B 260 RI Bp - Industriële schrobmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 260 RI Bp Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Industriële schrobmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 260 RI Bp - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 260 RI Bp van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING B 260 RI Bp Kärcher
- 0,00239 0,00239 0,00239 0,00239 0,00239 0,00239 B 260 RI (R100) B 260 RI Combo (R100) B 260 RI (R 120) B 260 RI Combo (R 120) B 260 RI (D100) B 260 RI Combo (D100)70 Nederlands Inhoud Algemene instructies Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele ge- bruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen. Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgen- de eigenaars. Functie Deze schuurzuigmachine wordt voor de natte reiniging of voor het polijsten van effen vloeren gebruikt. Bij de variant Combo wordt los vuil vóór de reiniging door een veeginstallatie opgenomen. Het apparaat kan door instellen van de waterhoeveel- heid, de aanpersdruk, het borsteltoerental, de reini- gingsmiddelhoeveelheid en de rijsnelheid aan de desbetreffende reinigingstaak worden aangepast. Dankzij een werkbreedte van 1000 mm resp. 1200 mm en een capaciteit van het schoonwater- en vuilwaterre- servoir van elk 260 l is een effectieve reiniging bij een lange gebruiksduur mogelijk. Het apparaat heeft een rijaandrijving, de rijmotor wordt aangedreven door een tractiebatterij. De accu's kunnen met behulp van een oplaadapparaat aan een 230V-con- tactdoos worden opgeladen. Accu's en oplaadapparaat zijn bij de Package-varianten inbegrepen. Instructie Overeenkomstig de desbetreffende reinigingstaak kan het apparaat met verschillend toebehoren worden uit- gerust. Vraag naar onze catalogus of bezoek ons op in- ternet op www.kaercher.com. Reglementair gebruik Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in logistieke hallen, fabrieken, in- dustriële installaties, parkeergarages, beurzen en de- tailhandel. Gebruik dit apparaat uitsluitend overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwij- zing. ● Het apparaat mag alleen voor de reiniging van voch- tongevoelige en polijstongevoelige vloeren worden gebruikt. ● Het apparaat is bedoeld voor het reinigen van bin- nenvloeren of overdekte oppervlakken. Voor andere toepassingen moet het gebruik van alternatieve bor- stels of het gebruik van de veeginstallatie worden gecontroleerd. ● Het bedrijfstemperatuurbereik ligt tussen +5 °C en +40 °C. ● Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijvoorbeeld in koelhuizen). ● Bij variant Combo: Het apparaat mag over obsta- kels tot maximaal 2 cm rijden. ● Het apparaat mag niet zonder pluizenzeef in het vuilwaterreservoir worden gebruikt. ● Het apparaat is niet bedoeld voor het reinigen van openbare verkeerswegen. ● Het apparaat mag niet worden gebruikt op drukge- voelige vloeren. Houd rekening met de toelaatbare oppervlaktebelasting van de vloer. De oppervlakte- belasting door het apparaat is aangegeven in de Technische gegevens. ● Het apparaat mag alleen worden uitgerust met origi- nele toebehoren en reserveonderdelen. ● Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in explo- siegevaarlijke omgevingen. ● Er mogen geen ontvlambare gassen, onverdunde zuren of oplosmiddelen met het apparaat worden opgenomen. Daartoe behoren benzine, verfverdun- ner of stookolie, die door opwerveling met de zuig- lucht explosieve mengsels kunnen vormen. Verder ook aceton, onverdunde zuren of oplosmiddelen, aangezien deze de in het apparaat gebruikte mate- rialen aantasten. Milieubescherming De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Ver- wijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak be- standdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet sa- men met het huisvuil af. Instructies betreffende ingrediënten (REACH) Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door on- ze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgege- ven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een mate- riaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reser- veonderdelen. Deze garanderen een veilige en sto- ringsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com. Leveringsomvang Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur. Veiligheidsinstructies Neem voor het eerste gebruik van het apparaat deze handleiding en de bijbehorende brochure veiligheidsin- structies voor borstelreinigingsapparaten en sproei-ex- tractieapparaten, nr. 5.956-251.0 in acht, en handel overeenkomstig. Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een begrensde stijging (zie “Technische gegevens”). 몇 WAARSCHUWING Het apparaat kan kantelen Gevaar voor letsel Gebruik het apparaat alleen op oppervlakken die de toegestane helling niet overschrijden (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). 몇 WAARSCHUWING Gevaren voor ongevallen door onjuiste bediening Er kunnen mensen gewond raken. Bedieners moeten adequaat in het gebruik van het ap- paraat worden getraind. Het apparaat mag alleen worden gebruikt, als de kap en alle deksel gesloten zijn. Veiligheidsinrichtingen 몇 VOORZICHTIG Ontbrekende of gewijzigde veiligheidsinrichtingen! Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid. Veiligheidsinrichtingen mogen niet worden omzeild, verwijderd of buiten werking worden gesteld. Veiligheidsschakelaars Voor onmiddellijke buitenbedrijfstelling van alle functies: Zet de veiligheidsschakelaar op „0“. ● Het apparaat remt hard, als de veiligheidsschake- laar is uitgeschakeld. ● De veiligheidsschakelaar werkt rechtstreeks op alle apparaatfuncties Stoelschakelaar Als de bestuurder tijdens het werk of tijdens het rijden de stoel verlaat, schakelt de stoelschakelaar de aan- drijfmotor na een korte vertraging uit. Symbolen waarschuwingsinstructies Neem bij de omgang met accu’s volgende waarschu- wingsinstructies in acht: GEVAAR Gevaar door explosie Gevaar voor letsel en beschadiging Geen gereedschappen en dergelijke op de accu, d.w.z. op de eindpolen en celverbinders, leggen. GEVAAR Gevaar voor letsel! Breng wonden nooit in contact met lood. Na het werken met accu's altijd handen wassen. Symbolen op het oplaadapparaat GEVAAR Brandgevaar Bij aansluiting op een stopcontact of op een elektrisch contact tussen stekker en stopcontact kunnen de stek- ker van het oplaadapparaat en het gebruikte stopcon- tact zeer warm worden. Controleer voor het insteken van de netstekker of het stopcontact voor een spanning van 16 A is toegestaan en zich in technisch onberispelijke toestand bevindt. Controleer de netstekker op properheid en correcte toe- stand. 몇 VOORZICHTIG Gebruik het apparaat niet met een verlengkabel die meerdere stopcontacten heeft waarop ook andere ap- paraten zijn aangesloten. Algemene instructies p. 70
- Functie p. 70
- Reglementair gebruik p. 70
- Milieubescherming p. 70
- Garantie p. 70
- Toebehoren en reserveonderdelen p. 70
- Leveringsomvang p. 70
- Veiligheidsinstructies p. 70
- Beschrijving apparaat p. 71
- Montage p. 71
- Werking p. 72
- Werking beëindigen p. 74
- Grijze Intelligent Key p. 74
- Gele Intelligent Key p. 75
- Witte intelligente sleutel p. 75
- Transport p. 75
- Opslag p. 75
- Verzorging en onderhoud p. 75
- Hulp bij storingen p. 77
- Technische gegevens p. 78
- EU-conformiteitsverklaring Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de accu en op de accu alsook in de- ze gebruiksaanwijzing in acht nemen. Oogbescherming dragen. Kinderen uit de buurt van zuur en accu houden. Explosiegevaar Vuur, vonken, open licht en roken verbo- den. Verbrandingsgevaar Eerste hulp. Waarschuwing Afvalverwijdering Gebruikte accu's niet met het restafval weggooien.Nederlands 71 Beschrijving apparaat Overzicht apparaat front Afbeelding B 1 Stuurwiel 2 Automatisch vulsysteem schoonwaterreservoir 3 Kap voorveeginstallatie*** 4 Zijbezems* 5 Rijmotor 6 Houder afstrijklip 7 Afstrijklip 8 Zuigbalk p. 80
- Optioneel *** Alleen variant Combo Overzicht apparaat achterkant Afbeelding A 1 Beschermdak* 2 Zwaailicht* 3 Spotlight blauw achter/voor* 4 Zuiglans voor DOSE reinigingsmiddeldosering* 5 Deksel vuilwaterreservoir 6 Aftapslang verswater 7 Afvoerslang vuil water 8 Handmatige tankreiniging - sproeipistool 9 Zuigslang 10 Stootbeveiliging zuigbalk* 11 Inspectieopening vuilwaterreservoir 12 Vuilreservoir*** 13 Deksel schoon water 14 Bedieningspaneel
