PARKSIDE PMSG 200 A2 - Lasapparaat

PMSG 200 A2 - Lasapparaat PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PMSG 200 A2 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 437 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PARKSIDE PMSG 200 A2 - page 88

Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PMSG 200 A2 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PMSG 200 A2 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PMSG 200 A2 PARKSIDE

MULTILASAPPARAAT Bedienings- en veiligheidsinstructies Vertaling van de originele bedieningshandleiding

Klap, voordat u begint te lezen, de pagina met afbeeldingen uit en maak u aansluitend vertrouwd met alle functies van dit apparaat.

z Tabel van de gebruikte pictogrammen Let op! Lees de gebruiksaanwijzing!

Nominale stroom van de lasstroom 1~ 50 Hz Netingang; aantal fasen alsmede wisselstroomsymbool en nominale waarde van de frequentie.

1 eff Effectieve waarde van de grootste netstroom

Nominale waarde van de nullastspanning Het symbool van een doorge- streepte vuilcontainer op wielen hiernaast laat zien dat dit appa- raat is onderworpen aan richtlijn 2012/19/EU.

Nominale waarde van de netspanning Gebruik het apparaat niet buiten en nooit in de regen!

1 max Grootste nominale waarde van de netstroom Lasrook inademen kan schadelijk zijn voor uw gezondheid. Voorzichtig! Gevaar voor een elektrische schok! Lasvonken kunnen een explosie of een brand veroorzaken. Belangrijke aanwijzing! Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Verwijder de verpakking en het apparaat op een milieuvriendelijke wijze!

Grootste nominale lastijdwaarde in de lopende modus t ON (max) Vlambooglassen met de hand met beklede staafelektroden Metaal-inert- en actiefgas-lassen inclusief het gebruik van vuldraad Wolfraam-inert gas-lassen Multilasapparaat PMSG 200 A2 z Inleiding Hartelijk gefeliciteerd! U hebt gekozen voor een van onze hoogwaardige apparaten. Leer het product voor de eerste inbedrijfstelling kennen. Lees hiervoor de volgende handleiding en de veiligheidsvoorschriften aandachtig door. De inbedrijfstelling van dit gereedschap mag alleen door geïnstrueerde personen gebeuren. BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN!NL/BE

z Gebruik conform de voorschriften Het apparaat is voorzien voor MIG-lassen (lassen met lasdraad en inert gas), MMA-lassen (lassen met staafelektroden) en TIG-lassen (wolfraam-inert gas-lassen). Bij het gebruik van gevulde draden die geen beschermgas in vaste vorm bevatten, moet bovendien beschermgas worden gebruikt. Bij gebruik van aluminium massieve draad dient argon als beschermgas te worden gebruikt. Bij gebruik van zelfbe- schermende gevulde draad is geen aanvullend gas nodig. Het beschermgas bevindt zich in dat geval in poedervorm in de lasdraad en wordt daardoor direct de vlamboog in geleid. Daardoor is het apparaat bij werken in de openlucht ongevoelig voor wind. Alleen draadelektroden die geschikt zijn voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Dit lasapparaat is geschikt voor het vlambooglassen met de hand van staal (MMA-lassen), roestvrij staal, plaatstaal en gegoten materialen met behulp van de bijbehorende beklede elektroden. Neem hiervoor de gegevens van de elektrodefabrikant in acht. Alleen elektroden die geschikt zijn voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Neem bij wolfraam-inert gas-lassen (TIG-lassen) beslist de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies van de gebruikte TIG-toorts in acht naast de aanwijzingen en veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing. Een ondeskundige hantering van het product kan gevaarlijk zijn voor personen, dieren en goederen. Het lasscherm mag alleen met laslenzen zoals voorzetglazen, die als dusdanig zijn gemarkeerd, worden gebruikt en die in principe alleen worden gebruikt om te lassen. Het lasscherm is niet geschikt voor laserlassen! Gebruik het product alleen zoals is beschreven en voor de vermelde toepassingen. Bewaar deze handleiding goed. Overhandig alle documentatie ook bij de overdracht van het product aan derden. Elk gebruik dat afwijkt van het gebruik conform de voorschriften, is verboden en is mogelijk gevaarlijk. Schade door niet-inachtneming of verkeerd gebruik wordt niet door de garantie gedekt en valt niet onder de aansprakelijkheid van de producent. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie. Bestanddeel van het beoogde gebruik is ook de inachtneming van de veiligheidsaanwijzingen en van de montagehandleiding en van de gebruiksaanwijzingen in de handleiding. De geldende ongevallenpreventievoorschriften moeten uiterst nauwgezet worden gerespecteerd. Het apparaat mag niet worden gebruikt: in ruimtes die niet voldoende zijn geventileerd; in een explosiegevaarlijke omgeving; om buizen te ontdooien; in de buurt van mensen met een pacemaker; en in de buurt van licht ontvlambare materialen. Resterend risico Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften gebruikt, blijven er altijd resterende risico's bestaan. De volgende gevaren kunnen zich voordoen met betrekking tot de constructie en uitvoering van dit multilasapparaat: oogletsel door verblinding, aanraken hete onderdelen van het apparaat of van het werkstuk (brandwonden); bij ondeskundige beveiliging tegen ongevallen en brandgevaar door vliegende vonken of slakdeeltjes; schadelijke emissies van rook en gassen, bij gebrek aan lucht resp. onvoldoende afzuiging in gesloten ruimtes. AANWIJZING: Verminder het resterend risico door het apparaat zorgvuldig en volgens de voorschriften te gebruiken en alle aanwijzingen op te volgen. z Leveringsomvang 1 Multilasapparaat PMSG 200 A2 1 lasmondstuk 1,0 mm (voorgemonteerd, alleen voor aluminium massieve draad) Identificatie: 1,0 A 4 lasmondstukken voor staaldraad/gevulde draad (1x 0,6 mm; 1x 0,8 mm; 1x 0,9 mm; 1x 1,0 mm)90 NL/BE Identificatie overeenkomstig diameter: 0,6; 0,8; 0,9; 1,0 1 slakkenhamer met staalborstel 1 aluminium massieve draad 200 g (voorgemonteerd) 1,0 mm Ø, type: ER5356 1 lasschild 1 elektrodehouder MMA 1 bedieningshandleiding 1 aardingsklem met kabel 1 MIG-toorts met laskabel 1 gevulde draad 200 g 1,0 mm Ø, type: E71T-GS 5 staafelektroden (2 x 1,6 mm; 2 x 2,0 mm; 1 x 2,5 mm) z Beschrijving van de onderdelen

Afdekking voor de draadaanvoereenheid

Hoofdschakelaar AAN/UIT (incl. stroomcontrolelampje)

Draaischakelaar voor instelling van de lasstroom

Slangenpakket met directe aansluiting

Massieve draad-lasspoel (aluminium) Ø 1 mm/200 g (voorgemonteerd)

