BENNING Duspol Analog - Multimeter

Duspol Analog - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Duspol Analog BENNING in PDF-formaat.

📄 59 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BENNING Duspol Analog - page 41
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Product Multimeter
Merk BENNING
Model Duspol Analog
Categorie Analoge multimeter
Nominale spanningsbereik 12 V tot 1 000 V AC/DC
Frequentiebereik 0 tot 60 Hz
Interne impedantie (meetcircuit) 200 kΩ
Interne impedantie (belastingscircuit) 5 kΩ
Overspanningscategorie CAT IV 600 V / CAT III 1 000 V
Beschermingsgraad IP 65 (stofdicht)
Weergave LED + draaispoel + LCD-scherm (symbool R)
Belangrijkste functies Spanningstest, fasetest, fasenvolgordetest, trilmotor (interne belasting)
Stroomverbruik (meetcircuit) < 6,0 mA (1 000 V)
Stroomverbruik (belastingscircuit) < 550 mA (1 000 V)
Polariteitsweergave LED +/- 24 V, +/- 12 V (drukknoppen ingedrukt)
Fasetest (buitengeleider) ≥ 230 V, 50/60 Hz
Fasenvolgordetest ≥ 400 V, 50/60 Hz
Trilmotor (start) ≥ 200 V
Onderhoud Reinig de behuizing met een schone, droge doek
Veiligheid Niet overschrijden 1 000 V AC/DC; gebruik de geïsoleerde handgrepen; bescherm de meetpunten na gebruik
Repareerbaarheid Het apparaat niet demonteren

Veelgestelde vragen - Duspol Analog BENNING

Hoe controleer ik de spanningsloosheid van een installatie met de Duspol Analog?
Sluit de twee meetpunten aan op de te controleren componenten. Spanningsloosheid is verzekerd als de drie testcircuits (LED-weergave, draaispoelweergave en trilmotor) geen spanning aangeven. Druk op beide drukknoppen om de interne belasting en trilmotor te activeren. Voer altijd een functionaliteitscontrole uit voor en na gebruik op een bekende bron (bijv. 230 V stopcontact).
Hoe gebruik ik de fasetest (buitengeleider)?
Houd uw hand rond beide handgrepen om capacitieve koppeling met aarde te garanderen. Sluit de meetpunt L2/+ aan op de te testen geleider, zonder de meetpunt L1/- aan te raken. Als het symbool 'R' op het LCD-scherm verschijnt, is het een buitengeleider (fase) onder wisselspanning (≥ 230 V, 50/60 Hz). Deze test is alleen geldig in een geaard netwerk.
Hoe test ik de fasenvolgorde in een driefasennet?
Houd de twee handgrepen vast, sluit de meetpunten L1/- en L2/+ aan op twee buitengeleiders (fasen). Als het symbool 'R' verschijnt, is de volgorde rechtsom (L1 vóór L2). Voer een tegenproef uit door de meetpunten om te keren: het symbool mag niet verschijnen. De test vereist een lijnspanning van ten minste 400 V, 50/60 Hz.
Wat betekent het symbool 'R' op het LCD-scherm?
Het symbool 'R' geeft de detectie van een buitengeleider (fase) aan tijdens de fasetest, of een rechtsomse fasenvolgorde tijdens de fasenvolgordetest. Het verschijnt alleen onder de gespecificeerde omstandigheden (≥ 230 V voor de fasetest, ≥ 400 V voor de fasenvolgorde).
Hoe ontlaad ik een condensator met de Duspol Analog?
Druk op beide drukknoppen om de interne belasting aan te sluiten (impedantie verlaagd tot 5 kΩ). Sluit de meetpunten aan op de aansluitingen van de condensator. De interne belasting ontlaadt de condensator veilig. De trilmotor geeft de aanwezigheid van spanning aan.
Hoe test ik een aardlekschakelaar (30 mA) met dit apparaat?
Voer een fasetest (buitengeleider) uit ten opzichte van de aardgeleider (PE). Druk op beide drukknoppen om de interne belasting te activeren. De gegenereerde lekstroom moet een aardlekschakelaar van 10/30 mA doen uitschakelen. Raadpleeg figuur D van de handleiding.
Wat is de interne impedantie van de Duspol Analog en waarom is dit belangrijk?
De impedantie van het meetcircuit is 200 kΩ, die van het belastingscircuit (knoppen ingedrukt) is 5 kΩ. Een lage impedantie (5 kΩ) onderdrukt inductieve of capacitieve parasitaire spanningen, terwijl een hoge impedantie (200 kΩ) een parasitaire spanning kan aangeven. Het apparaat onderscheidt bedrijfsspanningen van parasitaire spanningen dankzij de interne belasting.
Hoe onderhoud ik de Duspol Analog?
Reinig de buitenkant van de behuizing met een schone, droge doek. Bescherm het apparaat tegen vuil en beschadiging van de behuizing. Demonteer het apparaat nooit. Plaats na gebruik de beschermkap op de meetpunten.
Wat zijn de essentiële veiligheidsmaatregelen?
Raak alleen de geïsoleerde handgrepen L1 en L2 aan, nooit de meetpunten. Controleer de goede werking voor en na elk gebruik. Gebruik het apparaat alleen binnen het nominale spanningsbereik (tot 1 000 V AC/DC) en binnen de overspanningscategorieën CAT III 1 000 V of CAT IV 600 V. Bescherm de meetpunten na gebruik.
Wat te doen als de LED-weergave of trilmotor niet werkt?
Als een of meer indicaties (LED, draaispoel, trilmotor) niet correct werken, mag het apparaat niet meer worden gebruikt. Vervang het of laat het repareren door een professional. Een storing kan een gevaar voor de gebruiker aangeven.