- Optioneel *** Alleen variant Combo Overzicht apparaat stoel Afbeelding C 1 Bak reinigingsmiddel voor DOSE reinigingsmidde- lendosering* 2 Stoel 3 Stuurwielknop 4 Hendel gewichtsinstelling 5 Hendel zitlengteverstelling
- Optioneel Apparaatoverzicht vuilwaterreservoir Afbeelding D 1 Steun vuilwaterreservoir 2 Vlotter 3 Stootbescherming vuil water 4 Deksel vuilwaterreservoir 5 Grofvuilkorf 6 Turbinevoorfilter 7 Vuilwaterreservoir Overzicht apparaat pedalen Afbeelding AP 1 Pedaal grofvuilklep 2 Rempedaal 3 Rijpedaal Overzicht apparaat voorveeginstallatie Afbeelding E 1 Afdekking filteromhulsel 2 Kap voorveeginstallatie*** 3 Zijbezems*** 4 Filteromhulsel 5 Veegcontainer *** Alleen variant Combo Typeplaatje Afbeelding AJ 1 Typeplaatje Bedieningsveld Afbeelding F 1 Programmaschakelaar 2 Display 3 QR-code naar de how-to-video 4 Infoknop voor menunavigatie in het display 5 Rijrichtingsschakelaar 6 2-traps claxon 7 Reinigingsoplossing AAN / UIT 8 Zijbezems/zijdelingse schrobmodule AAN/UIT (op- tie zijbezems bij variant Combo) 9 Intelligente sleutel 10 Maximaal toegestane helling 11 Veiligheidsschakelaars Programmaschakelaar Afbeelding G
Apparaat is uitgeschakeld. 2 Transportrit Naar de gebruiksplaats rijden. 3 Eco-programma De vloer nat reinigen (met verminderde waterhoe- veelheid en verlaagd borsteltoerental) en het vuile water opzuigen (met verminderd zuigvermogen). 4 Schrobzuigen De vloer nat reinigen en het vuile water opzuigen. 5 Verhoogde borsteldruk De vloer nat reinigen (met verhoogde borsteldruk en verhoogde hoeveelheid water) en het vuile water opzuigen. 6 Schrobben / aanbrengen zonder opzuigen De vloer nat reinigen en reinigingsmiddel laten in- werken. 7 Zuigen Het vuil opzuigen. 8 Polijsten De vloer zonder vloeistof aan te brengen met ver- hoogd borsteltoerental polijsten. Symbolen op het apparaat
- Optioneel Pictogrammen op het display Montage Accu’s Aanbevolen accu's, oplaadapparaten
- Minimaal volume van de acculaadruimte ** Minimale luchtstroom tussen acculaadruimte en om- geving Accu's en oplaadapparaten zijn verkrijgbaar bij gespeci- aliseerde dealers. Maximale accu-afmetingen Bij het plaatsen van de natte batterijen moet het volgen- de in acht worden genomen: ● De maximale accu-afmetingen moeten in acht wor- den genomen. ● Bij het opladen van natte batterijen moet de stoel omhoog worden gezwenkt. ● Bij het opladen van natte batterijen moeten de in- structies van de fabrikant van de batterij in acht wor- den genomen. Accu's plaatsen en aansluiten Bij de Bp-variant zijn de accu's al ingebouwd. Als u geen Bp-variant hebt ontvangen, zijn de batterijen ach- teraf ingebouwd bij het nationale bedrijf of bij uw ver- trouwde dealer. Dit kan zijn vanwege beschikbaarheid, tijd, kosten, invoer, service, vervoer of soortgelijke rede- nen in uw voordeel. LET OP Gevaar voor beschadiging van de besturingselek- tronica! De besturingselektronica kan worden vernield door de polariteit van de batterijaansluitingen om te keren. Let bij het aansluiten van de accu op juiste poling.
1. De stuurwielpositie helemaal naar voren instellen.
2. De stoel naar voren zwenken.
3. De schroef zitaanslag verwijderen.
4. De stekker van de stoelcontactschakelaar eruit trek-
ken en door de opening terugschuiven. Afbeelding AO 1 Stekker stoelcontactschakelaar
5. De stoel ontgrendelen en omhoog wegtrekken.
6. De stekker stoelcontactschakelaar uit de houder de-
7. De steun voor de stoelconsole loshaken en de stoel-
8. De scharnieren van de stoelconsole verwijderen.
9. De stoelconsole in de voetruimte opbergen.
10. Bij variant Dose: De bak voor de reinigingsmidde-
12. Het batterijdeksel eraf halen.
13. Het schoonwaterreservoir rechts demonteren.
14. Het zijpaneel van het batterijvak rechts demonteren.
15. De batterijen plaatsen. Aansluitcontacten van de
batterij in de rijrichting voor.
16. De meegeleverde aansluitkabel aan de nog vrije
batterijpolen (+) en (-) klemmen. De kabel zo plaat- sen dat hij niet door de stoel kan worden afgekneld.
17. Bij variant Fleet: De kabels monteren.
Afvoer schoon water Afvoer vuil water Schoon water Automatisch vulsysteem schoonwaterreser- voir Grofvuilkorf verwijderen Sjoroog Batterij vol Batterij leeg Rem geactiveerd Voor-veegwerk geactiveerd Water uit Reinigingsmiddel geactiveerd Reinigingsmiddel leeg Schoon water 100% Schoon water 0% Bestelnr. Batterijset 2.815-108.0 Oplaadapparaat 4.035-191.0 Volume (m3)* 71,78 Luchtstroom (m3/h)** 27,71 Lengte Breedte Hoogte 842 627 mm 537 mm72 Nederlands
18. Het zijpaneel van het batterijvak rechts monteren.
19. Het schoonwaterreservoir rechts monteren.
20. Het batterijdeksel erop plaatsen.
21. De accustekker erin steken.
22. De stoelconsole plaatsen.
23. De scharnieren van de stoelconsole vastschroeven.
24. De stoelconsole openen en de steun voor de stoel-
25. De stekker stoelcontactschakelaar aan de houder
26. De stoel plaatsen.
27. De stekker stoelcontactschakelaar insteken.
28. De schroef zitaanslag monteren.
29. De stoel omlaag zwenken.
30. Het stuurwiel instellen.
몇 WAARSCHUWING Levensgevaar door brand of explosie bij diep ontla- den accu’s! Verkeerd opladen van diep ontladen accu's kan brand veroorzaken. Gebruik het apparaat niet als de accu diep ontladen is. Zorg ervoor dat de accu is opgeladen voordat u het sys- teem start. Accu laden Instructie Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen die- pontlading, d.w.z. dat als de nog toegestane minimale capaciteit wordt bereikt alleen met het apparaat kan worden gereden. Op het display verschijnt de weergave "Accu leeg - opladen a.u.b.". Bij gebruik van andere accu's (bijv. van andere fabrikan- ten) moet de diepontladingsbeveiliging voor de betref- fende accu door de Kärcher-klantenservice opnieuw worden ingesteld. GEVAAR Levensgevaar door elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok als het op- laadapparaat verkeerd wordt gebruikt Neem de netspanning en de zekering op het typeplaatje van het apparaat in acht. Gebruik het oplaadapparaat alleen in droge ruimtes met voldoende ventilatie. Explosiegevaar bij het opladen van de accu! Bij het opladen van de accu ontstaan brandbare gassen Laad de accu's alleen in een geschikte ruimte. De ruim- te moet een minimumvolume hebben, afhankelijk van het accutype en een luchtverversing met een minimum- luchtstroom (zie "Aanbevolen accu's"). Laad natte batterijen alleen op met de stoel omhoog. Instructie De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10-12 uur uur. De aanbevolen oplaadapparaten (passen bij de telkens gebruikte batterijen) zijn elektronisch geregeld en be- ëindigen het laadproces automatisch. Het apparaat kan tijdens laden niet worden gebruikt.
1. Het apparaat direct naar de oplader verplaatsen,
hierbij stijgingen vermijden.
2. De stoel omhoog zwenken.
3. De batterijstekker loskoppelen en aansluiten op de
4. Sluit het oplaadapparaat aan op het net en zet hem
aan. Na het laadproces
1. Het oplaadapparaat uitschakelen en van het net los-
aansluiten op het apparaat. Instructie De laadkabel zo in het batterijvak plaatsen dat hij niet bekneld kan raken. Onderhoudsvrije accu’s (nat) GEVAAR Bijvullen van water in ontladen toestand van de ac-
Risico op brandwonden door uittreden van zuur, on- bruikbaar worden van kleding Gebruik bij de hantering van accuzuur een veiligheids- bril, beschermende kleding en beschermende hand- schoenen. Neem de voorschriften in acht. Spoel eventuele zuurspatten op de huid of de kleding onmiddellijk weg met veel water. LET OP Gebruik van water met additieven Defecte accu's, verlies van de aanspraak op garantie Gebruik voor het bijvullen van de accu's alleen gedestil- leerd of ontzilt water (EN 50272-T3). Gebruik geen additieven, zogenaamde verbeterings- middelen, omdat dan de garantie komt te vervallen.
1. Een uur voor het einde van de laadprocedure gede-
stilleerd water toevoegen. Hierbij de juiste zuur- stand conform de kenmerking van de accu in acht nemen. Aan het einde van de laadprocedure moeten alle cellen gassen.
