PerfectPower DCC 121240 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectPower DCC 121240 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PerfectPower DCC 121240 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectPower DCC 121240 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectPower DCC 121240 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectPower DCC 121240 DOMETIC
Laad- en spanningsomvormer
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing. 145
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de gebruekte symbolen 146
2 Algemene veiligheidsinstructies 146
3 Omvang van de levering 151
4 Toebehoren. 151
5 Doelgroep van deze handleiding 151
6 Gebruik volgens de voorschriften 151
7 Technische beschrijving 152
8 Laadamvormer monteren. 155
9 Laadomvormer aansluiten. 157
10 Laadomvormer gebruiken 159
11 Laadomvormer onderhouden en reinigen 161
12 Verhelfen van storingen. 162
13 Garantie. 162
14 Afvoer 162
15 Technische gegevens. 163
1 Verklaring van de gebruike symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: Het Niet naleven leidt tot overlijden of ernstig letsel.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het Niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het Niet naleven kan leiden tot letsel.

LETOP!
Het Niet naleven ervan kan leiden tot materielle schade en de werkinq van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatatie voor het bedieren van het product.
2 Algemene veiligheidsinstructies
De fabrikant kan in de volgende geallen nicht aansprakelijk worden gesteld voor schade:
- montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreiben toepassingen
Neem uit veiligheidsoverwegingen bij gebruik van elektrische toestellen de vol-gende algemene veiligheidsinformatie in acht:
- elektrische schokken
• b r a n d g e v a a r
·verwonden gen
- Gebruik in het geval van brand een brandblusser die geschikt is voor elektrische toestellen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het product alleen volgens de voorschriften.
- Let erop dat de rode en zwarte klem elkaar nooit raken.
- Scheid het product van de accu
- voor reiniging en onderhoud.altijd
- voor het verrangen van een zekering (alleen door specialisten)
- voor het demonteren van het product:
- Maak alle verbindingen los.
- Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrijn zichn.
- Als het product of de aansluitkabel zichtaar beschadigd zijn, mag u het product Niet in gebruik nemen.
- Als de aansluitkabel van dit product worden beschadigd, moet deze, om gezaren te vermijden, door de fabrikant, diens klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon verrangen worden.
- Reparations aan dit product mogen uitsluitend door vakmonteurs worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparations können große gevaaren ontstaan.
- Dit product kan door kinderen vanaf 8aar en ouder evenals door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijkke vermogens of tekortschietende ervaring en kennis gebruikt worden, als ze worden begeleid of hun is uitgelegd hoe ze het koeltoestel veilig{kennen gebruiken. Ook dienen zeinzicht te hebben in de gevaren die het gebruik van het product met zich meebrengt.
- Elektrische toestellen zijn geen spelgoed. Bewaar en gebruik het product buiten het bereik van kinderen.
- Er moet op worden gelet dat kinderen nicht met het product spelen.

LET OP!
- Vergelijk voor de ingebruikneming de spanning op het typeplaatje met de aanwezigene energievoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
- Bewaar het product op een droge en koele plaats.
2.2 Veiligkeit bij de montage van het product

GEVAAR!
- Monteer het product Niet opplaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG!
- Zorg voor een stabiele stand!
Het product moet veilig worden opgesteld en bevestigd worden om omvallen of maar beneden vallen te voorkomen.

LET OPI!
- Stel het product Niet bloot aan een warmtebron (zonnestralen, verwarming enz.). Voorkom aanvullende verwarming van het product.
- Stel het product op een droge en gegen spatwater beschermdeplaats op.
2.3 Veiligkeit bij de elektrische aansluiting van het product

GEVAAR! Gevaar voor dodelijkke elektrische schokken!
- Bij installment op boten:
Door verkeerde montage van elektrische toestellen op boten kan corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat het product door een gekwalificeerde (voor boten) elektricien aansluten.
- Als u aan elektrische installations werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING!
- Zorg voor een voldoende grote leidingdiameter.
- Leg de leidingen zo aan, dat ze Niet door deuren of motorkappen beschadigd können raken.
Geplette kabels können tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

VOORZICTHIG!
- Installee der leidingen zodanig dat er nicht over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.

