DP19Vario - Boor SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DP19Vario SCHEPPACH in PDF-formaat.
| Producttype | Kolomboor voor op de werkbank |
| Merk | Scheppach |
| Model | DP19Vario |
| Ingangsspanning | 230-240 V~, 50 Hz |
| Nominaal vermogen | 550 W |
| Motortoerental | 1490 min⁻¹ |
| Uitgangstoerental (continu instelbaar) | 440 - 2 580 min⁻¹ |
| Boorkop houder | B16 |
| Boorkop capaciteit | 1,5 - 13 mm |
| Boordiepte | 60 mm |
| Boortafel | 190 x 190 mm |
| Tafelhoekverstelling | 45° - 0° - 45° |
| Kolomdiameter | 59,5 mm |
| Hoogte | 870 mm |
| Gewicht | 27 kg |
| Laserklasse | 2 |
| Lasergolflengte | 650 nm |
| Laservermogen | < 1 mW |
| Geluidsdrukniveau (LpA) | 73,8 dB (onzekerheid 3 dB) |
| Geluidsvermogensniveau (LWA) | 86,8 dB (onzekerheid 3 dB) |
| Trillingsemissiewaarde (a_h) | 1,7 m/s² (onzekerheid 1,5 m/s²) |
| Bewerkbare materialen | Metaal, hout, kunststof, tegels |
| Hoofdfuncties | Boren, ruimen, centerboren, verzinken |
| Veiligheidsuitrusting | Inklapbare spaanderbescherming, noodstop (rode schakelaar), nullspanningsschakelaar |
| Onderhoud en reiniging | Reinig met borstel of stofzuiger, smeer bewegende delen, gebruik geen oplosmiddelen |
| Slijtageonderdelen | V-riem, boor, batterij |
| Repareerbaarheid | Laat reparaties uitvoeren door een gekwalificeerde specialist, gebruik alleen originele reserveonderdelen |
Veelgestelde vragen - DP19Vario SCHEPPACH
Gebruikersvragen over DP19Vario SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DP19Vario - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DP19Vario van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING DP19Vario SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Waarschuwing! Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar voor letsel of beschadiging aan het werktuig! |
![]() | Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! |
![]() | Draag een veiligheidsbril! |
![]() | Draag gehoorbescherming! |
![]() | Bescherm de luchtwegen bij stofontwikkeling! |
![]() | Draag lang haar niet los. Gebruik een haarnetje. |
![]() | Draag geen handschoenen. |
![]() | Let op! Laserstraling |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
Inhoudsopgave:
Pagina:
- Inleiding....70
- Apparaatbeschrijving (afb. 1 - 2)....70
- Meegeleverd....70
- Beoogd gebruik....71
- Algemene veiligheidsvoorschriften 71
- Technische gegevens....74
- Voor de ingebruikname.... 75
- Montage 75
- Bediening....76
- Elektrische aansluiting....78
- Reiniging en onderhoud 79
- Opslag....79
- Afvalverwerking en hergebruik....79
- Verhelpen van storingen....81
- Conformiteitsverklaring.... 278
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Niet-beoogd gebruik
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113
Let op:
Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uits-paart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn.
De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Apparaatbeschrijving (afb. 1 - 2)
- Machinevoet
- kolom
- klemgreep
- boortafel
- Motor
- Verstelhendel toerental (greep)
- V-snaarkap
- Digitale indicatie
- Aan/uit-schakelaar
- greep
- Klapbare spaanderbeveiliging
- Boorvoering (weergave kan afwijken)
- machinekop
- Aan/uit-knop laser
- Diepte-weergave met aanslag
- handslinger
- zeskantbout
A. Inbussleutel, 4 mm
B. Inbussleutel 3 mm
C. accu
3. Meegeleverd
- Machinevoet 1x
- Kolom 1x
- Klemgreep 1x
- Boortafel 1x
• Toerental stelhendel 1x - Greep 3x
• Klapbare spaanderbeveiliging 1x - Boorkop 1x
- Machinekop 1x
- Slingerstang 1x
- Zeskantbout 4x
- Accu 2x
- Inbussleutel 2x
4. Beoogd gebruik
De kolomboormachine is ontworpen voor het boren in metaal, hout, kunststof en tegels. Er kunnen cilindrische schachtboren met een boordiameter van 1,5 mm tot 13 mm worden gebruikt.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik door doe-het-zelvers. Het is niet ontworpen voor continu commercieel gebruik. Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen jonger dan 16 jaar. Jongeren vanaf 16 jaar mogen het apparaat alleen onder toezicht gebruiken. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van oneigenlijk gebruik of onjuiste bediening.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Algemene veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten
⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij deze elektrische machine zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed ver- licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch gereedschap kan vonken veroorzaken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik de kabel niet om het elektrisch gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende apparaatdelen. Beschadigde of opgewikkelde kabels verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruikt buiten. Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrisch gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een helm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.