Gebruikersvragen over Duspol Analog BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Duspol Analog - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Duspol Analog van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING Duspol Analog BENNING

Voordat u de spanningstester DUSPOL ^5 : analog gebruikt: Loes de bedieningshandleiding en neem in ieder geval de veiligheidsinstructies in acht!

Inhoudsopgave

  1. Veiligheidsinstructies
  2. Apparaatbeschrijving
  3. Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie
  4. Controle van de installatie op spanningloosheid
  5. Vermogeninschakeling met vibratiemotor
  6. Buitengeleider testen (faseweergave)
  7. Draaiveld testen
  8. Technische gegevens
  9. Algemeen onderhoud
  10. Milieubescherming

1. Veiligheidsinstructies:

  • Het apparaat mag bij het gebruik alleen worden vastgenomen aan de geïsoleerde handgrepen L1 ⑥ en L2 ⑦ en de teststaven L1/- ② en L2/+ ③ mogen niet worden aangeraakt!
  • Controleer vlak voor en na het gebruik ter controle van de spanninglooshoid van de installatie de spanningszoeker ten aanzien van zijn functionaliteit (zie hoofdstuk 3)! De spanningstoster mag niet worden gebruikt, wanneer de functie van een of meerdere indicators uitvalt of wanneer er geen gebruiksklare toestand kan worden vastgesteld! De controle dient dan met een andere spanningszoeker te worden herhaald.
  • De spanningstester mag alleen binnen het aangegeven nominale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC/DC 1.000 V worden gebruikt!
  • De spanningstester mag alleen worden gebruikt in stroom-circuits van overspanningscategorie CAT III met maximum 1000 V of overspanningscategorie CAT IV met maximum 600 V geleider legen aarde.
  • De spanningstester is voorzien voor gebruik door gespecialiseerde elektrotechnici in combinatie met veilige werkmethoden.
  • De graduele LED-indicator dient om het spanningsbereik weer te geven en is niet bestemd voor meetdoeleinden.
  • Het creëren van een spanningstester voor meer dan 30 seconden spanning (maximaal toegestane inschakelduur ID = 30 seconden)
  • De spanningstester mag niet worden gedemonteerd!
  • De spanningstester moet worden beschermd tegen verontreinigingen en beschadigingen van het behuizingoppervlak.
  • Als bescherming tegen lichamelijke letsels moet na gebruik van de spanningstester de meegeleverde teststaaf-bescherming worden aangebracht op de teststaven!
  • Merk op dat de impedantie (inwendige weerstand) van de spanningstester de weergave van stourspanningen (capacitief of inductief gekoppeld) beïnvloedt!

