MM 71 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MM 71 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MM 71 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM 71 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM 71 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING MM 71 BENNING
Digitale multimeter voor het meten van: - Gelijkspanning - Wisselspanning - Gelijkstroom - Wisselstroom - Weerstand - Dioden - Stroomdoorgang - Capaciteit - Frequentie - Temperatuur Inhoud
1. Opmerkingen voor de gebruiker
2. Veiligheidsvoorschriften
4. Beschrijving van het apparaat
5. Algemene kenmerken
6. Gebruiksomstandigheden
7. Elektrische gegevens
8. Meten met de BENNING MM 7-1
10. Gebruik van de beschermingshoes
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor: - Elektriciens - Elektrotechnici De BENNING MM 7-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000 V DC/ AC. (zie ook punt 6: „Gebruiksomstandigheden“) In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM 7-1 worden de volgende symbolen gebruikt: Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en inge plante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.
Waarschuwing voor gevaarlijke spanning. Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.
Let op de gebruiksaanwijzing. Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingenin de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.
Dit symbool geeft aan dat de BENNING MM 7-1 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II) Dit symbool op de BENNING MM 7-1 duidt op de ingebouwde zekeringen Dit symbool op de BENNING MM 7-1 betekent dat de BENNING MM 7-1 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is. Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning Dit symbool geeft de instelling "doorgangstest" aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal Dit symbool geeft de instelling weer van "diodecontrole" Dit symbool geeft de instelling weer van "capaciteitsmeting" DC: gelijkspanning/ -stroom02/ 2020
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waar- schuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.
Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pace- makers en inge plante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.
De BENNING MM 7-1 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000 V of overspanningscategorie IV met max. 600 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aange- duide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen nagezien te worden. Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het appa- raat, - als het apparaat niet meer (goed) werkt, - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden, - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik, - het apparaat of de meetleidingen vochtig zijn,
Om gevaar te vermijden - mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoe- ren niet worden aangeraakt - moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.02/ 2020
Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigings- middel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen.
Bij de levering van de BENNING MM 7-1 behoren:
3.4 Eén temperatuursensor type K
3.5 Eén rubber beschermingshoes
3.6 Één magneetbeugel met adapter en riem
3.7 Eén compactbeschermingsetui
3.8 Eén batterij van 9 V en twee verschillende zekeringen (ingebouwd)
Eén gebruiksaanwijzing Opmerking t.a.v. aan optionele toebehor: - Temperatuurvoeler (K-type) gemaakt van V4A-buis Toepassing: Voeler voor weekplastic, vloeistoffen, gas en lucht Meetbereik: - 196 °C tot + 800 °C Afmetingen: L = 210 mm, meetstift L = 120 mm, diameter meetstift Ø 3 mm, V4A (art.Nr. 044121) Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING MM 7-1 wordt gevoed door één batterij van 9 V (IEC 6 LR 61) - Voorts is de BENNING MM 7-1 voorzien van twee smeltzekeringen tegen overbelasting. Één zekering nominale stroom 11 A snel (1000 V), 30 kA, D = 10 mm, L = 38 mm (Art.Nr. 10218772) en één zekering nominale stroom 440 mA snel (1000 V), D = 10 mm, L = 34,9 mm (Art.Nr. 10016655). - De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.
4. Beschrijving van het apparaat
Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
Digitaal display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde, weergave van een staafdiagram en de aanduiding indien meting buiten bereik van het toestel valt.
Aanduiding polariteit.
Symbool voor lege batterijen.
Range-toets voor omschakeling (automatisch/ handmatig instellen)
VoltSensor-toets voor het vaststellen van de AC-spanning t.o.v. aarde.
MIN/MAX-toets, opslaan van de hoogste en laagste meetwaarde resp. topwaarde.
Toets (geel) voor verlichting van het display.
Functie-toets (blauw), voor gelijkspanning/-stroom (DC) resp. wisselspan- ning/ -stroom (AC), weerstand- resp. capaciteitsmeting, doorgang- resp. diodetest, frequentiemeting, temperatuurmeting in °C resp. °F
Draaischakelaar voor functiekeuze.
