CS 330 - Zaag MCCULLOCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 330 MCCULLOCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 330 - MCCULLOCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 330 van het merk MCCULLOCH.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 330 MCCULLOCH
Inleiding Productbeschrijving Dit product is een bosmaaier met een verbrandingsmotor. Er wordt voortdurend gewerkt aan het verhogen van uw veiligheid en efficiëntie tijdens bedrijf. Neem voor meer informatie contact op met uw servicedealer. Gebruik Gebruik het product met een zaagblad, een grasmaaiblad of een trimmerkop voor het snoeien van verschillende soorten vegetatie. Gebruik het product niet voor andere werkzaamheden dan het trimmen en maaien van gras en in de bosbouw. Gebruik een zaagblad voor het zagen van vezelachtige houtsoorten. Gebruik een grasmaaiblad of trimmerkop voor het maaien van gras. Let op: Landelijke of lokale wettelijke voorschriften kunnen van toepassing zijn op het gebruik. Volg de eventuele voorschriften op. Gebruik het product uitsluitend met accessoires die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Zie Technische gegevens op pagina 180
1. Blad (niet voor alle markten)
4. Beschermkap voor snijuitrusting
21. Transportbescherming (niet voor alle markten)
23. Borgpen (voor producten zonder inbussleutel)
Symbolen op het product WAARSCHUWING! Dit product is gevaarlijk. Onzorgvuldig of onjuist gebruik van het product kan leiden tot letsel of de dood van de gebruiker of omstanders. Lees en volg alle veiligheidsinstructies in de bedieningshandleiding om letsel bij de gebruiker of omstanders te voorkomen. 158 1681 - 001 - 28.06.2021Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt. Gebruik een veiligheidshelm op locaties waar objecten op u kunnen vallen. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Gebruik goedgekeurde oogbescherming. Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Gebruik antisliplaarzen voor zwaar gebruik. Het gebruik van het product kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor letsel kan ontstaan. Maximum toerental van de uitgaande as.
15 m Houd personen en dieren op een minimale afstand van 15 m/50 ft tijdens het gebruik van dit product. Risico op terugslag als de snijuitrusting een object raakt dat niet onmiddellijk wordt gesneden. Het product kan lichaamsdelen amputeren. Houd personen en dieren op een minimale afstand van 15 m/50 ft tijdens het gebruik van dit product. Gebruik alleen een flexibele snijdraad. Gebruik geen metalen snijelementen. Dit is van toepassing voor grasbeschermkap- accessoire. De pijlen tonen de grenswaarde voor de stand van de hendel. Primerbalg van brandstofpomp. Vul brandstof bij. Choke. Geluidsemissies naar de omgeving volgens de Europese richtlijn 2000/14/EG en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". De geluidsemissiegegevens vindt u op het machinelabel en in Technische gegevens op pagina 180
Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. yyyywwxxxx Het serienummer staat op het pro- ductplaatje of de laserprint. yyyy is het productiejaar, ww is de productie- week. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciële markten. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. 1681 - 001 - 28.06.2021 159Veiligheid Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.
- Gebruik het product nooit als u moe of ziek bent, of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert. Dit heeft een negatief effect op uw visie, alertheid, coördinatie en oordeel.
- Gebruik het product niet in ongunstige weersomstandigheden, zoals dichte mist, hevige regen, harde wind en hevige koude. Het bedienen van het product in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot extra gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn of de wind kan de valrichting beïnvloeden.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet gebruiken, neem dan contact op met een servicedealer voordat u verdergaat.
- Verwijder de bougiedop als u geen toezicht houdt op het product. Veiligheidsinstructies voor montage WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen wanneer u het product en de snijuitrusting monteert.
- Verwijder de bougiekabel van de bougie voordat u het product monteert.
- Zorg ervoor dat het juiste stuur en de juiste beschermkap van de snijuitrusting zijn gemonteerd voordat u het product gebruikt.
- Een defecte of onjuiste beschermkap van de snijuitrusting kan letsel veroorzaken. Gebruik geen snijuitrusting zonder een goedgekeurde beschermkap.
- Bevestig het koppelingsdeksel en de steel goed voordat u het product start.
- De meenemer en de steunflens moeten correct in de opening in het midden van de snijuitrusting worden gepositioneerd. Een snijuitrusting die niet juist wordt bevestigd, kan ernstig letsel of de dood veroorzaken.
- Bevestig het draagstel aan het product om letsel aan de gebruiker of anderen te voorkomen. Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u lezen en begrijpen wat het verschil is tussen bosmaaien, grasmaaien en gras trimmen.
- Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen, zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 161
- Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanent gehoorverlies. Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming.
- Let op alarmsignalen en luide stemmen wanneer u gehoorbescherming gebruikt. Doe uw gehoorbescherming altijd af wanneer de motor stopt.
- Gebruik het product nooit als het veranderd of defect is.
- Verzeker u ervan dat de bougiedop en startkabel onbeschadigd zijn om het risico van een elektrische schok te voorkomen.
- Kijk rond in het werkgebied en zorg ervoor dat personen, dieren of objecten de veilige werking van het product niet negatief kunnen beïnvloeden.
- Kijk rond in het werkgebied en zorg ervoor dat personen of dieren niet in aanraking komen met de snijuitrusting of dat zij geraakt worden door objecten die uit de snijuitrusting worden geworpen.
1681 - 001 - 28.06.2021• Gebruik het product niet in een situatie of locatie waar u geen hulp kunt krijgen indien zich een ongeval voordoet.
- Gebruik het product niet zonder een goedgekeurde beschermkap van de snijuitrusting.
