MM 71 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MM 71 BENNING in PDF-formaat.
| Merk | BENNING |
| Model | MM 71 |
| Producttype | Professionele digitale multimeter |
| Meetcategorieën | CAT III 1000 V / CAT IV 600 V |
| Maximale spanning | 1000 V DC/AC |
| Maximale stroom | 10 A (tot 600 mA op aparte ingang) |
| Display | LCD 6000 counts, achtergrondverlichting, bargraph 62 segmenten |
| Hoofdmetingen | Spanning DC/AC, stroom DC/AC, weerstand, capaciteit, frequentie, temperatuur, diodetest, doorgang |
| Andere functies | AutoV/LoZ, MIN/MAX/PEAK, Smart HOLD, VoltSensor (contactloze spanningsdetectie), automatische uitschakeling |
| Voeding | 9 V batterij (type IEC 6 LR61) |
| Batterijlevensduur | Ongeveer 180 uur (alkaline) |
| Afmetingen (zonder behuizing) | 180 x 88 x 33,5 mm |
| Afmetingen (met behuizing) | 190 x 94 x 48 mm |
| Gewicht (zonder behuizing) | 320 g |
| Gewicht (met behuizing) | 460 g |
| Bedrijfstemperatuur | 0 °C tot +50 °C (volgens HR) |
| Beschermingsgraad | IP30 |
| Meegeleverde accessoires | Meetsnoeren (rood/zwart), temperatuursonde type K, rubberen behuizing, magnetische houder, tas, 9 V batterij, reservezekeringen, handleiding |
| Beveiligingszekeringen | 440 mA/1000 V (snelwerkend) en 11 A/1000 V (snelwerkend) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met droge doek en mild reinigingsmiddel, geen oplosmiddelen gebruiken |
| Garantie / Kalibratie | 1 jaar garantie, jaarlijkse kalibratie aanbevolen |
Veelgestelde vragen - MM 71 BENNING
Gebruikersvragen over MM 71 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM 71 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM 71 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING MM 71 BENNING
Fig. 8: Doorgangstest met akoestisch signaal
Fig. 9: Capaciteitsmeting
Fig. 11: Meten van temperatuur
Rys.11: Pomiar temperatury
Fig. 12: Spanningsindicator met zoemer
Fig. 13: Vervanging van de batterijen
Fig. 14: Vervanging van de smeltzekeringen
Gebruiksaanwijzing BENNINGMM7-1
Digitale multimeter voor het meten van:
- Gelijkspanning
- Wisselspanning
- Gelijkstroom
- Wisselstroom
- Weerstand
- Dioden
- Stroomdoorgang
- Capaciteit
- Frequentie
- Temperatuur
Inhoud
- Opmerkingen voor de gebruiker
- Veiligheidsvoorschriften
- Leveringsomvang
- Beschrijving van het apparaat
- Algemene kenmerken
- Gebruiksomstandigheden
- Elektrische gegevens
- Meten met de BENNING MM 7-1
- Onderhoud
- Gebruik van de beschermingshoes
- Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset
- Milieu
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor:
- Elektriciens
- Elektrotechnici
De BENNING MM 7-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000 V DC/ AC. (zie ook punt 6: „Gebruiksomstandigheden“)
In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM 7-1 worden de volgende symbolen gebruikt:

Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en inge plante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning. Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing. Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingenin de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.

Dit symbool geeft aan dat de BENNING MM 7-1 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II)

Dit symbool op de BENNING MM 7-1 duidt op de ingebouwde zekeringen

Dit symbool op de BENNING MM 7-1 betekent dat de BENNING MM 7-1 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is.

Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning

Dit symbool geeft de instelling "doorgangstest" aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal

Dit symbool geeft de instelling weer van "diodecontrole"

Dit symbool geeft de instelling weer van "capaciteitsmeting"

DC: gelijkspanning/ -stroom

AC: wisselspanning/ -stroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften:
DIN VDE 0411 deel 1/EN 61010-1
DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033
DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en inge plante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.

De BENNING MM 7-1 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000 V of overspanningscategorie IV met max. 600 V ten opzichte van aarde.
Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm.
Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken.
Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.
Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen nagezien te worden.
Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat,
- als het apparaat niet meer (goed) werkt,
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden,
- na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik,
- het apparaat of de meetleidingen vochtig zijn,

Om gevaar te vermijden
- mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren niet worden aangeraakt
- moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.

