BENNING MM 2 - Multimeter

MM 2 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MM 2 BENNING in PDF-formaat.

📄 130 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BENNING MM 2 - page 74
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Digitale multimeter
Merk BENNING
Model MM 2
Display LCD 3½ cijfers, hoogte 20 mm, max. waarde 1999
Aantal metingen per seconde 2,5
Meetfuncties Gelijk-/wisselspanning, gelijk-/wisselstroom, weerstand, diodetest, continuïteitstest, capaciteit, frequentie
Gelijkspanningsbereiken 200 mV tot 600 V, resolutie 0,1 mV tot 1 V, nauwkeurigheid ±(0,5% + 2 digits)
Wisselspanningsbereiken 200 mV tot 600 V, resolutie 0,1 mV tot 1 V, nauwkeurigheid ±(1,3% + 5 digits) (40-500 Hz)
Gelijkstroombereiken 200 µA tot 20 A, resolutie 0,1 µA tot 10 mA, nauwkeurigheid ±(1,0% tot 2,0% + 2-3 digits)
Wisselstroombereiken 200 µA tot 20 A, resolutie 0,1 µA tot 10 mA, nauwkeurigheid ±(1,5% tot 2,5% + 3-5 digits) (40-500 Hz)
Weerstandsbereiken 200 Ω tot 20 MΩ, resolutie 0,1 Ω tot 10 kΩ, nauwkeurigheid ±(0,8% tot 2% + 2-5 digits)
Diodetest Nullastspanning max. 3,2 V, meetstroom max. 1,5 mA, nauwkeurigheid ±(1,5% + 5 digits)
Continuïteitstest Drempelweerstand < 50 Ω, geluidssignaal
Capaciteitsbereiken 2 nF tot 200 µF, resolutie 1 pF tot 100 nF, nauwkeurigheid ±(3,0% + 4 digits)
Frequentiebereiken 2 kHz tot 200 kHz, resolutie 1 Hz tot 100 Hz, nauwkeurigheid ±(1,5% + 5 digits)
Voeding 1 batterij 9 V (IEC 6 LR 61)
Levensduur batterij Ongeveer 150 uur (alkaline)
Afmetingen (zonder frame) 175 x 84 x 31 mm
Afmetingen (met frame) 192 x 95 x 50 mm
Gewicht (zonder frame) 340 g
Gewicht (met frame) 550 g
Overspanningscategorie CAT II 600 V, CAT III 300 V
Bescherming Dubbele isolatie (klasse II), IP30
Werktemperatuur 0 °C tot 50 °C (afhankelijk van vochtigheid)
Opslagtemperatuur -20 °C tot +60 °C (batterij verwijderd)
Zekeringen 1 A/500 V (ref. 749669) en 16 A/500 V (ref. 749770), snelwerkend
Meegeleverde accessoires Veiligheidsmeetkabels (rood/zwart 1,4 m), rubberen beschermframe, draagtas, batterij 9 V, gemonteerde zekeringen, handleiding
Onderhoud Reiniging met droge doek, geen oplosmiddelen; batterij vervangen wanneer symbool verschijnt; defecte zekeringen vervangen door identieke exemplaren

