MM 2 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MM 2 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MM 2 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM 2 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM 2 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING MM 2 BENNING
Gebruiksaanwijzing BENNING MM 3 Digitale multimeter voor het meten van: - Gelijkspanning. - Wisselspanning - Gelijkstroom - Wisselstroom - Weerstand - Dioden - Stroomdoorgang - Kapaciteit - Frequentie Inhoud
1. Opmerkingen voor de gebruiker
2. Veiligheidsvoorschriften
4. Beschrijving van het apparaat
5. Algemene kenmerken
6. Gebruiksomstandigheden
7. Elektrische gegevens
8. Meten met de BENNING MM 3
10. Gebruik van de beschermingshoes
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Electriciens - Electrotechnici De BENNING MM 3 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in electrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V DC/ AC. (zie ook pt. 6: Gebruikso mstandigheden) In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM 3 worden de volgende sym- bolen gebruikt:
Dit symbool wijst op gevaarlijke spanning.
Dit symbool verwijst naar mogelijke gevaren bij het gebruik van de BENNING MM 3 (zie gebruiksaanwijzing) Dit symbool geeft aan dat de BENNING MM 3 dubbel geïsoleerd is. (bescherminingsklasse II). Dit symbool op de BENNING MM 3 duidt op de ingebouwde zekeringen Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal Dit symbool geeft de instelling weer van „diodecontrole“ DC: gelijkspanning/ -stroom AC: wisselspanning/ -stroom
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waar- schuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.
De BENNING MM 3 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie II met max. 600 V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie III met 300 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen nagezien te worden. Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik.
Om gevaar te vermijden - mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoe- ren niet worden aangeraakt - moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.
Bij de levering van de BENNING MM 3 behoren:
3.6 Eén batterij van 9 V en twee verschillende zekeringen (ingebouwd)
3.7 Eén gebruiksaanwijzing
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING MM 3 wordt gevoed door één batterij van 9 V. - Voorts is de BENNING MM 3 voorzien van twee smeltzekeringen tegen overbelasting. Eén zekering voor een nominale stroom van 16 A (500 V) (Art.Nr. 749770) en één zekering voor een nominale stroom van 1 A (500 V) (Art.Nr. 749669) Afmetingen van de zekeringen: D = 6,35 mm x L = 32 mm.05/ 2020
4. Beschrijving van het apparaat
Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen. Digitaal display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde, aanduiding indien meting buiten bereik van het toestel valt. Aanduiding polariteit Symbool voor lege batterijen Keuzeschakelaar voor het gelijkspanning (DC) of wisselspanning (AC) Draaischakelaar voor functiekeuze en bereik. Contactbussen voor kapaciteitsmeting. Contactbus (positief
) voor wisselspanning, gelijkspanning en weerstands- meeting V, Ω en Hz COM-contactbus, gezamenlijke kontaktbus voor stroom-, spannings- en weerstandsmeting, frequentiemeting, doorgangs- en diodencontrole Contaktbus (positief) voor µA/ mA -bereik, voor stromen tot 200 mA Contaktbus (positief) voor 20 A-bereik, voor stromen tot 20 A Rubber beschermingshoes
Hierop is de automatisch polariteitsaanduiding gebaseerd voor gelijkstroom en -spanning
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene gegevens van de BENNING MM 3
5.1.1 De nummerieke waarden zijn op een display (LCD) af te lezen met
3.5 cijfers van 20 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De
grootst mogelijk af te lezen waarde is 1999.
5.1.2 De polariteitsaanduiding werkt automatisch. Er wordt slechts één
pool t.o.v. de kontaktbussen aangeduid met „-“.
5.1.3 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met een
knipperende „-1“ of een „1“.
5.1.4 De meetfrequentie van de BENNING MM 3 bedraagt gemiddeld
2,5 metingen per seconde.
5.1.5 De BENNING MM 3 wordt in- en uitgeschakeld met de draai schakelaar.
matisch uit. Hij wordt weer ingeschakeld als met de draaischakelaar een ander bereik wordt gekozen.