Reiniging:
Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen.
3. Leveringsomvang
Bij de levering van de BENNING MM 7-1 behoren:
3.1 Eén BENNING MM 7-1
3.2 Eén veiligheidsmeetsnoer rood (L = 1.4 meter)
3.3 Eén veiligheidsmeetsnoer zwart. (L = 1.4 meter)
3.4 Eén temperatuursensor type K
3.5 Eén rubber beschermingshoes
3.6 Één magneetbeugel met adapter en riem
3.7 Eén compactbeschermingsetui
3.8 Eén batterij van 9 V en twee verschillende zekeringen (ingebouwd)
3.9 Eén gebruiksaanwijzing
Opmerking t.a.v. aan optionele toebehor:
- Temperatuurvoeler (K-type) gemaakt van V4A-buis
Toepassing: Voeler voor weekplastic, vloeistoffen, gas en lucht
Meetbereik: - 196 °C tot + 800 °C
Afmetingen: L = 210 mm, meetstift L = 120 mm, diameter meetstift ∅ 3 mm, V4A (art.Nr. 044121)
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:
- De BENNING MM 7-1 wordt gevoed door één batterij van 9 V (IEC 6 LR 61)
- Voorts is de BENNING MM 7-1 voorzien van twee smeltzekeringen tegen overbelasting. Één zekering nominale stroom 11 A snel (1000 V), 30 kA, D = 10 mm, L = 38 mm (Art.Nr. 10218772) en één zekering nominale stroom 440 mA snel (1000 V), D = 10 mm, L = 34,9 mm (Art.Nr. 10016655).
- De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.
4. Beschrijving van het apparaat
Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
① Digitaal display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde, weergave van een staafdiagram en de aanduiding indien meting buiten bereik van het toestel valt.
② Aanduiding polariteit.
③ Symbool voor lege batterijen.
4 Range-toets voor omschakeling (automatisch/ handmatig instellen)
⑤ VoltSensor-toets voor het vaststellen van de AC-spanning t.o.v. aarde.
6 MIN/MAX-toets, opslaan van de hoogste en laagste meetwaarde resp. topwaarde.
7 Smart HOLD-toets
8 Toets (geel) voor verlichting van het display.
9 Functie-toets (blauw), voor gelijkspanning/-stroom (DC) resp. wisselspanning/-stroom (AC), weerstand- resp. capaciteitsmeting, doorgang- resp. diodetest, frequentiemeting, temperatuurmeting in °C resp. °F
10 Draaischakelaar voor functiekeuze.
Contactbus (positief ^1 ) V, Ω, Hz, ↓, -1
⑫ COM-contactbus, gezamenlijke contactbus voor stroom-, spannings- en weerstandsmeting, frequentietemperatuur en capaciteitsmeting, door- gangs- en diodencontrole.
13 Contactbus (positief) voor mA-bereik, voor stromen tot 600 mA.
14 Contactbus (positief) voor 10 A-bereik, voor stromen tot 10 A.
15 Rubber beschermingshoes.
1) Hierop is de automatisch polariteitsaanduiding gebaseerd voor gelijkstroom en -spanning
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene gegevens van de BENNING MM 7-1.
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) af te lezen met 4 cijfers van 14 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2 De staafdiagramaanduiding bestaat uit 62 segmenten.
5.1.3De polariteitsaanduiding ② werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met "-".
5.1.4 De bereiksoverschrijding wordt met "OL" of "-OL" en gedeeltelijk met een akoestische waarschuwing aangeduid.
Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.
5.1.5 De bereiktoets „RANGE“ ④ dient voor het doorschakelen van het handmatige meetbereik bij het gelijktijdig vervagen van „AUTO“ in de display. Door de toets langer ingedrukt te houden (2 seconden) wordt de automatische bereikkeuze geselecteerd (aanduiding „AUTO“).
5.1.6 Voltsensor-toets 5: De spanningsindicatorfunctie dient ter lokalisering van AC-spanningen tegenover aarde. (zie 8.9)
5.1.7 De MIN/ MAX functie ⑥ bepaalt de hoogste en de laagste gemeten waarde en slaat deze op in het geheugen. Door op de knop te drukken worden de volgende meetwaardes weergegeven. De "MIN/ MAX" aanduiding geeft de actueel gemeten waarde weer, "MAX" geeft de hoogste gemeten waarde en "MIN" de laagste gemeten waarde. De toets „HOLD“ onderbreekt de „MIN/MAX“-functie. Door de toets langer in te drukken (2 sec) wordt weer naar de normale status terug geschakeld. Wordt de „MIN/MAX“-toets ⑥ 2 seconden lang ingedrukt, dan schakelt het apparaat in de PEAK-functie (opslaan van topwaarde). De PEAK-functie registreert de positieve en negatieve top-/ amplitude-waarde en slaat die op (> 1 ms) in de functie mV, V AC/ DC en mA, A AC/ DC. In de MIN/ MAX- en PEAK-functie is de automatische bereikkeuze gedeactiveerd.
5.1.8 Door het indrukken van de toets "Smart HOLD" ⑦ wordt de gemeten waarde in het geheugen opgeslagen. Als de meetwaarde met 50 digits boven de opgeslagen waarde stijgt, wordt de meetwaardeverandering door een knipperend display en door een signaaltoon aangegeven. (meetwaardeveranderingen tussen AC en DC spanning/ stroom worden niet herkend). Door een herhaald indrukken verdwijnt de "HOLD" en de gemeten waarde wordt weer in het scherm afgebeeld.
5.1.9 De gele toets ⑧ schakelt de verlichting van het display aan en uit.
5.1.10 De functie-toets (blauw) ⑨ kiest de tweede of derde functie van de draaischakelaarinstelling.
| Schakelaarinstelling Functie | |
| Hz | Hz |
| ac+dc | ac+dc |
| ac+dc m | m m ac+dc |
| ^-1(-) | -1(-) |
| ac+dc Hz | m Hz m ac+dc |
| ac+dc Hz | Hz ac+dc |
| °C → °F | |
5.1.11 De meetfrequentie van de BENNING MM 7-1 bij cijferweerga bedraagt gemiddeld 3 metingen per seconde.
5.1.12 De BENNING MM 7-1 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischakelaar ⑩. Uitschakelstand is "OFF".
5.1.13 Na ca. 20 minuten in rust schakelt de BENNING MM 7-1 zich zelf automatisch uit. (APO, Auto Power Off). Hij wordt weer ingeschakeld door een druk op de "Hold" - of een andere toets. De automatische uitschakeling kan gedeactiveerd worden door de functie-toets (blauw) ⑨ in te drukken en tegelijkertijd de BENNING MM 7-1 uit de schakelaarinstelling "OFF" in te schakelen.
5.1.14 De segmenten van de digitale aanduiding kunnen getest worden door de "Smart HOLD"-toets ⑦ in te drukken en tegelijkertijd de BENNING MM 7-1 uit de schakelaarinstelling "OFF" in te schakelen.
5.1.15 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,15 x (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.
5.1.16 De BENNING MM 7-1 wordt gevoed door één batterij van 9 V. (IEC 6 LR61)
5.1.17 De batterijstand 3 geeft op maximaal 3 segmenten permanent de resterende batterijcapaciteit aan.