COM-contactbus, gezamenlijke contactbus voor stroom-, spannings- en weerstandsmeting, frequentietemperatuur en capaciteitsmeting, door- gangs- en diodencontrole.
Contactbus (positief )voor mA-bereik, voor stromen tot 600 mA.
Contactbus (positief) voor 10 A-bereik, voor stromen tot 10 A.
Hierop is de automatisch polariteitsaanduiding gebaseerd voor gelijkstroom en -spanning
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene gegevens van de BENNING MM 7-1.
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) af te lezen met
4 cijfers van 14 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2 De staafdiagramaanduiding bestaat uit 62 segmenten.
werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met "-".02/ 2020
5.1.4 De bereiksoverschrijding wordt met "OL" of "-OL" en gedeeltelijk met
een akoestische waarschuwing aangeduid. Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.
dient voor het doorschakelen van het handmatige meetbereik bij het gelijktijdig vervagen van „AUTO“ in de display. Door de toets langer ingedrukt te houden (2 seconden) wordt de automatische bereikkeuze geselecteerd (aanduiding „AUTO“).
: De spanningsindicatorfunctie dient ter lokalisering van AC-spanningen tegenover aarde. (zie 8.9)
5.1.7 De MIN/ MAX functie
bepaalt de hoogste en de laagste gemeten waarde en slaat deze op in het geheugen. Door op de knop te drukken worden de volgende meetwaardes weergegeven. De "MIN/ MAX" aan- duiding geeft de actueel gemeten waarde weer, "MAX" geeft de hoog- ste gemeten waarde en "MIN" de laagste gemeten waarde. De toets „HOLD“ onderbreekt de „MIN/MAX“-functie. Door de toets langer in te drukken (2 sec) wordt weer naar de normale status terug geschakeld. Wordt de „MIN/MAX“-toets
2 seconden lang ingedrukt, dan schakelt het apparaat in de PEAK-functie (opslaan van topwaarde). De PEAK- functie registreert de positieve en negatieve top-/ amplitude-waarde en slaat die op (> 1 ms) in de functie mV, V AC/ DC en mA, A AC/ DC. In de MIN/ MAX- en PEAK-functie is de automatische bereikkeuze gede- activeerd.
5.1.8 Door het indrukken van de toets "Smart HOLD"
wordt de gemeten waarde in het geheugen opgeslagen. Als de meetwaarde met 50 digits boven de opgeslagen waarde stijgt, wordt de meetwaardeverandering door een knipperend display en door een signaaltoon aangegeven. (meetwaardeveranderingen tussen AC en DC spanning/ stroom wor- den niet herkend). Door een herhaald indrukken verdwijnt de “HOLD” en de gemeten waarde wordt weer in het scherm afgebeeld.
schakelt de verlichting van het display aan en uit.
5.1.10 De functie-toets (blauw)
kiest de tweede of derde functie van de draaischakelaarinstelling. Schakelaarinstelling Functie
5.1.11 De meetfrequentie van de BENNING MM 7-1 bij cijferweergave
bedraagt gemiddeld 3 metingen per seconde.
5.1.12 De BENNING MM 7-1 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischake-
automatisch uit. (APO, Auto Power Off). Hij wordt weer ingeschakeld door een druk op de "Hold" - of een andere toets. De automatische uitschakeling kan gedeactiveerd worden door de functie-toets (blauw)
in te drukken en tegelijkertijd de BENNING MM 7-1 uit de schake- laarinstelling “OFF” in te schakelen.
5.1.14 De segmenten van de digitale aanduiding kunnen getest worden
in te drukken en tegelijkertijd de BENNING MM 7-1 uit de schakelaarinstelling “OFF” in te schakelen.
5.1.15 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,15 x (aangege-
ven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.
De BENNING MM 7-1 wordt gevoed door één batterij van 9 V. (IEC 6 LR61)
geeft op maximaal 3 segmenten permanent de resterende batterijcapaciteit aan.02/ 2020
Zodra alle segmenten van het batterijsymbool weggevallen zijn en het batterijsymbool knippert, dient u onmiddellijk de batterij door een nieuwe te vervangen om een gevaar voor de mens door foutieve metingen te voorkomen.
