CHICCO Unico Plus - Autostoel

Unico Plus - Autostoel CHICCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Unico Plus CHICCO in PDF-formaat.

📄 196 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice CHICCO Unico Plus - page 72
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CHICCO

Model : Unico Plus

Categorie : Autostoel

Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Unico Plus - CHICCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Unico Plus van het merk CHICCO.

GEBRUIKSAANWIJZING Unico Plus CHICCO

  • GEBRUIKSAANWIJZINGEN

WIJZING VOOR HET GEBRUIK VOLLEDIG

  • Volg de instructies voor de montage en de installatie van het artikel nauwgezet. Laat nie- mand het artikel gebruiken zonder eerst de instructies te hebben gelezen.
  • Bewaar deze handleiding voor eventuele late- re raadpleging.
  • Ieder land heeft andere wetten en voorschrif- ten betreende een veilig vervoer van kinde- ren in de auto. Het is daarom aangeraden voor meer informatie contact op te nemen met de plaatselijke autoriteiten.
  • WAARSCHUWING! Volgens de statistieken over ongelukken is de achterbank van het voertuig veiliger dan de voorzetels: daarom wordt aangeraden het autostoeltje op de achterbank te installeren. De veiligste zitplaats is de middelste zitplaats van de achterbank, als hij voorzien is van een driepuntsgordel en ISOFIX-verankeringen.
  • Het wordt aanbevolen alle inzittenden te in- formeren over hoe het kind in geval van nood kan worden losgekoppeld.
  • WAARSCHUWING! ERNSTIG GEVAAR! Ge- bruik dit autostoeltje bij Groep 0+ (0-13 kg) nooit op een voorzitting uitgerust met een frontale airbag. Het stoeltje kan alleen op een voorzitting worden geïnstalleerd als de fron- tale airbag is uitgeschakeld: controleer bij de autofabrikant, of in de gebruiksaanwijzing van de auto, of de airbag kan worden uitgescha- keld.
  • Te vroeg geboren kinderen, die zijn geboren vóór de 37ste week zwangerschap, kunnen gevaar lopen in het autostoeltje. Deze baby’s kunnen ademhalingsmoeilijkheden hebben, terwijl ze in het autostoeltje zitten. We raden73

u dus aan u tot uw arts of het ziekenhuisper- soneel te wenden, zodat uw kind kan worden beoordeeld en het geschikte autostoeltje kan worden aangeraden, voordat u uit het zie- kenhuis komt.

