Kärcher B 110 R Bp Pack - Niet gecategoriseerd

B 110 R Bp Pack - Niet gecategoriseerd Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis B 110 R Bp Pack Kärcher in PDF-formaat.

📄 452 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kärcher B 110 R Bp Pack - page 63
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : B 110 R Bp Pack

Categorie : Niet gecategoriseerd

Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 110 R Bp Pack - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 110 R Bp Pack van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING B 110 R Bp Pack Kärcher

I firmatari agiscono per incarico e con dele- ga della direzione. Responsabile della documentazione: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 01/09/2021 Inhoud Algemene instructies Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele gebruiksaanwijzing en de meege- leverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen. Bewaar beide documenten voor later ge- bruik of volgende eigenaars. Functie Deze schuurzuigmachine wordt voor de natte reiniging of het polijsten van effen vloeren gebruikt. Het apparaat kan door instellen van de wa- terhoeveelheid en de reinigingsmiddelhoe- veelheid aan de desbetreffende reinigingstaak worden aangepast. De reini- gingsmiddeldosering wordt aangepast via de toevoeging in de tank of via een dosee- rinrichting (optie "Dosis"). De borstelbevochtiging wordt snelheidsaf- hankelijk of constant uitgevoerd. De werkbreedte en de capaciteit van de vers- en vuilwatertanks (zie hoofdstuk "Technische gegevens") zorgen voor een effectieve reini- ging bij een lange gebruiksduur. Het apparaat bezit een rijaandrijving. Instructie Overeenkomstig de desbetreffende reini- gingstaak kan het apparaat met verschil- lend toebehoren worden uitgerust. Vraag naar onze catalogus of bezoek ons op in- ternet op www.kaercher.com. Reglementair gebruik Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in ho- tels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, win- kels, kantoren en verhuurbedrijven. Gebruik dit apparaat uitsluitend overeen- komstig de gegevens in deze gebruiksaan- wijzing. ● Het apparaat mag alleen voor de reini- ging van vochtongevoelige en polijston- gevoelige, gladde vloeren worden gebruikt. ● Dit apparaat is bedoeld voor het reinigen van binnenruimtes. ● Het bedrijfstemperatuurbereik ligt tus- sen +5 °C en +40 °C. ● Het apparaat is niet geschikt voor de rei- niging van bevroren vloeren (bijvoor- beeld in koelhuizen). ● Het apparaat is geschikt voor een maximale waterhoogte van 1 cm. Rijd geen gebied in, als het risico bestaat dat het maximale wa- terpeil wordt overschreden. ● Bij het gebruik van oplaadapparaten of accu’s mogen alleen de in de gebruiks- aanwijzing toegestane componenten worden gebruikt. Een afwijkende combi- natie moet door de verantwoordelijke le- verancier van het oplaadapparaat en/of de accu zijn goedgekeurd. ● Het apparaat is niet bedoeld voor het rei- nigen van openbare verkeerswegen. ● Het apparaat mag niet worden gebruikt op drukgevoelige vloeren. Houd rekening met de toegestane oppervlaktebelasting van de vloer. De door het apparaat veroorzaakte oppervlaktebelasting is gespecificeerd in de technische gegevens. ● Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen. ● Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een maximale stijging (zie hoofdstuk “Technische gegevens”). Valore di vibrazione mano-braccio m/s2 <2,5 <2,5 <2,5 <2,5 Valore di vibrazione sul sedile m/s2 <2,5 <2,5 <2,5 <2,5 Incertezza K dB(A) 0,2 0,2 0,2 0,2 Livello di pressione acustica L

  • - - 30,6 (30) 30,6 (30) B 110 R 65 B 110 D 65 B 110 R 75 B 110 D 75 Algemene instructies p. 63
  • Functie p. 63
  • Reglementair gebruik p. 63
  • Milieubescherming p. 64
  • Toebehoren en reserveonderdelen p. 64
  • Leveringsomvang p. 64
  • Veiligheidsinstructies p. 64
  • Beschrijving apparaat p. 65
  • Montage p. 66
  • Inbedrijfstelling p. 67
  • Werking p. 68
  • Werking beëindigen p. 70
  • Grijze Intelligent Key p. 70
  • vervoer p. 71
  • Opslag p. 71
  • Verzorging en onderhoud p. 71
  • Hulp bij storingen p. 73
  • Garantie p. 75
  • Toebehoren p. 75
  • Technische gegevens p. 76
  • EU-conformiteitsverklaring Nederlands Milieubescherming Het verpakkingsmateriaal is recycle- baar. Gooi verpakkingen met het ge- scheiden afval weg. Elektrische en elektronische appara- ten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak onderdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste om- gang of verkeerd weggooien een mogelijk gevaar voor de gezondheid en het milieu kunnen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zijn deze onderdelen ech- ter noodzakelijk. Apparaten met dit sym- bool mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Instructies voor inhoudsstoffen (REACH) Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en ori- ginele reserveonderdelen. Deze garande- ren een veilige en storingsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveon- derdelen vindt u onder www.kaercher.com. Leveringsomvang Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur. Veiligheidsinstructies Neem voor het eerste gebruik van het ap- paraat deze handleiding en de bijbehoren- de brochure veiligheidsinstructies voor borstelreinigingsapparaten en sproei-ex- tractieapparaten, nr. 5.956-251.0 in acht, en handel overeenkomstig. Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een begrensde stijging (zie “Technische gegevens”). 몇 WAARSCHUWING Het apparaat kan kantelen Gevaar voor letsel Gebruik het apparaat alleen op oppervlakken die de toegestane helling niet overschrijden (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). 몇 WAARSCHUWING Gevaren voor ongevallen door onjuiste bediening Er kunnen mensen gewond raken. Bedieners moeten adequaat in het gebruik van het apparaat worden getraind. Het apparaat mag alleen worden gebruikt, als de kap en alle deksel gesloten zijn. Veiligheidsinrichtingen 몇 VOORZICHTIG Ontbrekende of gewijzigde veiligheids- inrichtingen Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid. Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit. Veiligheidsschakelaars Voor onmiddellijke buitenbedrijfstelling van alle functies: Zet de veiligheidsschakelaar op „0“. ● Het apparaat remt hard, als de veilig- heidsschakelaar is uitgeschakeld. ● De veiligheidsschakelaar werkt recht- streeks op alle apparaatfuncties Stoelschakelaar Als de bestuurder tijdens het werk of tijdens het rijden de stoel verlaat, schakelt de stoelschakelaar de aandrijfmotor na een korte vertraging uit. Symbolen op het apparaat LET OP Beschadigingsgevaar Water leidt tot beschadiging van de zuigturbine. Vul of spuit geen water in deze ope- ning. 몇VOORZICHTIG Gevaar voor verbranding Onderdelen die met deze waar- schuwing zijn gemarkeerd, worden tijdens het gebruik heet. Raak onderdelen die met deze waarschuwing zijn gemarkeerd niet aan. Laat deze onderdelen afkoe- len voordat u werkzaamheden aan het apparaat uitvoert. GEVAAR Gevaar voor ongevallen Bij hoge snelheden is er op hellingen een verhoogd risico op kantelen. Rijd .op hellingen langzaam naar be- neden Draai niet op hellingen. Vermijd bij snel rijden schokkerig sturen met een grote stuuruitslag. p. 7764

