B 260 RI Bp - Industriële schrobmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 260 RI Bp Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Zelfrijdende industriële schrobmachine |
| Merk | Kärcher |
| Model | B 260 RI Bp |
| Afmetingen (L × B × H) | 1925 × 1040 × 1565 mm (zonder dak) / 2560 × 1340 × 2200 mm (Combo met dak) |
| Gebruiksklaar gewicht (met accu's en volle tanks) | 1641 tot 1845 kg afhankelijk van versie |
| Inhoud schoonwatertank / vuilwatertank | 260 L / 260 L |
| Accu | 36 V, 630 Ah, laadtijd 10 uur |
| Werkbreedte | 1000 mm (R100), 1200 mm (R120) of 1000 mm (D100) |
| Maximale rijsnelheid | 10 km/u vooruit, 6 km/u achteruit |
| Maximale helling in bedrijf | 15% (RI-versies) / 10% (RI Combo-versies) |
| Reinigingsprogramma's | Transport, Eco, Autowas, Schrobben, Zuigen, Polijsten |
| Zuigvermogen | Onderdruk 14 kPa (140 mbar), luchtdebiet 28 L/s × 2 |
| Vermogen rijmotor | 2200 W |
| Vermogen zuigmotor | 2 × 840 W |
| Vermogen borstelmotor | 2 × 1100 W |
| Veiligheidsvoorzieningen | Veiligheidsschakelaar, zitschakelaar, thermische beveiliging, parkeerrem |
| Geluidsniveau | L_pA 73 dB(A), L_WA 94 dB(A) |
| Beschermingsklasse | IPX3 |
Veelgestelde vragen - B 260 RI Bp Kärcher
Gebruikersvragen over B 260 RI Bp Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Industriële schrobmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 260 RI Bp - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 260 RI Bp van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING B 260 RI Bp Kärcher
Algemene instructies.... 70
Functie 70
Reglementair gebruik....70
Milieubescherming.... 70
Garantie 70
Toebehoren en reserveonderdelen.... 70
Veiligheidsinstructies.... 70
Beschrijving apparaat 71
Montage 71
Werking....72
Werking beëindigen 74
Grijze Intelligent Key 74
Gele Intelligent Key 75
Witte intelligente sleutel 75
Transport....75
Opslag....75
Verzorging en onderhoud.... 75
Hulp bij storingen 77
EU-conformiteitsverklaring.... 80
Algemene instructies

Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele ge-
bruiksaanwijzing en de meegeleverde
veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen.
Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgen- de eigenaars.
Functie
Deze schuurzuigmachine wordt voor de natte reiniging of voor het polijsten van effen vloeren gebruikt.
Bij de variant Combo wordt los vuil vóór de reiniging door een veeginstallatie opgenomen.
Het apparaat kan door instellen van de waterhoeveelheid, de aanpersdruk, het borsteltoerental, de reini-gingsmiddelhoeveelheid en de rijsnelheid aan de desbetreffende reinigingstaak worden aangepast.
Dankzij een werkbreedte van 1000 mm resp. 1200 mm en een capaciteit van het schoonwater- en vuilwaterreservoir van elk 260 l is een effectieve reiniging bij een lange gebruiksduur mogelijk.
Het apparaat heeft een rijaandrijving, de rijmotor wordt aangedreven door een tractiebatterij. De accu's kunnen met behulp van een oplaadapparaat aan een 230V-contactdoos worden opgeladen.
Accu's en oplaadapparaat zijn bij de Package-varianten inbegrepen.
Instructie
Overeenkomstig de desbetreffende reinigingstaak kan het apparaat met verschillend toebehoren worden uitgerust. Vraag naar onze catalogus of bezoek ons op internet op www.kaercher.com.
Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in logistieke hallen, fabrieken, industriële installaties, parkeergarages, beurzen en detailhandel. Gebruik dit apparaat uitsluitend
overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
- Het apparaat mag alleen voor de reiniging van voch- tongevoelige en polijstongevoelige vloeren worden gebruikt.
- Het apparaat is bedoeld voor het reinigen van binnenvloeren of overdekte oppervlakken. Voor andere toepassingen moet het gebruik van alternatieve borstels of het gebruik van de veeginstallatie worden gecontroleerd.
- Het bedrijfstemperatuurbereik ligt tussen +5 °C en +40 °C.
- Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijvoorbeeld in koelhuizen).
- Bij variant Combo: Het apparaat mag over obstakels tot maximaal 2 cm rijden.
- Het apparaat mag niet zonder pluizenzeef in het vuilwaterreservoir worden gebruikt.
- Het apparaat is niet bedoeld voor het reinigen van openbare verkeerswegen.
- Het apparaat mag niet worden gebruikt op drukgevoelige vloeren. Houd rekening met de toelaatbare oppervlaktebelasting van de vloer. De oppervlaktebelasting door het apparaat is aangegeven in de Technische gegevens.
- Het apparaat mag alleen worden uitgerust met originele toebehoren en reserveonderdelen.
- Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen.
- Er mogen geen ontvlambare gassen, onverdunde zuren of oplosmiddelen met het apparaat worden opgenomen. Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie, die door opwerveling met de zuiglucht explosieve mengsels kunnen vormen. Verder ook aceton, onverdunde zuren of oplosmiddelen, aangezien deze de in het apparaat gebruikte materialen aantasten.
Milieubescherming

De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering
een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet sa- men met het huisvuil af.
Instructies betreffende ingrediënten (REACH)
Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH
Garantie
In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klanlenservice.
(adres zie achterzijde)
Toebehoren en reserveonderdelen
Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.
Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.
Leveringsomvang
Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.
Veiligheidsinstructies
Neem voor het eerste gebruik van het apparaat deze handleiding en de bijbehorende brochure veiligheidsin-structies voor borstelreinigingsapparaten en sproei-extractieapparaten, nr. 5.956-251.0 in acht, en handel overeenkomstig.
Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een begrensde stijging (zie "Technische gegevens").
⚠ WAARSCHUWING
Het apparaat kan kantelen
Gevaar voor letsel
Gebruik het apparaat alleen op oppervlakken die de toegestane helling niet overschrijden (zie hoofdstuk "Technische gegevens").
△WAARSCHUWING
Gevaren voor ongevallen door onjuiste bediening Er kunnen mensen gewond raken.
Bedieners moeten adequaat in het gebruik van het apparaat worden getraind.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt, als de kap en alle deksel gesloten zijn.
Veiligheidsinrichtingen
⚠VOORZICHTIG
Ontbrekende of gewijzigde veiligheidsinrichtingen! Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid. Veiligheidsinrichtingen mogen niet worden omzeild, verwijderd of buiten werking worden gesteld.
Veiligheidsschakelaars
Voor onmiddellijke buitenbedrijfstelling van alle functies: Zet de veiligheidsschakelaar op „0“.
- Het apparaat remt hard, als de veiligheidsschakelaar is uitgeschakeld.
- De veiligheidsschakelaar werkt rechtstreeks op alle apparaatfuncties
Stoelschakelaar
Als de bestuurder tijdens het werk of tijdens het rijden de stoel verlaat, schakelt de stoelschakelaar de aan- drijfmotor na een korte vertraging uit.
Symbolen waarschuwingsinstructies
Neem bij de omgang met accu's volgende waarschu- wingsinstructies in acht:

Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de accu en op de accu alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen.

Oogbescherming dragen.

Kinderen uit de buurt van zuur en accu houden.

Explosiegevaar

Vuur, vonken, open licht en roken verbo- den.

Verbrandingsgevaar

Eerste hulp.

Waarschuwing

Afvalverwijdering

Gebruikte accu's niet met het restafval weggooien.
ΔGEVAAR
Gevaar door explosie
Gevaar voor letsel en beschadiging
Geen gereedschappen en dergelijke op de accu, d.w.z.
op de eindpolen en celverbinders, leggen.
ΔGEVAAR
Gevaar voor letself!
Breng wonden nooit in contact met lood
Na het werken met accu's altijd handen wassen.
Symbolen op het oplaadapparaat


16 A
ΔGEVAAR
Brandgevaar
Bij aansluiting op een stopcontact of op een elektrisch contact tussen stekker en stopcontact kunnen de stekker van het oplaadapparaat en het gebruikte stopcontact zeer warm worden.
Controleer voor het insteken van de netstekker of het stopcontact voor een spanning van 16 A is toegestaan en zich in technisch onberispelijke toestand bevindt. Controleer de netstekker op properheid en correcte toestand.
⚠VOORZICHTIG
Gebruik het apparaat niet met een verlengkabel die meerdere stopcontacten heeft waarop ook andere apparaten zijn aangesloten.
Beschrijving apparaat
Overzicht apparaat front
Afbeelding B
① Stuurwiel
② Automatisch vulsysteem schoonwaterreservoir
③ Kap voorveeginstallatie***
④Zijbezems*
⑤Rijmotor
⑥ Houder afstrijklip
7 Afstrijklip
8 Zuigbalk
* Optioneel
*** Alleen variant Combo
Overzicht apparaat achterkant
Afbeelding A
①Beschermdak*
②Zwaailicht*
③Spotlight blauw achter/voor*
④ Zuiglans voor DOSE reinigingsmiddeldosering*
⑤ Deksel vuilwaterreservoir
⑥ Aftapslang verswater
⑦ Afvoerslang vuil water
⑧ Handmatige tankreiniging - sproeipistool
⑨ Zuigslang
⑩Stootbeveiliging zuigbalk*
⑪ Inspectieopening vuilwaterreservoir
⑫Vuilreservoir***
13Deksel schoon water
⑭ Bedieningspaneel
* Optioneel
*** Alleen variant Combo
Overzicht apparaat stoel
Afbeelding C
① Bak reinigingsmiddel voor DOSE reinigingsmiddelendosering*
② Stoel
③ Stuurwielknop
④Hendel gewichtsinstelling
⑤Hendel zitlengteverstelling
* Optioneel
Apparaatoverzicht vuilwaterreservoir
Afbeelding D
① Steun vuilwaterreservoir
②Vlotter
③ Stootbescherming vuil water
④Deksel vuilwaterreservoir
⑤ Grofvuilkorf
⑥ Turbinevoorfilter
⑦ Vuilwaterreservoir
Overzicht apparaat pedalen
Afbeelding AP
① Pedaal grofvuilklep
② Rempedaal
③Rijpedaal
Overzicht apparaat voorveeginstallatie
Afbeelding E
① Afdekking filteromhulsel
② Kap voorveeginstallatie***
③Zijbezems***
④Filteromhulsel
⑤Veegcontainer
*** Alleen variant Combo
Typeplaatje
Afbeelding AJ
①Typeplaatje
Bedieningsveld
Afbeelding F
①Programmaschakelaar
②Display
③QR-code naar de how-to-video
④Infoknop voor menunavigatie in het display
⑤Rijrichtingsschakelaar
⑥2-traps claxon
⑦Reinigingsoplossing AAN / UIT
⑧Zijbezems/zijdelingse schrobmodule AAN/UIT (op-tie zijbezems bij variant Combo)
⑨Intelligente sleutel
⑩Maximaal toegestane helling
⑪Veiligheidsschakelaars
Programmaschakelaar
Afbeelding G
①0
Apparaat is uitgeschakeld.
②Transportrit
Naar de gebruiksplaats rijden.
③ Eco-programma
De vloer nat reinigen (met verminderde waterhoeveelheid en verlaagd borsteltoerental) en het vuile water opzuigen (met verminderd zuigvermogen).
④ Schrobzuigen
De vloer nat reinigen en het vuile water opzuigen.
⑤ Verhoogde borsteldruk
De vloer nat reinigen (met verhoogde borsteldruk en verhoogde hoeveelheid water) en het vuile water opzuigen.
⑥Schrobben / aanbrengen zonder opzuigen
De vloer nat reinigen en reinigingsmiddel laten in- werken.
7 Zuigen
Het vuil opzuigen.
8 Polijsten
De vloer zonder vloeistof aan te brengen met verhoogd borsteltoerental polijsten.
Symbolen op het apparaat

