BR 5540 RS Bp Pack - Industriële schrobmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BR 5540 RS Bp Pack Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Industriële schrobmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BR 5540 RS Bp Pack - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BR 5540 RS Bp Pack van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING BR 5540 RS Bp Pack Kärcher
Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 41IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Gelieve voor het gebruik van het apparaat deze gebruiksaanwijzing en de bijgevoegde brochure Veiligheidsinstructies voor borstel- reinigingsapparaten en sproei-extractieappa- raten, nr. 5.956-251.0 te lezen, in acht te ne- men en overeenkomstig te handelen. Het apparaat is toegelaten voor het gebruik op oppervlakken met een helling tot 10%. Bij nood op de noodstoptoets drukken. Het apparaat wordt buiten werking gezet en de handrem wordt geactiveerd. Beveiligingselementen dienen ter bescher- ming van de gebruiker en mogen niet bui- ten gebruik gesteld worden of in de functie omgaan worden. Voor een directe buitengebruikstelling van alle functies: Noodstopknop indrukken. De rijaandrijving kan alleen geactiveerd worden, wanneer de bediener op het veilig- heidspedaal staat. GEVAAR Verwijzing naar een onmiddellijk dreigend gevaar dat tot ernstige en zelfs dodelijke li- chaamsverwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot ernstige en zelfs dodelijke li- chaamsverwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situ- atie die tot lichte verwondingen kan leiden. LET OP Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden. Deze schuurzuigmachine wordt gebruikt voor de natte reiniging van vlakke vloeren. – Door het kiezen van een gepast reini- gingsprogramma met de programma- keuzetoets is een eenvoudige aanpas- sing aan de reinigingstaak van dat mo- ment mogelijk. – Een werkbreedte van 500 mm en een capaciteit van de verswatertank van 38 l maken een effectieve reiniging bij hoge inzetduur mogelijk. – Het apparaat is zelfrijdend. – De accu's kunnen door middel van een oplaadapparaat aan een 230-V-stop- contact opgeladen worden. – Accu en laadapparaat worden bij de pak-varianten al meegeleverd. Instructie: In functie van de overeenkomstige reini- gingstaak kan het apparaat uitgerust wor- den met verschillende toebehoren. Vraag onze catalogus of neem een kijkje op onze internetpagina onder www.kaer- cher.com. Gebruik dit apparaat uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing. – Dit apparaat is geschikt voor bedrijfs- matig en industrieel gebruik, zoals bij- voorbeeld in hotels, scholen, ziekenhui- zen, fabrieken, winkels, kantoorgebou- wen en verhuurkantoren. – Het apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het reinigen van gladde vloeren die niet gevoelig zijn voor vocht en polijstwerkzaamheden. – Het gebruikstemperatuurbereik ligt tus- sen +5°C en +40°C. – Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijv. in koelhuizen). – Het apparaat mag alleen uitgerust wor- den met originele toebehoren en reser- veonderdelen. – Het apparaat werd ontwikkeld voor het reinigen van vloeren binnen resp. over- dekte oppervlakken. – Het apparaat is niet bestemd voor de reiniging van openbare verkeerswegen. – Rekening houden met de toegelaten oppervlaktebelasting van de vloer. De oppervlaktebelasting door het appa- raat is vermeld in de technische gege- vens. – Het apparaat is niet geschikt voor het gebruik in explosiegevaarlijke omgevin- gen. – Met het apparaat mogen geen brand- bare gassen, onverdunde zuren of op- losmiddelen opgezogen worden. Daartoe behoren benzine, verfverdun- ners of stookolie die door de inwerking van de zuiglucht explosieve mengsels kunnen vormen. Alsook aceton, onver- dunde zuren en oplosmiddelen aange- zien ze materialen die in het apparaat gebruikt worden, aantasten. – Reactief metaalstof (bv. aluminium, magnesium, zink) vormt in verbinding met sterk alkalische en zure reinigings- middelen explosieve gassen. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH Inhoud Veiligheidsaanwijzingen. . . . . . NL 1 Functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Doelmatig gebruik . . . . . . . . . . NL 1 Milieubescherming, afvalver- werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Bediening- en werkingsonder- delen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 2 Voor ingebruikneming . . . . . . . NL 3 Gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Vervoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 6 Verzorging en onderhoud . . . . NL 6 Storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . NL 9 Technische gegevens . . . . . . . NL 10 Toebehoren en reserveonder- delen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 10 Garantie. . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 10 EU-conformiteitsverklaring . . . NL 10 Veiligheidsaanwijzingen Wat te doen in noodgevallen Veiligheidsinrichtingen Noodstopknop Veiligheidspedaal Gevarenniveaus Functie Doelmatig gebruik Milieubescherming, afvalverwerking De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Gooi het verpak- kingsmateriaal niet met het huis- vuil weg, maar zorg dat het gere- cycled kan worden. Oude apparaten bevatten waar- devolle materialen die gerecy- cled kunnen worden. Batterijen, olie en gelijksoortige stoffen mo- gen niet in het milieu terechtko- men. Geef oude apparaten daarom bij een geschikte verza- melplaats af. 42 NL- 2 1 Slangaansluiting, vulautomaat 2 Schoonwaterreservoir 3 Ladingsindicatie (enkel bij variant Bp Pack) 4 Vuilwaterreservoir 5 Vlotter 6 Aftapslang vuil water 7 Apparaatstekker 8 Accustekker 9 Accu 10 Stekker van laadapparaat (alleen bij va- riant Bp Pack) 11 Zuigbalk 12 Klep verswater 13 Zeef schoon water 14 Deksel schoonwatertank 15 Reinigingskop 16 Zuigbalkophanging voor erge vervuiling (tweestapsmethode) 17 Peilindicatie schoon water Aftapslang schoon water 18 Gaspedaal 19 Plaats voor bediener 20 Veiligheidspedaal 21 Sluiting 22 Bedieningspaneel 23 Stuurwiel 24 Ontgrendeltuimelaar, rijden 25 Ontgrendeltuimelaar, schuiven A Veeglade voor grof vuil (enkel BR-vari- ant) B Spatbescherming, zijdelings (enkel BR- variant) – Bedieningselementen voor het reini- gingsproces zijn geel. – Bedieningselementen voor het onder- houd en de service zijn lichtgrijs. Bediening- en werkingsonderdelen Kleurmarkering Ladingsindicatie 1 groen Brandt: laadproces afge- sloten. 2 geel Brandt: eindfase van het laadproces. 3 rood Brandt: laadproces. Knippert: initialisatie op- laadapparaat. 43NL- 3 1 Programmakeuzeschakelaar 2 Sleutelschakelaar 3 Nood-stop-knop (door draaien ontgren- delen) 4 Rijrichtingschakelaar, gekozen rijrich- ting brandt 5 Claxon 6 Batterijweergave 7 Bedrijfsurenteller 8 Zekering besturing 9 Zekering zuigturbine 10 Zekering borstelaandrijving 1 Rijden, snelheidsbereik begrensd 2 Rijden, snelheidsbereik maximaal 3 Lichte reinigingsintensiteit (eco) 4 Hoge reinigingsintensiteit 5 Zuigen 6 Reinigingsoplossing aanbrengen Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: GEVAAR Explosiegevaar Leg geen gereedschap e.d. op de batterij, d.b. op eindpolen en ver- bindingsstrips. Verwondingsgevaar. Wonden nooit in con- tact brengen met lood. Na het werk aan ac- cu's altijd de handen reinigen. Wanneer bij de Bp-variant natte accu's in- gezet worden, moet op het volgende gelet worden: – De maximale accuafmetingen moeten gerespecteerd worden. – Bij het opladen van natte batterijen moet de batterijafdekking geopend wor- den. – Bij het opladen van natte accu's moeten de voorschriften van de accufabrikant in acht genomen worden. Bij de variant Bp Pack is de batterij al inge- bouwd. De bescherming tegen volledige ontlading van het apparaat is op het geleverde accuty- pe ingesteld. Daarom mag voor de nieuwe accu-uitrusting of vervanging ervan alleen het volgende aangegeven accutype in het betref- fende apparaat gemonteerd worden. Sluiting openen. Bovendeel van apparaat naar voren zwenken. Vuilwaterreservoir naar achteren zwen- ken. Accu's in het apparaat plaatsen. Polen met de bijgevoegde verbindings- kabels verbinden. LET OP Beschadigingsgevaar Let op een correcte polariteit. Meegeleverde aansluitingskabels aan de nog vrije accupool (+) en (-) vast- klemmen. LET OP De batterij kan door volledige ontlading be- schadigd worden. Laad de batterij op voor de inbedrijfstelling van het apparaat. Instructie: Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen volledige ontlading, d. b. dat, wan- neer de nog toegestane minimale capaci- teit bereikt wordt, enkel nog gezogen en gereden kan worden. Apparaat onmiddellijk naar het oplaad- apparaat brengen en bergop rijden ver- mijden. Stekker van het apparaat uit de houder nemen en met de stroom verbinden (al- leen versie Bp Pack) De laadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10 uur. Stekker van laadapparaat uittrekken en in de houder op het apparaat hangen (alleen versie BP Pack). Sluiting openen. Bovendeel van apparaat naar voren zwenken. Vuilwaterreservoir naar achteren zwen- ken. Bedieningspaneel Batterijweergave brandt accu is geladen. knippert Batterij moet opgeladen wor- den, borstelaandrijving en aan- brenging van reinigingsmiddel zijn gedeactiveerd. Programmakeuzeschakelaar