WS Regenerator - Waterfilter Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WS Regenerator Kärcher in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WS Regenerator Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Waterfilter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WS Regenerator - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WS Regenerator van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING WS Regenerator Kärcher
Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar deze voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Inhoudsopgave
Doelmatig gebruik. . . . . . NL .. 1 Voorwaarden voor het be- drijf . . . . . . . . . . . . NL .. 1
Algemene instructies .... NL .. 1 Begripsbepalingen .... NL .. 1 Zorg voor het milieu ... NL .. 1 Garantie .... NL .. 1 Reserveonderdelen ... NL .. 1 Symbolen in de gebruiks- aanwijzing .... NL .. 1
Veiligheidsinstructies ..... NL .. 1 Gebruik ..... NL .. 1 Bediening ..... NL .. 1
Installatie.... NL .. 2 Aansluitingen en installatie NL .. 2 Programmadeel regelven- tiel.... NL .. 2
Eerste ingebruikneming ... NL ... 3 WS regeneratiestation voor- bereiden voor bedrijf ... NL ... 3
Regeneratie .... NL .. 3 WS 50 / WS 100 regenereren.... NL .. 3
Onderhoud .... NL .. 3 Algemene aanwijzingen NL .. 3 Gevaar voor bevriezing. NL .. 3 Onderhoudswerkzaamhede n .... NL .. 3 Bijlage .... NL .. 4
Storingen verhelpen ..... NL .. 5
Doelmatig gebruik
- Dit station mag uitsluitend gebruikt worden voor de regeneratie van de onthardingsinstallaties WS 50 en WS 100. De installatie is geschikt voor stadswater c.q. water dat een vergelijkbare kwaliteit heeft. De installatie werkt volgens het principe van het ionenwisselaarprocédé bij neutrale uitwisseling. Het regeneratiemiddel is onthardingszout in tabletvorm (bestelnr. 6.287-016.0 -25 kg).
- De installatie mag niet voor de productie van drinkwater gebruikt worden (mogelijke schade voor de gezondheid!).
Voorwaarden voor het bedrijf
- De watertoevoer (onbehandeld water) moet vrij zijn van ijzer, mangaan, zware metalen, olie alsook grotere hoeveelheden organische stoffen. Drinkwater voldoet aan deze voorwaarden.
- Wanneer de voordruk van de watertoevoer (max. 6 bar) overschreden kan worden, moet in de toevoerleiding een beschermingssysteem tegen overdruk gemonteerd worden.
| Watertemperatuur van de watertoevoer (onbehandeld) | min: 5 °Cmax: 30 °C |
| Omgevingstemperatuur Altijd bij bedrijf | >0 °Cmin: 15 °Cmax: 40 °C |
| Voordruk van de watertoevoer (onbehandeld water | min: 3 barmax: 6 barwaterslagvrij |
Algemene instructies
Begripsbepalingen
Onbehandeld water
Onbehandeld water, meestal drinkwater, stadswater of bronwater.
Zacht water
Met een onthardingsinstallatie behandeld water bevat geen hardingselementen zoals calcium en magnesium.
Injector
Waterstraalpomp voor het inzuigen van het brijn.
Wisselaar
Ook filterreservoir of filtertank genoemd. Hier zit het ionenwisselaarhars in, waarmee het water onthard wordt.
lonenwisselaarhars
Filtermateriaal in het wisselaarreservoir, waarmee het water onthard wordt.
Regeneratie
De regeneratie van het ionenwisselaarhars gebeurt door een meertrappige spoeling met een keukenzoutoplossing en water. Dat proces wordt door het regelventiel uitgevoerd.
Regelventiel
Meerwegklep met een injector voor de uitvoering van de regeneratie. De posities worden door het programma aangestuurd.
Zorg voor het milieu

Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmaal niet bij het huishoudelijk afval, maar het aan voor hergebruik.

Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor hergebruik. Lever apparaten daarom in bij een inzamel- voor herbruikbare materialen.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier
of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
Reserveonderdelen
Gebruik uitsluitend originele KÄRCHER-onderdelen. Een overzicht van de onderde- len vindt u aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
⚠ Gevaar
Waarschuwt voor een direct dreigend gevaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt.
⚠ Waarschuwing
Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden.
Voorzichtig
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden.
Veiligheidsinstructies
- Personen met belast worden met de opstelling, instandhouding en bedie- ning van de installatie moeten overeen- komstig gekwalificeerd zijn, de desbetreffende voorschriften en de ge- bruiksaanwijzing kennen en in acht ne- men.
- Het is om veiligheidsredenen verboden om verbouwingen of niet-geautoriseerde veranderingen uit te voeren.
Gebruik
- Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien zij niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken.
- De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die door onoordeelkundig gebruik of verkeerde bediening wordt veroorzaakt.
Bediening
- Dit apparaat is niet bedoeld om door personen met beperkte psychische, sensorische of geestelijke vaardigheden te worden gebruikt. Kinderen of niet-geïnstrueerd personeel mogen het apparaat niet gebruiken. Kinderen moeten onder toezicht blijven om te garanderen dat ze niet met het apparaat spelen.
- Het apparaat mag enkel gebruikt worden door personen die ingewerkt zijn in de hantering en uitdrukkelijk met het gebruik zijn belast.
- Het apparaat op een effen oppervlak zetten en beveiligen tegen wegrollen (bv. door klemwiggen onder de wielen).
- Het apparaat mag niet op ongeschikte terreinen verplaatst worden.
⚠️ Gevaar
Gevaar voor elektrische schokken!
→ Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen alleen door geautoriseerd vakpersoneel worden uitgevoerd.
⚠Gevaar
Verwondingsgevaar!
→ Apparaat enkel met veiligheidsbril bedienen, onderhouden en reinigen.
→ Contactdozen staan onder druk, vooral-eer de contactdozen worden losge-maakt, moet de installatie drukvrij geschakeld worden.
Installatie
Mochten er eventueel accessoires ontbreken of mocht u transportschade constateren, neem dan contact op met uw leverancier.
Aansluitingen en installatie
Voor de opstelling van het station moet een droge, vorstvrije en voldoende grote plaats gekozen worden.
Bij de installatie van het station moeten de telkens geldige normen (DIN 1988,
EN1717, e.a.) en de voorschriften van de waterleverancier in acht genomen worden. De installatie van water- en elektrische aansluitingen moeten uitgevoerd worden door een vakman.
Het volgende moet in acht genomen worden:
- De console van het regelventiel moet aan een wand of zuil bevestigd worden (montagehoogte boven vloer 100 - 120 cm).
- In de toevoerleidinig voor onbehandeld water moet een afsluitklep geïnstalleerd worden. Tevens moet het onbehandelde water met een filter (ca. 100 µm) gefilterd worden.
Aanbevolen toevoerleiding 3/4".
– Zouthoudend afvalwater van het regelventiel moet met een slang naar een aansluiting voor afvalwater geleid worden. De overdracht moet via een sifon of verzamelgoot gebeuren.
Aanbevolen afvalwaterslang 1/2" (niet meegeleverd). Lengte bepalen in functie van de omstandigheden.
- De afvalwaterleiding mag max. 2,5 m boven de opstelplaats van het station geleid worden. De afvalwaterleiding mag niet met de overloop van het zoutreservoir verbonden worden aangezien anders afvalwater in het zoutreservoir kan terechtkomen.
- Elektrische aansluiting: De voeding van het regelventiel mag enkel op een reglementaire contactdoos gebruikt worden. Aansluitwaarden in acht nemen.
- Toegang voor mobiele onthardingsinstallatie WS 50 / WS 100 garanderen.
– Zoutvoorziening van het zoutreservoir garanderen.
Station

1 Spanningsvoorziening
2 Console
3 Regelventiel
4 Zuigslang (rood)
5 Adapter regelventiel
6 Aansluiting WS 50 / WS 100 (2x)
7 Verbindungsslang WS 50 / WS 100 (2x)
8 Deksel, zoutreservoir
9 Zouttank
10 Zuigzeef
11 Bodem van de zeef
12 Overloop
Aansluitingen

text_image
1 2 3 4 5 100 - 120 cm1 Aansluiting onbehandeld water 1" IG (montagehoogte boven vloer 100 - 120 cm). (afsluitklep in toevoer installeren)
2 Aansluiting 1/2" slangnippel
3 Afvalwaterslang (niet meegeleverd)
4 Aansluiting voor rode zuigslang
5 Zuigslang met zuigzeef
Programmadeel regelventiel
De activering van het programmadeel gebeurt door het indrukken van de rode startknop van het regelventiel.