Afvoer schoon water

Afvoer vuil water

Schoon water

Automatisch vulsysteem schoonwaterreservoir

Grofvuilkorf verwijderen

Sjoroog
* Optioneel
Pictogrammen op het display
Batterij vol

Batterij leeg

Rem geactiveerd


Voor-veegwerk geactiveerd
Water uit

Reinigingsmiddel geactiveerd

Reinigingsmiddel leeg

Schoon water 100%

Schoon water 0%
Montage
Accu's
Aanbevolen accu's, oplaadapparaten
| Bestelnr. | |
| Batterijset 2.815-108.0 | |
| Oplaadapparaat 4.035-191.0 | |
| Volume (m3)* 71,78 | |
| Luchlstroom (m3/h)** 27,71 |
* Minimaal volume van de acculaadruimte
** Minimale luchtstroom tussen acculaadruimte en omgeving
Accu's en oplaadapparaten zijn verkrijgbaar bij gespecialiseerde dealers.
Maximale accu-afmetingen
Lengte Breedte Hoogte
842 627 mm 537 mm
Bij het plaatsen van de natte batterijen moet het volgen- de in acht worden genomen:
- De maximale accu-afmetingen moeten in acht worden genomen.
- Bij het opladen van natte batterijen moet de stoel omhoog worden gezwenkt.
- Bij het opladen van natte batterijen moeten de instructies van de fabrikant van de batterij in acht worden genomen.
Accu's plaatsen en aansluiten
Bij de Bp-variant zijn de accu's al ingebouwd. Als u geen Bp-variant hebt ontvangen, zijn de batterijen achteraf ingebouwd bij het nationale bedrijf of bij uw vertrouwde dealer. Dit kan zijn vanwege beschikbaarheid, tijd, kosten, invoer, service, vervoer of soortgelijke redenen in uw voordeel.
LET OP
Gevaar voor beschadiging van de besturingselektronica!
De besturingselektronica kan worden vernield door de polariteit van de batterijaansluitingen om te keren. Let bij het aansluiten van de accu op juiste poling.
-
De stuurwielpositie helemaal naar voren instellen.
-
De stoel naar voren zwenken.
-
De schroef zitaanslag verwijderen.
-
De stekker van de stoelcontactschakelaar eruit trekken en door de opening terugschuiven.
Afbeelding AO
① Stekker stoelcontactschakelaar
-
De stoel ontgrendelen en omhoog wegtrekken.
-
De stekker stoelcontactschakelaar uit de houder de- monteren.
-
De steun voor de stoelconsole loshaken en de stoel- console sluiten.
-
De scharnieren van de stoelconsole verwijderen.
-
De stoelconsole in de voetruimte opbergen.
-
Bij variant Dose: De bak voor de reinigingsmidde- lenjerrycan demonteren.
-
Bij variant Fleet: De kabel demonteren.
-
Het batterijdeksel eraf halen.
-
Het schoonwaterreservoir rechts demonteren.
-
Het zijpaneel van het batterijvak rechts demonteren.
-
De batterijen plaatsen. Aansluitcontacten van de batterij in de rijrichting voor.
-
De meegeleverde aansluitkabel aan de nog vrije batterijpolen (+) en (-) klemmen. De kabel zo plaatsen dat hij niet door de stoel kan worden afgekneld.
-
Bij variant Fleet: De kabels monteren.
-
Het zijpaneel van het batterijvak rechts monteren.
- Het schoonwaterreservoir rechts monteren.
- Het batterijdeksel erop plaatsen.
- De accustekker erin steken
- De stoelconsole plaatsen.
- De scharnieren van de stoelconsole vastschroeven.
-
De stoelconsole openen en de steun voor de stoel- console inhaken.
-
De stekker stoelcontactschakelaar aan de houder monteren.
-
De stoel plaatsen.
-
De stekker stoelcontactschakelaar insteken.
-
De schroef zitaanslag monteren.
-
De stoel omlaag zwenken.
-
Het stuurwiel instellen.
△WAARSCHUWING
Levensgevaar door brand of explosie bij diep ontladen accu's!
Verkeerd opladen van diep ontladen accu's kan brand veroorzaken.
Gebruik het apparaat niet als de accu diep ontladen is. Zorg ervoor dat de accu is opgeladen voordat u het systeem start.
Accu laden
Instructie
Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen die- pontlading, d.w.z. dat als de nog toegestane minimale capaciteit wordt bereikt alleen met het apparaat kan worden gereden. Op het display verschijnt de weergave "Accu leeg - opladen a.u.b.".
Bij gebruik van andere accu's (bijv. van andere fabrikan- ten) moet de diepontladingsbeveiliging voor de betreffende accu door de Kärcher-klantenservice opnieuw worden ingesteld.
ΔGEVAAR
Levensgevaar door elektrische schok!
Er bestaat gevaar voor een elektrische schok als het op- laadapparaat verkeerd wordt gebruikt
Neem de netspanning en de zekering op het typeplaatje van het apparaat in acht.
Gebruik het oplaadapparaat alleen in droge ruimtes met voldoende ventilatie.
Explosiegevaar bij het opladen van de accu!
Bij het opladen van de accu ontstaan brandbare gassen Laad de accu's alleen in een geschikte ruimte. De ruimte moet een minimumvolume hebben, afhankelijk van het accutype en een luchtverversing met een minimumluchtstroom (zie "Aanbevolen accu's").
Laad natte batterijen alleen op met de stoel omhoog. Instructie
De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10-12 uur uur. De aanbevolen oplaadapparaten (passen bij de telkens gebruikte batterijen) zijn elektronisch geregeld en beëindigen het laadproces automatisch.
Het apparaat kan tijdens laden niet worden gebruikt.
-
Het apparaat direct naar de oplader verplaatsen, hierbij stijgingen vermijden.
-
De stoel omhoog zwenken.
-
De batterijstekker loskoppelen en aansluiten op de laadkabel.
-
Sluit het oplaadapparaat aan op het net en zet hem aan.
Na het laadproces
-
Het oplaadapparaat uitschakelen en van het net loskoppelen.
-
De batterijkabel loskoppelen van de laadkabel en aansluiten op het apparaat.
Instructie
De laadkabel zo in het batterijvak plaatsen dat hij niet bekneld kan raken.
Onderhoudsvrije accu's (nat)
ΔGEVAAR
Bijvullen van water in ontladen toestand van de accu
Risico op brandwonden door uittreden van zuur, onbruikbaar worden van kleding
Gebruik bij de hantering van accuzuur een veiligheidsbril, beschermende kleding en beschermende handschoenen.
Neem de voorschriften in acht.
Spoel eventuele zuurspatten op de huid of de kleding onmiddellijk weg met veel water.
LET OP
Gebruik van water met additieven
Defecte accu's, verlies van de aanspraak op garantie Gebruik voor het bijvullen van de accu's alleen gedestilleerd of ontzilt water (EN 50272-T3).
Gebruik geen additieven, zogenaamde verbeterings- middelen, omdat dan de garantie komt te vervallen.
- Een uur voor het einde van de laadprocedure gede-
stilleerd water toevoegen. Hierbij de juiste zuur-
stand conform de kenmerking van de accu in acht
nemen.
Aan het einde van de laadprocedure moeten alle cellen gassen. - Gemorst water verwijderen. Ga hiervoor te werk zoals beschreven in het gedeelte "Accu's reinigen" van het hoofdstuk Verzorging en onderhoud.
Accu-indicator
De laadtoestand van de accu's wordt op het display op het bedieningspaneel weergegeven.
- De lengte van de balk geeft de laadtoestand van de accu weer.
Uitpakken
Instructie
Voor onmiddellijke buitenwerkingstelling van alle functies de veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
-
De verpakkingsfolie verwijderen.
-
De spanband verwijderen.
-
De oprijplanken en het kanthout van de pallet schroeven.
Afbeelding H
①Kanthout
②Oprijplank
③Blok
-
Het kanthout voor de pallet leggen.
-
De oprijplanken op het kanthout leggen.
-
De oprijplanken vastschroeven.
-
Het in de verpakking meegeleverde blok ter ondersteuning onder de helling schuiven.
-
De houten lijsten vóór de wielen verwijderen.
Afbeelding I
①Kanthout
②Oprijplank
③Blok
- Het apparaat van de pallet duwen.
Apparaat van de pallet duwen
Instructie
Monteer de zuigbalk pas na het lossen.
-
De parkeerrem loszetten met de hendel (zie hoofdstuk Apparaat duwen).
-
Eén persoon moet op de stoel gaan zitten en in ge- val van gevaar tijdens het duwen het rempedaal in- drukken.
-
Het apparaat over de helling van de pallet af duwen.
-
De parkeerrem met de hendel vastzetten.
Van de pallet rijden
Om van de pallet te kunnen rijden, moeten de accu's ge- plaatst en opgeladen zijn.
Instructie
Monteer de zuigbalk pas na het lossen.
-
De intelligente sleutel aan het bedieningspaneel er- in steken.
-
Het apparaat inschakelen met de Easy-Operation- schakelaar.
-
Zet de programmaschakelaar op transport.
-
De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
-
Het gaspedaal intrappen
-
Langzaam met het apparaat van de pallet rijden.
-
Het apparaat uitschakelen met de Easy-Operation- schakelaar.
Borstels monteren
BD-variant
Vóór de ingebruikname moeten de schijfborstels worden gemonteerd (zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden).
BR-variant
De borstels zijn gemonteerd.
Zuigbalk monteren
- Beide klemhendels naar boven zwenken. Afbeelding M
①Zuigslang
②Zuigbalkophanging
③Klemhendel
④Zuigbalk
⑤Zuiglip met spanband
-
De zuigbalk in de zuigbalkophanging plaatsen.
-
Beide klemhendels naar beneden zwenken.
Werking
GEVAAR
Vallende voorwerpen
Gevaar voor letsel
In gebieden waar het bedieningspersoneel geraakt kan worden door vallende voorwerpen, mag het apparaat niet zonder beschermdak worden gebruikt.
LET OP
Gevaarlijke situatie tijdens bedrijf
Gevaar voor letsel
Zet bij gevaar de veiligheidsschakelaar in de stand "0".
Het apparaat inschakelen
- Op de bestuurdersplaats plaats nemen.
- De intelligente sleutel erin steken.
- De veiligheidsschakelaar op "1" zetten
- De programmaschakelaar op de gewenste functie draaien.
- Als op het display een van de onderstaande indicaties verschijnt, dan de voet van het gaspedaal nemen, de veiligheidsschakelaar op "0" zetten en de nodige onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