2. Gemorst water verwijderen. Ga hiervoor te werk zo-
als beschreven in het gedeelte “Accu's reinigen” van het hoofdstuk Verzorging en onderhoud. Accu-indicator De laadtoestand van de accu's wordt op het display op het bedieningspaneel weergegeven. ● De lengte van de balk geeft de laadtoestand van de accu weer. Uitpakken Instructie Voor onmiddellijke buitenwerkingstelling van alle func- ties de veiligheidsschakelaar op "0” zetten.
1. De verpakkingsfolie verwijderen.
2. De spanband verwijderen.
3. De oprijplanken en het kanthout van de pallet
schroeven. Afbeelding H 1 Kanthout 2 Oprijplank 3 Blok
4. Het kanthout voor de pallet leggen.
5. De oprijplanken op het kanthout leggen.
6. De oprijplanken vastschroeven.
7. Het in de verpakking meegeleverde blok ter onder-
steuning onder de helling schuiven.
8. De houten lijsten vóór de wielen verwijderen.
Afbeelding I 1 Kanthout 2 Oprijplank 3 Blok
9. Het apparaat van de pallet duwen.
Apparaat van de pallet duwen Instructie Monteer de zuigbalk pas na het lossen.
1. De parkeerrem loszetten met de hendel (zie hoofd-
stuk Apparaat duwen).
2. Eén persoon moet op de stoel gaan zitten en in ge-
val van gevaar tijdens het duwen het rempedaal in- drukken.
3. Het apparaat over de helling van de pallet af duwen.
4. De parkeerrem met de hendel vastzetten.
Van de pallet rijden Om van de pallet te kunnen rijden, moeten de accu's ge- plaatst en opgeladen zijn. Instructie Monteer de zuigbalk pas na het lossen.
1. De intelligente sleutel aan het bedieningspaneel er-
2. Het apparaat inschakelen met de Easy-Operation-
4. De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
5. Het gaspedaal intrappen.
6. Langzaam met het apparaat van de pallet rijden.
7. Het apparaat uitschakelen met de Easy-Operation-
schakelaar. Borstels monteren BD-variant Vóór de ingebruikname moeten de schijfborstels wor- den gemonteerd (zie hoofdstuk Onderhoudswerk- zaamheden). BR-variant De borstels zijn gemonteerd. Zuigbalk monteren
1. Beide klemhendels naar boven zwenken.
Afbeelding M 1 Zuigslang 2 Zuigbalkophanging 3 Klemhendel 4 Zuigbalk 5 Zuiglip met spanband
2. De zuigbalk in de zuigbalkophanging plaatsen.
3. Beide klemhendels naar beneden zwenken.
Werking GEVAAR Vallende voorwerpen Gevaar voor letsel In gebieden waar het bedieningspersoneel geraakt kan worden door vallende voorwerpen, mag het apparaat niet zonder beschermdak worden gebruikt. LET OP Gevaarlijke situatie tijdens bedrijf Gevaar voor letsel Zet bij gevaar de veiligheidsschakelaar in de stand "0". Het apparaat inschakelen
1. Op de bestuurdersplaats plaats nemen.
2. De intelligente sleutel erin steken.
3. De veiligheidsschakelaar op "1" zetten.
4. De programmaschakelaar op de gewenste functie
5. Als op het display een van de onderstaande indica-
ties verschijnt, dan de voet van het gaspedaal ne- men, de veiligheidsschakelaar op "0" zetten en de nodige onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
6. Op de infoknop drukken.
7. De teller voor het onderhoud terugzetten (zie "Grijze
intelligente sleutel/onderhoudsteller terugzetten"). Instructie Als de teller niet wordt teruggezet, verschijnt de onder- houdsindicator telkens bij het inschakelen van het ap- paraat opnieuw. Parkeerrem controleren GEVAAR Levensgevaar door defecte parkeerrem! Het apparaat kan ongecontroleerd gaan rollen als de parkeerrem niet goed werkt. Controleer vóór elk gebruik de werking van de parkeer- rem op een vlakke ondergrond.
1. Het apparaat inschakelen.
2. De rijrichtingsschakelaar op “vooruit” zetten.
3. Zet de programmaschakelaar op transport.
4. Het gaspedaal licht intrappen.
De rem moet hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op effen terrein vlot wegrollen.
5. Het gaspedaal loslaten.
De rem moet hoorbaar vergrendelen. Als de parkeerrem niet vergrendelt, het apparaat buiten gebruik stellen, beveiligen tegen ongecontroleerd rollen en contact opnemen met de klantenservice. Voetrem controleren GEVAAR Gevaar voor ongevallen door defecte voetrem! Het apparaat kan ongecontroleerd gaan rollen als de voetrem niet goed werkt. Controleer vóór elk gebruik de werking van de voetrem.
1. Het apparaat inschakelen.
2. De rijrichtingsschakelaar op “vooruit” zetten.
3. Zet de programmaschakelaar op transport.
4. Het gaspedaal intrappen.
5. Tijdens het rijden uw voet van het gaspedaal halen
en de voetrem intrappen. Het apparaat moet merkbaar vertragen. Is dit niet het geval, stel het apparaat dan buiten bedrijf en bel de klantenservice. Rijden GEVAAR Geen remwerking Gevaar voor ongevallen Voordat u het apparaat gebruikt absoluut de werking van de parkeerrem controleren. Gebruik het apparaat in geen geval als de parkeerrem niet werkt. Display Handeling Onderhoud zuig- balk De zuigbalk reinigen. Onderhoud bor- stelkop De borstels op slijtage controleren en reinigen. Onderhoud zuig- strips De zuiglipppen op slijtage en in- stelling controleren. Onderhoud turbi- nezeef De turbinebeschermzeef reinigen. Onderhoud schoon w. Filter Het filter verswater reinigen.Nederlands 73 GEVAAR Geen remwerking tijdens bedrijf Als het apparaat tijdens het gebruik geen remwerking meer heeft, ga dan als volgt te werk: Als het apparaat op een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het gaspedaal niet tot stilstand komt, mag u om veiligheidsredenen de veiligheidsschakelaar al- leen op "0" zetten als u de correcte mechanische wer- king van de parkeerrem vóór de ingebruikneming van het apparaat hebt gecontroleerd. Stel het apparaat na het bereiken van de stilstand buiten bedrijf en bel de klantenservice. Neem de onderhoudsvoorschriften voor remmen in acht. GEVAAR Onvoorzichtig rijden Kantelgevaar Rijd in de rijrichting alleen op hellingen tot maximaal 15% (variant RI) en 10% (variant RI Combo). Hellingen dwars op de rijrichting tot maximaal 15 %. Draai niet op hellingen. Rijd langzaam door bochten en op natte ondergrond. Rijd met het apparaat uitsluitend op verharde onder- grond. Uitzwenkende veeginstallatie voor Combo-variant Verhoogd gevaar voor ongevallen Wees zeer voorzichtig bij het achteruitrijden. Houd bij het sturen rekening met het uitzwenken van de veeginstallatie. Instructie De rijrichting kan tijdens het rijden worden gewijzigd. Zo kunnen bijv. door het meermaals vooruit- en terugrijden heel matte plaatsen worden gepolijst.
1. De zitpositie innemen.
4. De rijrichting met de rijrichtingsschakelaar aan het
bedieningspaneel instellen.
5. De rijsnelheid door het indrukken van het gaspedaal
6. Het gaspedaal loslaten.
Het apparaat stopt. Bij overbelasting wordt de rijmotor uitgeschakeld. Op het display verschijnt een storingsmelding. Bij overver- hitting van de besturing wordt het betreffende aggregaat uitgeschakeld.
7. Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.
8. De programmaschakelaar op “0” zetten, kort wach-
ten en op het gewenste programma zetten. Bestuurdersstoel instellen Afbeelding J 1 3-traps gewichtsinstelling 60-120 kg 2 Hoekverstelling rugleuning 3° naar voren en 13° naar achteren 3 Zitlengteverstelling
1. De hendel voor de stoelverstelling bedienen.
2. De stoel in de gewenste stand zetten.
3. De hendel voor de stoelverstelling loslaten.
1. De vleugelmoeren voor het verstellen van het stuur-
2. Het stuurwiel positioneren.
3. De vleugelmoeren vastdraaien.
Pluizenzeef controleren LET OP Beschadiging van de zuigturbines! Door te werken zonder pluizenzeef kan de zuigturbine beschadigd raken. Gebruik het apparaat niet zonder de pluizenzeef.
1. Voordat het apparaat in gebruik wordt genomen
moet de pluizenzeef op de volgende punten worden gecontroleerd: Is het aanwezig? Is het in een bruikbare staat? Is het correct gemonteerd? Afbeelding AL 1 Pluizenzeef
2. Een beschadigde pluizenzeef vervangen.
1. De parkeerrem loszetten door de hendel weg te
trekken. Instructie Er moet voortdurend aan de hendel worden getrokken. GEVAAR Gevaar voor letsel door rollend apparaat! De parkeerrem kan alleen in gebukte houding in de ge- varenzone worden gelost. Gebruik een voorwerp om de hendel permanent aange- trokken te houden en ga onmiddellijk na het lossen van de parkeerrem weg uit de gevarenzone. Afbeelding AK 1 Hendel parkeerrem
2. Duw het apparaat.
3. De parkeerrem vastzetten door de hendel los te la-
ten. Verswater bijvullen Verswater bijvullen
1. Het deksel van het verswaterreservoir openen.
2. De verswaterslang bevestigen met de klem.
3. Het verswater (maximaal 60 °C) tot ca. 5 cm onder
de vultrechter vullen. Instructie Vóór de eerste ingebruikneming het verswaterreservoir volledig vullen om het waterleidingsysteem te ontluch- ten.
