CHICCO Trio Best Friend Light - Kinderwagen

Trio Best Friend Light - Kinderwagen CHICCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Trio Best Friend Light CHICCO in PDF-formaat.

📄 136 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice CHICCO Trio Best Friend Light - page 45
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CHICCO

Model : Trio Best Friend Light

Categorie : Kinderwagen

Download de handleiding voor uw Kinderwagen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Trio Best Friend Light - CHICCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Trio Best Friend Light van het merk CHICCO.

GEBRUIKSAANWIJZING Trio Best Friend Light CHICCO

  • GEBRUIKSAANWIJZINGEN

WIJZING VOOR HET GEBRUIK VOLLEDIG

EN AANDACHTIG DOOR OM KANS OP GE- VAAR BIJ HET GEBRUIK TE VOORKOMEN EN BEWAAR ZE VOOR LATERE RAADPLEGING.

VOLG DEZE GEBRUIKSAANWIJZINGEN

1. Volg de instructies voor de montage en de

installatie van het product nauwgezet. Laat niemand het artikel gebruiken zonder eerst de instructies te hebben gelezen.

2. Bewaar deze handleiding voor eventuele late-

3. Ieder land heeft andere wetten en voorschrif-

ten betreende een veilig vervoer van kinde- ren in de auto. Het is daarom aangeraden voor meer informatie contact op te nemen met de plaatselijke autoriteiten.

4. Waarschuwing! Volgens de statistieken

over ongelukken is de achterbank van het voertuig veiliger dan de voorzetels: daarom wordt aangeraden het autostoeltje op de achterbank te installeren. De veiligste zitting is de middelste achterzitting, als deze is uit- gerust met een driepuntsgordel: in dat geval wordt aangeraden het Autostoeltje op de middelste achterzitting te plaatsen.

5. Waarschuwing! ERNSTIG GEVAAR! Ge-

bruik dit autostoeltje nooit op een voorzit- ting uitgerust met een frontale airbag. Het stoeltje kan alleen op een voorzitting wor- den geïnstalleerd als de frontale airbag is uit- geschakeld: controleer bij de autofabrikant, of in de gebruiksaanwijzing van de auto, of de airbag kan worden uitgeschakeld.

6. Als de autostoel op de voorzetel gezet is (en-

kel indien de airbag vooraan niet aanwezig is of uitgeschakeld is), wordt voor een grotere veiligheid aangeraden de zetel zover mogelijk naar achteren te zetten, voor zover de aanwe- zigheid van andere passagiers op de achter- bank dit toestaat.

7. Gebruik dit autostoeltje nooit op zetels die

zijdelings of tegen de rijrichting in gedraaid zijn.

8. Plaats het autostoeltje alleen op zetels die

correct aan de structuur van de auto zijn bevestigd en die in de rijrichting staan. Kijk goed uit dat inklapbare of draaiende auto- zetels stevig vastzitten, omdat deze bij een ongeluk een gevaar kunnen inhouden.

9. Let erop hoe het autostoeltje in de auto

wordt geïnstalleerd om te voorkomen dat een mobiele zetel of het portier stoort.

10. Geen enkel autostoeltje kan de absolute

veiligheid van het kind in geval van een on- geluk garanderen, maar het gebruik van dit artikel vermindert het gevaar voor ernstig letsel of de dood.

11. Het gevaar voor ernstig letsel van het kind,

en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in andere omstandigheden (bijv. bij hard rem- men, enz.) wordt groter als de aanwijzingen die in deze handleiding worden beschre- ven niet nauwgezet in acht worden geno- men: controleer altijd dat het autostoeltje correct aan de zitting is bevestigd.

12. Indien het autostoeltje beschadigd, ver-

vormd of ernstig versleten mocht zijn, moet het worden vervangen. Het kan zijn oor- spronkelijke veiligheidskenmerken hebben verloren.

13. Verricht geen wijzigingen aan het artikel en

voeg er niets aan toe zonder toestemming van de fabrikant.