5.1.18 De levensduur van een batterij (alkaline) bedraagt ca. 180 uur
5.1.19 Afmetingen van het apparaat:
L x B x H = 180 x 88 x 33,5 mm (zonder beschermingshoes). L x B x H = 190 x 94 x 480 mm (met beschermingshoes). Gewicht: 320 gram (zonder beschermingshoes). 460 gram (met beschermingshoes).
5.1.20 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten
van de voor de BENNING MM 7-1 genoemde nominale spanning en stroom.
5.1.21 De BENNING MM 7-1 wordt beschermd tegen mechanische be scha-
digingen door een rubber beschermingshoes
. Deze be scher- mingshoes maakt het tevens mogelijk de BENNING MM 7-1 neer te zetten of op te hangen.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING MM 7-1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal. - Categorie van overbelasting/ installatie: IEC 60664/ IEC 61010-1 → 600 V categorie IV, 1000 V categorie III - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529). Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Bij een omgevingstemperatuur van 30 °C tot 40 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %. Bij een omgevingstemperatuur van 40 °C tot 50 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %. - Opslagtemperatuur: de BENNING MM 7-1 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dient wel de batterij verwijderd te worden.
7. Elektrische gegevens
Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde. - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een rela- tieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
7.1 Meetbereik bij gelijkspanning DC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 60 mV 10 µV ± (0,08 % meetwaarde + 15 digits) 1000 V
7.2 Meetbereik voor wisselspanning AC/ AC+DC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ parallel met < 100 pF. De waarde wordt gemeten als echte effectieve waarde en als zodanig aangegeven (True RMS). Bij niet sinusvormige signaalprofielen wordt de uitkomst onnauwkeuriger. Daardoor ontstaat voor de volgende Crestfactoren een extra afwijking: Crestfactor 1,4 tot 2,0: extra afwijking + 1,0 %. Crestfactor 2,0 tot 2,5: extra afwijking + 2,5 % Crestfactor 2,5 tot 3,0: extra afwijking + 4,0 %02/ 2020
De lage Ohm ingangsweerstand van ca. 3 kΩ veroorzaakt een onderdrukking van inductieve en capacitieve spanningen. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 600 V
1 V ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V AC/ DC bij 50 Hz-500 Hz 600 V
7.4 Meetbereik voor gelijkstroom DC
- 440 mA (1000 V AC/ DC) zekering, 11 kA, snel, aan mA-ingang - 11 A (1000 V AC/ DC) zekering, 30 kA, snel, aan 10 A-ingang Maximale meettijd: - 10 A-bereik: 3 minuten (pauze > 20 minuten) - 600 mA-bereik: 10 minuten (pauze > 20 minuten) Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 60 mA 10 µA ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 600 mA 100 µA ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 6 A 1 mA ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 10 A 10 mA ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits)
7.5 Meetbereik voor wisselstroom AC/ AC+DC
De waarde wordt gemeten als echte effectieve waarde en als zodanig aange- geven (True RMS). Bij niet sinusvormige signaalprofielen wordt de uitkomst onnauwkeuriger. Daardoor ontstaat voor de volgende Crestfactoren een extra afwijking: Crestfactor 1,4 tot 2,0: extra afwijking + 1,0 %. Crestfactor 2,0 tot 2,5: extra afwijking + 2,5 % Crestfactor 2,5 tot 3,0: extra afwijking + 4,0 % Beveiliging tegen overbelasting: - 440 mA (1000 V AC/ DC) zekering, 11 kA, snel, aan mA-ingang - 11 A (1000 V AC/ DC) zekering, 30 kA, snel, aan 10 A-ingang Maximale meettijd: - 10 A-bereik: 3 minuten (pauze > 20 minuten) - 600 mA-bereik: 10 minuten (pauze > 20 minuten) AC Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting bij 50 Hz - 1 kHz 60 mA 10 µA ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 600 mA 100 µA ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 6 A 1 mA ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 10 A 10 mA ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits)02/ 2020