g) Als er stof- en opvangrichtingen gemonteerd kunnen worden, moet u controleren of deze aangesloten zijn en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrisch gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregelen voorkomen dat het elektrische gereedschap onbedoeld start.
d) Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserve-onderdelen. Hiermee blijft veilig gebruik van het elektrisch gereedschap gewaarborgd.
Veiligheidsvoorschriften voor boormachines
a) De boormachine moet vastgezet worden. Een onjuist bevestigde boormachine kan bewegen of kantelen en dit kan verwondingen veroorzaken.
b) Het werkstuk moet met de werkstuksteun worden vastgeklemd of bevestigd. Boor niet in werkstukken die te klein zijn om veilig vast te klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, kan dat tot verwondingen leiden.
c) Draag geen handschoenen. Handschoenen kunnen door draaiende delen of boorspaanders worden vastgegrepen, wat tot verwondingen kan leiden.
d) Houd uw handen buiten het boorbereik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Contact met draaiende delen of boorspaanders kan verwondingen veroorzaken.
e) Het boorgereedschap moet draaien voordat u het naar het werkstuk brengt. Anders kan de boor in het werkstuk vastlopen en kunnen onverwachte bewegingen van het werkstuk verwondingen veroorzaken.
f) Als de boor vastloopt, moet u de boor niet verder naar beneden duwen en het elektrisch gereedschap uitschakelen. Bepaal de oorzaak van het vastlopen en verhelp dit probleem. Het vastlopen kan tot een onverwachte beweging van het werkstuk en tot verwondingen leiden.
g) Voorkom lange boorspaanders door de neerwaartse druk regelmatig te onderbreken. Scherpe metaalspaanders kunnen vast komen te zitten en verwondingen veroorzaken.
h) Verwijder nooit boorspaanders uit het boorbereik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Om spaanders te verwijderen, beweegt u het boorgereedschap van het werkstuk af, schakelt u het elektrisch gereedschap uit en wacht u tot het boorgereedschap is gestopt. Gebruik hulpmiddelen zoals een borstel of haak om de spaanders te verwijderen. Contact met draaiende delen of boorspaanders kan verwondingen veroorzaken.
i) Het toegestane toerental van inzetstukken met een nominaal toerental moet minstens zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elektrisch gereedschap staat vermeld. Accessoires die sneller draaien dan toegestaan, kunnen afbreken en weggeslingerd worden.

let op: Laserstraling Niet in de laserstraal kijken Laserklasse 2

Bescherm uzelf en uw omgeving door het nemen van de juiste voorzorgsmaatregelen ten behoeve van ongevallenpreventie!
- Niet direct in de laserstraal kijken zonder oogbescherming.
- Nooit direct in de straalbundel kijken.
- Richt de laserstraal nooit op reflecterende oppervlakken en personen of dieren. Ook een laserstraal met een laag vermogen kan oogletsel veroorzaken.
- Let op! Als andere dan de hier aangegeven handelswijzen worden toegepast, kan dit tot een gevaarlijke stralingsexplosie leiden.
- Lasermodule nooit openen. Dit kan tot onverwachte blootstelling aan straling leiden.
- Als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moeten de accu's worden verwijderd.
- De laser mag niet door laser van een ander type worden vervangen.
- Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fabrikant van de laser of een bevoegde dealer worden uitgevoerd.
Veiligheidsvoorschriften voor de omgang met accu's
- Zorg er altijd voor dat de accu's met de juiste polariteit (+ en -) worden geplaatst, zoals aangegeven op de accu.
- Voorkom dat de accu's worden kortgesloten.
- Niet-oplaadbare accu's mag u niet opladen.
- Voorkom dat de accu te veel wordt ontladen!
- Combineer geen oude en nieuwe accu's of accu's van verschillende typen of fabrikanten! Vervang de set accu's gelijktijdig.
-
Verwijder lege accu's direct uit het apparaat en voer ze op de juiste wijze af! Gooi accu's niet bij het huis-houdelijk afval. Defecte of verbruikte accu's moeten overeenkomstig richtlijn 2006/66/EC worden gere-cycled. Lever accu's en/of het apparaat in bij de hiertoe bestemde afvalverwerkingsstations. U kunt bij uw gemeente of plaatselijke overheidsinstantie informatie krijgen over afvalverwijdering.
-
Accu's niet verwarmen!
- Niet rechtstreeks op accu's solderen of lassen!
- Accu's niet demonteren!
- Accu's niet vervormen!
- Accu's niet in open vuur werpen!
- Bewaar accu's buiten het bereik van kinderen.
- Voorkom dat kinderen zonder toezicht de accu's kunnen vervangen!
- Bewaar accu's niet in de buurt van open vuur, kachels of andere warmtebronnen. Plaats de accu niet in direct zonlicht en gebruik of bewaar ze niet bij warm weer in de auto.
- Bewaar ongebruikte accu's in hun originele verpakking en uit de buurt van metalen voorwerpen. Voorkom dat uitgepakte accu's worden gemengd of bij elkaar worden gelegd! Dit kan kortsluiting van de accu veroorzaken en beschadiging, brandwonden of zelfs brandgevaar tot gevolg hebben.
- Verwijder de accu's uit het apparaat wanneer ze langere tijd niet wordt gebruikt, tenzij het gaat om noodgevallen!
- Raak lekkende accu's NOOIT aan zonder adequate beschermingsuitrusting. Indien de gelekte vloeistof in aanraking komt met de huid, moet dat gebied van de huid onmiddellijk onder stromend water worden afgespoeld. Voorkom in ieder geval dat de vloeistof in aanraking komt met de ogen en de mond. Neem in dat geval onmiddellijk contact op met een arts.
- Reinig de accupolen en de contactpunten in het apparaat voordat u de accu's plaatst.
⚠ WAARSCHUWING! Dit elektrisch apparaat gene-reert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te be-perken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische im-plantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.
Restrisico's
Het elektrisch apparaat is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheids-technische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
-
Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico's.
-
De restrisico's kunnen tot een minimum worden beperkt wanneer aan de "Veiligheidsvoorschriften" en het "Gebruik volgens de voorschriften" wordt voldaan en de gebruikshandleiding in zijn geheel wordt opgevolgd.
- Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het boren teveel druk wordt uitgeoefend, zal het inzetstuk snel beschadigen. Dit kan leiden tot geringere prestaties van de machine bij de verwerking en mindere nauwkeurigheid.
- Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.
- Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw apparaat.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
| Nominaal vermogen 550 W | |
| Motortoerental 1490 min | -1 |
| Uitvoersnelheid (traploos instelbaar) | 440 - 2580 min-1 |
| Boorkophouder B16 | |
| boorkop 1,5 - 13 mm. | |
| Grote boortafel 190 x 190 mm | |
| hoekafstelling 45° - 0° - 45° | |
| Boordiepte 60 mm | |
| Kolomdiameter 59,5 mm | |
| Hoogte 870 mm | |
| Gewicht | 27 kg |
| Laserklasse | 2 |
| Aslengte laser | 650mm |
| Vermogen laser | 1mW |
Technische wijzigingen voorbehouden!
Geluid en trilling
De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald.
| Geluidsdrukniveau L_pA | 73,8 dB |
| Onzekerheid K_pA | 3 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 86,8 dB |
| Onzekerheid K_WA | 3 dB |
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald conform EN 62841.