Gevulde draad-lasspoel (staal) Ø 1 mm/200 g

Slakkenhamer met staalborstel

Draaischakelaar voor instelling van de lasspanning

z Technische gegevens Ingangsvermogen: 4,5kW Netaansluiting: 230V~ 50Hz Gewicht: 7,7kg Beveiliging: 16A Lassen met gevulde draad: Lasstroom: 50 – 160A Nullastspanning: U

: 56V Grootste nominale waarde van de netstroom: I 1max : 25,7A Effectieve waarde van de grootste netstroom: I 1eff : 11,6A Lasdraadtrommel max.: ca. 5000g Lasdraaddiameter max.: 1,0mm Karakteristiek Vlak MMA-lassen: Lasstroom: 30 – 140A Nullastspanning: U

: 56V Grootste nominale waarde van de netstroom: I 1max : 23,7A Effectieve waarde van de grootste netstroom: I 1eff : 10,7A Karakteristiek: Dalende WIG-lassen: Lasstroom: 30 – 200A Nullastspanning: U

: 52V Grootste nominale waarde van de netstroom: I 1max : 27,2A Effectieve waarde van de grootste netstroom: I 1eff : 8,9A Karakteristiek: Dalend AANWIJZING: Technische en visuele wijzigingen kunnen in het kader van de doorontwikkeling zonder aankondiging worden uitgevoerd. Alle maten, aanwijzingen en gegevens in deze handleiding zijn dan ook zonder garantie. Juridische claims die op basis van de handleiding worden ingediend, kunnen daarom niet worden opgeëist. AANWIJZING: Het in de volgende tekst gebruikte begrip ”apparaat” heeft betrekking op het multilasapparaat dat in deze handleiding wordt beschreven.92 NL/BE z Veiligheidsinstructies Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem de beschreven instructies in acht. Leer met behulp van deze gebruiks- aanwijzing met het apparaat, het correcte gebruik ervan en de veiligheidsinstructies kennen. Op het typeplaatje staan alle technische gegevens van dit lasapparaat. Neem kennis van de technische speci- ficaties van dit apparaat.

WAARSCHUWING Houd de verpakkingsmaterialen uit de buurt van kleine kinderen. Er bestaat verstikkingsgevaar! Laat reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden alleen door gekwalificeerde elektriciens uitvoeren. Dit apparaat kan door kinderen vanaf 16 jaar alsmede door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer zij onder toezicht staan of geïnstrueerd werden met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat en ze de daaruit voortvloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder dat er toezicht op hen wordt gehouden. Laat reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden alleen door gekwalificeerde elektriciens uitvoeren. Gebruik alleen de meegeleverde laskabels. Het apparaat mag tijdens het gebruik niet direct tegen de wand staan, niet worden afgedekt of tussen andere apparaten geklemd, zodat altijd voldoende lucht door de ventilatiesleuven kan worden opgenomen. Controleer of het apparaat correct op de netspanning is aangesloten. Vermijd iedere trekbelasting van de voedingskabel. Trek de stroomstekker uit het stopcontact, voordat u het apparaat op een andere plaats opstelt. Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, schakelt u het altijd met de AAN/UIT-schakelaar uit. Leg de elektrodehouder op een geïsoleerde ondergrond en haal de elektroden pas na 15 minuten afkoeling uit de houder. Let op de staat van de laskabels, de elektrodehouder en de aar- dingsklemmen. Slijtage aan de isolatie en aan de stroomvoerende delen kan gevaarlijk zijn en de kwaliteit van het laswerk verminderen. Vlambooglassen produceert vonken, gesmolten metalen deeltjes en rook. Let daarom op: Verwijder alle brandbare substanties en/of materialen uit de werkplek en uit de onmiddellijke omgeving.NL/BE

Zorg voor ventilatie van de werkplek. Las niet op containers, vaten of buizen die brandbare vloeistoffen of gassen bevatten of bevat hebben.

WAARSCHUWING Vermijd elk direct contact met het elektrische lascircuit. De open spanning tussen elektrodetang en aardingsklem kan gevaarlijk zijn. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok. Berg het apparaat niet op in een vochtige of natte omgeving of in de regen. Hier geldt de beschermingsklasse IP21S. Bescherm de ogen met de daarvoor bedoelde veiligheidsglazen (DIN graad 9 – 10), die u op het meegeleverde lasscherm bevestigt. Draag handschoenen en droge beschermende kleding, die vrij is van olie en vet om de huid te beschermen tegen de ultraviolette straling van de vlamboog.

WAARSCHUWING Gebruik de lasstroombron niet om leidingen te ontdooien. Let op: De straling van de vlamboog kan de ogen beschadigen en brand- wonden op de huid veroorzaken. Vlambooglassen produceert vonken en druppels gesmolten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief lang zeer heet. Raak het werkstuk daarom niet met blote handen aan. Bij vlambooglassen komen dampen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. Zorg ervoor dat u deze, indien mogelijk, niet inademt. Bescherm uzelf tegen de gevaarlijke gevolgen van de vlamboog en houd personen die niet bij het werk zijn betrokken, op een afstand van minstens 2m van de vlamboog verwijderd. LET OP! Tijdens het gebruik van het lasapparaat kan het, afhankelijk van de netspanning aan het aansluitpunt, tot storingen in de stroom- voorziening voor andere verbruikers komen. Neem in geval van twijfel contact op met uw energieleverancier. Tijdens het gebruik van het lasapparaat kunnen er functiestoringen van andere apparaten, bijv. hoorapparaten, pacemakers, enz., ontstaan.94 NL/BE z Gevarenbronnen bij vlambooglassen Bij vlambooglassen zijn er een reeks gevarenbronnen. Daarom is het voor de lasser bijzonder belangrijk om de volgende regels in acht te nemen, om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen en schade- lijke gevolgen voor mens en apparaat te vermijden. Laat werkzaamheden aan de netspanning, bijv. aan kabels, stekkers, contactdozen, enz., alleen door een elektricien uitvoeren volgens nationale en lokale voorschriften. Laat werkzaamheden aan de netspanning, bijv. aan kabels, stekkers, contactdozen, enz., alleen door een elektricien uitvoeren volgens nationale en lokale voorschriften. Koppel bij ongevallen het lasapparaat meteen los van de stroom- voorziening. Wanneer elektrische contactspanningen optreden, het apparaat meteen uitschakelen en door een elektricien laten controleren. Let aan de lasstroomzijde altijd op goede elektrische contacten. Draag tijdens het lassen altijd aan beide handen isolerende hand- schoenen. Deze beschermen tegen elektrische schokken (nullast- spanning van het lascircuit), tegen schadelijke stralingen (warmte en UV-straling) en tegen gloeiend metaal en slagspatten. Draag stevige, isolerende schoenen. De schoenen moeten ook isoleren als het nat is. Halve schoenen zijn niet geschikt, omdat vallende, gloeiende metalen druppels brandwonden kunnen veroorzaken. Draag geschikte beschermende kleding, geen synthetische kleding- stukken. Kijk niet met onbeschermde ogen in de vlamboog, gebruik alleen een lassers-lasscherm met goedgekeurd veiligheidsglas volgens DIN. De vlamboog geeft behalve licht- en warmtestralen, die een verblinding c.q. brandwond veroorzaken, ook UV-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette straling veroorzaken bij onvoldoende bescherming een zeer pijnlijke bindvliesontsteking die pas enkele uren later wordt opgemerkt. Daarnaast veroorzaken UV-straling op onbeschermde lichaamsdelen verbranding zoals bij zonnebrand. Ook personen of assistenten die zich in de buurt van de vlamboog bevinden, moeten op de gevaren worden gewezen en met de nodige beschermende middelen worden uitgerust. Stel, indien nodig, schermen op. Tijdens het lassen, vooral in kleine ruimtes, dient voor voldoende toevoer van frisse lucht te worden gezorgd, omdat rook en schade- lijke gassen ontstaan.NL/BE