Veelgestelde vragen - MM 2 BENNING

Hoe meet ik gelijkspanning met de BENNING MM 2?
Selecteer het spanningsbereik met de draaischakelaar en kies vervolgens DC met de selector. Sluit de zwarte kabel aan op de COM-bus en de rode op de V/Ω/Hz-bus. Plaats de punten op de meetpunten en lees de weergave af.
Hoe meet ik wisselstroom tot 20 A?
Zet de draaischakelaar op het wisselstroombereik (A~) en selecteer AC. Sluit de zwarte kabel aan op COM en de rode op de 20 A-bus. Open het circuit en sluit de multimeter in serie aan. Let op: meetduur < 30 seconden, daarna 3 minuten pauze.
Hoe test ik de continuïteit van een draad?
Draai de draaischakelaar naar het symbool diode/continuïteit (▶)). Sluit de kabels aan op COM en V/Ω/Hz. Raak beide uiteinden van de draad aan. Als de weerstand lager is dan 50 Ω, klinkt een geluidssignaal.
Hoe meet ik weerstand?
Selecteer het Ω-bereik met de draaischakelaar. Sluit de zwarte kabel aan op COM en de rode op V/Ω/Hz. Plaats de punten op de weerstand. Lees de waarde op het scherm af. Let op: niet meten op een onder spanning staand circuit.
Hoe test ik een diode?
Zet de draaischakelaar op het symbool diode (→). Sluit de kabels aan op COM (zwart) en V/Ω/Hz (rood). Verbind de rode punt met de anode en de zwarte met de kathode. Een siliciumdiode in doorlaatrichting geeft tussen 0,5 en 0,9 V aan. Een weergave '1' geeft sperrichting aan, '000' een kortsluiting.
Hoe meet ik capaciteit?
Selecteer het capaciteitsbereik met de draaischakelaar. Ontlaad de condensator volledig voor de meting. Plaats deze in de capaciteitsbussen (⑥) met inachtneming van de polariteit. Lees de waarde af. Nooit spanning op deze bussen zetten.
Hoe vervang ik de batterij van de BENNING MM 2?
Schakel het apparaat uit en verwijder de kabels. Verwijder het rubberen frame. Draai de 3 schroeven aan de achterkant los. Til de bodem van de behuizing op. Koppel de oude batterij los en vervang deze door een nieuwe 9 V (IEC 6 LR 61). Monteer in omgekeerde volgorde.
Hoe vervang ik een zekering?
Schakel de voeding uit en verwijder de kabels. Verwijder het frame en open de behuizing zoals bij het vervangen van de batterij. Til de printplaat op. Vervang de defecte zekering door een identieke zekering (1 A/500 V ref. 749669 of 16 A/500 V ref. 749770). Monteer terug.
Welke veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen?
Meet nooit op circuits die meer dan 600 V ten opzichte van aarde bedragen. Gebruik kabels in goede staat. Schakel het apparaat uit voordat u het opent. Overschrijd de gespecificeerde overspanningscategorieën niet (CAT II 600 V, CAT III 300 V). Raadpleeg bij twijfel een specialist.
Wat te doen als de weergave '1' of '-1' aangeeft?
De weergave '1' of '-1' betekent een bereikoverschrijding: de gemeten waarde is te hoog voor het geselecteerde bereik. Schakel naar een hoger bereik met de draaischakelaar. Als het probleem aanhoudt, controleer dan het circuit of de kabels.

Gebruikersvragen over MM 2 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM 2 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM 2 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING MM 2 BENNING

Bedienungsanleitung Operatingmanual Mode d'emploi gebruiksaanwijzing

Fig. 2: Meten van gelijkspanning

Fig. 4: Meten van gelijkstroom

Fig. 8: Doorgangstest met akoestisch signaal

Fig. 9: Capaciteitsmeting

Fig. 12: Vervanging van de smeltzekeringen

Fig. 13: Wikkeling van veiligheidsmeetsnoeren

Gebruiksaanwijzing BENNING MM 3

Digitale multimeter voor het meten van:

  • Gelijkspanning.
  • Wisselspanning
  • Gelijkstroom
  • Wisselstroom
  • Weerstand
  • Dioden
  • Stroomdoorgang
  • Kapaciteit
  • Frequentie

Inhoud

  1. Opmerkingen voor de gebruiker
  2. Veiligheidsvoorschriften
  3. Leveringsomvang
  4. Beschrijving van het apparaat
  5. Algemene kenmerken
  6. Gebruiksomstandigheden
  7. Elektrische gegevens
  8. Meten met de BENNING MM 3
  9. Onderhoud
  10. Gebruik van de beschermingshoes
  11. Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset
  12. Milieu

1. Opmerkingen voor de gebruiker

Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor:

  • Electriciens
  • Electrotechnici

De BENNING MM 3 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in electrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V DC/ AC. (zie ook pt. 6: Gebruikso mstandigheden)

In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM 3 worden de volgende symbolen gebruikt:

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 1

Dit symbool wijst op gevaarlijke spanning.

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 2

Dit symbool verwijst naar mogelijke gevaren bij het gebruik van de BENNING MM 3 (zie gebruiksaanwijzing)

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 3

Dit symbool geeft aan dat de BENNING MM 3 dubbel geïsoleerd is. (bescherminingsklasse II).