Trillingsemissiewaarde _h = 1,7 m/s ^2
Onzekerheid K = 1,5 m/s ^2
De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens een standaardtestmethode en kan, afhankelijk van de wijze, waarop het elektrische apparaat wordt gebruikt, wijzigen en in uitzonderingsgevallen boven de opgegeven waarde liggen.
De opgegeven trillingsemissiewaarde kan in vergelijk met een elektrisch apparaat met een andere worden gebruikt.
De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een inleidende indicatie van de beperking.
7. Voor de ingebruikname
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.
⚠ WAARSCHUWING!
Het apparaat en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
8. Montage
⚠ Let op!
Het product voor de ingebruikname absoluut volledig monteren!
Kolom en machinevoet, afb. 3
- Zet de machinevoet (1) op de grond of op de werkbank.
- Zet de kolom (2) zo op de grondplaat, dat de gaten van de kolom (2) zijn uitgelijnd met de gaten in de grondplaat (1).
- Schroef de vier zeskantbouten (17) voor bevestiging in de kolom in de grondplaat en haal deze met een inbussleutel aan.
Verwijderen van de tandheugel, afb. 4
Om uw boormachine te kunnen monteren, moet u eerst de tandheugel (D) demonteren.
- Demonteer de ring (E) met behulp van een inbus-sleutel (SW3) en trek deze van de kolom (2).
- Trek nu de tandheugel (D) er uit.
Montage boortafelhouder, afb. 5 - 7
- Steek de tandheugel (D) in de groef van de boortafelhouder (4).
- Lijn de tandheugel (D) in het midden van de boortafelhouder (4) uit.
- Let op bij het samenvoegen van de tandheugel (D) binnen de groef op de juiste vertanding van de boortafelhouder (4) met de tandheugel.
- Plaats nu de boortafelhouder (4) met de tandheugel (D) op de kolom (2) en breng de tandheugel (D) in de onderste tandheugelgeleiding op de staandervoet.
- Borg de tandheugel (D) met de ring (E). Let hierbij op dat de tandheugelgeleiding op de ring (E) omlaag wijst. Fixeer de ring (E) door het aanhalen van de geïntegreerde inbusschroef.
-
Plaats de handslinger (16) op de as van de boortafelhouder (4) en borg deze met de inbusbout. Gebruik hiertoe de inbussleutel (B)
-
Schroef de klemgreep (3) in de boortafelhouder (4).
Montage machinekop en kolom afb. 8
-
Plaats de machinekop (13) op de kolom (2).
-
Breng de spil van de boormachine met de tafel en de grondplaat in de afdekking en draai de inbus-schroef, die zich aan de zijkant van de machinekop bevindt, goed vast. (inbussleutel SW4 / A)
Montage van de grepen, afb. 9+10
-
Schroef de drie grepen (10) vast in het schroefdraad van de greephouder. Gebruik hiervoor een inbussleutel.
-
Schroef de overige toerental-instelhendel (greep) (6) in de greephouder voor de snelheidsinstelling. Gebruik hiervoor een inbussleutel.
Montage van de klapbare spaanderbeveiliging en boorkop, afb. 11
- Schuif de klapbare spaanderbeveiliging (11) op de spil op de machinekop en borg deze met een kruiskopschroevendraaier.
Montage van de boorkop, afb. 12
-
Reinig het conische gat in de boorkop en de spilkegel met een schone doek. Controleer of er geen vuildeeltjes meer aan de oppervlakken hechten. Bij de minste verontreiniging op een van de oppervlakken zal de boorkop niet goed worden vastgehouden. Hierdoor kan de boormachine evt. gaan slaan. Als het conische gat in de boorkop extreem vervuild raakt, gebruikt u wat reinigingsmiddel op een schone doek.
-
Schuif de boorkop zo ver mogelijk over de spil- neus.
-
Draai de buitenste ring van de boorkop linksom (van bovenaf gezien) en open de klauwen van de boorkop.
-
Plaats een stuk hout op de machinetafel en laat de spil op het hout zakken. Druk stevig aan zodat de kop precies past.