5.1.7 De temperatuurcoëfficient van de gemeten waarde: 0,15 x (aangege-
ven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.
5.1.8 De BENNING MM 3 wordt gevoed door één batterij van 9 V. (IEC-6LR61)
5.1.9 Indien de batterij onder de minimaal benodigde spanning daalt, ver-
schijnt het batterij-symbool in het scherm
5.1.10 De levensduur van de batterij (alkaline) bedraagt ca. 150 uur
5.1.11 Afmetingen van het apparaat:
De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING MM 3 genoemde nominale spanning en stroom. De meetpennen kunnen met afdekkappen worden beschermd.
5.1.13 De BENNING MM 3 wordt beschermd tegen mechanische be scha-
digingen door een rubber beschermingshoes Deze be scher- mingshoes maakt het tevens mogelijk de BENNING MM 3 neer te zetten of op te hangen.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING MM 3 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal - Categorie van overbelasting/ installatie: IEC 60664-1/ IEC 61010-1 → 300 V categorie III, 600 V categorie II - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529), Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). - Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %05/ 2020
Bij een omgevingstemperatuur van 30 °C tot 40 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 75 % Bij een omgevingstemperatuur van 40 °C tot 50 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 45 % - Opslagtemperatuur: de BENNING MM 3 kan worden opgeslagen bij tempe- raturen van -20 °C tot + 60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dient wel de batterij verwijderd te worden.
7. Elektrische gegevens
Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een rela- tieve vochtigheid van de lucht < 75 %
7.1 Meetbereik bij gelijkspanning
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 200 mV 100 µV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 2 V 1 mV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 20 V 10 mV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 200 V 100 mV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 600 V 1 V ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff
7.2 Meetbereik voor wisselspanning
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ parallel met 100 pF. De gemeten waarde wordt verkregen door middeling van de gelijkrichting en aangeduid als effektieve waarde. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting bij 40 Hz-500 Hz Beveiliging tegen overbelasting 200 mV 100 µV ± (1.3 % meetwaarde + 5 digits) 600 V eff 2 V 1 mV ± (1.3 % meetwaarde + 5 digits) 600 V eff 20 V 10 mV ± (1.3 % meetwaarde + 5 digits) 600 V eff 200 V 100 mV ± (1.3 % meetwaarde + 5 digits) 600 V eff 600 V 1 V ± (1.3 % meetwaarde + 5 digits) 600 V eff
7.3 Meetbereik voor gelijkstroom
Beveiliging tegen overbelasting: - 1 A (500 V) zekering, snel, aan µA/ mA - ingang - 16 A (500 V) zekering, snel, aan 20 A - ingang Metingen bij ca. 20 A alleen kortstondig (30 seconden, met onderbrekingen van 3 minuten). Metingen tot 10 A kunnen voortdurend worden uitgevoerd Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Afvalspanning 200 µA 0,1 µA ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 600 mV max. 2 mA 1 µA ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 600 mV max. 20 mA 10 µA ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 600 mV max. 200 mA 100 µA ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 900 mV max. 20 A 10 mA ± (2,0 % meetwaarde + 3 digits) 900 mV max.