Zodra alle segmenten van het batterijsymbool weggevallen zijn en het batterijsymbool knippert, dient u onmiddellijk de batterij door een nieuwe te vervangen om een gevaar voor de mens door foutieve metingen te voorkomen.
5.1.18 De levensduur van een batterij (alkaline) bedraagt ca. 180 uur
5.1.19 Afmetingen van het apparaat:
L x B x H = 180 x 88 x 33,5 mm (zonder beschermingshoes).
L x B x H = 190 x 94 x 480 mm (met beschermingshoes).
Gewicht:
320 gram (zonder beschermingshoes).
460 gram (met beschermingshoes).
5.1.20 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING MM 7-1 genoemde nominale spanning en stroom.
5.1.21 De BENNING MM 7-1 wordt beschermd tegen mechanische be schadigingen door een rubber beschermingshoes 15. Deze be schermingshoes maakt het tevens mogelijk de BENNING MM 7-1 neer te zetten of op te hangen.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING MM 7-1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal.
- Categorie van overbelasting/ installatie: IEC 60664/ IEC 61010-1 → 600 V categorie IV, 1000 V categorie III
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529). Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
Beschermingsgraad stofindringing: 2
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:
Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C:
relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
Bij een omgevingstemperatuur van 30 °C tot 40 °C:
relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %.
Bij een omgevingstemperatuur van 40 °C tot 50 °C:
relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %.
- Opslagtemperatuur: de BENNING MM 7-1 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dient wel de batterij verwijderd te worden.
De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van:
- een relatief deel van de meetwaarde.
- een aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
7.1 Meetbereik bij gelijkspanning DC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ.
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiliging tegen overbelasting |
| 60 mV | 10 μV | ± (0,08 % meetwaarde + 15 digits) | 1000 VDC |
| 600 mV | 100 μV | ± (0,08 % meetwaarde + 5 digits) | 1000 VDC |
| 6 V | 1 mV | ± (0,08 % meetwaarde + 5 digits) | 1000 VDC |
| 60 V | 10 mV | ± (0,08 % meetwaarde + 5 digits) | 1000 VDC |
| 600 V 100 mV | ± (0,08 % meetwaarde + 5 digits) | 1000 VDC | |
| 1000 V | 1 V ± (0,08 % meetwaarde + 5 digits) | 1000 VDC | |
7.2 Meetbereik voor wisselspanning AC/ AC+DC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ parallel met < 100 pF. De waarde wordt gemeten als echte effectieve waarde en als zodanig aangegeven (True RMS). Bij niet sinusvormige signaalprofielen wordt de uitkomst onnauwkeuriger.
Daardoor ontstaat voor de volgende Crestfactoren een extra afwijking:
Crestfactor 1,4 tot 2,0: extra afwijking + 1,0 %.
Crestfactor 2,0 tot 2,5: extra afwijking + 2,5 %
Crestfactor 2,5 tot 3,0: extra afwijking + 4,0 %
| AC Meetbereik Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting bij 50 Hz - 1 kHz | Beveiliging tegen overbelasting |
| 60 mV 10 μV ± (1,2 % meetwaarde + 10 digits) 1000 V | eff | |
| 600 mV 100 μV ± (1,2 % meetwaarde + 10 digits) 1000 V | eff | |
| 6 V 1 mV ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V | eff | |
| 60 V 10 mV ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V | eff | |
| 600 V 100 mV ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V | eff | |
| 1000 V 1 V ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V | eff | |
| AC+DC Meetbereik | Nauwkeurigheid v.d. meting bij 50 Hz - 1 kHz | |
| mV | ± (2 % meetwaarde + 15 digits) | |
| V | ± (2 % meetwaarde + 10 digits) | |
7.3 AutoV, LoZ-bereik
De lage Ohm ingangsweerstand van ca. 3 kΩ veroorzaakt een onderdrukking van inductieve en capacitieve spanningen.
| Meetbereik | Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiliging tegen overbelasting |
| 600 V_DC | 100 mV ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V | AC/ DC |
| 1000 V_DC | 1 V ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V | AC/ DC |
| bij 50 Hz-500 Hz | ||
| 600 V_AC | 100 mV ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V | AC/ DC |
| 1000 V_AC | 1 V ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V | AC/ DC |
7.4 Meetbereik voor gelijkstroom DC
- 440 mA (1000 V AC/ DC) zekering, 11 kA, snel, aan mA-ingang
- 11 A (1000 V AC/ DC) zekering, 30 kA, snel, aan 10 A-ingang
Maximale meettijd:
- 10 A-bereik: 3 minuten (pauze > 20 minuten)
- 600 mA-bereik: 10 minuten (pauze > 20 minuten)
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting |
| 60 mA | 10 μA | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) |
| 600 mA | 100 μA | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) |
| 6 A | 1 mA | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) |
| 10 A | 10 mA | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) |
7.5 Meetbereik voor wisselstroom AC/ AC+DC
De waarde wordt gemeten als echte effectieve waarde en als zodanig aangegeven (True RMS). Bij niet sinusvormige signaalprofielen wordt de uitkomst onnauwkeuriger. Daardoor ontstaat voor de volgende Crestfactoren een extra afwijking:
Crestfactor 1,4 tot 2,0: extra afwijking + 1,0 %.
Crestfactor 2,0 tot 2,5: extra afwijking + 2,5 %
Crestfactor 2,5 tot 3,0: extra afwijking + 4,0 %
Beveiliging tegen overbelasting:
- 440 mA (1000 V AC/ DC) zekering, 11 kA, snel, aan mA-ingang
- 11 A (1000 V AC/ DC) zekering, 30 kA, snel, aan 10 A-ingang
Maximale meettijd:
- 10 A-bereik: 3 minuten (pauze > 20 minuten)
- 600 mA-bereik: 10 minuten (pauze > 20 minuten)
| AC Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting bij 50 Hz - 1 kHz |
| 60 mA | 10 μA | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
| 600 mA | 100 μA | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
| 6 A | 1 mA | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
| 10 A | 10 mA | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
AC+DC Meetbereik Nauwkeurigheid v.d. meting bij 50 Hz - 1 kHz
| mA ± (2 % meetwaarde + 10 digits) |
| A ± (2 % meetwaarde + 10 digits) |
7.6 Meetbereik voor weerstanden
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V _AC/DC
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | Maximale meetstroom | Maximale nullast spanning | ||
| 600 Ω 0,1 Ω | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) | 100 μA 2,5 V | ||
| 6 kΩ 1 Ω | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) | 100 μA 2,5 V | ||
| 60 kΩ 10 Ω | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) | 60 μA 0,6 V | ||
| 600 kΩ 100 Ω | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) | 6 μA 0,6 V | ||
| 6 MΩ | 1 kΩ | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) | 600 nA | 0,6 V |
| 40 MΩ* | 10 kΩ | ± (1,0 % meetwaarde + 5 digits) | 60 nA | 0,6 V |