Aan containers waarin gassen, brandstoffen, minerale oliën of dergelijke worden opgeslagen, mogen, – ook wanneer ze reeds lang geleden werden leeggemaakt, – geen laswerkzaamheden worden uitgevoerd, omdat door restanten explosiegevaar bestaat. In brand- en explosiegevaarlijke ruimtes gelden speciale voorschriften. Lasverbindingen die aan grote belastingen zijn blootgesteld en aan bepaalde veiligheidseisen moeten voldoen, mogen alleen door speciaal opgeleide en gekeurde lassers worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn drukketels, looprails, aanhangerkoppelingen, enz. LET OP! Sluit de aardingsklem altijd zo dicht als mogelijk bij de lasnaad aan, zodat de lasstroom de kortst mogelijke weg van de elektrode naar de aardingsklem kan nemen. Verbind de aardingsklem nooit met de behuizing van het lasapparaat! Sluit de aardingsklem nooit aan op geaarde delen, die ver van het werkstuk verwijderd liggen, bijv. een waterleiding in een andere hoek van de ruimte. Anders zou het kunnen dat het aardingssysteem van de ruimte waarin u last, wordt beschadigd. Gebruik het lasapparaat niet in de regen. Gebruik het lasapparaat niet in een vochtige omgeving. Plaats het lasapparaat alleen op een vlakke plek. De uitgang is gemeten bij een omgevingstemperatuur van 20°C. De lastijd kan bij hogere temperaturen korter zijn. GEVAAR DOOR ELEKTRISCHE SCHOK: Een elektrische schok van een laselektrode kan dodelijk zijn. Las niet bij regen of sneeuw. Draag droge isolatiehandschoenen. Pak de elektrode niet met blote handen vast. Draag geen natte of beschadigde handschoenen. Bescherm uzelf tegen een elektrische schok door isolaties tegen het werkstuk. Open de behuizing van de inrichting niet. GEVAAR DOOR LASROOK: Het inademen van lasrook kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Houd het hoofd niet in de rook. Gebruik inrichtingen in open gebieden. Gebruik ontluchting om de rook te verwijderen. GEVAAR DOOR LASVONKEN: Lasvonken kunnen een explosie of een brand veroorzaken. Houd brandbare stoffen uit de buurt van lassen. Las niet naast brandbare stoffen. Lasvonken kunnen branden veroorzaken. Houd een brandblusser bij de hand en iemand die toekijkt en de blusser onmiddellijk kan gebruiken. Las niet op vaten of andere gesloten containers.96 NL/BE GEVAAR DOOR VLAMBOOGSTRALEN: Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Draag een hoofdbedekking en veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming en een hoog gesloten overhemdkraag. Draag een lashelm en let op de correcte filterinstellingen. Draag volledige lichaamsbescherming. GEVAAR DOOR ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN: Lasstroom produceert elektromagnetische velden. Gebruik deze niet samen met medische implantaten. Wikkel de laskabels nooit rond het lichaam. Breng laskabels samen. z Specifieke veiligheidsinstructies voor lasscherm

Controleer met behulp van een felle lichtbron (bijv. aansteker) altijd voor het begin van de laswerkzaamheden of het lasscherm correct werkt. Door lasspatten kan het veiligheidsglas beschadigd geraken. Vervang beschadigde of bekraste beschermglazen meteen. Vervang beschadigde of sterk vervuilde c.q. bekraste componenten onmiddellijk. Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt, die 16 jaar of ouder zijn. Leer de veiligheidsvoorschriften voor lassen kennen. Neem hierbij ook de veiligheidsinstructies van uw lasapparaat in acht. Zet het lasscherm altijd op, wanneer u last. Indien u het niet gebruikt, kunt u ernstig netvliesletsel oplopen. Draag altijd beschermende kleding tijdens het lassen. Gebruik een lasscherm nooit zonder lasglas. Er bestaat gevaar voor oogletsel! Vervang het veiligheidsglas tijdig voor een goed zicht en onver- moeibaar werken. z Omgeving met verhoogd elektrisch risico Bij lassen in omgevingen met een verhoogd elektrisch risico dienen de volgende veiligheidsinstructies in acht te worden genomen. Omgevingen met verhoogd elektrisch risico treft u bijvoorbeeld aan: op werkplekken waar de bewegingsruimte beperkt is, zodat de lasser in een geforceerde houding (bijv. knielend, zittend, liggend) werkt en elektrisch geleidende delen aanraakt; op werkplekken die geheel of gedeeltelijk elektrisch geleidend zijn begrensd en waar een groot gevaar bestaat door te vermijden of toevallig aanraken door de lasser;NL/BE

op natte, vochtige of warme werkplekken, waar de luchtvoch- tigheid of transpiratie de weerstand van de menselijke huid en de isolerende eigenschappen van de beschermende uitrusting aanzienlijk verlaagt. Ook een metalen ladder of een steiger kunnen een omgeving met verhoogd elektrisch risico scheppen. In een dergelijke omgeving dienen een isolerende ondergrond en tussenlagen te worden gebruikt, verder dienen kaphandschoenen en hoofdbedekkingen van leer of van andere isolerende stoffen te worden gedragen om het lichaam van aarde te isoleren. De lasstroombron moet zich buiten het werkgebied c.q. de elektrisch geleidende vlakken en buiten de reikwijdte van de lasser bevinden. Aanvullende bescherming tegen een schok door netspanning bij een storing kan door het gebruik van een aardlekschakelaar zijn voorzien, die bij een lekstroom van niet meer dan 30mA wordt gebruikt en alle inrichtingen voor het netspanningsbedrijf in de buurt voedt. De aardlekschakelaar moet voor alle stroomtypen zijn geschikt. Middelen voor het snel elektrisch ontkoppelen van de lasstroombron of het lasstroomcircuit (bijv. noodstopinrichting) moeten gemakkelijk zijn te bereiken. Bij gebruik van lasapparaten onder elektrisch gevaarlijke omstandig- heden mag de uitgangsspanning van het lasapparaat dat stationair draait, niet hoger zijn dan 113V (piekwaarde). Dit lasapparaat mag op basis van de uitgangsspanning in deze gevallen worden gebruikt. z Lassen in nauwe ruimtes Bij het lassen in nauwe ruimtes kan een risico door toxische gassen (verstikkingsgevaar) ontstaan. In nauwe ruimtes mag alleen worden gelast, wanneer er geïnstru- eerde personen in de onmiddellijke nabijheid aanwezig zijn, die in geval van nood kunnen ingrijpen. Hier dient voor het begin van het lasproces een analyse door een deskundige te worden uitgevoerd om te bepalen welke stappen noodzakelijk zijn om de veiligheid van het werk te waarborgen en welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden genomen tijdens het feitelijke lasproces.98 NL/BE z Optellen van nullastspanningen Wanneer meer dan één lasstroombron tegelijkertijd in werking is, kunnen de nullastspanningen ervan worden opgeteld en tot een verhoogd elektrisch risico leiden. Lasstroombronnen moeten zo worden aangesloten dat dit risico tot een minimum wordt beperkt. De individuele lasstroombronnen, met hun aparte besturingen en aansluitingen, moeten duidelijk worden gemarkeerd, zodat herken- baar is wat bij welk lasstroomcircuit hoort. z Beschermende kleding