4. Het deksel van de verswatertank sluiten.
Verswater bijvullen met automatisch vulsysteem schoonwaterreservoir (optie) Instructie Wij raden u aan een slang te gebruiken met een Aquastop-koppeling aan de apparaatzijde. Dit minimali- seert het uitspatten van water bij het loskoppelen na het vullen.
1. De waterslang verbinden met het automatische vul-
3. Het vullen bewaken, het automatische vulsysteem
onderbreekt de watertoevoer als het schoonwater- reservoir vol is.
4. De watertoevoer sluiten.
5. De waterslang verwijderen.
Reinigingsmiddel vullen Aanwijzingen over reinigingsmiddelen 몇 WAARSCHUWING Ongeschikte reinigingsmiddelen Gezondheidsgevaar, beschadiging van het apparaat Gebruik alleen aanbevolen reinigingsmiddelen. Voor andere reinigingsmiddelen is de exploitant het verhoog- de risico met betrekking tot de bedrijfsveiligheid en het gevaar voor ongevallen. Gebruik alleen reinigingsmiddelen die vrij zijn van op- losmiddelen, zout- en fluorwaterstofzuur. Neem de veiligheidsaanwijzingen op de reinigingsmid- delen in acht. Instructie Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen. Aanbevolen reinigingsmiddelen Het schoonwaterreservoir vullen met reinigingsmiddel Instructie Eerst water in het reinigingsmiddelenreservoir doen, dan het reinigingsmiddel in de juiste dosering in het re- servoir doen. Als het reinigingsmiddel als eerste wordt ingegoten, kan dit tot sterke schuimvorming leiden. LET OP Gevaar voor verstopping Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan het schoonwaterreservoir kan het reinigingsmiddel uitdro- gen en de werking van de doseerinrichting verstoren. Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met helder water: Selecteer een reinigingsprogramma met watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de rei- nigingsmiddelendosering in op “0”. Reinigingsmiddel met doseerinrichting (optie) vullen Aan het vers water wordt op weg naar de reinigingskop door een doseerinrichting reinigingsmiddel toegevoegd. Instructie Met de doseerinrichting kan maximaal 3 % reinigings- middel worden gedoseerd. Als de dosering hoger is, moet het reinigingsmiddel in het verswaterreservoir worden gedaan. LET OP Gevaar voor verstopping Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan het schoonwaterreservoir kan het reinigingsmiddel uitdro- gen en de werking van de doseerinrichting verstoren. Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met helder water: Selecteer een reinigingsprogramma met watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de rei- nigingsmiddeldosering in op 0.
1. De jerrycan met het reinigingsmiddel in de bak reini-
gingsmiddel achter de stoel zetten.
2. Het deksel van de jerrycan eraf schroeven.
3. De zuiglans reinigingsmiddel van het doseersys-
teem in de jerrycan steken. Instructie ● Het apparaat heeft een verswaterniveau-indicator op het display. Bij een leeg verswaterreservoir wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgeschakeld. De reinigingskop blijft werken zonder toevoer van vloeistof. ● Als het reinigingsmiddelvat leeg is, wordt de dose- ring ook uitgeschakeld. Op het display verschijnt een aanwijzingssymbool. Er wordt alleen nog schoon water naar de reinigingskop gevoerd. Parameters instellen (gele intelligente sleutel) In het apparaat zijn de parameters voor de verschillen- de reinigingsprogramma's vooraf ingesteld. Afhankelijk van de autorisatie van de gele intelligente sleutel kunnen afzonderlijke parameters worden gewij- zigd. De wijziging van de parameters is slechts actief tot met de programmaschakelaar een ander reinigingspro- gramma wordt gekozen. Als parameters permanent moeten worden gewijzigd, dan moet voor de instelling een grijze intelligente sleutel worden gebruikt. De instelling wordt beschreven in de paragraaf "Grijze intelligente sleutel". Instructie Alleen voor R-reinigingskop: Vrijwel alle displayteksten over de parameterinstelling spreken normaal gespro- ken voor zich. Als u meer gedetailleerde informatie over de parameters nodig heeft, neem dan contact op met de klantenservice. ● Fine Clean: Laag borsteltoerental voor het verwijde- ren van grijze waas op keramische steen. ● Whisper Clean: Gemiddeld borsteltoerental voor de onderhoudsreiniging met verlaagd geluidsniveau. ● Power Clean: Hoog borsteltoerental voor het polijs- ten, kristalliseren en vegen.
1. De programmaschakelaar op het gewenste reini-
gingsprogramma zetten.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter
4. Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
5. De gewenste waarde instellen door aan de infoknop
6. De gewijzigde instelling door het indrukken van de
infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overge- nomen. Zuigbalk instellen De zuigbalk moet alleen in speciale gevallen worden bij- gesteld. De instelling af fabriek is voor de meeste toe- passingen geschikt. Toepassing Reinigingsmid- del Onderhoudsreiniging van alle water- bestendige vloeren CA 50 C RM 756 Onderhoudsreiniging met verzor- gingscomponenten RM 746 RM 780 Onderhoudsreiniging en basisreini- ging van industriële ondergronden RM 69 Onderhoudsreiniging van glanzende ondergronden RM 755 Onderhoudsreiniging en basisreini- ging van steengoed tegels RM 753 Onderhoudsreiniging en basisreini- ging van zuurbestendige ondergron- den RM 751 Reiniging en desinfectie RM 732 Basisreiniging van alle alkalibesten- dige vloerbedekkingen RM 752 Basisreiniging en decoating van al- kaligevoelige vloeren RM 75474 Nederlands Helling van de zuigbalk instellen De helling moet zodanig worden ingesteld dat de zuig- lippen van de zuigbalk over de gehele lengte gelijkmatig op de vloer worden gedrukt.
1. Het apparaat op een ondergrond zonder helling
2. Het programma “Afzuiging” selecteren.
3. Het apparaat een klein stuk vooruit rijden.
De zuigbalk wordt neergelaten.
4. De waterpas aflezen.
Afbeelding N 1 Schroef 2 Moer 3 Waterpas
5. De moer M 12 losdraaien, daarbij de M 10-inbus-
bout met een inbussleutel vasthouden.
6. De schroef zo instellen dat de waterpasindicator
zich tussen de twee strepen bevindt.
7. De moer M 12 vastdraaien, daarbij de M 10-inbus-
bout met een inbussleutel vasthouden.
8. Om de nieuwe instelling te controleren, het apparaat
met neergelaten zuigbalk in zuigwerking een stukje vooruit rijden en de waterpas observeren. Indien no- dig de instelprocedure herhalen. Vegen (alleen variant Combo) De veeginstallatie neemt los vuil op voordat de vloer wordt gereinigd. 몇 WAARSCHUWING Bewegende delen Gevaar voor letsel Let erop dat zuigturbine, zijbezems en filterreiniging na het uitschakelen nalopen. LET OP Ondeskundig gebruik van het apparaat bij het ve- gen Gevaar voor beschadiging van de veeginstallatie. Veeg geen verpakkingsbanden, draden of dergelijke op. Rijd alleen over obstakels tot maximaal 2 cm. Veeg alleen droge oppervlakken om verstopping en kiemvorming van het stoffilter te voorkomen.
1. De schakelaar “Vegen” inschakelen.
De veeginstallatie wordt geactiveerd. Grofvuilklep De grofvuilklep kan worden opgetild om grotere voor- werpen (tot ongeveer 6 cm hoog) op te vegen. GEVAAR Gevaar voor letsel door veeggoed! Door de grofvuilklep te openen, kan er veeggoed naar buiten worden geslingerd. Til de grofvuilklep alleen op als er geen mensen in de buurt zijn. Instructie Als de grofvuilklep opgetild is, gaan het veegeffect en de stofafzuiging achteruit. Til de grofvuilklep alleen op als dat nodig is.
1. Het pedaal om de grofvuilklep op te tillen bedienen.
1. De schakelaar “Vegen” op "0" zetten.
De veeginstallatie wordt gedeactiveerd. Na beëindiging van de veegwerking wordt het stoffilter gedurende on- geveer 15 seconden gereinigd. Zijdelingse schrobmodule (optie) De zijdelingse schrobmodule vergemakkelijkt het werk dicht bij randen. Afbeelding AS 1 Zijdelingse schrobmodule uitschuiven/inschuiven 2 Zijdelingse schrobmodule inschakelen/uitschake- len
1. De schakelaar “Zijdelingse schrobmodule inschake-
len/uitschakelen” indrukken. De zijdelingse schrobmodule wordt in-/uitgescha- keld.