- Zorg ervoor dat personen of dieren op een minimale afstand van 15 m/50 ft blijven tijdens de werkzaamheden. Kijk altijd achter u voordat u zich met het product omdraait. Stop het product onmiddellijk als een persoon of dier de veiligheidszone van 15 m/50 ft betreedt. Neem een veiligheidsafstand van ten minste 2 maal de boomhoogte en een minimum van 15 m in acht als er meer dan 1 persoon in hetzelfde gebied werkt.
- Onderzoek het werkgebied. Vermijd losse objecten, zoals stenen, gebroken glas, spijkers, staaldraad en touw, die weggeslingerd kunnen worden of zich rondom de zaaguitrusting kunnen wikkelen.
- Zorg ervoor dat u veilig kunt bewegen en zorg voor een veilige houding. Controleer het gebied rondom u op obstakels zoals wortels, rotsen, takken en greppels. Wees voorzichtig bij het werken op hellingen.
- Voorkom overstrekken. Zorg altijd voor een stabiele positie van de voeten en een goed evenwicht.
- Leg het product, alvorens het te starten, op een vlakke ondergrond op minimaal 3 m van de brandstofbron vanwaar u brandstof bijvult. Zorg ervoor dat er geen objecten in de buurt zijn van of in aanraking komen met de snijuitrusting.
- Laat een servicemonteur de rotatiesnelheid afstellen als de snijuitrusting stationair draait. Gebruik het product niet voordat het is afgesteld of gerepareerd.
- Kijk uit voor wegslingerende objecten. Draag altijd goedgekeurde oogbescherming en blijf uit de buurt van de beschermkap van de snijuitrusting. Stenen en andere kleine objecten kunnen in uw ogen schieten en blindheid of ander letsel veroorzaken.
- Wanneer de motor draait, mag u het product alleen neerzetten als u het goed in de gaten kunt houden.
- Verwijder het gesneden materiaal niet en laat het niet door anderen verwijderen, terwijl de motor aan is of de snijuitrusting draait. Dit kan ernstig letsel veroorzaken.
- Stop de motor altijd en zorg ervoor dat de snijuitrusting niet kan draaien alvorens materiaal te verwijderen dat rond de bladas is gewikkeld of vastzit tussen de beschermkap van de snijuitrusting en de snijuitrusting.
- Wees voorzichtig wanneer u in de buurt van de snijuitrusting materiaal verwijdert. De hoekoverbrenging wordt heet tijdens bedrijf en kan brandwonden veroorzaken.
- De uitlaatdampen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten. Risico op brand. Wees voorzichtig met droog en brandbaar materiaal.
- Gebruik het product nooit binnenshuis of in ruimten zonder voldoende ventilatie. Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een kleurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas.
- Stop de motor voordat u naar een nieuw werkgebied gaat. Bevestig altijd de transportbescherming voordat u de uitrusting verplaatst.
- Overmatige blootstelling aan trillingen kan leiden tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen bij personen met een slechte bloedcirculatie. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen waarneemt die wijzen op overmatige blootstelling aan trillingen. Voorbeelden van zulke symptomen zijn slapen, geen gevoel, ”kriebels”, ”speldeprikken”, pijn, geen of minder kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen worden meestal waargenomen in de vingers, handen of polsen. De risico’s kunnen bij lage temperaturen toenemen. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsuitrusting. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste uitrusting.
- Gebruik een helm als de bomen in het werkgebied hoger zijn dan 2 m. 1681 - 001 - 28.06.2021 161• Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming.
- Gebruik goedgekeurde oogbescherming. Als u een vizier gebruikt, moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Een goedgekeurde veiligheidsbril moet voldoen aan de norm ANSI Z87.1 voor de VS of EN 166 voor de EU-landen.
- Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Gebruik beschermende laarzen met stalen neuzen en antislipzolen.
- Gebruik kleding van stevige stof. Gebruik altijd een zware lange broek en lange mouwen. Gebruik geen loszittende kleding die gemakkelijk kan blijven haken aan takjes en struikgewas. Gebruik geen sieraden, korte broeken of sandalen. Werk nooit met blote voeten. Bind voor de veiligheid lang haar samen tot boven schouderhoogte.
- Houd de EHBO-doos in de buurt. Veiligheidsvoorzieningen op het product Voor meer informatie over waar u de veiligheidsvoorzieningen vindt, zie Beschermkap voor snijuitrusting op pagina 163
WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking en voer onderhoud uit. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw McCulloch servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen aan de veiligheidsvoorzieningen uit. U mag het product niet gebruiken als afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn.
- Voor alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan het product, met name ten aanzien van de veiligheidsvoorzieningen, is speciale training nodig. Als de veiligheidsvoorzieningen de in deze gebruikershandleiding voorgeschreven controles niet doorstaan, moet u contact opnemen met de servicewerkplaats. Wij garanderen de beschikbaarheid van professionele reparaties en onderhoud. Indien uw dealer geen servicewerkplaats heeft, vraag hem dan naar de dichtstbijzijnde servicewerkplaats.
- Gebruik geen snijuitrusting zonder een goedgekeurde en correct bevestigde beschermkap. Zie Technische gegevens op pagina 180
Gashendelvergrendeling controleren De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen.
1681 - 001 - 28.06.20211. Druk de gashendelvergrendeling (A) in en controleer of de gashendel wordt ontgrendeld (B). Wanneer u het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke beginposities. Dit gebeurt via twee werkende retourveren. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien.
hij teruggaat naar de beginpositie wanneer u deze loslaat.
4. Controleer of de gashendel en de
gashendelvergrendeling vrij bewegen en of hun retourveren goed werken.
5. Start het product (zie instructies onder
Starten en stoppen op pagina 172 ) en geef volgas.