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 4

Dit symbool op de BENNING MM 3 duidt op de ingebouwde zekeringen

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 5

Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 6

Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 7

Dit symbool geeft de instelling weer van „diodecontrole“

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 8

DC: gelijkspanning/ -stroom

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 9

AC: wisselspanning/ -stroom

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 10

Aarding (spanning t.o.v. aarde)

BENNING MM 2 - Opmerkingen voor de gebruiker - 11

Kondensator (contactbussen)

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften:

DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1

DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033

DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031

en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

BENNING MM 2 - Veiligheidsvoorschriften - 1

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

BENNING MM 2 - Veiligheidsvoorschriften - 2

De BENNING MM 3 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie II met max. 600 V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie III met 300 V ten opzichte van aarde.

Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm.

Voor metingen binnen de meetcategorie III moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.

Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

BENNING MM 2 - Veiligheidsvoorschriften - 3

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen nagezien te worden.

Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt.

Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is:

- bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat

- als het apparaat niet meer (goed) werkt

- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden

- na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik.

BENNING MM 2 - Veiligheidsvoorschriften - 4

Om gevaar te vermijden

- mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren niet worden aangeraakt

- moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.

3. Leveringsomvang

Bij de levering van de BENNING MM 3 behoren:

3.1 Eén BENNING MM 3.

3.2 Eén veiligheidsmeetsnoer rood, (L = 1,4 meter)

3.3 Eén veiligheidsmeetsnoer zwart, (L = 1,4 meter)

3.4 Eén rubber beschermingshoes

3.5 Eén compactbeschermingsetui

3.6 Eén batterij van 9 V en twee verschillende zekeringen (ingebouwd)

3.7 Eén gebruiksaanwijzing

Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:

- De BENNING MM 3 wordt gevoed door één batterij van 9 V.

- Voorts is de BENNING MM 3 voorzien van twee smeltzekeringen tegen overbelasting. Eén zekering voor een nominale stroom van 16 A (500 V) (Art.Nr. 749770) en één zekering voor een nominale stroom van 1 A (500 V) (Art.Nr. 749669)

Afmetingen van de zekeringen: D = 6,35 mm x L = 32 mm.

4. Beschrijving van het apparaat

Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat

Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.

① Digitaal display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde, aanduiding indien meting buiten bereik van het toestel valt.

② Aanduiding polariteit

③ Symbool voor lege batterijen

④ Keuzeschakelaar voor het gelijkspanning (DC) of wisselspanning (AC)

⑤ Draaischakelaar voor functiekeuze en bereik.

⑥ Contactbussen voor kapaciteitsmeting.

⑦ Contactbus(positief 1) voor wisselspanning, gelijkspanning en weerstands-meeting V, Ω en Hz

8 COM-contactbus, gezamenlijke kontaktbus voor stroom-, spannings- en weerstandsmeting, frequentiemeting, doorgangs- en diodencontrole

9 Contaktbus (positief) voor μA/ mA -bereik, voor stromen tot 200 mA

10 Contaktbus (positief) voor 20 A-bereik, voor stromen tot 20 A

⑪ Rubber beschermingshoes

1) Hierop is de automatisch polariteitsaanduiding gebaseerd voor gelijkstroom en -spanning

5. Algemene kenmerken

5.1 Algemene gegevens van de BENNING MM 3

5.1.1 De nummerieke waarden zijn op een display (LCD) af te lezen met 3.5 cijfers van 20 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 1999.

5.1.2 De polariteitsaanduiding ② werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de kontaktbussen aangeduid met „-“.

5.1.3 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met een knipperende „-1“ of een „1“.

5.1.4 De meetfrequentie van de BENNING MM 3 bedraagt gemiddeld 2,5 metingen per seconde.

5.1.5 De BENNING MM 3 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischakelaar. ⑤ Uitschakelstand is „Off“.

5.1.6 Na ca. 30 minuten in rust schakelt de BENNING MM 3 zich zelf automatisch uit. Hij wordt weer ingeschakeld als met de draaischakelaar ⑤ een ander bereik wordt gekozen.