2. De schakelaar “Zijdelingse schrobmodule inschui-
ven/uitschuiven” indrukken. De zijdelingse schrobmodule wordt ingeschoven/ uitgeschoven. Werking beëindigen Reiniging beëindigen
1. De programmaschakelaar op Rijden zetten.
2. Een kort traject verder rijden.
Het restwater wordt afgezogen.
3. De programmaschakelaar naar de stand "0" draai-
Vuilwaterreservoir legen 몇 WAARSCHUWING Onjuiste afvoer van afvoerwater Milieuverontreiniging Neem de plaatselijke voorschriften inzake de behande- ling van afvoerwater in acht. Instructie Als het vuilwaterreservoir vol is, schakelt de zuigturbine uit en het display toont “Vuilwaterreservoir vol".
1. De aftapslang vuil water uit de houder nemen.
2. Het slangeinde boven de afvoerinrichting neerlaten.
3. Het vuile water laten weglopen door het deksel op
de aftapslang te openen. De waterstroom kan worden verminderd door de do- seerinrichting samen te drukken of te verdraaien.
4. Het spuitpistool uit de houder nemen.
5. De programmaschakelaar op Transport zetten.
6. Op het display "Tankspoeling" selecteren.
a Op de infoknop drukken. b Het menu “Tankspoeling” selecteren.
7. Het afsluitventiel aan de achterkant van het vuilwa-
terreservoir openen.
8. Het vuilwaterreservoir met het spuitpistool
9. Het spuitpistool in de houder hangen.
10. Het deksel aan de afvoerslang sluiten.
11. De vuilwaterslang in de houder aan het apparaat
12. Het afsluitventiel aan de achterkant van het vuilwa-
terreservoir sluiten.
13. Op het display "Tankspoeling" selecteren.
Vuilreservoir leegmaken Instructie Het vuilreservoir kan alleen via de bestuurderszijde worden verwijderd en is alleen beschikbaar op R-reini- gingskoppen.
1. Aan de lus trekken.
2. De houder afstrijklip omhoog zwenken.
3. Het vuilreservoir verwijderen.
Afbeelding AI 1 Lus 2 Houder afstrijklip 3 Vuilreservoir
4. Het vuilreservoir legen.
5. Het vuilreservoir plaatsen.
Instructie Het vuilreservoir moet vastklikken.
6. De houder afstrijklip omlaag zwenken.
Verswater aftappen LET OP Reinigingsoplossing in het schoonwaterreservoir Beschadiging van het schoonwaterreservoir, ventielen en afdichtingen De reinigingsoplossing na gebruik nooit achterlaten in het schoonwaterreservoir.
1. De aftapslang schoon water uit de houder nemen en
boven een geschikt verzamelreservoir neerlaten.
2. De reinigingsoplossing aftappen.
3. Het deksel van het schoonwaterreservoir verwijde-
4. Het schoonwaterreservoir met helder water (maxi-
maal 60 °C) uitspoelen. Apparaat parkeren
1. De programmaschakelaar op "OFF" draaien.
2. De intelligente sleutel eruit trekken.
3. Het apparaat tegen wegrollen beveiligen.
4. Eventueel de accu laden.
Grijze Intelligent Key De grijze Intelligent Key geeft de het toezichtspersoneel uitgebreide bevoegdheden en instelmogelijkheden.
1. Steek de Intelligent Key erin.
2. Selecteer de gewenste functie door verdraaien van
2. Op de infoknop drukken.
In het menu "Transportrit" kunnen volgende instellingen worden uitgevoerd: ● Onderhoudsteller resetten ● Dagteller resetten ● Sleutelbeheer ● Borstelvorm selecteren ● Nalooptijden ● Basisinstelling ● Taal instellen ● Menu "Schakelaar" ● Rijsnelheid ● Fabrieksinstelling ● Handmatig reservoirspoelpistool activeren Onderhoudsteller terugzetten Als er onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd die op het display worden weergegeven, moet vervolgens de onderhoudsteller wordt teruggezet.
1. Aan de infoknop draaien tot "Onderhoudsteller"
2. Op de infoknop drukken.
De tellerstanden worden weergegeven.
3. Aan de infoknop draaien tot de te wissen teller wordt
4. Op de infoknop drukken.
5. "Yes" selecteren door aan de infoknop te draaien.
6. Op de infoknop drukken.
De teller is gewist. Instructie De serviceteller kan alleen door de klantenservice wor- den gereset. De serviceteller toont de tijd tot de volgende service- beurt die door de klantenservice moet worden uitge- voerd. Teller resetten
1. Aan de infoknop draaien tot “Teller” wordt weerge-
geven. Dit menu toont de totale bedrijfsuren en de dagteller. Dagteller wissen:
2. Op de infoknop drukken.
Het menu "Teller wissen" verschijnt.
3. Aan de infoknop draaien tot “Dagteller” wordt geac-
4. Op de infoknop drukken.
Sleutelbeheer In het menupunt "Sleutelmenu" worden de machtigin- gen voor elke gebruikte gele Intelligent Key toegewezen en wordt de taal van de displayweergave voor deze In- telligent Key ingesteld.
1. De grijze Intelligent Key erin steken.
2. Aan de infoknop draaien tot op het display het
menupunt "Sleutelmenu" verschijnt.
3. Op de infoknop drukken.
4. De grijze Intelligent Key eruit trekken en de te per-
sonaliseren gele Intelligent Key of de witte Intelli- gent Key erin steken.
5. Het te wijzigen menupunt selecteren door aan de in-
6. Op de infoknop drukken.
7. De instelling van het menupunt selecteren door aan
de infoknop te draaien.
8. De instelling bevestigen door op het menupunt te
9. Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door
aan de infoknop te draaien.
10. Nadat alle instellingen zijn uitgevoerd, het menu
"Opslaan?" oproepen door aan de infoknop te draai- en.
11. Op de infoknop drukken.
De machtigingen zijn opgeslagen. De displayweergave "Sleutelmenu voortzetten" ver- schijnt. ● Yes: Andere Intelligent Key programmeren ● No: Sleutelmenu verlaten
12. Op de infoknop drukken.
Borstelvorm selecteren Deze functie is vereist bij het vervangen van de reini- gingskop.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Borstel-
kop" op het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste borstel-
4. Op de infoknop drukken.
5. De hefaandrijving voor het vervangen van de reini-
gingskop bewegen door aan de infoknop te draaien: "omhoog": Heffen "omlaag": Neerlaten "OFF": Stoppen
6. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "OFF"
7. Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten. De besturing voert een herstart uit. Nalooptijden
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Naloop-
tijden" op het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste functie is
4. Op de infoknop drukken.
5. Aan de infoknop draaien tot de gewenste nalooptijd
6. Op de infoknop drukken.Nederlands 75
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt “Basisin-
stelling” op het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot het gewenste toebeho-
5. Op de infoknop drukken om het menu te verlaten.
6. Het apparaat uit- en weer inschakelen om de instel-
ling toe te passen. Taal instellen
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Taal" op
het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste taal is ge-
4. Op de infoknop drukken.
Menu "Schakelaar" De volgende functies worden via het “Schakelaar me- nu” in- en uitgeschakeld: ● Reinigingsmiddelendosering* ● Zwaailicht/spotlight* ● Sproeiers zijbezems* ● Spuitzuigen ● Schijnwerpers ● Tankspoeling Het “Schakelaar menu” is in alle standen van de pro- grammaschakelaar beschikbaar, uitgezonderd in de stand "OFF".
1. Op de infoknop drukken.
Het "Schakelaar menu" verschijnt.
2. Op de infoknop drukken.
De lijst met de in het apparaat beschikbare functies wordt getoond.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste functie
4. Op de infoknop drukken om de schakelaarstand te
5. Aan de infoknop draaien tot “Menu beëindigen?”
6. Op de infoknop drukken.
- Optioneel Maximum rijsnelheid instellen
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Rijsnel-
heid" op het display verschijnt.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste maximale
snelheid is gemarkeerd.
4. Op de infoknop drukken.
Fabrieksinstelling De fabrieksinstelling van alle parameters (behalve rijs- nelheid transportrit) wordt hersteld.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt “Fabriek-
sinstelling” wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot “Yes” wordt geaccentu-
4. Op de infoknop drukken.
Parameters voor reinigingsprogramma's instellen Alle parameters voor reinigingsprogramma's blijven be- houden tot een andere instelling wordt geselecteerd of het apparaat wordt uitgeschakeld.
1. De programmaschakelaar op het gewenste reini-
gingsprogramma zetten.
2. Op de infoknop drukken.
De eerste instelbare parameter wordt weergegeven.
3. Op de infoknop drukken
De ingestelde waarde knippert.
4. De gewenste waarde instellen door aan de infoknop
5. De gewijzigde instelling door het indrukken van de
infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overge- nomen.