* Meetwaarden > 10 MΩ kunnen een aanstaan van de aanduiding (max. ± 50 digits) veroorzaken
7.7 Diodecontrole
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V _AC/DC
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting | Maximale meetstroom | Maximale nullast spanning |
| 2 V | 1 mV | ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) | 0,1 mA | 2,5 V |
7.8 Doorgangstest
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V _AC/DC
De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een weerstand R < 30 Ω tot 100 Ω. Het alarmsignaal gaat uit bij een weerstand R > 100 Ω
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting | Maximale meetstroom | Maximale nullast spanning |
| 600 Ω | 0,1 Ω | ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) | 0,1 mA | 2,5 V |
7.9 Capaciteitsbereik
Voorwaarde: condensatoren ontladen en de meetpennen overéénkomstig de polariteit aanleggen.
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V _AC/DC
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting |
| 1 μF | 1 nF | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
| 10 μF | 10 nF | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
| 100 μF | 100 nF | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
| 1 mF | 1 μF | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
| 10 mF | 10 μF | ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) |
Maximale meettijd: 0,7 sec. voor 1 nF - 1 mF
3 sec. voor 1 mF - 10 mF
Minimale gevoeligheid: >5Vss voor VAC 1 Hz - 10 kHz
10 V ss voor V AC 10 kHz - 100 kHz
2 mA ss voor mA AC
>0,2 A_ss voor A_AC
7.11 Temperatuurbereik °C/°F
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V _AC/DC
| Meetbereik Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiliging tegen overbelasting* | |
| - 40 °C tot 400 °C | 0,1 °C | ± (1 % meetwaarde + 30 digits) |
| - 40 °F tot 752 °F | 0,1 °F | ± (1 % meetwaarde + 54 digits) |
* Bij de aangegeven meetnauwkeurigheid, moet de meetnauwkeurigheid van de K-type temperatuursensor opgeteld worden.
Draadtemperatuursensor K-type: Meetbereik - 60 °C tot 200 °C
Resolutie: ± 2 °C
De meetnauwkeurigheid is geldig voor stabiele omgevingstemperaturen < ± 1 °C. Na wijziging van de omgevingstemperatuur van ± 2 °C zijn de meetnauwkeurigheidsgegevens na 1 uur geldig.
7.12 Peak Hold
| DC/ AC V Meetbereik Nauwkeurigheid v. d. meting | |
| 60 mV ± (0,08 % meetwaarde + 155 digits) | |
| 600 mV ± (0,08 % meetwaarde + 152 digits) | |
| 6 V ± (0,08 % meetwaarde + 152 digits) | |
| 60 V ± (0,08 % meetwaarde + 152 digits) | |
| 600 V ± (0,08 % meetwaarde + 152 digits) | |
| 1000 V | ± (0,08 % meetwaarde + 152 digits) |
| DC/ AC A Meetbereik Nauwkeurigheid v. d. meting | |
| 60 mA | ± (1,2 % meetwaarde + 153 digits) |
| 600 mA ± (1,2 % meetwaarde + 153 digits) | |
| 6 A | ± (1,2 % meetwaarde + 153 digits) |
| 10 A ± (1,2 % meetwaarde + 153 digits) | |
8. Meten met de BENNING MM 7-1
8.1 Voorbereiden van metingen.
- Gebruik en bewaar de BENNING MM 7-1 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING MM 7-1 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
- Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen.
- Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen.
- Voor dat met de draaischakelaar 10 een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 7-1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
8.2 Spannings- en stroommeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde.
Gevaarlijke spanning!
De hoogste spanning die aan de contactbussen
- COM-bus 12
- Bus voor V, Ω, Hz, en -11
- Contactbus voor mA - bereik 13 en de
- Contactbus voor 10 A - bereik ^14
van de multimeter BENNING MM 7-1 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal CAT IV 600 V/ CAT III 1000 V bedragen.
8.2.1 Spanningsmeting
- Kies met de draaiknop 10 de gewenste instelling (V, V, mV, AutoV/LoZ).
- Kies met de blauwe toets ⑨ van de BENNING MM 7-1 de te meten spanningsoort (gelijk- (DC), wisselspanning (AC) of (AC+DC)).
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 12 van de BENNINGMM7-1
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, en van de BENNING MM 7-1
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de
BENNINGMM7-1
Zie fig. 2: meten van gelijkspaning
Zie fig. 3: meten van wisselspanning
Aanwijzing:
De AutoV/LoZ-functie wordt in de digitale aanduiding 1 met het symbool „AutoSense/ LoZ“ aangeduid. Deze berekent zelfstandig de noodzakelijke meetfunctie (AC/ DC spanning) en het optimale meetbereik. Voorts vermindert de ingangsweerstand tot ca. 3 kΩ, om inductieve en capacitieve spanningen (blindspanningen) te onderdrukken.
8.2.2
Stroommeting
- Kies met de draaiknop 10 het gewenste bereik (mA of A).
- Kies met de blauwe toets ⑨ van de BENNING MM 7-1 de te meten stroomsoort (gelijk- (DC), wisselstroom (AC) of (AC+DC)).
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 12 van de BENNING MM 7-1
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus voor mA 13 bereik voor stromen tot 600 mA, dan wel met de contactbus voor 10 A 14 bereik voor stromen van 600 mA tot 10 A.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1
Zie fig. 4: meten van gelijkstroom
Zie fig. 5: meten van wisselstroom
8.3 Weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop 10 de gewenste instelling (Ω, -|←)
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van de BENNING MM 7-1.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, 📁 en -1- ⑪ van de BENNING MM 7-1
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1
Zie fig. 6: weerstandsmeting
8.4 Diodecontrole
- Kies met de draaiknop 10 de gewenste instelling (1),)
- Met de blauwe toets van de BENNING MM 7-1 omschakelen naar diodecontrole.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 12 van de BENNING MM 7-1
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, 📁 en +1 van de BENNING MM 7-1
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpunten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1
- Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroom spanning van 0,4 V tot 0,8 V aangegeven. De aanduiding "000 V" wijst op een kortsluiting in de diode.
- Wordt geen fluxsprong vastgesteld, dan eerst de poling van de diode testen. Wordt ook daarna geen fluxsprong gemeld, dan ligt de fluxsprong van de diode buiten de meetgrenzen.
Zie fig. 7: diodecontrole
8.5 Doorgangstest met akoestisch signaal
- Kies met de draaiknop 10 de gewenste instelling (11) ▶).
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 12 van de BENNING MM 7-1
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, 📁 en -11 van de BENNING MM 7-1
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit. Indien de gemeten weerstand in het circuit tussen de twee contactbussen kleiner is dan 30 Ω tot 100 Ω, wordt een akoestisch signaal afgegeven.
Zie fig. 8: doorgangstest met zoemer
8.6 Capaciteitsmeting