  • Als voor Groep 1 (9-18 kg) het autostoeltje op de voorzitting wordt geplaatst wanneer de frontale airbag is ingeschakeld, wordt voor meer veiligheid aangeraden om de zetel zo ver mogelijk naar achter te verplaatsen, voor zover dat mogelijk is als passagiers op de ach- terbank zitten.
  • Gebruik dit autostoeltje nooit op zittingen die zijdelings of tegen de rijrichting in gedraaid zijn.
  • Plaats het autostoeltje alleen op zittingen die correct aan de structuur van de auto zijn be- vestigd en die in de rijrichting staan.
  • Let erop hoe het autostoeltje in de auto wordt geïnstalleerd om te voorkomen dat een mobiele zetel of het portier stoort.
  • Geen enkel autostoeltje kan de absolute vei- ligheid van het kind in geval van een ongeluk garanderen, maar het gebruik van dit artikel vermindert het gevaar voor ernstig letsel of de dood.
  • Het gevaar voor ernstig letsel van het kind, en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in andere omstandigheden (bijv. bij hard rem- men, enz.) wordt groter als de aanwijzingen die in deze handleiding worden beschreven niet nauwgezet in acht worden genomen: controleer altijd dat het autostoeltje correct aan de zitting is bevestigd.
  • Indien het autostoeltje beschadigd, ver- vormd of ernstig versleten mocht zijn, moet het worden vervangen. Het kan zijn oor- spronkelijke veiligheidskenmerken hebben verloren.
  • Wijzig niets aan het artikel en voeg er niets aan toe zonder toestemming van de fabri- kant.
  • Breng geen niet door de fabrikant geleverde accessoires, reserveonderdelen of onderde- len aan.
  • Zet niets dat geen voor het artikel goedge- keurd accessoire is tussen de autozitting en het autostoeltje, of tussen het autostoeltje en het kind: in geval van een ongeluk kan het dan gebeuren dat het autostoeltje niet goed functioneert.
  • Ook na een niet ernstig ongeluk kan het autostoeltje schade opgelopen hebben, die echter niet altijd met het blote oog zichtbaar is: het moet daarom worden vervangen.
  • Gebruik het product NIET langer dan 10 jaren. Na deze periode kunnen de wijzigingen in de materialen (bijvoorbeeld door blootstelling aan zonlicht) de goede werking van het pro- duct reduceren of negatief beïnvloeden.
  • Gebruik geen tweedehandsautostoeltjes: deze kunnen voor het blote oog onzichtbare structurele schade hebben opgelopen, die zodanig is dat de veiligheid van het artikel niet langer gewaarborgd wordt.
  • Laat uw kind nooit zonder toezicht in het au- tostoeltje achter.
  • Als het voertuig in de zon heeft gestaan, con- troleert u de autostoel zorgvuldig, voordat u het kind erin zet, door na te gaan of de ver- schillende delen ervan niet heet zijn gewor- den: in dit geval laat u ze eerst afkoelen voor- dat u het kind er in legt, om te voorkomen dat het zich verbrandt.
  • De hoes kan uitsluitend worden vervangen met een door de fabrikant goedgekeurde hoes, omdat deze integraal deel uitmaakt van het autostoeltje. Het autostoeltje mag nooit zonder hoes worden gebruikt, om de veiligheid van het kind niet in het gedrang te brengen.
  • Controleer dat de band van de gordel niet verdraaid zit en voorkom dat deze of een ge- deelte van het autostoeltje tussen de portie- ren komt of over scherpe punten wrijft. Het autostoeltje kan niet langer gebruikt worden als de gordel beschadigd is of rafelt.
  • Als het kind niet wordt vervoerd, moet het autostoeltje vast blijven zitten of in de koer- bak worden gezet. Een niet vastgezet auto- stoeltje kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen namelijk een gevaar inhouden voor de passagiers.
  • Controleer of er geen voorwerpen of bagage, in het bijzonder op de hoedenplank, in het voertuig worden vervoerd, die niet zijn vast- gezet of veilig zijn geplaatst: in geval van een ongeluk of bij hard remmen kunnen ze de75
  • Kijk goed uit dat inklapbare of draaiende au- tozetels stevig vastzitten, omdat deze bij een ongeluk een gevaar kunnen inhouden.
  • Controleer of de hoofdsteun van de autoze- tel niet in de weg zit van de hoofdsteun van de autostoel: hij mag hem niet naar voren duwen. Als dit mocht gebeuren, verwijdert u de hoofdsteun van de autozetel waarop de autostoel wordt geïnstalleerd en zorgt u er- voor dat u hem niet op de hoedenplank legt.
  • Verzeker u ervan dat alle passagiers van het voertuig hun eigen veiligheidsgordel ge- bruiken, zowel voor de eigen veiligheid, als omdat zij tijdens de reis bij een ongeluk of bij hard remmen het kind kunnen verwonden.
  • Stop vaak tijdens lange reizen. Een kind wordt het al gauw beu.
  • Haal het kind om geen enkele reden uit het autostoeltje terwijl de auto rijdt. Als het kind aandacht nodig heeft, moet u een veilige plek zoeken en stoppen.
  • De rma Artsana wijst elke vorm van aanspra- kelijkheid af voor een oneigenlijk gebruik van het artikel.

1.2 BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

Fig. A A. Zitting van het Autostoeltje B. Onderstel van het Autostoeltje C. Vaste koppelstukken D. Drukknop van vaste koppelstukken E. Indicatoren van bevestiging van vaste kop- pelstukken F. Side Safety System

V. Top Tether (bovengordel)

Fig. B G. Hoofdsteun H. Rugleuning

J. Gordels van het autostoeltje K. Gesp L. Hendel voor kantelen schuin M. Hendel voor rotatie van de zitting N. Band voor afstelling van de gordels O. Drukknop voor afstelling van de gordels P. Gordelgeleider Q. Gordelgeleider Groep 2/3 R. Miniverkleinkussen Fig. C S. Hendel voor afstelling van de hoofdsteun T. Bovenste gordelgeleider U. Ruimte voor gordel

1. Dit is een “Semi-Universeel” kinderbevei-

ligingssysteem, goedgekeurd volgens de Voorschriften ECE R44/04,en is enkel com- patibel met de voertuigen vermeld in de speciale “Lijst van autovoertuigen” die wordt meegeleverd met het product.