5.1.7 De temperatuurcoëfficient van de gemeten waarde: 0,15 x (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.

5.1.8 De BENNING MM 3 wordt gevoed door één batterij van 9 V. (IEC-6LR61)

5.1.9 Indien de batterij onder de minimaal benodigde spanning daalt, verschijnt het batterij-symbool in het scherm

5.1.10 De levensduur van de batterij (alkaline) bedraagt ca. 150 uur

5.1.11 Afmetingen van het apparaat:

L x B x H = 175 x 84 x 31 mm (zonder beschermingshoes)

L x B x H = 192 x 95 x 50 mm (met beschermingshoes) Gewicht:

340 gram (zonder beschermingshoes)

550 gram (met beschermingshoes)

5.1.12 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING MM 3 genoemde nominale spanning en stroom. De meetpennen kunnen met afdekkappen worden beschermd.

5.1.13 De BENNING MM 3 wordt beschermd tegen mechanische beschadigingen door een rubber beschermingshoes Ⓛ Deze beschermingshoes maakt het tevens mogelijk de BENNING MM 3 neer te zetten of op te hangen.

6. Gebruiksomstandigheden

- De BENNING MM 3 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.

- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal

- Categorie van overbelasting/ installatie: IEC 60664-1/ IEC 61010-1 → 300 V categorie III, 600 V categorie II

-Beschermingsgraad:IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529),

Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).

- Beschermingsgraad stofindringing: 2

- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:

Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C:

relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %

Bij een omgevingstemperatuur van 30 °C tot 40 °C:

relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %

Bij een omgevingstemperatuur van 40 °C tot 50 °C:

relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %

- Opslagtemperatuur: de BENNING MM 3 kan worden opgeslagen bij temperaturen van -20 °C tot + 60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dient wel de batterij verwijderd te worden.

Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van:

- een relatief deel van de meetwaarde

- een aantal digits

Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %

7.1 Meetbereik bij gelijkspanning

De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. metingBeveiliging tegen overbelasting
200 mV100 μV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits)600 Veff
2 V1 mV ± (0,5 % meetwaarde + 2 digits)600 Veff
20 V10 mV± (0,5 % meetwaarde + 2 digits)600 V
200 V100 mV± (0,5 % meetwaarde + 2 digits)600 V
600 V1 V± (0,5 % meetwaarde + 2 digits)600 V

7.2 Meetbereik voor wisselspanning

De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ parallel met 100 pF. De gemeten waarde wordt verkregen door middeling van de gelijkrichting en aangeduid als effektieve waarde.

MeetbereikResolutieNauwkeurigheid v.d. meting bij 40 Hz-500 HzBeveiliging tegen overbelasting
200 mV100 μV± (1.3 % meetwaarde + 5 digits)600 V_eff
2 V1 mV± (1.3 % meetwaarde + 5 digits)600 V_eff
20 V10 mV± (1.3 % meetwaarde + 5 digits)600 V_eff
200 V 100 mV± (1.3 % meetwaarde + 5 digits)600 V_eff
600 V1 V± (1.3 % meetwaarde + 5 digits)600 V_eff

7.3 Meetbereik voor gelijkstroom

Beveiliging tegen overbelasting:

  • 1 A (500 V) zekering, snel, aan μA/ mA - ingang
  • 16 A (500 V) zekering, snel, aan 20 A - ingang

Metingen bij ca. 20 A alleen kortstondig (30 seconden, met onderbrekingen van 3 minuten). Metingen tot 10 A kunnen voortdurend worden uitgevoerd

MeetbereikResolutieNauwkeurigheid v.d. metingAfvalspanning
200 μA 0,1 μA± (1,0 % meetwaarde + 2 digits)600 mV max.
2 mA1 μA ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits)600 mV max.
20 mA10 μA ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits)600 mV max.
200 mA 100 μA± (1,0 % meetwaarde + 2 digits)900 mV max.
20 A10 mA± (2,0 % meetwaarde + 3 digits)900 mV max.

7.4 Meetbereik voor wisselstroom

De gemeten waarde wordt verkregen door middeling van de gelijkrichting en aangeduid als effektieve waarde.

Beveiliging tegen overbelasting:

  • 1 A (500 V) zekering, snel aan μA/ mA - ingang.
  • 16 A (500 V) zekering snel aan 20 A - ingang.

Metingen bij ca. 20 A alleen kortstondig. (< 30 seconden, met onderbrekingen

van 3 minuten). Metingen tot 10 A kunnen voortdurend worden uitgevoerd.