Symbolen waarschuwingsinstructies Neem bij de omgang met accu’s volgende waarschuwingsinstructies in acht: Aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzing van de accu en op de accu alsook in deze ge- bruiksaanwijzing in acht nemen. Oogbescherming dragen. Kinderen uit de buurt van zuur en accu houden. Explosiegevaar Vuur, vonken, open licht en ro- ken verboden. Verbrandingsgevaar Eerste hulp. Waarschuwing Afvalverwijdering Accu niet in de vuilnisbak gooi- en.Nederlands 65 Beschrijving apparaat Overzicht apparaat66 Nederlands 1 * Vulsysteem 2 Afsluiting verswatertank met verswater- filter 3 Grofvuilzeef 4 Deksel vuilwatertank 5 Bedieningsveld 6 Instelwiel schraperlip (alleen D-reini- gingskop) 7 Pedaal borstelvervanging (alleen D-rei- nigingskop) 8 Stuurwiel 9 Schraperlip 10 Greep borstelvervanging (alleen R-rei- nigingskop) 11 Zijlicht 12 Grofvuilbak (alleen R-reinigingskop) 13 Jerrycans met reinigingsmiddel 14 Typeplaatje 15 Zuigslang reinigingsmiddel 16 Accu 17 * Interne oplader 18 Accuconnector (met externe oplader) Netsnoer oplader (met interne oplader) 19 Opbergruimte voor reinigingsset “Ho- mebase Box” 20 * Waarschuwingslamp 21 Stoel 22 Ontgrendeling vuilwatertank 23 Hendel stoelverstelling 24 Vulopening verswaterreservoir 25 Slanghouder 26 Dagrijverlichting 27 Rijpedaal 28 * Zijschrobdek 29 * Wateraansluiting voor vuilwatertank- spoelsysteem 30 Steun deksel vuilwatertank 31 Vlotter 32 Pluizenzeef 33 Opslag voor zuigbalk 34 Aftapslang vuilwater met doseerinrich- ting 35 Vuilwatertank 36 *Mophouder 37 Zuigslang 38 Klemhendel zuigbalk 39 Afsluiting vuilwatertank 40 Zuigbalk 41 Reinigingskop 42 Vulstandweergave verswater 43 Schoonwaterreservoir

  • optioneel Kleurmarkering ● Bedieningselementen voor het reini- gingsproces zijn geel. ● Bedieningselementen voor onderhoud en service zijn lichtgrijs. Bedieningsveld 1 * Schakelaar zijschrobdek 2 Claxon 3 Rijrichting-schakelaar 4 Programmaschakelaar 5 Intelligent Key 6 Display 7 Infoknop 8 Veiligheidsschakelaars Programmaschakelaar 1 OFF Apparaat is uitgeschakeld. 2 Transport Naar de gebruiksplaats rijden. 3 Schrob & zuig: Eco De vloer nat reinigen (met verminderde waterhoeveelheid en verlaagd borstel- toerental) en het vuile water opzuigen (met verminderd zuigvermogen). 4 Schrobben & zuigen De vloer nat reinigen en het vuile water opzuigen. 5 Schrob & zuig: Hrd De vloer nat reinigen (met verhoogde con- tactdruk) en het vuile water opzuigen. 6 Alleen schrobben Aanbrengen zonder opzuigen De vloer nat reinigen en reinigingsmid- del laten inwerken. 7 Alleen zuigen Het vuil opzuigen. 8 Polijsten De vloer zonder vloeistof aan te bren- gen met verhoogd borsteltoerental po- lijsten. Houder zuigbalk ● Bij het rijden door nauwe ruimtes kan de zuigbalk worden verwijderd en in een van de openingen op het deksel van de vuilwatertank worden gehangen.

De zuigbalk kan voor opslag in de uit- sparing op de vuilwatertank worden ge- hangen. Symbolen op het apparaat

  • optioneel Montage Lossen

1. Verwijder de verpakkingsfolie.

2. De spanband verwijderen.

den los. De los te schroeven onderdelen zijn in de afbeelding grijs gemarkeerd.

4. Plaats een oprit voor de pallet met de

losgeschroefde borden en kanthouten, en zet deze vast met spaanplaatschroe- ven. Aftapopening verswatertank Aftapopening vuilwatertank Vulstand verswaterreservoir (50%) Sjoroog *Mophouder Wateraansluiting vulsysteem Waterdruk vuilwatertank-spoelsy- steem BorstelwisselNederlands 67

5. Installeer de accu's, als het apparaat

zonder accu's is geleverd (zie hoofdstuk "Voor inbedrijfstelling/accu's").

6. Rijd het apparaat vooruit van de pallet

(zie hoofdstuk "Bediening/rijden"). Monteer borstels

1. De montage van de borstels wordt be-

schreven in het hoofdstuk "Onderhouds- werkzaamheden". Zuigbalk monteren

1. Beide klemhendels naar boven zwenken.

1 Zuigslang 2 Zuigbalkophanging 3 Zuigbalk 4 Klemhendel

2. De zuigbalk in de zuigbalkophanging

3. Beide klemhendels naar onderen zwenken.

Accu’s Aanbevolen accupacks

  • Minimaal volume van de acculaadruimte ** Minimale luchtstroom tussen accu- laadruimte en omgeving Accu's plaatsen en aansluiten 몇 VOORZICHTIG Uit- en inbouwen van de accu's Instabiele stand van de machine Zorg er bij het in- en uitbouwen van de ac- cu's voor dat de machine veilig staat. LET OP Verwisselen van de polariteit Onbruikbaar worden van de besturings- elektronica Let bij het aansluiten van de accu op juiste poling. LET OP Diepontlading Beschadigingsgevaar Laad de accu's voor de inbedrijfstelling van het apparaat.

1. Het vuilwater aftappen.

2. Het vuilwaterreservoir ontgrendelen en

naar achteren zwenken.

3. De accu's in het apparaat plaatsen.

170 Ah, 4.039-352.7 1 Afstandsstuk 310x85x70 mm 2 Afstandsstuk 240x55x30 mm 180 Ah, 4.039-354.7 1 Afstandsstuk 310x85x70 mm 285 Ah, 4.039-353.7 1 Afstandsstuk 345x60x47 mm

4. De afstandsstukken tussen de accu en

het apparaat plaatsen op de punten die in de afbeelding worden weergegeven.

6. De aansluitkabel aan de nog vrije batte-

rijpolen (+) en (-) klemmen. Instructie Bij accuset 170 Ah 4.039-352.7 de aansl- uitkabel met de geïsoleerde poolschroef aan de minpool bevestigen.

7. De accustekker aan apparaatzijde met de

accustekker aan accuzijde verbinden.

8. Het vuilwaterreservoir naar voren zwen-

ken en sluiten. Accu uitbouwen 몇 VOORZICHTIG Uit- en inbouwen van de accu's Instabiele stand van de machine Zorg er bij het in- en uitbouwen van de ac- cu's voor dat de machine veilig staat.

1. Zet de veiligheidsschakelaar op "0".

2. Het vuilwater aftappen.

5. De kabel van de minpool van de accu

8. De opgebruikte accu's conform de gel-

dende bepalingen afvoeren. Inbedrijfstelling Accu laden GEVAAR Onjuist gebruik van de oplader Elektrische schok Neem de netspanning en de zekering op het typeplaatje van het apparaat in acht. Gebruik het oplaadapparaat alleen in droge ruimtes met voldoende ventilatie. Bij het opladen van de accu ontstaan brandbare gassen Explosiegevaar Laad de accu alleen in een geschikte ruim- te. De kamer moet een minimaal volume hebben, afhankelijk van het accutype en een luchtverversing met een minimale luchtstroom (zie "Aanbevolen accu's"). LET OP Verzamelen van gevaarlijke gassen tij- dens het laden onder de tank Explosiegevaar Zwenk voor het laden van onderhoudsvrije accu's het vuilwaterreservoir omhoog. De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10- 15 uur. Het apparaat kan tijdens laden niet worden gebruikt. Instructie Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen volledige ontlading, d.w.z. dat als nog de toegestane minimale capaciteit wordt bereikt, de borstelmotor en de turbine worden uitgeschakeld.