Voor ingebruikneming Accu's monteren (alleen variant Bp) Aanwijzingen op de accu, in de ge- bruiksaanwijzing en in de voertuig- gebruiksaanwijzing naleven Oogbescherming dragen Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's Ontploffingsgevaar Vuur, vonken, open licht en roken verboden Pas op voor bijtende vloeistoffen Eerste hulp Waarschuwingstekst Afvalverwerking Accu niet in vuilnisbak gooien Maximale batterijafmetingen Lengte Breedte Hoogte 330 mm 172 mm 236 mm Accuset Bestel-nr. 3 x 12V/70 A, onderhouds- vrij (gel) 6.654-093.0 Accu plaatsen en aansluiten Apparaat Accutype 1.533-170.0 onderhoudsvrije accu (gel) 1.533-171.0 1.533-172.0 1.533-173.0 Accu laden Na het laadproces Batterijen demonteren 44 NL- 4 Kabel van de minpool van de batterij losmaken. Resterende kabels van de batterijen af- halen. Batterijen eruit nemen. Verbruikte batterijen conform de gel- dende bepaleingen verwijderen. Staand wordt het apparaat door een elektri- sche parkeerrem tegen wegrollen beschermd. Voor het verschuiven van het apparaat moet de parkeerrem ontgrendeld worden. Voor het ontgrendelen van de parkeer- rem de ontgrendelhefboom naar om- laag schuiven. GEVAAR Ongevalgevaar door wegrollend apparaat Trek de ontgrendelingshendel na het ver- schuiven zeker opnieuw naar beneden en activeer zo de parkeerrem terug. LET OP Beschadigingsgevaar Schuif het apparaat niet sneller dan 7 km/h. Instructie: Neem voor een zorgvuldige buitenbedrijf- stelling van alle functies uw voet van het gaspedaal, druk op de noodstopknop en zet de sleutelschakelaar op „0“. Neem de kartonverpakking naar boven van het apparaat. Leg het bijgevoegde karton opzij. Knip de klemband door en verwijder hem. 1 Kanthout, leveringstoestand 2 Rijplaat, leveringstoestand 3 Fixatie voorwiel 4 Rijplaat, na ombouw 5 Kanthout, na ombouw Schroef het kanthout en de rijplaten van het pallet los. Schroef de rijplaten en het kanthout zo- als hierboven weergegeven vast. Bevestiging van het voorste wiel verwij- deren. Hendel voor het ontgrendelen van de parkeerrem naar omlaag schuiven. Schuif het apparaat vooruit van het pal- let. Hendel voor het ontgrendelen van de parkeerrem naar boven schuiven. 몇 WAARSCHUWING Langere gebruiksduur van het apparaat kan door de trillingen leiden tot doorbloe- dingsstoornissen in de handen. Een algemeen geldende duur voor het ge- bruik kan niet vastgelegd worden aange- zien die afhangt van verschillende factoren: – persoonlijke neiging tot slechte door- bloeding (vaak koude vingers, kriebe- len van de vingers). – Lage omgevingstemperatuur. Warme handschoenen dragen ter bescherming van de handen. – Stevig vasthouden hindert de doorbloe- ding. – Ononderbroken werking is slechter dan een werking met pauzen. Bij een regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij herhaaldelijk optreden van die symptomen (bijvoorbeeld kriebelen van de vingers, koude vingers) bevelen wij een medisch onderzoek aan. Instructie: Neem voor een zorgvuldige buitenbedrijf- stelling van alle functies uw voet van het gaspedaal, druk op de noodstopknop en zet de sleutelschakelaar op „0“. Onderhoudswerkzaamheden „Voor be- gin van inbedrijfstelling“ uitvoeren (zie hoofdstuk „Onderhoud en instandhou- ding“). GEVAAR Ongevalgevaar. Voor elke werking moet de functionaliteit van de parkeerrem op een vlakke ondergrond gecontroleerd worden. Sleutelschakelaar op „0“ stellen. Noodstopknop indrukken. Indien het apparaat nu met de hand ver- schoven kan worden, is de handrem niet goed vastgezet. Ontgrendelhefboom van de parkeerrem naar omhoog duwen. Indien het apparaat nog steeds met de hand verschoven kan worden, is de par- keerrem defect. Apparaat stilleggen en de klantendienst contacteren. GEVAAR Ongevalgevaar Druk de noodstopknop in als het apparaat bij het rijden op een helling onvoldoende remkracht toont: Deksel verswatertank sluiten. 몇 WAARSCHUWING Voorschriften van de watermaatschappij in acht nemen. Conform de geldige voorschriften mag het apparaat nooit zonder sy- steemscheider aan het drinkwa- ternet gebruikt worden. Er moet een geschikte systeemscheider van de fir- ma KÄRCHER of alternatief een systeem- scheider conform EN 12729 type BA ge- bruikt worden. Water dat door een systeemscheider is ge- stroomd, wordt als niet-drinkbaar be- schouwd. 몇 VOORZICHTIG Sluit de systeemscheider altijd aan de wa- tertoevoer en nooit direct aan het apparaat aan. Slang met de vulautomaat verbinden en watertoevoer (max. 60 °C, max. 5 bar) openen. Apparaat in de gaten houden, de vulau- tomaat onderbreekt de watertoevoer, wanneer de tank vol is. Watertoevoer dichtdraaien en slang weer van het apparaat nemen.