14. Breng geen niet door de fabrikant gele-

verde accessoires, reserve-onderdelen of onderdelen aan.

15. Laat het kind nooit en om geen enkele

reden zonder toezicht in het autostoeltje 45achter.

16. Om te vermijden dat het kind zou kunnen

vallen, moet men het kind ook wanneer het met de hand verplaatst wordt, aan het au- tostoeltje vastgrendelen.

17. Bij gebruik buiten de auto, is het gevaarlijk

het autostoeltje op een verhoogd niveau te gebruiken.

18. Laat het autostoeltje nooit onbevestigd op

de autozetel. Het kan tegen andere passa- giers stoten en deze verwonden.

19. Zet niets dat geen voor het artikel goedge-

keurd accessoire is tussen de autozetel en de autostoel, of tussen de autostoel en het kind: in geval van een ongeluk kan het dan gebeuren dat het autostoeltje niet goed functioneert.

20. Als de auto in de rechtstreekse zon wordt

achtergelaten, wordt aangeraden het auto- stoeltje te bedekken.

21. Ook na een niet ernstig ongeluk kan het

autostoeltje schade opgelopen hebben, die echter niet altijd met het blote oog zichtbaar is: het moet daarom worden ver- vangen.

22. Alvorens het autostoeltje met de hand te

verplaatsen, moet men zich ervan verzeke- ren dat het kind met de gordels vastgezet is en dat de greep correct in de verticale positie geblokkeerd is.

23. Dit autostoeltje mag ENKEL op de wan-

delwagen CHICCO BEST FRIEND gebruikt worden.

24. Verzeker u ervan dat de autostoel goed op

de wandelwagen is bevestigd, voordat u het kind erin plaatst.

25. Gebruik geen tweedehands Autostoeltjes:

deze kunnen voor het blote oog onzichtba- re structurele schade hebben opgelopen, die zodanig is dat de veiligheid van het arti- kel niet langer gewaarborgd wordt.

26. De rma Artsana wijst elke vorm van aan-

sprakelijkheid af voor een oneigenlijk ge- bruik van het artikel.

27. De hoes kan uitsluitend worden vervangen

met een door de fabrikant goedgekeurde hoes, omdat deze integraal deel uitmaakt van het autostoeltje. Het autostoeltje mag nooit zonder de hoes gebruikt worden.

28. Controleer of de band van de gordel niet

verdraaid zit en voorkom dat deze of een gedeelte van het autostoeltje tussen de portieren komt of over scherpe punten wrijft. Als de gordel sneeën of rafels heeft, moet hij worden vervangen.

29. Controleer of er geen voorwerpen of baga-

ge, in het bijzonder op de hoedenplank in het voertuig, worden vervoerd die niet zijn vastgezet of veilig zijn geplaatst: in geval van een ongeluk of bij hard remmen kun- nen ze de passagiers verwonden.

30. Verzeker u ervan dat alle passagiers van

het voertuig hun eigen veiligheidsgordel gebruiken, zowel voor de eigen veiligheid, als omdat zij tijdens de reis bij een ongeluk of bij hard remmen het kind kunnen ver- wonden.

31. Stop vaak tijdens lange reizen. Een kind

wordt het al gauw beu. Haal het kind om geen enkele reden uit het autostoeltje, terwijl de auto rijdt. Als het kind aandacht nodig heeft, moet u een veilige plek zoeken en stoppen.

32. Te vroeg geboren kinderen, die zijn geboren

vóór de 37ste week van de zwangerschap, kunnen gevaar lopen in het autostoeltje. Deze baby’s kunnen ademhalingsmoeilijk- heden hebben, terwijl ze in het autostoeltje zitten. We raden u dus aan u tot uw arts of het ziekenhuispersoneel te wenden, zodat uw kind kan worden beoordeeld en het geschikte autostoeltje kan worden aange- raden, voordat u uit het ziekenhuis komt.

