CS 42STE - Zaag MCCULLOCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 42STE MCCULLOCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 42STE - MCCULLOCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 42STE van het merk MCCULLOCH.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 42STE MCCULLOCH
- oogbescherming zoals een geventileerde anticondensveiligheidsbril of dito gelaatscherm
- een goedgekeurde veiligheidshelm
- gehoorbescherming (oordoppen of oorkappen) Bedien een kettingzaag nooit terwijl u deze slechts met één hand vasthoudt. De gebruiker moet steeds beide handen gebruiken om de kettingzaag te bedienen. Voorkom dat de punt van de geleider in contact komt met enig voorwerp. Gemeten maximale terugslagwaarde. A-gewogen geluidsdrukniveau op 7,5 meter (25 foot) volgens Australia NSW "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2008". Deze informatie staat vermeld op het label.
Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. Deze gegevens staan vermeld in het hoofdstuk TECHNISCHE GEGEVENS en op het label. Dit product voldoet aan de geldende EG-richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende EAC-richtlijnen. Dit product voldoet aan de Australische regelgeving voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC). Gebruik ongelode benzine en tweetaktolie in een mengverhouding van 2% (50:1). Benzine-olieverhouding 50:1. Gebruik geen E15- of E85- mengbrandstoffen. Zaagkettingolie aanbrengen. De motor wordt stopgezet, door de ontsteking met behulp van de stopschakelaar uit te schakelen. Brandstofpomp. Kettingrem ontgrendelen. Kettingrem vergrendelen. Kettingrem:
- vergrendeld (rechts) Draairichting van de ketting.
130130130KEN UW MACHINE
LEES DEZE HANDLEIDING EN VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOORDAT U DE KETTINGZAAG GEBRUIKT. Vergelijk de afbeeldingen met uw machine, om vertrouwd te raken met de locatie van de verschillende bedieningselementen en afstelmechanismen. Bewaar deze handleiding zodat u deze later kunt raadplegen. OPMERKING: Het uiterlijk van uw product kan afwijken van het weergegeven item.
7. Schroef voor stationair draaien
11. Vuldop voor brandstofmengsel
13. Vuldop voor geleider- en
25. Aandrijfschakels
26. Draairichting van de ketting
27. Bevestigingsknop van geleider
131131131VEILIGHEID a WAARSCHUWING! Koppel altijd de draad van de bougie los en plaats deze buiten het bereik van vonken van de bougie, om per ongeluk starten tijdens het opzetten, vervoeren, afstellen of repareren te voorkomen. Dit geldt niet bij het afstellen van de carburateur. INLEIDING Een kettingzaag is een snel zaaggereedschap voor hout. Er dienen speciale veiligheidsmaatregelen te worden genomen om het risico op ongelukken te verminderen. Het niet opvolgen van alle veiligheidsregels en waarschuwingen kan ernstig letsel tot gevolg hebben. Als zich een situatie voordoet die niet in deze handleiding wordt behandeld, dient u voorzichtigheid te betrachten en uw gezonde verstand te gebruiken. Als u hulp nodig hebt, neem dan contact op met uw erkende servicedealer of de klantenservice. VOORUITPLANNEN
- Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig tot u alle veiligheidsregels, waarschuwingen en instructies voor de bediening volledig begrijpt, voordat u het apparaat gebruikt.
- Dit apparaat mag uitsluitend worden gebruikt door volwassen gebruikers die de veiligheidsregels, waarschuwingen en instructies voor de bediening in deze gebruiksaanwijzing begrijpen en kunnen opvolgen.
- Draag beschermende uitrusting. Draag altijd veiligheidsschoenen met een stalen neus en antislipzool, nauwsluitende kleding, antisliphandschoenen voor zwaar gebruik, oogbescherming zoals een niet- condenserende geventileerde veiligheidsbril of dito gelaatscherm, een goedgekeurde veiligheidshelm en een goede gehoorbescherming (oordoppen of een gehoorkap). Regelmatige gebruikers moeten geregeld hun gehoor laten controleren aangezien lawaai van een kettingzaag gehoorschade kan veroorzaken. Haar op schouderlengte vastzetten.
- Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de ketting wanneer de motor draait.
- Houd kinderen, omstanders en dieren op een afstand van minimaal 10 meter (30 foot) van het werkgebied. Laat geen andere personen of dieren bij u in de buurt komen terwijl u de kettingzaag start of gebruikt.
- Bedien een kettingzaag niet wanneer u moe, ziek of overstuur bent, of wanneer u alcohol, drugs of medicijnen (hebt) gebruikt. U moet in een goede fysieke toestand verkeren en alert zijn. Werken met een kettingzaag is zwaar. Indien uw toestand zodanig is dat deze door zwaar werk kan verslechteren, dient u een arts te raadplegen alvorens een kettingzaag te gebruiken.
- Plan uw zaagactiviteiten zorgvuldig van tevoren. Begin niet met zagen tot het werkgebied vrij is, u stevig staat en, bij het vellen van bomen, een gepland pad hebt om weg te lopen.
- Bedien een kettingzaag nooit met één hand. Bediening met één hand kan leiden tot ernstig letsel voor de gebruiker, assistenten en/of omstanders. Een kettingzaag is bedoeld om met twee handen te gebruiken.
- Gebruik de kettingzaag alleen in een goed geventileerde buitenruimte.
- Gebruik de zaag niet vanaf een ladder of in een boom.
- Zorg ervoor dat de ketting geen voorwerpen kan raken terwijl u de motor start. Probeer de zaag nooit te starten wanneer de geleider in een zaaggroef zit.
- Oefen geen druk uit op de zaag wanneer een tak bijna is doorgezaagd. Hierdoor kunt u de controle over het apparaat verliezen wanneer de tak is doorgezaagd.
- Stop de motor voordat u het apparaat neerzet.
- Gebruik geen kettingzaag die beschadigd is, niet goed is afgesteld of niet compleet en veilig gemonteerd. Vervang de geleider, de ketting, de handbescherming of de kettingrem altijd onmiddellijk wanneer deze beschadigd of kapot is of om een andere redenen is verwijderd.
- Blootstelling aan trillingen door langdurig gebruik van handgereedschappen op benzine kan letsel van de bloedvaten of zenuwschade in de vingers, handen en gewrichten veroorzaken bij mensen die aanleg hebben voor circulatieaandoeningen of abnormale zwellingen. Langdurig gebruik bij koud weer is in verband gebracht met schade aan bloedvaten bij overigens gezonde mensen Indien symptomen optreden zoals gevoelloosheid, pijn, verlies van kracht, verkleuring of verandering van de huid, of verlies van het gevoel in de vingers, handen of gewrichten, staak dan het gebruik van het apparaat en raadpleeg een arts Een antivibratiesysteem garandeert niet dat deze problemen kunnen worden voorkomen Gebruikers die motorische gereedschappen continu en regelmatig gebruiken, dienen hun lichamelijke toestand en de toestand van het apparaat nauwlettend in de gaten houden.
- Zorg dat de motor is gestopt en draag de kettingzaag met de demper weggericht van uw lichaam en de geleider en ketting naar achteren, liefst afgeschermd met een hoes.
132132132ONDERHOUD VAN UW ZAAG
- Al het onderhoud aan uw kettingzaag moet worden XLWJHYRHUGGRRUHHQJHNZDOL¿FHHUGHVHUYLFHGHDOHU met uitzondering van de zaken die staan vermeld in het hoofdstuk "Onderhoud" van deze handleiding. Als bijvoorbeeld het verkeerde gereedschap wordt gebruikt om het vliegwiel te verwijderen of vast te houden terwijl er onderhoud wordt uitgevoerd aan de koppeling, kan dit leiden tot constructieschade aan het vliegwiel, waardoor dit kan barsten.