1. Het apparaat direct naar de oplader ver-

plaatsen, hierbij stijgingen vermijden. Externe oplader LET OP Gebruik van een niet-passende oplader Beschadigingsgevaar Verbind de oplader niet met de accustekker aan apparaatzijde. Gebruik alleen een bij het ingebouwde ac- cutype passende oplader. Lees de gebruiksaanwijzing van de opla- derfabrikant door en let met name op de veiligheidsinstructies. Beschrij- ving Bestelnr. Volume

/h)** 170 Ah - onder- houdsvrij, AGM 4.039-

2,4 1,0 180 Ah - onder- houdsvrij, gel 4.039-

3,8 1,6 285Ah - onder- houdsvrij, AGM 4.039-

12,6 5,168 Nederlands

2. De accustekker aan apparaatzijde eraf

trekken. 1 Accustekker, apparaatzijde 2 Accustekker, accuzijde

3. De accustekker aan accuzijde met de

4. De netstekker van de oplader in het

5. Het laadproces volgens de aanwijzingen

in de gebruiksaanwijzing van de oplader uitvoeren.

6. De accustekker aan apparaatzijde met de

accustekker aan accuzijde verbinden.

7. Draai de vuilwaterertank naar voren en

het stopcontact steken. De ladingstoestand van de accu wordt op het display weergegeven.

3. Trek na het opladen de netstekker van

de oplader uit het stopcontact.

4. De vuilwatertank omhoog zwenken.

Onderhoudsvrije accu’s (nat) GEVAAR Bijvullen van water in ontladen toestand van de accu Risico op brandwonden door uittreden van zuur, onbruikbaar worden van kleding Gebruik bij de hantering van accuzuur een veiligheidsbril, beschermende kleding en beschermende handschoenen. Neem de voorschriften in acht. Spoel eventuele zuurspatten op de huid of de kleding onmiddellijk weg met veel water. LET OP Gebruik van water met additieven Defecte accu's, verlies van de aanspraak op garantie Gebruik voor het bijvullen van de accu's al- leen gedestilleerd of ontzilt water (EN 50272-T3). Gebruik geen additieven, zogenaamde ver- beteringsmiddelen, omdat dan de garantie komt te vervallen.

1. Een uur voor het einde van de laadpro-

cedure gedestilleerd water toevoegen. Hierbij de juiste zuurstand conform de kenmerking van de accu in acht nemen. Aan het einde van de laadprocedure moeten alle cellen gassen.

2. Gemorst water verwijderen. Ga hiervoor

te werk zoals beschreven in het gedeel- te “Accu's reinigen” van het hoofdstuk Verzorging en onderhoud. Werking GEVAAR Vallende voorwerpen Gevaar voor letsel Rijd niet met het apparaat in gebieden waar het bedieningspersoneel kan worden ge- raakt door vallende voorwerpen. LET OP Gevaarlijke situatie tijdens bedrijf Gevaar voor letsel Zet de veiligheidsschakelaar bij gevaar op "0". Verschuif het apparaat Om het apparaat te kunnen verplaatsen, moeten de remmen worden ontgrendeld. GEVAAR Gevaar voor ongevallen Als de rem ontgrendeld is, is de functie van de rem permanent buiten werking. Zorg ervoor dat u de munten ter ontgrende- ling verwijdert, nadat het verschuiven is be- ëindigd.

1. Draai de ontgrendelingshendel weg van

het wiel en houd hem daar vast. 1 Ontgrendelhendel

2. Steek een munt tussen de behuizing en

de hendel aan beide uiteinden van de hendel.

5. Verwijder beide munten onmiddellijk na

het verschuiven. Stel de stoel in Hoogte instellen

1. Ga naast het apparaat staan.

2. Breng de stoel achteraan omhoog.

3. Lijn de stoelhouder uit met de gewenste

hoogte van het apparaat.

4. Laat de stoel achter neer.

1. Bedien de stoelverstelhendel en verplaats

de stoel naar de gewenste positie.

2. Laat de stoelverstelhendel los en zet de

stoel vast. Het apparaat inschakelen

1. Op de bestuurdersplaats plaats nemen.

2. De intelligente sleutel erin steken.

3. De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.

4. De programmaschakelaar op de ge-

wenste functie draaien.

5. Als op het display een van de onder-

staande indicaties verschijnt, dan de voet van het gaspedaal nemen, de vei- ligheidsschakelaar op “0” zetten en de nodige onderhoudswerkzaamheden uit- voeren.

6. Op de infoknop drukken.

7. De teller voor het onderhoud terugzetten

(zie “Grijze intelligente sleutel/onder- houdsteller terugzetten”). Instructie Als de teller niet wordt teruggezet, ver- schijnt de onderhoudsindicator telkens bij het inschakelen van het apparaat opnieuw. Licht inschakelen Dagrijverlichting De dagrijverlichting is aan als het apparaat ingeschakeld is. Zijlicht Het stadslicht gaat branden, zodra de pro- grammaschakelaar op een reinigingspro- gramma is gezet. Parkeerrem controleren GEVAAR Defecte parkeerrem Gevaar voor ongevallen Controleer voor elke handeling de werking van de parkeerrem op het niveau.

1. Het apparaat inschakelen.

2. De rijrichtingsschakelaar op “vooruit” zetten.

4. Het gaspedaal licht intrappen.

De rem moet hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op effen terrein vlot wegrollen.

5. Het gaspedaal loslaten.

De rem moet hoorbaar aangrijpen. Is dit niet het geval, stel het apparaat dan buiten bedrijf en bel de klantenservice. Rijden GEVAAR Geen remwerking Gevaar voor ongevallen Voordat u het apparaat gebruikt absoluut de werking van de parkeerrem controleren. Gebruik het apparaat in geen geval als de parkeerrem niet werkt. Accu Capaciteit Oplaadappa- raat 4.039-352.7 170 Ah 6.654-436.0 4.039-354.7 180 Ah 6.654-434.0 4.039-353.7 285Ah 6.654-419.0 Display Handeling Onderhoud Zuigbalk De zuigbalk reinigen. Onderhoud Borstel De borstels op slijtage con- troleren en reinigen. Onderhoud Rubberstrip De zuiglipppen op slijtage en instelling controleren. Onderhoud Vuilwaterfilter De pluizenzeef reinigen. Onderhoud Schoonwater- filt. Het filter verswater reinigen.Nederlands 69 GEVAAR Zorgeloos rijden Kantelgevaar Rij in rijrichting. Rij dwars op de rijrichting alleen op stijgingen tot maximaal 10%. Keer niet op hellingen. Rijd langzaam in bochten en op natte grond. Gebruik het apparaat uitsluitend op verhar- de vloer. Instructie De rijrichting kan tijdens rijden worden ge- wijzigd. Dit betekent dat zeer doffe plekken kunnen worden gepolijst door meerdere keren heen en weer te bewegen.

1. De zitpositie innemen.

2. De intelligente sleutel erin steken.

3. De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.

5. De rijrichting met de rijrichtingsschake-

laar aan het bedieningspaneel instellen.

6. De rijsnelheid door het indrukken van

het gaspedaal bepalen.

7. Het gaspedaal loslaten.

Het apparaat stopt. Bij overbelasting wordt de rijmotor uitge- schakeld. Op het display verschijnt een sto- ringsmelding. Bij oververhitting van de besturing wordt het betreffende aggregaat uitgeschakeld.

8. Het apparaat minstens 15 minuten laten

ten, kort wachten en op het gewenste programma zetten. Verswater bijvullen Vul vers water bij met het vulsysteem

1. Sluit de waterslang aan op de aanslui-

ting van het vulsysteem (maximale wa- tertemperatuur 50 °C).

2. De watertoevoer openen.

3. Bewaak het apparaat. Het automatische

vulsysteem onderbreekt de watertoe- voer, als de verswatertank vol is.

4. De watertoevoer sluiten.

5. Verwijder de waterslang.

1. De afsluiting van de verswatertank openen.

2. Het verswater (maximaal 50 °C) tot de

onderrand van de vulopening vullen. Opmerking: De slang van het verswa- terreservoir kan tijdens het vullen met de slanghouder worden vastgeklemd.