Batterij plaatsen/vervangen: Lasergebruik Afb. 13
-
Batterij plaatsen/vervangen: Laser uitschakelen. Deksel van het batterijencompartiment (14.1) plaatsen resp. verwijderen. Batterijen verwijderen en door nieuwe (2 AA-batterijen) vervangen.
-
Inschakelen: Zet de aan/uit-schakelaar (14) in positie "I" om de laser in te schakelen. Op het te bewerken werkstuk worden twee laserlijnen ge-projecteerd, waarbij het snijpunt het centrum van de boorpunt aangeeft.
-
Uitschakelen: Zet de aan/uit-schakelaar laser (14) in positie "0".
Instellen van de laser, afb. 13
De laser kan worden afgesteld met behulp van de stelschroeven (F).
Aanwijzing: Ter bescherming tegen corrosie zijn alle blanke onderdelen ingevet. Voor het plaatsen van de boorkop (12) op de spil moeten beide onderdelen met een milieuvriendelijk oplosmiddel volledig vetvrij worden gemaakt, zodat een optimale krachtoverbrenging is gewaarborgd.
Opstellen van de machine
Voor de ingebruikname moet de boormachine stationair op een vaste ondergrond worden gemonteerd. Gebruik hiertoe de beide bevestigingsboorgaten in de bodemplaat. Let op dat de machine voor gebruik en voor instel- en onderhoudswerkzaamheden vrij toegankelijk is.
Aanwijzing: De bevestigingsschroeven mogen slechts zo vast worden aangehaald, dat de grondplaat niet wordt verspannen of vervormd. Bij overmatige belasting bestaat gevaar voor breuk.
Voor ingebruikname in acht nemen
Let op dat de spanning van de netaansluiting overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje. Sluit de machine aan op een stopcontact overeenkomstig het geïnstalleerd geaarde contact. De boormachine is voorzien van een nulspanningstrigger die de operator beschermt tegen ongewenst starten na een spanningsuitval. In dit geval moet de machine opnieuw worden ingeschakeld.
9. Bediening
Algemeen, afb. 14
Voor het inschakelen drukt u op de groene aan-schakelaar "I" (9), de machine wordt gestart. Voor het uit-schakelen drukt u op de rode knop "O" (9), het apparaat schakelt uit.
Let op dat het apparaat niet overbelast raakt.
Als het geluid van de motor tijdens het bedrijf minder wordt, wordt de motor te zwaar belast.
Belast het apparaat niet zodanig dat de motor tot stilstand komt. Blijf tijdens het bedrijf altijd voor de machine staan.
Gereedschap in de boorkop plaatsen, afb. 1
Let op dat tijdens de gereedschapswissel de stekker is losgekoppeld. In de boorkop (12) mag alleen cilindervormig gereedschap met de aangegeven maximale diameter van de schacht worden gespannen. Alleen goed en scherp gereedschap gebruiken. Geen gereedschap gebruiken die aan de schacht beschadigd is of anderszins op enige wijze is vervormd of beschadigd.
Gebruik uitsluitend accessoires en aanvullende apparaten die in de gebruikshandleiding worden vermeld of door de fabrikant zijn vrijgegeven. Als de kolomboormachine blokkeert, schakelt u de machine uit en brengt u de boor terug in de uitgangspositie.
Gebruik van de snelspanboorkop
De kolomboormachine is voorzien van een snelspanboorkop. De gereedschapswissel kan zonder hulp van een extra kopsleutel worden uitgevoerd, door het gereedschap in de snelspanboorkop te plaatsen en met de hand vast te spannen.
Toerentalinstelling, afb. 1
Het toerental van de machine kan traploos worden ingesteld.
Let op!
- Het toerental mag uitsluitend bij een draaiende motor worden gewijzigd.
- Toerental-instelhendel (6) niet schoksgewijs bewegen, toerental langzaam en gelijkmatig instellen terwijl de machine zich in stationair toerental bevindt.
- Let op dat de machine ongehinderd kan lopen (verwijder werkstukken, boor etc.).