2. Geschikt om te worden gebruikt in voertui-

gen met vaste of oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd is volgens de Voorschrif- ten UN/ECE Nr.16 of andere gelijkwaardige normen.

3. Neem in geval van twijfel contact op met de

fabrikant van het kinderbeveiligingssysteem of met de dealer.

1.4 BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREIS-

TEN VAN HET ARTIKEL EN DE AUTO- ZITTING WAARSCHUWING! Neem de volgende be- perkingen en gebruiksvereisten betreende het artikel en de autozitting nauwgezet in acht: anders is de veiligheid niet verzekerd.

  • Dit autostoeltje is goedgekeurd voor gebruik met kinderen met een gewicht van 0 tot 36 kg (vanaf de geboorte tot ongeveer 12 jaar).
  • De autozetel moet voorzien zijn van een drie- puntsgordel, statisch of met oprolsysteem, goedgekeurd volgens de Voorschriften UNI/ ECE Nr. 16 of andere gelijkwaardige normen (Fig. 1). WAARSCHUWING! Installeer het autostoeltje nooit met de tweepuntsgordel van de auto (Fig. 2).
  • Het autostoeltje kan geïnstalleerd worden op de voorzitting aan passagierszijde uitgerust met ISOFIX-verankeringen of op een wille- keurige zitplaats van de achterbank uitgerust75

met ISOFIX-verankeringen. Voor Groep 0+ (0- 13 kg) kan het stoeltje alleen op een voorzit- ting worden geïnstalleerd als de frontale air- bag is uitgeschakeld. Gebruik dit autostoeltje nooit op zetels die zijdelings staan of tegen de rijrichting in (Fig. 3).

  • Het artikel is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als autostoel en niet voor gebruik in huis.
  • Het kan voorkomen dat de gesp van de veiligheidsgordel van de wagen te lang is en de hoogte overschrijdt die voorzien was ten opzichte van het onderste gedeelte van de zitting (Afb. 4A-4B). In dat geval mag het autostoeltje niet worden bevestigd op deze zetel, maar moet het op een andere zetel worden geïnstalleerd waarbij het probleem zich niet voordoet. Voor meer informatie over dit aspect neemt u contact op met de auto- fabrikant. WAARSCHUWING! Groep 0+ en Groep 1. Bij gebruik in voertuigen die op de achterbank zijn uitgerust met veiligheidsgordels met in- gebouwde airbags (opblaasbare gordels), kan het contact tussen het opblaasbare gedeelte van de riem en het kinderzitje leiden tot ern- stig letsel of de dood. Installeer dit kinderzitje niet in een voertuig met opblaasbare veilig- heidsgordels. WAARSCHUWING! Groep 2/3. Bij gebruik van voertuigen met veiligheidsgordels achteraan met geïntegreerde airbags (opblaasbare gor- dels), volg dan de gebruikshandleiding van de autofabrikant.

WAARSCHUWING! Deze instructies heb- ben, zowel in de tekst als op de tekeningen, betrekking op de installatie van de autostoel op de rechter achterzetel. Voer echter dezelf- de handelingen uit voor installaties op andere plaatsen.

VENGORDEL) (0-13 KG) Het autostoeltje moet voor Groep 0+ ALTIJD tegen de rijrichting in geïnstalleerd worden en de Airbag moet uitgeschakeld zijn. De installatie moet ALTIJD uitgevoerd worden met gebruik van de vaste koppelstukken en de Top Tether.