Deksel van het schoonwaterreservoir openen. Schoonwater (maximaal 60 °C) vullen. Voldoende ruimte voor het reinigings- middel vrijlaten. Deksel van het schoonwaterreservoir sluiten. Instructie: Vul het schoonwaterreservoir voor de eer- ste inbedrijfstelling volledig om het water- leidingsysteem te ontluchten. Bij een leeg leidingsysteem kan het tot 2 minuten duren tot de reinigingsoplossing aan de reinigingskop vrijkomt. 몇 WAARSCHUWING Beschadigingsgevaar. Gebruik uitsluitend aanbevolen reinigingsmiddelen. Bij gebruik van andere reinigingsmiddelen draagt de exploitant het verhoogde risico wat betreft de bedrijfsveiligheid en het ongevalgevaar. Gebruik enkel reinigingsmiddelen die vrij zijn van oplosmiddelen, zout- en fluorzuut. Veiligheidsinstructies op de reinigingsmid- delen in acht nemen. Instructie: Gebruik geen sterk schuimende reinigings- middelen. Aanbevolen reinigingsmiddelen: Apparaat verschuiven Afladen Gebruik Parkeerrem controleren Remmen Bedrijfsstoffen vullen Schoon water Reinigingsmiddel Gebruik Reinigings- middel Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloe- ren RM 780 RM 746 Onderhoudsreiniging van blinkende oppervlakken (bijv. Granit) RM 755 es Onderhoudsreiniging en ba- sisreiniging van industriële vloeren RM 69 ASF Onderhoudsreiniging en ba- sisreiniging van fijne stenen tegels RM 753 Onderhoudsreiniging van stenen in de sanitaire sector RM 751 45NL- 5 Reinigingsmiddel in het schoonwaterre- servoir vullen. 1 Klep verswater A Maximale hoeveelheid verswater B Halve hoeveelheid verswater C Klep verswater gesloten Klep verswater in de gewenste stand draaien. Om met het apparaat vertrouwd te raken, de eerste rijpogingen op een open ruimte ondernemen. GEVAAR Kantelgevaar bij de sterke hellingen. In rijrichting mogen enkel stijgingen tot 10% bereden worden. Kantelgevaar bij snel door de bochten rijden. Slipgevaar bij natte bodems. In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. Dwars op de rijrichting mogen enkel stij- gingen tot max. 10% bereden worden. Op het standvlak stappen. Gaspedaal niet indrukken. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Sleutelschakelaar op „1“ zetten. Snelheidsbereik op de programmakeu- zeschakelaar instellen. Instellen rijrichting met de rijrichting- schakelaar op de bedieningsconsole. Instructie: De rijrichtingschakelaar dient ook als veilig- heidsschakelaar. Daarom moet hij ook in- gedrukt worden als de gewenste rijrichting reeds vooraf was ingesteld. Om te rijden het gaspedaal voorzichtig indrukken. Instructie: De rijrichting kan ook tijdens de rit veran- derd worden. Zo kunnen door meermaals voor- en achteruit te rijden ook sterk ver- vuilde plaatsen gereinigd worden. Bij overbelasting wordt de motor van de wielaandrijving na een bepaalde tijd uitge- schakeld. Apparaat 5 minuten laten afkoelen. Instructie: Als het apparaat langer dan 2 seconden stilstaat, worden de toevoer van de reini- gingsvloeistof en de borstelaandrijving on- derbroken tot het apparaat verderrijdt. Op het standvlak stappen. Gaspedaal niet indrukken. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Sleutelschakelaar op „1“ zetten. Programmakeuzeschakelaar op het ge- wenste reinigingsprogramma draaien. Instellen van rijrichting voorwaarts met de rijrichtingschakelaar op de bedie- ningsconsole. Gaspedaal bedienen en over het te rei- nigen oppervlak rijden. Beide draden aan de zuigbalk hangen, om te vermijden dat de zuigbalk zakt. Programmakeuzeschakelaar op reini- gingsoplossing aanbrengen zetten. Reinigingsoplossing op de sterk ver- vuilde vlakken aanbrengen en laten in- werken. Beide draden aan de zuigbalk weer los- maken. Tweede reinigingsgang met lichte of hoge reinigingsintensiteit uitvoeren. Programmakeuzeschakelaar op zuigen zetten. Apparaat nog een eindje verder laten lopen om het resterende water op te zuigen. Apparaat op een egaal oppervlak neer- zetten. Sleutelschakelaar op '0' draaien en sleutel uittrekken. Instructie: Overloop vuilwaterreservoir Bij een vol vuil- waterreservoir wordt de zuigluchtstroom door een vlotter onderbroken. Maak het vuilwaterreservoir leeg. 