| Display Handeling | |
| Onderhoud zuig-balk | De zuigbalk reinigen. |
| Onderhoud bor-stelkop | De borstels op slijtage controleren en reinigen. |
| Onderhoud zuig-strips | De zuiglippen op slijtage en in-stelling controleren. |
| Onderhoud turbi-nezeef | De turbinebeschermzeef reinigen. |
| Onderhoud schoon w. Filter | Het filter verswater reinigen. |
-
Op de infoknop drukken.
-
De teller voor het onderhoud terugzetten (zie "Grijze intelligente sleutel/onderhoudsteller terugzetten").
Instructie
Als de teller niet wordt teruggezet, verschijnt de onderhoudsindicator telkens bij het inschakelen van het apparaat opnieuw.
Parkeerrem controleren
ΔGEVAAR
Levensgevaar door defecte parkeerrem!
Het apparaat kan ongecontroleerd gaan rollen als de parkeerrem niet goed werkt.
Controleer vóór elk gebruik de werking van de parkeer- rem op een vlakke ondergrond.
-
Het apparaat inschakelen
-
De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
-
Zet de programmaschakelaar op transport.
-
Het gaspedaal licht intrappen.
De rem moet hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op effen terrein vlot wegrollen.
- Het gaspedaal loslaten
De rem moet hoorbaar vergrendelen.
Als de parkeerrem niet vergrendelt, het apparaat buiten gebruik stellen, beveiligen tegen ongecontroleerd rollen en contact opnemen met de klantenservice.
Voetrem controleren
ΔGEVAAR
Gevaar voor ongevallen door defecte voetrem!
Het apparaat kan ongecontroleerd gaan rollen als de voetrem niet goed werkt.
Controleer vóór elk gebruik de werking van de voetrem.
-
Het apparaat inschakelen.
-
De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
-
Zet de programmaschakelaar op transport.
-
Het gaspedaal intrappen
-
Tijdens het rijden uw voet van het gaspedaal halen en de voetrem intrappen.
Het apparaat moet merkbaar vertragen.
Is dit niet het geval, stel het apparaat dan buiten bedrijf en bel de klantenservice.
Rijden
ΔGEVAAR
Geen remwerking
Gevaar voor ongevallen
Voordat u het apparaat gebruikt absoluut de werking van de parkeerrem controleren. Gebruik het apparaat in geen geval als de parkeerrem niet werkt.
⚠ GEVAAR
Geen remwerking tijdens bedrijf
Als het apparaat tijdens het gebruik geen remwerking meer heeft, ga dan als volgt te werk:
Als het apparaat op een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het gaspedaal niet tot stilstand komt, mag u om veiligheidsredenen de veiligheidsschakelaar alleen op "0" zetten als u de correcte mechanische werking van de parkeerrem vóór de ingebruikneming van het apparaat hebt gecontroleerd.
Stel het apparaat na het bereiken van de stilstand buiten bedrijf en bel de klantenservice.
Neem de onderhoudsvoorschriften voor remmen in acht.
ΔGEVAAR
Onvoorzichtig rijden
Kantelgevaar
Rijd in de rijrichting alleen op hellingen tot maximaal 15% (variant RI) en 10% (variant RI Combo). Hellingen dwars op de rijrichting tot maximaal 15 %.
Draai niet op hellingen.
Rijd langzaam door bochten en op natte ondergrond. Rijd met het apparaat uitsluitend op verharde ondergrond.
Uitzwenkende veeginstallatie voor Combo-variant Verhoogd gevaar voor ongevallen
Wees zeer voorzichtig bij het achteruitrijden.
Houd bij het sturen rekening met het uitzwenken van de veeginstallatie.
Instructie
De rijrichting kan tijdens het rijden worden gewijzigd. Zo kunnen bijv. door het meermaals vooruit- en terugrijden heel matte plaatsen worden gepolijst.
-
De zitpositie innemen.
-
De intelligente sleutel erin steken.
-
De programmaschakelaar op "Transportrit" zetten.
-
De rijrichting met de rijrichtingsschakelaar aan het bedieningspaneel instellen.
-
De rijsnelheid door het indrukken van het gaspedaal bepalen.
-
Het gaspedaal loslaten. Het apparaat stopt.
Bij overbelasting wordt de rijmotor uitgeschakeld. Op het display verschijnt een storingsmelding. Bij oververhitting van de besturing wordt het betreffende aggregaat uitgeschakeld.
-
Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.
-
De programmaschakelaar op "0" zetten, kort wachten en op het gewenste programma zetten.
Bestuurdersstoel instellen
Afbeelding J
① 3-traps gewichtsinstelling 60-120 kg
②Hoekverstelling rugleuning 3° naar voren en 13° naar achteren
③ Zitlengteverstelling
-
De hendel voor de stoelverstelling bedienen.
-
De stoel in de gewenste stand zetten.
-
De hendel voor de stoelverstelling loslaten
Stuurwiel instellen
-
De vleugelmoeren voor het verstellen van het stuurwiel losdraaien.
-
Het stuurwiel positioneren.
-
De vleugelmoeren vastdraaien.
Pluizenzeef controleren
LET OP
Beschadiging van de zuigturbines!
Door te werken zonder pluizenzeef kan de zuigturbine beschadigd raken.
Gebruik het apparaat niet zonder de pluizenzeef.
- Voordat het apparaat in gebruik wordt genomen moet de pluizenzeef op de volgende punten worden gecontroleerd:
- Is het aanwezig?
- Is het in een bruikbare staat?
• Is het correct gemonteerd?
Afbeelding AL
① Pluizenzeef
- Een beschadigde pluizenzeef vervangen.
Apparaat duwen
- De parkeerrem loszetten door de hendel weg te trekken.
Instructie
Er moet voortdurend aan de hendel worden getrokken.
GEVAAR
Gevaar voor letsel door rollend apparaat!
De parkeerrem kan alleen in gebukte houding in de ge- varenzone worden gelost.
Gebruik een voorwerp om de hendel permanent aangetrokken te houden en ga onmiddellijk na het lossen van de parkeerrem weg uit de gevarenzone.
Afbeelding AK
①Hendel parkeerrem
-
Duw het apparaat.
-
De parkeerrem vastzetten door de hendel los te la- ten.
Verswater bijvullen
Verswater bijvullen
-
Het deksel van het verswaterreservoir openen.
-
De verswaterslang bevestigen met de klem.
-
Het verswater (maximaal 60 °C) tot ca. 5 cm onder de vultrechter vullen.
Instructie
Vóór de eerste ingebruikneming het verswaterreservoir volledig vullen om het waterleidingsysteem te ontluchten.
- Het deksel van de verswatertank sluiten
Verswater bijvullen met automatisch vulsysteem schoonwaterreservoir (optie)
Instructie
Wij raden u aan een slang te gebruiken met een Aquastop-koppeling aan de apparaatzijde. Dit minimaliseert het uitspatten van water bij het loskoppelen na het vullen.
-
De waterslang verbinden met het automatische vul- systeem.
-
De watertoevoer (max. 60 °C, max. 10 bar) openen.
-
Het vullen bewaken, het automatische vulsysteem onderbreekt de watertoevoer als het schoonwaterreservoir vol is.
-
De watertoevoer sluiten.
-
De waterslang verwijderen.
Reinigingsmiddel vullen
Aanwijzingen over reinigingsmiddelen
△WAARSCHUWING
Ongeschikte reinigingsmiddelen
Gezondheidsgevaar, beschadiging van het apparaat Gebruik alleen aanbevolen reinigingsmiddelen. Voor andere reinigingsmiddelen is de exploitant het verhoogde risico met betrekking tot de bedrijfsveiligheid en het gevaar voor ongevallen.
Gebruik alleen reinigingsmiddelen die vrij zijn van oplosmiddelen, zout- en fluorwaterstofzuur.
Neem de veiligheidsaanwijzingen op de reinigingsmiddelen in acht.
Instructie
Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen. Aanbevolen reinigingsmiddelen
| Toepassing Reinigingsmid- | del |
| Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloeren | CA 50 CRM 756 |
| Onderhoudsreiniging met verzorgingscomponenten | RM 746RM 780 |
| Onderhoudsreiniging en basisreini-ging van industriële ondergronden | RM 69 |
| Onderhoudsreiniging van glanzende ondergronden | RM 755 |
| Onderhoudsreiniging en basisreini-ging van steengoed tegels | RM 753 |
| Onderhoudsreiniging en basisreini-ging van zuurbestendige ondergronden | RM 751 |
| Reiniging en desinfectie RM 732 | |
| Basisreiniging van alle alkalibestendige vloerbedekkingen | RM 752 |
| Basisreiniging en decoating van alkaligevoelige vloeren | RM 754 |
Het schoonwaterreservoir vullen met reinigingsmiddel
Instructie
Eerst water in het reinigingsmiddelenreservoir doen, dan het reinigingsmiddel in de juiste dosering in het reservoir doen. Als het reinigingsmiddel als eerste wordt ingegoten, kan dit tot sterke schuimvorming leiden.
LET OP
Gevaar voor verstopping
Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan het schoonwaterreservoir kan het reinigingsmiddel uitdrogen en de werking van de doseerinrichting verstoren. Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met helder water: Selecteer een reinigingsprogramma mel watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de reinigingsmiddelendosering in op "0".
Reinigingsmiddel met doseerinrichting (optie) vullen
Aan het vers water wordt op weg naar de reinigingskop door een doseerinrichting reinigingsmiddel toegevoegd.
Instructie
Met de doseerinrichting kan maximaal 3 % reinigingsmiddel worden gedoseerd. Als de dosering hoger is, moet het reinigingsmiddel in het verswaterreservoir worden gedaan.
LET OP
Gevaar voor verstopping
Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan het schoonwaterreservoir kan het reinigingsmiddel uitdrogen en de werking van de doseerinrichting verstoren. Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met helder water: Selecteer een reinigingsprogramma met watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de reinigingsmiddeldosering in op 0.
-
De jerrycan met het reinigingsmiddel in de bak reinigingsmiddel achter de stoel zetten.