6. Laat de gashendel los en controleer of de
snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Stel de carburateur af als de snijuitrusting beweegt met de gashendel in de stationaire stand. Zie de instructies in het hoofdstuk Stationair toerental afstellen op pagina 178
2. Zet de stopschakelaar in de stopstand en zorg
ervoor dat de motor stopt. Beschermkap voor snijuitrusting De beschermkap van de snijuitrusting voorkomt dat losse objecten in de richting van de gebruiker kunnen vliegen. Controleer de beschermkap van de snijuitrusting op schade en vervang hem indien hij beschadigd is. Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de snijuitrusting. 1681 - 001 - 28.06.2021 163Trillingsdempingssysteem controleren Het trillingsdempingssysteem vermindert trillingen in de handgrepen tot een minimum wat de bediening vergemakkelijkt.
2. Voer een visuele controle uit op vervorming en
beschadiging, bijvoorbeeld scheuren.
3. Zorg ervoor dat de elementen van het
trillingsdempingssysteem correct zijn bevestigd. Het mechanisme voor snelle ontgrendeling controleren WAARSCHUWING: Gebruik geen draagstel met een defect mechanisme voor snelle ontgrendeling. Met het mechanisme voor snelle ontgrendeling kan de gebruiker in noodgevallen het product snel van het draagstel verwijderen.
2. Voer een visuele controle uit op beschadiging,
bijvoorbeeld scheuren.
3. Maak het mechanisme voor snelle ontgrendeling los
en bevestig het weer om te zien of het goed werkt. Uitlaatdemper
- Gebruik geen motor met een beschadigde geluiddemper. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. Zorg dat er een brandblusser in de buurt is.
- Controleer regelmatig of de geluiddemper aan het product is bevestigd.
- Raak de motor en de geluiddemper niet aan terwijl de motor is ingeschakeld. Raak de motor en de geluiddemper een tijdje niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Een hete geluiddemper kan brand veroorzaken. Let op als u het product in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of dampen gebruikt.
- Raak geen onderdelen van de geluiddemper aan als de geluiddemper beschadigd is. De onderdelen kunnen kankerverwekkende chemicaliën bevatten.
- Reinig het vonkenscherm regelmatig als het product deze heeft. De borgmoer bevestigen en verwijderen WAARSCHUWING: Stop de motor, gebruik veiligheidshandschoenen en wees voorzichtig rond de scherpe randen van de snijuitrusting. Er wordt een borgmoer gebruikt om een aantal soorten snijuitrusting te bevestigen. De borgmoer heeft een linkse schroefdraad.
1681 - 001 - 28.06.2021• Om te bevestigen draait u de borgmoer tegen de rotatierichting van de snijuitrusting in vast.
- Om de borgmoer te verwijderen, draait u de borgmoer los in de rotatierichting van de snijuitrusting.
- Om de borgmoer los en vast te draaien, gebruikt u een dopsleutel met een lange steel. De pijl in de afbeelding toont het gebied waar u de dopsleutel kunt gebruiken. WAARSCHUWING: Wanneer u de borgmoer los- en vastdraait, zou u zich kunnen verwonden aan het blad. Zorg er altijd voor dat de bladbeschermkap voorkomt dat u uw hand verwondt wanneer u dit doet. Let op: Zorg ervoor dat u de borgmoer niet met de hand kunt draaien. Vervang de moer als de nylonborgring een weerstand heeft van minder dan 1,5 Nm. De borgmoer moet worden vervangen nadat deze ca. 10 keer los en vast is gedraaid. Snijuitrusting Selecteer de juiste snijuitrusting en onderhoud deze zodat u:
- Een optimaal maairesultaat krijgt.
- De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
- Volg de instructies voor controle, onderhoud en service voor de geluiddemper.
- Gebruik altijd de goedgekeurde beschermkap voor de snijuitrusting. Zie de technische gegevens. WAARSCHUWING: Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkappen! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Zie de instructies voor de snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de juiste diameter voor de trimmerdraad. WAARSCHUWING: Het gebruik van defecte snijuitrusting kan het risico op ongevallen vergroten. WAARSCHUWING: Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel hebt losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig tot stilstand is gekomen en koppel de bougiekap los voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren. Snijuitrusting
- Gebruik het zaagblad voor het zagen van vezelachtige houtsoorten.
- Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Houd de snijtanden van het blad juist geslepen. Volg de instructies in Scherpen van grasmes en grasmaaiblad op pagina
en gebruik de aanbevolen vijlmal.
- Controleer de snijuitrusting op beschadiging en scheuren. Vervang de snijuitrusting indien deze beschadigd is. 1681 - 001 - 28.06.2021 165• Gebruik een snijuitrusting alleen samen met aanbevolen beschermkappen. Zie Technische gegevens op pagina 180
- Gebruik het product met een goedgekeurd maaiblad. Gebruik geen maaiblad zonder dat de overige vereiste onderdelen naar behoren zijn aangebracht. Zorg dat de installatie op de juiste manier is uitgevoerd en dat de juiste onderdelen zijn gebruikt. Door een onjuiste installatie kan het blad worden weggeslingerd en ernstig letsel toebrengen aan de gebruiker en/of omstanders.
- Draag veiligheidshandschoenen wanneer u het maaiblad hanteert of onderhoud uitvoert.
- Gebruik hoofdbescherming wanneer u een product met een maaiblad gebruikt.
- Een maaiblad kan letsel veroorzaken als het nog draait nadat de motor wordt uitgeschakeld of de gashendel wordt losgelaten. Zorg ervoor dat het maaiblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Schakel de motor uit voordat u werkzaamheden aan de snijuitrusting uitvoert. Zorg ervoor dat de snijuitrusting volledig tot stilstand komt. Koppel de kabel van de bougie los.
- Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen.
- Gebruik nooit beschadigde snijuitrusting.