Tijdens de werkzaamheden moet de lasser over zijn volledige lichaam zijn beschermd tegen straling en verbranding door de juiste kleding en gezichtsbescherming. De volgende stappen dienen in acht te worden genomen: – Trek vóór de laswerkzaamheden de beschermende kleding aan. – Trek handschoenen aan. – Gebruik ramen of een ventilator om de luchttoevoer te garanderen. – Draag een veiligheidsbril en mondbescherming. Aan beide handen moeten kaphandschoenen van een geschikt materiaal (leer) worden gedragen. Deze moeten in een perfecte staat zijn. Om de kleding te beschermen tegen rondvliegende vonken en verbranding dienen geschikte schorten te worden gedragen. Wanneer de aard van de werkzaamheden, bijv. lassen boven het hoofd, dat vereist, moet een beschermend pak worden gedragen en, indien nodig, ook een hoofdbescherming.

BESCHERMING TEGEN STRALEN EN VERBRANDINGEN

Wijs op de werkplek met een affiche ”Voorzichtig! Niet in de vlammen kijken!” op het risico voor de ogen. De werkplekken moeten, indien mogelijk, zo worden afgeschermd dat de personen die zich in de buurt bevinden, worden beschermd. Onbevoegden moeten uit de buurt van laswerkzaamheden worden gehouden. In de onmiddellijke omgeving van vaste werkplekken mogen de wanden noch licht van kleur zijn, noch glanzend zijn. Ramen moeten minstens tot op hoofdhoogte worden beveiligd tegen het doorlaten of weerkaatsen van straling, bijv. door geschikte verf.NL/BE

z EMC-apparaatclassificatie Conform de norm IEC 60974-10 gaat het hier om een lasapparaat met de elektromagnetische compatibiliteit van klasse A. Apparaten van klasse A zijn apparaten die zijn geschikt voor het gebruik in alle andere gebieden dan het woongedeelte en die gebieden die direct op een laagspannings-stroomnet zijn aangesloten dat (ook) woningen voorziet. Apparaten van klasse A moeten voldoen aan de grenswaarden van klasse A. WAARSCHUWING: Apparaten van klasse A zijn voorzien voor het gebruik in een industriële omgeving. Vanwege de storende invloeden die zich vermogensgerelateerd en ook gestraald voordoen, kunnen er mogelijkerwijs problemen optreden om de elektromagnetische compa- tibiliteit in andere omgevingen te waarborgen. Ook wanneer het apparaat voldoet aan de emissiegrenswaarden volgens de norm, kunnen betreffende apparaten toch tot elektromag- netische storingen in gevoelige installaties en apparaten leiden. De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen die tijdens het werken door de vlamboog ontstaan en de gebruiker moet geschikte bescher- mingsmaatregelen nemen. Hierbij dient de gebruiker vooral te letten op: – net-, stuur-, signaal- en telecommunicatiekabels; – computers en andere microprocessorgestuurde apparaten; – televisie-, radio- en andere weergaveapparatuur; – elektronische en elektrische veiligheidsinstallaties; – personen met een pacemaker of hoorapparaat; – meet- en kalibratie-inrichtingen; – immuniteit tegen storingen van andere inrichtingen in de buurt; – het tijdstip waarop de laswerkzaamheden worden uitgevoerd. Om mogelijke storende stralingen te verminderen, wordt aanbevolen: – de netaansluiting van een netfilter te voorzien; – het apparaat regelmatig te onderhouden en op een goed onder- houdsniveau te houden; – laskabels moeten volledig worden afgewikkeld en zo parallel mogelijk op de grond worden gelegd – apparaten en installaties die gevaar lopen door storende straling, moeten, indien mogelijk, uit het werkgebied worden verwijderd of worden afgeschermd. Aanwijzing! Dit apparaat voldoet aan IEC 61000-3-12, vooropgesteld dat het kortsluitvermogen Ssc groter is dan of gelijk is aan 4433,25kW aan het interfacepunt tussen de voeding van de gebruiker en het openbare net.100 NL/BE De installateur of de gebruiker van het apparaat is ervoor verant- woordelijk om ervoor te zorgen, indien nodig na overleg met de energiemaatschappij, dat het apparaat alleen op een voeding wordt aangesloten, waarvan het kortsluitvermogen Ssc groter dan of gelijk aan 4433,25kW wordt aangesloten. Aanwijzing! Het apparaat is alleen voorzien voor het gebruik in ruimtes met een stroombelastbaarheid van ten minste 100A per fase. z Voor ingebruikname Neem alle onderdelen uit de verpakking en controleer of het multilasapparaat of de reserveonderdelen beschadigd zijn. Als dit zo is, gebruik het multilasapparaat dan niet. Neem contact op met de producent via het vermelde serviceadres. Verwijder alle beschermende folies en overige transportverpakkingen. Controleer of de levering compleet is. z Montage z Lasschild monteren Plaats het donkere lasglas

met het opschrift omhoog in het schild

(zie afb. C). Druk hiervoor evt. licht van de voorzijde tegen het glas, totdat dit vastklikt. Het opschrift van het donkere lasglas

moet nu vanaf de voorzijde van het beschermingsschild zichtbaar zijn. Schuif de handgreep

van binnenaf in de passende uitsparing van het schild, tot deze vastklikt (zie afb. D). z MIG-lassen LET OP: Vermijd het risico op een elektrische schok, letsel of beschadiging. Trek hiervoor vóór iedere onderhoudsbeurt of werkvoorbereiding de stroomstekker uit de contactdoos. AANWIJZING: Afhankelijk van de toepassing worden verschillende lasdraden gebruikt. Met dit apparaat kunnen lasdraden met een diameter van 0,6 – 1,0mm worden gebruikt. Aanvoerrol, lasmondstuk en draaddiameter moeten altijd bij elkaar passen. Het apparaat is geschikt voor draadrollen tot maximaal 5000g. Gebruik aluminiumdraad voor het lassen van aluminium- en staaldraad voor het lassen van staal en ijzer. z Aanpassen van het apparaat voor het lassen met massieve draad met beschermgas De correcte aansluitingen voor het lassen met massieve draad met gebruik van beschermgas worden in afbeelding S getoond. Bij het gebruik van de meegeleverde aluminium massieve draad dient argon als beschermgas te worden gebruikt (niet inbegrepen).NL/BE

met de met ”+” gemarkeerde aansluiting (zie afb. S). Draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt. Verbind nu het slangenpakket met directe aansluiting

met de overeenkomstige aansluiting (zie afb. S). Fixeer de verbinding door de fixeerring

met de wijzers van de klok mee aan te halen. Verbind dan de aardingskabel

met als ”-” gemarkeerde aansluiting (zie afb. S). Draai de aansluiting met de wijzers van de klok mee om deze te fixeren.

