KM 120250 R LPG Classic - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 120250 R LPG Classic Kärcher in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KM 120250 R LPG Classic Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 120250 R LPG Classic - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 120250 R LPG Classic van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 120250 R LPG Classic Kärcher
Algemene aanwijzingen.....NL 1
Zorg voor het milieu .... NL 1
Garantie ....NL 1
Accessoires en reserveon- derdelen. . . . . . . . . . . . . NL 1
Symbolen in de gebruiksaanwijzing ....NL 1
Symbolen op het apparaat NL 1
Reglementair gebruik ..... NL 2
Voorzienbaar verkeerd ge- bruik ....NL 2
Geschikte ondergronden NL 2
Veiligheidsinstructies. . . . . . . NL 2
Veiligheidsinstructies voor de bediening ....NL 2
Veiligheidsinstructies voor de rijmodus ....NL 2
Veiligheidstechnische richt- lijnen voor vloeibaar gas- motorvoertuigen. . . . . . NL 2
Apparaten met verbran- dingsmotor ....NL 3
Apparaten met hoge afvoer NL 4
Apparaten met bestuurders- beschermingsdak. . . . . NL 4
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat. . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud NL 4
Functie....NL 4
Instructies inzake uitladen .... NL 4
Elementen voor de bediening en
de functies ....NL 5
Afbeelding veegmachine NL 5
Bedieningsveld. . . . . . . NL 5
Pedalen ....NL 5
Controlelampjes en display NL 6
Voor de inbedrijfstelling ..... NL 6
Parkeerrem vergrendelen/ loszetten.... NL 6
Veegmachine zonder zelf-aandrijving bewegen . . . NL 6
Inbedrijfstelling. . . . . . . . . . . . NL 6
Algemene aanwijzingen. NL 6
Gasfles monteren/vervan-gen. NL 6
Controle- en onderhouds- werkzaamheden. . . . . . NL 7
Werking NL 7
Chauffeursstoel instellen NL 7
Gastoevoer openen .... NL 7
Apparaat starten ..... NL 7
Apparaat verrijden ..... NL 7
Veegbedrijf. . . . . . . . . . NL 7
Veeggoedcontainer leegma- ken NL 8
Apparaat uitschakelen .. NL 8
Transport....NL 8
Opslag/stillegging ....NL 8
Onderhoud.....NL 9
Algemene aanwijzingen. NL 9
Reiniging NL 9
Onderhoudsintervallen. . NL 9
Onderhoudswerkzaamhede n. NL 9
Hulp bij storingen. . . . . . . . . NL 14
EU-conformiteitsverklaring ... NL 16

Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele anwijzing, ga navenant te werk er hem voor later gebruik of voor eigenaar.
Algemene aanwijzingen
Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur.
- De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zonder gevaar.
- Naast de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzingen moeten de algemene veiligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden.
Zorg voor het milieu
| Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpak-kingsmateriaal niet bij het huis-houdelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. | |
| Onbruikbaar geworden appara-ten bevatten waardevolle materi-alen die geschikt zijn voor recy-cling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten daarom via daarvoor geëigende verzamelsystemen. | |
| Zorg ervoor dat vloeistoffen zoals motor-olie, hydraulische olie, remvloeistof, diesel of koelmiddel niet in de boden terechtko-men. Bescherm het milieu en verwijder de vloeistoffen op milieuvriendelijke wijze. | |
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
Accessoires en reserveonderdelen
⚠ GEVAAR
Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst.
- Er mogen alleen toebehoren en onderdelen gebruikt worden, die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Origineel toebehoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden.
- Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
⚠ GEVAAR
Waarschuwt voor een direct dreigend ge- vaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt.
⚠ WAARSCHUWING
Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden.
⚠VOORZICHTIG
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden.
LET OP
Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden.
Symbolen op het apparaat
![]() | Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. |
![]() | Werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren. |
![]() | Knelgevaar door vastklemmen tussen bewegende voertuigonderdelen |
![]() | Verwondingsgevaar door bewegende onderdelen. Niet erin grijpen. |
![]() | Brandgevaar! Geen brandende of glimmende voor-werpen opzuigen. |
![]() | Kettingopname / kraanpunt |
![]() | Opnamepunt voor krik |
![]() | Maximale helling van de ondergrond bij ritten met opge-tild veeggoedreservoir. |
![]() | In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. |
![]() | Inbouwpositie van de gasfles in acht nemen! Aansluiting c.q. ringopening moet naar beneden wijzen. |
Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
- Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken buiten.
- Het apparaat is niet toegestaan voor het openbare verkeer op de weg.
- leder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schades is de fabrikant niet aansprakelijk, het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker.
- (gasmotor) Het apparaat mag in gesloten ruimtes met voldoende ventilatie worden gebruikt.
- Het bewaren van gasflessen en apparaat is enkel op de grond toegestaan.
- Er mogen aan het apparaat geen wijzigingen worden aangebracht.
- Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing genoemde wegdek/ondergrond.
- Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgegeven oppervlakken.
- Over het algemeen geldt: Licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar).
Voorzienbaar verkeerd gebruik
- Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten.
- Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. aluminium, magnesium, zink) opvegen/opzuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen.
- Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid.
- Geen brandbare of glimmende voor- werpen opvegen/opzuigen.
- Het verblijf in de gevarenzone is verbo- den. Niet gebruiken in ruimtes met ont- ploffingsgevaar.
- Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan.
- Het is niet toegestaan om met dit apparaat voorwerpen te verschuiven of te transporteren.
Geschikte ondergronden
- Asfalt
- Industrievloer
- Estrik
- Beton
- Klinkers
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsinstructies voor de bediening
→ (Alleen geldig voor Finland) Als het apparaat een pvc-slangleiding heeft, mag het apparaat niet bij lage omgevings-temperaturen (onder 0 °C) worden gebruikt. Neem bij vragen over uw apparaat contact op met Kärcher.
→ Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien zij niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken.
→ Bij gebruik van het apparaat in gevaarlijke omgevingen (bijvoorbeeld tankstations) moeten de overeenkomstige veiligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Gebruik het apparaat niet zonder bescherming tegen vallende voorwerpen in bereiken waar de mogelijkheid bestaat dat de bediener wordt geraakt door vallende voorwerpen.
→ Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschriften. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, speciaal op kinderen.
→ De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd.
→ Voor de aanvang van de werkzaamheden moet de bediener zich ervan vergewissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aangebracht en functioneren.
→ De bediener van het apparaat is verantwoordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
→ Erop letten dat de bediener nauw aan-sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden.
→ Voor het starten de onmiddellijke omgeving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid!
→ Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het apparaat pas verlaten, als de motor is uitgezet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de contact-sleutel uit het contact is gehaald.
→ Om onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, dient men de contactsleutel te verwijderen.
→ Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt die voor de omgang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik.
→ Dit apparaat is niet ervoor gedacht, door personen (inclusieve kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door ge-
brek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door personen worden geob- serveerd die voor hun veiligheid verant- woordelijk zijn of door deze hun instruct- ties hebben verkregen, hoe het appa- raat dient te worden gebruikt.
→ Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen aangezien die zich rond de keerrol kunnen wikkelen.
Veiligheidsinstructies voor de rijmodus
ΔGEVAAR
Verwondingsgevaar! Draagkracht van de ondergrond vóór het rijden controleren.
⚠ GEVAAR
Ongevalgevaar, verwondingsgevaar!
→ De rijsnelheid moet aan de omstandigheden van dat moment aangepast worden.
Kantelgevaar bij de sterke hellingen.
→ In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen.
Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond.
→ Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen.
Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen.
→ Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10 % berijden.
Veiligheidstechnische richtlijnen voor vloeibaar gas-motorvoertuigen
Hauptverband der gewerblichen Berufsgenossenschaften e.V. (HVBG, Hoofdverbond van de industriële beroepsgenootschappen, zorgt voor werknemersbescherming). Vloeibare gassen (drijfgassen) zijn butaan en propaan of butaan/propaanmengsels. Ze worden in speciale flessen geleverd. De bedrijfsdruk van deze gassen is afhankelijk van de buitentemperatuur.
⚠ GEVAAR
Explosiegevaar!
Behandel vloeibaar gas niet zoals benzine. Benzine verdampt langzaam, vloeibaar gas wordt onmiddellijk gasvormig. Het gevaar van vergassing en ontsteking van de ruimte is dus bij vloeibaar gas groter dan bij benzine.
VOORZICHTIG
Alleen lpg-gasflessen gebruiken die met aandrijfgas zijn gevuld conform de kwaliteitseisen van DIN 51622.
Het gebruik van huishoudgas en camping-gas is principieel verboden.
De vloeistofmengsels kunnen naargelang van de gasmotor verschillen. De goedgekeurde vloeistofmengsels zijn terug te vinden in de technische gegevens.
Verplichtingen van de bedrijfsleiding en de werknemers
- Alle personen die vloeibaar gas hante- ren, zijn verplicht, kennis te nemen van de informatie over de eigenschappen van vloeibare gassen, om een veilige bedrijfsvoering te kunnen garanderen. Deze publicatie dient steeds bij de veegmachine aanwezig te zijn.
Onderhoud door vakkundige personen
- Drijfgasinstallaties dienen regelmatig, tenminste één keer per jaar, door een vakkundig persoon op werking en dichtheid gecontroleerd te worden (volgens BGG 936).
- De controle dient schriftelijk te worden vastgelegd. Aan de controle liggen de § 33 en § 37 UVV "Verwendung von Flüssiggas" (gebruik van vloeibaar gas, BGV D34) ten grondslag.
- Als algemene voorschriften gelden de richtlijnen van de Duitse Verkeersminister voor de controle van voertuigen waarvan de motoren op vloeibare gassen lopen.
Inbedrijfstelling/gebruik
- Het gas mag steeds maar uit één fles tegelijk worden getapt. Wordt het gas uit meerdere flessen tegelijk gehaald, kan het gebeuren dat het vloeibare gas uit een fles in een andere loopt. Daardoor zou de overvulde fles na het sluiten van het ventiel (zie B. 1 van deze richtlijnen) blootstaan aan een ontoelaatbare drukstijging.
- Bij de inbouw van de volledig gevulde fles moet de inbouwpositie van de gas-aansluiting in acht worden genomen, meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Gasfles inbouwen".
Het wisselen van gasfles dient zorgvuldig te geschieden. Bij het in- en uitbouwen moet de gasuitgangsnippel van het flesventiel door een met een sleutel vast aangedraaide afsluitmoer zijn afgedicht.
- Ondichte gasflessen mogen niet meer worden gebruikt. Ze dienen met inachtneming van alle voorzorgsmaatregelen direct in de open lucht door afblazen te worden leeggemaakt en dan als ondicht te worden gekenmerkt. Bij het afleveren of ophalen van beschadigde flessen dient de uittener of diens representant (tankbediende bijv.) direct schriftelijk van de bewuste schade op de hoogte te worden gebracht.
- Voordat de gasfles wordt aangesloten, dient de aansluitnippel op deugdelijkheid gecontroleerd te worden.
- Na het aansluiten van de fles moet deze met schuimvormende middelen op dichtheid gecontroleerd worden.
- De ventielen dienen langzaam te worden geopend. Het openen en sluiten mag niet met behulp van slaggereedschap plaatsvinden.
- Brand met vloeibaar gas enkel blussen vanop een veilige afstand en met voldoende dekking.
- uitsluitend met droog koolzuur of met koolzuurgas blussen.
- voor de koeling van het gasreservoir overvloedig water gebruiken.
- De gehele vloeibaar-gas-installatie dient voortdurend op bedrijfsveiligheid en in het bijzonder op dichtheid gecontroleerd te worden. Het gebruik van het voertuig met een ondichte gasinstallatie is verboden.
- Voor het losmaken van de buis-c.q. slangverbinding dient het flesventiel te worden gesloten. De aansluitmoer aan de fles komt langzaam en eerst maar weinig los, omdat anders het gas dat zich nog in de leiding bevindt en onder druk staat spontaan zou uittreden.
- Als het gas uit een grote container wordt getankt, dan dienen de eenduidige voorschriften bij de betreffende groothandel in vloeibaar gas te worden opgevraagd.
⚠ Gevaar
Verwondingsgevaar!
- Vloeibaar gas in vloeibare vorm geeft wonden door bevriezing op de blote huid.
- Na de demontage moet de sluitmoer vast op de aansluit-schroefdraad van de fles worden geschroefd.
- Om de dichtheid te controleren dienen zeepwater, Nekal-oplossing of een ander schuimend middel te worden gebruikt. Het aflichten van de vloeibaargasinstallatie met een open vlam is verboden.
- Bij het wisselen van losse installatie-onderdelen dienen de inbouw-voorschriften van de fabrikant in acht te worden genomen. Daarbij dienen fles- en hoofdafsluitventielen te worden gesloten.
- Er dient voortdurend toezicht te worden gehouden op de toestand van de elektrische installatie van de vloeibaar-gasvoertuigen. Vonken kunnen bij lekkages van de gasvoerende installatie-onderdelen explosies veroorzaken.
- Wanneer een vloeibaar-gasvoertuig langere tijd heeft stilgestaan, dient de garage voor de inbedrijfstelling van het voertuig of van de bijbehorende elektrische installatie grondig geventileerd te worden.
- Ongevallen in verband met gasflessen of met de vloeibaargas-installatie dienen direct aan de „Berufsgenossenschaft“ (arbo-dienst) of het bevoegde „Gewerbeaufsichtsamt“ (branche-inspectie) te worden gemeld. Beschadigde onderdelen dienen tot aan het einde van het onderzoek te worden bewaard.
In de garages en opslagruimtes en de reparatie-werkplaatsen
- De opslag van drijfgas- c.q. vloeibaargasflessen dient volgens de Vorschriften TRF 1996 (Technische regels vloeibaargas, zie DA bij de BGV D34, Bijlage 4) te worden uitgevoerd.
- Gasflessen dienen staand te worden bewaard. Open vuur en roken zijn bij de opslag van containers en tijdens de reparatie niet toegestaan. In de open lucht opgeslagen flessen dienen tegen onbevoegde toegang te zijn beveiligd. Lege flessen dienen te allen tijde zijn dichtgedraaid.
-
De fles- en hoofdafsluitventielen dienen direct na het in de garage zetten van het motorrijtuig te worden dichtgedraaid.
-
Voor de ligging en uitvoering van de garages voor vloeibaargas-voertuigen gelden de bepalingen van de Reichsgaragenordnung (rijksgarageverordening) en de betreffende Landes-Bauordnung (provinciale bouwverordening).
- De gasflessen dienen in speciale, van de garages gescheiden ruimtes te worden opgeslagen (zie DA bij de BGV D34, bijlage 2).
- De in de ruimtes gebruikte elektrische looplampen dienen van een gesloten, afgedichte overstolp en van een sterke veiligheidskooi te zijn voorzien.
- Bij werkzaamheden reparatiewerkplaatsen dienen de fles- en hoofdafsluitventielen te worden gesloten en de drijfgasflessen tegen overmatige warmte te worden afgeschermd.
- Voor werkpauzes en voor beeindiging van de werkzaamheden dient een verantwoordelijke te controleren of alle ventielen, en vooral flesventielen, zijn gesloten. Werkzaamheden met vuur, in het bijzonder las- en snijwerkzaamheden, mogen niet in de buurt van drijfgasflessen worden uitgevoerd. Drijfgasflessen mogen niet in de werkplaatsen worden opgeslagen, ook niet wanneer ze leeg zijn.
- De garages, opslagruimtes en werkplaatsen dienen goed geventileerd te zijn. Let er hierbij op, dat vloeibare gassen zwaarder zijn dan lucht. Ze concentreren zich op de vloer, in werkputten en andere verlaagde plaatsen in de vloer en kunnen hier voor explosieve gas-lucht-mengsels zorgen.
Apparaten met verbrandingsmotor
→ Het apparaat niet boven 1200 m hoogte gebruiken.
⚠ GEVAAR
Vergiftigingsgevaar!
→ (gasmotor)
Het apparaat mag in gesloten ruimtes met voldoende ventilatie worden gebruikt.
→ Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden ingeademd.
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ De uitlaatopening van de verbrandingsmotor mag niet afgesloten worden.
→ De motor heeft ca. 3 seconden naloop nodig na het uitzetten. Tijdens deze periode absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik.
⚠ GEVAAR
Verbrandingsgevaar!
→ Raak een hete verbrandingsmotor niet aan!
→ Laat het voertuig afkoelen vooraleer de bekledingen worden weggenomen.
→ Buig niet over / grijp niet in de uitlaat-opening.
Apparaten met hoge afvoer
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en beveilig het.
→ Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone.
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak
OPMERKING
Het bestuurdersbeschermingsdak (optioneel) biedt bescherming tegen grote, vallende delen. Het biedt echter geen kantelbescherming!
→ Beschermdkak dagelijks op beschadiging controlleren.
→ Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen, dient het complete beschermdak te worden vervangen.
→ Het is niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Kärcher goedgekeurde elementen, onderdelen en bouwgroepen aan te brengen. Dit kan onder omstandigheden nadelige gevolgen hebben voor de werking van het beschermdak.
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat
→ Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen in acht.
→ Klem voor het transport van het apparaat de batterij af en zet het apparaat veilig vast.
Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud
→ Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden van het apparaat, het vervangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd.
→ Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. Maak hiervoor eerst de minpool los en dan de pluspool.
De heraansluiting vindt plaats in omgekeerde volgorde. Eerst de pluspool, dan de minpool aansluiten.
→ Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades).
→ Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn.
→ Veiligheidscontrole volgens de plaatselijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen.
→ Werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren.
Functie
De veegmachine werkt volgens het veegschoepprincipe.
- De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir.
- De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol.
- Het fijne stof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen.
Instructies inzake uitladen
⚠ GEVAAR
Verwondings- en beschadigingsgevaar!
→ Gewicht van het apparaat bij het verla-
den in acht nemen!
→ Gebruik geen vorkheftruck, het apparaat zou beschadigd kunnen worden.
* Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger.
→ Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan gebruikt worden!
→ Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: Bodemvrijheid 70mm.
→ Wanneer het apparaat op een pallet geleverd wordt, moet met de meegeleverde planken een platform gebouwd worden.
De handleiding daarvoor vindt u op pagina 2 (binnenkant omslagpagina).
Belangrijke instructie: Elke plank moet telkens met 2 schroeven vastgeschroefd worden.
Elementen voor de bediening en de functies
A