-
Het deksel van de jerrycan eraf schroeven.
-
De zuiglans reinigingsmiddel van het doseersysteem in de jerrycan steken.
Instructie
- Het apparaat heeft een verswaterniveau-indicator op het display. Bij een leeg verswaterreservoir wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgeschakeld. De reinigingskop blijft werken zonder toevoer van vloelstof.
- Als het reinigingsmiddelvat leeg is, wordt de dosering ook uitgeschakeld. Op het display verschijnt een aanwijzingssymbool. Er wordt alleen nog schoon water naar de reinigingskop gevoerd.
Parameters instellen (gele intelligente sleutel)
In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's vooraf ingesteld.
Afhankelijk van de autorisatie van de gele intelligente sleutel kunnen afzonderlijke parameters worden gewijzigd.
De wijziging van de parameters is slechts actief tot met de programmaschakelaar een ander reinigingsprogramma wordt gekozen.
Als parameters permanent moeten worden gewijzigd, dan moet voor de instelling een grijze intelligente sleutel worden gebruikt. De instelling wordt beschreven in de paragraaf "Grijze intelligente sleutel".
Instructie
Alleen voor R-reinigingskop: Vrijwel alle displayteksten over de parameterinstelling spreken normaal gesproken voor zich. Als u meer gedetailleerde informatie over de parameters nodig heeft, neem dan contact op met de klantenservice.
- Fine Clean: Laag borsteltoerental voor het verwijderen van grijze waas op keramische steen.
- Whisper Clean: Gemiddeld borsteltoerental voor de onderhoudsreiniging met verlaagd geluidsniveau.
-
Power Clean: Hoog borsteltoerental voor het polijs- ten, kristalliseren en vegen.
-
De programmaschakelaar op het gewenste reini- gingsprogramma zetten.
-
Op de infoknop drukker
-
Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
-
De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
-
De gewijzigde instelling door het indrukken van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overgenomen.
Zuigbalk instellen
De zuigbalk moet alleen in speciale gevallen worden bijgesteld. De instelling af fabriek is voor de meeste toe-passingen geschikt.
Helling van de zuigbalk instellen
De helling moet zodanig worden ingesteld dat de zuiglippen van de zuigbalk over de gehele lengte gelijkmatig op de vloer worden gedrukt.
- Het apparaat op een ondergrond zonder helling neerzetten.
- Het programma "Afzuiging" selecteren.
- Het apparaat een klein stuk vooruit rijden. De zuigbalk wordt neergelaten.
- De waterpas aflezen.
Afbeelding N
① Schroef
② Moer
③Waterpas
- De moer M 12 losdraaien, daarbij de M 10-inbusbout met een inbussleutel vasthouden.
- De schroef zo instellen dat de waterpasindicator zich tussen de twee strepen bevindt.
- De moer M 12 vastdraaien, daarbij de M 10-inbusbout met een inbussleutel vasthouden.
- Om de nieuwe instelling te controleren, het apparaat met neergelaten zuigbalk in zuigwerking een stukje vooruit rijden en de waterpas observeren. Indien nodig de instelprocedure herhalen.
Vegen (alleen variant Combo)
De veeginstallatie neemt los vuil op voordat de vloer wordt gereinigd.
△WAARSCHUWING
Bewegende delen
Gevaar voor letsel
Let erop dat zuigturbine, zijbezems en filterreiniging na het uitschakelen nalopen.
LET OP
Ondeskundig gebruik van het apparaat bij het ve- gen
Gevaar voor beschadiging van de veeginstallatie. Veeg geen verpakkingsbanden, draden of dergelijke op.
Rijd alleen over obstakels tot maximaal 2 cm. Veeg alleen droge oppervlakken om verstopping en kiemvorming van het stoffilter te voorkomen.
- De schakelaar "Vegen" inschakelen. De veeginstallatie wordt geactiveerd.
Grofvuilklep
De grofvuilklep kan worden opgetild om grotere voorwerpen (tot ongeveer 6 cm hoog) op te vegen.
ΔGEVAAR
Gevaar voor letsel door veeggoed!
Door de grofvuilklep te openen, kan er veeggoed naar buiten worden geslingerd.
Til de grofvuilklep alleen op als er geen mensen in de buurt zijn.
Instructie
Als de grofvuilklep opgetild is, gaan het veegeffect en de stofafzuiging achteruit. Til de grofvuilklep alleen op als dat nodig is.
- Het pedaal om de grofvuilklep op te tillen bedienen.
Vegen beëindigen
- De schakelaar "Vegen" op "0" zetten.
De veeginstallatie wordt gedeactiveerd. Na beëindiging van de veegwerking wordt het stoffilter gedurende ongeveer 15 seconden gereinigd.
Zijdelingse schrobmodule (optie)
De zijdelingse schrobmodule vergemakkelijkt het werk dicht bij randen.
Afbeelding AS
① Zijdelingse schrobmodule uitschuiven/inschuiven
②Zijdelingse schrobmodule inschakelen/uitschakelen
-
De schakelaar "Zijdelingse schrobmodule inschakelen/uitschakelen" indrukken. De zijdelingse schrobmodule wordt in-/uitgeschakeld.
-
De schakelaar "Zijdelingse schrobmodule inschuiven/uitschuiven" indrukken. De zijdelingse schrobmodule wordt ingeschoven/uitgeschoven.
Werking beëindigen
Reiniging beëindigen
- De programmaschakelaar op Rijden zetten.
- Een kort traject verder rijden.
Het restwater wordt afgezogen. - De programmaschakelaar naar de stand "0" draaien.
- De intelligente sleutel eruit trekken.
- Eventueel de accu laden.
Vuilwaterreservoir legen
⚠ WAARSCHUWING
Onjuiste afvoer van afvoerwater Milieuverontreiniging
Neem de plaatselijke voorschriften inzake de behandeling van afvoerwater in acht.
Instructie
Als het vuilwaterreservoir vol is, schakelt de zuigturbine uit en het display toont "Vuilwaterreservoir vol".
-
De aftapslang vuil water uit de houder nemen.
-
Het slangeinde boven de afvoerinrichting neerlaten.
Afbeelding P
- Het vuile water laten weglopen door het deksel op de aftapslang te openen.
De waterstroom kan worden verminderd door de do- seerinrichting samen te drukken of te verdraaien.
- Het spuitpistool uit de houder nemen.
- De programmaschakelaar op Transport zetten.
- Op het display "Tankspoeling" selecteren.
a Op de infoknop drukken.
b Het menu "Tankspoeling" selecteren. - Het afsluitventiel aan de achterkant van het vuilwaterreservoir openen.
- Het vuilwaterreservoir met het spuitpistool schoonspoelen.
- Het spuitpistool in de houder hangen.
- Het deksel aan de afvoerslang sluiten.
- De vuilwaterslang in de houder aan het apparaat drukken.
- Het afsluitventiel aan de achterkant van het vuilwaterreservoir sluiten.
- Op het display "Tankspoeling" selecteren.
Vuilreservoir leegmaken
Instructie
Het vuilreservoir kan alleen via de bestuurderszijde worden verwijderd en is alleen beschikbaar op R-reinigingskoppen.
- Aan de lus trekken.
- De houder afstrijklip omhoog zwenken.
- Het vuilreservoir verwijderen.
Afbeelding AI
①Lus
②Houder afstrijklip
③ Vuilreservoir
4. Het vuilreservoir legen.
5. Het vuilreservoir plaatsen.
Instructie
Het vuilreservoir moet vastklikken.
- De houder afstrijklip omlaag zwenken.
Verswater aftappen
LET OP
Reinigingsoplossing in het schoonwaterreservoir
Beschadiging van het schoonwaterreservoir, ventielen en afdichtingen
De reinigingsoplossing na gebruik nooit achterlaten in het schoonwaterreservoir.
- De aftapslang schoon water uit de houder nemen en boven een geschikt verzamelreservoir neerlaten.
- De reinigingsoplossing aftappen.
- Het deksel van het schoonwaterreservoir verwijderen.
- Het schoonwaterreservoir met helder water (maximaal 60 °C) uitspoelen.
Apparaat parkeren
- De programmaschakelaar op "OFF" draaien.
- De intelligente sleutel eruit trekken.
- Het apparaat tegen wegrollen beveiligen.
- Eventueel de accu laden.
Grijze Intelligent Key
De grijze Intelligent Key geeft de het toezichtspersoneel uitgebreide bevoegdheden en instelmogelijkheden.
-
Steek de Intelligent Key erin.
-
Selecteer de gewenste functie door verdraaien van de infoknop.
Transportrit
-
De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
-
Op de infoknop drukken.
In het menu "Transportrit" kunnen volgende instellingen worden uitgevoerd:
• Onderhoudsteller resetten
• Dagteller resetten
- Sleutelbeheer
- Borstelvorm selecteren
• Nalooptijden
- Basisinstelling
• Taal instellen
- Menu "Schakelaar"
- Rijsnelheid
- Fabrieksinstelling
• Handmatig reservoirspoelpistool activeren
Onderhoudsteller terugzetten
Als er onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd die op het display worden weergegeven, moet vervolgens de onderhoudsteller wordt teruggezet.
- Aan de infoknop draaien tot "Onderhoudsteller" wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
De tellerstanden worden weergegeven. - Aan de infoknop draaien tot de te wissen teller wordt geaccentueerd.
- Op de infoknop drukken.
- "Yes" selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken.
De teller is gewist.
Instructie
De serviceteller kan alleen door de klantenservice worden gereset.
De serviceteller toont de tijd tot de volgende service-beurt die door de klantenservice moet worden uitgevoerd.
Teller resetten
- Aan de infoknop draaien tot "Teller" wordt weergegeven. Dit menu toont de totale bedrijfsuren en de dagteller.
Dagteller wissen:
- Op de infoknop drukken
Het menu "Teller wissen" verschijnt. - Aan de infoknop draaien tot "Dagteller" wordt geaccentueerd.
- Op de infoknop drukken.
Sleutelbeheer
In het menupunt "Sleutelmenu" worden de machtigingen voor elke gebruikte gele Intelligent Key toegewezen en wordt de taal van de displayweergave voor deze Intelligent Key ingesteld.