3. De afsluiting van het verswaterreservoir

sluiten. Reinigingsmiddel vullen Aanwijzingen over reinigingsmiddelen 몇 WAARSCHUWING Ongeschikte reinigingsmiddelen Gezondheidsgevaar, beschadiging van het apparaat Gebruik alleen aanbevolen reinigingsmid- delen. Voor andere reinigingsmiddelen is de exploitant het verhoogde risico met be- trekking tot de bedrijfsveiligheid en het ge- vaar voor ongevallen. Gebruik alleen reinigingsmiddelen die vrij zijn van oplosmiddelen, zout- en fluorwa- terstofzuur. Neem de veiligheidsaanwijzingen op de reinigingsmiddelen in acht. Instructie Gebruik geen sterk schuimende reinigings- middelen. Aanbevolen reinigingsmiddelen Reinigingsmiddel met doseerinrichting vullen Alleen variant DOSE: Aan het vers water wordt op weg naar de reinigingskop door een doseerinrichting rei- nigingsmiddel toegevoegd.

1. Het vuilwaterreservoir ontgrendelen en

naar achteren zwenken.

2. De reinigingsmiddelbus met reinigings-

3. Het vuilwaterreservoir naar voren zwenken.

Instructie Met de doseerinrichting kan maximaal 3 % rei- nigingsmiddel worden gedoseerd. Als de do- sering hoger is, moet het reinigingsmiddel in het verswaterreservoir worden gedaan. Reinigingsmiddel in de tank doen

1. Het reinigingsmiddel in het verswaterre-

servoir vullen. Opmerking: De deksel voor de vulope- ning van het verswaterreservoir kan voor het meten van het reinigingsmiddel worden gebruikt. Hij is aan de binnenzij- den voorzien van een schaalindeling. Stel parameters in

1. Stel de programmaschakelaar in op het

gewenste reinigingsprogramma.

2. Draai de infoknop tot de gewenste para-

meter wordt weergegeven.

3. Druk op de infoknop.

De ingestelde waarde knippert.

4. Stel de gewenste waarde in door de in-

foknop te verdraaien.

5. Bevestig de gewijzigde instelling door op

de infoknop te drukken of wacht tot de ingestelde waarde na 10 seconden au- tomatisch wordt overgenomen. Gele Intelligent Key De gele Intelligent Key autoriseert functies die nodig zijn voor de reinigingstaak. In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's voor- ingesteld. Afhankelijk van de autorisatie van de gele Intelligent Key, kunnen indivi- duele parameters worden gewijzigd. De displayteksten voor parameterinstelling spreken grotendeels voor zich. Parameter "FACT" (alleen beschikbaar met R-reinigingskop): ● “Fine Clean”: Laag borsteltoerental voor het verwijderen van grijze sluiers op steenwerk. ● “Whisper Clean”: Gemiddelde borstels- nelheid voor routinematige reiniging met verlaagd geluidsniveau. ● “Power Clean”: Hoge borstelsnelheid voor polijsten, kristalliseren en vegen. Zuigbalk instellen Helling instellen De helling moet zodanig worden ingesteld dat de zuiglippen van de zuigbalk over de gehele lengte gelijkmatig op de vloer wor- den gedrukt.

1. Plaats het apparaat op een oppervlak

3. Het apparaat een klein stuk vooruit

4. Lees het waterpas af.

1 Schroef 2 Moer 3 Waterweegschaal

5. De moer losdraaien.

6. Stel de schroef zodanig in dat de niveau-

indicator tussen de twee lijnen staat.

beweegt u het apparaat een stuk verder naar voren. Herhaal indien nodig het in- stellingsproces.

9. De programmaschakelaar in stand

“OFF” draaien. Hoogte instellen Met de hoogteverstelling wordt de buiging van de zuiglippen bij contact met de vloer beïnvloed. Instructie Basisinstelling: 3 ringen boven, 3 ringen onder de zuigbalk. Oneffen vloer: 5 sluitringen boven, 1 sluit- ring onder de zuigbalk. Zeer gladde vloer: 1 sluitring boven, 5 sl- uitringen onder de zuigbalk. Toepassing Zuiverings- middelen Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloe- ren RM 746 RM 756 RM 780 Onderhoudsreiniging van glanzende oppervlakken (bijvoorbeeld graniet) RM 755 es Onderhoudsreiniging, tus- senreiniging en basisreini- ging van industriële vloeren RM 69 ASF Onderhoudsreiniging en ba- sisreiniging van steengoed tegels RM 753 Onderhoudsreiniging van tegels in het sanitaire bereik RM 751 Decoating van alle alkalibe- stendige vloeren (bijvoor- beeld PVC) RM 752 Decoating van linoleum- vloeren RM 75470 Nederlands

1. De moeren losschroeven.

1 Moer 2 Onderlegring

3 Afstandsrol met houder

2. Plaats het gewenste aantal ringen tus-

sen de zuigbalk en de afstandsrol.

3. De resterende onderlegringen boven de

afstandrol aanbrengen.

4. De moer erop schroeven en vastdraaien.

5. Het proces bij de tweede afstandsrol

herhalen. Instructie Stel beide afstandsrollen in op dezelfde hoogte. Stel de schraperlip in De schraperlippen moeten alleen bij de D- reinigingskop worden afgesteld.

1. Stel de schraperlippen door verdraaien

van het instelwiel zodanig in dat de schraperlip de vloer raakt.

2. Draai het instelwiel nog eens 1 slag om-

1. Neem plaats op de stoel.

2. Steek de Intelligent Key erin.

3. Zet de veiligheidsschakelaar op "1".

4. Zet de rijrichtingschakelaar op voor-

5. Stel de programmaschakelaar in op het

gewenste reinigingsprogramma.

6. Bepaal de snelheid met het rijpedaal.

7. Met de rijrichtingshendel de rijrichting

8. Over het te reinigen oppervlak rijden.

Zijschrobdek (optie) Het zijschrobdek vereenvoudigt het werken dichtbij de rand. Instructie Het zijschrobdek is niet actief in de pro- gramma's voor polijsten en zuigen.

1. Bedien de zijschrobschakelaar.

Het zijschrobdek wordt geactiveerd.

2. Om het werken met het zijschrobdek te

beëindigen, zet u de schakelaar van het zijschrobdek op "0". Werking beëindigen Reiniging beëindigen

1. Zet de programmaschakelaar op rijden.

2. Een kort traject verder rijden.

Het restwater wordt afgezogen.

Vuilwater aftappen 몇 WAARSCHUWING Onjuiste afvoer van afvoerwater Milieuverontreiniging Neem de plaatselijke voorschriften inzake de behandeling van afvoerwater in acht. Instructie Als de vuilwatertank vol is, wordt de zuig- stroom onderbroken door een vlotter om te voorkomen dat de vuilwatertank over- stroomt. Tap in dit geval het vuile water af.

1. Verwijder de vuilwater-afvoerslang uit

de houder en open het deksel van de af- voerslang.

2. Knijp in het uiteinde van de slang en laat

deze neer boven de afvoerinrichting.

3. Pas de sterkte van de vuilwaterstraal

aan door in het uiteinde van de slang te knijpen.

4. De vuilwatertank met helder water

5. Sluit de deksel van de afvoerslang.

6. Druk de vuilwaterslang in de houder op

het apparaat. Vuilwatertank-spoelsysteem (optie)

1. Verwijder de vuilwater-afvoerslang uit

de houder en open het deksel van de af- voerslang.

2. Sluit de deksel van de brandtstoftank.

3. Sluit een watertoevoerslang aan op de

wateraansluiting van het vuilwatertank- spoelsysteem.

4. Open de waterinlaat en spoel de vuilwa-

tertank ongeveer 30 seconden.