  • Draai de zitting 180° met de hendel (M) en ver- zeker u ervan dat de zitting vergrendeld is en tegen de rijrichting in is geplaatst (Fig. 5).
  • Bedien de hendel voor kantelen schuin (L) tot de rode pijl samenvalt met de stand R (Fig. 6).
  • Positioneer het autostoeltje tegen de rijrich- ting in op de autozetel.
  • Druk op de drukknop (D) om de vaste kop- pelstukken (C) volledig uit te trekken (Fig. 7).
  • Bevestig de koppelstukken aan de bevesti- gingen tussen de rugleuning en de zitting (Fig. 8). Een speciale klik geeft de bevestiging aan en de indicator verandert van rood naar groen.
  • Duw het autostoeltje stevig tot tegen de rug- leuning van de zetel zodat het goed op de rugleuning aansluit (Fig. 9).
  • Leid de Top Tether (V) door de blauwe gor- delgeleider (P) (Fig. 10).
  • Controleer of de riem van de Top Tether cor- rect in de blauwe riemgeleider is geplaatst (Afb. 11).
  • WAARSCHUWING! Plaats de Top Tether (bo- vengordel) tussen het bovenste gedeelte van de rugleuning van de zetel van het voertuig en de hoofdsteun. Laat de Top Tether nooit boven de hoofdsteun van de auto lopen (Fig. 12). WAARSCHUWING! Raadpleeg de gebruiks- aanwijzing van de auto om het bevestigings- punt van de Top Tether van het stoeltje te identiceren. Dat bevestigingspunt is gemerkt met een speciaal label (Fig. 13) en kan zich bevinden op de plaatsen aangegeven op de afbeeldingen 13A – 13B – 13C – 13D. WAARSCHUWING! Controleer of het beves- tigingspunt dat u gebruikt voor de Top Tether het voorziene punt is. Het is belangrijk om dit punt niet te verwarren met een ring die be- doeld is voor het bevestigen van bagage.
  • Zodra u het bevestigingspunt geïdenticeerd heeft, maakt u de bevestiging van de Top Tether (V) eraan vast. Regel de lengte van de gordel van de Top Tether door stevig aan de band te trekken zodat hij gespannen wordt.77

Als de band op de juiste spanning is gebracht, kleurt de aanwijzer op de band (Fig. 14) groen. Rol het teveel aan band op en maak hem vast met de speciale klittenband. Het miniverklein- kussen wordt gebruikt vanaf de geboorte tot 6 kg. Ga als volgt te werk om na de installatie het kind in het autostoeltje te leggen:

  • Druk op de drukknop voor de afstelling van de gordels (O) en neem tegelijkertijd de gor- dels vast. Trek de gordels van het autostoeltje zo ver mogelijk naar u toe (Fig. 15).
  • Druk op de drukknop van de gesp om de gordels van het autostoeltje los te maken (Fig. 16).
  • Plaats het kind zorgvuldig in het stoeltje, leg de twee lipjes van de gordel op elkaar en maak ze terug vast (Fig. 17).
  • Stel met de hendel (S) de hoogte van de hoofdsteun af zodat de gordels ter hoogte van de schouders van het kind uit de rugleu- ning komen (Fig. 18).
  • Om de spanning van de gordels af te stellen trekt u de band voor de afstelling (N) voor- zichtig omhoog totdat u de juiste spanning heeft (Fig. 19). Om het autostoeltje te verwijderen maakt u de veiligheidsgordels van de auto en de vaste koppelstukken (C) los door op de ontgrendel- knoppen (D) te drukken.

DEL VAN DE AUTO (0-13 KG) Het autostoeltje moet voor Groep 0+ ALTIJD tegen de rijrichting in geïnstalleerd worden en de Airbag moet uitgeschakeld zijn. De installatie gebeurt ALTIJD met gebruik van de vaste koppelstukken en de driepuntsgordel van de auto.