Met de toerental-instelhendel (6) kan het toerental traploos worden aangepast. De ingestelde snelheid wordt in omwentelingen per minuut op het digitale display (8) weergegeven.
Let op! Nooit de boormachine met een geopende afdekking van de V-snaar laten draaien. Voor het openen van de deksel altijd eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Nooit in de draaiende V-snaar grijpen.
Boordiepte-aanslag, afb. 15a
De boorspil beschikt over een verdraaibare schaalring (19) voor het instellen van de boordiepte. Programmeerwerkzaamheden alleen in stilstand aanbrengen.
- Boorspil omlaag drukken tot de boorpunt op het werkstuk ligt.
- Klemschroef (18) losmaken en de schaalring (19) naar voren draaien tot de aanslag.
- Schaalring (19) met de gewenste boordiepte terugdraaien en met de klemschroef (18) vastzetten.
Let op! Bij het instellen van de boordiepte van een cilindervormig boorgat, moet u de lengte van de boorpunt er bij rekenen.
Kanteling van de boortafel instellen, afb. 1, 15
- Inbusschroef (20) onder de boortafel (4) losdraaien.
- Boortafel (4) op de gewenste hoek instellen.
- Slotbout (20) weer vast aanhalen om de boortafel (4) in deze positie te fixeren.
Hoogte van de boortafel instellen, afb. 16
- Spanschroef (3) losdraaien.
- Boortafel met behulp van de handslinger (16) in de gewenste positie brengen.
- Spanschroef (3) weer vastdraaien.
Instellen van de spilretourveer, afb. 17
Het kan noodzakelijk zijn dat de spiltrekveer moet worden ingesteld, omdat de spanning is gewijzigd en daardoor de spil te snel of te langzaam terugschiet.
- Voor meer vrije werkruimte laat u de tafel zakken.
- Werkzaamheden aan de linkerzijde van de boormachine.
- Zet een schroevendraaier in de voorste onderste groef (1) en zorg dat deze op dit punt blijft.
- Verwijder de buitenste moer (3) met een steeks- leutel (SW14)
- Met de schroevendraaier nog in de groef, draait u de binnenste moer (4) tot de kerf losraakt van de naaf (6). LET OP! De veer staat op spanning!
- Draai met een schroevendraaier voorzichtig de veerkap (2) tegen de wijzers van de klok in tot u de groef (1) in de naaf (6) kunt drukken.
- Laat de spil in de laagste positie zakken en houd de veerkap (2) in positie. Als de spil zich op en neer beweegt, zoals u wilt, haalt u de binnenste moer (4) weer aan.
- Als deze te los is, herhaalt u de stappen 3-5. Als deze te vast zit, dient u de omgekeerde volgorde uit te voeren van stap 6.
- Borg de buitenste moer (3) tegen de binnenste moer (4) met een steeksleutel.
- AANWIJZING: Niet te ver aanhalen en niet de beweging van de spil beperken!
De axiale speling van de spil, afb. 18
Als de spil zich in de onderste positie bevindt, draait u deze met de hand. Mocht u een te grote speling constateren, gaat u als volgt te werk:
- De contramoer (21) losdraaien.
-
Draai de schroef (22) tegen de wijzers van de klok in om de speling te compenseren, zonder de open neerbeweging van de spil te beïnvloeden (een geringe speling is normaal).
-
Draai de contramoer (21) weer vast.
Werkstuk spannen
Span werkstukken in principe met behulp van een machinebankschroef of met een geschikt spanmiddel goed vast. Werkstukken nooit met de hand vasthouden! Tijdens het boren moet het werkstuk op de boortafel (4) kunnen worden bewogen, zodat de zelfcentrering kan plaatsvinden. Werkstuk absoluut beveiligen tegen verdraaien. Dit geschiedt het beste door het werkstuk te plaatsen, resp. de machinebankschroef tegen een vaste aanslag te schuiven.
Let op! Plaatdelen moeten worden ingespannen zo- dat deze niet omhoog kunnen worden gescheurd. Stel de boortafel afhankelijk van het werkstuk op de juiste hoogte en hoek in. Tussen de bovenkant van het werk- stuk en de boorpunt moet voldoende afstand over blij- ven.