Afhankelijk van de inwendige impedantie van de spannings- tester zijn er, in aanwezigheid van stoorspanning, verschill- lende mogelijkheden voor de weergave "bedrijfsspanning aanwezig" of "bedrijfsspanning niet aanwezig".

Laagohmige spanningstester (impedantie < 100 kΩ), stoorspanning wordt onderdrukt of verlaagd:

Een spanningstester met relatief lage inwendige impedantie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ niet alle stoorspanningen weergeven met een oorsprongwaarde boven ELV (50 V AC/120 V DC). Bij contact met de te testen delen kan de spanningstester de stoorspanningen door ontlading tijdelijk tot een niveau onder ELV verlagen; na het verwijderen van de spanningstester zal de stoorspanning echter weer haar oorspronkolijke waarde aannemon.

Wannoer de indicatie "spanning aanwozig" niet vorschijnt, is het ten stelligste aan te bevelen de aardingsinrichting in te leggen voor met de werken wordt begonnen.

Hoogohmige spanningstester (impedantie > 100 kΩ): Stoor-spanning wordt niet onderdrukt of verlaagd:

Een spanningstester met relatief hoge inwendige impedan-

tie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ bij aanwezige stoorspanning "bedrijfsspanning niet aanwezig" niet eenduidig aangeven. Wanneer de aanduiding "spanning aanwezig" verschijnt bij een component die als gescheiden van de installatie geldt, is het dringend aan te bevelen met bijkomende maatregelen (bijvoorbeeld: gebruik van een geschikte spanningstester die een onderscheid kan maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning, visuele controle van het scheidingspunt in het elektrisch net, enz.) de toestand "bedrijfsspanning niet aanwezig" van het te testen onderdeel aan te tonen en vast te stellen dat de door de spanningstester aangogoven spanning een stoorspanning is.

Spanningstesters die door belastingsbijschakeling een onderscheid kunnen maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning:

Een spanningstoster met vormolding van twee waarden van de inwendige impedantie, is geslaagd in de test van zijn uitvoering/constructie voor de behandeling van stoorspanningen en is (binnen de technische grenzen) in staat een onderscheid te maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning en het aanwezige spanningstype direct of indirect weer te geven.

Elektrische symbolen op het apparaat:

Symbool Betekenis
Belangrijke documentatie!Het symbool geeft aan dat de gids beschreven in de handleiding, om risico's te vermijden
Apparaat of uitrusting voor het werken onder spanning
Drukschakelaar
AC wisselspanning
DC gelijkspanning
DC/ AC gelijk- en wisselspanning
Aarde (spanning naar aarde)
Drukschakelaar (handbediening); wijst er op,dat de desbetreffende indicaties alleen plaatsvinden bij bediening van de beide druk-schakelaars
Rechts draaiveld; de draaiveldrichting kan alleen bij 50 of 60 Hz en in een geaard netwerk worden weergegeven
Draaispoelindicatie

2. Apparaatbeschrijving

1 Teststaafbescherming

② Teststaaf L1/

③ Teststaaf L2/+

4 Draaispoelindicatie

5 Drukschakelaar

6 Handgroep L1

7 Indicatorgreep L2

8 Graduele LED-indicator

9 LC-display met „R“ symbol voor het testen van de buiten-

geleider (faseweergave) en de draaiveldindicatie (rechts)

10 +/- LED's van de polariteitsindicatie

3. Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie

- Onmiddellijk voor en na het gebruik moet de spannings- lester worden gecontroleerd op zijn werking!