Afbeelding: Programmadeel regelventiel
Het programmadeel van het regelventiel heeft de volgende posities:
1 Werking
2 Terugspoelen
3 Regenereren wassen
4 Opvullen en schoonwassen
Automatisch programmaverloop
Het programmadeel voert de regeneratie uit en brengt het regelventiel opnieuw op positie 1 - Bedrijf.
Manueel programmaverloop
De afzonderlijke programma's van de regeneratie kunnen ook manueel geselecteerd worden.
→ Rode programmaknop indrukken, tegen de klok in de gewenste positie draaien.
Instructie: Bij positie 4 - Opvullen en schoonwassen erop letten dat deze stap enkel uitgevoerd wordt wanneer het zoutreservoir eerst werd leeggezogen.
Voorzichtig
→ Aan het einde mag de programmaknop niet op positie 1 - Bedrijf gezet worden aangezien anders een nieuwe regeneratie plaatsvindt. De programmaknop keert aan het einde zelf in de positie 1 - Bedrijf terug.
Eerste ingebruikneming
→ Beide aansluitingen van de adapter regelventiel met slang verbinden.

WS regeneratiestation voorbereiden voor bedrijf
1 Afsluitklep van de watervoorziening sluiten.
2 Afdekkap van het regelventiel wegne-
men. Het programmadeel (nokkenas
en regelventielkleppen) van het regel-
ventiel wordt zichtbaar.
Regelventiel in stand „Bedrijf, positie 1“ brengen.
Daartoe de rode programmaknop van het programmadeel indrukken en tegelijkertijd op de nokkenas tegen de klok draaien tot de pijl van de programmaknop uit „Bedrijf, positie 1“ staat.
3 Afsluitklep van de watervoorziening openen.
4 Programmaknop door draaien van de nokkenas in de stand „Terugspoelen, positie 2" brengen.
Instructie: Door de afvalwateraansluiting ontsnapt nu water en lucht. Na ca. 1 minuut de programmaknop verderdraaien.
5 Programmaknop kort voor de stand „Opvullen en schoonwassen, positie 4" brengen. Daartoe de rode programma-knop van het programmadeel indrukken en nokkenas tegen de klok draaien.
6 Het programmadeel zelfstandig in de stand „Bedrijf, positie 1“ laten komen. Instructie: Dat duurt ca. 15 minuten, in die tijd vult de luchtafsluitklep zich met water en vult door de zuigslang het zoutreservoir.
Wanneer de stand „Bedrijf, positie 1“ bereikt is, de programmaknop in stand „Regenereren wassen, positie 3“ draaien. Het regelventiel zuigt en het waterpeil in het zoutreservoir daalt langzaam tot het leeg is. Leeg komt overeen met een waterpeil van ca. 7 cm.
Belangrijk: Indien het zoutreservoir niet wordt leeggezogen, is het zuigsysteem onvoldoende ontlucht en bevindt er zich lucht in de luchtafsluitklep. In dat
geval moet nogmaals met stap 5 begonnen worden.
7 Ten slotte de programmaknop kort voor de stand „Opvullen en schoonwassen, positie 4“ brengen en zelfstandig in stand „Bedrijf, positie 1“ laten komen.
Instructie: Het zoutreservoir wordt daarbij opgevuld. Wanneer het water boven de zeefbodem in het zoutreservoir staat, kan zout gevuld worden.
8 Afdekkap van het regelventiel opnieuw aanbrengen.
9 Waterreservoir met minstens 5 kg zout vullen.
Instructie: Het zoutreservoir kan volledig gevuld worden, het zoutverbruik stijgt daardoor niet.
Voorzichtig
→ Geen vee- of strooizout gebruiken!
→ Enkel zout conform DIN 19604 gebruiken.
Ons zout voldoet aan die vereisten (bestelnr. 6.287-016.0 - 25 kg).
Na de beëindiging van die werkzaamheden is het WS regeneratiestation bedrijfsklaar.
Regeneratie
WS 50 / WS 100 regenereren