몇 WAARSCHUWING Lokale voorschriften inzake de behande- ling van afvalwater in acht nemen. Afvoerslang voor vuilwater uit de hou- der nemen en deksel van afvoerslang openen. Einde van de slang samendrukken en bij de afvalverwijderingsinrichting laten zakken. Sterkte van de vuilwaterstraal door het samendrukken van het slangeinde re- gelen. Bovendeel van apparaat naar voren zwenken. Vlotter reinigen en beweeglijkheid van de vlotterbal controleren. Vuilwaterreservoir met zuiver water uit- spoelen. Binnenzijde van bovendeel van het ap- paraat reinigen. Vuilwaterslang in de houder op het ap- paraat drukken. Aftapslang verswater uit de beugel ne- men en over een geschikt verzamel- punt laten zakken. Reinigingsvloeistof lozen. Deksel verswater eraf nemen. Verswatertank met schoon water (maximaal 60 °C) spoelen. LET OP Beschadigingsgevaar voor verswaterreser- voir, kleppen en pakkingen. Reinigingsop- lossing na bedrijfseinde nooit in de verswa- tertank laten. Voor het laten drogen van de tank het apparaat, zoals boven getoond is, weg- zetten. GEVAAR Verwondingsgevaar! Voor het in- en uitla- den van het apparaat mag het hellingsper- centage van 10% niet overschreden wor- den. Rijd langzaam. Reiniging en ontsmetting in de sanitaire sector RM 732 Reiniging van alle alkalibe- stendige vloeren (bijv. PVC) RM 752 Reiniging van linoleumvloe- ren RM 754 Rijden Overbelasting
Reinigen Erge vervuiling (tweestapsmethode) Reiniging beëindigen Buitenwerkingstelling Reservoirs leegmaken Vuil water aflaten Vers water aflaten Vervoer 46 NL- 6
VOORZICHTIG Verwondings- en beschadigingsgevaar! Neem bij het transport het gewicht van het apparaat in acht. Zuigbalk en borstels van het apparaat verwijderen. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Bevestigingspunten 몇 VOORZICHTIG Gevaar voor lichamelijk letsel en beschadi- ging! Let op het gewicht van het apparaat bij opslag. Het apparaat mag alleen binnen worden opgeborgen. GEVAAR Verwondingsgevaar! Voor alle werken aan het apparaat sleutelschakelaar op "0" zet- ten en sleutel eraf halen. Trek de batterijs- tekker uit. 몇 WAARSCHUWING De zuigturbine loopt na het uitschakelen na. Voer onderhoudswerkzaamheden pas uit als de zuigturbine stilstaat. Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen. Controleren of het bovendeel van het apparaat goed passend op het vuilwa- terreservoir zit. Toestand van de banden controleren. Controleren of de borstels goed zitten. steekverbindingen van de zuigslang controleren op dichtheid. Bevestiging van de zuigbalk controle- ren (zie „Onderhoudswerkzaamhe- den“). Controleren of de sluiting van de af- voerslang voor vuilwater niet lekt. Controleren of de beide afvoerslangen goed in de houders zitten. Gaspedaal, rem en stuurwiel op correc- te functioneren controleren. Bij natte accu's het zuurpeil controleren en indien nodig gedestilleerd water na- vullen. Vuilwaterreservoir leegmaken. Vuilwaterreservoir met zuiver water uit- spoelen. Zeef en vlotter in de vuilwatertank reini- gen (zie "Onderhoudswerkzaamhe- den"). Schoonwatertank reinigen. Afzuiging gedurende een minuut in- schakelen om het systeem te laten dro- gen. Veeglade voor grof vuil (enkel BR-vari- ant) leegmaken en reinigen. Borstels controleren op slijtage en reini- gen. Zuiglippen in de zuigbalk reinigen en controleren op slijtage. Apparaat aan de buitenkant met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen. Apparaat uitwendig controleren op be- schadigingen. Voor het drogen van de tank het appa- raat, zoals bij "Tanks ledigen" beschre- ven is, wegzetten. Batterij laden: Als de ladingstoestand minder is dan 50%, de batterij volledig en zonder on- derbrekingen opladen. Als de ladingstoestand meer is dan 50%, de batterij alleen opladen wan- neer u bij het volgende gebruik de vol- ledige bedrijfsduur nodig hebt. Bij regelmatig gebruik de batterij min- stens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen. Bovenkant van de batterijen reinigen. Bij natte batterijen de zuurdichtheid controleren. Batterijkabel controleren op correcte positie. Zeef in het schoonwaterreservoir reini- gen. Enkel BR 55/40 RS: Zijdelingse spatbescherming op de rei- nigingskop controleren. Bij een langere stilstandtijd het appa- raat alleen met volledig opgeladen bat- terijen afzetten. Minstens een keer per maand de batterij opnieuw volledig op- laden. Batterijruimte en behuizing van de bat- terijen reinigen. Parkeerrem controleren. * Draaipunten aan de ophanging van de reinigingskop reinigen. Koolborstels en commutator van alle motoren controleren op slijtage. * Spanning van de stuurketting controle- ren. * Kettingspanning op de rijaandrijving controleren. *