33. Het wordt aanbevolen alle inzittenden te

informeren over hoe het kind in geval van nood kan worden losgemaakt.

KENMERKEN VAN HET ARTIKEL

Het autostoeltje is goedgekeurd voor “Groep 0+” voor het vervoer in auto van kinderen vanaf de geboorte tot een gewicht van 13 Kg. BELANGRIJKE MEDEDELINGEN

34. Dit is een “Universeel” kinderbeveiligings-

systeem, dat goedgekeurd is volgens Voor- schrift nr. 44, amendementen reeks 04. Het is geschikt voor algemeen gebruik in voer- tuigen en compatibel met de meeste, maar 46niet alle autozetels.

35. De perfecte compatibiliteit wordt gemak-

kelijker verkregen indien de fabrikant van het voertuig in de handleiding ervan ver- klaart dat het voertuig geschikt is om er “Universele” beveiligingssystemen voor kin- deren van de desbetreende leeftijdsgroep in te installeren.

36. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Univer-

seel” geclassiceerd volgens goedkeurings- criteria die strenger zijn ten opzichte van vorige modellen die niet met deze mede- deling zijn uitgerust.

37. Enkel geschikt om te worden gebruikt in

voertuigen met vaste of oprolbare drie- puntsgordels, die zijn goedgekeurd vol- gens de Voorschriften UN/ECE Nr. 16 of andere gelijkwaardige standaarden.

38. Neem in geval van twijfel contact op met

de fabrikant van het kinderbeveiligingssys- teem of met de dealer. GEBRUIKSBEPERKINGEN WAARSCHUWING! Neem de volgende be- perkingen voor het gebruik van het product strikt in acht; de veiligheid kan anders niet ge- garandeerd worden.

39. Het gewicht van het kind mag niet meer

40. Gebruik dit autostoeltje nooit op een voor-

zetel uitgerust met een frontale airbag, maar enkel indien de frontale airbag uitge- schakeld is: controleer bij de autofabrikant of in de gebruiksaanwijzing van de auto, of de airbag kan worden uitgeschakeld. WAARSCHUWING! Bij gebruik in voertui- gen die op de achterbank zijn uitgerust met veiligheidsgordels met ingebouwde airbags (opblaasbare gordels), kan het contact tussen het opblaasbare gedeelte van de riem en het kinderzitje leiden tot ernstig letsel of de dood. Installeer dit kinderzitje niet in een voertuig met opblaasbare veiligheidsgordels. Indien het Autostoeltje BEST FRIEND voorzien is van een mini-verkleinkussen: WAARSCHUWING! Om de maximale veilig- heid van het kind te garanderen, mag u het mini-verkleinkussen nooit gebruiken als het gewicht hoger is dan 6 kg.

  • De stoel heeft een mini-verkleinkussen voor een goede bescherming en meer comfort voor baby’s vanaf de geboorte tot 6 kg. Controleer voordat u het mini-verkleinkus- sen installeert of de riemen in het onderste knoopsgat zijn geplaatst: dit is immers de eni- ge positie die toegestaan is voor het gebruik van dit accessoire.

HEIDSGORDEL Het autostoeltje kan op elke voorzetel aan de kant van de passagier of achterbank worden geïnstalleerd, maar, met de volgende beper- kingen, het autostoeltje moet: - in de rijrichting geplaatst zijn (Afb. 1). - uitgerust met een 3-puntgordel voor statische verankering of met oprolinrichting (Afb. 2A) WAARSCHUWING! Plaats het stoeltje nooit op een zetel die enkel van een heupgordel voorzien is (Afb. 2B) AFSTELLING VAN DE POSITIE VAN DE GORDELS WAARSCHUWING! De gordels moeten altijd aan de groei van het kind worden aangepast. Voordat u het autostoeltje in de auto instal- leert, moet u de gordels die het kind vasthou- den op de juiste hoogte plaatsen. De correcte positie van de hoogte van de gor- dels is net onder de lijn van de schouders (Afb. 3). Het autostoeltje is voorzien van 2 posities voor de afstelling van de hoogte (Afb. 4). Indien het Autostoeltje BEST FRIEND voorzien is van een mini-verkleinkussen: Controleer voordat u het mini-verkleinkus- sen installeert of de riemen in het onderste knoopsgat zijn geplaatst: dit is immers de eni- ge positie die toegestaan is voor het gebruik van dit accessoire. GEBRUIKSAANWIJZING ONDERDELEN: A. Hoes B. Zonnekap C. Zijdelingse geleiders voor de horizontale autogordel D. Afstelgordel E. Toets afstelling van de gordels 47F. Greep G. Toetsen voor de afstelling van de greep H. Toets vastmaken/losmaken van de wandel- wagen