7 Ontluchtingsventiel
8 Meetklok
WS 50 / WS 100 aansluiten
→ WS 50 of WS 100 naast WS regeneratiestation plaatsen.
→ Afsluitklep van de watervoorziening sluiten.
→ Verbindingsslang 1 met ingang wisselaar en aansluiting regelventiel verbinden.
→ Verbindingsslang 2 met uitgang wisselaar en aansluiting regelventiel verbinden.
→ Afsluitklep van de watervoorziening openen.
→ Wisselaar ontluchten, daartoe de ont-luchtingsklep openen en lucht aflaten. Vervolgens klep sluiten.
Regeneratie
→ Rode startknop indrukken. De regeneratie verloopt door het programmadeel van het regelventiel automatisch. Duur ca. 2 uren.
Instructie: De afzonderlijke functies kunnen ook manueel geselecteerd worden, zie hoofdstuk „Programmadeel regelventiel".
Voorzichtig
→ Zout altijd tijdig navullen, per regeneratie wordt ca. 5 kg verbruikt.
→ Ten laatste zout navullen wanneer na het wegnemen van het deksel water boven het zout zichtbaar is.
→ Als het zoutreservoir volledig leeg komt te staan, mislukt de regeneratie.
WS 50 / WS 100 scheiden
Na geslaagde regeneratie:
→ Afsluitklep van de watervoorziening sluiten.
→ Wisselaar ontluchten, daartoe de ont-
luchtingsklep openen en lucht aflaten.
Vervolgens klep sluiten.
→ Verbindingsslang 1 van aansluiting regelventiel trekken en op meetklok steken.
→ Verbindingsslang 2 van wisselaar trekken en op regelventiel steken.
→ De regeneratie is beëindigd.
→ Na een geslaagde regeneratie moet een zachtwaterbepaling uitgevoerd worden.
Zie daartoe in de gebruiksaanwijzing WS 50 / WS 100 het hoofdstuk Wisselaar.
Onderhoud
Algemene aanwijzingen
⚠ Gevaar
Verwondingsgevaar!
→ Apparaat enkel met veiligheidsbril bedienen, onderhouden en reinigen.
→ Contactdozen staan onder druk, vooral-eer de contactdozen worden losge-maakt, moet de installatie drukvrij geschakeld worden.
Gevaar voor bevriezing
Voorzichtig
→ Het station mag niet blootgesteld worden aan vorst. Bij het opstellen van het station moet gelet worden op een juiste keuze van de opstelplaats.
Onderhoudswerkzaamheden
Zoutreservoir reinigen
minstens 1x jaarlijks:
→ zoutpeil in zoutreservoir laten zakken tot water boven het zout zichtbaar wordt.
→ Het resterende zout verwijderen.
→ Zuigslang met zuigzeef uit de buis trekken.
→ Het volledige reservoir reinigen en opnieuw monteren.
→ Eerste inbedrijfstelling uitvoeren (zie hoofdstuk „Eerste inbedrijfstelling“) zodat het zuigsysteem ontlucht en het zoutreservoir gevuld wordt.
Injector regelventiel
Tijdens een onderhoud is het aanbevelenswaardig om de injector en de injectorzeef van het regelventiel te reinigen.

→ Afsluitklep van de watervoorziening sluiten.
→ Systeem drukvrij maken door de programmaknop in stand positie 2 - Terugspoelen te brengen.
→ Injectorzeef reinigen:
injectorzeef losschroeven en reinigen.
→ O-ring met siliconevet smeren.
→ Injector reinigen:
Injectorkap losschroeven, injector met
tang verwijderen en reinigen.
→ Alles opnieuw inbouwen.
→ Afsluitklep van de watervoorziening openen.
→ Zuigslang ontluchten:
Eerste inbedrijfstelling uitvoeren of regelventielklep 1 indrukken.
Bijlage
Detail regelventiel

1 Luchtafsluitklep
2 Vlotterkogel
3 Zuigslang (rood)
4 Zouthoeveelheidsregelaar
Vooringesteld, verstelling niet toege-
staan
Regelventielkleppen
De aansturing van de regelventielkleppen gebeurt via de nokken van de nokkenas (niet afgebeeld) van het programmadeel.