- Uitvoering door klantendienst. Ter verzekering van een betrouwbare wer- king van het apparaat kunt u met het be- voegde Kärcher-verkoopkantoor een on- derhoudscontract afsluiten. Zuigslang van de zuigbalk trekken. Greep van de koppeling zuigbalk optil- len. Zuigbalk wegnemen. Zuigbalk wegnemen. 1 Stergreep 2 Kunststof onderdeel 3 Zuiglip Stergrepen er uit schroeven. Kunststofonderdelen verwijderen. Zuiglippen verwijderen. Zuiglippen draaien of nieuwe zuiglippen inschuiven. Kunststofonderdelen opschuiven. Stergrepen inschroeven en vastdraai- en. Ontgrendelhefboom naar boven zwen- ken. Spatbescherming naar voren klappen. Opslag Verzorging en onderhoud Onderhoudsschema Voor bedrijfsbegin: Na bedrijfseinde: Wekelijks Alle 50 bedrijfsuren Maandelijks Alle 100 bedrijfsuren Alle 200 bedrijfsuren Onderhoudscontract Onderhoudswerkzaamheden BR 55/ 40 RS Zuigbalk demonteren Zuiglippen vervangen of draaien Borstelwalsen vervangen 47NL- 7 Knop borstelvervanging indrukken en afdekking van de borstelkop opzij draai- en. Borstelrollen uittrekken. Nieuwe borstelrollen inzetten en vast- klikken. Afdekking sluiten, borstels uitrichten en in de afdekking laten vastklikken. Spatbescherming terugzwenken. Ontgrendelhefboom naar beneden zwenken. Programmakeuzeschakelaar op rijden zetten. Sleutelschakelaar op '0' draaien en sleutel uittrekken. Zuigslang van de zuigbalk trekken. 1 Zuigslang 2 Koppeling van zuigbalken Zuigslang van de zuigbalk trekken. Koppeling van zuigbalken losmaken. Zuigbalk wegnemen. Zuigbalk demonteren. 1 Kartelmoer Kartelmoer afschroeven. Inzetstuk van zuigbalk naar beneden toe uit de zuigbalk nemen. 1 Zuiglip 2 Inzetstuk van zuigbalk Zuiglippen van het inzetstuk van de zuigbalk nemen. Instructie: De zuiglip kan driemaal gedraaid worden tot alle kanten versleten zijn. Dan wordt een nieuwe zuiglip benodigd. Zuiglip keren of vervangen en weer op de haken van het inzetstuk van de zuig- balk hangen. Inzetstuk van zuigbalk in de zuigbalk aanbrengen. Kartelmoeren erop schroeven en vast- draaien. Reinigingskop omhoog zetten. Sleutelschakelaar op '0' draaien en sleutel uittrekken. Ontgrendelhefboom van de schijfbor- stel tegen de richting van de wijzers van de klok draaien - de borstel valt naar beneden en kan onder het apparaat weggetrokken worden. Nieuwe borstel onder de reinigingskop houden. Ontgrendelhefboom van de schijfbor- stel in de richting van de wijzers van de klok draaien en borstel naar omhoog duwen. Ontgrendelhefboom loslaten en borstel controleren op stabiliteit. 1 Zeef met vlotterbal 2 Buis Zeef aan de buitenkant reinigen en af- spoelen. Beweeglijkheid van de vlotterbal con- troleren. Bij sterke vervuiling: buis vasthouden en zeef van de buis trekken. Zeef en bal reinigen. Buis vasthouden en zeef opnieuw aan- brengen. Bij kans op vorst: De reservoirs voor schoon en vuil water leegmaken. Apparaat in een vorstvrije ruimte plaat- sen. GEVAAR Verwondingsgevaar! Voor alle werken aan het apparaat sleutelschakelaar op "0" zet- ten en sleutel eraf halen. Trek de batterijs- tekker uit. 몇 WAARSCHUWING De zuigturbine loopt na het uitschakelen na. Voer onderhoudswerkzaamheden pas uit als de zuigturbine stilstaat. Bij storingen die met behulp van deze tabel niet opgelost kunnen worden de klanten- dienst raadplegen. Onderhoudswerkzaamheden BD 50/ 40 RS Zuigbalk demonteren Zuiglippen vervangen of draaien Schijfborstel vervangen Onderhoudswerkzaamheden alle varianten Vlotter reinigen Vorstbescherming Storingen 48 NL- 8 Door knipperen van het accucontrolelamp- je worden de volgende storingen aangege- ven. Het tempo van de knippersignalen toont de aard van de storingen. Voor een nieuwe inbedrijfstelling van het oplaadapparaat de stekker uit het contact trekken, wachten tot de ladings- indicatie gedoofd is en de stekker op- nieuw aansluiten. Door de batterijweergave aangeduide storingen Aantal knippersig- nalen Storing Oplossing 1 Accu ontladen of accukabel beschadigd. Accukabel controleren, accu laden. 2 Kabel naar de tractiemotor onderbroken. Klantendienst contacteren. 3 Kortsluiting in de kabel naar de rijmotor. 