- Test de spanningstester op bekende spanningsbronnen bijv. op een 230 V-contactdoos.

- Gebruik de spanningstester niet, wanneer spanningsindicator, fase-indicator en vibratiemotor niet correct functioneren!

4. Controle van de installatie op spanningloosheid (afbeelding A/B)

Bij de installatiecontrole dient u de spanningloosheid van de installatie te controleren door de spanningsindicator, de fase-indicator (fase-indicator functioneort alleen in het gearde wisselspanningsnet) en de vibratiemotor (vibratiemotor wordt door bediening van beide druktoetsen geactiveer) te controleren. Van spanningloosheid van de installatie is alleen sprake, wanneer alle drie testkringen spanningloosheid aangeven (spanningsindicator, fase-indicator en vibratiemotor).

- Leg de beide teststaven L1/+ ② en L2/- ③ tegen de te testen installatieonderdelen.

- De omvang van de aanwezige spanning wordt weergegeven via de graduele LED-indicator 8.

- Door bediening van de beide drukschakelaars ⑤ worden de draaispoelindicatie ④, de 12 V LED-indicator (+/-) en een interne last in de spanningstester ingeschakeld.

- Wisselspanningen (AC) worden weergegeven door het gelijktijdig oplichten van de + 24 V LED en van de - 24 V LED.

- Gelijkspanningen (DC) worden weergegeven door het oplichten van de + 24 V LED of van de - 24 V LED. Via de polariteitsindicatie 10 wordt de op de teststaaf L2/+ aanwezige polariteit + of - weergegeven.

- Om een onderscheid te maken tussen energierijke en energiearme spanningen (bijv. capacitief ingekoppelde stoorspanningen) kan door bediening van de boide drukschakelaars een interne last in de spanningstester worden ingeschakeld. (zie hoofdstuk 5.)

5. Vermogeninschakeling met vibratiemotor (afbeelding A/B)

De beide handgrepen L1 6 en L2 7 zijn voorzien van drukschakelaars 5. Bij bediening van de beide drukschakelaars

wordt er op een lagere inwendige weersland geschakeld. Hierbij wordt een vibriatiemotor (motor met ontbalans) onder spanning gezet. Vanaf ca. 200 V wordt deze in een draaibeweging gebracht. Naarmate de spanning stijgt, verhogen ook het toerental en de vibratie. De duur van de lest met een lagere inwendige weerstand (lasttest) is afhankelijk van de omvang van de te meten spanning. Om ervoor te zorgen dat het apparaat niet ontoelaatbaar wordt verhit, is er een thermische beveiligging (terugregeling) voorzien. Bij deze terugregeling daalt het toerental van de vibriatiemotor en stijgt de inwendige weerstand.

De lastinschakoling (beide drukschakelaars zijn ingedrukt) kan worden gebruikt om ...

  • blinde spanningen (inductieve en capacitieve spanningen) te onderdrukken
  • condensatoren te ontladen
  • een 10/30 mA aardlekschakelaar te activeren. De active-ring van de aardlekschakelaar vindt plaats door middel van een test aan de buitengeleider (faseweergave) tegen PE (aarde). (afbeelding D)

  • Buitengeleider testen (faseweergave) (afbeelding C)

  • Neem de beide handgrepen L1 6 en L2 7 over het volledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen.

  • Leg de teststaaf L2/+ 3 legen het te testen installationonderdeel.

Zorg er daarbij in ieder geval voor dat bij de eenpolige buitengeleidertest (faseweergave) de teststaaf L1/- 2 niet wordt aangeraakt en deze contactvrij blijft.

- Wanneer op het LC-display 9 een „R“-symbool verschijnt, dan ligt op dit installatieonderdeel de buitengeleider (fase) van een wisselspanning.

Opmerking:

De eenpolige buitengeleidertest (faseweergave) is mogelijk in het geaarde netwerk vanaf 230 V, 50/60 Hz (fase tegen aarde). Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden.