5. Herhaal indien nodig het spoelproces 2

6. De watertoevoer sluiten.

7. De watertoevoerslang van het apparaat

8. Sluit de afvoerslang voor vuilwater en

druk in de houder. Leeg de grofvuilbak

1. Til de grofvuilbak op en trek hem eruit.

2. Leeg de grofvuilbak.

3. De grofvuilbak weer plaatsen.

2. Tap het verse water af.

3. Het filter reinigen.

4. Breng de afsluiting verswatertank aan.

3. Beveilig het apparaat tegen wegrollen.

4. Open het deksel van de vuilwatertank en

zet deze vast met de steun zodat de vuil- watertank kan drogen. Zwenk hiervoor de steun omlaag en positioneer het on- derste uiteinde bij het omlaag zwenken van de deksel op het gewenste niveau. 1 Deksel vuilwatertank 2 Steun 3 Niveau

5. Eventueel de accu laden.

Grijze Intelligent Key De grijze Intelligent Key geeft de het toe- zichtspersoneel uitgebreide bevoegdheden en instelmogelijkheden.

1. Steek de Intelligent Key erin.

2. Selecteer de gewenste functie door ver-

draaien van de infoknop. Transportrit

2. Op de infoknop drukken.

In het menu Transport kunnen de volgende functies worden uitgevoerd: ● Maximale snelheid instellen ● Bedrijfsurenteller weergeven ● Onderhoudsteller wissen ● Softwareversies weergeven ● R- of D-reinigingskop instellen ● Snelheidsafhankelijke waterdosering in- /uitschakelen ● Nalooptijden instellen ● Taal instellen ● Sleutelbeheer ● Aanbouwsets in-/uitschakelen ● Fabrieksinstelling activeren Maximale snelheid In het menu “Max. snelheid” kan de maxi- male snelheid worden beperkt.

1. Aan de infoknop draaien tot “Max. snel-

heid” op het display wordt weergegeven.

2. Op de infoknop drukken.

3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste

maximale snelheid wordt weergegeven.

4. Op de infoknop drukken.

Instructie De werksnelheid mag de ingestelde maxi- male snelheid niet overschrijden. Onderhoudsteller terugzetten Als er onderhoudswerkzaamheden zijn uit- gevoerd die op het display worden weerge- geven, moet vervolgens de onderhoudsteller wordt teruggezet.

1. Aan de infoknop draaien tot “Onder-

houdstellers” wordt weergegeven.

2. Op de infoknop drukken.

De tellerstanden worden weergegeven.Nederlands 71

3. Aan de infoknop draaien tot de te wissen

teller wordt geaccentueerd.

4. Op de infoknop drukken.

5. “Ja” selecteren door aan de infoknop te

6. Op de infoknop drukken.

De teller is gewist. Reinigingskop instellen

1. Aan de infoknop draaien tot “Borstel” in

het menu wordt weergegeven.

2. Op de infoknop drukken.

3. Aan de infoknop draaien tot het type van

de ingebouwde reinigingskop is gemar- keerd. “Roll” = R-reinigingskop “Disc” = D-reinigingskop

4. Op de infoknop drukken.

Snelheidsafhankelijke waterdosering Als de snelheidsafhankelijke waterdosering is ingeschakeld, wordt de borstelbesproei- ing evenredig afgestemd op de snelheid. De waterdosering wordt bovendien beïn- vloed door de instelling van het desbetref- fende reinigingsprogramma (0...100%). Een snelheidsafhankelijke of constante waterdosering instellen:

1. Aan de infoknop draaien tot “Waterdo-

seermodus” op het display wordt weer- gegeven.

2. Op de infoknop drukken.

3. Aan de infoknop draaien tot de gewens-

te functie is gemarkeerd.

4. Op de infoknop drukken.

1. Aan de infoknop draaien tot het menu-

punt “Spin-downtijden” op het display wordt weergegeven.

2. Op de infoknop drukken.

3. Aan de infoknop draaien tot de gewens-

te bouwgroep is gemarkeerd.

4. Op de infoknop drukken.

5. Aan de infoknop draaien tot de gewens-

te nalooptijd wordt weergegeven.

6. Op de infoknop drukken.

1. Aan de infoknop draaien tot het menu-

punt “Taal” op het display wordt weerge- geven.

2. Op de infoknop drukken.

3. Aan de infoknop draaien tot de gewens-

te taal is gemarkeerd.

4. Op de infoknop drukken.

Sleutelbeheer In het menu “KIK's” worden de bevoegdhe- den voor gele intelligente sleutels en de taal van de displayweergave vrijgegeven.

1. De grijze intelligente sleutel erin steken.

2. Aan de infoknop draaien tot op het dis-

play het menupunt “KIK's” wordt weer- gegeven.

3. Op de infoknop drukken.

4. De grijze intelligente sleutel eruit trekken

en de te personaliseren gele intelligente sleutel erin steken.

5. Het te wijzigen menupunt selecteren

door aan de infoknop te draaien.

6. Op de infoknop drukken.

7. De instelling van het menupunt selecte-

ren door aan de infoknop te draaien.

8. De instelling bevestigen door op het

menupunt te drukken.

9. Het volgende te wijzigen menupunt selec-

teren door aan de infoknop te draaien. 10.Nadat alle instellingen zijn uitgevoerd, het menu “Bevestigen” oproepen door aan de infoknop te draaien. 11.Op de infoknop drukken. De bevoegdheden zijn opgeslagen. Schakel aanbouwsets in/uit

1. Draai de infoknop tot de gewenste aan-

bouwset op het display wordt weergegeven.

2. Druk op de infoknop.

3. Draai de infoknop tot de gewenste func-

tie van de aanbouwset is geselecteerd.

4. Druk op de infoknop.

Fabrieksinstelling De fabrieksinstelling van alle reinigingspa- rameters wordt hersteld.

1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt

“Fabrieksinstel.” wordt weergegeven.

2. Op de infoknop drukken.

3. Aan de infoknop draaien tot “Ja” wordt

4. Op de infoknop drukken.

Parameters voor reinigingsprogramma's instellen Alle parameters voor reinigingsprogram- ma's blijven behouden tot een andere in- stelling wordt geselecteerd.

1. De programmaschakelaar op het ge-

wenste reinigingsprogramma zetten.

2. Op de infoknop drukken.

De eerste instelbare parameter wordt weergegeven.

3. Op de infoknop drukken

De ingestelde waarde knippert.

4. De gewenste waarde instellen door aan

de infoknop te draaien.

5. De gewijzigde instelling door het indrukken

van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden auto- matisch wordt overgenomen.

6. De volgende parameter selecteren door

aan de infoknop te draaien.

7. Na het wijzigen van alle gewenste para-

meters aan de infoknop draaien tot het menupunt “Afsluiten” wordt weergege- ven.

8. Op de infoknop drukken.

Het menu wordt verlaten. vervoer GEVAAR Rijden op stijgende hellingen Gevaar voor letsel Gebruik het apparaat voor het laden en lossen alleen op hellingen tot de maximale waarde (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). Rij langzaam. 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij het vervoer rekening met het ge- wicht van het apparaat.

1. Met gemonteerde D-reinigingskop verwij-

dert u de schijfborstels van de borstelkop.