Afbeelding veegmachine Bedieningsveld
Afbeelding A
1 Typeplaatje
2 Stoel (met zitcontactschakelaar)
3 Stuurwiel
4 Centrifugaalseparator
5 Vergrendeling apparaatkap
6 Apparaatkap
7 Zijbezem, rechts
8 Voorwiel
9 Toegang keerrol
10 Vastsjorpunt
11 Zwaailicht
12 Apparaatkap rechts
13 Afdekking, rechts
14 Gasfles
15 Veiligheidsstang
16 Achterwandbekleding
17 Achterwiel
18 Afdekking, links
19 Kap links (motorkap)
Afbeelding B
1 Bedieningshendel veegwals en zijbe-
zem
Hendel naar voren: veegwals aan en zijbezem neerlaten en aan.
Hendel naar achteren: veegwals aan
2 Bedieningshefboom vuilreservoir Veeggoedcontainer omhoog/omlaag brengen
3 Bedieningshendel veegwals Veegwals optillen/neerlaten
4 Bedieningshefboom reservoirdeksel Reservoirklep openen / sluiten
5 Controlelampjes en display
6 Schakelaar blazer en filterreiniging Stand centraal: filterreiniging en blazer uit Stand voor: Blazer aan Stand achter: Filterreiniging aan en blazer uit
7 Schakelaar claxon
8 Zekeringen
9 Contactslot
Stand 0: Motor uitschakelen
Stand 1: Ontsteking aan
Stand 2: Motor starten
10 Gashefboom
Regeling motortoerental
11 Parkeerrem
12 Slijtagebijstelling/veegspiegelinstelling
veegwals
13 Choke
Pedalen
Afbeelding ©
1 Rempedaal
2 Rijpedaal "vooruit"
3 Rijpedaal "achteruit"
Controlelampjes en display
Afbeelding D
1 Bedrijfsurenteller
2 Waarschuwingslampje laden
3 Waarschuwingslampje oliedruk
4 Waarschuwingslampje koelwatertemperatuur
5 Aangezogen motorlucht
6 Waarschuwingslampje parkeerrem bediend
7 Rijrichting vooruit
8 Rijrichting achteruit
9 Controlelampje standlicht/dimlicht (optie)
10 Waarschuwingslampje brandstofreserve
- knippert bij reserve
- brandt bij lege gasfles
Voor de inbedrijfstelling
Parkeerrem vergrendelen/loszetten
→ Parkeerrem loszetten, daarbij rempe-
daal induwen.
→ Parkeerrem vergrendelen, daarbij rempedaal induwen.
Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen
Tip
Deze werkwijze is nodig wanneer de machine van de palet wordt geschoven, resp. wanneer de machine weggesleept of zonder eigen aandrijving op een transportvoertuig moet worden getrokken.
LET OP
Beweeg de veegmachine zonder eigen aandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h.