- Controleer of de zaagketting stopt zodra de gashendel wordt losgelaten. Zie het hoofdstuk ONDERHOUD voor het afstellen van de carburateur.
- Pas de zaag nooit op enige wijze aan.
- Houd de handvatten droog, schoon en vrij van olie of brandstofmengsel.
- Zorg ervoor dat de brandstof- en oliedop, schroeven en bevestigingen altijd stevig zijn aangedraaid.
- Gebruik alleen de aanbevolen originele accessoires en vervangingsonderdelen.
- In sommige regio's bepaalt de wetgeving dat veel motortypes met interne verbranding moeten uitgerust zijn met een vonkenscherm. Als u een kettingzaag gebruikt in een regio waar een dergelijke wetgeving geldt, bent u wettelijk verantwoordelijk voor het onderhouden van de goede bedrijfsstaat van deze onderdelen. Als u dit niet doet, wordt dit beschouwd als een overtreding van de wet. Raadpleeg het gedeelte ONDERHOUD voor onderhoud aan het vonkenscherm. BRANDSTOF HANTEREN
- Rook niet terwijl u brandstof hanteert of de zaag gebruikt.
- Zorg dat er zich geen bronnen van vonken of open vuur bevinden op de plaatsen waar brandstof wordt gemengd of omgegoten. Roken, open vuur en werkzaamheden die vonken kunnen veroorzaken, zijn hier verboden. Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Houd altijd een hulpmiddel voor brandblussen beschikbaar, voor het geval u dit nodig mocht hebben.
- Zorg dat u brandstof altijd buiten op braakliggende grond mengt en overgiet. Bewaar brandstof op een koele, goed geventileerde plaats en gebruik voor brandstofdoeleinden altijd een goedgekeurde, gemerkte container. Veeg gemorste brandstof weg voordat de zaag wordt gestart.
- Ga ten minste 3 meter (10 foot) bij de vulplaats vandaan voordat u de motor start.
- Zet de motor uit en laat de zaag afkoelen op een brandveilige plaats, niet op droge bladeren, stro, papier, enz. Verwijder langzaam de vuldop en vul brandstof bij.
- Bewaar het apparaat en de brandstof op een plaats waar brandstofdampen niet in aanraking kunnen komen met vonken, open vuur van boilers, elektromotoren, elektrische schakelaars, fornuizen enz.
KENNIS VAN TERUGSLAG
a WAARSCHUWING! Voorkom terugslag: deze kan ernstig letsel tot gevolg hebben. Terugslag is de achterwaartse, opwaartse of plotselinge voorwaartse beweging van de geleider die optreedt wanneer de ketting van de zaag vlakbij het bovenste uiteinde van de geleider in contact komt met een voorwerp zoals een stam of een tak, of wanneer het hout de ketting in de zaaggroef insluit. Daarnaast kan het in contact komen met een vreemd voorwerp in het hout leiden tot het verlies van de controle over de kettingzaag. ROTERENDE TERUGSLAG Roterende terugslag kan optreden wanneer de bewegende ketting in contact komt met een voorwerp aan het bovenste uiteinde van de geleider. Door dit contact kan de ketting zich in het voorwerp werken, waardoor de ketting even stopt. Het gevolg is een bliksemsnelle terugslagreactie die de geleider omhoog en in de richting van de gebruiker doet schieten.
TERUGSLAG DOOR VASTKLEMMING
Terugslag door vastklemming kan optreden wanneer het hout de bewegende ketting langs de bovenzijde van de geleider insluit en vastklemt in de zaaggroef, waardoor de ketting plotseling wordt gestopt. Dit plotselinge stoppen van de ketting kan resulteren in het omkeren van de kracht van de ketting die wordt gebruikt voor het zagen van hout, waardoor de zaag in de tegengestelde richting van de kettingrotatie gaat bewegen. De zaag wordt hierdoor teruggedreven naar de gebruiker. INTREKKEN Intrekken kan optreden wanneer de bewegende ketting in contact komt met een vreemd voorwerp in het hout in de zaaggroef aan de onderkant van de geleider, waardoor de ketting van de zaag plotseling wordt gestopt. Dit plotselinge stoppen trekt de zaag naar en weg van de gebruiker, waardoor deze gemakkelijk de controle over de zaag kan verliezen.
- Wees u ervan bewust dat terugslag kan optreden. Wanneer u in essentie begrijpt hoe terugslag werkt, kunt u het verrassingselement, dat een grote rol speelt bij ongelukken, verminderen.
- Laat de bewegende ketting nooit in contact komen met een voorwerp aan het uiteinde van de geleider.
- Houd het werkgebied vrij van obstakels zoals andere bomen, takken, stenen, hekken, stronken, enz. Verwijder of vermijd elk obstakel dat de ketting van uw zaag kan raken terwijl u zaagt. Laat de geleider bij het zagen van een tak geen contact maken met de tak of andere voorwerpen eromheen.
- Houd uw ketting scherp en op een goede spanning. Een losse of botte ketting kan het risico op het optreden van terugslaan vergroten. Volg de aanwijzingen van de fabrikant op ten aanzien van het slijpen en onderhoud van de ketting. Controleer de spanning met regelmatige tussenpozen en bij stilstaande motor, nooit terwijl de motor draait. Zorg ervoor dat de moeren van de geleider stevig aangedraaid worden nadat de ketting is gespannen.
- Begin te zagen op volle snelheid en blijf op volle snelheid zagen. Als de ketting langzamer beweegt, is er meer risico op het optreden van terugslag.
- Gebruik wiggen van kunststof of hout. Gebruik nooit metaal om de zaaggroef open te houden.
- Zaag één stam tegelijk.
- Wees bijzonder voorzichtig wanneer u de zaag in een bestaande zaaggroef brengt. 133133133• Probeer niet te zagen vanaf het uiteinde van de geleider (steekzagen).
- Let op verschuiving van de stam en andere krachten die een zaaggroef kunnen sluiten en in de ketting terecht kunnen komen of deze kunnen vastklemmen.
- Draai de zaag niet wanneer u de geleider uit een kapsnede trekt tijdens het korten.
- Gebruik de geleider voor minder terugslag en de
- Houd de zaag goed vast met beide handen wanneer de motor draait, en laat niet los. Door de zaag stevig vast te houden vermindert u de terugslag en houdt u meer controle over de zaag. Houd de vingers van uw linkerhand om de voorste handgreep en uw duim eronder. Houd uw rechterhand geheel om de achterste handgreep, of u nu rechts- of linkshandig bent. Houd uw linkerarm recht met geblokkeerde elleboog.
- Tijdens het korten plaatst u uw linkerhand zodanig op de voorste handgreep, dat deze op een rechte lijn ligt met uw rechterhand op de achterste handgreep. Verwissel nooit uw linker- en rechterhand, ongeacht op welke manier u zaagt.
- Sta op beide voeten met uw gewicht gelijk verdeeld.
- Sta iets links van de zaag, zodat uw lichaam niet op één lijn staat met de zaagketting.
- Voorkom overstrekken. U kunt anders uit balans worden getrokken of geduwd en de controle over de zaag verliezen.
- Zaag nooit boven schouderhoogte. Het is moeilijk om de zaag onder controle te houden wanneer deze zich boven schouderhoogte bevindt.
EIGENSCHAPPEN VOOR VEILIGHEID BIJ
TERUGSLAG a WAARSCHUWING! Uw zaag heeft de volgende voorzieningen om het gevaar van terugslag te beperken. Deze voorzieningen kunnen dit gevaar echter niet geheel elimineren. Gebruikers van een kettingzaag mogen niet puur op veiligheidsmechanismen vertrouwen. U moet alle veiligheids-, onderhouds- en algemene instructies in deze handleiding opvolgen om terugslag en andere krachten die ernstig letsel tot gevolg kunnen hebben, te helpen voorkomen.