  • Draai de zitting 180° met de hendel (M) en verzeker u ervan dat de zitting vergrendeld is en tegen de rijrichting in is geplaatst (Fig. 20).
  • Bedien de hendel voor kantelen schuin (L) tot de rode pijl samenvalt met de stand R (Fig. 21).
  • Positioneer het autostoeltje tegen de rijrich- ting in op de autozetel.
  • Druk op de drukknop (D) om de vaste kop- pelstukken (C) volledig uit te trekken (Fig. 22).
  • Bevestig de koppelstukken aan de bevesti- gingen tussen de rugleuning en de zitting (Fig. 23). Een speciale klik geeft de bevesti- ging aan en de indicator verandert van rood naar groen.
  • Duw het autostoeltje stevig tot tegen de rug- leuning van de zetel zodat het goed op de rugleuning aansluit (Fig. 24).
  • Verwijder het verkleinkussen en maak de gesp van het autostoeltje los (Fig. 25).
  • Steek de buikgordel door de blauwe gordel- geleider (P) (Fig. 26) en steek het diagonale gedeelte van de autogordel door de boven- ste gordelgeleider (T), en tussen de hoofd- steun en de zitting door de blauwe gordel- geleider (Fig. 27).
  • Maak de gordel vast aan de gesp (Fig. 28).
  • Leg het miniverkleinkussen (0-6 kg) terug op zijn plaats.
  • De uiteindelijke conguratie van het auto- stoeltje moet eruit zien zoals de afbeelding op Fig. 29. Het miniverkleinkussen wordt gebruikt vanaf de geboorte tot 6 kg. Ga als volgt te werk om na de installatie het kind in het autostoeltje te leggen:
  • Druk op de drukknop voor de afstelling van de gordels (O) en neem tegelijkertijd de gor- dels vast. Trek de gordels van het autostoeltje zo ver mogelijk naar u toe (Fig. 30).
  • Druk op de drukknop van de gesp om de gordels van het autostoeltje los te maken (Fig. 31).
  • Plaats het kind zorgvuldig in het stoeltje, leg de twee lipjes van de gordel op elkaar en maak ze terug vast (Fig. 32).
  • Stel met de hendel (S) de hoogte van de hoofdsteun af zodat de gordels ter hoogte van de schouders van het kind uit de rugleu- ning komen (Fig. 33).
  • Om de spanning van de gordels af te stellen trekt u de band voor de afstelling (N) voor- zichtig omhoog totdat u de juiste spanning heeft (Fig. 34). Om het autostoeltje te verwijderen maakt u de veiligheidsgordels van de auto en de vaste koppelstukken (C) los door op de ontgrendel- knoppen (D) te drukken.77

DEL VAN DE AUTO (9-18 KG) Het autostoeltje wordt voor Groep 1 ALTIJD in de rijrichting geïnstalleerd, gebruik ALTIJD de vaste koppelstukken en de driepuntsgordel van de auto. WAARSCHUWING! Gebruik het autostoeltje in de schuine stand 1, 2 of 3. Gebruik NOOIT de stand R.

  • Draai de zitting 180° met de hendel (M) en verzeker u ervan dat de zitting vergrendeld is en in de rijrichting staat (Fig. 35).
  • Positioneer het autostoeltje in de rijrichting op de autozetel.
  • Druk op de drukknop (D) om de vaste kop- pelstukken (C) volledig uit te trekken (Fig. 36).
  • Bevestig de koppelstukken aan de bevesti- gingen tussen de rugleuning en de zitting (Fig. 37). Een speciale klik geeft de bevesti- ging aan en de indicator verandert van rood naar groen.
  • Steek het diagonale gedeelte van de gordel door de bovenste gordelgeleider (T). Steek de driepuntsgordel in de ruimte (U) voor de gordel en trek hem uit de tegenoverliggende ruimte (Fig. 38)
  • Maak de autogordel vast (Fig. 39)
  • Duw het autostoeltje stevig tegen de rug- leuning van de zetel zodat het goed op de rugleuning aansluit (Fig. 40) en span het dia- gonale gedeelte van de gordel (Fig. 41). Ga als volgt te werk om na de installatie het kind in het autostoeltje te leggen:
  • Druk op de drukknop voor de afstelling van de gordels (O) en neem tegelijkertijd de gor- dels vast. Trek de gordels van het autostoeltje zo ver mogelijk naar u toe (Fig. 42).
  • Druk op de drukknop van de gesp om de gordels van het autostoeltje los te maken (Fig. 43).
  • Plaats het kind zorgvuldig in het stoeltje, leg de twee lipjes van de gordel op elkaar en maak ze terug vast (Fig. 44).
  • Stel met de hendel (S) de hoogte van de hoofdsteun af zodat de gordels ter hoogte van de schouders van het kind uit de rugleu- ning komen (Fig. 45).
  • Om de spanning van de gordels af te stellen trekt u voorzichtig aan de band voor de af- stelling (N) totdat u de juiste spanning heeft (Fig. 46).