Verbind nu de beschermgasaanvoer inclusief de drukreduceerklep (niet inbegrepen) met de gasaansluiting

(zie afb. T). Er is beschermgas nodig, voor zover er geen gevulde draad met geïntegreerd vast beschermgas wordt gebruikt. Neem evt. ook de aanwijzingen over uw drukredu- ceerklep in acht (niet meegeleverd). Als richtwaarde voor de in te stellen gasstroom kan de volgende formule worden toegepast: Draaddiameter in mm x 10 = gasstroom in l/min Voor een draad van 0,8 mm resulteert dat bijvoorbeeld in een waarde van ca. 8l/min. z Aanpassing van het apparaat voor lassen met gevulde draad zonder beschermgas Wanneer u de gevulde draad met geïntegreerd beschermgas gebruikt, hoeft er geen extern beschermgas worden aangevoerd.

NL/BE Verbind eerst de stekker

met de met ”-” gemarkeerde aansluiting. Draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt. Verbind nu het slangenpakket met directe aansluiting

met de overeenkomstige aansluiting. Fixeer de verbinding door de fixeerring

met de wijzers van de klok mee aan te halen. Verbind dan de aardingskabel

met de dienovereenkomstig met ”+” gemarkeerde aansluiting en draai de aansluiting met de wijzers van de klok mee om deze te fixeren. z Lasdraad plaatsen Ontgrendel en open de afdekking voor de draadaanvoereenheid

door de ontgrendelknop omhoog te drukken. Ontgrendel de roleenheid door de rolhouder

tegen de wijzers van de klok in draaien (zie afb. F). Trek de rolhouder

van de as af (zie afb. F). AANWIJZING: Let erop dat het uiteinde van de draad niet loskomt waardoor de rol op eigen kracht afrolt. Het uiteinde van de draad mag pas tijdens de montage worden losgemaakt. Pak de lasdraad-lasspoel

volledig uit, zodat deze ongehinderd kan worden afgerold. Maak het uiteinde van de draad echter nog niet los. Plaats de draadrol op de as. Let erop dat de rol aan de zijde van de draaddoorvoer

wordt afgewikkeld (zie afb. G en M). Plaats de rolhouder er

weer op en vergrendel deze door aan te drukken en met de wijzers van de klok mee te draaien (zie afb. G). Draai de stelschroef

los en zwenk deze omlaag (zie afb. H). Draai de drukroleenheid

naar de zijkant weg (zie afb. I). Maak de aanvoerrolhouder los

door tegen de wijzers van de klok in te draaien en trek hem er naar voren af (zie afb. J). Controleer op de bovenzijde van de aanvoerrol

, of de juiste draaddikte is aangegeven. Indien nodig, moet de aanvoerrol

worden omgedraaid of vervangen (zie afb. N). De meegeleverde lasdraad (Ø 1,0mm) moet in de aanvoerrol

met de aangegeven draaddikte van Ø 1,0mm worden gebruikt. De lasdraad moet zich in de bovenste groef bevinden! Plaats de aanvoerrolhouder

er terug op en schroef deze met de wijzers van de klok mee vast. Verwijder het gasmondstuk

door met de wijzers van de klok mee te trekken en te draaien (zie afb. K). Schroef het lasmondstuk

eruit (zie afb. K). Leid het slangenpakket met directe aansluiting

zo recht mogelijk van het lasapparaat weg (leg het op de grond). Neem het uiteinde van de draad uit de spoelrand (zie afb. L). Kort het uiteinde van de draad in met een draadschaar of een zijkniptang om het beschadigde gebogen uiteinde van de draad te verwijderen (zie afb. L). AANWIJZING: De lasdraad moet de volledige de tijd gespannen worden gehouden om te vermijden dat deze loskomt en afrolt! Het is aan te raden om de werkzaamheden altijd met een andere persoon uit te voeren. Schuif de lasdraad door de draaddoorvoer

(zie afb. M). Leid de lasdraad langs de aanvoerrol

en schuif deze daarna in de slangenpakkethouder

(zie afb. N). Zwenk de drukroleenheid

in de richting van de aanvoerrol

(zie afb. O). Haak de stelschroef

erin (zie afb. O). Stel de contradruk in met de stelschroef

. De lasdraad moet vast tussen drukrol en aanvoerrol

in de bovenste geleiding zitten zonder bekneld te raken (zie afb. O). Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar

in (zie afb. A). Duw de toortsknop in

Nu schuift het draadaanvoersysteem de lasdraad door het slangenpakket

Zodra de lasdraad 1 – 2cm uit de toortshals

opnieuw loslaten (zie afb. P). Schakel het lasapparaat weer uit. Schroef het lasmondstuk

bij de diameter van de gebruikte lasdraad past (zie afb. Q). Bij de meegeleverde lasdraad moet het lasmondstuk

met de identificatie 1,0 resp. 1,0AL worden gebruikt bij gebruik van de aluminium massieve draad. Schuif het toortsmondstuk

met een draai naar rechts weer op de toortshals

(zie afb. R). WAARSCHUWING Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadiging te vermijden, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroomstekker uit het stopcontact. z Ingebruikname z Apparaat in- en uitschakelen Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar

in en uit. Wanneer u het lasapparaat langere tijd niet gebruikt, trekt u de stroomstekker uit het stopcontact. Alleen dan is het apparaat volledig zonder stroom. z Lasmethode kiezen Stel eerst de lasmodus in door te drukken op de keuzetoets Lasmodus

. U kunt kiezen tussen Al (aluminium lassen), MIG, MAG en FLUX (gevulde draad). Vervolgens kunnen de spanning en de stroom via de draaischakelaars

worden ingesteld. Voor aluminiumdraad evenals 0,8mm massieve draad en 1,0mm gevulde draad kan de modus SYN worden gekozen. In deze modus zijn de stroom en spanning reeds op elkaar afgestemd. Dit is met name raadzaam voor ongeoefende gebruikers. Om SYN te activeren kiest u eerst de gewenste lasmodus en houdt u vervolgens de keuzetoets Lasmodus

gedurende ca. 2sec ingedrukt. De optimale lasinstellingen dienen in elk geval op een proefwerkstuk te worden bepaald. z Lassen Overbelastingsbeveiliging Het lasapparaat is beveiligd tegen thermische overbelasting door een automatische veiligheidsinrichting (thermostaat met automatisch opnieuw inschakelen). Bij overbelasting onderbreekt de veiligheidsinrichting het stroomcircuit. De weergave O.H.