GELEIDER VOOR MINDER TERUGSLAG
De geleider voor minder terugslag is ontworpen met een uiteinde met een kleine diameter, waardoor de omvang van de terugslaggevarenzone aan het uiteinde van de geleider wordt verkleind.
KETTING VOOR MINDER TERUGSLAG
Een ketting voor minder terugslag is ontworpen met HHQGLHSWHVWHOOHUPHWSUR¿HOHQHHQYHLOLJKHLGVVFKDNHO GLHWHUXJVODJNUDFKWHQDÀHLGWHQKHWKRXWJHOHLGHOLMNLQ de zaag laat bewegen.
HANDBESCHERMING VÓÓR
De handbescherming vóór is ontworpen om het risico te verminderen dat uw linkerhand de ketting raakt als uw hand van de voorste handgreep mocht glijden. De afstand tussen uw handen en hun uitlijning, die door de voorste en achterste handgreep ontstaan, zorgen voor evenwicht en weerstand bij het onder controle houden van de draaibeweging van de zaag in de richting van de gebruiker indien er terugslag optreedt. KETTINGREM De kettingrem is ontworpen om de ketting te stoppen als er terugslag optreedt. OPMERKING: Wij bieden geen garanties en u mag niet aannemen dat de kettingrem u beschermt indien er terugslag optreedt. Vertrouw niet op de veiligheidsvoorzieningen die in uw zaag zijn geïntegreerd. U moet de zaag zorgvuldig en op de juiste wijze gebruiken, om terugslag te voorkomen. Reparaties aan een kettingrem moeten worden uitgevoerd door een erkende servicedealer. Breng uw apparaat naar de servicedealer waar u het hebt gekocht, of anders naar de dichtstbijzijnde erkende hoofdservicedealer. MONTEREN a WAARSCHUWING: Wanneer u de zaag geassembleerd hebt ontvangen, herhaalt u alle stappen om te garanderen dat het apparaat goed in elkaar is gezet en dat alle bevestigingsmiddelen goed vastzitten. Draag altijd handschoenen wanneer u de ketting hanteert. De ketting is scherp en u kunt zich er ook aan snijden wanneer deze niet beweegt!
HET KOPPELINGSDEKSEL VERWIJDEREN
OPMERKING: De kettingrem moet worden ontgrendeld voordat u het koppelingsdeksel van de kettingzaag kunt verwijderen of aanbrengen. Om de kettingrem te ontgrendelen, trekt u de handbescherming vóór zo ver mogelijk naar achteren naar de voorste handgreep (zie afbeelding).
1. Controleer of de kettingrem in de ontgrendelde
stand staat door de handbescherming vóór naar de voorste handgreep te trekken.
2. Draai de bevestigingsknop van de geleider
helemaal los en verwijder deze door de hendel op te tillen en linksom te draaien. 1341341343. Verwijder het koppelingsdeksel. OPMERKING: Als het koppelingsdeksel niet eenvoudig kan worden verwijderd van de kettingzaag, trekt u de handbescherming vóór zo ver mogelijk naar achteren naar de voorste handgreep, om er zeker van te zijn dat de kettingrem is ontgrendeld.
4. Verwijder het kunststof afstandsstuk voor transport
(A), indien aanwezig.
DE BOOMAANSLAG BEVESTIGEN
(indien nog niet bevestigd) De boomaanslag kan worden gebruikt als een draaipunt tijdens het zagen. Bevestig de boomaanslag met de twee schroeven, zoals weergegeven.
DE GELEIDER BEVESTIGEN
(Indien nog niet bevestigd) Een stelpen en schroef worden gebruikt om de spanning van de ketting af te stellen. Het is erg belangrijk bij het monteren van de geleider, dat de stelpen die zich op de stelschroef bevindt, overeenkomt met het gat in de geleider. Door aan de schroef te draaien, wordt de stelpen omhoog en omlaag bewogen langs de schroef. Plaats eerst deze stelpen voordat u de geleider op de zaag gaat monteren. Zie de volgende afbeelding.
1. Draai aan de spanring tot de stelpen tussen de
indicatormarkeringen (B) op het koppelingsdeksel staat. Hierdoor bevindt de stelpen zich ongeveer in de juiste positie.
2. Schuif de geleider met de ketting over de bouten
tot de geleider tegen het kettingwiel van de koppelingstrommel aanligt. Zaagtanden moeten in de rotatierichting staan.
3. Controleer of de aandrijfschakels van de ketting
goed op de kettingwielaandrijving passen en of de ketting in de groef op de geleider zit.
4. Monteer het koppelingsdeksel en steek de stelpen
in de opening van de geleider.
5. Breng de bevestigingsknop van de geleider slechts
handvast aan. Zodra de ketting is gespannen, moet de bevestigingsknop van de geleider verder worden vastgedraaid. KETTING SPANNEN (inclusief apparaten waarop de ketting al is aangebracht) a WAARSCHUWING: Als de zaag wordt gebruikt met een losse ketting, kan de ketting van de geleider lopen, wat kan leiden tot ernstig letsel voor de gebruiker en/of schade aan de ketting die deze onbruikbaar maakt. Als de ketting van de geleider loopt, moet u iedere aandrijfschakel controleren op schade. Een beschadigde ketting moet worden gerepareerd of vervangen. De kettingspanning is zeer belangrijk. Kettingen rekken op tijdens gebruik. Dit geldt met name voor de eerste keren dat u de zaag gebruikt. Controleer de kettingspanning elke keer voordat u de kettingzaag start. Op een nieuwe ketting moet de kettingspanning vaak gecontroleerd worden tot de ketting goed ”ingelopen” is. Correct aangespannen kettingen geven goede bedrijfsprestaties en hebben een lange levensduur.
DE SPANNING CONTROLEREN
Gebruik een schroevendraaier om de ketting om de geleider te bewegen. Als de ketting niet draait, zit deze te strak. Als de ketting doorhangt aan de onderkant van de geleider, zit de ketting te los. 135135135OPMERKING: De ketting is juist gespannen als deze niet door zijn eigen gewicht doorhangt aan de onderkant van de geleider (wanneer de kettingzaag rechtop wordt gehouden), maar de ketting nog wel vrij om de geleider kan bewegen.DE SPANNING AFSTELLEN1. Hef de hendel op de bevestigingsknop van de geleider en draai hem 1 slag linksom om het koppelingsdeksel los te draaien.OPMERKING: Wanneer u de kettingspanning afstelt, moet de bevestigingsknop van de geleider slechts handvast zijn gedraaid. Als u probeert de ketting te spannen terwijl de bevestigingsknop van de geleider vastzit, kan hierdoor schade ontstaan.2. Draai de spanring rechtsom tot de ketting volledig contact maakt met de onderkant van de geleiderail.