2. Bij het transport in voertuigen het appa-

raat conform de geldende richtlijnen te- gen wegglijden en omvallen beveiligen. Opslag 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij de opslag rekening met het ge- wicht van het apparaat. LET OP Vorst Vernietiging van het apparaat door bevrie- zend water. Verwijder al het water uit het apparaat. Bewaar het apparaat op een vorstvrije plaats. ● Dit apparaat mag alleen in binnenruim- tes worden opgeslagen. ● Voor een langere levensduur de batterij- en volledig opladen. ● De batterijen bij opslag minstens één keer per maand volledig opladen. Verzorging en onderhoud GEVAAR Per ongeluk opstartend apparaat Verwondingsgevaar, elektrische schok Draai de programmaschakelaar in stand "OFF". Verwijder de Intelligent Key voor alle werk- zaamheden aan het apparaat. Trek de netstekker van de oplader eruit. Trek de accustekker eruit. Het vuilwater en vuilwater aftappen en afvoeren. Onderhoudsintervallen Na elk gebruik LET OP Ondeskundige reiniging Beschadigingsgevaar. Spuit het apparaat niet schoon met water. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Voor de gedetailleerde beschrijving van de af- zonderlijke onderhoudswerkzaamheden zie hoofdstuk “Onderhoudswerkzaamheden”. Instelling AAN [ml/m

] OFF [l/min] 0% 0 0 10% 7,5 0,6 20% 15 1,1 30% 22,5 1,7 40% 30 2,3 50% 37,5 2,8 60% 45 3,4 70% 52,5 3,9 80% 60 4,5 90% 67,5 5,1 100% 75 5,772 Nederlands Het vuilwater aftappen. De vuilwatertank met helder water schoonspoelen. De grofvuilzeef reinigen. Alleen R-reinigingskop: Neem de grof- vuilbak eruit en leeg hem. Het apparaat van buiten met een vochti- ge, in mild zeepsop gedrenkte doek rei- nigen. Reinig de zuiglip, controleer deze op slij- tage en vervang hem indien nodig. Reinig de schraperlip, controleer deze op slijtage en vervang deze indien nodig. Reinig de borstels, controleer deze op slijtage en vervang deze indien nodig. De accu laden. Als de laadtoestand onder 50% is, de accu volledig en zonder onderbrekin- gen opladen. Als de ladingstoestand boven 50% is, de accu alleen opladen, als u bij het volgende gebruik de volledige be- drijfsduur nodig hebt. Wekelijks Bij regelmatig gebruik de accu minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen. Eens per maand Voor de gedetailleerde beschrijving van de af- zonderlijke onderhoudswerkzaamheden zie hoofdstuk “Onderhoudswerkzaamheden”. Als het apparaat tijdelijk wordt uitge- schakeld: Voer de compensatielading van de accu uit. De accupool op oxidatie controleren, in- dien nodig afborstelen. Op vastheid van de verbindingskabels letten. De afdichtingen tussen de vuilwatertank en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. Het verswatertank legen en de afzettin- gen schoonspoelen. Het filter verswater reinigen. Bij niet-onderhoudsvrije accu's de zuur- dichtheid van de cellen controleren. Alleen R-reinigingskop: Reinig de bor- steltunnel. Alleen R-reinigingskop: Reinig de water- verdelerlijst van de reinigingskop. Bij een langere stilstandtijd het apparaat met volledig opgeladen accu's afzetten. De accu minstens maandelijks volledig opladen. Jaarlijks De voorgeschreven inspectie door de klantenservice laten uitvoeren. Veiligheidsinspectie/ onderhoudscontract Met uw dealer kunt u een regelmatige vei- ligheidsinspectie vastleggen of een onder- houdscontract afsluiten. Vraag hierover advies. Onderhoudswerkzaamheden Zuiglippen omkeren of vervangen Als de zuiglippen zijn versleten, moeten ze worden omgekeerd of vervangen. De zuiglippen kunnen 3 keer worden omge- keerd totdat alle 4 de randen zijn versleten.

1. De zuigbalk verwijderen.

2. De stergreep eruit schroeven.

1 Stergreep 2 Spanband 3 Binnenste gedeelte zuigbalk 4 Spansluiting

3. Het binnenste gedeelte van de zuigbalk

4. De spansluiting openen.

5. De spanband verwijderen.

6. De zuiglippen uit het binnenste gedeelte

verwijderen. 1 Afstrijklip 2 Steunlip 3 Binnenste gedeelte zuigbalk 4 Spanband

7. De gebruikte of nieuwe zuiglippen op de

noppen van het binnenste gedeelte van de zuigbalk drukken.

8. De spanband aanbrengen.

9. Het binnenste gedeelte van de zuigbalk

in het bovenste deel schuiven. 10.De stergreep erin schroeven en vast- draaien. Grofvuilfilter reinigen

1. Open de deksel van de vuilwatertank.

1 Grofvuilzeef 2 Pluizenzeef

2. De grofvuilzeef er omhoog aftrekken.

3. De grofvuilzeef onder stromend water

4. Plaats de grofvuilzeef in de vuilwatertank.

Vlotter en pluizenzeef reinigen

1. Open de deksel van de vuilwatertank.

1 Vlotter 2 Vlotterschakelaar 3 Pluizenzeef

2. Spoel de vlotter met schoon water.

3. Spoel de vlotterschakelaar met schoon

4. Verwijder de pluizenzeef en reinig deze.

Schijfborstel vervangen Instructie Vervang de schijfborstels, als de borstel- lengte 10 mm heeft bereikt.

1. Breng de reinigingskop omhoog.

2. Duw het borstelwisselpedaal omlaag.

3. Trek de schijfborstel er zijdelings onder

de reinigingskop uit.

4. De nieuwe schijfborstel onder de reini-

gingskop houden, omhoog drukken en vergrendelen. Borstelwalsen vervangen Instructie Vervang de borstelwalsen, als de borstel- lengte 10 mm heeft bereikt.

1. De reinigingskop optillen.

2. De greep voor de borstelwissel eruit

trekken. 1 Greep borstelwissel 2 Lagerdeksel met afstrijklip 3 Borstelwals

3. Het lagerdeksel met afstrijklip verwijderen.

4. De borstelwals eruit trekken.

5. De nieuwe borstelwals inzetten en op de

meenemer centreren. 1 Meenemer 2 Opnamedoorn

6. Het lagerdeksel met afstrijklip aanbrengen.Nederlands 73

Instructie Zorg ervoor dat de borstelwals op de opna- medoorn zit en niet eronder.

7. De greep voor de borstelwissel naar bo-

ven zwenken en vastklikken.

8. De bewerking aan de tegenoverliggen-

de zijde herhalen. Vervang zijschrobborstel (optie)

1. De borstelwisselhendel omlaag drukken.

1 Borstel zijdelingse schrobmodule 2 Hendel borstelwissel De borstel valt uit de houder.

2. Houd de nieuwe borstel onder het zij-

schrobdek, druk hem omhoog en laat hem vergrendelen Filter verswater reinigen

1. Tap vers water af (zie hoofdstuk "Vers

2. De afsluiting van het verswatertank los-

schroeven. 1 Filter verswater 2 Afsluiting verswaterreservoir

3. Het filter verswater eruit trekken en met

schoon water schoonspoelen.

4. Het filter verswater plaatsen.

5. De afsluiting van het verswaterreservoir

aanbrengen. Opmerking: Zorg ervoor dat de slan- gaansluiting in de afsluiting verswaterre- servoir na het vastschroeven op het diepste punt ligt. Reinig de waterverdelerlijst

1. Druk de ontgrendeling in pijlrichting en

2. Zwenk de waterverdeler naar voren.

3. Trek de waterverdelerlijst er in lengte-

4. Reinig de waterverdelerlijst.

5. Plaats de waterverdeellijst terug in de reini-

gingskop en klik de vergrendeling vast. Accu's reinigen

1. Veiligheidsbril, beschermende kleding en

beschermende handschoenen dragen.

2. De doppen van de accu's gesloten houden.

3. De accu's uitbouwen.

4. De kunststof onderdelen van de accu's

en het accucompartiment alleen met wa- ter of met water doordrenkte reinigings- doeken zonder toevoegingen reinigen.

5. De oppervlakken na het reinigen drogen.

6. De accu's opnieuw inbouwen.

Onderhoudsteller terugzetten Als er onderhoudswerkzaamheden op het display zijn uitgevoerd, moet de bijbeho- rende onderhoudsteller worden gereset. Instructie Het resetten van de onderhoudstellers wordt beschreven in het hoofdstuk "Grijze Intelligent Key". Hulp bij storingen GEVAAR Het apparaat kan onverwacht starten Mensen die aan het apparaat werken, kun- nen gewond raken. Trek voor alle werkzaamheden aan het ap- paraat de Intelligent Key eruit. Trek voor alle werkzaamheden de netstek- ker van de interne oplader uit het stopcon- tact. Ontkoppel de accustekker voor alle werk- zaamheden.