AC+DC Meetbereik Nauwkeurigheid v.d. meting bij 50 Hz - 1 kHz mA ± (2 % meetwaarde + 10 digits) A ± (2 % meetwaarde + 10 digits)
7.6 Meetbereik voor weerstanden
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V AC/ DC Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Maximale meetstroom Maximale nullast spanning 600 Ω 0,1 Ω ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 100 µA 2,5 V 6 kΩ 1 Ω ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 100 µA 2,5 V 60 kΩ 10 Ω ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 60 µA 0,6 V 600 kΩ 100 Ω ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 6 µA 0,6 V 6 MΩ 1 kΩ ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 600 nA 0,6 V 40 MΩ* 10 kΩ ± (1,0 % meetwaarde + 5 digits) 60 nA 0,6 V
- Meetwaarden > 10 MΩ kunnen een aanstaan van de aanduiding (max. ± 50 digits) veroorzaken
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V AC/ DC De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een weerstand R < 30 Ω tot 100 Ω. Het alarmsignaal gaat uit bij een weerstand R > 100 Ω Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Maximale meetstroom Maximale nullast spanning 600 Ω 0,1 Ω ± (0,8 % meetwaarde + 5 digits) 0,1 mA 2,5 V
7.9 Capaciteitsbereik
Voorwaarde: condensatoren ontladen en de meetpennen overéénkomstig de polariteit aanleggen. Overbelastingsbeveiliging: 1000 V AC/ DC Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 1 µF 1 nF ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 10 µF 10 nF ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 100 µF 100 nF ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 1 mF 1 µF ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 10 mF 10 µF ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) Maximale meettijd: 0,7 sec. voor 1 nF - 1 mF 3 sec. voor 1 mF - 10 mF
7.11 Temperatuurbereik °C/ °F
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V AC/ DC Meetbereik Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting* - 40 °C tot 400 °C 0,1 °C ± (1 % meetwaarde + 30 digits) - 40 °F tot 752 °F 0,1 °F ± (1 % meetwaarde + 54 digits)
- Bij de aangegeven meetnauwkeurigheid, moet de meetnauwkeurigheid van de K-type temperatuursensor opgeteld worden. Draadtemperatuursensor K-type: Meetbereik - 60 °C tot 200 °C Resolutie: ± 2 °C De meetnauwkeurigheid is geldig voor stabiele omgevingstemperaturen < ± 1 °C. Na wijziging van de omgevingstemperatuur van ± 2 °C zijn de meetnauwkeurigheidsgegevens na 1 uur geldig.
8. Meten met de BENNING MM 7-1
8.1 Voorbereiden van metingen.
- Gebruik en bewaar de BENNING MM 7-1 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING MM 7-1 mee ge- le verde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meets- noeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen. - Voor dat met de draaischakelaar
een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 7-1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan de contactbussen - COM-bus
- Bus voor V, Ω, Hz, en
- Contactbus voor mA - bereik
en de - Contactbus voor 10 A - bereik
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling ( , , , AutoV/LoZ). - Kies met de blauwe toets
van de BENNING MM 7-1 de te meten span- ningsoort (gelijk- (DC), wisselspanning (AC) of (AC+DC)). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, en
van de BENNING MM 7-1 - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun- ten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de02/ 2020
Zie fig. 2: meten van gelijkspaning Zie fig. 3: meten van wisselspanning Aanwijzing: De AutoV/LoZ-functie wordt in de digitale aanduiding
met het symbool „AutoSense/ LoZ“ aangeduid. Deze berekent zelfstandig de noodzakelijke meetfunctie (AC/ DC spanning) en het optimale meetbereik. Voorts vermindert de ingangsweerstand tot ca. 3 kΩ, om inductieve en capacitieve spanningen (blindspanningen) te onderdrukken.