text_image
1 21 Schroef
2 S l e u t e l
→ Schroef uitdraaien.
→ Sleutel verwijderen.

→ Moer met sleutel losdraaien (vrijloop openen) totdat de machine kan worden verschoven.
→ BELANGRIJK: De moer na het verschuiven weer vastdraaien (vrijloop sluiten = rijstand).
Inbedrijfstelling
Algemene aanwijzingen
→ Voor de inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant lezen en in het bijzonder de veiligheidsin-structies in acht nemen.
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
→ Contactsleutel uitnemen.
→ Parkeerrem vastzetten.
Gasfles monteren/vervangen
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Veiligheidstechnische richtlijnen voor vloeibaar gas-motorvoertuigen in acht nemen.
→ IJsvorming en schuimend-gele afzettingen op de gasfles duiden op een lek.
→ De flessen mogen alleen door hierin geenstrueerde personen worden uitgevoerd.
→ Drijfgasflessen mogen niet in garages en niet in ruimtes onder de aarde worden gewisseld.
→ Bij het wisselen van de flessen niet roken en geen open verlichting gebruiken.
→ Bij het wisselen van de fles het afsluit-ventiel van de vloeibaargasfles stevig dichtdraaien en afschermkap direct op de lege fles plaatsen.
⚠ WAARSCHUWING
Er dienen alleen goedgekeurde ruilflessen van 11 kg inhoud te worden gebruikt.
VOORZICHTIG
Het gebruik van huishoudgas en camping-gas is principieel verboden.
Vloeistofmengsels van propaan en butaan zijn toegestaan. Het propaangehalte moet ten minste 90% zijn.
Gasfles inbouwen
LET OP
Inbouwpositie van de gasfles in acht ne- men! Aansluiting c.q. ringopening moet naar beneden wijzen.

→ Schroef aan veiligheidsstang losmaken en stang wegzwenken.
→ Gasfles vervangen
→ Beschermkap van het aansluitventiel van de gasfles schroeven.
→ Beugelsluiting dichtmaken.
Gasfles aansluiten
LET OP
Na het aansluiten van de fles moet deze met schuimvormende middelen op dichtheid gecontroleerd worden.

text_image
1 2 31 Beschermkap
2 Gasslang met wartelmoer
3 Gas-aftapventiel
→ Gasfles op het aansluitventiel van de gasfles schroeven (sleutelwijdte 30 mm)
→ Veiligheidsstang sluiten en met schroef borgen.
Lege gasfles vervangen
Wanneer het waarschuwingslampje Brandstofreserve tijdens het werken door permanent branden weer dat de gasfles leeg is, gaat u als volgt te werk:
→ Gas-aftapventiel sluiten door met de wijzers van de klok mee te draaien.
Zet de machine uit en laat ze in nullast verderdraaien tot de motor uitgaat.
Instructie: Op die manier wordt gega-randeerd dat alle gasleiding leeg zijn en geen ijsvorming kan optreden waardoor het starten van de motor gehinderd kan worden.
→ Gasslang losdraaien (sleutelwijdte 30 mm).
→ Beschermkap op aansluitventiel van de gasfles schroeven.
→ Beugelsluiting openen.
OPMERKING
De aansluiting draait linksom.
⚠ Waarschuwing
Gas-aftapventiel (3) pas openen voor het starten van het apparaat (zie hoofdstuk Apparaat starten).
Controle- en onderhoudswerkzaamheden
Dagelijks voor het bedrijfsbegin
→ Motoroliepeil controleren.
→ Controleer het vulniveau in het koelmid-del-compensatievat.
→ Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden.
→ Wielen controleren op in elkaar gedraaide banden.
→ Centrifugaalseparator en luchtfilter controleren, zo nodig reinigen.
→ Werking van alle bedieningsonderdelen controleren.
→ Apparaat op beschadigingen controle- ren.
→ Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Reparaties en onderhoud.
Werking
Chauffeursstoel instellen

→ Hefboom stoelverstelling naar buiten trekken.
→ Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten.
→ Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit.
Gastoevoer openen

Gas-aftapventiel openen door tegen de wijzers van de klok te draaien.
Apparaat starten
Instructie: Het apparaat is uitgerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verla- ten van de chauffeursstoel wordt het apparaat uitgeschakeld.

