!
Schade aan andere onderdelen van het apparaat of bij de klant, bij
voorbeeld aan de vloer
Het apparaat is losgekoppeld van de stroomvoorziening.
Meubeldeur wordt verwijderd. Zie montage-instructie. Deur is open.
4.2.1 Plat deurscharnier verwijderen

- Verwijder twee scharnierafdekkingen.


Reparatie
2.1. Draai vier schroeven los (1).
- Schuif de deur eruit en verwijder hem (2).

3.1. Verwijder vier schroeven (1).
- Verwijder scharnieren (2).


Scharnieren worden verwijderd.
4.2.2 Plat scharnier monteren
Monteer in omgekeerde volgorde.

Reparatie
4.3 Sleepscharnier verrangen
Speciale hulpmiddelen:
Torxbit TX20 6,3 mm (1/4") [00340865]

WAARSCHUWING
Zware, omvangrijke apparaten!
Rug- en spierletsel
- Het verwijderen van de apparaatdeur mag alleen worden uitgevoerd door speciaal opgeleid personeel. Om het apparaat te verplaatsen zijn twee mensen nodig.
- Gebruik alleen geschikte gereedschappen en apparatuur.

VOORZICHTIG
Scherpe randen!
Snijletsel
Draag veiligheidshandschoenen.

VOORZICHTIG
Gevaar voor vallende onderdelen als gevolg van losgeraakte
schroeven!
Letsel als gevolg van vallende onderdelen.
Beveilig component tegen vallen.

LET OP!
Gevaar voor vallende onderdelen als gevolg van losgeraakte schroeven!
Schade aan andere onderdelen van het apparaat of bij de klant, bijvoorbeeld aan de vloer.
Apparaat is losgekoppeld van de stroomvoorziening. Meubeldeur en apparaatdeur zijn gescheiden. Zie montage-instructie.
4.3.1 Sleepscharnier verwijderen
- Draai de twee schroeven los (1).
- Verwijder het bovenste scharnier (2).
- Verwijder de deur (3).
- Draai de twee schroeven los (4).
- Verwijder het onderste scharnier (5).

Scharnieren worden verwijderd.
4.3.2 Sleepscharnier monteren
Monteer in omgekeerde volgorde.
Reparatie
4.4 Plateau vervangen
Voorwaarde: Deur is open.
4.4.1 Plateau verwijderen
Trek het plateau eruit.
Plateau worden verwijderd.
4.4.2 Plateau monteren
Monteer in omgekeerde volgorde.
Reparatie
4.5 Deurrek vervangen
Voorwaarde: Deur is open.
4.5.1 Deurrek verwijderen
Licht het deurrek omhoog.
Deurrek worden verwijderd.
4.5.2 Deurrek monteren
Monteer in omgekeerde volgorde.
Reparatie
4.6 Groente- en fruitlade vervangen
Voorwaarde: Deur is open.
4.6.1 Groente- en fruitlade verwijderen
- Trek de groente- en fruitlade zo ver mogelijk naar buiten.
- Til de groente- en fruitlade aan de voorkant op (1). 2. Verwijder de lade (2).

De groente- en fruitlade wordt verwijderd.
4.6.2 Groente- en fruitlade installeren
Monteer in omgekeerde volgorde.
Reparatie
4.7 LED-zijlicht vervangen
Speciale hulpmiddelen:
Zuignap 050 mm [00342224]

Uw apparaat heeft een onderhoudsvrije LED-verlichting
Deze verlichting mag alleen door de klantenservice of geautoriseerde monteurs worden vervangen!


GEVAAR
Gevaar voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderdelen!
Levensgevaar door elektrische schokken in geval van een ondeskundige reparatie
- Elektrische onderdelen moeten door gekwalificeerde elektriciens worden gerepareerd.
- Laat na de reparatie een veiligheidstest conform VDE 0701 of de landspecifieke regelingen uitvoeren.


GEVAAR
Gevaar voor een elektrische schok aan stroomvoerende onderdelen!
Dood door elektrocutie
Haal apparaten minstens 60 seconden voor u met reparaties begint van de stroomvoorziening af.


DORZICHTG
Scherpe randen!
Snijletsel
Draag veiligheidshandschoenen.
Voorwaarde:
Apparaat is losgekoppeld van de stroomvoorziening. Deur is open. Plateaus worden verwijderd.
4.7.1 LED-zijlicht verwijderen
- Plak twee zuignappen op de afdekking van het LED-zijlicht.
- Trek de zuignappen in één draaiende beweging naar voren.


Afdekking van het LED-licht worden verwijderd.

Reparatie
- Verwijder de LED-module.
LED-zijlicht worden verwijderd.
4.7.2 LED-zijlicht installeren

Door de lampafdekking kunnen haken gemakkelijk breken tijdens het verwijderingsproces. Reserveonderdeel LED-zijlicht is de set die ook de LED-module en lichtafdekking bevat.
Monteer in omgekeerde volgorde.
4.2.1 Het platte scharnier verwijderen 90 4.2.2 Het platte scharnier installeren 91
4.3 Het schuifscharnier vervangen 92
4.3.1 Het schuifscharnier verwijderen 92 4.3.2 Het schuifscharnier installeren 92
4.4 Het schap vervangen 93
4.4.1 Het schap verwijderen 93 4.4.2 Het schap installeren 93
4.5 Het deurrooster vervangen 94
4.5.1 Het deurrooster verwijderen 94 4.5.2 Het deurrooster installeren 94
4.1 De deurafdichting vervangen
4.1.1 De deurafdichting verwijderen
4.1.2 De deurafdichting installeren

4.5.1 Het deurrooster verwijderen
4.5.2 Het deurrooster installeren
Draag beschermende handschoenen.
Vereiste:
4.4.1 Het schap verwijderen
Verwijder het opbergvlak.
Het opbergvlak is verwijderd.