1 Brijn (ontluchting zuigslang)
2 Inlaat
3 Uitlaat
4 Bypass
5 Terugspoelen/afvoer
6 Spoelen/afvoer
Functie regelventielklep

text_image
1 2 3 4 41 Kleppenhuis
2 Ventielklep gesloten
3 Ventielklep open
4 Nok (nokkenas)
Beschrijving luchtafsluitklep

text_image
1 2 31 Vlotterkogel in stand open
2 Vlotterkogel in stand gesloten (lucht in luchtafsluitklep)
3 Zuigslang (rood)
Wanneer het zoutreservoir leeg is, zuigt de zuigslang lucht in de luchtafsluitklep. De vlotterkogel gaat naar beneden en sluit de klep.
→ Luchtafsluitklep ontluchten: Zoutreservoir vullen, dan eerste inbedrijfstelling uitvoeren.
Als er zich in de luchtafsluitklep lucht bevindt zonder dat het zoutreservoir leeg is, is het zuigsysteem niet juist ontlucht.
→ Luchtafsluitklep ontluchten: Eerste inbedrijfstelling vanaf stap 5 herhalen.
Storingen verhelpen
⚠ Gevaar
Gevaar voor elektrische schokken!
→ Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen alleen door geautoriseerd vakpersoneel worden uitgevoerd.
→ Voor reparatiewerkzaamheden aan het apparaat moet de aansluitstekker uitgetrokken worden.
⚠Gevaar
Verwondingsgevaar!
→ Contactdozen staan onder druk, vooral-eer de contactdozen worden losge-maakt, moet de installatie drukvrij geschakeld worden.
Bij een storing moet eerst het zoutreservoir gecontroleerd worden en moet eventueel zout toegevoegd worden.
→ Indien geen zout meer in het reservoir voorhanden was, moet na het opvullen minstens 1 uur gewacht worden vooral- eer het brijn zich heeft gevormd.
→ Regeneratie herhalen.
→ Door een zachtwaterbepaling controleren of de wisselaar geregeneerd is. Zie daartoe in de gebruiksaanwijzing WS 50 / WS 100 het hoofdstuk Wisselaar.
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Regelventiel zuigt niet Geen waterdruk Minimumdruk van 3 bar garanderen | ||
| Injector of injectorzeef verstopt ReinigenZie hoofdstuk „Onderhoudswerkzaamhe-den“ | ||
| Zuigslang trekt lucht Schroefverbindingen controleren | ||
| Zuigslang met zuigzeef verontreinigd Reinigen | ||
| Vuilophoping in het zoutreservoir Zoutreservoir reinigenZie hoofdstuk „Onderhoudswerkzaamhe-den“ | ||
| Afvalwaterslang verstopt of geknikt Controleren, indien nodig reinigen of vervangen | ||
| Regelventielklep sluiten Contact opnemen met klantendienst | ||
| Lucht in de luchtafsluitklep. Vlotterkogelsluit daardoor vroegtijdigAansluitingen van zuigslang en kijkvenster controleren | ||
| Installatie krijgt geen zout ook al zuigt het regelventiel | WS 50 / WS 100Waterpeil in het zoutreservoir is te laag en heeft geen contact met het zoutZouthoeveelheidsregelaar hoger laten instellen door de klantendienstZie hoofdstuk „Bijlage“ | |
| Harsvrijkoming in bedrijfsstand Onderste verdeelkop aan stijgbuis defect Vervangen | ||
| In- en uitgang van de installatie verwisseld Verbindingsslangen correct aansluiten | ||
| Geen zacht water in bedrijf Geen zout in de zouttank Zoutreservoir vullen | ||
| Regeneratie niet geluktRegeneratie herhalen. | ||
| Storing in het zuigsysteemRemedie zoals hierboven beschreven | ||
| WS 50 / WS 100Stijbuis in harsreservoir is te kortStijgbuis in positie schuiven of klantendienst oproepen | ||
| WS 50 / WS 100O-ring voor stijgbuis in de reservoiradapterRegelventiel defectContact opnemen met klantendienst | ||
| Zoutreservoir loopt over | Zouthoeveelheidsregelaar defect Contact opnemen met klantendienst | |
| Programmadeel defectContact opnemen met klantendienst | ||
| Regelventielklep sluit nietContact opnemen met klantendienst | ||
| Installatie zuigt niet, maar vult toch | Injector of injectorzeef verstopt Reinigen | |
| Regelventiel klemt en beëindigt de regeneratie niet | Programmadeel defectContact opnemen met klantendienst | |
| Afvalwater stroomt permanent | Vreemde lichamen in regelventielklepContact opnemen met klantendienst | |