→ Op de chauffeursstoel plaatsnemen.
→ Parkeerrem (11) vergrendelen.
→ Motortoerentalverstelling (10) 1/3 naar voren schuiven.
Motor starten
→ Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden.
→ Bij koude buitentemperaturen: Choke (13) aantrekken.
→ Contactsleutel naar rechts draaien en apparaat starten.
→ Is het apparaat gestart, dan contact-sleutel loslaten.
→ Loopt de motor zonder problemen, choke indrukken.
Instructie: De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten.
Apparaat verrijden

2 Rijpedaal "vooruit"
3 Rijpedaal "achteruit"
→ Schuif de toerentalregeling van de motor helemaal naar voren (bedrijfstoerental).
→ Rempedaal induwen en ingedrukt houden.
→ Parkeerrem losmaken.
Vooruit rijden
→ Gaspedaal "vooruit" langzaam indrukken.
Achteruit rijden
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Bij het achteruitrijden mag geen gevaar voor derden bestaan, eventueel laten inwerken.
→ Gaspedaal "achteruit" langzaam indrukken.
Rijgedrag
→ Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden.
→ Vermijd schokkend bedienen van het pedaal aangezien de hydraulische installatie beschadigd kan worden.
→ Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen.
Remmen
→ Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan.
Instructie: De remwerking kan door in- drukken van het rempedaal ondersteund worden.
Over hindernissen heen rijden
Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden:
→ Langzaam en voorzichtig in voorwaartse richting overheen rijden.
Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden:
→ Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte oprijdrempel.
Veegbedrijf
LET OP
Geen pakbanden, draden of soortgelijk materiaal opvegen; dit kan leiden tot een beschadiging van het veegmechanisme.
Instructie: Om een optimaal reinigingsresultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden.
Instructie: Tijdens het gebruik moet de stoffilter op gezette tijden gereinigd worden.
Instructie: Bij frequent werken in een omgeving met veel fijn stof moet de filter vaker gereinigd worden.
Bedieningshendel

Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem
→ Bedieningshendel (1) naar voren: veegwals aan en zijbezem neerlaten en aan.
→ Bedieningshendel (1) naar achteren: veegwals aan.
Bedieningshefboom vuilreservoir
→ Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren: Vuilreservoir gaat omlaag
→ Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren: Vuilreservoir gaat omhoog.
Bedieningshefboom veegwals
→ Bedieningshendel veegwals (3) naar voren: veegwals gaat omhoog.
→ Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag.
Bedieningshefboom reservoirdeksel
→ Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat open.
→ Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat dicht.
Droge bodem vegen

→ Ventilator inschakelen.
→ Bij oppervlaktereiniging:
Bedieningshendel veegwals en zijbe-
zem (1) naar achteren: veegwals aan.
Bedieningshendel veegwals (3) naar
achteren: veegwals gaat omlaag.
→ Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open.
→ Bij reiniging van zijranden:
Bedieningshendel veegwals en zijbe-
zem (1) naar voren: veegwals aan, zij-
bezem aan en omlaag.
Bedieningshendel veegwals (3) naar
achteren: veegwals gaat omlaag.
Vochtige of natte bodem vegen
→ Ventilator uitschakelen.
→ Bij oppervlaktereiniging:
Bedieningshendel veegwals en zijbe-
zem (1) naar achteren: veegwals aan.
Bedieningshendel veegwals (3) naar
achteren: veegwals gaat omlaag.
→ Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open.
→ Bij reiniging van zijranden:
Bedieningshendel veegwals en zijbe-
zem (1) naar voren: veegwals aan, zij-
bezem aan en omlaag.
Bedieningshendel veegwals (3) naar
achteren: veegwals gaat omlaag.
Veeggoedcontainer leegmaken
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenkbereik van het vuilreservoir staan.
Kantelgevaar!
→ Zet het apparaat tijdens het ledigingsproces op een effen oppervlak neer.
⚠ WAARSCHUWING
Knelgevaar!
→ Nooit in het hefboomstelsel van het legingsmechanisme grijpen. Ga niet onder het opgetilde reservoir staan.
LET OP
Verwondings- en beschadigingsgevaar!
→ Tijdens het ledigingsproces bestaat gevaar van wegspattend materiaal door de draaiende veegwals. Houd voldoende afstand aan.