KG) NAAR GROEP 2/3 (15-36 KG) Voer de volgende werkzaamheden uit om de conguratie te veranderen van Groep 1 naar Groep 2/3:

  • Maak de gordels van het autostoeltje zo ver mogelijk los door op de afstelknop (O) te drukken (Fig. 47).
  • Positioneer de hoofdsteun in de hoogste stand met de hendel (S) (Fig. 48).
  • Trek de gordels van het autostoeltje uit de verankering (Fig. 49A) en leg de verankering in de speciale zitting (Fig. 49B).
  • Steek de gordels van het autostoeltje door de lussen en trek ze uit de gesp (Fig. 50).
  • Verwijder eerst de stof van de zitting en leg vervolgens de gesp in de speciale ruimte aan het voeteinde (Fig. 51).
  • Rol de gordels op en leg ze in de ruimten aan de zijkanten van de zitting (Fig. 52).
  • Leg de schouderriemen in de rugleuning (Fig. 53) en de tussenbeenstukbescherming onder de stof van de zitting (Fig. 54).

GORDEL VAN DE AUTO. WAARSCHUWING! Gebruik het autostoeltje in de schuine standen 1 en 2. Gebruik NOOIT de standen R en 3. De installatie gebeurt ALTIJD met gebruik van de vaste koppelstukken en de driepuntsgordel van de auto.

  • Positioneer het autostoeltje in de rijrichting op de autozetel.
  • Druk op de drukknop (D) om de vaste kop- pelstukken (C) volledig uit te trekken (Fig. 55).
  • Bevestig de koppelstukken aan de bevesti- gingen tussen de rugleuning en de zitting (Fig. 56). Een speciale klik geeft de bevesti- ging aan en de indicator verandert van rood79

gordelgeleiders in de hoofdsteun (Q) (Grup- po 2/3). Stel de hoogte van de hoofdsteun af met de hendel voor afstelling van de hoofdsteun (S) tot de juiste hoogte is bereikt (Fig. 62).

3.2 AFSTELLEN VAN DE KANTELEN

SCHUIN Om de schuine stand te wijzigen ontgrendelt u de hendel voor kantelen schuin (L) onder de zitting met gebruik van de tweede beveiliging en selecteert u de gewenste stand. Het autostoeltje moet in de stand R afgesteld worden wanneer het voor Groep 0+ (0-13 kg) wordt geïnstalleerd. Voor Groep 1 (9-18 kg) kan het autostoeltje in de standen 1, 2 en 3 gezet worden. Voor Groep 2/3 (15-36 kg) kan het autostoeltje enkel in de standen 1 en 2 gebruikt worden.

3.3 SIDE SAFETY SYSTEM

Het autostoeltje is voorzien van het Side Safety System (F) om meer bescherming in geval van laterale botsingen te garanderen. Als het systeem contact maakt met auto-on- derdelen, kunt u het uit zijn zitting losmaken en verwijderen (Fig. 63).

3.4 REINIGING EN ONDERHOUD

Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een volwassene worden verricht. De hoes reinigen. De hoes van het autostoeltje is volledig ver- wijderbaar en kan met de hand of in de was- machine op 30°C worden gewassen Om ze te wassen houdt u zich aan de instructies op het etiket van de bekleding. Op 30°C in de wasmachine wassen Niet bleken Niet in de droger drogen Niet strijken Niet chemisch laten reinigen 30° C 30° C naar groen.

  • Plaats het diagonaal gedeelte van de au- togordel achter de hoofdsteun en steek het door de speciale rode gordelgeleider van de hoofdsteun (Q) (Fig. 57).
  • Laat het kind plaatsnemen in het stoeltje en verzeker u ervan dat hij goed tegen de rug- leuning van het autostoeltje leunt.
  • Maak de autogordel vast aan de gesp (Fig. 58).
  • Controleer tijdens de afstelling van de hoofd- steun of de diagonale gordelgeleider (Q) zich maximaal 2 cm boven de schouder bevindt (Fig. 59).
  • Trek het diagonale gedeelte van de gordel naar het oprolsysteem, zodat de gehele gordel goed gespannen is en goed op de borstkas en de benen van het kind aansluit (Fig. 60). WAARSCHUWING!
  • Controleer altijd of de gordel gelijkmatig over alle punten is verdeeld en niet verdraaid zit.
  • Controleer dat de diagonale gordel goed te- gen de schouder van het kind rust en geen druk uitoefent op de nek; regel zo nodig de hoofdsteun.
  • Controleer of het oprolsysteem van de au- togordel ten opzichte van de rugleuning van de autozetel naar achteren staat (Fig. 61).