- De grijze Intelligent Key erin steken.
- Aan de infoknop draaien tot op het display het menupunt "Sleutelmenu" verschijnt.
- Op de infoknop drukken
- De grijze Intelligent Key eruit trekken en de te personaliseren gele Intelligent Key of de witte Intelligent Key erin steken.
- Het te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken
- De instelling van het menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- De instelling bevestigen door op het menupunt te drukken.
- Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Nadat alle instellingen zijn uitgevoerd, het menu "Opslaan?" oproepen door aan de infoknop te draai- en.
- Op de infoknop drukken.
De machtigingen zijn opgeslagen.
De displayweergave "Sleutelmenu voortzetten" verschijnt.
• Yes: Andere Intelligent Key programmeren
• No: Sleutelmenu verlaten
12. Op de infoknop drukken
Borstelvorm selecteren
Deze functie is vereist bij het vervangen van de reini- gingskop.
-
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Borstel-kop" op het display wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste borstel- vorm is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
-
De hefaandrijving voor het vervangen van de reini- gingskop bewegen door aan de infoknop te draaien:
-
"omhoog": Heffen
- "omlaag": Neerlaten
-
"OFF": Stoppen
-
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "OFF" wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten.
De besturing voert een herstart uit.
Nalooptijden
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Naloop-tijden" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste functie is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste nalooptijd wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
Basisinstelling
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Basisinstelling" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot het gewenste toebehoren is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken om AAN/UIT te bevestigen.
- Op de infoknop drukken om het menu te verlaten.
- Het apparaat uit- en weer inschakelen om de instelling toe te passen.
Taal instellen
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Taal" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste taal is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
Menu "Schakelaar"
De volgende functies worden via het "Schakelaar menu" in- en uitgeschakeld:
• Reinigingsmiddelendosering*
• Zwaailicht/spotlight*
• Sproeiers zijbezems*
- Spuitzuigen
- Schijnwerpers
- Tankspoeling
Het "Schakelaar menu" is in alle standen van de programmaschakelaar beschikbaar, uitgezonderd in de stand "OFF".
- Op de infoknop drukken. Het "Schakelaar menu" verschijnt.
- Op de infoknop drukken.
De lijst met de in het apparaat beschikbare functies wordt getoond. - Aan de infoknop draaien tot de gewenste functie wordt gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken om de schakelaarstand te wijzigen.
- Aan de infoknop draaien tot "Menu beëindigen?" wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
* Optioneel
Maximum rijsnelheid instellen
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Rijsnelheid" op het display verschijnt.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste maximale snelheid is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
Fabrieksinstelling
De fabrieksinstelling van alle parameters (behalve rijsnelheid transportrit) wordt hersteld.
-
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Fabriek-sinstelling" wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
-
Aan de infoknop draaien tot "Yes" wordt geaccentu- eerd.
-
Op de infoknop drukken.
Parameters voor reinigingsprogramma's instellen
Alle parameters voor reinigingsprogramma's blijven behouden tot een andere instelling wordt geselecteerd of het apparaat wordt uitgeschakeld.
-
De programmaschakelaar op het gewenste reini- gingsprogramma zetten.
-
Op de infoknop drukken.
De eerste instelbare parameter wordt weergegeven
- Op de infoknop drukken
De ingestelde waarde knippert.
-
De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
-
De gewijzigde instelling door het indrukken van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overgenomen.
-
De volgende parameter selecteren door aan de infoknop te draaien.
-
Na het wijzigen van alle gewenste parameters aan de infoknop draaien tot het menupunt "Menu beeindigen?" wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten.
Basisinstelling
Tijdens het gebruik uitgevoerde wijzigingen aan de parameters van de verschillende reinigingsprogramma's worden na het uitschakelen van het apparaat naar de basisinstelling teruggezet.
-
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Basisinstelling" op het display wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
-
Aan de infoknop draaien tot het gewenste reini- gingsprogramma is gemarkeerd.
-
Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter wordt gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert. - De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken.
Gele Intelligent Key
De gele Intelligent Key autoriseert functies die nodig zijn voor de reinigingstaak.
In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's vooringesteld. Afhankelijk van de autorisatie van de gele Intelligent Key, kunnen individuele parameters worden gewijzigd.
De displayteksten voor parameterinstelling spreken grotendeels voor zich.
Parameter "FACT" (alleen beschikbaar met R-reinigingskop):
- "Fine Clean": Laag borsteltoerental voor het verwijderen van grijze sluiers op steenwerk.
- "Whisper Clean": Gemiddelde borstelsnelheid voor routinematige reiniging met verlaagd geluidsniveau.
- "Power Clean": Hoge borstelsnelheid voor polijsten, kristalliseren en vegen.
Machtigingsbeheer
• Algemene toegang via de Intelligent Key
- Werksnelheid
- Borsteltoerental
- Afzuiging
- Aanpersdruk
• Waterhoeveelheid
• Reinigingsmiddel dosering
• RAB/ Blue Spot
- Spuitzuigen
- Tankspoeling
1. Het "Sleutelmenu" selecteren met de infoknop.
2. De "toegang" bevestigen door op de infoknop te drukken.
3. De overige toegangen vastleggen en deze met de infoknop activeren en bevestigen.
4. Met de infoknop op "Opslaan?" drukken om de gemaakte instellingen te bevestigen en op te slaan.
Witte intelligente sleutel
Door een witte intelligente sleutel in te steken wordt het apparaat ontgrendeld en vrijgegeven voor gebruik met vooraf ingestelde parameters.
Witte intelligente sleutels zijn zo toepasbaar dat voor elke reinigingstaak een intelligente sleutel met aangepaste parameters kan worden aangemaakt.
De parameters kunnen niet door de gebruiker worden gewijzigd en zijn onafhankelijk van de keuze van het reinigingsprogramma op de programmakeuzeschakelaar (de functies "0", transport en afzuiging blijven ongewijzigd).
Met behulp van de grijze intelligente sleutel kunnen de volgende parameters worden ingesteld voor de witte intelligente sleutel:
- Rijsnelheid
- Werksnelheid
• Borsteltoerental (alleen R-reinigingskop)
• Aanpersdruk
• Waterhoeveelheid
- RM-dosering
- Afzuiging
- Werklamp
- Zwaailicht
• RM-dosering AAN/UIT
• Voorveegwerk
• Waterventiel zuigbalk
• Taal
Witte intelligente sleutel programmeren
- De grijze intelligente sleutel erin steken.
- Aan de infoknop draaien tot op het display het menupunt "Sleutelmenu" wordt weergegeven
- Op de infoknop drukken.
- De grijze intelligente sleutel eruit trekken en de te personaliseren witte intelligente sleutel erin steken.
- Het te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken.
- De instelling van het menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- De instelling bevestigen door op het menupunt te drukken.
- Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
-
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Opslaan?" wordt weergegeven.
-
Op de infoknop drukken.
De instellingen worden opgeslagen. - Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Menu beëindigen?" wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
Bediening met witte intelligente sleutel
- De witte intelligente sleutel erin steken.
- De functies "OFF", Rijden en Afzuigen functioneren zoals normaal.
- In alle andere standen van de programmakeuzeschakelaar zijn de op de witte intelligente sleutel geprogrammeerde parameters actief. Er kunnen geen verschillende reinigingsprogramma's meer worden geselecteerd.
Transport
ΔGEVAAR
Rijden op stijgende hellingen
Gevaar voor letsel
Gebruik het apparaat voor het laden en lossen alleen op hellingen tot de maximale waarde (zie hoofdstuk "Technische gegevens").
Trap altijd het rempedaal in om snelheid te minderen.
⚠VOORZICHTIG
Niet in acht nemen van het gewicht
Gevaar voor letsel en beschadiging
Houd bij het vervoer rekening met het gewicht van het apparaat.
-
Bij gemonteerde D-reinigingsknop de schijfborstels uit de borstelkop verwijderen.
-
Bij het transport in voertuigen het apparaat conform de geldende richtlijnen tegen wegglijden en omvallen beveiligen.
Opslag
⚠VOORZICHTIG
Niet in acht nemen van het gewicht
Gevaar voor letsel en beschadiging
Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het ap- paraat.
LET OP
Vorst