is verlicht. Bij activering van de veiligheidsinrichting laat u het apparaat afkoelen. Na ca. 15minuten is het apparaat weer gereed voor bedrijf. Overstroomindicatie In het geval van een verkeerd gebruik kan de uitgangsstroom de voorziene maximumwaarde overschrijden. In dit geval onderbreekt de veiligheidsinrichting het lasstroomcircuit en op het display brandt de overstroomwaarschuwing ”O.C”. Wanneer de overstroomwaarschuwing wordt weergegeven, schakelt u het apparaat aan de hoofdschakelaar

uit. Na ca. 15minuten is het apparaat weer gereed voor bedrijf en kan het aan de hoofdschakelaar

worden ingeschakeld.104 NL/BE Lasschild WAARSCHUWING RISICO VOOR DE GEZONDHEID! Wanneer u het lasschild niet gebruikt, kan de vlamboog UV-straling en hitte verspreiden die schadelijk zijn voor de gezondheid en uw ogen verwonden. Gebruik het lasschild altijd, wanneer u last. WAARSCHUWING VERBRANDINGSGEVAAR! Gelaste werkstukken zijn zeer heet, waardoor u zich eraan kunt verbranden. Gebruik altijd een tang om gelaste, hete werkstukken te verplaatsen. LET OP: Bij MIG-lassen wordt een materiaaldikte van 2,0mm aanbevolen – bij aluminium lassen is dat 0,8mm – en bij het lassen van ijzer/staal 3,0mm. Nadat u het lasapparaat elektrisch hebt aangesloten, gaat u als volgt te werk: Verbind de aardingskabel met de aardingsklem

met het te lassen werkstuk. Let erop dat er een goed elektrisch contact is. Op de te lassen plaats moeten roest en verf van het werkstuk worden verwijderd. Kies de gewenste lasstroom afhankelijk van de lasdraaddiameter, materiaaldikte en gewenste branddiepte. Leid het toortsmondstuk

naar de plaats van het werkstuk waar moet worden gelast en houd het lasschild

voor uw gezicht. Druk de toortstoets in

om de lasdraad te transporteren. Wanneer de vlamboog brandt, voert het apparaat de lasdraad naar het smeltbad. De optimale instelling van lasstroom bepaalt u met behulp van testen op een proefstuk. Een goed ingestelde vlamboog heeft een zachte, gelijkmatige zoemtoon. Bij ruw of hard knetteren schakelt u naar een hogere vermogenstrap (lasstroom verhogen). Wanneer de lasspleet groot genoeg is, wordt de toorts

langzaam langs de gewenste rand geleid. De afstand tussen het gasmondstuk en werkstuk moet zo klein mogelijk zijn (in geen geval groter dan 10mm). Pendel eventueel lichtjes om het smeltbad een beetje te vergroten. Voor degenen met minder ervaring bestaat de eerste moeilijkheid uit het vormen van een passende vlamboog. Daarvoor moeten de lasstroom juist worden ingesteld. De branddiepte (komt overeen met de diepte van de lasnaad in het materiaal) moet zo diep mogelijk zijn, het smeltbad mag echter niet door het werkstuk doorvallen. Als de lasstroom te laag is, kan de lasdraad niet correct smelten. Daardoor duikt de lasdraad steeds opnieuw in het smeltbad tot tegen het werkstuk. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Om een lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten: Verwijder eerst de slak op het bevestigingspunt. In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en vervolgens wordt de lasnaad verder geleid. Instellen van geschikte parameters van stroom en spanning voor het lassen van aluminium met aluminiumdraad. Voor het lassen van aluminium worden lagere spanningen aanbevolen dan voor het lassen van ijzer/staal. Voor het instellen van het betreffende spanningsbereik kunt u als volgt te werk gaan: bereid het apparaat voor, net als eerder onder ”Apparaataanpassing voor lassen met massieve draad met beschermgas”. Selecteer voor het lassen van aluminiumdraad de instelling ”1.0/Al(5356)” door te drukken op de keuzetoets Lasmodus

. Voor het lassen van een aluminium plaat van 2mm kunnen alsNL/BE

richtwaarden 14,5volt en een stroom van 91ampère worden ingesteld. Hier kan ook de SYN-modus worden gebruikt, die onder Lasmodus kiezen wordt beschreven. De optimale lasinstellingen dienen aan de hand van een proefwerkstuk te worden bepaald. VOORZICHTIG!: Let erop dat de toorts na het lassen altijd op een geïsoleerde plaats moet worden neergelegd. Schakel het lasapparaat na voltooiing van de laswerkzaamheden en bij pauze altijd uit en trek de stroomstekker altijd uit het stopcontact. z Lasnaad maken Steeknaad of duwend lassen De toorts wordt naar voren geschoven. Resultaat: de branddiepte is kleiner, naadbreedte groter, bovenrups van de naad (zichtbaar oppervlak van de lasnaad) vlakker en de bindfouttolerantie (fout in de materiaalversmelting) groter. Sleepnaad of trekkend lassen De toorts wordt van de lasnaad weggetrokken (afb. U). Resultaat: branddiepte groter, naadbreedte kleiner, bovenrups van naad hoger en de bindfouttolerantie kleiner. Lasverbindingen Er zijn twee basisverbindingen in de lastechniek: stompnaad- (buitenhoek) en hoeknaadverbinding (binnenhoek en overlapping). Stompnaadverbindingen Bij stompnaadverbindingen tot een materiaaldikte van 2mm worden de lasranden volledig tegen elkaar aangebracht. Voor grotere diktes dient een afstand van 0,5 – 4mm te worden gekozen. De ideale afstand is afhankelijk van het gelaste materiaal (aluminium resp. staal), de samenstelling van het materiaal en de gekozen lasmethode. Deze afstand dient aan een proefwerkstuk te worden bepaald. Vlakke stompnaadverbindingen Lassen moeten zonder onderbreking en met voldoende indringdiepte worden uitgevoerd, daarom is een goede voorbereiding uitermate belangrijk. De kwaliteit van het lasresultaat wordt beïnvloed door: de stroomsterkte, de afstand tussen de lasranden, de helling van de toorts en de diameter van de lasdraad. Hoe steiler de toorts tegenover het werkstuk wordt gehouden, hoe hoger de indringdiepte is en omgekeerd.