4 Volledige ontlaadspanning onderschreden. Accu laden. 5-- -- 6 Rijpoging bij aangesloten laadapparaat (alleen ver- sie Bp Pack). Stekker van laadapparaat uittrekken en in de houder op het apparaat hangen (alleen versie BP Pack). 7 Storing gaspedaal. Voor het inschakelen van het apparaat het gaspedaal loslaten. 8 Bediening gestoord. Klantendienst contacteren. 9 Storing handrem. 10 Los contact op de accuaansluiting. Aansluitklemmen op de accu's controleren. 1 keer om de 5 se- condes Besturing in de ruststand. Schleutelschakelaar op „0“ draaien, korte tijd wachten en weer op „1“ draaien. Door de ladingsindicatie weergegeven storingen (enkel bij variant Bp Pack) Knippersignaal Storing Oplossing Rood knippert Batterij verkeerd of niet aangesloten Accukabel controleren op correcte positie. Groen en geel knip- peren. Kabelverbinding tussen batterij en oplaadapparaat slecht. Accukabel controleren op correcte positie. Controleren of de verbinding naar de batterij tijdens het op- laden onderbroken werd. Batterij defect Batterij controleren. Storingen Storing Oplossing Door wie Apparaat wil niet starten. Accustekker in het apparaat steken. Bediener Bovendeel van apparaat naar beneden zwenken en sluiting sluiten. Bediener Noodstopknop door draaien ontgrendelen. Bediener Accukabel controleren op correcte positie. Bediener Accukabel controleren op corrosie, indien nodig reinigen. Bediener Batterijcapaciteit uitgeput, batterij opladen. Bediener Stekker van laadapparaat uittrekken en in de houder op het apparaat hangen (alleen versie BP Pack). Bediener Apparaat rijdt niet of langzaam Gaspedaal loslaten, sleutelschakelaar op "0" draaien, sleutelschakelaar op "1" draaien, drukken, gaspedaal hanteren. Bediener Zekering besturing resetten. Bediener Ontgrendelingshendel op rijden zetten. Bediener Accu laden. Bediener Motor en besturing oververhit, apparaat uitschakelen en 5 minuten laten afkoelen. Bediener Hindernissen voor de wielen verwijderen en apparaat van de hindernis wegschuiven. Bediener Apparaat remt niet Handrem gedeactiveerd, voor het activeren de ontgrendelhendel naar onderen trekken. Bediener Geen of onvoldoende zuigcapaci- teit Vuilwaterreservoir leegmaken. Bediener Zekering zuigturbine resetten. Bediener Schuimvorming in vuilwatertank? Minder of ander reinigingsmiddel gebruiken. Ontschui- mer gebruiken. Bediener Afdichting tussen vuilwaterreservoir en bovendeel van apparaat reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. Bediener Zuiglippen aan de zuigbalk reinigen, indien nodig omdraaien of vervangen. Bediener Zuigslang op verstopping controleren, indien nodig reinigen. Bediener Verbinding tussen zuigslang en zuigbalk en zuigslang en zuigslang en vuilwatertank controleren. Bediener Zuigslang op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. Bediener Controleren of het deksel aan de aftapslang voor het vuile water gesloten is. Bediener Vlotter in de vuilwatertank reinigen. Bediener 49NL- 9 Accucontrolelampje knippert Accu laden. Bediener Zie "Storingen met aanduiding". Bediener Onvoldoende reinigingsresultaat Intensiever reinigingsprogramma kiezen. Bediener Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen. Bediener Borstels controleren op vervuiling, reinigen. Bediener Controleren of reinigingsmiddel en borstels voor het reinigingswerk geschikt zijn. Bediener Accu laden. Bediener Borstels draaien niet Zekering borstelaandrijving resetten. Bediener Borstels op blokkering door vreemde voorwerpen controleren, vreemde voorwerpen ver- wijderen. Bediener Accu laden. Bediener Geen of te lage dosering van de reinigingsoplossing Peil van de reinigingsoplossing in de schoonwatertank controleren, indien nodig navul- len. Bediener Klep schoonwater openen. Bediener Intensiever reinigingsprogramma kiezen. Bediener Zeef verswater controleren, indien nodig reinigen. Bediener Reinigingskop gaat niet naar be- neden. Zekering besturing resetten. Bediener Zuigbalk gaat niet naar beneden. Draden aan de zuigbalk losmaken. Bediener Storing Oplossing Door wie Accessoires Benaming Onderdelen- nr. Beschrijving Stuks Aantal stuks nodig Accu * 6.654-093.0 12V/105 A, onderhoudsvrij (gel), 1 3 Doseerstation 2.641-811.0 Voor het vullen van het apparaat met water en reini- gingsmiddel.