Vernietiging van het apparaat door bevriezend water. Verwijder al het water uit het apparaat.
Bewaar het apparaat op een vorstvrije plaats.
Houd bij het kiezen van de parkeerplaats rekening met het totale gewicht van het apparaat om de stabiliteit niet in gevaar te brengen.
- Dit apparaat mag alleen in binnenruimtes worden opgeslagen.
- Voor een langere levensduur de batterijen volledig opladen.
- De batterijen bij opslag minstens één keer per maand volledig opladen.
Verzorging en onderhoud
⚠ GEVAAR
Gevaar voor letsel door het apparaat!
Elektrische schok door per ongeluk opstartend apparaat.
De programmaschakelaar naar de stand "0" draaien. Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de intelligente sleutel uittrekken.
Trek de netstekker van de oplader eruit.
Trek de batterijstekker eruit.
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door bewegende elementen!
Na het uitschakelen lopen zuigturbine, zijbezems en fil- terreiniging na.
Voer geen werkzaamheden aan het apparaat uit voor-
dat de componenten tot stilstand zijn gekomen.
- Het vuilwater en vuilwater aftappen en afvoeren.
Onderhoudsintervallen
Na elk gebruik
LET OP
Beschadigingsgevaar!
Gevaar voor beschadiging van het apparaat door on- juiste reiniging.
Spuit het apparaat niet af met water en gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.
Voor de gedetailleerde beschrijving van de afzonderlijke onderhoudswerkzaamheden zie hoofdstuk Onder-
houdswerkzaamheden.
● Het vuilwater aftappen.
- De pluizenzeef controleren, indien nodig reinigen.
- De vuilreservoirs eruit trekken, legen en reinigen.
- Alleen R-reinigingsknop: Het reservoir voor grof vuil eruit nemen en leegmaken.
- Het apparaat van buiten met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen.
- De zuiglippen schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
- De afstrijklippen schoonmaken, op slijtage controle- ren en indien nodig vervangen.
- De borstels schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
Instructie
De borstelrollen zijn versleten als de gele indicatorha- ren even lang zijn als de andere borstelharen.
- De accu laden.
- Als de laadtoestand onder 50% is, de accu volledig en zonder onderbrekingen opladen.
- Als de ladingstoestand boven 50% is, de accu alleen opladen, als u bij het volgende gebruik de volledige bedrijfsduur nodig hebt.
- Bij sterke vervuiling het vuilwaterreservoir reinigen. Daarnaast bij variant Combo:
- De veegwals en de zijbezems controleren op slijtage, vreemde voorwerpen en opgewikkelde banden.
- De grofvuilkorf eruit trekken, legen en reinigen.
Wekelijks
- Bij regelmatig gebruik de accu minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen.
Eens per maand
- Bij tijdelijk stilgelegd apparaat (opslag): De compensatielading van de accu uitvoeren.
- De accupool op oxidatie controleren, indien nodig afborstelen. Op vastheid van de verbindingskabels letten.
- De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen.
- Bij niet-onderhoudsvrije accu's de zuurdichtheid van de cellen controleren.
- Alleen R-reinigingsknop: De borsteltunnel reinigen.
- Bij een langere stilstandtijd het apparaat met volledig opgeladen accu's afzetten. De accu minstens maandelijks volledig opladen.
Daarnaast bij variant Combo:
- De bowdenkabels en bewegende delen op lichtlopendheid controleren.
- De afdichtlijsten van de veeginstallatie op instelling en slijtage controleren.
Driemaandelijks
Alleen bij variant Combo:
- Spanning, slijtage en werking van de aandrijfriemen in de veeginstallatie (V-riem en rondsnaar) controle-ren.
Jaarlijks
- De voorgeschreven inspectie door de klantenservice laten uitvoeren.
Veiligheidsinspectie/onderhoudscontract
Met uw dealer kunt u een regelmatige veiligheidsinspectie vastleggen of een onderhoudscontract afsluiten. Vraag hierover advies.
Onderhoudswerkzaamheden
Vuilwaterreservoir reinigen
- Het programma Tankspoeling instellen via het display met de infoknop.
- Het deksel van de reinigingsopening vuilwaterreservoir openen.
- Het vuilwaterreservoir met helder water schoonspoelen.
- De rand van de reinigingsopening schoonmaken.
- Het deksel van de reinigingsopening vuilwaterreservoir weer sluiten.
Instructie
Reinigen kan ook via andere waterbronnen.
Zuiglippen omkeren of vervangen
Als de zuiglippen zijn versleten, moeten ze worden omgekeerd of vervangen.
Instructie
De zuiglippen kunnen 3 keer worden omgekeerd totdat alle 4 de randen zijn versleten.
-
De excentrische hendel (2x) openen.
-
De zuigbalk verwijderen.
Afbeelding V
① Afstrijklip
②Spanband
-
De spansluiting openen.
-
De spanband verwijderen.
-
De afstrijklip verwijderen.
-
De gebruikte of nieuwe zuiglippen op de noppen van het binnenste gedeelte van de zuigbalk drukken.
Afbeelding W
① Spanband
② Afstrijklip
- De spanband aanbrengen.
- De zuigbalk plaatsen
- De excentrische hendels (2x) sluiten.
Borstelwalsen vervangen
- Aan de lus trekken. Afbeelding Z
①Lus
- De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.
①Zijdeur afstrijklip
- De gele grendel omhoog zwenken.
Afbeelding AA
①Grendel
②Veiligheidsklep
-
De veiligheidsklep wegzwenken.
-
De houderplaat borstel eraf trekken.
-
De borstelwals verwijderen.
-
De nieuwe borstelwals plaatsen.
Instructie
Let er bij het plaatsen van de borstelwals op dat deze op de daarvoor bestemde pin in de borsteltunnel wordt gestoken.
Afbeelding AB
①PIN
- De houderplaat borstel weer erop zetten.
- De veiligheidsklep sluiten.
- De grendel naar beneden in de haak zwenken.
- De zijdeur afstrijklip omlaag zwenken.
De bewerking aan de tegenoverliggende zijde herhalen.
Afstrijklippen vervangen
Afbeelding AG
①Lus
②Zijdeur afstrijklip
- Aan de lus trekken.
- De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.
- De schroeven (6x) eruit draaien.
- De afstrijklip vervangen.
- De schroeven (6x) weer aanbrengen.
Afbeelding AH
- De houder afstrijklip weer omlaag zwenken.
Schijfborstels vervangen
- Aan de lus van de zijdeur trekken.
Afbeelding AF
①Beugel
- De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.
- De beugel naar beneden duwen.
- De discborstel zijdelings onder de reinigingskop uittrekken.
- De nieuwe schijfborstel onder de reinigingskop houden, omhoog drukken en vergrendelen.
- De zijdeur afstrijklip weer omlaag zwenken.
Extra onderhoudswerkzaamheden bij de zijdelingse schrobmodule
Borstel reinigen
-
De borstel met de klok mee draaien tot de veer borstelhouder naar voren wijst.
-
De veer borstelhouder uit elkaar trekken.
Afbeelding AQ
①Veer borstelhouder
De borstel valt uit de houder.
-
De borstel op vreemde voorwerpen (bijv. pakketband of folie) controleren.
-
De borstel onder stromend water reinigen.
-
De veer borstelhouder uit elkaar trekken en de borstel plaatsen.
Borstel op slijtage controleren
De borstel is versleten wanneer de lengte van de haren overeenkomt met de lengte van de gele indicatorborstel.
- De borstel vervangen (zie Borstel vervangen).
Borstel vervangen
-
De borstel met de klok mee draaien tot de veer borstelhouder naar voren wijst.
-
De veer borstelhouder uit elkaar trekken. Afbeelding AQ
①Veer borstelhouder
De borstel valt uit de houder.
-
De nieuwe borstel plaatsen.
-
De veer borstelhouder uit elkaar trekken en de borstel plaatsen.
Afstrijklip vervangen
- De schroef M6 x 12 (6x) eruit draaien.
Afbeelding AR
① Schroef M6 x 12
② Montageplaat
- De montageplaat en de afstrijklip verwijderen.
-
De nieuwe afstrijklip op de montageplaat plaatsen.
-
De montageplaat met de schroef M6 x 12 (6x) vastzetten.
Extra onderhoudswerkzaamheden bij de variant Combo
ΔGEVAAR
Gevaar voor beknellen en afknellen!
Gevaar voor beknellen en afknellen door draaiende rie- maandrijvingen.
Voordat u het apparaat na onderhoudswerkzaamheden weer in gebruik kunt nemen, moet de kap van de vee-ginstallatie beslist worden gesloten en vergrendeld.
Aandrijfriem controleren
- De kap van de voorveeginrichting naar voren klappen.
Afbeelding K
-
De 4 schroeven van de beschermplaat verwijderen.
-
De beschermplaat verwijderen.
-
De riem van de zuigturbine op slijtage en correcte zitting controleren.
Afbeelding L
①Riem zuigturbine voorveeginrichting
②Riem veegwalsaandrijving (onder de plaatafdekking)
- De riem van de veegwalsaandrijving op slijtage en correcte zitting controleren.
Afdichtlijsten veeginstallatie controleren
-
Het apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten.
-
De programmaschakelaar op "0" zetten.
-
Het apparaat met een wig tegen wegrollen beveiligen.
-
Het vuilreservoir aan beide kanten verwijderen.
Voorste afdichtlijst
- De moeren (5x) losdraaien.
Afbeelding R
- De afdichtlijst zo uitlijnen dat deze met een naloop van 35-40 mm naar achteren omklapt.
Afbeelding T
① Moer
- De moeren (5x) aandraaien.
Achterste afdichtlijst
De bodemafstand van de achterste afdichtlijst is zo ontworpen dat deze met een naloop van 5-10 mm naar achteren omklapt.
Afbeelding S
-
De afdichtlijst bij slijtage vervangen.
-
De veegwals demonteren (zie hoofdstuk Veegwals vervangen).
-
De moeren (7x) losdraaien.
Afbeelding R
① Moer
-
De nieuwe afdichtlijst plaatsen.
-
De moeren (7x) aandraaien.
Zijdelingse afdichtlijsten
- De bevestigingsmoeren losdraaien.
Afbeelding U
-
De bodemafstand aanpassen door een 1-2 mm dikke onderlaag aan te brengen.