Om vervormingen die tijdens de materiaalbehandeling kunnen optreden, te voorkomen of te beperken, is het goed om de werkstukken met een voorziening vast te zetten. Het dient te worden vermeden om de gelaste structuur te verstijven, zodat breuken in de las worden vermeden. Deze moeilijkheden kunnen106 NL/BE worden beperkt, wanneer de mogelijkheid bestaat om het werkstuk zo te draaien dat de las in twee tegenovergestelde doorvoeren kan worden geleid. Lasverbindingen aan de buitenhoek Dit type voorbereiding is zeer eenvoudig (afb. V, W).

Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals hieronder voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind (afb. X).

Hoeklasverbindingen Een hoeklas ontstaat wanneer de werkstukken loodrecht ten opzichte van elkaar staan. De las moet de vorm hebben van een gelijkzijdige driehoek en een kleine keelhoogte (afb. Y, Z). Lasverbindingen in de binnenhoek De voorbereiding van deze lasverbinding is zeer eenvoudig en wordt gebruikt voor diktes tot 5mm. De maat ”d” moet tot het minimum worden beperkt en mag in geen geval kleiner zijn dan 2mm (afb. Y).

Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals in afbeelding X voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind.NL/BE

Overlappende lasverbindingen De meest gebruikelijke voorbereiding is die met rechte lasranden. De las kan door een normale hoeklasnaad worden losgemaakt. De beide werkstukken moeten zo dicht als mogelijk tegen elkaar aan worden gebracht, zoals in afbeelding AB getoond.

z MMA-lassen Controleer of de hoofdschakelaar

niet in de contactdoos is gestoken. Sluit de elektrodehouder

aan op het lasapparaat, zoals in afbeelding AC wordt getoond. Neem hierbij ook de gegevens van de elektrodefabrikant in acht. Trek conform de richtlijnen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor. Sluit de aardingsklem

op het werkstuk aan. Klem de elektrode in de elektrodehouder

Schakel het apparaat in door de hoofdschakelaar

in stand ”I” (”ON”) te zetten. Kies de modus ”MMA” door het bedienen van de keuzetoets Lasmodus

, totdat het indicatorlampje naast ”MMA” brandt. Stel de lasstroom met de draaischakelaar voor lasstroominstelling

afhankelijk van de gebruikte elektrode in.

NL/BE AANWIJZING: Richtwaarden voor de in te stellen lasstroom, afhankelijk van de elektrodediameter, treft u aan in de volgende tabel. Ø elektrode Lasstroom 1,6mm 40 – 60A 2,0mm 60 – 80A 2,5mm 80 – 100A 3,2mm 100 – 140A LET OP: De aardingsklem

en de elektrodehouder

/de elektrode mogen geen direct contact maken. LET OP: Bij het lassen met staafelektroden moeten de elektrodehouder

overeenkomstig de gegevens van de elektrodefabrikant worden aangesloten. Houd het lasschild

voor het gezicht en begin met lassen. Om de bewerking te beëindigen, zet u de hoofdschakelaar ON/OFF

In dit geval is verder lassen niet mogelijk. Het apparaat is verder in bedrijf, zodat de ventilator het apparaat afkoelt. Zodra het apparaat weer gereed is voor bedrijf, verdwijnt de weergave O.H.

. Nu is lassen weer mogelijk. LET OP: Dep niet met de elektrode op het werkstuk. Het kan worden beschadigd en de ontsteking van de vlamboog kan worden bemoeilijkt. Zodra de vlamboog ontstoken is, probeert u een afstand tot het werkstuk te behouden, die overeenkomt met de gebruikte elektrodediameter. De afstand moet zo constant mogelijk blijven, terwijl u last. Deze elektrodehelling in werkrichting dient 20 – 30 graden te zijn. LET OP: Gebruik altijd een tang om verbruikte elektroden te verwijderen of hete werkstukken te verplaatsen. Houd er rekening mee dat de elektrodehouder na het lassen altijd op een isolerende ondergrond moet worden gelegd. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Om een lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten: Verwijder eerst de slak op de aansluitplaats. In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en aansluitend wordt de lasnaad verder geleid. LET OP: Het laswerk produceert hitte. Daarom moet het lasapparaat na het gebruik minimaal een half uur stationair worden gebruikt. Als alternatief laat u het apparaat een uur afkoelen. Het apparaat mag pas worden verpakt en opgeslagen, wanneer de apparaattemperatuur genormaliseerd is. LET OP: Een spanning die 10% lager is dan de nominale ingangsspanning van het lasapparaat, kan tot de volgende consequenties leiden: De stroom van het apparaat neemt af. De vlamboog breekt af of wordt instabiel.NL/BE

LET OP: De vlamboogstraling kan tot oogontstekingen en huidverbrandingen leiden. Spat- en smeltslakken kunnen oogletsel en brandwonden veroorzaken. Monteer het lasschild, zoals onder ”Lasschild monteren” is beschreven. Er mogen uitsluitend laskabels worden gebruikt, die zijn meegeleverd. Kies tussen stekend en slepend lassen. Hierna wordt de invloed van de bewegingsrichting op de eigenschappen van de lasnaad getoond: Stekend lassen Slepend lassen Inbranden kleine grote Lasnaadbreedte grote kleine Lasrups vlakke hoge Lasnaadfout grote kleine AANWIJZING: Welke lasmethode geschikter is, beslist u zelf nadat u een proefstuk hebt gelast. AANWIJZING: Nadat de elektrode volledig is versleten, moet deze worden vervangen. Lasschild WAARSCHUWING RISICO VOOR DE GEZONDHEID! Wanneer u het lasschild niet gebruikt, kan de vlamboog UV-straling en hitte verspreiden die schadelijk zijn voor de gezondheid en uw ogen verwonden. Gebruik het lasschild altijd, wanneer u last. z WIG/TIG-lassen Volg de gegevens over uw WIG-toorts voor WIG-/TIG-lassen. De WIG-/TIG-modus kan door het bedienen van de keuzetoets Lasmodus