LETOP!
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid要去en worden.
- Leg geen AC-kabel en DC-kabel in hetzelfde kanaal (lege pijp).
- Leg de leidingen nicht los of scherp geknikt.
- Bevestig de kabels.
- Trek zich aan de kabels.
2.4 Veiligkeit bij gebruik van het product

WAARSCHUWING!
- Als het product worden gezruikt in omgevingen met loodzuuraccu's moet de ruimte goed worden geventileerd. Uit deze accu's komt explosief waterstofgas vrij, dat door een vonk bij elektrische leidingen kan worden ontstoken.

VOORZICHTIG!
-
Gebruik het toestel Niet
-
in een zouthoudende, vochtige of native omgeving
- in de buurt van agressieve dampen
-
in de buurt van brandbare materialen
-inexplosieveomgevingen -
Controller voor ingebruikname of de voedingskabel en aansluitingen droog�.
- Ontkoppel de voeding tijdens werkzaamheden aan het product altijd.
- De delen van het product hunnen ook nog onder spanning staan na activering van de veiligheidsgeleiding (zekering).
- Ontkoppel geen kabels, als het product nog in gebruik is.

LETOP!
- Voorkom dat de luchtinlaten van het product bedekt�.
- Zorg voor goede ventilatie.
2.5 Veiligkeit bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING!
- Accu's kennen agressieve en corrosieve zuren bevatten. Vermijd elk lichamelijk contact met de accuvloeistof. Bij huidcontact met accuvloeistoffen, de desbetreffende huiddelen met water wassen. Consulteer bij verwondingen door zuren in ieder geval een arts.

VOORZICTIG!
- Draag bij het werken met accu's geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen. Loodzuuraccu's kunnen kortsluitstromen veroorzaken, die tot ernstige verbrandingen hunnen leiden.
Explosiegevaar!
Probeer geen bevroren of defe cate accu's te laden.
Plaats de accu i dot geval in een vorstvrije ruimte en wacht tot de accu op omgevingstemperatuur is. Start dan pas de laadprocedure.
- Draag een veiligheidsbril en veiligheidskleding als u aan accu's werkt. Raak uw ogen Niet aan, als u met accu's werkt.
- Rook Niet en zorg ervoor dat er geen vonden in de buurt van de motor of de accu ontstaan.

LETOP!
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Gebruik voldoende große kabeldiameters.
- Beveilig de plusleiding met een zekering.
- Voorkom dat metalen onderdelen op de accu vallen. Dit kan leiden tot vonken of kortsluiting van de accu en andere elektrische delen.
- Let bij het aansluiten op de juiste polariteit.
- Neem de handleidingen in acht van de accufabrikant en van de fabrikant van de installmentie of het voertuig waarin de accu worden gebruikt.
- Als u de accu moet verwijderen, eerst de massaverbinding ontkoppelen. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze verwijdert.
3 Omvang van de levering
Beschrijving
1 Acculader
- Montage- en bedieningshandleiding
4 T O e b e h o r
Als toebehoren verkrijgbaar (niet inbegrepen in de omvang van de levering):
Beschrijving Artikelnr.
Temperatuursensor TS-1 9600000099
5 Doelgroep van deze handleiding
Het hoofdstuk „Laadomvormer aansluiten" op pagina 157 hoofdstuk is uitsluitend gericht op vakkundige Personen die met de desbetreffende VDE-richtlijnen vertrouwd zijn.
Alle overige hoofdstukken zijn ook op de gebruikers van het toestel gericht.
6 Gebruik volgens de voorschriften
De PerfectCharge DCC acculaders können tijdens rijden accu's laden die worden gebruikt voor boordelektronica of voor boten, of ze verzorgen met een onderhoudsspanning voor vermogensopwekking. Bovendien konnen de toestellen worden gebruikt als stabiele stroomvoorziening.
De DCC acculaders worden gebruikt voor het ononderbroken opladen van boordaccu's (opbouwaccu's):
- 12 V=laadomvormer: DCC1212-10, DCC1212-20, DCC1212-40
- 12V = laadamvormer: DCC2412-20, DCC2412-40
- 24V---laadamvormer: DCC2424-40
- 24V = laadomvormer: DCC1224-10, DCC1224-20
De DCC acculaders worden gebruikt voor de volgende accutypes:
- Loodstroomaccu's
• Lood - g e l - a c c u ' s
Vliesaccu's (AGM)
Dometic eStore lithiumaccu's

LET OPI!
Controleer de laadvereisten van de accufabrikant alvorens uw accu op te laden.
Gebruik het toestel in geen geval voor het laden van andere accu's (ex. NiCd, NiMH, etc.).