Werksnelheden
Let tijdens het boren op het juiste toerental. Dit is afhankelijk van de boordiameter en het materiaal.
De onderstaande lijst helpt u bij het kiezen van de toerentallen voor de verschillende materialen.
De aangegeven toerentallen zijn slechts een richtwaarde.
| ø boor | Gietijzer | Staal | IJzer | Aluminium | Brons |
| 3 | 2550 | 1600 | 2230 | 9500 | 8000 |
| 4 | 1900 | 1200 | 1680 | 7200 | 6000 |
| 5 | 1530 | 955 | 1340 | 5700 | 4800 |
| 6 | 1270 | 800 | 1100 | 4800 | 4000 |
| 7 | 1090 | 680 | 960 | 4100 | 3400 |
| 8 | 960 | 600 | 840 | 3600 | 3000 |
| 9 | 850 | 530 | 740 | 3200 | 2650 |
| 10 | 765 | 480 | 670 | 2860 | 2400 |
| 11 | 700 | 435 | 610 | 2600 | 2170 |
| 12 | 640 | 400 | 560 | 2400 | 2000 |
| 13 | 590 | 370 | 515 | 2200 | 1840 |
| 14 | 545 | 340 | 480 | 2000 | 1700 |
| 16 | 480 | 300 | 420 | 1800 | 1500 |
| 18 | 425 | 265 | 370 | 1600 | 1300 |
| 20 | 380 | 240 | 335 | 1400 | 1200 |
| 22 | 350 | 220 | 305 | 1300 | 1100 |
| 25 | 305 | 190 | 270 | 1150 | 950 |
Verzinken en kernboren
Met deze tafelboormachine kunt u ook verzinken of kernboren. Let hierbij op dat het laten zakken met de laagste snelheid moet gebeuren, terwijl voor het kernboren een hoge snelheid is vereist.
Houtbewerking
Houd er rekening mee dat bij het werken met hout een geschikte stofafzuiging moet worden gebruikt, omdat houtstof gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid. Draag bij werkzaamheden die stof produceren altijd een geschikt stofmasker.
10. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer.
- Snijplekken omdat over het netsnoer is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Type van aansluiting Y
Wanneer het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.
Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230 VAC zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluitingen en reparaties van de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
• Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
11. Reiniging en onderhoud
Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u instel-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoert.
△ Werkzaamheden die niet in deze gebruikshandleiding worden beschreven, door een gespecialiseerde werkplaats laten uitvoeren. Gebruik uitsluitend originele onderdelen. Laat het apparaat altijd afkoe- len voordat onderhouds- of reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd. Er bestaat gevaar voor brandwonden!
Controleer het apparaat voor elk gebruik op zichtbare defecten, zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen, of loszittende bouten of andere onderdelen. Vervang beschadigde onderdelen.
Reiniging
Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Chemische stoffen kunnen de kunststof onderdelen van het apparaat aantasten. Reinig het apparaat nooit onder stromend water.
- Reinig het apparaat grondig na elk gebruik.
- Reinig de ventilatieopeningen en het oppervlak van het apparaat met een zachte borstel, een kwast of een doek.
- Verwijder spaanders, stof en vuil zo nodig met een stofzuiger.
- Smeer bewegende delen regelmatig.
- Zorg dat er geen smeermiddelen op schakelaars, V-snaar, aandrijfschijven en boorarmen terecht-komen.
Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtdelen*: V-snaar, boor, batterij
* niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoires contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.
12. Opslag
Sla het apparaat en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegan- kelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C.
Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking.
Dek het elektrisch apparaat af ter bescherming tegen stof en vocht.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.
13. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afgedankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG)

batterijen en accu's behoren niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten wor- den ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Voor het veilig verwijderen van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat en voor informatie over het type resp. het chemische systeem dient u de overige gegevens in de bedienings- en montagehandleiding in acht te nemen.
- Eigenaars resp. gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren. Het inleveren beperkt zich tot teruggave van huishoudelijke hoeveelheden.