1. Het vuilwater aftappen.

2. Tap het resterende verse water af.

Instructie Neem contact op met de klantenservice, als de fout niet kan worden verholpen met de volgende instructies. Storingen met weergave Als de weergegeven fout niet in de volgen- de lijst voorkomt, doe dan het volgende:

3. Zet de programmaschakelaar op de vo-

4. Als de storing opnieuw optreedt, de

klantenservice raadplegen.

Storing Oplossing Schoonwaterres. leeg! 1. Het schoonwaterreservoir bijvullen Waterventiel geblok. 1. De programmaschakelaar op “OFF” zetten.

2. Wacht 10 seconden.

3. De programmaschakelaar op het gewenste programma zetten.

Hoofdbrstl overbel.! 1. De contactdruk van de borstels verminderen. Hoofdborstel geblok. 1. Controleren of een vreemd voorwerp de borstels blokkeert, eventueel het voorwerp verwijderen.

4. De programmaschakelaar op het gewenste programma zetten.

Zijborstel overbel.! 1. De contactdruk van de borstel van het zijschrobdek verminderen. Zijborstel geblok. 1. Controleren of een vreemd voorwerp de borstel blokkeert, eventueel het voorwerp verwijderen.

4. De programmaschakelaar op het gewenste programma zetten.

Vuilwaterres. vol! 1. Leeg het vuilwaterreservoir. Aandr.motor overbel.! 1. De helling is te groot. a Bij het reinigen: reiniging annuleren. b Bij het vervoeren: een weg met een kleinere helling zoeken. Aandr.motor geblok.! 1. De wielen op een blokkering controleren, voorwerp verwijderen.

2. De programmaschakelaar op “OFF” zetten.

3. Als de rijmotor oververhit is, hem ten minste 15 minuten laten afkoelen, anders 10 seconden wachten.

4. De programmaschakelaar op het gewenste programma zetten.74 Nederlands

Storingen zonder weergave op het display Batterijniveau laag! 1. De programmaschakelaar op “Transport” zetten.

2. Het apparaat rechtstreeks naar de lader (of in het geval van een interne lader naar een stopcontact)

rijden. Hellingen vermijden.

Batterij leeg! 1. De programmaschakelaar op “Transport” zetten.

2. Het apparaat via de kortste weg naar de lader (of in het geval van een interne lader naar een stop-

contact) rijden. Hellingen vermijden.

Sluit stoelcontact 1. De bestuurdersstoel kort ontlasten zodat de besturing de functie van het stoelcontact kan contro- leren. Inschakelen!! 1. De veiligheidsschakelaar op “1” zetten. Machine opn. starten! 1. De programmaschakelaar op “OFF” zetten.

2. Wacht 10 seconden.

3. De programmaschakelaar op het gewenste programma zetten.

Gas loslaten! 1. Het gaspedaal loslaten. Storing Oplossing Storing Oplossing Het apparaat kan niet gestart worden

1. Op de bestuurdersplaats gaan zitten.

2. Voordat u de veiligheidsschakelaar inschakelt, uw voet van het rijpedaal nemen.

3. De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.

7. Zet de programmaschakelaar op het gewenste programma.

8. Rijd indien mogelijk alleen met het apparaat op een vlakke vloer.

9. Controleer eventueel de parkeerrem.

Als de storing toch weer optreedt, de klantenservice raadplegen. Het apparaat rijdt niet meer, op het display wordt “Batterij leeg!” weergegeven

3. De programmaschakelaar op “Transport” zetten.

4. Naar het laadstation rijden.

5. Als het apparaat nog steeds niet rijdt, dan de accu ter plaatse opladen of de rem ontgrendelen (zie

“Gebruik/Apparaat duwen”) en het apparaat naar het laadstation duwen. Het apparaat beweegt onge- lijkmatig (schokkerig) bij het starten en stoppen.

1. De rem ontgrendelen (zie “Gebruik/Apparaat duwen”).

De waterhoeveelheid is on- voldoende

1. Controleer het verswaterniveau, vul indien nodig de tank volledig zodat de lucht eruit gedrukt wordt.

2. Verwijder het filter voor vers water en reinig het.

3. Plaats het filter en schroef de afsluiting erop.

4. Alleen R-reinigingskop: Trek de waterverdeellijst van de reinigingskop af.

5. Alleen R-reinigingskop: Reinig het waterkanaal.

6. De slangen op verstopping controleren, eventueel reinigen.

Het schoonwaterdisplay geeft een verkeerd vulniveau aan na het handmatig legen van de tank

1. Het apparaat gebruiken. Tijdens het gebruik ontlucht het slangsysteem en wordt de niveau-indica-

tie automatisch gecorrigeerd. De balk van de niveau-indica- tie knippert, op het display wordt “Schoonwaterres. leeg!” weergegeven

1. Het verswaterreservoir bijvullen.

Het zuigvermogen is te ge- ring

1. De afdichtingen tussen de vuilwatertank en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, even-

2. De pluizenzeef op vervuiling controleren, eventueel reinigen.

3. De zuiglippen van de zuigbalk reinigen, eventueel omkeren of vervangen.

4. Sluit het deksel van de vuilwater-afvoerslang.

5. Sluit het deksel van het vuilwatertank-spoelsysteem.

6. De zuigslang op verstopping controleren eventueel reinigen.

7. De aanzuigslang op dichtheid controleren, eventueel reinigen.

8. De instelling van de zuigbalk controleren.

Het reinigingsresultaat is on- voldoende

1. Stel voor de reinigingstaak het passende reinigingsprogramma in.

2. Gebruik passende borstels voor de reinigingstaak.

3. Gebruik een passend reinigingsmiddel voor de reinigingstaak.

4. De snelheid reduceren.

7. De borstels op slijtage controleren, eventueel vervangen.

8. Controleer de wateruitvoer.Nederlands 75

Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoop- maatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zo- ver een materiaal- of fabricagefout de oor- zaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon con- tact op met uw distributeur of de dichtstbij- zijnde geautoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde)

Toebehoren Toebehoren reinigingskop met borstelwalsen A: Verpakkingseenheid, B: Door het apparaat vereiste aantal Toebehoren reinigingskop met schijfborstels A: Verpakkingseenheid, B: Door het apparaat vereiste aantal Toebehoren zuigbalk A: Verpakkingseenheid, B: Door het apparaat vereiste aantal De borstels draaien niet 1. Verminder de contactdruk.

2. Controleer of een vreemd voorwerp de borstel blokkeert, eventueel het vreemde voorwerp verwij-

3. Laat de motor afkoelen als deze overbelast is.

6. Zet de programmaschakelaar op het gewenste programma.

7. Controleer of de stekker van het apparaat in de reinigingskop is gestoken.

Het apparaat remt niet 1. Maak de rem van de rem los (zie "Bediening/apparaat verschuiven"). De vuilwater-afvoerslang is verstopt

1. De deksel van het doseerappparaat openen.

2. Trek de zuigslang van de zuigbalk en sluit deze af met de hand.

3. Zet de programmaschakelaar op “Zuigen”.

De verstopping wordt uit de afvoerslang in de vuilwatertank gezogen. De reinigingsmiddeldosering dosis functioneert niet

1. Alleen versie Dosis: Bel de klantenservice.

Storing Oplossing Aanduiding R 65 Onderdeelnr. R 75 Onderdeelnr. Beschrijving A B Borstelwals, rood (gemiddeld, stan- daard) 4.035-604.0 4.035-605.0 Voor de onderhoudsreiniging van zelfs sterk vervuilde vloeren.

Borstelwals, wit (zacht) 6.907-770.0 6.907-771.0 Voor het polijsten en de onderhoudsreiniging van ge- voelige vloeren.

Borstelwals, oranje (hoog/laag) 6.907-726.0 6.907-730.0 Voor het schrobben van vloeren met structuur (veilig- heidstegels enz.).