- Laad geen accu's met een celconclusie. Hierbij bestaat er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
- Laad geen loodzuuraccu's in ongeventileerde ruimtes. Hierbij bestaat er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
- Laad geen NiCd-accu's of Niet-laadbare accu's met dit toestel. Het omhulsel van deze accutypes kan met een explosie openklappen.
7 Technische beschrijving
Doorল lage gewicht en compacte ontwerp kan de laadomvormer eenvoudig worden gemonteerd in kampeerauto's, commerciele voertuigen en zeiljachten. Tijdens rijden laadt de acculader accu's die aan board van voertuigen of boten voor de stroomopwekking worden gebruikt, of voorziet deze van een druppelspanning, zodate neiet ontladen.
De 12V = = of 24V = = spanning van een voertuig of bootaccu wordt omgevormd in een 12V = = of 24V = = DC spanning.
De isolatie van de in- en uitgangsspanningen betekent dat de uitgangsspanning stabiel kan worden gezchoolen zonder invloed van de ingangskring.
De laadomvormer worden geschakeld via een 12/24 V-signaal:
D+-signaal
- dynamosignal (aansluiting 15)
- een geschakeld ingangssignaal

LET OPI!
Als aansluiting 15 wordt gebruikt, kan de startaccu ontladen hoewel de motor uit is, en het contact op „AAN" staat.
De acculader heeft meertere beschermingsmechanismes:
- Overspanningsbeveiliging: De acculader schakelt UIT, als de spanningswaarde boven de uitschakelwaarde stijgt. Hij start weeR, als de spanning tot de herstartwaarde daalt.
- Onderspanningsbeveiliging: De acculader schakelt uit, als de spanningswaarde onder de uitschakelwaarde daalt. Hij start wee, als de spanning tot de herstartwaarde stijgt.
- Oververhittingsbeveiliging: De acculader schakeltuit, als de temperatuur on het toestel een schakelwaarde overschrijdt. Hij start weeR, als de spanning tot de herstartwaarde stijgt.
- Bescherming gegen kortsluiting: Bij een kortsluiting signaleert de led van de acculader een defect. De toestelzekering要去 door een specialist worden verrangen, nadat deze door overstroom werk geactiveerd.

INSTRUCTIE
De afzonderlijke waarden vindt u in hoofdstuk „Veiligheidsinrichtingen" op pagina 166.
De acculader kan aan verschillende accutypes via DIP-switches worden aangepast.
Als een TS-1 temperatuursensor is aangesloten, past de laadomvormer de laad-spanning overeenkomstig de gemeten temperatuur aan, zie hoofdstuk „Technische gegevens" op pagina 163.
7.1 Aansluitingen en bedieningselementen
| Item in afb. 1, Beschrijving pagina 3 |
| 1 Ingangsaansluitingen (+) van startaccu |
| 2 Ingangsaansluitingen (-) van startaccu |
| 3 Stuurkabel (I1) voor tuning van het voertuig met boardspanning (D+ of aan- sluiting 15 (contact)) |
| 4 Weergave leddisplay |
| 5 Stroomregeling (I2) ter begrenzing van de laadstroom tot 5 A |
| 6 RJ11 aansluiting: Aansluiting van een temperatuursensor (accessaire) |
| 7 DIP-switch,zie hoofdstuk „Laadomvormer afstellen" op pagina 159 |
| 8 Uitgangsaansluitingen (+) van de opbouwaccu |
| 9 Uitgangsaansluitingen (-) van de opbouwaccu |
7.2 Acculaadfunctie
Naar de laadeigenschappen worden verwezen als IU0U-eigenschappen.