-
De afdichtlijst uitlijnen.
-
De moeren aandraaien.
-
Bouw de veegwals in.
Stoffilter vervangen
Afbeelding AC
① Deksel stoffilterhuis
② Schroef
③ Flens
-
De vergrendeling van de kap veeginstallatie losdraaien door deze erin te draaien.
-
De kap van de veeginstallatie omhoog klappen.
-
Het deksel stoffilterhuis verwijderen.
-
Schroef (2x) weghalen
-
De flens tegen de klok in draaien en het stofffilterhuis verwijderen.
-
Het stoffilter verwijderen
-
Het nieuwe stoffilter zo plaatsen dat de gaten aan de kopse kant naar de meenemer gericht zijn.
-
Het stoffilterhuis terug plaatsen, met de klok mee draaien en vastschroeven.
-
Het deksel erop plaatsen en dichtdrukken.
- De kap van de veeginstallatie sluiten.
- De vergrendeling van de kap vastzetten door deze eruit te draaien.
Zijbezem vervangen
- De schroeven (3x) eruit draaien. Afbeelding AE
① Schroeven
-
De zijbezem verwijderen.
-
De nieuwe zijbezem erop schuiven.
-
3 schroeven erin draaien en aanhalen.
Veegwals vervangen
Afbeelding X
① Afdekplaat
② Schroef
③Vuilreservoir
-
Het vuilreservoir eruit trekken.
-
De schroef eruit draaien.
-
De afdekplaat omhoog zwenken en verwijderen. Afbeelding Y
①Bowdenkabel
② Schroef voor zwenkarmlager
③Afdekking
④Zwenkarm
⑤ Schroeven van de afdekking
-
De bowdenkabel losmaken.
-
De schroef van het zwenkarmlager losdraaien.
-
De zwenkarm eraf halen
-
Beide schroeven van de afdekking losdraaien en de afdekking verwijderen.
-
De veegwals eruit halen.
-
De nieuwe veegwals plaatsen.
-
De veeginstallatie in omgekeerde volgorde monteren.
-
De bowdenkabel afstellen.
Vorstbescherming
Als er kans is op vorst:
- Het schoon- en het vuilwaterreservoir legen.
- Het apparaat in een vorstvrije ruimte zetten.
Hulp bij storingen
GEVAAR
Gevaar voor letsel door onbedoeld starten van het apparaat!
Onbedoeld starten van het apparaat kan letsel veroorzaken bij personen die aan het apparaat werken.
Trek vóór alle werkzaamheden aan het apparaat de in- telligente sleutel eruit.
Trek vóór alle werkzaamheden de stekker van het op- laadapparaat uit het stopcontact.
Koppel vóór alle werkzaamheden de batterijstekker los.
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door bewegende elementen!
Na het uitschakelen lopen zuigturbine, zijbezems en filterreiniging na.
Voer geen werkzaamheden aan het apparaat uit voor- dat de componenten tot stilstand zijn gekomen.
-
Het vuilwater aftappen.
-
Het resterende verse water aftappen.
Instructie
Als de storing met de volgende aanwijzingen niet kan worden verholpen, neem dan contact op met de klantenservice.
Zekeringen vervangen
Alleen de autozekeringen met de volgende waarden mogen door de gebruiker worden vervangen:
- 5A– besturings- en noodstroomvoorziening
• 20A - per hef-/toebehorenmodulevoeding
• 50A - hef-/cleanmodule 3 (variant Combo)
- 5A– besturings- en noodstroomvoorziening - 20A - per hef-/toebehorenmodulevoeding - 50A - hef-/cleanmodule 3 (variant Combo)
LET OP
Beschadiging van de besturing!
Onjuiste vervanging van de zekeringen kan leiden tot schade aan de besturing.
Laat defecte poolzekeringen alleen vervangen door de klantenservice. Bij defecte poolzekeringen moeten de bedrijfsomstandigheden en de gehele besturing door de klantenservice worden gecontroleerd.
De besturing bevindt zich onder het bedieningspaneel. Om bij de zekeringen te komen moet de afdekking aan de linkerkant van de voetruimte worden verwijderd.
Instructie
De toewijzing van de zekeringen vindt u aan de binnen- kant van de afdekking.
Afbeelding AD
① Afdekking
- De schroef (3x) eruit draaien.
- Verwijder de afdekking.
- De zekering vervangen.
- Voorste afdekking aanbrengen.
Storingen weergegeven op het display
Bij storingen die op het display worden weergegeven als volgt te werk gaan:
- Storingsindicatie als cijfercode
Bij een storingsindicatie met cijfercode de storing (het apparaat) eerst terugzetten:
a De programmaschakelaar op "0" zetten.
b Wacht tot het display is uitgeschakeld.
c De programmaschakelaar op het vorige programma zetten.
Pas als de fout opnieuw optreedt, de desbetreffende remedies in de opgegeven volgorde uitvoeren. De programmakeuzeschakelaar moet op "0" staan en de intelligente sleutel moet verwijderd zijn.
d Als de fout niet kan worden verholpen, met de klantenservice contact opnemen en de foutmelding vermelden.
- Storingsindicatie als tekst
a De aanwijzingen op het display uitvoeren.
b De storing door het indrukken van de infoknop bevestigen.
Instructie
Storingsmeldingen die niet in de volgende tabel zijn vermeld, geven storingen aan die niet door de bediener kunnen worden verholpen. Neem in dit geval met de klantenservice contact op.
| Stoelschakelaar open! 1. Het gaspedaal onlasten.2. De bestuurdersstoel instellen op het juiste lichaamsgewicht.3. De bestuurdersstoel kort onlasten zodat de besturing de functie van de stoelschakelaar kan controleren.4. De bestuurdersstoel volledig belasten. | |
| Gaspedaal loslaten! 1. Het gaspedaal loslaten. | |
| Geen rijrichting! 1. Contacteer de Klantenservice. | |
| Accu ontladen! 1. De accu laden. | |
| Accuspanning ontoelaatbaar! 1. Contacteer de Klantenservice | |
| Schoonwaterreservoir leeg! | 1. Het verswaterreservoir bijvullen. |
| Borsteldruk niet bereikt! | 1. De borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen.2. De reinigingskop op werking controleren: neerlaten, optillen. |
| Vuil water vol! | 1. Leeg het vuilwaterreservoir. |
| Rem defect! | 1. Niet meer met het apparaat rijden.2. Contacteer de Klantenservice |
| Rijmotor te heet! Afkoelfase | 1. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.2. Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.3. Bij herhaling contact opnemen met de klantenservice |
| Claxon defect! | 1. Contacteer de Klantenservice. |
| Kop CPU te heet! Afkoelfase | 1. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.2. De besturing minstens 5 minuten laten afkoelen.3. Bij ruwe bodem de borsteldruk duidelijk verlagen.4. Bij herhaling contact opnemen met de klantenservice. |
| Borstelaandrijving overbelast! | 1. De borsteldruk verminderen.2. Controleren of vreemde voorwerpen (bijv. pakketband, stukken hout) de borstels blokkeren. |
| Geen rijrichting! 1. Het apparaat uitschakelen.2. De rijrichtingsschakelaar enkele keren heen en weer schuiven.3. Het apparaat inschakelen.4. Contact opnemen met de klantenservice als de fout blijft bestaan. | |
Storingen zonder weergave op het display
| Het apparaat kan niet gestart worden | 1. De accustekker erin steken.2. De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.3. De intelligente sleutel erin steken.4. De zekering F1 controleren, indien nodig vervangen (zie hoofdstuk Zekeringen vervangen).5. De accu's controleren, eventueel opladen. |
| De waterhoeveelheid is onvoldoende | 1. Het vulniveau van het verse water controleren, eventueel het reservoir volledig vullen zodat de lucht eruit wordt geperst.2. De slangen op verstopping controleren, eventueel reinigen.3. Het filter schoon water verwijderen en reinigen.4. De kogelkraan schoon water openen. |
| De zuigcapaciteit is te gering 1. Het de | ksel aan de afvoerslang van vuil water sluiten.2. De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, eventueel vervangen.3. Het turbinefilter reinigen.4. De zuiglippen van de zuigbalk reinigen, eventueel vervangen.5. De zuigslang op verstopping controleren eventueel reinigen.6. De aanzuigslang op dichtheid controleren, eventueel reinigen.7. De instelling van de zuigbalk controleren. |
| Het reinigingsresultaat is onvoldoen-de | Stel voor de reinigingstaak het passende reinigingsprogramma in.Gebruik passende borstels voor de reinigingstaak.Gebruik een passend reinigingsmiddel voor de reinigingstaak.De snelheid reduceren.Stel de contactdruk in.Stel de schraperlippen in.De borstels op slijtage controleren, eventueel vervangen.Controler de wateruitvoer. |
| De borstels draaien niet 1. De aanpersdruk verminderen. | 2. Controleren of een vreemd voorwerp de borstels blokkeert, eventueel het voorwerp verwijderen. |
| Het optionele zwaailicht en/of de wer-klamp branden niet | De zekering F3 controleren, indien nodig vervangen (zie hoofdstuk Zekeringen vervangen). |
| Fout K1/109 1. Het apparaat uitschakelen. | Een minuut wachten.Het apparaat weer inschakelen. |
Aanvullende storingen bij variant Combo
| Het apparaat veegt niet goed | 1. De veegwalsen en de zijbezems controleren op slijtage, eventueel vervangen.2. Als de veegwals niet draait, de aandrijfriem controleren, eventueel reinigen.3. De werking van de grofvuilklep controleren.4. De afdichtstrippen op slijtage controleren, eventueel instellen of vervangen. |
| De veeginstallatie creëert een stofwolk | 1. Het vuilreservoir legen.2. De aandrijfriemen voor de zuigturbine veeginstallatie controleren.3. De afdichtmanchet op de aanzuigventilator controleren.4. Het stoffilter controleren, eventueel reinigen of vervangen.5. De afdichting van het filteromhulsel controleren.6. De afdichtstrip op slijtage controleren, eventueel instellen of vervangen. |
| Het reinigingsresultaat bij het vegen in het randgebled is onvoldoende | 1. De hoogte-instelling van de zijbezems controleren, eventueel instellen.2. De zijbezems vervangen. |