A = linksom (losdraaien)B = rechtsom (aanhalen)3. Zet de hendel op de bevestigingsknop van de geleider terug in de originele stand. a WAARSCHUWING: Het niet in de originele stand terugzetten van de hendel op de bevestigingsknop van de geleider kan leiden tot ernstig letsel of beschadiging van uw kettingzaag. BRANDSTOFHANTERING BRANDSTOFTANK VULLEN a WAARSCHUWING: Verwijder de dop langzaam als u brandstof bij wilt vullen.BELANGRIJK: Dit apparaat is ontworpen voor gebruik van loodvrije benzine met een octaangetal van minimaal 90 (RON) met maximaal 10 vol.-% ethanol (E-10). Vóór gebruik moet de benzine gemengd worden met een hoogwaardige synthetische motorolie voor luchtgekoelde 2-taktmotoren die is ontworpen op een mengverhouding van 50:1. GEBRUIK GEEN olie voor motorvoertuigen of vaartuigen. Deze olie beschadigt de motor. Volg bij het mengen van brandstof de instructies op de verpakking. Nadat de olie is toegevoegd aan de benzine moet u de container even goed schudden om er zeker van te zijn dat de brandstof goed gemengd is. Lees voor het vullen van uw machine met brandstof altijd de veiligheidsvoorschriften en volg deze op. Schaf brandstof aan in hoeveelheden die binnen 30 dagen gebruikt kunnen worden, om ervoor te zorgen dat de brandstof vers is.LET OP: Gebruik nooit zuivere benzine in uw apparaat. Dit leidt tot blijvende motorschade en het vervallen van de beperkte garantie. Gebruik geen alternatieve brandstoffen zoals mengsels met meer dan 10 vol.-% ethanol (E-15, E-85) of brandstof gemengd met methanol. Het gebruik van deze brandstoffen kan de prestaties en levensduur van de motor in hoge mate nadelig beïnvloeden.Benzine, liter Tweetaktolie, liter5 0,1010 0,2015 0,3020 0,40
SMERING VAN GELEIDER EN
KETTING De geleider en de ketting moeten voortdurend worden gesmeerd. Het automatische smeersysteem zorgt voor de smering, mits de olietank tijdig wordt bijgevuld. Bij een tekort aan olie gaan de geleider en de ketting snel kapot.Een tekort aan olie leidt tot oververhitting, die te herkennen is doordat er rook van de ketting komt en/of door verkleuring van de geleider. Bij vorst wordt de olie dikker, waardoor deze moet worden verdund met een kleine hoeveelheid (5 tot 10%) hoogwaardige diesel of kerosine. De olie voor de geleider en ketting moet vrij door het oliesysteem kunnen stromen, zodat er voldoende olie wordt rondgepompt voor een adequate smering.Speciale olie voor geleiders en kettingen wordt aanbevolen om uw apparaat te beschermen tegen 136136136overmatige slijtage door warmte en wrijving. Als er geen speciale olie voor geleiders en kettingen beschikbaar is, gebruikt u een hoogwaardige SAE 30-olie.
- Gebruik altijd verse olie voor het smeren van de geleider en de ketting.
- Zet de motor altijd uit voordat u de oliedop verwijdert.
Voer de volgende stappen vóór elk gebruik van de machine uit:
- Controleer het niveau van het brandstofmengsel
- Controleer de smering van de geleider
- Controleer de scherpte van de ketting OPMERKING: Het scherpen van de ketting is gecompliceerd werk waarvoor speciaal gereedschap nodig is. Voor het scherpen van de ketting verwijzen wij u naar een professionele kettingscherper.
- Controleer de kettingspanning
- Inspecteer en reinig de geleider
- Controleer of er geen onderdelen beschadigd zijn
- Controleer of er geen doppen los zitten
- Controleer of er geen bevestigingen los zitten
- Controleer of er geen onderdelen los zitten
- Controleer op brandstof- en olielekken OPMERKING: Het is normaal dat er een kleine hoeveelheid olie onder de zaag te zien is nadat de motor is uitgezet. Verwar dit niet met een lekkende olietank. STARTPOSITIE
1. Leg de kettingzaag op een vlakke ondergrond.
De zaaguitrusting mag de grond niet raken. Zorg ervoor dat de ketting vrij kan draaien zonder contact met obstakels.
2. Vergrendel de kettingrem door de
handbescherming naar voren te duwen.
3. Plaats uw linkerhand op de handgreep en uw
rechterhand op het startkoord. Duw uw rechtervoet in de achterste handgreep om de kettingzaag te stabiliseren.
4. Volg de instructies voor het starten.
137137137EEN KOUDE MOTOR STARTEN
Volg deze instructies om uw kettingzaag te starten. Uw kettingzaag is voorzien van een herinneringssticker voor het starten, vergelijkbaar met de hieronder weergegeven sticker: Zorg ervoor dat de kettingrem vóór het starten is vergrendeld. Druk de primerbalg van brandstofpomp 10 keer in. Als u geen brandstof ziet, drukt u de primerbalg van de brandstofpomp nogmaals 10 keer in. Opmerking: Druk 15 keer als de buitentemperatuur lager is dan 4 °C. Ontgrendel de blauwe starthendel en zet hem in de bovenste stand (START). Trek krachtig met uw rechterhand aan het startkoord totdat de machine start, maar maximaal 6 keer. Opmerking: Als de machine na 6 keer trekken niet start, herhaalt u de procedure voor het starten van een koude motor. BELANGRIJK: Gebruik bij het trekken aan het startkoord niet de volledige lengte, aangezien het koord daardoor zou kunnen breken. Laat het startkoord niet terugschieten. Houd de handgreep vast en laat het koord langzaam terugrollen. Laat de motor 30 seconden draaien. Voordat u naar volgas gaat, trekt u de handbescherming vóór richting de voorste handgreep. De kettingrem is nu ontgrendeld. Druk de gashendel 10 seconden in en laat deze vervolgens los om het normale stationaire toerental in te stellen. Uw kettingzaag is nu klaar voor gebruik. a WAARSCHUWING: De ketting mag niet bewegen wanneer de motor draait met stationair toerental. Als de ketting beweegt bij stationair toerental, raadpleegt u het hoofdstuk ONDERHOUD voor het afstellen van de carburateur. a WAARSCHUWING: Vermijd contact met de geluiddemper. Een hete geluiddemper kan ernstige brandwonden veroorzaken. a WAARSCHUWING: Bij het starten van de kettingzaag mag u deze niet in uw handen houden en er niet mee gooien. Dit kan leiden tot ernstig letsel voor de gebruiker, omdat deze de kettingzaag niet onder controle heeft.
EEN WARME MOTOR STARTEN
Zorg ervoor dat de kettingrem vóór het starten is vergrendeld. Druk de primerbalg van brandstofpomp 10 keer in. Zet de blauwe starthendel in de bovenste stand (START). Zet de blauwe starthendel in de onderste stand (RUN). Trek krachtig met uw rechterhand aan het startkoord totdat de machine start, maar maximaal 6 keer. Voordat u naar volgas gaat, trekt u de handbescherming vóór richting de voorste handgreep. De kettingrem is nu ontgrendeld. Druk de gashendel 10 seconden in en laat deze vervolgens los om het normale stationaire toerental in te stellen. Uw kettingzaag is nu klaar voor gebruik. MOEILIJK STARTEN (of starten van een verzopen motor) OPMERKING: Als het apparaat niet start, is de brandstof mogelijk te warm. OPMERKING: Gebruik altijd nieuwe brandstof en verkort de gebruiksduur bij warm weer.
1. Leg het apparaat op een koele plek, uit de buurt
van direct zonlicht.
2. Laat het apparaat minimaal 20 minuten afkoelen.
3. Druk het balgje voor extra brandstoftoevoer
gedurende 10 tot 15 seconden telkens opnieuw in.
4. Volg de procedure voor het starten van een koude
motor. STOPPEN Om de motor te stoppen, duwt u de STOP-schakelaar omlaag. a WAARSCHUWING! Om onbedoeld starten te voorkomen, moet de bougiedop altijd van de bougie worden verwijderd wanneer de machine onbeheerd wordt achtergelaten. 138KETTINGREM a W AARSCHUWING: Als de remband door slijtage te dun is geworden, kan deze breken wanneer de kettingrem wordt ingeschakeld. Als de remband gebroken is, kan de remketting de ketting niet stoppen. Wanneer een onderdeel van de kettingriem is versleten tot een dikte van minder dan 0,5 mm (0,020 inch), moet de kettingrem worden vervangen door een erkende servicedealer. Reparaties aan een kettingrem moeten worden uitgevoerd door een erkende servicedealer. Breng uw apparaat naar de servicedealer waar u het hebt gekocht, of anders naar de dichtstbijzijnde erkende hoofdservicedealer. De machine is uitgerust met een kettingrem. De rem is ontworpen om de ketting te stoppen indien er terugslag optreedt. De inertie-geactiveerde kettingrem wordt vergrendeld wanneer de handbescherming vóór naar voren wordt gedrukt, hetzij met de hand of automatisch (door een abrupte beweging). Als de rem is vergrendeld, kunt u deze ontgrendelen door de handbescherming vóór zo ver mogelijk naar achteren naar de voorste handgreep te trekken. Tijdens het zagen moet de kettingrem ontgrendeld zijn.