→ Veegwals en zijbezem met bedieningshendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 naar voren.
→ Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achteren.
→ Til het vuilreservoir op, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren.
→ Langzaam naar de verzamelbak rijden.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Open het reservoirdeksel, duw daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren en maak het vuilreservoir leeg.
→ Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren tot het in de eindstand is gekanteld.
→ Parkeerrem losmaken.
→ Langzaam van de verzamelbak wegrijden.
→ Laat het vuilreservoir in de eindstand zakken, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren.
Apparaat uitschakelen
→ Veegwals en zijbezem met bedienings-hendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 naar voren.
→ Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achteren
→ Trek de toerentalregeling van de motor volledig naar achteren.
→ Rempedaal induwen en ingedrukt houden.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Transport
⚠ GEVAAR
Transportschade!
→ Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen in acht.
→ Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Gas-aftapventiel sluiten door met de wijzers van de klok mee te draaien.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren.
→ Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten.
Opslag/stillegging
⚠ GEVAAR
Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen.
→ Zet de veegmachine weg op een effen oppervlak in een droge, vorstvrije omgeving. Bescherm tegen stof met afdekmateriaal.
→ Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels niet te beschadigen.
→ Sluit het reservoirdeksel.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Gas-aftapventiel sluiten door met de wijzers van de klok mee te draaien. Gasslang met wartelmoer losdraaien (sleutelwijdte 30 mm).
Gasfles met afschermkap afsluiten en in een geschikte ruimte rechtop bewaren (zie hoofdstuk „Veiligheidsinstructies“).
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Veegmachine tegen wegrollen beveiligen. Als de veegmachine gedurende lange tijd niet gebruikt wordt, moet tevens het volgende in acht genomen worden:
→ Motorolie verversen
→ Wanneer vorst verwacht wordt, koelwater laten weglopen of controleren of voldoende antivriesmiddel in de koelvloeistof zit.
→ Veegmachine aan de binnen- en buitenkant reinigen.
→ Accu afklemmen.
→ Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen.
Onderhoud
Algemene aanwijzingen
LET OP
Beschadigingsgevaar!
→ De Stoffilter niet uitwassen.
→ Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn.
→ Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden.
→ Mobiel commercieel geëxploiteerde apparatuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd.
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Sluit de gastoevoer.
Reiniging
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
→ Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge-drukstraal gebeuren (gevaar van kort-sluiting of andere schades).
Reiniging binnenkant apparaat
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Draag een stofmasker en een veiligheidsbril.
→ Apparaat met een doek reinigen.
→ Apparaat met perslucht uitblazen.
Reiniging buitenkant apparaat
→ Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen.
Instructie: Geen agressieve reinigings-middelen gebruiken.
Onderhoudsintervallen
Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan.
Onderhoud door de klant
Instructie: Alle service- en onderhoudswerken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden.
Onderhoud dagelijks:
→ Motoroliepeil controleren.
→ Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat.
→ Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden.
→ Centrifugaalseparator en luchtfilter controleren, zo nodig reinigen.
→ Werking van alle bedieningsonderdelen controleren.
→ Apparaat op beschadigingen controleren.
Onderhoud wekelijks:
→ Controleer gasleidingen, aansluitingen en verbindingen.
→ Radiateur reinigen.
→ Hydraulische-oliekoeler reinigen.
→ Hydraulisch systeem controleren.
→ Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren.
→ Remvloeistofpeil controleren.
→ Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen
→ Reservoirklep controleren en smeren.
Onderhoud na slijtage:
→ Afdichtlijsten vervangen.
→ Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen.
→ Veegrol vervangen.
→ Zijbezems vervangen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden.
Onderhoud door de klantenservice
Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje gedaan worden.
Onderhoud na 50 bedrijfsuren:
→ Laat het eerste onderhoud van het apparaat conform de inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoud na 250/500/1000/1500/2000 bedrijfsuren:
→ Laat het onderhoud conform inspectie-checklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoudswerkzaamheden
Voorbereiding:
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
→ Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Sluit de gastoevoer.
Algemene veiligheidsinstructies
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng de veiligheidsstang bij een opge-
tild vuilreservoir altijd aan.
→ Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone.

1 Houder veiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
→ Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).

Zorg ervoor dat vloeistoffen zoals motorolie, hydraulische olie, remvloeistof, diesel of koelmiddel niet in de boden terechtkomen. Bescherm het milieu en verwijder de vloeistoffen op milievriendelijke wijze.
Veiligheidsvoorschriften accu's
Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip:
| Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! | |
| Veiligheidsbril dragen! | |
| Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! | |
| Explosiegevaar! | |
| Vuur, vonken, open licht en ro-ken verboden! | |
| Gevaar van brandwonden! | |
| Eerste hulp! | |
| Waarschuwingstekst! | |
| Verwijdering! | |
| Accu niet in vuilnisbak gooien! |
GEVAAR
Explosiegevaar!
→ Gebruik enkel batterijen met poolafdekking. Vervang de poolafdekking in geval van verlies.
ΔGEVAAR
Explosiegevaar!
→ Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng wonden nooit in contact met lood. Reinig na werkzaamheden aan batterijen altijd uw handen.
⚠ GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
→ Roken en open vuur is verboden.
→ Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat.
⚠ GEVAAR
Gevaar voor invreten!
→ Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. afspoelen.
→ Daarna direct een dokter raadplegen.
→ Verontreinigde kleding met water uitwassen.
Accu in apparaat plaatsen en aansluiten Het apparaat is seriematig uitgerust met een onderhoudsvrije batterij.

text_image
3 2 1 2 HYP800CJ51 Positieve pool
2 Poolafdekking
3 Negatieve pool
→ Accu in de accuklemmen plaatsen.
→ Klemmen op de accubodem vast-schroeven.
→ Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten.
→ Poolklem op minpool (-) aansluiten.
→ Poolafdekkingen aanbrengen.
→ Controleer de batterijpolen en de poolklemmen op voldoende bescherming door poolbeschermingsvet.
Controleer en corrigeer het vloeistofpeil van de batterij (enkel bij onderhoudsarme batterijen met celsluitingen)
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
→ Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren.
→ Alle celsluitingen uitdraaien.
→ Uit iedere cel met de zuurtester een monster nemen.
- Het zuur van een volledig opgeladen accu heeft bij 20 °C een soortelijk gewicht van 1,28 kg/l.
- Het zuur van een gedeeltelijk ontladen accu heeft een soortelijk gewicht tussen 1,00 en 1,28 kg/l.
- In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zijn.
→ Het zuurmonster weer terugdoen in dezelfde cel.
→ Bij te lage vloeistofstand cellen met ge- destilleerd water tot aan de markering bijvullen.
→ Accu laden.
→ Celsluitingen inschroeven.
Accu laden
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Neem bij de omgang van batterijen de veiligheidsvoorschriften in acht. Neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht.
⚠ GEVAAR
Beschadigingsgevaar!
→ Accu alleen met het geschikte laadap- paraat opladen.

→ Alle celsluitingen uitdraaien.
(enkel bij onderhoudsarme batterij)
→ Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden.
→ Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu verbinden.
→ Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen.
→ Batterij met de kleinst mogelijke laadstroom laden.
→ Scheid het oplaadapparaat eerst van het net en dan van de batterij als de batterij opgeladen is.
→ Celsluitingen inschroeven.
(enkel bij onderhoudsarme batterij)
Batterij demonteren
→ Poolklem op minpool (-) afklemmen.
→ Poolklem op pluspool (+) afklemmen.
→ Klemmen op de accubodem losschroeven.
→ Batterij uit de batterijhouder nemen.
→ Verbruikte batterij conform de geldende bepaleingen verwijderen.
Controleer het remvloeistofpeil en vul remvloeistof na.
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng de veiligheidsstang bij een opge-
tild vuilreservoir altijd aan.
→ Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone.