Voor capaciteitsmetingen dienen de condensatoren volledig ontladen te zijn. Er mag nooit spanning gezet worden op de contactbussen voor capaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defect raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren.
- Kies met de draaiknop 10 de gewenste instelling (Ω, ⚡)
- Met de toets (blauw) ⑨ de omschakeling naar de capaciteitsmeting uitvoeren.
- Stel de polariteit vast van de condensator en ontlaad de condensator.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus ⑫ van de BENNING MM 7-1
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, en
- van de BENNING MM 7-1
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren overéénkomstig po lariteit aan de ontladen condensator en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1
Zie. fig. 9: capaciteitsmeting
8.7 Frequentiemeting
- Kies met de draaiknop 10 de gewenste instelling (V Hz, A Hz, mA Hz).
- Met de toets (blauw) ⑨ de omschakeling naar de frequentiemeting uitvoeren.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 12 van de BENNING MM 7-1
- Voor frequentiemeting in het spanningsbereik V de rode veiligheidsmeetleiding met de contactdoos voor, Ω, Hz, en +1 bij de BENNING MM 7-1 in contact brengen.
- Voor frequentiemeting in het stroombereik A, mA de rode veiligheids-meetleiding met de contactdoos A 14 resp. de contactdoos mA 13 bij de BENNING MM 7-1 in contact brengen.
- Let op de minimale gevoeligheid voor frequentiemetingen met de BENNING MM 7-1
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1
Zie fig. 10: frequentiemeting
8.8 Temperatuurmeting
- Kies met de draaiknop 10 de gewenste instelling (↓)
- Met de toets (blauw) ⑨ de omschakeling naar °F resp. °C uitvoeren.
- De adapter voor de temperatuursensor overéénkomstig polariteit inpluggen in de COM-contactbus ⑫ en in de contactbus V, Ω, Hz, ⚡ en ⚠ ⚠.
- De temperatuurssensor (type K) inpluggen in de adapter.
- Leg het contactpunt (uiteinde van de sensorkabel) aan de te meten plaats en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1
Zie fig. 11: temperatuurmeting
8.9 Spanningsindicator