DE REMWERKING REGELEN
OPMERKING: De kettingrem moet meerdere malen per dag worden gecontroleerd. De motor moet draaien terwijl u deze procedure uitvoert. Dit is de enige situatie waarbij de zaag met draaiende motor op de grond mag worden geplaatst. Plaats de zaag op een stevige ondergrond. Houd de achterste handgreep vast met uw rechterhand en de voorste handgreep met uw linkerhand. Druk de gashendel volledig in om volgas te geven. Activeer de kettingrem door uw linkerpols tegen de handbescherming te draaien zonder de voorste handgreep los te laten. De ketting moet onmiddellijk stoppen.
ACTIVERING VAN DE TRAAGHEIDSFUNCTIE
CONTROLEREN a WAARSCHUWING! Tijdens het uitvoeren van de volgende procedure moet de motor zijn uitgeschakeld.
1. Houd de achterste handgreep vast met uw
rechterhand en de voorste handgreep met uw linkerhand.
2. Houd de kettingzaag ongeveer 40-45 centimeter
(16-18 inch) boven een stronk of ander houten oppervlak.
3. Laat de voorste handgreep los en gebruik het
gewicht van de zaag om het uiteinde van de geleider naar beneden te laten wijzen en contact te laten maken met de stronk. Wanneer het uiteinde van de geleider de stronk raakt, moet de rem geactiveerd worden. ARBEIDSTECHNIEK
OEFENEN VAN UW ZAAGSNEDEN
Oefen met het zagen van een paar kleine boomstammen met behulp van de volgende technieken om 'feeling' voor uw zaag te ontwikkelen voordat u begint met omvangrijkere zaagwerkzaamheden.
- Druk de gashendel in en laat de motor het maximale toerental bereiken voordat u gaat zagen.
- Begin met zagen met het zaagframe tegen de boomstam.
- Laat de motor draaien met het maximale toerental zolang u zaagt.
- Laat de zaag het werk doen. Oefen slechts een lichte neerwaartse druk uit. Als u forceert, kan dit leiden tot schade aan de geleider, de ketting of de motor.
- Laat de gashendel los zodra de zaagsnede is voltooid, zodat de motor stationair gaat draaien. Als de zaag op volle toeren draait zonder dat u aan het zagen bent, kan dit leiden tot onnodige slijtage van de ketting, de geleider en de motor. Het is aanbevolen de motor niet langer dan 30 seconden op volle toeren te laten draaien.
- Om te voorkomen dat u de controle verliest wanneer de zaagsnede is voltooid, dient u geen druk uit te oefenen op de zaag wanneer de zaagsnede bijna is voltooid.
- Zet na het zagen de motor uit voordat u de zaag neerlegt.
PLANNEN a WAARSCHUWING! Controleer op afgebroken of dode takken die tijdens het zagen kunnen vallen en tot ernstig letsel kunnen leiden. Zaag geen boom om in de buurt van gebouwen of hoogspanningskabels als u niet weet in welke richting de boom zal vallen. Zaag ook niet 's nachts, vanwege het beperkte zicht, of tijdens slecht weer zoals regen, sneeuw, harde wind, enz. Als de boom een nutsvoorziening raakt, moet u onmiddellijk het nutsbedrijf waarschuwen. Plan uw zaagactiviteiten zorgvuldig van tevoren. Maak het werkgebied vrij. De omgeving van de boom moet vrij zijn, zodat u veilig en stevig kunt staan. De gebruiker van de kettingzaag moet op het hogerliggende terrein blijven, aangezien de boom nadat deze is gekapt, waarschijnlijk heuvelafwaarts rolt of schuift. Kijk naar de natuurlijke omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat de boom in een bepaalde richting valt. Natuurlijke omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat de boom in een bepaalde richting valt, zijn onder andere:
- De windrichting en -snelheid.
- De helling van de boom. De helling van een boom is niet altijd duidelijk vanwege ongelijk of hellend terrein. Gebruik een schietlood of waterpas om de hellingsrichting van de boom te bepalen.
- Gewicht en takken per kant. 139139139• Bomen en obstakels rondom. Let op tekenen van rotting. Als de boomstam rot is, kan deze breken en naar u toe vallen. Controleer op afgebroken of dode takken die tijdens het zagen op u kunnen vallen. Zorg voor voldoende ruimte waar de boom kan vallen. Houd een afstand van 2,5 boomlengte aan tot de dichtstbijzijnde persoon en objecten. Het motorgeluid kan waarschuwingsroepen overstemmen. Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nietjes en draden van/uit de boom waar u gaat zagen. Plan een vrij pad om naar achteren en diagonaal op de valrichting weg te lopen. Let op de gevarenzone (1), het pad om weg te lopen (2) en de valrichting (3) in het volgende schema.
GEBRUIK VAN EEN KAPSNEDE
Een kapsnede wordt gebruikt voor het kappen van grote bomen. Er wordt een uitsparing (de kapsnede) gemaakt aan de kant van de boom waarheen deze moet vallen. Nadat er aan de tegenovergestelde kant van de boom een valsnede is gemaakt, neigt de boom ernaar om in de kapsnede te vallen. OPMERKING: Als de boom grote plankwortels heeft, verwijdert u deze voordat u de kapsnede maakt. Als u de zaag gebruikt om plankwortels te verwijderen, mag de zaag niet de grond raken, om te voorkomen dat de ketting bot wordt. Bij het maken van de kapsnede zaagt u eerst de bovenkant ervan uit. Zaag door tot op 1/3 van de doorsnede van de boom. Maak de kapsnede vervolgens compleet door de onderkant ervan uit te zagen. Zodra de kapsnede is gezaagd, verwijdert u het losgezaagde blok hout uit de boom. Nadat het hout uit de kapsnede is verwijderd, zaagt u de valsnede aan de tegenovergestelde kant van de kapsnede. Zaag hierbij circa 5 centimeter (2 inch) hoger dan het midden van de kapsnede. Hierdoor blijft er voldoende ongezaagd hout over tussen de kapsnede en de valsnede dat als scharnier fungeert. Dit scharnier helpt te voorkomen dat de boom in de verkeerde richting valt. OPMERKING: Gebruik voordat de valsnede is voltooid indien nodig wiggen om de snede open te maken om de controle te houden over de valrichting. Gebruik om terugslag en schade aan de ketting te voorkomen houten of kunststof wiggen, nooit stalen of ijzeren. Wees alert op tekenen dat de boom op het punt staat te vallen: krakende geluiden, verbreding van de valsnede, of beweging in de bovenste takken. Wanneer de boom begint te vallen, stopt u de zaag, legt u deze neer en neemt u snel afstand via uw hiervoor geplande pad. Gebruik uw zaag NIET voor het omzagen van een deels gevallen boom. Wees uiterst voorzichtig met deels gevallen bomen die mogelijk slecht ondersteund zijn. Wanneer een boom niet volledig valt, legt u de zaag aan de kant en trekt u de boom om met een kabellier, takel of trekker. EEN GEVALLEN BOOM ZAGEN (KORTEN) Korten is de term voor het op lengte zagen van de stam van een gevallen boom. a WAARSCHUWING! Ga niet op de stam staan waarin u zaagt. Elk gedeelte kan gaan rollen, waardoor u uw evenwicht en de controle over de zaag kunt verliezen. Ga niet hellingafwaarts staan ten opzichte van de stam waarin u zaagt. BELANGRIJKE PUNTEN:
- Zaag slechts één stam tegelijk.