Let op!

Een spanningsvrijheid kan alleen worden vastgesteld door een tweepolige test.

  1. Draaiveld testen (afbeelding E/F)

- Neem de beide handgrepen L1 6 en L2 7 over het volledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen.

  • Leg de teststaven L1/- 2 en L2/+3 tegen twee builengeleiders (fasen) van een draaistroomnel (zonder bediening de drukschakelaars 5 ) en controleer of er een builengeleiderspanning van bijv. 400 V aanwezig is.
  • Een rechts draaiveld (fase L1 voor fase L2) is aanwezig, wanneer op het LC-display 9 een „R“-symbool verschijnt. Het LC-display blijft zwart, wanneer er geen rechts draaiveld werd gedetecteerd.
  • Bij het testen van het draaiveld is steeds een tegencontrole vereist!. Wanneer LC-display bijv. het rechtse draaiveld aangeeft via het „R“-symbol, dan moet het LC-display bij de tegencontrole mot vorwisselde teststavon L1/- 2 on L2/+ 3 zwart blijven. Wanneer het LC-display in boide gevallen een „R“-symbol weergeeft, dan is er een te zwakke aarding aanwezig.

Opmerking:

Het testen van het draaiveld is vanaf 400 V - 900 V, 50/60 Hz (fase tegen fase) in het geaarde draaistroomnet mogelijk. Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden

  1. Technische gegevens

- Voorschriften: DIN EN 61243-3: 2015, IEC 61243-3: 2014

- Nominaal spanningsbereik: 12 V lol AC/DC 1.000 V

- Nominaal frequentliebereik: 0 tot 60 H.

- Maximale indicatiefout: U ±15 %, ELV U +0% -15%

- Impedantie (inwendige weerstand) meetcircuit/ lastcircuit: 200 kΩ/5 kΩ

- Stroomopname meetcircuit: I _s < 6.0 mA (1.000 V)

- Stroomopname lastcircuit: I_g < 550 mA (1.000 V)

- Polariteitsindicatie: + 24 V LED, - 24 V LED, + 12 V LED, - 12 V LED (bij bediening van de drukschakelaars)

- Testen van de buitengeleider (faseweergave): ≥ U 230 V, 50 Hz/60 Hz

- Testen van het draaiveld: ≥ U 400 V, 50 Hz/60 Hz

- Vibradiemotor, start: ≥ U 200 V

- Overspanningscategorie: CAT IV 600 V, ↓CAT III 1000 V

- Beschemingsgraad: IP 65 (DIN VDE 0470-1 IEC/EN 60529)

6 - eerste kengetal: Bescherming tegen toegang tot ge- vaarlijke onderdelen en bescherming tegen vaste vreem- de voorwerpen, stofdicht

5 - tweede kengetal: Beschermd tegen straalwater. Ook te gebruiken bij neerslag.

- max. loegestane Inschakelduur: 30 s (max. 30 seconden), 240 s uit

- Gewicht: ca. 250g

- Lengte van de verbindingsleiding: ca. 1000 mm

- Temperatuurbereik voor werking en opslag: - 20 °C tot + 45 °C (klimaatcategorie N)

- Relatieve luchtvochtigheid: 20 % tot 96 % (klimaatcategorie N)

- Terugregeltijden (thermische beveiliging):

Spanning/tijd: 230 V/30 s, 400 V/9 s, 690 V/5 s, 1000 V/2 s

  1. Algemeen anderhoud

Reinig de behuizing aan de buitenkant met een schone, droge doek.

  1. Milicubescherming

BENNING Duspol Analog - Vermogeninschakeling met vibratiemotor (afbeelding A/B) - 1

Lever het apparaat aan het einde van zijn levensduur in bij de beschikbare recycling- en inzamelsystemen.

Instrukcja obsługi

DUSPOL® analog

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : Duspol Analog

Categorie : Multimeter