6. De volgende parameter selecteren door aan de in-
7. Na het wijzigen van alle gewenste parameters aan
de infoknop draaien tot het menupunt “Menu beëin- digen?” wordt weergegeven.
8. Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten. Basisinstelling Tijdens het gebruik uitgevoerde wijzigingen aan de pa- rameters van de verschillende reinigingsprogramma's worden na het uitschakelen van het apparaat naar de basisinstelling teruggezet.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Basisin-
stelling" op het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot het gewenste reini-
gingsprogramma is gemarkeerd.
4. Op de infoknop drukken.
5. Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter
6. Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
7. De gewenste waarde instellen door aan de infoknop
8. Op de infoknop drukken.
Gele Intelligent Key De gele Intelligent Key autoriseert functies die nodig zijn voor de reinigingstaak. In het apparaat zijn de parameters voor de verschillen- de reinigingsprogramma's vooringesteld. Afhankelijk van de autorisatie van de gele Intelligent Key, kunnen individuele parameters worden gewijzigd. De displayteksten voor parameterinstelling spreken grotendeels voor zich. Parameter "FACT" (alleen beschikbaar met R-reini- gingskop): ● “Fine Clean”: Laag borsteltoerental voor het verwij- deren van grijze sluiers op steenwerk. ● “Whisper Clean”: Gemiddelde borstelsnelheid voor routinematige reiniging met verlaagd geluidsniveau. ● “Power Clean”: Hoge borstelsnelheid voor polijsten, kristalliseren en vegen. Machtigingsbeheer ● Algemene toegang via de Intelligent Key ● Werksnelheid ● Borsteltoerental ● Afzuiging ● Aanpersdruk ● Waterhoeveelheid ● Reinigingsmiddel dosering ● RAB/ Blue Spot ● Spuitzuigen ● Tankspoeling
1. Het "Sleutelmenu" selecteren met de infoknop.
2. De "toegang" bevestigen door op de infoknop te
3. De overige toegangen vastleggen en deze met de
infoknop activeren en bevestigen.
4. Met de infoknop op "Opslaan?" drukken om de ge-
maakte instellingen te bevestigen en op te slaan. Witte intelligente sleutel Door een witte intelligente sleutel in te steken wordt het apparaat ontgrendeld en vrijgegeven voor gebruik met vooraf ingestelde parameters. Witte intelligente sleutels zijn zo toepasbaar dat voor el- ke reinigingstaak een intelligente sleutel met aangepas- te parameters kan worden aangemaakt. De parameters kunnen niet door de gebruiker worden gewijzigd en zijn onafhankelijk van de keuze van het rei- nigingsprogramma op de programmakeuzeschakelaar (de functies "0", transport en afzuiging blijven ongewij- zigd). Met behulp van de grijze intelligente sleutel kunnen de volgende parameters worden ingesteld voor de witte in- telligente sleutel: ● Rijsnelheid ● Werksnelheid ● Borsteltoerental (alleen R-reinigingskop) ● Aanpersdruk ● Waterhoeveelheid ● RM-dosering ● Afzuiging ● Werklamp ● Zwaailicht ● RM-dosering AAN/UIT ● Voorveegwerk ● Waterventiel zuigbalk ● Taal Witte intelligente sleutel programmeren
1. De grijze intelligente sleutel erin steken.
2. Aan de infoknop draaien tot op het display het
menupunt “Sleutelmenu” wordt weergegeven.
3. Op de infoknop drukken.
4. De grijze intelligente sleutel eruit trekken en de te
personaliseren witte intelligente sleutel erin steken.
5. Het te wijzigen menupunt selecteren door aan de in-
6. Op de infoknop drukken.
7. De instelling van het menupunt selecteren door aan
de infoknop te draaien.
8. De instelling bevestigen door op het menupunt te
9. Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door
aan de infoknop te draaien.
10. Aan de infoknop draaien tot het menupunt “Op-
slaan?” wordt weergegeven.
11. Op de infoknop drukken.
De instellingen worden opgeslagen.
12. Aan de infoknop draaien tot het menupunt “Menu
beëindigen?” wordt weergegeven.
13. Op de infoknop drukken.
Bediening met witte intelligente sleutel
1. De witte intelligente sleutel erin steken.
● De functies "OFF", Rijden en Afzuigen functioneren zoals normaal. ● In alle andere standen van de programmakeu- zeschakelaar zijn de op de witte intelligente sleutel geprogrammeerde parameters actief. Er kunnen geen verschillende reinigingsprogramma's meer worden geselecteerd. Transport GEVAAR Rijden op stijgende hellingen Gevaar voor letsel Gebruik het apparaat voor het laden en lossen alleen op hellingen tot de maximale waarde (zie hoofdstuk "Tech- nische gegevens"). Trap altijd het rempedaal in om snelheid te minderen. 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij het vervoer rekening met het gewicht van het apparaat.
1. Bij gemonteerde D-reinigingsknop de schijfborstels
uit de borstelkop verwijderen.
2. Bij het transport in voertuigen het apparaat conform
de geldende richtlijnen tegen wegglijden en omval- len beveiligen. Opslag 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het ap- paraat. LET OP Vorst Vernietiging van het apparaat door bevriezend water. Verwijder al het water uit het apparaat. Bewaar het apparaat op een vorstvrije plaats. Houd bij het kiezen van de parkeerplaats rekening met het totale gewicht van het apparaat om de stabiliteit niet in gevaar te brengen. ● Dit apparaat mag alleen in binnenruimtes worden opgeslagen. ● Voor een langere levensduur de batterijen volledig opladen. ● De batterijen bij opslag minstens één keer per maand volledig opladen. Verzorging en onderhoud GEVAAR Gevaar voor letsel door het apparaat! Elektrische schok door per ongeluk opstartend appa- raat. De programmaschakelaar naar de stand "0" draaien. Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de intelli- gente sleutel uittrekken. Trek de netstekker van de oplader eruit. Trek de batterijstekker eruit. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door bewegende elementen! Na het uitschakelen lopen zuigturbine, zijbezems en fil- terreiniging na. Voer geen werkzaamheden aan het apparaat uit voor- dat de componenten tot stilstand zijn gekomen. Het vuilwater en vuilwater aftappen en afvoeren. Onderhoudsintervallen Na elk gebruik LET OP Beschadigingsgevaar! Gevaar voor beschadiging van het apparaat door on- juiste reiniging. Spuit het apparaat niet af met water en gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen. Voor de gedetailleerde beschrijving van de afzonderlijke onderhoudswerkzaamheden zie hoofdstuk Onder- houdswerkzaamheden. Het vuilwater aftappen. De pluizenzeef controleren, indien nodig reinigen. De vuilreservoirs eruit trekken, legen en reinigen. Alleen R-reinigingsknop: Het reservoir voor grof vuil eruit nemen en leegmaken. Het apparaat van buiten met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen. De zuiglippen schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.76 Nederlands De afstrijklippen schoonmaken, op slijtage controle- ren en indien nodig vervangen. De borstels schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen. Instructie De borstelrollen zijn versleten als de gele indicatorha- ren even lang zijn als de andere borstelharen. De accu laden. Als de laadtoestand onder 50% is, de accu volle- dig en zonder onderbrekingen opladen. Als de ladingstoestand boven 50% is, de accu al- leen opladen, als u bij het volgende gebruik de volledige bedrijfsduur nodig hebt. Bij sterke vervuiling het vuilwaterreservoir reinigen. Daarnaast bij variant Combo: De veegwals en de zijbezems controleren op slijta- ge, vreemde voorwerpen en opgewikkelde banden. De grofvuilkorf eruit trekken, legen en reinigen. Wekelijks Bij regelmatig gebruik de accu minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen. Eens per maand Bij tijdelijk stilgelegd apparaat (opslag): De compen- satielading van de accu uitvoeren. De accupool op oxidatie controleren, indien nodig afborstelen. Op vastheid van de verbindingskabels letten. De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. Bij niet-onderhoudsvrije accu's de zuurdichtheid van de cellen controleren. Alleen R-reinigingsknop: De borsteltunnel reinigen. Bij een langere stilstandtijd het apparaat met volle- dig opgeladen accu's afzetten. De accu minstens maandelijks volledig opladen. Daarnaast bij variant Combo: De bowdenkabels en bewegende delen op lichtlo- pendheid controleren. De afdichtlijsten van de veeginstallatie op instelling en slijtage controleren. Driemaandelijks Alleen bij variant Combo:
1. Spanning, slijtage en werking van de aandrijfriemen
in de veeginstallatie (V-riem en rondsnaar) controle- ren. Jaarlijks De voorgeschreven inspectie door de klantenser- vice laten uitvoeren. Veiligheidsinspectie/onderhoudscontract Met uw dealer kunt u een regelmatige veiligheidsin- spectie vastleggen of een onderhoudscontract afslui- ten. Vraag hierover advies. Onderhoudswerkzaamheden Vuilwaterreservoir reinigen
1. Het programma Tankspoeling instellen via het dis-
play met de infoknop.