- Oude batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de gezondheid. Het recyclen van oude batterijen en het gebruik van de hierin opgenomen ressources levert u een bijdrage om deze twee belangrijke goederen te beschermen.
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte batterijen en accu's niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Als er onder het vuilnisbaksymbool ook de tekens Hg, Cd of Pb staan, betekent dit het volgende:
- Hg: Batterij bevat meer dan 0,0005% kwikzilver
- Cd: Batterij bevat meer dan 0,002% cadmium
- Pb: Batterij bevat meer dan 0,004% lood
- Accu's en batterijen kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van batterijen en accu's
- Verzamelpunten van het gezamenlijke inzamelsysteem voor oude batterijen van een apparaat
- Verzamelpunten van de fabrikant (indien geen deelnemer van het gezamenlijke inzamelsysteem)
Deze uitspraken zijn alleen geldig voor accu's en batterijen die in de landen van de Europese Unie worden verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2006/66/EG vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van accu's en batterijen.
14. Verhelpen van storingen
Waarschuwing:
Voor het zoeken naar fouten schakelt u de machine altijd uit en haalt u de stekker uit het stopcontact.
| Fout Probleem Oplossing | ||
| De as rijdt te snel of te langzaam terug in de uitgangspositie | De veervoorspanning is onjuist ingesteld. | Instellen van de voorspanning, zie “Instellen van de spilretourveer”. |
| De boorkop raakt steeds weer los van de spil, ondanks het feit dat deze weer opnieuw is bevestigd | Vuil, vet of olie op de spil of de binnenkant van de boorkop. | Gebruik een huishoudelijk reinigingsmiddel om het oppervlak van de spil en de boorkop te reinigen. Zie ook “Montage van de boorkop”. |
| Sterke geluidsproductie tijdens gebruik | Onjuiste V-snaarspanning. Stel de V-snaarspanning opnieuw in. Zie ook “Kiezen van het toerental en de V-snaarspanning”. | |
| De spil is te droog. Test de spil. Zie ook “Smeren”. | ||
| De riemschijf op de spil zit los. Controleer de moer van de riemschijf op stevige bevestiging en draai deze zo nodig vast. | ||
| De riemschijf op de motor zit los. Draai de stelschroef op de motor riemschijf vast. | ||
| Hout splintert bij de uitvoeropening van de boor | Geen geschikte ondergrond onder het werkstuk. | Gebruik een geschikte ondergrond. Zie ook “Instellen van de tafel en het werkstuk”. |
| Het werkstuk wordt uit de hand getrokken | Geen geschikte ondergrond onder het werkstuk of onvoldoende bevestigd. | Het werkstuk opnieuw voorzien van een ondergrond of zet het vast. |
| De boor begint te gloeien | Onjuiste snelheid. | Verander de snelheid. Zie ook “Kiezen van het toerental en V-snaarspanning”. |
| Er komen geen spaanders uit het boorgat. | Breng de boor regelmatig uit het boorgat om spaanders te verwijderen. | |
| Stompe boren. Slijp de boor. | ||
| Te geringe aanvoer. Verhoog de aanvoer. | ||
| De boor verloopt of het gat is niet rond | Harde plekken in het hout of de lengte en hoek van de boorpunt zijn verschillend. | Slijp de boor. |
| De boor is verbogen. Vervang de boor. | ||
| De boor blokkeert in het werkstuk | Werkstuk en boor zijn gekanteld of de aanvoer is te hoog. | Plaats iets onder het werkstuk of bevestig het. Zie ook “Positionering van het werkstuk”. |
| Onvoldoende V-snaarspanning | Stel de V-snaarspanning in. Zie ook “Kiezen van het toerental en V-snaarspanning”. | |
| Overmatig verlopen en fladderen van de boor | Verbogen boor. | Gebruik een rechte boor. |
| Overmatige slijtage van de spillagers. | Vervang de spillagers. | |
| De boor is niet gecentreerd in de boorkop gespannen. | Controleer de centrering. Zie ook “Plaatsen van de boor”, | |
| De boorkop is niet goed bevestigd. | Bevestig de boorkop op de juiste wijze. Zie ook “Montage van de boorkop” | |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.