7.4 Meetbereik voor wisselstroom
De gemeten waarde wordt verkregen door middeling van de gelijkrichting en aangeduid als effektieve waarde. Beveiliging tegen overbelasting: - 1 A (500 V) zekering, snel aan µA/ mA - ingang. - 16 A (500 V) zekering snel aan 20 A - ingang. Metingen bij ca. 20 A alleen kortstondig. (< 30 seconden, met onderbrekingen05/ 2020
7.5 Meetbereik voor weerstanden
Overbelastingsbeveiliging bij weerstandsmeting: 600 V eff
De aangegeven nauwkeurigheid van de meting geldt voor het bereik tussen 0,4 V en 0,9 V. Overbelastingsbeveiliging bij diodecontrole: 600 V eff
De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een weerstand < 50 Ω. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Max. meet- stroom Maximale nul- last spanning 1 mV ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) 1,5 mA 3,2 V
7.7 Kapaciteitsbereik
Om een frequentie te meten moet een spanning van minimaal 200 mV eff op de contactbussen voorhanden zijn. Meet- bereik Reso- lutie Nauwkeurigheid v.d. meting voor max. 5 V eff Minimale ingangsfrequentie Beveiliging tegen over-belasting 2 kHz 1 Hz ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) 20 Hz 600 V eff 20 kHz 10 Hz ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) 200 Hz 600 V eff 200 kHz 100 Hz ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) 2 kHz 600 V eff05/ 2020
8. Meten met de BENNING MM 3
8.1 Voorbereiden van metingen
- Gebruik en bewaar de BENNING MM 3 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direkt zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING MM 3 meege- leverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meet- snoeren direkt verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direkt verwijderen. - Voor dat met de draaischakelaar een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 3 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
Let op de maxinale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan de contactbussen - COM-bus - Bus voor V, Ω en Hz - Contactbus voor µA/ mA - bereik en de - Contactbus voor 20 A - bereik van de multimeter BENNING MM 3 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V bedragen.
Gevaarlijkespanning: Spanning in het circuit bij stroommeting maximaal 500 V. Bij smelten van de zekering boven 500 V kan het apparaat worden beschadigd. Een beschadigd apparaat kan onder spanning komen te staan.
8.2.1 Spanningsmeting
- Kies met de draaiknop het gewenste bereik. - Kies met de keuzeschakelaar gelijk-/ wisselspanning (DC/ AC) de te meten soort spanning. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van de BENNING MM 3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz van de BENNING MM 3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun- ten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3. Zie fig. 2: meten van gelijkspaning. Zie fig. 3: meten van wisselspanning.
- Kies met de draaiknop het gewenste bereik. - Kies met de keuzeschakelaar gelijk-/ wisselspanning (DC/ AC) de te meten soort stroom. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van de BENNING MM 3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus voor µA/ mA bereik voor stromen tot 200 mA, dan wel met de contactbus voor 20 A bereik voor stromen van 200 mA tot 20 A. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3
Zie fig. 4: meten van gelijkstroom Zie fig 5: meten van wisselstroom
8.3 Weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop de gewenste instelling (Ω) - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van de BENNING MM 3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz van de BENNING MM 3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun- ten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3. Zie fig. 6: weerstandsmeting05/ 2020
- Kies met de draaiknop de gewenste instelling ( , ). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van de BENNING MM 3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz van de BENNING MM 3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpun- ten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3. - Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroomspanning van 0,500 V tot 0,900 V aangegeven. De aanduiding „000 V“ wijst op een kortsluiting in de diode, de aanduiding „1“ geeft een onderbreking in de diode aan. - Bij een in sperrichting gemonteerde diode wordt „1“ aangegeven. Bij een defekte diode wordt „000 V“ of een andere waarde aangegeven. Zie fig. 7: diodekontrole
8.5 Doorgangstest met akoestisch signaal
- Kies met de draaiknop de gewenste instelling ( , ). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van de BENNING MM 3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz van de BENNING MM 3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit. Indien de gemeten weerstand in het circuit tussen de twee kontaktbussen kleiner is dan 50 Ω, wordt een akoestisch signaal afgege- ven. Zie fig. 8: doorgangstest met zoemer.
8.6 Kapaciteitsmeting
Voor kapaciteitsmeting dienen de kondensatoren volledig ontladen te zijn. Er mag nooit spanning gezet worden op de contactbussen voor kapaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defekt raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren. - Kies met de draaiknop het gewenste bereik. - Stel de polariteit vast van de kondensator en ontlaad de kondensator. - De ontladen kondensator overéénkomstig polariteit aan de kontaktbussen voor kapaciteitsmeting leggen en de gemeten waarde aflezen in het display van de BENNING MM 3. Zie fig.9: kapaciteitsmeting
8.7 Frequentiemeting
- Kies met de draaiknop het gewenste bereik. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen de COM-contactbus van de BENNING MM 3. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz van de BENNING MM 3. Let op het juiste spanningsbereik voor frequentiemetin- gen met de BENNING MM 3. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun- ten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3. Zie fig. 10: frequentiemeting.