2. Het deksel van de reinigingsopening vuilwaterreser-
3. Het vuilwaterreservoir met helder water
5. Het deksel van de reinigingsopening vuilwaterreser-
voir weer sluiten. Instructie Reinigen kan ook via andere waterbronnen. Zuiglippen omkeren of vervangen Als de zuiglippen zijn versleten, moeten ze worden om- gekeerd of vervangen. Instructie De zuiglippen kunnen 3 keer worden omgekeerd totdat alle 4 de randen zijn versleten.
1. De excentrische hendel (2x) openen.
2. De zuigbalk verwijderen.
Afbeelding V 1 Afstrijklip 2 Spanband 3 Excentrische hendel (2x) 4 Spansluiting
3. De spansluiting openen.
4. De spanband verwijderen.
5. De afstrijklip verwijderen.
6. De gebruikte of nieuwe zuiglippen op de noppen
van het binnenste gedeelte van de zuigbalk druk- ken. Afbeelding W 1 Spanband 2 Afstrijklip
7. De spanband aanbrengen.
8. De zuigbalk plaatsen
1. Aan de lus trekken.
2. De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.
1 Zijdeur afstrijklip
3. De gele grendel omhoog zwenken.
Afbeelding AA 1 Grendel 2 Veiligheidsklep
4. De veiligheidsklep wegzwenken.
5. De houderplaat borstel eraf trekken.
6. De borstelwals verwijderen.
7. De nieuwe borstelwals plaatsen.
Instructie Let er bij het plaatsen van de borstelwals op dat deze op de daarvoor bestemde pin in de borsteltunnel wordt ge- stoken. Afbeelding AB 1 PIN
8. De houderplaat borstel weer erop zetten.
9. De veiligheidsklep sluiten.
10. De grendel naar beneden in de haak zwenken.
11. De zijdeur afstrijklip omlaag zwenken.
De bewerking aan de tegenoverliggende zijde herhalen. Afstrijklippen vervangen Afbeelding AG 1 Lus 2 Zijdeur afstrijklip
1. Aan de lus trekken.
2. De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.
3. De schroeven (6x) eruit draaien.
4. De afstrijklip vervangen.
5. De schroeven (6x) weer aanbrengen.
6. De houder afstrijklip weer omlaag zwenken.
Schijfborstels vervangen
1. Aan de lus van de zijdeur trekken.
Afbeelding AF 1 Beugel
2. De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.
3. De beugel naar beneden duwen.
4. De discborstel zijdelings onder de reinigingskop uit-
5. De nieuwe schijfborstel onder de reinigingskop hou-
den, omhoog drukken en vergrendelen.
6. De zijdeur afstrijklip weer omlaag zwenken.
Extra onderhoudswerkzaamheden bij de zijdelingse schrobmodule Borstel reinigen
1. De borstel met de klok mee draaien tot de
veer borstelhouder naar voren wijst.
2. De veer borstelhouder uit elkaar trekken.
Afbeelding AQ 1 Veer borstelhouder De borstel valt uit de houder.
3. De borstel op vreemde voorwerpen (bijv. pakket-
band of folie) controleren.
4. De borstel onder stromend water reinigen.
5. De veer borstelhouder uit elkaar trekken en de bor-
stel plaatsen. Borstel op slijtage controleren De borstel is versleten wanneer de lengte van de haren overeenkomt met de lengte van de gele indicatorbor- stel.
1. De borstel vervangen (zie Borstel vervangen).
1. De borstel met de klok mee draaien tot de
veer borstelhouder naar voren wijst.
2. De veer borstelhouder uit elkaar trekken.
Afbeelding AQ 1 Veer borstelhouder De borstel valt uit de houder.
3. De nieuwe borstel plaatsen.
4. De veer borstelhouder uit elkaar trekken en de bor-
stel plaatsen. Afstrijklip vervangen
1. De schroef M6 x 12 (6x) eruit draaien.
Afbeelding AR 1 Schroef M6 x 12 2 Montageplaat
2. De montageplaat en de afstrijklip verwijderen.
3. De nieuwe afstrijklip op de montageplaat plaatsen.
4. De montageplaat met de schroef M6 x 12 (6x) vast-
zetten. Extra onderhoudswerkzaamheden bij de variant Combo GEVAAR Gevaar voor beknellen en afknellen! Gevaar voor beknellen en afknellen door draaiende rie- maandrijvingen. Voordat u het apparaat na onderhoudswerkzaamheden weer in gebruik kunt nemen, moet de kap van de vee- ginstallatie beslist worden gesloten en vergrendeld. Aandrijfriem controleren
1. De kap van de voorveeginrichting naar voren klap-
2. De 4 schroeven van de beschermplaat verwijderen.
3. De beschermplaat verwijderen.
4. De riem van de zuigturbine op slijtage en correcte
zitting controleren. Afbeelding L 1 Riem zuigturbine voorveeginrichting 2 Riem veegwalsaandrijving (onder de plaatafdek- king)
5. De riem van de veegwalsaandrijving op slijtage en
correcte zitting controleren. Afdichtlijsten veeginstallatie controleren
1. Het apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten.
2. De programmaschakelaar op “0” zetten.
3. Het apparaat met een wig tegen wegrollen beveili-
4. Het vuilreservoir aan beide kanten verwijderen.
Voorste afdichtlijst
5. De moeren (5x) losdraaien.
6. De afdichtlijst zo uitlijnen dat deze met een naloop
van 35-40 mm naar achteren omklapt. Afbeelding T 1 Moer
7. De moeren (5x) aandraaien.
Achterste afdichtlijst De bodemafstand van de achterste afdichtlijst is zo ont- worpen dat deze met een naloop van 5-10 mm naar achteren omklapt. Afbeelding S
8. De afdichtlijst bij slijtage vervangen.
9. De veegwals demonteren (zie hoofdstuk Veegwals
10. De moeren (7x) losdraaien.
11. De nieuwe afdichtlijst plaatsen.
12. De moeren (7x) aandraaien.
Zijdelingse afdichtlijsten
13. De bevestigingsmoeren losdraaien.
14. De bodemafstand aanpassen door een 1-2 mm dik-
ke onderlaag aan te brengen.
15. De afdichtlijst uitlijnen.
16. De moeren aandraaien.
17. Bouw de veegwals in.
Stoffilter vervangen Afbeelding AC 1 Deksel stoffilterhuis 2 Schroef 3 Flens
1. De vergrendeling van de kap veeginstallatie los-
draaien door deze erin te draaien.
2. De kap van de veeginstallatie omhoog klappen.
3. Het deksel stoffilterhuis verwijderen.
4. Schroef (2x) weghalen.
5. De flens tegen de klok in draaien en het stoffilterhuis
6. Het stoffilter verwijderen.
7. Het nieuwe stoffilter zo plaatsen dat de gaten aan de
kopse kant naar de meenemer gericht zijn.
8. Het stoffilterhuis terug plaatsen, met de klok mee
draaien en vastschroeven.Nederlands 77
9. Het deksel erop plaatsen en dichtdrukken.
10. De kap van de veeginstallatie sluiten.
11. De vergrendeling van de kap vastzetten door deze
eruit te draaien. Zijbezem vervangen
1. De schroeven (3x) eruit draaien.
Afbeelding AE 1 Schroeven
2. De zijbezem verwijderen.
3. De nieuwe zijbezem erop schuiven.
4. 3 schroeven erin draaien en aanhalen.
Veegwals vervangen Afbeelding X 1 Afdekplaat 2 Schroef 3 Vuilreservoir
1. Het vuilreservoir eruit trekken.
2. De schroef eruit draaien.
3. De afdekplaat omhoog zwenken en verwijderen.
Afbeelding Y 1 Bowdenkabel 2 Schroef voor zwenkarmlager 3 Afdekking 4 Zwenkarm 5 Schroeven van de afdekking
4. De bowdenkabel losmaken.
5. De schroef van het zwenkarmlager losdraaien.
6. De zwenkarm eraf halen.
7. Beide schroeven van de afdekking losdraaien en de
afdekking verwijderen.
8. De veegwals eruit halen.
9. De nieuwe veegwals plaatsen.
10. De veeginstallatie in omgekeerde volgorde monte-
1. Het schoon- en het vuilwaterreservoir legen.
2. Het apparaat in een vorstvrije ruimte zetten.
Hulp bij storingen GEVAAR Gevaar voor letsel door onbedoeld starten van het apparaat! Onbedoeld starten van het apparaat kan letsel veroor- zaken bij personen die aan het apparaat werken. Trek vóór alle werkzaamheden aan het apparaat de in- telligente sleutel eruit. Trek vóór alle werkzaamheden de stekker van het op- laadapparaat uit het stopcontact. Koppel vóór alle werkzaamheden de batterijstekker los. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door bewegende elementen! Na het uitschakelen lopen zuigturbine, zijbezems en fil- terreiniging na. Voer geen werkzaamheden aan het apparaat uit voor- dat de componenten tot stilstand zijn gekomen.