2.6 HERSTEL VAN DE GORDELS VOOR GE-

BRUIK MET GROEPEN 0+ (0-13 KG) en GROEP 1 (9-18 KG) Voer de aanwijzingen beschreven in paragraaf

2.3 in omgekeerde volgorde uit.

INSTELLEN De hoofdsteun kan afgesteld worden om de autostoel beter aan te passen aan de grootte van het kind. Bij een optimale afstelling:

  • is het hoofdje altijd goed beveiligd en be- schermd (Groep 1/2/3).
  • bevinden de veiligheidsgordels van het auto- stoeltje zich altijd op de juiste hoogte, d.w.z. ter hoogte van de schouders (Groep 0+ en Groep 1).
  • bevindt de diagonale autogordel zich altijd op de juiste hoogte dankzij de geïntegreerde79

Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. Cen- trifugeer de hoes niet en hang ze op zonder ze uit te wringen. De hoes mag uitsluitend worden vervangen met een door de fabrikant goedgekeurde reservehoes, aangezien ze in- tegrerend deel uitmaakt van het autostoeltje en dus een veiligheidselement is. WAARSCHUWING! Het autostoeltje mag nooit zonder hoes worden gebruikt, om de veiligheid van het kind niet op het spel te zetten. Ga als volgt te werk om de stof te verwijderen: Hoofdsteun

  • Trek de hoofdsteun uit de gordelgeleider (Fig.

64) en maak de knopen aan de achterzijde los

  • Maak de knopen van het middelste stuk stof (Fig. 66) los en vervolgens de knopen rond de basis (Fig. 67).

DE PLASTIC OF METALEN DELEN REINI-

GEN Gebruik alleen een vochtige doek om de plastic of gelakte metalen delen te reinigen. Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. De bewegende delen van het autostoeltje mo- gen op geen enkele wijze worden gesmeerd.

CONTROLE OF DE DELEN INTACT ZIJN

Het wordt aanbevolen de volgende onderde- len regelmatig op beschadiging en slijtage te controleren:

  • Hoes: controleer of de wattering niet uitpuilt en of er geen delen loszitten. Controleer de staat van de naden die altijd intact moeten zijn.
  • Gordels: controleer of de stof niet rafelt of duidelijk dun is geworden ter hoogte van de verstelband, het tussenbeenstuk, de schou- derbeschermstukken en het gebied van de afstelplaat van de gordels.
  • Kunststof delen: controleer de slijtagestaat van alle plastic delen, die geen duidelijke be- schadigingen mogen hebben of verkleurd mogen zijn. WAARSCHUWING! Indien het autostoeltje beschadigd, vervormd of ernstig versleten mocht zijn, moet het worden vervangen: het kan de oorspronkelijke veiligheidskenmerken hebben verloren.

HET ARTIKEL OPBERGEN

Als het niet in de auto geïnstalleerd is, wordt aangeraden het autostoeltje op een droge plaats, uit de buurt van warmtebronnen en beschermd tegen stof, vocht en rechtstreeks zonlicht te bewaren.

HET ARTIKEL AFDANKEN

Als de voorziene gebruiksgrens van het au- tostoeltje is bereikt, gebruikt u het niet meer en zet u het bij het afval. Uit respect voor het milieu scheidt u de verschillende soorten afval volgens wat door de geldende voorschriften in uw land is voorgeschreven. GARANTIE Het artikel valt onder garantie tegen elke non-conformiteit binnen de normale ge- bruiksomstandigheden zoals voorzien in de gebruiksaanwijzingen. De garantie is dus niet geldig in geval van schade veroorzaakt door oneigenlijk gebruik, slijtage of toevallige gebeurtenissen. Voor de duur van de garantie inzake non-con- formiteit verwijzen we naar de specieke richt- lijnen en de nationale normen die van toepas- sing zijn in het land van aankoop, indien deze voorzien zijn.81