- Kies met de draaiknop
het gewenste bereik (mA of A). - Kies met de blauwe toets
van de BENNING MM 7-1 de te meten stroomsoort (gelijk- (DC), wisselstroom (AC) of (AC+DC)). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING MM 7-1 - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus voor mA
bereik voor stromen tot 600 mA, dan wel met de contactbus voor 10 A
bereik voor stromen van 600 mA tot 10 A. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun- ten van het circuit en lees gemeten waarde af in het display van de
Zie fig. 4: meten van gelijkstroom Zie fig. 5: meten van wisselstroom
8.3 Weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling (Ω, ) - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING MM 7-1. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, en
van de BENNING MM 7-1
Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1 Zie fig. 6: weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop
Met de blauwe toets van de BENNING MM 7-1 omschakelen naar diodecon- trole. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING MM 7-1 - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, en
van de BENNING MM 7-1 - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpun- ten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display van de
Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroom spanning van 0,4 V tot 0,8 V aangegeven. De aanduiding "000 V" wijst op een kortsluiting in de diode. - Wordt geen fluxsprong vastgesteld, dan eerst de poling van de diode testen. Wordt ook daarna geen fluxsprong gemeld, dan ligt de fluxsprong van de diode buiten de meetgrenzen. Zie fig. 7: diodecontrole
8.5 Doorgangstest met akoestisch signaal
- Kies met de draaiknop
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING MM 7-1 - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, en
van de BENNING MM 7-1 - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit. Indien de gemeten weerstand in het circuit tussen de twee contactbussen kleiner is dan 30 Ω tot 100 Ω, wordt een akoestisch signaal afgegeven. Zie fig. 8: doorgangstest met zoemer
8.6 Capaciteitsmeting
Voor capaciteitsmetingen dienen de condensatoren volledig ontladen te zijn. Er mag nooit spanning gezet worden op de contactbussen voor capaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defect raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren.02/ 2020
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling (Ω, ). - Met de toets (blauw)
de omschakeling naar de capaciteitsmeting uit- voeren. - Stel de polariteit vast van de condensator en ontlaad de condensator. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING MM 7-1 - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, en
van de BENNING MM 7-1 - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren overéénkomstig po la- riteit aan de ontladen condensator en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1 Zie. fig. 9: capaciteitsmeting
8.7 Frequentiemeting
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling ( Hz, Hz, Hz). - Met de toets (blauw)
de omschakeling naar de frequentiemeting uit- voeren. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING MM 7-1 - Voor frequentiemeting in het spanningsbereik de rode veiligheidsmeetlei- ding met de contactdoos voor , Ω, Hz, en
bij de BENNING MM 7-1 in contact brengen. - Voor frequentiemeting in het stroombereik , de rode veiligheids- meetleiding met de contactdoos A resp. de contactdoos mA bij de BENNING MM 7-1 in contact brengen. - Let op de minimale gevoeligheid voor frequentiemetingen met de
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun- ten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de
Zie fig. 10: frequentiemeting
8.8 Temperatuurmeting
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling ( ) - Met de toets (blauw)
de omschakeling naar °F resp. °C uitvoeren. - De adapter voor de temperatuursensor overéénkomstig polariteit inpluggen in de COM-contactbus
- De temperatuurssensor (type K) inpluggen in de adapter. - Leg het contactpunt (uiteinde van de sensorkabel) aan de te meten plaats en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 7-1 Zie fig. 11: temperatuurmeting
De spanningsindicatorfunctie kan niet gebruikt worden voor het vaststellen van de spanningsvrijheid. Ook zonder akoes- tische of optische signaalmelding kan een gevaarlijke aanra- kingsspanning bestaan. Elektrisch gevaar! De spanningsindicatorfunctie is vanuit alle posities van de draaiknop mogelijk (behalve bij de schakelaarinstelling “OFF”). Bij de spanningindicator zijn geen meetsnoeren nodig (contactloze registratie van een wisselveld). In het bovenste bereik van BENNING MM 7-1 bevindt zich de opnamesensor. Bij het indruk- ken van de “VoltSensor”-toets