worden geselecteerd. Kies hiervoor de stand ”TIG”. z Onderhoud en reiniging AANWIJZING: Het lasapparaat moet om perfect te functioneren en voor de naleving van de veiligheidseisen regelmatig worden onderhouden en gereviseerd. Ondeskundig en foutief gebruik kunnen leiden tot uitvallen van en schade aan het apparaat. Laat de reparaties alleen uitvoeren door gekwalificeerde elektra-vaklieden. Schakel de hoofdvoedingsbron en de hoofdschakelaar van het apparaat uit, voordat u onderhouds- werkzaamheden aan het lasapparaat uitvoert. Maak het lasapparaat en het toebehoren regelmatig schoon met behulp van lucht, poetsdoek of een borstel.110 NL/BE Bij een defect of als apparaatonderdelen moeten worden vervangen, neemt u contact op met het betreffende personeel. z Milieu-informatie en afvalverwijderingsrichtlijnen VOER ELEKTRISCHE GEREEDSCHAPPEN NIET AF VIA HET HUIS- VUIL! RECYCLING VAN GRONDSTOFFEN IN PLAATS VAN AFVAL- VERWIJDERING! Conform de Europese richtlijn 2012/19/EU moet verbruikte elektrische apparatuur gescheiden worden afgevoerd en naar een inzamelpunt voor milieuvriendelijke recycling worden gebracht. Het symbool van de doorgestreepte afvalcontainer betekent dat dit apparaat aan het einde van de gebruiksduur niet via het huisvuil mag worden afgevoerd. Het apparaat dient bij daarvoor bedoelde inzamelpunten, recyclingwerven of afvalbedrijven te worden ingeleverd. De afvalverwijdering van uw defecte, ingezonden apparaten gebeurt voor u zonder kosten. Bovendien zijn verkopers van elektrische en elektronische apparaten en verkopers van levensmiddelen verplicht tot terugname. Lidl biedt u teruggavemogelijkheden direct in de filialen en winkels aan. Teruggave en afvalverwijdering zijn voor u gratis. Bij de aankoop van een nieuw apparaat heeft u het recht een over- eenkomstig oud apparaat kosteloos terug te geven. Bovendien heeft u de mogelijkheid om, onafhankelijk van de aankoop van een nieuw apparaat, kosteloos (max. drie) oude apparaten af te geven, die een afmeting van niet groter dan 25cm hebben. Wis vóór de teruggave alle persoonsgegevens. Verwijder vóór de teruggave batterijen/accu’s of accumulatoren die niet door het oude apparaat worden omsloten, evenals lampen die zonder vernieling kunnen worden verwijderd, en lever deze in bij een apart inzamelpunt. Let op de markering van de verschillende verpakkingsmaterialen en scheid deze, indien nodig. De verpakkingsmaterialen zijn gemarkeerd met afkortingen (a) en cijfers (b) met de volgende betekenis: 1–7: Kunststoffen, 20–22: Papier en karton, 80–98: Composieten. z EU-conformiteitverklaring Wij, C. M. C. GmbH Documentverantwoordelijke: Dr. Christian Weyler Katharina-Loth-Str. 15 D-66386 St. Ingbert DUITSLAND verklaren alleen verantwoordelijk te zijn dat het product Multilasapparaat IAN: 409153_2207 Art.nr.: 2575 Bouwjaar: 2023/18 Model: PMSG 200 A2 voldoet aan de belangrijke veiligheidsvoorschriften die in de Europese Richtlijnen EU-richtlijn elektromagnetische compatibiliteit: 2014/30/EU Laagspanningsrichtlijn:NL/BE

2014/35/EU RoHS-richtlijn: 2011/65/EU + 2015/863/EU en in de wijzigingen hiervan zijn vastgelegd. Het bovengenoemde object van de Verklaring voldoet aan de voorschriften van de Richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad d.d. 8 juni 2011 ter beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten. Voor de conformiteitsbeoordeling werd gebruik gemaakt van de volgende geharmoniseerde normen: EN 60974-6:2016 EN 60974-10:2014/A1:2015 St. Ingbert, 1-10-2022 Dr. Christian Weyler - Kwaliteitswaarborging - z Aanwijzingen over garantie en afhandelen van de service Garantie van Creative Marketing & Consulting GmbH Geachte klant, U ontvangt 3 jaar garantie op dit apparaat vanaf de aankoopdatum. In geval van schade aan dit product kunt u een rechtmatig beroep doen op de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna vermelde garantie niet beperkt. z Garantievoorwaarden De garantietermijn gaat in op de aankoopdatum. Bewaar het originele kassabon zorgvuldig. Dit document geldt als aankoopbewijs. Wanneer binnen 3 jaar na aankoopdatum van dit product een materiaal- of productiefout optreedt, dan zullen wij het product – naar ons oordeel – gratis repareren of vervangen. Deze garantie vereist dat het defecte apparaat binnen 3 jaar vanaf uw aankoop (kassabon) wordt ingediend en er schriftelijk kort wordt beschreven wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden. Wanneer het defect onder onze garantie valt, ontvangt u het gerepareerde product of een nieuw product terug. Door de reparatie of de vervanging van het product begint geen nieuwe garantietermijn. z Garantieperiode en wettelijke garantieclaims De garantieperiode wordt door de waarborg niet verlengd. Dit geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Schade en defecten die eventueel al bij de aankoop aanwezig zijn, moeten onmiddellijk na het uitpakken worden gemeld. Reparaties na afloop van de garantieperiode dienen te worden betaald. z Omvang van de garantie Het apparaat wordt volgens strenge kwaliteitsrichtlijnen zorgvuldig geproduceerd en voor levering grondig getest.112 NL/BE De garantie geldt voor materiaal- of productiefouten. De garantie is niet van toepassing op producton- derdelen, die onderhevig zijn aan normale slijtage en hierdoor als aan slijtage onderhevige onderdelen gelden, of op breekbare onderdelen, zoals bijv. schakelaars, accu‘s of dergelijke onderdelen, die gemaakt zijn van glas. Deze garantie wordt ongeldig, wanneer het product werd beschadigd, niet correct werd gebruikt of werd onderhouden. Voor een deskundig gebruik van het product dienen alleen de in de originele gebruiksaanwijzing genoemde aanwijzingen strikt in acht te worden genomen. Vermijd absoluut toepassingsdoelen en handelingen die in de originele gebruiksaanwijzing worden afgeraden of waartegen wordt gewaarschuwd. Het product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en niet voor commerciële doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door een door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie. z Afwikkeling in geval van garantie Om een snelle afhandeling van uw reclamatie te waarborgen, dient u de volgende aanwijzingen in acht te nemen: Houd a.u.b. bij alle vragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN) als bewijs voor aankoop binnen handbereik. Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje, een gravure, het titelblad van uw gebruiksaanwijzing (beneden links) of de sticker op de achter- of onderzijde. Wanneer er storingen in de werking of andere gebreken optreden, dient u eerst telefonisch of per e-mail contact met de hierna genoemde serviceafdeling op te nemen. Een als defect geregistreerd product kunt u dan samen met uw aankoopbewijs (kassabon) en de vermelding over wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden, voor u franco verzenden aan het u meegedeelde serviceadres. AANWIJZING: Op www.lidl-service.com kunt u deze en nog veel andere handboeken, productvideo’s en software downloaden. Met deze QR-code gaat u rechtstreeks naar de Lidl-servicepagina (www.lidl-service.com) en kunt u uw bedieningshandleiding openen door het artikelnummer (IAN) 409153 in te voeren. z Service Zo kunt u ons bereiken: NL, BE Naam: ITSw bv Internetadres: www.cmc-creative.de E-mail: Itsw.cmc@kpnmail.nlNL/BE

Telefoon: 0031 (0) 900-8724357 Kantoor: Duitsland IAN 409153_2207 Let erop dat het volgende adres geen serviceadres is. Neem eerst contact op met het hierboven vermelde servicepunt. C. M. C. GmbH Katharina-Loth-Str. 15 DE-66386 St. Ingbert DUITSLAND Bestelling van reserveonderdelen: www.ersatzteile.cmc-creative.de114

(se afb. N). Drej trykrulleenheden

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PMSG 200 A2

Categorie : Lasapparaat