- Bevestig de transportbeveiliging op het maaiblad wanneer u het product vervoert of opslaat. Scherpen van grasmes en grasmaaiblad
- Vijl alle snijkanten van de grasmaaibladen en - messen gelijkmatig om de balans te bewaren. Gebruik een platte vijl met enkele kapping. Zaagblad slijpen WAARSCHUWING: Stop de motor. Draag beschermende handschoenen.
- Raadpleeg de meegeleverde instructies voor het correct slijpen van het blad.
- Zorg ervoor dat het product en het blad voldoende steun hebben wanneer u het slijpt.
- Gebruik een ronde vijl van 5,5 mm (7/32 inch) in combinatie met een vijlhouder.
- Houd de vijl in een hoek van 15°.
1681 - 001 - 28.06.2021• Slijp één tand van het zaagblad naar rechts en de volgende tand naar links, zie de afbeelding. 15˚ Let op: Slijp de randen van de tanden met een platte vijl als het blad zwaar versleten is. Ga verder met slijpen met een ronde vijl.
- Slijp alle snijkanten gelijkmatig om het blad in balans te houden.
- Pas de bladinstelling aan op 1 mm (0,04 inch) met het aanbevolen instellingsgereedschap. Raadpleeg de met het blad meegeleverde instructies. WAARSCHUWING: Gooi een blad dat beschadigd is altijd weg. Probeer niet om een verbogen of verdraaid blad recht te buigen en opnieuw te gebruiken. Trimmerkop WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat de trimmerdraad strak en gelijkmatig rond de trommel is gewikkeld om schadelijke trillingen te voorkomen.
- Gebruik alleen aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden.
- Gebruik alleen de aanbevolen snijuitrusting.
- Kleinere machine hebben over het algemeen kleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd.
- De lengte van de trimmerdraad is belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot.
- Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Hiermee wordt de trimmerdraad op de juiste lengte gesneden.
- Om de levensduur van de trimmerdraad te verlengen, kunt u deze een paar dagen in water weken voorafgaand aan gebruik. Brandstofveiligheid
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start de motor niet als u brandstof op het product of op uw lichaam hebt gemorst.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop goed vast, zodat er geen brand kan ontstaan.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
- Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank.
- Zorg dat er geen brandstof wordt gemorst wanneer u het product of de jerrycan met brandstof verplaatst.
- Plaats het product of de jerrycan met brandstof niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan 1681 - 001 - 28.06.2021 167open vuur, vonken of waakvlammen. Zorg dat er geen open vuur aanwezig is in de opslagruimte.
- Gebruik alleen goedgekeurde jerrycans voor het verplaatsen of opslaan van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat het product gedurende lange tijd wordt opgeslagen. Neem lokale wetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof.
- Reinig het product voordat het gedurende lange tijd wordt opgeslagen.
- Verwijder de bougiekabel voordat het product wordt opgeslagen, zodat de motor niet onbedoeld kan starten. Veiligheidsinstructies voor onderhoud
- Neem contact op met uw servicepunt als het stationaire toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stopt. Gebruik het product niet voordat het correct is afgesteld of gerepareerd. Montage WAARSCHUWING: Lees het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product monteert. Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat monteren, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. WAARSCHUWING: Verwijder de bougiekabel van de bougie voordat u het product monteert. Handgreep installeren
1. Bevestig de handgreep op de montagesteun zoals
weergegeven. Monteren van bladen en trimmerkoppen WAARSCHUWING: Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de bladen. Zie Technische gegevens op pagina
. Een defecte kap kan letsel veroorzaken. WAARSCHUWING: Als u het product met een grasmaaiblad gebruikt, dient u eerst de juiste handgreep, beschermkap van het maaiblad en draagstel te monteren. WAARSCHUWING: Als u de maaibladen niet naar behoren monteert, dan kan dit letsel veroorzaken.
1. Zorg dat het hoger liggende deel van de meenemer/
steunflens goed in het midden van de bladen valt.
2. Breng de bladen aan.
Monteren van bladbeschermkap, grasmaaiblad en grasmes OPGELET: Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de bladen. Zie de bedieningshandleiding. OPGELET: Controleer of de verlenging van de beschermkap is verwijderd. 168 1681 - 001 - 28.06.20211. Monteer de bladbeschermkap/beschermkap van desnijuitrusting (A) op de steel en zet deze vast met debout (L).
2. Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.3. Draai de uitgaande as totdat een van de openingenin de meenemer op één lijn ligt met deovereenkomstige opening in het tandwielhuis.4. Breng de borgpen (C) aan in de opening om de as tevergrendelen.5. Plaats het maaiblad (E), de steunflens (F) en desteunkop (G) op de uitgaande as.6. Breng de moer (H) aan. Houd de steel van dedopsleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkapvast. Om de moer vast te draaien, moet u dedopsleutel tegen de draairichting in draaien. Draai demoer vast met een moment van 35-50 Nm (3,5-5kpm).
Let op: Linkse schroefdraad. De trimmerbeschermkap en de trimmerkop monteren Let op: Zorg dat u de juiste trimmerbeschermkapvoor de juiste trimmerkop gebruikt.1. Bevestig de juiste trimmerbeschermkap/combibeschermkap (A) voor de trimmerkop.2. Monteer de trimmerbeschermkap/combibeschermkap rond de as en draai deze vastmet de bout (B). Gebruik de borgpen of inbussleutel (C).
3. Leg de borgpen of inbussleutel (C) in de groef op dekop van de bout en zet vast.4. Bevestig de meenemer (D) op de uitgaande as.5. Draai de uitgaande as rond tot een van deopeningen van de meenemer samenvalt met deovereenkomstige opening in het transmissiehuis.6. Monteer de borgpen of inbussleutel (C) in deopening om de as te vergrendelen.7. Monteer de trimmerkop/kunststof bladen (E). Draaide trimmerkop/kunststof bladen linksom vast.