- Alleen voor apparaten met onderhoudsvrije accu's (gel). Toebehoren BR 55/40 RS Benaming Onderdelen- nr. Beschrijving Stuks Aantal stuks nodig Borstelwals, wit (zacht) 4.762-409.0 Voor de reiniging van licht vervuilde of gevoelige vloe- ren.
Borstelwals, rood (gemiddeld, stan- daard) 4.762-393.0 Voor alle vloeren. 1 2 Borstelwals, hard (groen) 4.762-411.0 Hard, voor sterke verontreiniging en voor de basisrei- niging, enkel voor ongevoelige ondergronden.
Borstelwals, zwart (heel hart) 4.777-412.0 Heel hard, voor extreme verontreiniging en voor de basisreiniging, enkel voor ongevoelige ondergron- den.
Borstelwals hoog-laag (middelhard) 4.762-410.0 Middelhard, voor de reiniging van sterk gestructureer- de ondergronden en bij diepliggende voegen.
Walspadas 4.762-415.0 Voor de opname van walspads. 1 2 Pad, zacht, geel 6.369-732.0 Voor het polijsten van vloeren. 1 2 Pad, middelzacht, rood 6.369-734.0 Voor de reiniging van licht vervuilde vloeren. 1 2 Pad, hard, groen 6.369-733.0 Voor de reiniging van normaal tot sterk vervuilde vloe- ren.
Rubberlippen zuigbalk 6.273-294.0 1 set 1 set Toebehoren BD 50/40 RS Benaming Onderdelen- nr. Beschrijving Stuks Aantal stuks nodig Schijfborstel, blauw (gemiddeld, stan- daard) 8.600-042.0 Voor de reiniging van licht vervuilde of gevoelige vloeren.
Schijfborstel, grijs (hard) 8.600-043.0 Voor de reiniging van sterk vervuilde vloeren. 1 1 Drijfschijf 8.600-041.0 Voor de opname van pads. 1 1 Rubberlippen zuigbalk 8.634-020.0 1 set 1 set 50 NL- 10 Gebruik alleen origineel toebehoren en ori- ginele reserveonderdelen. Deze garande- ren dat het apparaat veilig en zonder storin- gen functioneert. Informatie over het toebehoren en de re- serveonderdelen vindt u op www.kaer- cher.com. In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2019/05/01 Technische gegevens
Gemiddeld opgeno- men vermogen W 1480 1080 Vermogen motor wiel- aandrijving (nominaal vermogen) W 157 Vermogen zuigmotor W 470 Vermogen borstelmo- tor W 600 209 Zuigen Zuigvermogen, lucht- hoeveelheid l/s 34 Zuigvermogen, onder- druk kPa 11,7 Reinigingsborstels Werkbreedte mm 559 508 Borsteldiameter mm 96 508 Borsteltoerental 1/min 1500 180 Maten en gewichten Aanbrengen van reini- gingsmiddel l/min 1,25 Rijsnelheid (max.) km/h 4,3 Klimvermogen (max.) % 10 Theoretische opper- vlaktecapaciteit
3,6 Totale waarde trilling voeten m/s
<2,5 Onzekerheid K m/s
dB(A) 60 Onzekerheid K
dB(A) 79 Oplaadapparaat (alleen bij variant Bp Pack) Nominale spanning V 85...264 Frequentie Hz 50/60 Stroomopname, max. A 15 Beveiligingsklasse IP66 Luchtvochtigheid, max. %90 Omgevingstempera- tuur °C +5...+45 Toebehoren en reserveonderdelen Garantie EU-conformiteitsverklaring Product: Vloerreiniger Type: 1.006-xxx Type: 1.002-xxx Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU Toegepaste geharmoniseerde normen EN 55014–1: 2006+A1: 2009+A2: 2011 EN 55014–2: 2015 EN 60335–1 EN 60335–2–29: 2004+A2: 2010 EN 60335–2–72 EN 61000–3–2: 2014 EN 61000–3–3: 2013 EN 62233: 2008 Toegepaste landelijke normen
Notice-Facile