De spanningsindicatorfunctie kan niet gebruikt worden voor het vaststellen van de spanningsvrijheid. Ook zonder akoestische of optische signaalmelding kan een gevaarlijke aanrakingsspanning bestaan. Elektrisch gevaar!
De spanningsindicatorfunctie is vanuit alle posities van de draaiknop mogelijk (behalve bij de schakelaarinstelling "OFF"). Bij de spanningindicator zijn geen meetsnoeren nodig (contactloze registratie van een wisselveld). In het bovenste bereik van BENNING MM 7-1 bevindt zich de opnamesensor. Bij het indrukken van de "VoltSensor"-toets ⑤ gaat de meetwaardemelding uit. Wordt een fasen-spanning gelokaliseerd, dan klinkt er een akoestisch signaal en de signaalsterkte van het wisselveld wordt in de digitale aanduiding via max. 4 balken gemeld. Alleen in het geaarde wisselstroomnet verschijnt een melding! Met een één-polig meetsnoer kan ook de fase vastgesteld worden.
Praktijktip:
onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels, lichtslang, etc. zijn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen.
Functiebereik: ≥ 230 V
Zie fig. 12: spanningsindicator met zoemer
8.9.1 Fasentest
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, 📋 en +1 van de BENNING MM 7-1.
- De toets "VoltSensor" ⑤ in werking stellen en het veiligheidsmeetsnoer inpluggen met het meetpunt.
- Als een akoestisch signaal klinkt en in de digitale aanduiding de balken-aanduiding uitslaat, dan bestaat er bij dit meetpunt (installatieonderdeel) de fase van een geaarde wisselspanning.
9. Onderhoud