MeetbereikResolutieNauwkeurigheid v.d. meting40 Hz < f < 500 HzAfvalspanning
200 μA0,1 μA ± (1,5 % meetwaarde + 3 digits)600 mVeff max.
2 mA1 μA ± (1,5 % meetwaarde + 3 digits)600 mVeff max.
20 mA10 μA ± (1,5 % meetwaarde + 3 digits)600 mVeff max.
200 mA100 μA ± (1,5 % meetwaarde + 3 digits)900 mVeff max.
20 A10 mA ± (2,5 % meetwaarde +5 digits)900 mVeff max.

7.5 Meetbereik voor weerstanden

Overbelastingsbeveiliging bij weerstandsmeting: 600 V _eff .

Meet-bereikReso-lutieNauwkeurigheid v.d. metingMax. meet-stroomMaximale nul-last spanning
200 Ω0,1 Ω± (0,8 % meetwaarde + 4 digits)2,5 mA3,2 V
2 kΩ1 Ω± (0,8 % meetwaarde + 2 digits)200 μA0,5 V
20 kΩ10 Ω± (0,8 % meetwaarde + 2 digits)40 μA0,5 V
200 kΩ100 Ω± (0,8 % meetwaarde + 2 digits)4 μA0,5 V
2 MΩ1 kΩ± (0,8 % meetwaarde + 2 digits)400 nA0,5 V
20 MΩ10 kΩ± (2 % meetwaarde + 5 digits)40 nA0,5 V

7.6 Doorgangstest en diodecontrole

De aangegeven nauwkeurigheid van de meting geldt voor het bereik tussen 0,4 V en 0,9 V. Overbelastingsbeveiliging bij diodecontrole: 600 V _eff . De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een weerstand < 50 Ω.

MeetbereikResolutieNauwkeurigheid v.d. metingMax. meet-stroomMaximale nul-last spanning
1 mV ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) 1,5 mA3,2 V

7.7 Kapaciteitsbereik

Voorwaarde: kondensatoren zijn ontladen en overéénkomstig polariteit gemonteerd.

MeetbereikResolutieNauwkeurigheid v.d. metingMeetfrequentie
2 nF1 pF ± (3,0 % meetwaarde + 4 digits)40 Hz
20 nF10 pF± (3,0 % meetwaarde + 4 digits)40 Hz
200 nF100 pF ± (3,0 % meetwaarde + 4 digits)40 Hz
2 μF1 nF ± (3,0 % meetwaarde + 4 digits)40 Hz
20 μF10 nF± (3,0 % meetwaarde + 4 digits)40 Hz
200 μF100 nF ± (3,0 % meetwaarde + 4 digits)40 Hz

Om een frequentie te meten moet een spanning van minimaal 200 mV _eff op de contactbussen voorhanden zijn.

Meet-bereikReso-lutieNauwkeurigheid v.d. meting voor max. 5 V_eff Minimale ingangsfrequentieBeveiliging tegen over-belasting
2 kHz 1 Hz± (1,5 % meetwaarde + 5 digits)20 Hz600 V_eff
20 kHz10 Hz± (1,5 % meetwaarde + 5 digits)200 Hz600 V_eff
200 kHz100 Hz± (1,5 % meetwaarde + 5 digits)2 kHz600 V_eff

8. Meten met de BENNING MM 3

8.1 Voorbereiden van metingen

  • Gebruik en bewaar de BENNING MM 3 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direkt zonlicht.
  • Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING MM 3 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
  • Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meetsnoeren direkt verwijderen.
  • Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direkt verwijderen.
  • Voor dat met de draaischakelaar 5 een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
  • Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 3 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.

8.2 Spannings- en stroommeting

BENNING MM 2 - Spannings- en stroommeting - 1

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning!

De hoogste spanning die aan de contactbussen

-COM-bus8

  • Bus voor V, Ω en Hz ⑦
  • Contactbus voor μA/ mA - bereik ⑨ en de
  • Contactbus voor 20 A - bereik 10 van de multimeter BENNING MM 3 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V bedragen.

BENNING MM 2 - Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning! - 1

Gevaarlijke spanning: Spanning in het circuit bij stroommeting maximaal 500 V. Bij smelten van de zekering boven 500 V kan het apparaat worden beschadigd. Een beschadigd apparaat kan onder spanning komen te staan.