8. Ga voor het demonteren in omgekeerde volgordevan de instructies te werk.
De beschermkap en het zaagblad monteren OPGELET: Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de1681 - 001 - 28.06.2021 169bladen. Zie Technische gegevens op pagina
1. Verwijder de bevestigingsplaat (H).
2. Monteer de adapter (I) en de klem (J) met de twee
3. Monteer de beschermkap (A) met de 4 bouten (L) op
4. Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
5. Draai de bladas rond tot één van de openingen van
de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
7. Plaats het maaiblad (D) en de steunflens (F) op de
8. Breng de moer (G) aan. De moer moet met een
aanhaalmoment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) worden aangehaald. Gebruik de dopsleutel uit de gereedschapsset. Houd de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt gedraaid.
Let op: Linkse schroefdraad.
9. Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou
u zich kunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er daarom altijd voor dat uw hand wordt afgeschermd door de bladbeschermkap. Dit is makkelijker bij gebruik van een voldoende lange dopsleutel. De pijl in de afbeelding geeft het gebied aan waar u de inbussleutel moet gebruiken bij het los- respectievelijk vastdraaien. De transportbescherming bevestigen
1. Bevestig de transportbescherming aan het blad
zoals afgebeeld. Draagstel afstellen WAARSCHUWING: Het product moet altijd stevig aan het draagstel worden vastgehaakt. Als dit niet het geval is, kunt u het product niet veilig bedienen en dit kan leiden tot letsel bij uzelf en anderen. Gebruik 170 1681 - 001 - 28.06.2021nooit een defect product. Gebruik geen draagstel met een defecte snelontgrendeling.
1. Doe het draagstel om.
2. Sluit het product aan op het stopcontact.
3. Stel het draagstel af voor de beste werkhouding.
4. Verstel de schouderband zodanig dat het product
gelijkmatig op uw schouders weegt.
5. Stel het draagstel zodanig af dat de snijuitrusting
parallel aan de grond is.
6. Laat de snijuitrusting licht tegen de grond rusten.
Stel vervolgens de klem van het draagstel zodanig af dat het product goed in evenwicht is. Let op: Als u een grasmaaiblad gebruikt, moet dit ongeveer 10 cm/4 inch boven de grond blijven. Werking WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product gebruikt. Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Brandstof Dit product is uitgerust met een tweetaktmotor. OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade. Gebruik een mengsel van benzine en tweetaktolie. Voorgemengde brandstof
- Gebruik voorgemengde McCulloch-alkylaatbrandstof voor optimale prestaties en een lange levensduur van de motor. Deze brandstof bevat minder schadelijke stoffen dan reguliere brandstof waardoor de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen wordt beperkt. Bij gebruik van deze brandstof blijven er minder verbrandingsresten in de motor achter waardoor de onderdelen van de motor schoner blijven. Brandstof mengen Benzine
- Gebruik hoogwaardige loodvrije benzine met maximaal 10% ethanol (E10). OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON/87 AKI. Een lager octaangetal kan leiden tot pingelen van de motor wat tot motorschade kan leiden. Tweetaktolie
- Gebruik voor de beste resultaten en optimale prestaties McCulloch tweetaktolie.
- Als geen McCulloch tweetaktolie beschikbaar is, gebruik dan een andere hoogwaardige tweetaktolie voor luchtgekoelde motoren. Bespreek de keuze van de tweetaktolie met uw servicedealer. OPGELET: Gebruik geen tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde outboardoil. Gebruik geen olie die is bedoeld voor viertaktmotoren. Benzine en tweetaktolie mengen Benzine, liter Tweetaktolie, liter 2% (50:1) 1681 - 001 - 28.06.2021 1715 0,10 10 0,20 15 0,30 20 0,40 Us gallon US fl. oz. 1 2 ½ 2 1/2 6 ½ 5 12 ⅞ OPGELET: Wanneer u kleine hoeveelheden brandstof mengt, kunnen kleine fouten grote gevolgen hebben voor de mengverhouding. Meet de hoeveelheid olie nauwkeurig af om het juiste mengsel te verkrijgen.
1. Giet de helft van de benzine in een schone
brandstofbestendige houder.
2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.
3. Schud het brandstofmengsel.
5. Schud het brandstofmengsel grondig.
OPGELET: Meng maximaal de hoeveelheid brandstof die u nodig hebt voor 1 maand. Brandstoftank vullen WAARSCHUWING: Houd u voor uw eigen veiligheid aan de volgende procedure.
1. Stop de motor en laat de motor afkoelen.
2. Maak het gebied rondom de brandstoftankdop goed
3. Schud de container en zorg ervoor dat de brandstof
volledig is gemengd.
4. Draai de brandstoftankdop langzaam los om de druk
te laten ontsnappen.
5. Vul de brandstoftank.
OPGELET: Zorg dat er niet te veel brandstof in de brandstoftank zit. De brandstof zet uit wanneer deze heet wordt.
6. Draai de tankdop volledig vast.
7. Verwijder gemorste brandstof op en rond het
8. Verwijder het product altijd ten minste 3 m uit de
buurt van de tankplaats en brandstofbron voordat u het product gaat starten. Let op: Zie Productoverzicht op pagina 158 om te zien waar de brandstoftank op uw product is. Starten en stoppen Voordat u het product gaat bedienen
- Controleer het werkgebied zodat u op de hoogte bent van het soort terrein, de helling van de ondergrond en of er obstakels zoals stenen, takken en greppels zijn.
- Voer een revisie-inspectie van het product uit.
- Voer de veiligheidsinspecties, onderhoud en servicebeurten uit die in deze handleiding worden aangegeven.
- Zorg dat alle afschermingen en beschermkappen, handgrepen en de snijuitrusting correct zijn aangebracht en onbeschadigd zijn.