- Wees zeer voorzichtig bij het zagen van gebarsten hout, aangezien er scherpe stukken hout naar u toe kunnen worden geslingerd.
- Gebruik bij het zagen van kleine boomstammen een zaagbok. Laat nooit een andere persoon de stam vasthouden terwijl u zaagt, en zet de stam nooit vast met uw been of voet.
- Zaag niet in een omgeving weer boomstammen, takken en wortels door elkaar lopen, zoals in een gebied waar bomen zijn omgewaaid. Sleep de boomstammen naar een vrij gebied voordat u ze zaagt. Trek hiertoe eerst blootliggende en vrijgemaakte stammen weg.
- De ketting mag tijdens en na het zagen niet in contact komen met de grond of een ander voorwerp. 140140140a WAARSCHUWING! Probeer de zaag niet met kracht los te krijgen als deze wordt vastgeklemd of anderszins komt vast te zitten in een boomstam. Hierdoor kunt u de controle over de zaag verliezen, wat kan leiden tot letsel en/ of schade aan de zaag. Stop de zaag en drijf een kunststof of houten wig in de snede tot de zaag eenvoudig kan worden verwijderd. Start de zaag weer en breng deze voorzichtig weer in de snede. Gebruik om terugslag en schade aan de ketting te voorkomen geen metalen wig. Probeer de zaag niet te starten terwijl deze is vastgeklemd of anderszins vastzit in een boomstam.
TYPEN SNEDEN VOOR KORTEN
Bij overzagen begint u aan de bovenkant van de boomstam met de onderkant van de zaag tegen de stam. Oefen tijdens het overzagen een lichte neerwaartse druk uit. Bij onderzagen zaagt u in de onderkant van de boomstam met de bovenkant van de zaag tegen de stam. Oefen tijdens het onderzagen een lichte opwaartse druk uit. Houd de zaag stevig vast en zorg dat u de controle erover houdt. De zaag is geneigd naar u toe te duwen. a WAARSCHUWING! Draai de zaag nooit ondersteboven voor het onderzagen. In deze positie kan de zaag niet goed onder controle worden gehouden. Maak de eerste snede altijd aan de drukzijde van de stam. De drukzijde van de stam is waar de druk van het gewicht van de stam het hoogst is.
1. Zaag met overzagen door tot op 1/3 van de
doorsnede van de stam.
2. Rol de stam om en eindig met een tweede snede
door overzagen. OPMERKING: Let op stammen met een drukzijde, om te voorkomen dat de zaag wordt vastgeklemd.
1. Maak de eerste snede aan de drukzijde van de
stam. De eerste snede dient te gaan tot 1/3 van de doorsnede van de stam.
2. Eindig met een tweede snede.
141141141ONTDOEN VAN TAKKEN EN SNOEIEN
a WAARSCHUWING! Wees alert op en voorkom terugslag. Laat de bewegende ketting tijdens het verwijderen van takken en het snoeien de kop van de geleider niet in aanraking komen met andere takken of voorwerpen. Dergelijk contact kan ernstig letsel tot gevolg hebben. a WAARSCHUWING! Klim nooit in een boom om takken te verwijderen of te snoeien. Ga niet op een ladder, platform of boomstam staan, en ga niet in een houding staan die ertoe kan leiden dat u uw evenwicht of de controle over de zaag verliest. BELANGRIJKE PUNTEN
- Werk langzaam en houd de zaag voortdurend stevig met beide handen vast. Zorg dat u te allen tijde stevig en in balans staat.
- Kijk uit voor noesten. Noesten zijn kleine takken die in de ketting terecht kunnen komen, waardoor deze naar u toe kan worden geslingerd of u uit balans kan trekken. Wees uiterst voorzichtig bij het snoeien van kleine takken of dun materiaal.
- Wees alert op terugspringen. Kijk uit voor takken die gebogen zijn of onder druk staan. Voorkom dat u wordt geraakt door de tak of de zaag wanneer de spanning van de houtvezels komt.
- Houd de werkomgeving opgeruimd. Ruim gesnoeide takken regelmatig weg om te voorkomen dat u erover struikelt.
Ontdoe een boom altijd pas van zijn takken nadat deze is omgezaagd. Alleen dan kunnen de takken veilig en goed worden verwijderd. Laat de grotere takken onder de gekapte boom intact om de boom te ondersteunen tijdens de werkzaamheden. Begin aan de onderkant van de gekapte boom met het wegzagen van grote en kleine takken, en werk naar de top. Verwijder kleine takken met één snede. Zorg dat de boom zich altijd tussen u en de ketting bevindt. Zaag vanaf de tegenovergestelde kant van de boom aan waar de tak zich bevindt die u afzaagt. Verwijder grotere, ondersteunende takken met de zaagtechnieken die staan beschreven in KORTEN ZONDER STEUN. Verwijder kleine en vrijhangende takken altijd door middel van overzagen. Bij onderzagen kunnen de takken vallen en kan de zaag vastklemmen. SNOEIEN a WAARSCHUWING! Beperk het snoeien tot takken op schouderhoogte of lager. Zaag geen takken weg die zich hoger bevinden dan uw schouder. Laat dit doen door een deskundige.
1. Maak de eerste snede tot eenderde van de
onderkant van de tak.
2. Maak de tweede snede door de hele tak heen.
3. Maak de derde snede door overzagen, waarbij u
2,5 tot 5 centimeter (1 tot 2 inch) afstand bewaart tot de stam van de boom. ONDERHOUD a WAARSCHUWING: Koppel eerst de bougie los voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, met uitzondering van het afstellen van de carburateur. We raden aan al het onderhoud en alle afstellingen die niet in deze handleiding staan vermeld, te laten uitvoeren door een erkende of hoofdservicedealer. ALGEMENE AANBEVELINGEN De garantie op dit apparaat dekt geen schade die veroorzaakt is door verkeerd gebruik door of nalatigheid van de gebruiker. Om de volledige garantiedekking te houden, dient de gebruiker het apparaat te onderhouden zoals aangegeven in deze handleiding. Verschillende aanpassingen moeten regelmatig worden uitgevoerd om het apparaat op de juiste wijze te onderhouden. BELANGRIJK: Laat alle reparaties die buiten het in de handleiding beschreven geadviseerde onderhoud vallen, uitvoeren door een erkende servicedealer. Als u werk aan de machine laat uitvoeren door een niet-erkende servicedealer, betalen wij mogelijk niet voor reparaties onder garantie. Het is uw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat algemeen onderhoud wordt uitgevoerd. ONDERHOUDSSCHEMA Voor elk gebruik
- Controleer het niveau van het brandstofmengsel
- Controleer de smering van de geleider
- Controleer de kettingspanning
- Controleer de scherpte van de ketting
- Controleer of er geen onderdelen beschadigd zijn
- Controleer of er geen doppen los zitten
- Controleer of er geen bevestigingen los zitten
- Controleer of er geen onderdelen los zitten Om de 5 bedrijfsuren*
- Inspecteer en reinig de geleider 142142142Om de 25 bedrijfsuren*
- Inspecteer en reinig het vonkenscherm en de geluiddemper Jaarlijks
- Eén bedrijfsuur komt ongeveer overeen met 2 tanks brandstof. ONDERHOUDSPROCEDURES
CONTROLEER OP BESCHADIGDE OF
VERSLETEN ONDERDELEN Neem voor het vervangen van beschadigde of versleten onderdelen contact op met een erkende servicedealer OPMERKING: Het is normaal dat er een kleine hoeveelheid olie onder de zaag te zien is nadat de motor is uitgezet. Verwar dit niet met een lekkende olietank.
- ON/STOP-schakelaar - Controleer of de schakelfuncties goed werken door de schakelaar omlaag te duwen. Controleer of de motor tot stilstand komt; start de motor vervolgens weer en ga verder.
- Brandstoftank - Gebruik de zaag niet als de brandstoftank tekenen van schade of lekken vertoont.