1: I-fase (bulk)
Bij het begin van het laden worden de lege accu met constante stroom (100% laadstroom) geladen tot de accuspanning de eindspanning (zie) bereikt. Als de accu dit spanningsniveau bereikt, neemt de laadstroom af.
2: U0-fase (absorptie)
Nu begint de absorptielaadfase (U0-fase), waar bij de duur afhankelijk is van de accu. Daar bij blijft de spanning constant (U0).
Deze fase is begrensd tot maximaal 3aar om overladen van de accu tijdens rijden te voorkomen.
3: U-fase (Float)
Na de U0-fase schakelt de acculader over op druppelling (U-fase).
8 Laadomvormer monteren
8.1 Benodigd gereedschap
Voor de elektrische aansluiting heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
• k r i m p t a n q
- 4-polige aansluitkabels: + en – Voor de starteraccu, + en – Voor de opbouwaccu. 1 flexibele signaalkabel voor verbinding met D+ of het contact. De vereiste diameter staat in de tabel hoofdstuk „Laadomvormer aansluiten" op pagina 158.
Kabelschoenen en adereindhulzen
Voor de bevestiging van de acculader heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- machineschroeven (M4) met onderlegschijven en zelfborgende moeren of
- plaat- resp. houtschroeven.
8.2 Montage-instructies
Neem bij de keuze van de montageplaats de volgende aanwijzingen in acht:
- De acculader kan horizontal en vertical worden gemonteerd.
- De acculader要去en gegen vocht beschemdeplaats worden ingebouwd.
- De acculader mag nicht in omgevingen met ontvlambare materialen worden ingebouwd.
- De acculader mag nicht in stoffige omgevingen worden ingebouwd.
- De montageplaat smoet goed geventileerd zich. Bij installaties in gesloten,kleine ruimtes moet er ventilatie mogelijk zich. De vrije minimumafstand rond de acculader moet minimaal 5 cm bedragen (afb. 2, pagina 4).
- De luchtin- en uitlaten van de acculader要去en vrij়n.
- Bij omgevingstemperaturen hoger dan 40^ (bijvoorbeeld in ruimtes met een boiler of direct zonlicht) kan de acculader worden uitgeschakeld hoewel het vermogen van de aangesloten lasten onder de nominale belasting is (niet-nominal).
- Het montagevlak要去vlak zich en voldoende stevigheid bieden.
8.3 Laodomvormer

LET OPI!
Controleer voor het boren of geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vrijlen beschadigd können raken.
Neem de afstandsspecificaties in acht (afb. 2, pagina 4).
Monteer de laadomvormer zoals afgebeeld (afb. 3, pagina 4).
9 L a a d o m v o

WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de polariteit Niet wordt verwisseld. Verwissenen van de polariteit van de accuaansluitingen kan leiden tot letsel of beschadiging van het toestel.

VOORZICTIG!
- Vermijd contact met de accuvloeistof.
- Accu's met interne kortsluiting mogen nicht worden geladen, aangezien door oververhitting van de accu explosieve gassen können ontstaan.

LET OP!
Draai de schroeven of moeren vast met een maximaal moment van 12 - 13^ . Losse verbindingen können tot oververhittingen leiden.
Neem de volgende instructies in acht bij het aansluiten van de accu:
- Controller voor het aansluiten van de klemmen of de occupolen schoon zijn.
- Let op een stevige bevestiging van de connectors.
- Selecteer een voldoende große diameter voor de verbindingskabel.
- Installee de kabels volgens VDE 100 (Duitsland).
- Sluit de minkabel direct op de minpool van de accu aan, niet aan het chassis van een voertuig of een schip.
-
Gebruik de volgende kabelkleuren:
-
Rood: positieve verbinding
-Zwart: negative verbinding
Kabeldiameter vaststellen

INSTRUCTIE
Houd de afstand tot de opbouwaccu zo Klein als möglichk.
De minimum kabeldiameter hangt af van de kabellenge:
| Kabellenge Minimum kabeldiameter/zekering | |||||
| 2,5 mm²/30 A | 4 mm²/40 A | 6 mm²/60 A | 10 mm²/80 A | ||
| DCCxxxx-10 | aar de startaccu | ≤7 m | ≤11 m | ≤16 m | - |
| aar accustructuur | ≤2 m | ≤3,5 m | ≤5 m | - | |
| DCCxxxx-20 | aar de startaccu | - | ≤5,5 m | ≤8 m | ≤14 m |
| aar accustructuur | - | ≤1,5 m | ≤2,5 m | ≤4 m | |
| DCCxxxx-40 | aar de startaccu | - | - | - | ≤7 m |
| aar accustructuur | - | - | - | ≤2 m | |
9.1 Laodomvormeraansluten

LET OPI!
De laadomvormer mag Niet direct op de dynamo worden aangesloten.
Monteer de laadomvormer zoals afgebeeld:
- Correct aansluitdiagram: afb. 4, pagina 5
- Accu's aansluiten: afb. 5, pagina 6
Stuurleiding aansluiten (11): afb. 6, pagina 6
9.2 Accessoires aansluten

INSTRUCTIE - Vermogensregeling
Om de uitgangsstroom van de laadomvormer tot 5 A te begrenzen,要去en positiefstuursignaal voorhanden zijn aan contact „12" (afb. 1 5, pagina 3).
Sluit accessoires op de volgende contacten aan:
- Vermogensregeling (I2): afb. 1 5, pagina 3
- Temperatuursensor: afb. 1 6, pagina 3
10 Laadomvormer gebruiken
10.1 Laodomvormer in-/uitschakelen
De laadomvormer schakelt automatisch in zodra deze een positief stuursignaal ont-vangt. De statusled brandt blauw.
De laadomvormer schakelt automatische regelinguit,als hetstuersignaal Nietmeer voorhanden is.