Borstelwals, groen (hard) 6.907-727.0 6.907-731.0 Voor de basisreiniging van sterk vervuilde vloeren en voor het decoaten (bijv. was, acryl).

Borstelwals, zwart (zeer hard) 6.907-728.0 6.907-732.0 1 2 Microvezelwals 4.114-054.0 4.114-007.0 Voor de onderhoudsreiniging van gladde vloeren. 1 2 Walspad-as 4.762-626.0 4.762-627.0 Voor het plaatsen van walspads. 1 2 Walspad, geel (zacht) 6.369-454.0 6.369-454.0 Voor het polijsten van bodems 20 96; 106 Walspad, rood (gemiddeld) 6.369-456.0 6.369-456.0 Voor het reinigen van licht vervuilde vloeren. 20 96; 106 Walspad, groen (hard) 6.369-455.0 6.369-455.0 Voor het reinigen van normaal tot sterk vervuilde vloeren. 20 96; 106 Aanduiding D 65 Onderdeel- nr. D 75 Onderdeel- nr. Beschrijving A B Schijfborstel, natuur (zacht) 4.905-012.0 4.905-020.0 Voor het polijsten van bodems. 1 2 Schijfborstel, wit 4.905-011.0 4.905-019.0 Voor het polijsten en de onderhoudsreiniging van ge- voelige vloeren.

Schijfborstel, rood (gemiddeld, standaard) 4.905-010.0 4.905-018.0 Voor het reinigen van gering vervuilde of gevoelige vloe- ren.

Schijfborstel, zwart (hard) 4.905-013.0 4.905-021.0 Voor het reinigen van sterk vervuilde vloeren. 1 2 Diamantpad fijn, groen 6.371-235.0 6.371-236.0 Voor het opfrissen van kalkhoudende bekledingen en vloeren met een epoxyharslaag.

  • Diamantpad grof, wit 6.371-250.0 6.371-252.0 5 2 Diamantpad gemiddeld, geel 6.371-251.0 6.371-253.0 5 2 Pad-rijschotel 4.762-446.0 4.762-447.0 Voor het plaatsen van pads. 1 2 Aanduiding Onderdeel- nr. Beschrijving A B Set zuigstrips, voor PU (rood), achter Linatex 4.039-366.0 Standaard paar 1 paar Set zuigstrips, Linatex-rubber 4.039-356.0 Scheurbestendig paar 1 paar Set zuigstrips, PU 4.039-357.0 Oliebestendig paar 1 paar76 Nederlands Technische gegevens B 110 R 65 B 110 D 65 B 110 R 75 B 110 D 75 Algemeen Rij-/reinigingssnelheid km/h 6666 Transportsnelheid km/h6666 Rijsnelheid, achteruit km/h 4444 Theoretische oppervlaktecapaciteit m2/h 3900 3900 4500 4500 Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijschrobdek m2/h - - 5100 5100 Praktische oppervlaktecapaciteit m2/h 2730 2730 3150 3150 Volume verswaterreservoir l 110 110 110 110 Volume vuilwaterreservoir l 110 110 110 110 Volume grofvuilreservoir l 1,6 - 1,8 - Volume reinigingsmiddeltank (optie dosering)l5555 Reinigingsmiddeldosering % 0,25 p. 3
  • 0,25 p. 3
  • 0,25 p. 3
  • 0,25 p. 3
  • Waterdosering l/min 0,15 p. 5
  • ,7 0,15 p. 5
  • ,7 0,15 p. 5
  • ,7 0,15 ,7 Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) Oppervlaktedruk N/mm p. 5
  • 0,62 p. 0
  • ,66 0,62 p. 0
  • ,66 0,62 p. 0
  • ,66 0,62 ,66 Oppervlaktebelasting (gewicht/parkeerplaats) kg/m p. 0

581 (570) 51 (50) 510 (500) 41 (40) Gegevens capaciteit apparaat Nominale spanning V 24 24 24 24 Accucapaciteit Ah (5 h) 170 / 285 170 / 285 170 / 285 170 / 285 Gemiddelde netbelasting W 2350 2350 2350 2350 Nominaal vermogen W 2500 2500 2500 2500 Vermogen rijmotor W 600 600 600 600 Vermogen zuigturbine W 600 600 600 600 Vermogen borstelaandrijving W 2 x 600 2 x 600 2 x 600 2 x 600 Beschermingsgraad IPX3 IPX3 IPX3 IPX3 Zuigen Zuigvermogen, luchthoeveelheid l/s ~25 ~25 ~25 ~25 Onderdruk (max.) kPa (mbar) ~17 (~170) ~17 (~170) ~17 (~170) ~17 (~170) Onderdruk (tijdens bedrijf) kPa (mbar) ~5 (~50) ~5 (~50) ~5 (~50) ~5 (~50) Reinigingsborstel Borsteldoorsnede mm 100 355 100 385 Borstellengte mm 605 - 705 - Borsteltoerental 1/min 1200 180 1200 180Español 77 Technische wijzigingen voorbehouden. EU-conformiteitsverklaring Hiermee verklaren wij dat de hierna vermel- de machine op basis van het ontwerp en ty- pe en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veilig- heids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goed- gekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: bodemreiniger Type: 1.161-xxx Relevante EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2014/53/EU (TCU) Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335-1 EN 60335-2-29 EN 60335-2-72 EN 62233: 2008 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000-3-2: 2014 EN 61000-3-3: 2013 EN 61000-6-2: 2005 EN 61000-6-3: 2007 + A1:2011 TCU EN 301 511 V12.5.1 EN 300 440 V2.1.1 EN 300 328 V2.2.2 EN 300 330 V2.1.1 Toegepaste nationale normen

  • De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Gevolmachtigde voor de documentatie: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2021/09/01 Índice de contenidos Avisos generales Antes de poner en marcha por primera vez el equipo, lea este manual de instrucciones y las instrucciones Borsteldiameter zijschrobdek mm - - 220 220 Borstelsnelheid zijschrobdek 1/min - - 220 220 Interne oplader Kabellengte m 2222 Nominale spanning V 100 p. 240
  • 100 p. 240
  • 100 p. 240
  • 100 p. 240
  • Frequentie Hz 50-60 50-60 50-60 50-60 Netbelasting W 750 750 750 750 Laadstroom A 28 28 28 28 Efficiëntie %92929292 Omgevingsvoorwaarden Toegestaan temperatuurbereik °C 5 p. 40
  • Watertemperatuuur max. °C 50 50 50 50 Waterdruk vulsysteem (optie) MPa (bar) 1 (10) 1 (10) 1 (10) 1 (10) Waterdruk vuilwaterreservoir-spoelsysteem (optie) MPa (bar) 1 (10) 1 (10) 1 (10) 1 (10) Relatieve luchtvochtigheid % 20 p. 90
  • 20 p. 90
  • 20 p. 90
  • 20 Helling Stijging werkbereik max. % 10 10 10 10 Helling korte afstand (max. 10 m) transport, laden % 22 22 22 22 Berekende waarden conform EN 60335-2-72 Hand-arm-vibratiewaarde m/s2 <2,5 <2,5 <2,5 <2,5 Vibratiewaarde stoel m/s2 <2,5 <2,5 <2,5 <2,5 Onzekerheid K dB(A) 0,2 0,2 0,2 0,2 Geluidsdrukniveau L p. 90

normaal bedrijf dB(A) 63,6 63,6 63,6 63,6 Onzekerheid KpA dB(A) 1,6 1,6 1,6 1,6 Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA eco-modus dB(A) 74,1 74,1 74,1 74,1 Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA normaal bedrijf dB(A) 78,7 78,7 78,7 78,7 Zijschrobdek Vermogen W - - 140 140 Borstelcontactkracht, max. N (kg) - - 88 (9) 88 (9) Borstelcontactkracht, max. N/m

over afstandsrullen.

Bestil- lingsnr. Volum

(vee maksimaalne temperatuur 50 °C).

1 Rupjo netīrumu siets 2 Pūku siets