De BENNING MM 7-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning!
Werken aan een onder spanning staande BENNING MM 7-1 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
- Maak de BENNING MM 7-1 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen.
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 7-1.
- Zet de draaischakelaar 10 in de positie "Off"
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING MM 7-1 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- Zichtbare schade aan de behuizing
- Meetfouten
- Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden
- Transportschade
In dergelijke gevallen dient de BENNING MM 7-1 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM 7-1 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij

Voor het openen van de BENNING MM 7-1 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning!
De BENNING MM 7-1 wordt gevoed door een blokbatterij van 9 V. Als het batterijsymbool ③ in het display verschijnt, moet de batterij worden vervangen. De batterijen worden als volgt gewisseld
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 7-1
- Zet de draaischakelaar 10 in de positie "Off"
- Neem de rubber beschermingshoes 15 af van de BENING MM 7-1
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop, uit het deksel van het batterijvak
- Neem het deksel uit de achterwand
- Neem de batterij uit het batterijvak en maak de aansluitdraden van de batterij voorzichtig los.
- Verbind de aansluitdraden weer op de juiste manier met de nieuwe batterij en leg deze op de juiste plaats in het apparaat. Let er daarbij op dat de aansluitdraden niet tussen de behuizing geklemd worden.
- Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in.
- Plaats de rubber beschermhoes 15 weer op de BENNING MM 7-1
Zie fig.13: vervanging van de batterij

Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
9.4 Het wisselen van de zekeringen

Voor het openen van de BENNING MM 7-1 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning!
De BENNING MM 7-1 wordt door twee ingebouwde snelle smeltzekeringen (één zekering 440 mA, één zekering 11 Å) beschermd tegen overbelasting (zie fig. 14)
De zekeringen worden als volgt gewisseld:
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 7-1
- Zet de draaischakelaar 10 in de positie "Off"
- Neem de rubber beschermingshoes 15 af van de BENNING MM 7-1
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop, uit het deksel van het batterijvlak
- Neem het deksel uit de achterwand

Geen schroeven losdraaien van de printplaat van de BENNING MM 7-1!
- Verwijder beide overige schroeven uit de achterwand (zwart) alsook de twee schroeven naast de printplaat in het apparaat
- Til de achterwand van het apparaat aan de onderkant omhoog en neem het vervolgens aan de bovenkant af van het voorste deel van de behuizing
- Til de defecte zekering aan één kant uit de zekeringhouder
- Neem de defecte zekering uit de zekeringhouder
- Plaats een nieuwe zekering met dezelfde nominale spanning, smeltsnelheid en met dezelfde afmetingen
- Positioneer de zekering in het midden van de houder
- Let op dat de interne bedrading niet beklemd raakt in de behuizing
- Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de vier schroeven er weer in
- Klik het batterijdeksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in
- Plaats de rubber beschermingshoes 15 weer op de BENNING MM 7-1
Zie fig. 14: wisselen van zekeringen
9.5 Ijking
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren.
10. Gebruik van de rubber beschermingshoes
- U kunt de veiligheidsmeetsnoeren opbergen als u deze om de rubber beschermingshoes 15 wikkelt en de meetpennen van de meetsnoeren beschermd in de hoes vastklikt (zie fig.15)
- U kunt een veiligheidsmeetsnoer ook zodanig in de beschermingshoes 15 klikken, dat de contactpunt vrij komt te staan en deze, samen met de BENNING MM 7-1, naar een meetpunt kan worden gebracht.
- Een steun aan de achterzijde van de beschermingshoes 15 maakt het mogelijk de BENNING MM 7-1 schuin neer te zetten of op te hangen (zie fig. 16)
- De beschermingshoes 15 heeft een oog waaraan het apparaat eventueel kan worden opgehangen
Zie fig.15: wikkelen van de veiligheidsmeetsnoeren
Zie fig 16: opstelling van de BENNING MM 7-1
11. Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset
- Norm: EN 61010-031
- Maximale meetspanning t.o.v. de aarde (±) en meetcategorie:
Met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV,
Zonder opsteekdop: 1000 V CAT II,
- Beschermingsklasse II (回), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte isolatie
- Vervuilingsgraad: 2
- Lengte: 1,4 m, AWG 18,
- Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m,
temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %,
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn.
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is.
- Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
- Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
12. Milieu

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.
- Tipul protectiei: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/EN 60529)
Fara capac de protectie: 1000 V CAT II,