I. Geleiders van de diagonale autogordel

J. Haken kap K. Knoppen kap L. Comfort-kit (twee schouderriemen en een tussenbeenstuk) M. Veiligheidsgordel met gelijktijdige regeling N. Gesp van de veiligheidsgordels met gelijk- tijdige regeling O. Toets opening van de gesp Opmerking: de afbeeldingen en instructies in dit boekje hebben betrekking op een bepaal- de uitvoering van de draagmand; sommige onderdelen en functies die hier worden be- schreven kunnen, afhankelijk van de door u gekochte uitvoering, anders zijn. INHOUDSOPGAVE

  • Afstelling van de hoogte van de veiligheidsgor- del met gelijktijdige regeling
  • Bevestiging van het autostoeltje in de auto
  • Plaatsing van het kind
  • Afstelling van de greep
  • Positie schommel (gebruik als ligstoeltje)
  • Afneembare hoes van het autostoeltje
  • Bevestiging van het autostoeltje op de wan- delwagen AFSTELLING VAN DE HOOGTE VAN DE VEI-

1. Maak de veiligheidsgordels los door op de

rode knop op de gesp te drukken (Afb. 5).

2. Haal de twee schouderiemen uit de riemen

en de twee uiteinden van de veiligheidsgor- dels zoals afgebeeld op Afbeelding 6.

3. Haal de twee delen van de riem van de ach-

terkant van het autostoeltje en verplaats ze in de gleuf die het beste past voor de hoogte van het kind (Afb. 7).

4. Plaats de schouderriemen eventueel terug

5. Plaats de greep van het autostoeltje verti-

caal door op de twee zijknoppen te druk- ken (Afb. 8).

6. Plaats het autostoeltje op de zetel van de

auto waar men het wenst te installeren (Afb. 9).

7. Trek aan de veiligheidsgordel en haak deze

vast aan de speciale gesp door de heupgor- del door de twee speciale blauwe geleiders van de stoel te halen (Afb. 10).

8. Neem de borstriem vast en trek eraan, zodat

de heupgordel strakker wordt (Afb. 11). Con- troleer aan het einde van de operatie of de buikriem zich nog altijd in de blauwe gelei- ders bevindt.

9. Houd de borstriem altijd strak aangespannen

en laat deze door de blauwe geleiders aan de achterkant van de rugleuning lopen (Afb. 12). Span de gordel zo veel mogelijk aan zon- der te veel band over te laten en verzeker u ervan dat hij niet verdraaid zit. WAARSCHUWING! Controleer na installatie altijd of de gordel van de auto correct is ge- spannen en dat de gesp de riem niet uit zijn zitting duwt. Controleer ook of de gesp van de autogordel niet in aanraking is met het door- laatpunt van de gordel op het autostoeltje. Deze situaties zouden de werkzaamheid van het autostoeltje in het gedrang kunnen bren- gen in geval van een ongeval. WAARSCHUWING! Laat de autogordel niet op andere plaatsen doorgaan dan wat aange- geven is in dit instructieboekje, omdat dit de veiligheid van het kind in gevaar zou brengen!

PLAATSING VAN HET KIND

10. Druk op de aluminium knop op de voorkant

van het autostoeltje (bedekt met textiel) en houd deze ingedrukt terwijl u de twee schouderriemen van het autostoeltje los- maakt (Afb. 13).