1 Houder veiligheidsstang
2 Remvloeistofreservoir
3 Afsluitdeksel
→ Breng het vuilreservoir naar boven en borg het met de veiligheidsstang, zie daartoe in hoofdstuk „Vuilreservoir leegmaken“.
→ Controleer of in het remvloeistofreservoir voldoende remvloeistof voorhanden is.
Tip
Het vulpeil moet tussen Min. en Max. liggen.
→ Vul indien nodig in de handel verkrijgbare DOT-remvloeistof na.
Motoroliepeil controleren en olie bijvullen
⚠ GEVAAR
Verbrandingsgevaar!
→ Motor laten afkoelen.
→ Controle van het motoroliepeil op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren.

→ Oliepeilstok uittrekken.
→ Oliepeilstok afvegen en inschuiven.
→ Oliepeilstok uittrekken.
→ Oliepeil controleren.
→ Oliepeilstok weer erin doen.

text_image
MAX MIN- Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"-en „MAX"-markering bevinden.
- Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, motorolie bijvullen.
- Motor niet boven „MAX"-markering bijvullen.
→ Olievuldeksel afschroeven.
→ Motorolie erin doen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens.
→ Olievuldeksel afsluiten.
→ Minstens 5 minuten wachten.
→ Motoroliepeil controleren.
Motorolie en motoroliefilter wisselen VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete motorolie!
→ Motor laten afkoelen.
→ Zet een opvangbak voor minstens 6 li- ter motorolie klaar.
→ Motor laten afkoelen.

→ Olieaftapschroef uitschroeven.
→ Olievuldeksel afschroeven.
→ Olie aftappen.
→ Oliefilter afschroeven.
→ Bevestigingspunt en afdichtvlakken reinigen.
→ Afdichting van het nieuwe oliefilter voor het inbouwen met olie insmeren.
→ Nieuw oliefilter inbouwen en handvast aanhalen.
→ Olieaftapplug inclusief nieuwe afdichting erinschroeven.
Aanhaalmoment: 25 Nm
→ Motorolie erin doen.
Oliesoort en vulhoeveelheid zie Technische gegevens.
→ Olievuldeksel afsluiten.
→ Motor ca. 10 seconden laten lopen.
→ Motoroliepeil controleren.
Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen
OPMERKING
Het veeggoedreservoir mag niet opgetild zijn.
→ Kap van het apparaat openen en met de kapsteun vastzetten.

1 Oliepeilglas hydraulische olie
2 Tank van het hydraulische systeem
3 Afsluitdeksel, olievulopening
4 Kapsteun
→ Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren.
- Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"-en „MAX"-markering bevinden.
- Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, hydraulische olie bijvullen.
→ Afsluitdeksel van de olievulopening los-
schroeven.
→ Vulgebied reinigen.
→ Hydraulische olie bijvullen.
Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens.
→ Afsluitdeksel van de olievulopening eropschroeven.
Hydraulisch systeem controleren OPMERKING
Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Kärcher-klantendienst.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Motor starten.
→ Alle slangen van het hydraulische systeem en aansluitingen op lekkage controleren.
Koelmiddelpeil controleren

→ Controleer het vulniveau bij een koude motor.
→ Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat.
Het juiste koelmiddelpeil moet tussen
Min. en Max. liggen.
Water-/hydraulische-oliekoeler controleren en reinigen
ΔGEVAAR
Verbrandingsgevaar!
→ Laat de waterkoeler minstens 20 minu- ten afkoelen.
→ Het koelwaterpeil van de waterkoeler wordt gecontroleerd aan het koelmiddelcompensatievat.
Zie hoofdstuk „Koelwaterpeil controleren“.
→ Koelerlamellen reinigen.
Verwijder verontreinigingen met een
zachte borstel, perslucht of geringe wa-
terdruk.
→ Koelslangen en aansluitingen op dichtheid controleren.
→ Ventilator reinigen.
Veegrol controleren
→ Motor starten.
→ Veeggoedreservoir tot de eindstand optillen.
→ Motor uitzetten.
→ Parkeerrem vastzetten.
→ Veiligheidsstang gebruiken voor hoogleging.
→ Banden of snoeren van veegrol verwijderen.
→ Veiligheidsstang eruitnemen.
→ Motor starten.
→ Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten.
→ Motor uitzetten.
Veegrol verwisselen

→ Breng het vuilreservoir omhoog en ondersteun het met de veiligheidsstang.
→ Zijmantel met sleutel openen.

3 Zijdelingse afdichting
→ Vleugelmoeren losschroeven.
→ Neem de houdbeugel weg.
→ Zijdelingse afdichting naar buiten klappen.
→ Bevestigingsschroef veegrolhouder eruit schroeven en opname naar buiten zwenken.
→ Veegrol uitnemen.

Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht)
Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe vee-grol op de positie van de borstelset letten.
→ Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel gestoken worden.
Instructie: Na het inbouwen van de nieuwe veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden.
Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen
Instructie: De keerspiegel is in de fabriek ingesteld op 80 mm en kan bij slijtage van de keerrol traploos bijgesteld worden.

→ Luchtdruk banden controleren.
→ Zuigturbine uitschakelen.
→ Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is.
→ Bedieningshendel veegwals en zijbe-
zem (1) naar achteren: veegwals aan.
Bedieningshendel veegwals (3) naar
achteren: veegwals gaat omlaag.
→ Veegwals gedurende ca. 10 seconden laten draaien.
→ Bedieningshendel veegwals en zijbe-
zem (1) in het midden.
Bedieningshendel veegwals (3) naar
voren: veegwals gaat omhoog.
→ Apparaat achterwaarts wegrijden.
→ Veegspiegel controleren.

text_image
80 - 85 mmDe vorm van de veegspiegel moet een gelijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen.
→ Aanslagbout van de slijtagebijstelling (12) openen en instellen.
Aanslag naar boven: smallere veeg-
spiegel.
Aanslag naar onderen: bredere veeg-
spiegel.
→ Aanslagbout weer vastdraaien.
→ Veegspiegel van de veegwals opnieuw zoals reeds beschreven controleren.
Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen
→ Zijbezems opheffen.
→ Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is.
→ Zijbezem met bedieningshendel neerla-
ten en ca. 10 seconden laten draaien.
→ Zijbezems opheffen.
→ Apparaat achterwaarts wegrijden.
→ Veegspiegel controleren.

text_image
H 40 - 50 mmDe breedte van de veegspiegel moet tussen 40-50 mm liggen.

text_image
A B A B→ Veegspiegel met de twee instelschroeven corrigeren.
→ Veegspiegel controleren.
Zijdelingse afdichtstroken plaatsen
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng de veiligheidsstang bij een opge-
tild vuilreservoir altijd aan.
→ Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone.
→ Veeggoedreservoir naar boven brengen en met veiligheidsstang zekeren.
→ Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).

text_image
1 21 Houder veiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
→ Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals vervangen" beschreven wordt.
→ 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken.
3 Moeren (SW 13) van de voorste fenderbevestiging losmaken.
→ Zijdelingse afdichtstrook zover naar beneden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bodem is.
→ Fenderbevestigingen vastschroeven. → Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen.
Stoffilter manueel reinigen

→ Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschriften over de omgang met fijne stoffen in acht nemen.
→ Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen.
→ Veeggoedcontainer legen.