- Olietank - Gebruik de zaag niet als de olietank tekenen van schade of lekken vertoont.
- Moeren van de geleider
- Schroeven van handgreep
BRANDSTOFMENGSEL Zie BRANDSTOFTANK VULLEN in het hoofdstuk BEDIENING. SMERING Zie GELEIDER- EN KETTINGOLIE in het hoofdstuk BEDIENING.
Inspecteer het gehele apparaat na elk gebruik op losse of beschadigde onderdelen. Reinig het apparaat en de stickers met een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel. Veeg het apparaat af met een schone, droge doek. KETTINGREM CONTROLEREN Zie KETTINGREM in het hoofdstuk BEDIENING. LUCHTFILTER REINIGEN a :$$56&+8:,1*5HLQLJKHW¿OWHUQLHWLQ benzine of een ander brandbaar oplosmiddel, om brandgevaar en de vorming van schadelijke emissies te voorkomen. (HQYXLOOXFKW¿OWHUOHLGWWRWHHQNRUWHUHOHYHQVGXXUHQ slechtere prestaties van de motor en een toename van het brandstofverbruik en schadelijke emissies. 5HLQLJXZOXFKW¿OWHUDOWLMGQDWDQNVEUDQGVWRIRI 5 bedrijfsuren, wat zich het eerst voordoet. Reinig
jaarlijks, wat zich het eerst voordoet, te vervangen door HHQQLHXZ¿OWHU
1. Draai de drie schroeven (A) op de cilinderkap (B) los.
2. Verwijder de cilinderkap.
water en zeep. Spoel het af met schoon koud water. Laat het volledig aan de lucht drogen voordat u het weer aanbrengt.
Haal ze stevig aan met 1,5-2 Nm (13-18 in-lb).
INSPECTIE DEMPER EN VONKENSCHERM
Bij gebruik van het apparaat wordt koolstofaanslag gevormd op de geluiddemper en het vonkenscherm. Deze aanslag moet verwijderd worden om brandgevaar en beïnvloeding van de motorprestatie te voorkomen. Vervang het vonkenscherm als dit barst. VONKENSCHERM REINIGEN
1. Draai de moer (A) los en verwijder hem uit de kap
2. Verwijder de kap van de uitlaat.
3. Verwijder het vonkenscherm (C). Ga zorgvuldig om
met het scherm, om schade te voorkomen.
4. Reinig het vonkenscherm zachtjes met een
draadborstel. Vervang het scherm als u scheurtjes erin aantreft.
5. Vervang alle defecte of gescheurde onderdelen
van de geluiddemper.
6. Breng het vonkenscherm, de kap van de uitlaat en
143143143de moer weer aan. Haal de moer stevig aan met 2,8-4 Nm (25-35 in-lb). BOUGIE VERVANGEN De bougie moet jaarlijks worden vervangen om te zorgen dat de motor eenvoudig blijft starten en soepel blijft draaien. De ontstekingstiming is vast en kan niet worden ingesteld.
1. Draai de drie schroeven (A) op de cilinderkap (B)
2. Verwijder de cilinderkap.
3. Trek de bougiesteker (C) los.
4. Verwijder de bougie (D) uit de cilinder en gooi de
5. Breng een nieuwe bougie aan en haal hem met
een moersleutel van 19 mm (3/4 inch) stevig aan met 20-34 Nm (15-25 ft-lb). De speling van de bougie moet 0,5 mm (0,02 inch) zijn.
6. Monteer de bougiesteker weer op zijn plaats.
7. Zet de cilinderkap weer vast met de drie
schroeven. Haal stevig aan met 1,5-2 Nm (13-18 in-lb). CARBURATEURAANPASSINGEN a WAARSCHUWING: De ketting beweegt tijdens het grootste gedeelte van deze procedure. Draag uw beschermingsuitrusting en neem alle veiligheidsmaatregelen in acht. De ketting mag niet bewegen wanneer de motor stationair draait. Indicaties voor het afstellen van het stationair toerental De carburateur is nauwkeurig ingesteld in de fabriek Afstelling kan noodzakelijk zijn als u een van de volgende problemen opmerkt:
- De ketting draait op stationair toerental. Zie afstelprocedure STATIONAIR TOERENTAL-T.
- De zaag draait niet op stationair toerental. Zie afstelprocedure STATIONAIR TOERENTAL-T. Afstelling van stationair toerental-T Laat de motor stationair draaien. Als de ketting beweegt, is het stationair toerental te hoog. Als de motor afslaat, is het stationair toerental te laag. Stel het toerental zodanig af, dat de motor draait zonder dat de ketting beweegt (wat wijst op een te hoog stationair toerental) en zonder dat de motor afslaat (wat wijst op een te laag stationair toerental). De stelschroef voor het stationair toerental bevindt zich in het gebied boven de primerbalg van de brandstofpomp en is gelabeld met "T". Draai de schroef voor stationair toerental (T) rechtsom om het motortoerental te verhogen. Draai de schroef voor stationair toerental (T) linksom om het motortoerental te verlagen. KOELSYSTEEM Om de werktemperatuur zo laag mogelijk te houden, is de machine uitgerust met een koelsysteem. Het koelsysteem bestaat uit:
- Luchtinlaat op de starteenheid
- Ribben in het vliegwiel
- Koelribben in de cilinder
- Cilinderkap (leidt koude lucht langs de cilinder) Reinig het koelsysteem na elk gebruik met een borstel of vaker onder veeleisende omstandigheden. Een vuil of verstopt koelsysteem leidt tot oververhitting van de machine waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen raken. 144144144ZAAGKETTING SLIJPEN De snijder De zagende delen van een zaagketting worden zaagschakels genoemd en bestaan uit een snijtand (A) en een dieptestellernok (B). De snijdiepte van de snijder wordt bepaald door het hoogteverschil tussen deze beide punten, oftewel de instelling van de dieptesteller (C). Bij het slijpen van snijtanden moet u rekening houden met vier belangrijke factoren:
- Diameter van de ronde vijl. Snijtanden slijpen Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een ronde vijl en een vijlmal. Zie het gedeelte TECHNISCHE GEGEVENS van deze handleiding voor informatie over de aanbevolen breedte van de vijl en de vijlmal voor de zaagketting die op uw apparaat is aangebracht.
1. Zorg ervoor dat de zaagketting correct is gespannen.
Een slappe ketting kan zijwaarts bewegen, waardoor hij moeilijker op de juiste manier geslepen kan worden.
2. Vijl alle tanden eerst aan de ene kant. Vijl de
snijtanden vanaf de binnenkant en oefen minder druk uit tijdens het terughalen van de vijl.
3. Draai het product om en vijl de tanden aan de andere
4. Vijl zo dat alle tanden even lang zijn. Wanneer
de lengte van de snijtanden slechts 4 mm (5/32") bedraagt, is de zaagketting versleten en moet deze worden vervangen. Hoogte van de dieptesteller aanpassen Slijp de snijtanden voordat u de instelling van de dieptesteller aanpast. Wanneer u de zaagtanden (A) slijpt, neemt de instelling van de dieptesteller (C) af. Om de maximum zaagcapaciteit te behouden, moet de dieptestellernok (B) verlaagd worden tot de aanbevolen hoogte. Zie het gedeelte TECHNISCHE GEGEVENS van deze handleiding voor de juiste instelling van de GLHSWHVWHOOHUYRRUXZVSHFL¿HNHNHWWLQJ OPMERKING: Bij deze aanbeveling wordt ervan uitgegaan dat de lengte van de snijtanden niet abnormaal afgevijld werd. Gebruik een platte vijl en een vijlmal om de hoogte van de dieptesteller aan te passen.