11. Maak de bevestigingsgesp van de veilig-

heidsgordel met gelijktijdige regeling los door op de rode knop te drukken (Afb. 14).

12. Plaats het kind in het autostoeltje en haak

vervolgens de gordels van het autostoeltje vast (Afb. 15). De vorm van de vorken is zo dat het niet mogelijk is slechts één van de twee in de gesp te steken, ze moeten op el- 48kaar gelegd worden alvorens ze in de gesp gestoken worden.

13. Stel de spanning van de veiligheidsgordels

af door aan de juiste afstelgordel te trekken (Afb. 16) en zorg ervoor dat het kind niet te strak wordt aangetrokken.

AFSTELLING VAN DE GREEP

De greep van het autostoeltje kan op 3 posities geplaatst worden: - Transportpositie (Afb. 17) - Rustpositie (Afb. 18) - Stabilisatiepositie ligstoeltje (Afb. 19) Om van de ene positie naar de andere te gaan, drukt u op de twee knoppen op de zijkoppelin- gen van de greep. POSITIE SCHOMMEL (GEBRUIK LIGSTOELTJE) Als het stoeltje niet in de auto wordt gebruikt, kan het ook worden gebruikt als schommel of ligstoeltje. Neem de greep in de rustpositie vast om het kantelbaar te maken. Neem de greep in de stabilisatiepositie ligstoel- tje vast om het vast te zetten.

  • WAARSCHUWING: Toegestane gebruiksleef- tijd: vanaf de geboorte tot 9 kg (6 maanden).
  • WAARSCHUWING: Laat het kind nooit zon- der toezicht achter
  • WAARSCHUWING: Dit ligstoeltje is niet ge- schikt voor kinderen die zelfstandig kunnen zitten, zich kunnen draaien, op de knieën kunnen gaan zitten of zich op kunnen trekken
  • WAARSCHUWING: Dit ligstoeltje is niet be- doeld om het kind er langdurig in te laten slapen
  • WAARSCHUWING: Het is gevaarlijk het lig- stoeltje op hoge oppervlakken te gebruiken, zoals tafels, etc.
  • WAARSCHUWING: Gebruik altijd het veilig- heidssysteem.
  • Gebruik altijd het veiligheidssysteem als het kind in het ligstoeltje zit. Stel de lengte even- tueel met de speciale regelaars af.
  • WAARSCHUWING: De relax vervangt geen bedje of wieg. Als het kind moet slapen, is het raadzaam het in een wieg of bedje te leggen
  • WAARSCHUWING: Gebruik het ligstoeltje niet als er onderdelen stuk of gescheurd zijn of ontbreken
  • WAARSCHUWING: Gebruik geen accessoi- res, reserveonderdelen en dergelijke die niet door de fabrikant goedgekeurd zijn.
  • Gebruik het wipstoeltje voor niet meer dan één kind tegelijk.
  • Zet de relax nooit op niet perfect horizontale oppervlakken.
  • Laat andere kinderen niet zonder toezicht in de buurt van het wipstoeltje spelen.
  • Zet het ligstoeltje niet in de buurt van warm- tebronnen, elektrische of op gas werkende apparaten, enz. om gevaar op, of beginnende, brand te voorkomen.
  • Verzeker u ervan dat de hoes altijd goed op het frame van het ligstoeltje is bevestigd.
  • WAARSCHUWING: Voordat u het ligstoeltje opheft en draagt, moet u de greep altijd in de verticale stand “B” zetten.
  • Controleer regelmatig op eventuele versleten onderdelen, losse schroeven, versleten materi- alen of losse naden en vervang beschadigde onderdelen onmiddellijk.
  • Zet de relax met het kind erin niet bij ramen of muren, waar koorden, gordijnen en dergelijke door het kind kunnen worden gebruikt om te klimmen, of het kunnen verstikken of wurgen.
  • Zet de relax niet in de buurt van ramen of mu- ren om te voorkomen dat het kind zijn even- wicht kan verliezen en kan vallen.
  • Als het product niet gebruikt wordt, dient hij buiten het bereik van kinderen te worden ge- houden. ONDERHOUDSTIPS
  • Voor dit product is periodiek onderhoud ver- eist. Reinigings- en onderhoudswerkzaam- heden mogen alleen door een volwassene worden verricht. Controleer het ligstoeltje re- 49gelmatig op eventuele breuken, beschadigin- gen of ontbrekende delen: gebruik het niet in geval van beschadiging.
  • Gordels, gespen en plastic delen mogen en- kel met een vochtige doek gereinigd worden. Gebruik geen oplosmiddelen of bleekmidde- len die deze kunnen beschadigen en onveilig maken.
  • Dompel de stoel niet onder in water en droog de metalen onderdelen om roestvorming te voorkomen.
  • Volg bij het wassen de aanwijzingen op het etiket van het product: Met koud water met de hand wassen Niet bleken Niet in de droogtrommel drogen Niet strijken Niet chemisch laten reinigen
  • Controleer na iedere wasbeurt de weerstand van de stof en de naden.
  • Langdurige blootstelling van het product aan de zon kan tot een verkleuring van de stof leiden.