- Zorg dat er geen scheuren zijn aan de onderkant van het zaagblad, de grasmaaibladtanden of bij de
1681 - 001 - 28.06.2021opening in het midden van het blad. Vervang het blad als dit beschadigd is.
- Controleer de steunflens op scheuren. Vervang de steunflens als deze beschadigd is.
- Controleer of de borgmoer niet handmatig kan worden verwijderd. Als u de borgmoer handmatig kunt verwijderen, wordt de snijuitrusting niet afdoende vergrendeld en moet u de moer vervangen.
- Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen of scheuren. Vervang de bladbeschermkap als hij geraakt is of scheuren heeft.
- Controleer de trimmerkop en de beschermkap voor de snijuitrusting op beschadigingen of scheuren. Vervang de trimmerkop en de beschermkap voor de snijuitrusting als ze geraakt zijn of scheuren hebben. De motor starten
1. Plaats het product op een vlakke en stabiele
ondergrond. Hou tijdens het maaien de snijuitrusting van de grond.
2. Druk de balg van de brandstofpomp steeds opnieuw
in, totdat de balg wordt gevuld met brandstof. Het is niet nodig de primerbalg volledig te vullen.
3. Zet de chokehendel in de chokestand.
WAARSCHUWING: De snijuitrusting begint onmiddellijk te draaien wanneer u de motor start met de choke.
4. Zet de start/stopschakelaar in de werkstand.
5. Druk de behuizing van het apparaat met uw
linkerhand op de grond. 1681 - 001 - 28.06.2021 1736. Houd het startkoord in uw rechterhand.
7. Trek met uw rechterhand langzaam aan het
startkoord totdat u enige weerstand voelt. WAARSCHUWING: Wikkel het startkoord niet rond uw hand.
8. Trek snel en krachtig aan de koord. Trek steeds
opnieuw het startkoord uit tot de motor start. OPGELET: Trek het startkoord niet volledig uit en laat de starthendel niet zomaar los wanneer het startkoord volledig uitgetrokken is. Dit kan schade aan het product veroorzaken.
9. Zet de choke terug als de motor aanslaat.
10. Bedien de gashendel geleidelijk zodra de motor
11. Zorg ervoor dat de motor soepel draait en laat de
motor 1-2 minuten warm worden voordat u hem gebruikt. Product stoppen
- Druk de stopschakelaar in om de motor te stoppen. Terugslag
- Een terugslag is een plotselinge beweging van het product naar de zijkant, naar voren of naar achteren. Een terugslag vindt plaats wanneer het grasmaaiblad een object raakt dat niet kan worden gemaaid. Op plaatsen waar u moeilijk kunt zien wat u maait, is er een groter risico op terugslag.
- Bij een terugslag bestaat het risico dat het product of de gebruiker uit zijn positie wordt gebracht. Een bewegend blad kan omstanders raken en er is kans op letsel.
- Gooi een blad dat verbogen is, scheuren vertoont of gebroken of beschadigd is, weg.
- Gebruik een scherp blad. Het risico op terugslag is groter als het blad niet scherp is. Algemene werkinstructies WAARSCHUWING: Wees voorzichtig wanneer u een boom zaagt die gespannen staat. Hij kan terugspringen terug naar zijn normale positie vóór of na het zagen en u of het product raken en letsel veroorzaken.
- Zorg voor een open ruimte aan één kant van het werkgebied en begin vanaf daar met de werkzaamheden.
- Beweeg in een regelmatig patroon over het werkgebied.
- Verplaats het product helemaal naar links en rechts om een breedte van 4 tot 5 m bij elke draai te maken.
- Maak een lengte vrij van 75 m voordat u omdraait en terug gaat. Verplaats de jerrycan met benzine met u mee.
- Verplaats u in een richting waar u zo min mogelijk over greppels en obstakels gaat.
- Verplaats u in de richting waar de wind zorgt dat de gesneden vegetatie in het vrijgemaakte gebied valt.
- Verplaats u langs hellingen, niet op en neer. Bosmaaien met een zaagblad Een boom naar links vellen Het onderste gedeelte van de boomstam moet naar rechts worden geduwd om naar links te vellen.
1681 - 001 - 28.06.20212. Zet het zaagblad tegen de boom aan zoals in de afbeelding is weergegeven.
3. Kantel het zaagblad en duw deze met kracht schuin
naar beneden en naar rechts. Duw tegelijkertijd met de bladbeschermkap tegen de boomstam. Een boom naar rechts vellen Het onderste gedeelte van de boomstam moet naar links worden geduwd om naar rechts te vellen.
2. Zet het zaagblad tegen de boom aan zoals in de
afbeelding is weergegeven.
3. Kantel het zaagblad en duw deze met kracht schuin
naar boven en naar rechts. Duw tegelijkertijd met de bladbeschermkap tegen de boomstam. Boom voorwaarts vellen Het onderste gedeelte van de boomstam moet naar achteren worden geduwd om voorwaarts te vellen.
2. Zet het zaagblad tegen de boom aan zoals in de
afbeelding is weergegeven.
3. Trek het zaagblad met een snelle beweging naar
voren. Grote bomen vellen Grote bomen moeten van 2 kanten worden gezaagd.
1. Beoordeel in welke richting de stam moet vallen.
3. Zet de eerste zaagsnede aan de kant van de
valrichting van de boom.
4. Zaag de boom door vanaf de andere kant.
OPGELET: Als het zaagblad blokkeert, trek dan niet aan het product met een plotselinge beweging. Dat kan schade veroorzaken aan het zaagblad, de hoekoverbrenging, as of handgreep. Laat de hendels los, houd de as met beide handen vast en trek het product voorzichtig los. Let op: Gebruik meer zaagdruk om kleine bomen te vellen. Gebruik minder zaagdruk om grote bomen te vellen. Struiken maaien met zaagblad Het onderste gedeelte van de boomstam moet naar rechts worden geduwd om naar links te vellen.