De BENNING MM 3 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING MM 3 mag uitsluitend gebeuren door electrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor- zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING MM 3 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 3. - Zet de draaischakelaar in de positie „Off“.05/ 2020
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat.
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING MM 3 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing - Meetfouten - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden - Transportschade In dergelijke gevallen dient de BENNING MM 3 direkt te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM 3 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterij- vak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door electrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij
Voor het openen van de BENNING MM 3 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING MM 3 wordt gevoed door een blokbatterij van 9 V. Als het bat- terijsymbool in het display verschijnt, moet de batterij worden vervangen. De batterij wordt als volgt gewisseld. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 3. - Zet de draaischakelaar in de positie „Off“. - Neem de rubber beschermingshoes af van de BENNING MM 3.
Leg het apparaat op de voorzijde en draai de drie schroeven uit de achterwand. - Til de bodemplaat omhoog aan de kant van de twee schroefgaten onderaan en verwijder de achterplaat. - Neem de batterij uit het batterijvak en maak de aansluitdraden van de bat- terij voorzichtig los. - Verbind de aansluitdraden weer op de juiste manier met de nieuwe batterij en leg deze op de juiste plaats in het apparaat. Let er daarbij op dat de aansluitdraden niet tussen de behuizing geklemd worden. - Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de schroeven er weer in. - Plaats de rubber beschermhoes weer op de BENNING MM 3. Zie fig.11: vervanging van de batterij.
Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
9.4 Het wisselen van de zekeringen
Voor het openen van de BENNING MM 3 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING MM 3 wordt door twee ingebouwde snelle smeltzekeringen (één zekering 1 A, één zekering 16A) beschermd tegen overbelasting (zie fig. 12). De zekeringen worden als volgt gewisseld: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 3. - Zet de draaischakelaar in de positie „Off“. - Neem de rubber beschermingshoes af van de BENNING MM 3. - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de drie schroeven uit de achter- wand. - Til de bodemplaat omhoog aan de kant van de twee schroefgaten onderaan en verwijder de achterplaat.
Geen schroeven losdraaien van de printplaat van de BENNING MM 3! - Til de printplaat voorzichtig uit de behuizing. - Til de defekte zekering aan één kant uit de zekeringhouder. - Neem de defekte zekering uit de zekeringhouder. - Plaats een nieuwe zekering met dezelfde nominale spanning, smeltsnel-05/ 2020
heid en met dezelfde afmetingen. - Positioneer de zekering in het midden van de houder. - Plaats de printplaat weer in de behuizing. - Let op dat de interne bedrading niet beklemd raakt in de behuizing.
Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de schroeven er weer in. - Plaats de rubber beschermingshoes weer op de BENNING MM 3. Zie fig. 12: wisselen van zekeringen.
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Om de aangegeven nauwkeurigheid van de meetresultaten te kunnen waar- borgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt
10. Gebruik van de rubber beschermingshoes
- U kunt de veiligheidsmeetsnoeren opbergen als u deze om de rubber beschermingshoes wikkelt en de meetpennen van de meetsnoeren beschermd in de hoes vastklikt (zie fig.13). - U kunt een veiligheidsmeetsnoer ook zodanig in de beschermingshoes klikken, dat de kontaktpunt vrij komt te staan en deze, samen met de BENNING MM 3, naar een meetpunt kan worden gebracht.
Een steun aan de achterzijde van de beschermingshoes maakt het moge- lijk de BENNING MM 3 schuin neer te zetten of op te hangen (zie fig. 14). - De beschermingshoes heeft een oog waaraan het apparaat eventueel kan worden opgehangen. Zie fig.13: wikkelen van de veiligheidsmeetsnoeren Zie fig 14: opstelling van de BENNING MM 3
) en meetcategorie: met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV, zonder opsteekdop: 1000 V CAT II, - Meetbereik max.: 10 A
), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte isolatie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.05/ 2020
SimpelGids