AFNEEMBARE HOES VAN HET AUTOSTOELTJE

De hoes van het autostoeltje kan gewassen worden. Hiervoor moet ze van de structuur van het stoeltje genomen worden.

1. Breng de greep naar de verticale stand en

verwijder de kap door deze los te maken van de haken en knoppen (Afb. 20).

2. Laat de plastic kleppen nabij de koppelingen

van het greep los wanneer de riemen zijn losgemaakt (Afb. 21).

3. Verwijder de hoes langs de voorkant van het

autostoeltje en zorg ervoor dat u de hoes naar de afstelknop van de gordels trekt (Afb. 22); maak de stof los van de geleiders van de gordels (Afb. 23).

4. Til de stof op aan de achterkant van het auto-

stoeltje, verwijder de schouderriemen en het tussenbeenstuk van de stof.

5. Om de hoes weer op het autostoeltje aan te

brengen, volgt u de eerder beschreven in- structies in omgekeerde volgorde.

BEVESTIGING VAN HET AUTOSTOELTJE OP

DE WANDELWAGEN Het autostoeltje kan ENKEL op de wandelwa- gen BEST FRIEND bevestigd worden.

6. Om het autostoeltje vast te haken, moet

eerst de zitting van de wandelwagen of de draagmand, indien aanwezig, verwijderd worden.

7. Neem de greep in de transportstand vast

(Afb. 24), plaats het autostoeltje op de late- rale koppelingen van de wandelwagen met het voeteneinde naar de ouder gericht en op het frame tot u de vergrendelklik hoort (Afb. 25). WAARSCHUWING: Controleer voor het ge- bruik of het autostoeltje goed vastzit door het omhoog te trekken.

8. Om het autostoeltje los te maken van de

wandelwagen, zet u de greep in de verticale (transport)stand. Druk op de drukknop ach- ter de rugleuning en trek hem omhoog van het frame (Afb. 26). WAARSCHUWING: Het autostoeltje kan ook met het kind erin vast- en losgemaakt worden; met het gewicht van het kind kunnen deze handelingen echter minder gemakkelijk zijn. Let goed op bij het verrichten van bovenbe- schreven handelingen. GARANTIE Het artikel valt onder garantie tegen elke non-conformiteit binnen de normale ge- bruiksomstandigheden zoals voorzien in de gebruiksaanwijzingen. De garantie is dus niet geldig in geval van schade veroorzaakt door oneigenlijk gebruik, slijtage of toevallige ge- beurtenissen. Voor de duur van de garantie inzake non-conformiteit verwijzen we naar de specieke richtlijnen en de nationale normen die van toepassing zijn in het land van aan- koop, indien deze voorzien zijn.