gaat de meetwaardemelding uit. Wordt een fasen-spanning gelokaliseerd, dan klinkt er een akoestisch signaal en de sig- naalsterkte van het wisselveld wordt in de digitale aanduiding via max. 4 balken gemeld. Alleen in het geaarde wisselstroomnet verschijnt een melding! Met een één-polig meetsnoer kan ook de fase vastgesteld worden. Praktijktip: onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels, lichtslang, etc. zijn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen. Functiebereik: ≥ 230 V Zie fig. 12: spanningsindicator met zoemer
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz, en
van de BENNING MM 7-1. - De toets “VoltSensor”
in werking stellen en het veiligheidsmeetsnoer inpluggen met het meetpunt. - Als een akoestisch signaal klinkt en in de digitale aanduiding de balken- aanduiding uitslaat, dan bestaat er bij dit meetpunt (installatieonderdeel) de fase van een geaarde wisselspanning.02/ 2020
De BENNING MM 7-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING MM 7-1 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor- zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. - Maak de BENNING MM 7-1 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 7-1. - Zet de draaischakelaar
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING MM 7-1 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing - Meetfouten - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden - Transportschade In dergelijke gevallen dient de BENNING MM 7-1 direct te worden uitgescha- keld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM 7-1 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het bat- terijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij
Voor het openen van de BENNING MM 7-1 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING MM 7-1 wordt gevoed door een blokbatterij van 9 V. Als het bat- terijsymbool
in het display verschijnt, moet de batterij worden vervangen. De batterijen worden als volgt gewisseld - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 7-1 - Zet de draaischakelaar
af van de BENING MM 7-1 - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop, uit het deksel van het batterijvak - Neem het deksel uit de achterwand - Neem de batterij uit het batterijvak en maak de aansluitdraden van de bat- terij voorzichtig los. - Verbind de aansluitdraden weer op de juiste manier met de nieuwe batterij en leg deze op de juiste plaats in het apparaat. Let er daarbij op dat de aansluitdraden niet tussen de behuizing geklemd worden. - Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in. - Plaats de rubber beschermhoes
weer op de BENNING MM 7-1 Zie fig.13: vervanging van de batterij
Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
9.4 Het wisselen van de zekeringen
Voor het openen van de BENNING MM 7-1 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING MM 7-1 wordt door twee ingebouwde snelle smeltzekeringen (één zekering 440 mA, één zekering 11 A) beschermd tegen overbelasting (zie fig. 14) De zekeringen worden als volgt gewisseld: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 7-1 - Zet de draaischakelaar
af van de BENNING MM 7-1 - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop, uit het deksel van het batterijvlak - Neem het deksel uit de achterwand
Geen schroeven losdraaien van de printplaat van de BENNING MM 7-1! - Verwijder beide overige schroeven uit de achterwand (zwart) alsook de twee schroeven naast de printplaat in het apparaat - Til de achterwand van het apparaat aan de onderkant omhoog en neem het vervolgens aan de bovenkant af van het voorste deel van de behuizing - Til de defecte zekering aan één kant uit de zekeringhouder - Neem de defecte zekering uit de zekeringhouder - Plaats een nieuwe zekering met dezelfde nominale spanning, smeltsnel- heid en met dezelfde afmetingen - Positioneer de zekering in het midden van de houder - Let op dat de interne bedrading niet beklemd raakt in de behuizing - Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de vier schroeven er weer in - Klik het batterijdeksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in - Plaats de rubber beschermingshoes
weer op de BENNING MM 7-1 Zie fig. 14: wisselen van zekeringen
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt
10. Gebruik van de rubber beschermingshoes
- U kunt de veiligheidsmeetsnoeren opbergen als u deze om de rubber beschermingshoes
wikkelt en de meetpennen van de meetsnoeren beschermd in de hoes vastklikt (zie fig.15) - U kunt een veiligheidsmeetsnoer ook zodanig in de beschermingshoes
klikken, dat de contactpunt vrij komt te staan en deze, samen met de BENNING MM 7-1, naar een meetpunt kan worden gebracht. - Een steun aan de achterzijde van de beschermingshoes
maakt het mogelijk de BENNING MM 7-1 schuin neer te zetten of op te hangen (zie fig. 16) - De beschermingshoes
heeft een oog waaraan het apparaat eventueel kan worden opgehangen Zie fig.15: wikkelen van de veiligheidsmeetsnoeren Zie fig 16: opstelling van de BENNING MM 7-1
), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte iso- latie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken! - Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.02/ 2020
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.02/ 2020
SimpelGids