- Dunne bomen en struiken omzagen.
- Beweeg het product van de ene kant naar de andere kant.
- Zaag veel bomen in één beweging. 1681 - 001 - 28.06.2021 175• Voor groepen van dunne bomen: a) Zaag de buitenste bomen hoog uit. b) Zaag de buitenste bomen op de juiste hoogte. c) Zaag vanuit het midden. Als u het midden niet kunt bereiken, zaagt u de buitenste bomen hoog uit en laat u ze vallen. Dit vermindert het risico dat het zaagblad geblokkeerd raakt. Grasmaaien met een grasmaaiblad OPGELET: Gebruik geen grasmaaibladen en grasmessen op hout. Gebruik grasmaaibladen en grasmessen uitsluitend voor lang of ruw gras.
- Beweeg het product van de ene kant naar de andere kant.
- Start de beweging van rechts naar links wanneer u maait. Beweeg het product naar rechts voordat u opnieuw gaat maaien.
- Maai met de linkerkant van het grasmaaiblad.
- Houd het grasmaaiblad een ietsje schuin naar links zodat het gras in een streng wordt gelegd. Dit maakt het eenvoudiger om het gras te verzamelen.
- Zorg voor een stabiele positie met uw voeten uit elkaar.
- Beweeg voorwaarts na iedere beweging naar rechts en zorg wederom voor een stabiele positie voordat u opnieuw gaat maaien.
- Houd de steunkop met een lichte druk op de grond om ervoor te zorgen dat het grasmaaiblad niet de grond raakt.
- Volg deze instructies op om het risico dat het maaisel zich rond het grasmaaiblad wikkelt, te verlagen: a) Geef volgas. b) Ga niet met het grasmaaiblad door het maaisel wanneer u het product van links naar rechts beweegt.
- Stop de motor en verwijder het product los van het draagstel voordat u het maaisel verzamelt. Plaats het product op de grond. Gras trimmen met trimmerkop Gras trimmen
1. Houd de trimmerkop vlak boven de grond en schuin.
Druk de grastrimmerdraad niet in het gras.
2. Verkort de lengte van de trimmerdraad met 10-12
3. Verlaag het motortoerental om het risico op schade
aan planten te beperken.
4. Gebruik 80 % van het vermogen wanneer u in de
buurt van objecten gras maait. Gras verwijderen
1. Houd de trimmerkop boven de grond.
2. Kantel de trimmerkop.
3. Snijd met het uiteinde van de trimmerdraad rond
objecten in het werkgebied. OPGELET: Gras maaien. Andere objecten die worden getroffen door de trimmerdraad verhogen de slijtage van de trimmerdraad.
4. Gebruik 80% van de snelheid bij het snijden en
maaien van vegetatie. Dit vermindert de slijtage van de trimmerkop en de trimmerdraad.
1. Zorg dat de trimmerdraad parallel loopt aan de grond
wanneer u gaat maaien.
2. Duw de trimmerkop niet op de grond. Dit kan schade
aan het product veroorzaken.
3. Gebruik de maximale snelheid.
Gras vegen De luchtstroom van de roterende trimmerdraad kan worden gebruikt om maaisel uit een gebied te verwijderen.
1. Houd de trimmerkop met de trimmerdraad parallel
aan de grond en boven de grond.
3. Beweeg de trimmerkop van de ene naar de andere
kant en veeg het gras. WAARSCHUWING: Reinig de kap van de trimmerkop altijd wanneer u een nieuwe trimmerdraad monteert, om onbalans en trillingen in de hendels te voorkomen. Controleer ook de andere onderdelen van de trimmerkop en reinig deze indien nodig. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren. Onderhoudsschema Onderhoud Elke dag Wekelijks Maande- lijks Reinig het externe oppervlak. X Controleer het draagstel op beschadigingen. X Controleer de gashendelvergrendeling en de gashendel. Zie Gashendelvergren- deling controleren op pagina 162
Controleer de hendel en handgreep op beschadiging en zorg ervoor dat zij cor- rect zijn aangebracht.
Controleer de stopschakelaar. Zie Stopschakelaar controleren op pagina 163 . X Zorg ervoor dat de snijuitrusting niet draait op stationair toerental. X 1681 - 001 - 28.06.2021 177Onderhoud Elke dag Wekelijks Maande- lijks Maak het luchtfilter schoon. Vervang deze indien beschadigd. X Controleer de beschermkap van de snijuitrusting op beschadigingen en scheu- ren.
Zorg ervoor dat het zaagblad of grasmaaiblad correct is bevestigd. Zorg ervoor dat het zaagblad of grasmaaiblad scherp en niet beschadigd is.
Controleer de trimmerkop op beschadigingen en scheuren. Vervang deze indien beschadigd.
Draai de borgmoer volledig vast voor snijuitrustingen met een borgmoer. X Controleer de transportbeveiliging op beschadiging en zorg ervoor dat hij correct kan worden bevestigd.
Draai moeren en bouten aan. X Controleer de motor, de brandstoftank en de brandstofleidingen op lekkages. X Controleer de starter en het startkoord op beschadigingen. X Controleer de bougie. Zie Bougie controleren op pagina 180 . Vervang de bougie indien nodig. Zorg ervoor dat de bougie is uitgerust met een onderdrukker.
Reinig het externe oppervlak van de carburateur en het gebied er omheen. X Zorg ervoor dat de hoekoverbrenging gevuld is met vet. Zie Haakse overbren- ging op pagina 180
Controleer het brandstoffilter op verontreiniging en de brandstofslang op scheu- ren en andere defecten. Vervang indien nodig.