1. Het vuilwater aftappen.
2. Het resterende verse water aftappen.
Instructie Als de storing met de volgende aanwijzingen niet kan worden verholpen, neem dan contact op met de klan- tenservice. Zekeringen vervangen Alleen de autozekeringen met de volgende waarden mogen door de gebruiker worden vervangen: ● 5A– besturings- en noodstroomvoorziening ● 20A - per hef-/toebehorenmodulevoeding ● 50A - hef-/cleanmodule 3 (variant Combo) LET OP Beschadiging van de besturing! Onjuiste vervanging van de zekeringen kan leiden tot schade aan de besturing. Laat defecte poolzekeringen alleen vervangen door de klantenservice. Bij defecte poolzekeringen moeten de bedrijfsomstandigheden en de gehele besturing door de klantenservice worden gecontroleerd. De besturing bevindt zich onder het bedieningspaneel. Om bij de zekeringen te komen moet de afdekking aan de linkerkant van de voetruimte worden verwijderd. Instructie De toewijzing van de zekeringen vindt u aan de binnen- kant van de afdekking. Afbeelding AD 1 Afdekking
1. De schroef (3x) eruit draaien.
2. Verwijder de afdekking.
3. De zekering vervangen.
4. Voorste afdekking aanbrengen.
Storingen weergegeven op het display Bij storingen die op het display worden weergegeven als volgt te werk gaan: Storingsindicatie als cijfercode Bij een storingsindicatie met cijfercode de storing (het apparaat) eerst terugzetten: a De programmaschakelaar op “0” zetten. b Wacht tot het display is uitgeschakeld. c De programmaschakelaar op het vorige pro- gramma zetten. Pas als de fout opnieuw optreedt, de desbetref- fende remedies in de opgegeven volgorde uit- voeren. De programmakeuzeschakelaar moet op "0" staan en de intelligente sleutel moet verwij- derd zijn. d Als de fout niet kan worden verholpen, met de klantenservice contact opnemen en de foutmel- ding vermelden. Storingsindicatie als tekst a De aanwijzingen op het display uitvoeren. b De storing door het indrukken van de infoknop bevestigen. Instructie Storingsmeldingen die niet in de volgende tabel zijn ver- meld, geven storingen aan die niet door de bediener kunnen worden verholpen. Neem in dit geval met de klantenservice contact op. Storingen zonder weergave op het display Stoelschakelaar open! 1. Het gaspedaal ontlasten.
2. De bestuurdersstoel instellen op het juiste lichaamsgewicht.
3. De bestuurdersstoel kort ontlasten zodat de besturing de functie van de stoelschakelaar kan controleren.
4. De bestuurdersstoel volledig belasten.
Gaspedaal loslaten! 1. Het gaspedaal loslaten. Geen rijrichting! 1. Contacteer de Klantenservice. Accu ontladen! 1. De accu laden. Accuspanning ontoelaatbaar! 1. Contacteer de Klantenservice Schoonwaterreservoir leeg! 1. Het verswaterreservoir bijvullen. Borsteldruk niet bereikt! 1. De borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen.
2. De reinigingskop op werking controleren: neerlaten, optillen.
Vuil water vol! 1. Leeg het vuilwaterreservoir. Rem defect! 1. Niet meer met het apparaat rijden.
2. Contacteer de Klantenservice
Rijmotor te heet! Afkoelfase 1. De veiligheidsschakelaar op “0” zetten.
2. Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.
3. Bij herhaling contact opnemen met de klantenservice
Claxon defect! 1. Contacteer de Klantenservice. Kop CPU te heet! Afkoelfase 1. De veiligheidsschakelaar op “0” zetten.
2. De besturing minstens 5 minuten laten afkoelen.
3. Bij ruwe bodem de borsteldruk duidelijk verlagen.
4. Bij herhaling contact opnemen met de klantenservice.
Borstelaandrijving overbelast! 1. De borsteldruk verminderen.
2. Controleren of vreemde voorwerpen (bijv. pakketband, stukken hout) de borstels blokkeren.
Geen rijrichting! 1. Het apparaat uitschakelen.
2. De rijrichtingsschakelaar enkele keren heen en weer schuiven.
3. Het apparaat inschakelen.
4. Contact opnemen met de klantenservice als de fout blijft bestaan.
Het apparaat kan niet gestart worden 1. De accustekker erin steken.
2. De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.
3. De intelligente sleutel erin steken.
4. De zekering F1 controleren, indien nodig vervangen (zie hoofdstuk Zekeringen vervangen).
5. De accu's controleren, eventueel opladen.
De waterhoeveelheid is onvoldoende 1. Het vulniveau van het verse water controleren, eventueel het reservoir volledig vullen zodat de lucht eruit wordt geperst.
2. De slangen op verstopping controleren, eventueel reinigen.
3. Het filter schoon water verwijderen en reinigen.
4. De kogelkraan schoon water openen.78 Nederlands
Aanvullende storingen bij variant Combo Technische gegevens De zuigcapaciteit is te gering 1. Het deksel aan de afvoerslang van vuil water sluiten.
2. De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, eventueel vervangen.
3. Het turbinefilter reinigen.
4. De zuiglippen van de zuigbalk reinigen, eventueel vervangen.
5. De zuigslang op verstopping controleren eventueel reinigen.
6. De aanzuigslang op dichtheid controleren, eventueel reinigen.
7. De instelling van de zuigbalk controleren.
Het reinigingsresultaat is onvoldoen-
1. Stel voor de reinigingstaak het passende reinigingsprogramma in.
2. Gebruik passende borstels voor de reinigingstaak.
3. Gebruik een passend reinigingsmiddel voor de reinigingstaak.
4. De snelheid reduceren.
7. De borstels op slijtage controleren, eventueel vervangen.
8. Controleer de wateruitvoer.
De borstels draaien niet 1. De aanpersdruk verminderen.
2. Controleren of een vreemd voorwerp de borstels blokkeert, eventueel het voorwerp verwijderen.
Het optionele zwaailicht en/of de wer- klamp branden niet
1. De zekering F3 controleren, indien nodig vervangen (zie hoofdstuk Zekeringen vervangen).
Fout K1/109 1. Het apparaat uitschakelen.
2. Een minuut wachten.
3. Het apparaat weer inschakelen.
Het apparaat veegt niet goed 1. De veegwalsen en de zijbezems controleren op slijtage, eventueel vervangen.
2. Als de veegwals niet draait, de aandrijfriem controleren, eventueel reinigen.
3. De werking van de grofvuilklep controleren.
4. De afdichtstrippen op slijtage controleren, eventueel instellen of vervangen.
De veeginstallatie creëert een stof- wolk
1. Het vuilreservoir legen.
2. De aandrijfriemen voor de zuigturbine veeginstallatie controleren.
3. De afdichtmanchet op de aanzuigventilator controleren.
4. Het stoffilter controleren, eventueel reinigen of vervangen.
5. De afdichting van het filteromhulsel controleren.
6. De afdichtstrip op slijtage controleren, eventueel instellen of vervangen.
Het reinigingsresultaat bij het vegen in het randgebied is onvoldoende
1. De hoogte-instelling van de zijbezems controleren, eventueel instellen.
2. De zijbezems vervangen.
B 260 RI (R100) B 260 RI Combo (R100) B 260 RI (R 120) B 260 RI Combo (R 120) B 260 RI (D100) B 260 RI Combo (D100) Algemeen Rijsnelheid (max.) km/h 10 10 10 10 10 10 Transportsnelheid km/h 10 10 10 10 10 10 Snelheid achteruit km/h666666 Toelaatbare remweg op een vlakke ondergrond bij een maximale rijsnelheid van 10 km/h m 1,9 1,9 1,9 1,9 1,9 1,9 Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond h 5 4,5 5 4,5 5 4,5 Theoretische oppervlaktecapaciteit m
/h 10000 10000 12000 12000 10000 10000 Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijdelingse schrobmodule
/h 11200 --- --- --- 11200 --- Theoretische oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems m
/h 11500 11500 13400 13400 11500 11500 Praktische oppervlaktecapaciteit met borstelkop m
Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) Oppervlaktebelasting wiel veeginstallatie N/cm
Oppervlaktebelasting, achterwiel N/cm
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K m/s
0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K m/s
0,00239 0,00239 0,00239 0,00239 0,00239 0,00239 B 260 RI (R100) B 260 RI Combo (R100) B 260 RI (R 120) B 260 RI Combo (R 120) B 260 RI (D100) B 260 RI Combo (D100)80 Türkçe EU-conformiteitsverklaring Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlij- nen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Vloerreiniger zittend bediende machine Type: 1.480-xxx / 2.480-xxx Relevante EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2014/53/EU (TCU) Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335-1 EN 60335-2-72 EN 62233: 2008 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000-6-2: 2005 TCU EN 300 328 V2.2.2 EN 300 330 V2.1.1 EN 300 440 V2.1.1 EN 301 511 V12.5.1 Toegepaste nationale normen
Notice-Facile