INSTRUCTIE
Als het stuursignaal van de laadomvormer via het contact worden ingeschakeld, kan de startaccu ontladen, als de motor Niet opijd worden gestart.
10.2 Laodomvormer afstellen

INSTRUCTIE
De waarden voor het laden van de eindspanning en de onderhoudslaadspanning van uw accu staan in de specificaties van de accufabrikant.
U kunth het toestel met behulp van de DIP-switch (afb. 1 7, pagina 3) aanpassen.
Schakelspanning/constante spanning instellen
U=knt de DIP-switches S1 en S2 gebruiken om de waarde van de laad-eindspanning in te stellen.
| S1 S2 | Schakelspanning/constante spanning 12 V 24 V | ||
| AAN | AAN | 14,4 | V |
| UIT AAN 14,1 V | 28,2 V | ||
| AAN UIT | 14,7 V | 29,4 V | |
| UIT | UIT | ||
U=knt de DIP-switches S3 en S4 gebruiken om de waarde van de druppelspanning in de U-fase (druppel) in te stellen.
| S3 S4 | Druppelspanning | ||
| 12 V 24 V | |||
| AAN | AAN | 13,8 | V |
| UIT AAN 13,5 V 27,0 V | |||
| AAN UIT | 13,2 | V | |
| UIT UIT | |||
Laadmodus instellen

Gebruik uitsluitend de laadmodus die bij uw accutype past. Raadpleeg een gespecialiseerde werkplaats indien nodig.
Met de DIP-switches S5 en S6=kunt u de laadmodus instellen.
| S5 S6 Laadmodus | |
| AAN AAN IU0U- laden | Zie hoofdstuk „Acculaadfunctie" op pagina 154. |
| UIT AAN Constante spanning 1 | De acculader werkt als een spanningsbron met constante spanning, waar bij de waarde van de spanning overeenkomt met de ingestelde laad-eindspanning. |
| AAN UIT Constante spanning 2 | |
| UIT UIT | De acculader werkt als een spanningsbron met constante spanning, waar bij de waarde van de spanning overeenkomt met de ingestelde druppel-spanning. |
eStore modus (alleen DCC1212-40 en DCC2412-40 met optionele eStore accu) instellen
Met de DIP-switch S7=kunt u de eStore-laadmodus instellen.
S7 eStore laadeigenschappen
AAN UI
UIT AAN
Voor de eStore laadeigenschappen要去en temperatuursensor worden aangesloten.

INSTRUCTIE
Bij gebruik zonder temperatuursensor is de eStore laadmodus constant bij 13,8 V met maximaal 35 A.
De eStore laadmodus heeft de volgende laadeigenschappen:
Uitgangsspanning
(Iaad-eindspanning): 13,8 V=
Uitgangsspanning
(laadstroom):
< - 10^0A
< - 10^ tot 0^5A
>0^35A
11 Laadomvormer onderhouden en reinigen

LET OP! Gevaar voor schade aan het toestel!
Reinig het toestel nooit onder stromend water of in afwaswater.
Gebruik voor het reinigen geen bijtende reinigingsmiddelen of harde voorwerpen, aangezien het toestel hierdoor beschadigd zou+kennen raken.
Reinig het toestel geregeld met een vochtige doek.
12 Verhelpen van storingen

WAARSCHUWING!
Open het toestel Niet. Hierdoor bestaat gevaar voor een elektrische schok.