Controleer alle kabels en aansluitingen. X Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie is uitgerust met een onderdruk- ker.
Stationair toerental afstellen De naald voor hoog toerental en de naald voor laag toerental zijn permanent ingesteld en kunnen niet worden afgesteld. Het stationair toerental is de enige functie die kan worden afgesteld.
1. Start de motor en zorg ervoor dat deze warm draait
voordat u het stationair toerental gaat afstellen.
2. Draai de stationairschroef rechtsom tot de
4. Het stationaire toerental moet lager zijn dan het
toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien. Het stationaire toerental is juist wanneer de motor in alle standen soepel draait. Onderhoud uitvoeren aan de geluiddemper De geluiddemper zorgt dat het geluidsniveau omlaag wordt gebracht en geleidt tevens de uitlaatgassen van de gebruiker weg. WAARSCHUWING: Geluiddempers met een katalysator worden zeer warm tijdens het gebruik en blijven enige tijd heet nadat u het product hebt gestopt. Dit geldt ook bij stationair draaien. Als u het product aanraakt, kunt u brandwonden oplopen. Denk na over het risico op brand.
1. Schakel het product uit en laat het afkoelen.
178 1681 - 001 - 28.06.20212. Verwijder de geluiddemper.
3. Verwijder de schroeven waarmee het vonkenscherm
4. Reinig het vonkenscherm als het verstopt is of
vervang het als het beschadigd is. OPGELET: Een beschadigd vonkenscherm mag nooit worden teruggeplaatst. Gebruik een product niet als het vonkenscherm op de geluiddemper ontbreekt of defect is. OPGELET: Indien het vonkenscherm vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de werking van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw servicedealer voor controle van de geluiddemper. Een verstopt vonkenscherm veroorzaakt oververhitting en dat leidt tot schade aan de cilinder en zuiger. Het koelsysteem reinigen/onderhouden Dit product is uitgerust met een koelsysteem. Een vuil of verstopt koelsysteem zorgt ervoor dat het product te heet wordt, waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen raken. Controleer en reinig het koelsysteem met een borstel één keer per week, of vaker bij veeleisende omstandigheden. Het koelsysteem heeft koelribben op de cilinder (A) en een luchtinlaat (B).
Luchtfilter Een vuil luchtfilter kan storing van de carburateur, startproblemen, verlies van motorvermogen en slijtage van motoronderdelen veroorzaken. Het zorgt er bovendien voor dat de motor meer brandstof verbruikt dan nodig is. Reinig het filter met een interval van 8 uur of vaker indien het product in een stoffige omgeving wordt gebruikt. Let op: Afstellen van de motor kan nodig zijn wanneer het luchtfilter gereinigd of vervangen is. Zie Stationair toerental afstellen op pagina 178
Het luchtfilter reinigen en inspecteren
1. Verwijder het luchtfilter.
2. Reinig het vilten luchtfilter met perslucht.
OPGELET: Vervang de vilten luchtfilters als ze niet volledig kunnen worden gereinigd. Vervang een beschadigd vilten luchtfilter altijd.
3. Reinig het binnenoppervlak van het luchtfilterdeksel.
Gebruik perslucht of een borstel. Brandstoffilter Als de motor niet genoeg brandstof krijgt toegevoerd, controleer dan of de luchtopening van de brandstoftankdop en het brandstoffilter (A) niet verstopt zijn. 1681 - 001 - 28.06.2021 179A Haakse overbrenging De hoekoverbrenging is af fabriek gevuld met de juiste hoeveelheid vet. Maar voordat u het product gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de hoekoverbrenging voor 3/4 gevuld is met vet. Gebruik McCulloch speciaalvet. Het is niet nodig om het vet in de hoekoverbrenging te vervangen, tenzij de hoekoverbrenging is gerepareerd. Bougie controleren OPGELET: Gebruik altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair niet goed draait.
- Volg deze instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juist is afgesteld. b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
- Maak de bougie schoon als deze vuil is en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is, zie Technische gegevens op pagina 180
Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 112 112 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L
Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten volgens EN/ISO 11806 en ISO 22868, dB(A), min./max. Uitgerust met trimmerkop (origineel) 100 100 Uitgerust met grasmaaiblad (origineel) 99 99 Uitgerust met zaagblad (origineel) – 99 Trillingsniveau
Equivalente trillingsniveaus (a hv,eq ) aan de handgrepen, gemeten in overeenstemming met EN ISO 11806 en ISO 22867, m/s
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogensniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegaran- deerde geluidsvermogen ook spreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende machines van hetzelfde model conform Richtlijn 2000/14/EG.
De gerapporteerde gegevens voor een equivalent geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische sprei- ding (standaardafwijking) van 1 dB (A).
De gerapporteerde gegevens voor een trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaard- afwijking) van 1 m/s
1681 - 001 - 28.06.2021 181B40 B Elite, B40 BT Elite Steunkop Vast – 182 1681 - 001 - 28.06.2021EG verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaart dat de trimmers McCulloch B40 B Elite met serienummers van 2021 en later (het jaar staat duidelijk op het productplaatje vermeld, gevolgd door het serienummer) voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in de RICHTLIJNEN VAN DE RAAD:
- van 17 mei 2006 'met betrekking tot machines' 2006/42/EG
- van 26 februari 2014 "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2014/30/EU
- van 8 mei 2000 "met betrekking tot geluidsemissies in het milieu" 2000/14/EG. Conformiteitsbeoordeling volgens bijlage V. Raadpleeg voor informatie betreffende geluidsemissie de sectie met technische gegevens.
- van 8 juni 2011 "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur" 2011/65/EU. De volgende normen zijn van toepassing:
Notice-Facile