1. Plaats de vijlmal op de zaagketting. Gedetailleerde
informatie over het gebruik van de vijlmal staat op de verpakking van de vijlmal. 1451451452. Gebruik de platte vijl om het overschot van het deel van de dieptestellernok dat onder de mal uitkomt, weg te vijlen. De snijdiepte is correct als u geen weerstand voelt wanneer u de vijl over de mal haalt. GELEIDER Omstandigheden waarbij onderhoud aan de geleider vereist is:
- De zaag neigt naar één kant of zaagt onder een hoek.
- De zaag moet met kracht door de snede worden geduwd.
- Onvoldoende olietoevoer naar de geleider/ketting. Controleer de toestand van de geleider telkens wanneer u de ketting slijpt. Een versleten geleider beschadigt de ketting en bemoeilijkt het zagen. Duw de ON/STOP-schakelaar na ieder gebruik omlaag tot de motor stopt, verwijder vervolgens al het zaagsel van de geleider en de kettingwielopening. Ga als volgt te werk om onderhoud uit te voeren aan de geleider:
1. Draai de moeren van de geleider los en verwijder
deze samen met het koppelingsdeksel. Verwijder de geleider en de ketting van de zaag.
2. Reinig de olieopeningen (A) en de groef van de
3. Het ontstaan van bramen op de geleiderails is een
normaal slijtageproces. Verwijder deze bramen met een platte vijl.
4. Herstel, wanneer de bovenkant van de rail ongelijk is,
vierkante hoeken en zijkanten met een platte vijl. Vervang de geleider wanneer de groef versleten is, de geleider verbogen of gebarsten is of wanneer de rails te heet worden of te veel bramen vertoont. Als vervanging noodzakelijk is, mag hiervoor uitsluitend de geleider worden gebruikt die voor uw zaag staat vermeld in de reparatieonderdelenlijst of op de sticker op de kettingzaag. 146146146PROBLEMEN OPLOSSEN PROBLEEMOPLOSSINGSTABEL a WAARSCHUWING: Stop altijd het apparaat en koppel eerst de bougie los voordat u een van de onderstaande aanbevolen handelingen uitvoert, met uitzondering van handelingen waarvoor de motor moet draaien. PROBLEEM OORZAAK OPLOSSINGDe motor start niet of slaat na enkele seconden af.1. Motor verzopen.2. Brandstoftank leeg.3. Bougie vonkt niet.4. Brandstof bereikt carburateur niet.1. Zie "Moeilijk starten" in het hoofdstuk STARTEN EN STOPPEN.2. Vul tank met juist brandstofmengsel.3. Monteer nieuwe bougie.4. &RQWUROHHURSYHUYXLOGROLH¿OWHUHQvervang zo nodig.Controleer op geknikte of gescheurde EUDQGVWRÀHLGLQJ5HSDUHHURIYHUYDQJzo nodig.Motor draait niet op juiste manier stationair.1. Stationair toerental moet worden afgesteld.2. Carburateur moet worden afgesteld.1. Zie "Carburateuraanpassingen" in het hoofdstuk ONDERHOUD.2. Neem contact op met een erkende servicedealer.Motor accelereert slecht, geeft onvoldoende vermogen of slaat af onder belasting.1. /XFKW¿OWHUYHUYXLOG2. Bougie vervuild.3. Kettingrem ingeschakeld.4. Carburateur moet worden afgesteld.1. 5HLQLJRIYHUYDQJOXFKW¿OWHU2. Reinig of vervang de bougie en stel de speling opnieuw af.3. Zet de kettingrem vrij.4. Neem contact op met een erkende servicedealer.Motor produceert overmatig rook.1. Te veel olie vermengd door benzine.1. Leeg brandstoftank en vul deze opnieuw met juist brandstofmengsel.Ketting beweegt bij stationair toerental.1. Stationair toerental moet worden afgesteld.2. Koppeling moet worden gerepareerd.1. Zie "Carburateuraanpassingen" in het hoofdstuk ONDERHOUD.2. Neem contact op met een erkende servicedealer. OPSLAG Voer telkens na gebruik de volgende stappen uit:
- Laat de motor afkoelen en beveilig het apparaat voordat u het opbergt of transporteert.
- Bewaar de kettingzaag en brandstof in een goed geventileerde ruimte waar brandstofdampen niet in contact kunnen komen met vonken of open vuur van verwarmingsketels, boilers, elektrische motoren of schakelaars, fornuizen enz.
- Laat bij het opbergen van de kettingzaag alle beschermkappen erop zitten en plaats de kettingzaag zodanig dat scherpe onderdelen geen risico vormen op letsel.
- Berg de kettingzaag op buiten het bereik van kinderen. SEIZOENSOPSLAG Maak uw apparaat klaar voor opslag aan het eind van het seizoen of als de machine gedurende 30 dagen of langer niet gebruikt zal worden. Als u de kettingzaag gedurende langere tijd wilt opslaan:
- Reinig de zaag grondig voordat u deze opslaat.
- Gebruik een schone, droge plek als opslagplaats.
- Olie de metalen oppervlakken aan de buitenzijde en de geleider licht.
- Smeer de ketting en wikkel deze in dik papier of een doek. BRANDSTOFSYSTEEM Brandstofstabilisator is een aanvaardbaar alternatief om de vorming van gomresten tijdens de opslag tot een minimum te beperken. Voeg een stabilisator toe aan de benzine in de brandstoftank of in de voor opslag gebruikte brandstofhouder. Volg de instructies voor de mengverhouding die zijn vermeld op de houder van de stabilisator. Laat de motor ten minste 5 minuten draaien na het toevoegen van de stabilisator. MOTOR
- Verwijder de bougie en giet 1 theelepel motorolie voor tweetaktmotoren door de opening van de bougie. Trek 8 tot 10 keer langzaam aan het startkoord om de olie te verspreiden.
- Vervang de bougie door een nieuwe van het aanbevolen type met de juiste warmtegraad.
- Controleer het hele apparaat op losse schroeven, moeren en bouten. Vervang beschadigde, defecte of versleten onderdelen.
- Gebruik aan het begin van het volgende seizoen uitsluitend nieuwe brandstof met de juiste benzine- olieverhouding. OVERIGE
- Bewaar aan het eind van het seizoen geen benzine tot het volgende seizoen.
Capaciteit oliepomp bij 9.000 omw./min., ml/min. 4-8 Inhoud olietank, cm
Type oliepomp Automatisch Gewicht Kettingzaag zonder geleider en ketting, en met lege tanks 4,9 kg (10,8 lb) Geluidsemissies (zie opmerking 1) Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 109 Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd L
dB(A) - Europa 115 Geluidsniveaus (zie opmerking 2) Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) 98,7 Equivalent trillingsniveau, ahveq (zie opmerking 3) Voorste handgreep, m/s
6,24 Ketting/geleider Standaardlengte geleider 35 cm (14 inch), 40 cm (16 inch), 45 cm (18 inch) Aanbevolen geleiderlengtes 35 cm (14 inch), 40 cm (16 inch), 45 cm (18 inch) Bruikbare zaaglengte 34 cm (13,4 inch), 39 cm (15,4 inch), 44 cm (17,4 inch) Kettingsteek (pitch) 9,52 mm (3/8 inch) Dikte van aandrijfschakels 1,3 mm (0,050 inch) Type aandrijfwielen/aantal tanden Spur/7 Kettingsnelheid bij maximum vermogen, m/sec. 20 Opmerking 1: Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Opmerking 2: Vergelijkbaar geluidsdrukniveau, conform ISO 22868, is berekend als de totale tijdgewogen energie voor verschillende geluidsdrukniveaus onder verschillende bedrijfsomstandigheden. Typische statistische spreiding voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau is een standaardafwijking van 1 dB(A). Opmerking 3: Het equivalente trillingsniveau, volgens ISO 22867, wordt berekend als de totale tijdgewogen energie van de trillingsniveaus onder verschillende bedrijfsomstandigheden. De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s
Notice-Facile