INSTRUCTIE
Bij specifieke vragen over de acculaadgegevens, de fabrikant raadplegen (adressen op dechterzijde van de instructiehandleiding).
Raadpleeg de klantenservice, als u geen fout kurz vinden.
13 Garantie
De wettelijk garantiperiode is van toepassing. Als het product defect is, verwit u zich tot het filial van de fabrikant in uw land (adressen diechterkant van de handleiding) of tot uw specialzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de facteur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
14 Afvoer
Laat het verpakkingsmaterialial indien möglichk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw specialzaakaar de betreffende afvoervoorschriften.
| DCC1224-10 DCC12 | 24-20 | |
| Artikelnr.: 9600003748 9600003749 | ||
| Transformatie: | 12 V → 24 V | |
| Nominate invoerspanning: 12 V= | ||
| Ingangsspanningbereik: 8 V - 16 V | ||
| Laadstroom: 10 A 20 A | ||
| Laadspanning: 26,4 V - 29,4 V | ||
| Vermogen: 250 W 500 W | ||
| Restgolf van uitgangsspanning bij nominale stroomwaarde: | < 50 mV rms | |
| Rendement: | tot 90 % | |
| Stationair stroomverbruik: | < 0,4 A | |
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingsvochtigheid: | ≤ 95 % Niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h): | 153 x 73 x 220 mm | 153 x 73 x 260 mm |
| Gewicht: | 1,55 kg | 1,85 kg |
| Keurmerk/certificaat: | CE E9 | |
| DCC2412-20 DCC2 | 412-40 | |
| Artikelnr.: 9600003750 960000 | 3751 | |
| Transformatie: | 24 V→12 V | |
| Nominale invoerspanning: 24 V= | ||
| Ingangsspanningbereik: 16 V-3 | 2 V | |
| Laadstroom: 20 A 40 A | ||
| Laadspanning: 13,2 V-14,7 V | ||
| Vermogen: 250 W 500 W | ||
| Restgolf van uitgangsspanning bij nominale stroomwaarde: | <100 mVeff | |
| Rendement tot: 90 % | ||
| Stationair stroomverbruik: <0,4 A | ||
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingsvochtigheid: | ≤95 % Niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h): | 153 x 73 x 220 mm | 153 x 73 x 260 mm |
| Gewicht: | 1,55 kg | 1,85 kg |
| Keurmerk/certificaat: | CE E9 | |
| DCC2424-10 DCC1 | 212-10 | |
| Artikelnr.: 9600003752 9600003753 | ||
| Transformatie: | 24 V → 24 V | 12 V → 12 V |
| Nominate invoerspanning: | 24 V--- | 12 V--- |
| Ingangsspanningbereik: | 16 V - 32 V | 8 V - 16 V |
| Laadstroom: 10 A | ||
| Laadspanning: | 26,4 V - 29,4 V | 13,2 V - 14,7 V |
| Vermogen: | 250 W | 120 W |
| Restgolf van uitgangsspanning bij nominale stroomwaarde: | < 100mVeff | < 50 mVeff |
| Rendement tot: | 90 % | |
| Stationair stroomverbruik: | < 0,4 A | |
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingsvochtigheid: | ≤ 95 % Niet-condenserend | |
| Afmetingen (b × d × h): | 153 × 73 × 220 mm | 153 × 73 × 180 mm |
| Gewicht: | 1,55 kg | 1,25 kg |
| Keurmerk/certificaat: | CE E9 | |
| DCC1212-20 DCC12 | 12-40 | |
| Artikeln.: 9600003754 960000 | 3755 | |
| Transformatie: | 12 V→12 V | |
| Nominale invoerspanning: 12 V= | ||
| Ingangsspanningbereik: 8 V-16 V | ||
| Laadstroom: 20 A 40 A | ||
| Laadspanning: 13,2 V-14,7 V | ||
| Vermogen: 250 W 500 W | ||
| Restgolf van uitgangsspanning bij nominale stroomwaarde: | <50 mVeff | |
| Rendement tot: | 90% | |
| Stationair stroomverbruik: <0,4 A | ||
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingsvochtigheid: | ≤95 % Niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h): | 153 x 73 x 220 mm | 153 x 73 x 260 mm |
| Gewicht: | 1,55 kg | 1,85 kg |
| Keurmerk/certificaat: | CE E9 | |
Veiligheidsinrichtingen
| 12 V | 24 V | |
| Ingang: | Hoge spanning, lage spanning, beveiligungsagen verwisselen van polariteit (interne zeke-ring) | |
| Laagspanning-uitschakeling: | 8 V | 16 V |
| Laagspanning-herstart: | 10 V | 20 V |
| Overspanningsbeveiliging: | 16 V | 32 V |
| Hoogspanning-herstart: | 15,5 V | 31 V |
| Temperatuur: | Uitschakeling | |
| Kortsluitingsbeveiliging: | ja, Ipk | |
Temperaturcompensatie

INSTRUCTIE
De temperatuurcompensatie is alleen effectief, als een TS-1 temperatuursensor is aangesloten en de IUOU laadmodus is geselecteerd.