8.2.1 Spanningsmeting

  • Kies met de draaiknop ⑤ het gewenste bereik.
  • Kies met de keuzeschakelaar gelijk-/ wisselspanning (DC/ AC) ④ de te meten soort spanning.
  • Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 8 van de BENNING MM 3.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz ⑦ van de BENNING MM 3.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3.

Zie fig. 2: meten van gelijkspaning.

Zie fig. 3: meten van wisselspanning.

8.2.2 Stroommeting

  • Kies met de draaiknop ⑤ het gewenste bereik.
  • Kies met de keuzeschakelaar gelijk-/ wisselspanning (DC/ AC) ④ de te meten soort stroom.
  • Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 8 van de BENNING MM 3.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus voor μA/ mA ⑨ bereik voor stromen tot 200 mA, dan wel met de contactbus voor 20 A ⑩ bereik voor stromen van 200 mA tot 20 A.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3.

Zie fig. 4: meten van gelijkstroom

Zie fig 5: meten van wisselstroom

8.3 Weerstandsmeting

  • Kies met de draaiknop ⑤ de gewenste instelling (Ω)
  • Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 8 van de BENNING MM 3.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz ⑦ van de BENNING MM 3.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3.

Zie fig. 6: weerstandsmeting

8.4 Diodecontrole

  • Kies met de draaiknop ⑤ de gewenste instelling ( ,
  • Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 8 van de BENNING MM 3.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz ⑦ van de BENNING MM 3.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpunten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3.
  • Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroomspanning van 0,500 V tot 0,900 V aangegeven. De aanduiding „000 V“ wijst op een kortsluiting in de diode, de aanduiding „1“ geeft een onderbreking in de diode aan.
  • Bij een in sperrichting gemonteerde diode wordt „1“ aangegeven. Bij een defekte diode wordt „000 V“ of een andere waarde aangegeven.

Zie fig. 7: diodekontrole

8.5 Doorgangstest met akoestisch signaal

  • Kies met de draaiknop ⑤ de gewenste instelling ( ,
  • Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 8 van de BENNING MM 3.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz ⑦ van de BENNING MM 3.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit. Indien de gemeten weerstand in het circuit tussen de twee kontaktbussen kleiner is dan 50 Ω, wordt een akoestisch signaal afgegeven.

Zie fig. 8: doorgangstest met zoemer.

8.6 Kapaciteitsmeting

BENNING MM 2 - Kapaciteitsmeting - 1

Voor kapaciteitsmeting dienen de kondensatoren volledig ontladen te zijn. Er mag nooit spanning gezet worden op de contactbussen voor kapaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defekt raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren.

  • Kies met de draaiknop ⑤ het gewenste bereik.
  • Stel de polariteit vast van de kondensator en ontlaad de kondensator.
  • De ontladen kondensator overéénkomstig polariteit aan de kontaktbussen voor kapaciteitsmeting leggen en de gemeten waarde aflezen in het display van de BENNING MM 3.

Zie fig.9: kapaciteitsmeting

8.7 Frequentiemeting

  • Kies met de draaiknop ⑤ het gewenste bereik.
  • Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen de COM-contactbus van de BENNING MM 3.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz van de BENNING MM 3. Let op het juiste spanningsbereik voor frequentiemetingen met de BENNING MM 3.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3.

Zie fig. 10: frequentiemeting.

9. Onderhoud

BENNING MM 2 - Onderhoud - 1

De BENNING MM 3 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning!

Werken aan een onder spanning staande BENNING MM 3 mag uitsluitend gebeuren door electrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.

Maak de BENNING MM 3 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen.

  • Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
  • Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 3.
  • Zet de draaischakelaar 5 in de positie „Off“.

9.1 Veiligheidsborging van het apparaat.

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING MM 3 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:

- Zichtbare schade aan de behuizing

-Meetfouten

- Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden

-Transportschade

In dergelijke gevallen dient de BENNING MM 3 direkt te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.

9.2 Reiniging

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM 3 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door electrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van de batterij

BENNING MM 2 - Het wisselen van de batterij - 1

Voor het openen van de BENNING MM 3 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning!

De BENNING MM 3 wordt gevoed door een blokbatterij van 9 V. Als het batterijsymbool ③ in het display verschijnt, moet de batterij worden vervangen. De batterij wordt als volgt gewisseld.

  • Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.
  • Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 3.
  • Zet de draaischakelaar ⑤ in de positie „Off“.
  • Neem de rubber beschermingshoes ⑪ af van de BENNING MM 3.
  • Leg het apparaat op de voorzijde en draai de drie schroeven uit de achterwand.
  • Til de bodemplaat omhoog aan de kant van de twee schroefgaten onderaan en verwijder de achterplaat.
  • Neem de batterij uit het batterijvak en maak de aansluitdraden van de batterij voorzichtig los.
  • Verbind de aansluitdraden weer op de juiste manier met de nieuwe batterij en leg deze op de juiste plaats in het apparaat. Let er daarbij op dat de aansluitdraden niet tussen de behuizing geklemd worden.
  • Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de schroeven er weer in.
  • Plaats de rubber beschermhoes ⑪ weer op de BENNING MM 3.
    Zie fig.11: vervanging van de batterij.

BENNING MM 2 - Het wisselen van de batterij - 2

Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.

9.4 Het wisselen van de zekeringen

BENNING MM 2 - Het wisselen van de zekeringen - 1

Voor het openen van de BENNING MM 3 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning!

De BENNING MM 3 wordt door twee ingebouwde snelle smeltzekeringen (één zekering 1 A, één zekering 16A) beschermd tegen overbelasting (zie fig. 12).

De zekeringen worden als volgt gewisseld:

- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.

- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 3.

- Zet de draaischakelaar ⑤ in de positie „Off“.

- Neem de rubber beschermingshoes ⑪ af van de BENNING MM 3.

- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de drie schroeven uit de achterwand.

- Til de bodemplaat omhoog aan de kant van de twee schroefgaten onderaan en verwijder de achterplaat.

BENNING MM 2 - Het wisselen van de zekeringen - 2

Geen schroeven losdraaien van de printplaat van de BENNING MM 3!

  • Til de printplaat voorzichtig uit de behuizing.
  • Til de defekte zekering aan één kant uit de zekeringhouder.
  • Neem de defekte zekering uit de zekeringhouder.
  • Plaats een nieuwe zekering met dezelfde nominale spanning, smeltsnel-

heid en met dezelfde afmetingen.

  • Positioneer de zekering in het midden van de houder.
  • Plaats de printplaat weer in de behuizing.
  • Let op dat de interne bedrading niet beklemd raakt in de behuizing.
  • Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de schroeven er weer in.
  • Plaats de rubber beschermingshoes ⑪ weer op de BENNING MM 3.

Zie fig. 12: wisselen van zekeringen.

9.5 Ijking

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum.

Om de aangegeven nauwkeurigheid van de meetresultaten te kunnen waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren.

10. Gebruik van de rubber beschermingshoes

  • U kunt de veiligheidsmeetsnoeren opbergen als u deze om de rubber beschermingshoes ⑪ wikkelt en de meetpennen van de meetsnoeren beschermd in de hoes vastklikt (zie fig.13).
  • U kunt een veiligheidsmeetsnoer ook zodanig in de beschermingshoes ⑪ klikken, dat de kontaktpunt vrij komt te staan en deze, samen met de BENNING MM 3, naar een meetpunt kan worden gebracht.
  • Een steun aan de achterzijde van de beschermingshoes ⑪ maakt het mogelijk de BENNING MM 3 schuin neer te zetten of op te hangen (zie fig. 14).
  • De beschermingshoes ⑪ heeft een oog waaraan het apparaat eventueel kan worden opgehangen.

Zie fig.13: wikkelen van de veiligheidsmeetsnoeren

Zie fig 14: opstelling van de BENNING MM 3

11. Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset

  • Norm: EN 61010-031
  • Maximale meetspanning t.o.v. de aarde (÷) en meetcategorie: met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV, zonder opsteekdop: 1000 V CAT II,
  • Meetbereik max.: 10 A
  • Beschermingsklasse II (回), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte isolatie
    -Vervuilingsgraad:2
  • Lengte: 1,4 m, AWG 18,
  • Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %,
  • Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn.
  • Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is.
  • Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
  • Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.

12. Milieu

BENNING MM 2 - Milieu - 1

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.

- Tipul protectiei: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/EN 60529)

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : MM 2

Categorie : Multimeter