Technische gegevens
| B 260 RI (R100) | B 260 RI Combo (R100) | B 260 RI (R 120) | B 260 RI Combo (R 120) | B 260 RI (D100) | B 260 RI Combo (D100) | |||||
| Algemeen | ||||||||||
| Rijsnelheid (max.) km/h 10 10 10 10 10 10 | ||||||||||
| Transportsnelheid km/h 10 10 10 10 10 10 | ||||||||||
| S | n | e | l | h | e | i | d | a | c | h |
| Toelaatbare remweg op een vlakke ondergrond bij een maximale rijsnelheid van 10 km/h | 1,9 | 1,9 | 1,9 | 1,9 | 1,9 | 1,9 | ||||
| Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond | 5 | 4,5 | 5 | 4,5 | 5 | 4,5 | ||||
| Theoretische oppervlaktecapaciteit | m^2/h | 10000 | 10000 | 12000 | 12000 | 10000 | 10000 | |||
| Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijdelingse schrobmodule | m^2/h | 11200 | --- | --- | --- | 11200 | --- | |||
| Theoretische oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems | m^2/h | 11500 | 11500 | 13400 | 13400 | 11500 | 11500 | |||
| Praktische oppervlaktecapaciteit met borstelkop | m^2/h | 7000 | 7000 | 8400 | 8400 | 7000 | 7000 | |||
| Volume schoon-/vuilwaterreservoir | l | 260 | 260 | 260 | 260 | 260 | 260 | |||
| Volume grofvuilreservoir | l | 26 | 26 | 32 | 32 | --- | --- | |||
| Reinigingsmiddelreservoir (optie Dose) | l | 10 10 10 10 10 10 | ||||||||
| Doseerhoeveelheid reinigingsmiddel (van - tot) | % | 0-3 | 0-3 | 0-3 | 0-3 | 0-3 | 0-3 | |||
| Minimale waterdosering | l/min | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | |||
| M | a | x | i | m | a | l | e | w | a | t |
| max. oppervlaktedruk (incl. bestuurder, water) | N/mm^2 | 1,33 | 1,33 | 1,33 | 1,33 | 1,33 | 1,33 | |||
| Gegevens capaciteit apparaat | ||||||||||
| Nominale spanning | V | 36 36 36 36 36 36 | ||||||||
| Accucapaciteit | Ah | 630 | 630 | 630 | 630 | 630 | 630 | |||
| Gemiddelde netbelasting | W | 7500 | 8900 | 7500 | 8900 | 7500 | 8900 | |||
| Vermogen rijmotor | W | 2200 | 2200 | 2200 | 2200 | 2200 | 2200 | |||
| Vermogen zuigmotor | W | 2x840 | 2x840 | 2x840 | 2x840 | 2x840 | 2x840 | |||
| Vermogen borstelmotor | W | 2x 1100 | 2x 1100 | 2x 1100 | 2x 1100 | 2x 1100 | 2x 1100 | |||
| Oplaadlijd bij lege accu | h | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | |||
| Vermogen veegwalsaandrijving | W | --- | 600 | --- | 600 | --- | 600 | |||
| Vermogen zijbezems (optie) | W | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | |||
| Vermogen zuigturbine veeginstallatie | W | --- | 600 | --- | 600 | --- | 600 | |||
| Zulgen | ||||||||||
| Zuigvermogen, luchthoeveelheid | l/s | 28 x 2 | 28 x 2 | 28 x 2 | 28 x 2 | 28 x 2 | 28 x 2 | |||
| Zuigvermogen, onderdruk | kPa (mbar) | 14 (140) | 14 (140) | 14 (140) | 14 (140) | 14 (140) | 14 (140) | |||
| Filteroppervlak stoffilter | m^2 | --- | 4 | --- | 4 | --- | 4 | |||
| Onderdruk turbine/zuigbalk | kPa (mbar) | 22/11 (220/110) | 22/11 (220/110) | 22/11 (220/110) | 22/11 (220/110) | 22/11 (220/110) | 22/11 (220/110) | |||
| B 260 RI(R100) | B 260 RICombo (R100) | B 260 RI(R 120) | B 260 RICombo (R 120) | B 260 RI(D100) | B 260 RICombo (D100) | ||
| Reinigingsborstel | |||||||
| Borsteldoorsnede mm 160 160 160 510 510 | |||||||
| Borstellengte mm 914 914 1118 1118 --- --- | |||||||
| Borstelloerental 1/min 1250 1250 1250 140 140 | |||||||
| Borstelsnelheid zijschrobdek 1/min 140 --- --- 140 --- | |||||||
| Borsteldiameter zijschrobdek mm 300 --- --- 300 --- | |||||||
| Diameter veegwals mm --- 285 --- 285 --- 285 | |||||||
| Breedte veegwals | mm --- 710 --- 710 --- 710 | ||||||
| Veegwalstoerental | 1/min --- 610 --- 610 --- 610 | ||||||
| Zijbezemdiameter | mm 450 450 450 450 450 450 | ||||||
| Afmetingen | |||||||
| Lengte | mm 1925 2560 1925 2560 1925 2560 | ||||||
| Breedte (zonder zuigbalk) | mm 1040 1040 1040 1040 1040 1040 | ||||||
| Breedte (met zuigbalk) | mm 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 1140 114 | 1140 | 1140 | 1340 | 1340 | 1140 | 1140 |
| Hoogle | mm 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 1565 156 | 1140 | 1140 | 1340 | 1340 | 1140 | 1140 |
| Hoogle (met beschermdak, zwaalicht) | mm 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 2200 220 | 1140 | 1140 | 1340 | 1340 | 1140 | 1140 |
| Werkbreedte met zijdelingse schrobmodule | mm 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 1120 112 | 1140 | 1140 | 1340 | 1340 | 1140 | 1140 |
| Werkbreedte met 1 zijbezem | mm 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 1150 115 | 1140 | 1140 | 1340 | 1340 | 1140 | 1140 |
| Draaicirkel met kleinste uitrusting (180°) | mm 2120 2950 2120 2950 2120 2950 2120 2950 2120 2950 2120 2950 2120 2950 2120 2950 2120 2950 2120 2950 2120 295 | 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 8 | |||||
| Afmetingen batterijvak (lxbxh) | mm 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 840 x 625 x 520 2 | ||||||
| Voorwiel, breedte | mm 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 132 13 | 132 | 132 | 132 | 132 | 132 | 132 |
| Voorwiel, diameter (buiten) | mm 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300 30 | 132 | 132 | 132 | 132 | 132 | 132 |
| Achterwiel, breedte mm 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 108 10 | |||||||
| Achterwiel, diameter (buiten) | mm 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 375 37 | 132 | 132 | 132 | 132 | 132 | 132 |
| Gewicht | |||||||
| Toegestaan totaal gewicht | kg | 1840 2020 1840 2020 1840 2020 1840 2020 1840 2020 1840 2020 1840 2020 1840 2020 1840 2020 1840 2020 1840 2020 | |||||
| Transportgewicht (met 630 Ah accu, 75 kg bestuurder, gem. borstelkop) | 1460 1944 1460 1944 1460 1944 1460 1944 1460 1944 1460 1944 1460 1944 1460 1944 1460 1944 1460 1944 1460 1944 | ||||||
| Gewicht, gebruiksklaar (met accu's en vol reservoir) | kg | 1641 | 1845 | 1641 | 1845 | 1641 | 1845 |
| Borstelaanpersdruk | kg | 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 | |||||
| Borstelaanpersdruk | g/cm2 | 210 210 168 168 42 | 42 | ||||
| Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) | |||||||
| Oppervlaktebelasting wiel veeginstallatie | N/cm2 | --- --- --- --- --- --- | |||||
| Oppervlaktebelasting, voorwiel | N/cm2 | 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 | |||||
| Oppervlaktebelasting, achterwiel | N/cm2 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Oplaadapparaat offboard af fabriek | |||||||
| Kabellengte | mm 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 3000 300 | 230 | |||||
| Spanning | V | 230 | |||||
| Frequentiebereik | Hz | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/60 |
| Afmetingen | mm | 420 x 260 x 115 | 420 x 260 x 115 | 420 x 260 x 115 | 420 x 260 x 115 | 420 x 260 x 115 | 420 x 260 x 115 |
| Gewicht | kg | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 |
| Beschermingsklasse | IP 21 | IP 21 | IP 21 | IP 21 | IP 21 | IP 21 | |
| Type stekker | Schuko | Schuko | Schuko | Schuko | Schuko | Schuko | |
| Laadstroom | A | 65 | 65 | 65 | 65 | 65 | 65 |
| Omgevingsvoorwaarden | |||||||
| Maximale omgevingstemperatuur | °C | 40 | 40 | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Minimale omgevingstemperatuur | °C | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 |
| Maximale watertemperatuur | °C | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Helling | |||||||
| Maximale helling (bij transportrit) | % | 15 | 10 | 15 | 10 | 15 | 10 |
| Maximale helling (in schrobmodus) | % | 15 | 10 | 15 | 10 | 15 | 10 |
| Maximale kortdurende helling (max. 10 m) | % | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 |
| Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | |||||||
| Totale trillingswaarde | m/s2 | 0,41 | 0,41 | 0,41 | 0,41 | 0,41 | 0,41 |
| Totale trillingswaarde armen | m/s2 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 |
| Totale trillingswaarde zitvlak | m/s2 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K | m/s2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
| Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K | m/s2 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Geluidsdrukniveau | dB(A) | 73 | 73 | 73 | 73 | 73 | 73 |
| Onzekerheid KpA | dB(A) | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 |
| Geluidsvermögensniveau LWA + onzekerheid KWA | dB(A) | 94 | 94 | 94 | 94 | 94 | 94 |
| Beschermingsklasse | IPX3 | IPX3 | IPX3 | IPX3 | IPX3 | IPX3 | |
| Zijdelingse schrobmodule | |||||||
| Vermogen | W | 260 260 260 260 260 260 | |||||
| Aanpersdruk | kg | 9,7 | 9,7 | 9,7 | 9,7 | 9,7 | 9,7 |
| Aanpersdruk | N/mm2 | 0,00239 | 0,00239 | 0,00239 | 0,00239 | 0,00239 | 0,00239 |
Technische wijzigingen voorbehouden.
EU-conformiteitsverklaring
Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Vloerreiniger zittend bediende machine Type: 1.480-xxx / 2.480-xxx
Relevante EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2014/53/EU (TCU)
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-72
EN 62233: 2008
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 61000-6-2: 2005
TCU
EN 300 328 V2.2.2
EN 300 330 V2.1.1
EN 300 440 V2.1.1
EN 301 511 V12.5.1
Toegepaste nationale normen
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40
① Acoperiş de protectie*
2 Girofar*
Dispositive de protectie activate
Apă oprită