→ Vergrendeling openen, daartoe stergreepschroef eruit draaien.
→ Apparaatkap naar voren klappen.

De vervanging van de stoffilter mag en- kel gebeuren door de klantenservice van Kärcher.
→ Filterafdekking eropzetten en vergrendelen.
V-snaar controleren en instellen

De V-riem moet bij een druk van 10 kg ca. 7-9 mm meegeven.
→ V-riemspanning laten instellen door de geautoriseerde klantenservice.
Luchtfilter controleren en verwisselen

text_image
1 2 11 Sluiting
2 Luchtfilterbehuizing
→ Zijpaneel wegnemen.
→ Luchtfilterbehuizing wegnemen.
→ Luchtfilterinzet vervangen.
Instructie: Inbouwpositie met uitblaas- opening naar beneden (zie afbeelding).
Centrifugaalafscheider reinigen

→ Vleugelmoer aan de centrifugaalseparator losschroeven.
→ Centrifugaalseparator reinigen.
Zekeringen verwisselen

text_image
FU 34 FU 39 FU 10 FU 90 FU 87 FU 36 FU 13 FU 92 FU 88 ② ① ② ①1 Kartelmoer
2 Deksel zekeringskast
→ Draai de kartelmoer eruit. → Open het deksel op de zekeringkast.
→ Zekeringen controleren.
→ Defecte zekeringen vervangen. Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringswaarde gebruiken.
Instructie: De zekering FU 01bevindt zich in de motorruimte.

1 Zekering FU 1 (hoofdzekering)
| FU 01* Hoofdzekering 60 A | |
| FU 02 ClaxonZuigturbine | 20 A |
| FU 03 Multifunctionele weergave | 3 A |
| FU 04 Zwaailicht 5 A | |
| FU 05 Motor--controle-een-heid | 10 A |
| FU 06 Chauffeurscabine (op-tie)Ruitenwisser | 10 A |
| FU 07 LPG-niveau-indicatie 5 A | |
| FU 08 Startmotor 10 A | |
| FU 09 Verlichting links 7,5 A | |
| FU 10 Verlichting rechts 7,5 A | |
| FU 11 Werkverlichting 10 A | |
| FU 12 Schudsysteem 25 A | |
| FU 13 LPG-ventielAchteruitrijsignaal | 7,5 A |
* Deze zekeringen mogen alleen door de klantenservice worden vervangen, omdat daarna moet worden gecontroleerd of het apparaat eventueel storingen vertoont.
Hulp bij storingen
| Storing Oplossing | |
| Apparaat wil niet starten. | Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd |
| Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden. | |
| Accu opladen of vervangen | |
| Gasfles leeg - gasfles vervangen | |
| Gas-aftapventiel gesloten - ventiel openen door tegen de wijzers van de klok te draaien. | |
| Gasklep vastgevroren - beschrijving voor de vervanging van de gasfles in acht nemen. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor loop onregelmatig Luchtfilter | reinigen of filterpatroon vervangen |
| Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren | |
| Inbouwpositie van de gasfles controleren: aansluiting of ringopening moet naar beneden tonen. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor oververhit Koelmiddel bijvullen | Koeler doorspoelen |
| V-snaar aanspannen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor loopt, maar het apparaat rijdt slechts langzaam of helemaal niet. | Parkeerrem ontgrendelen |
| Vrijloop sluiten (rijstand) | |
| Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten. | |
| Controleren op ingedraaide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Fluitend geluid in het hydraulische systeem | Hydraulische vloeistof navullen |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Borstels draaien slechts langzaam of helemaal niet | Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten. |
| Controleren op ingedraaide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik | Stofffilter controleren, reinigen of verwisselen. |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Apparaat stoft Zijdelingse afdichtstroken plaatsen | |
| Veegeenheid laat veeggoed liggen | Veeggoedcontainer legen |
| Stofffilter controleren, reinigen of verwisselen. | |
| Keerrol vervangen | |
| Veegspiegel instellen | |
| Afdichtstrook van het veeggoedreservoir vervangen | |
| Blokkering van de keerrol oplossen | |
| Open het reservoirdeksel van het vuilreservoir. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veeggoedreservoir gaat niet om-hoog of omlaag | Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten. |
| Borgsteun van het vuilreservoir verwijderen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat niet open. | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
| Storing bij hydraulisch bewogen delen | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
Technische gegevens
| KM 120/250 R LPG Classic | ||
| Apparaatgegevens | ||
| Rijsnelheid, vooruit km/h 9 | ||
| Rijsnelheid, achteruit km/h 4 | ||
| Klimvermogen (max.) % 18 | ||
| Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezems m | ^2 /h 8100 | |
| Oppervlaktecapaciteit met zijbezems m | ^2 /h 10800 | |
| Werkbreedte zonder zijbezems mm 900 | ||
| Werkbreedte met zijbezems mm 1200 | ||
| Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater -- IPX 3 | ||
| Gebruiksduur bij volledig gevulde gasfles | h | 4 |
| Motor | ||
| Type | -- | Kubota WG 972 GL-E3 |
| Type | -- | 3-cilinder- LPG gasmotor met 3-wegkatalysator |
| CO2Emissie volgens de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 (niveau V) | g/kWh | 844,3 |
| Koelwijze | -- | Waterkoeling |
| Draairichting | -- | tegen de wijzers van de klok in |
| Boring | mm 68 | |
| Slag | mm 68 | |
| Slagvolume | cm3 | 740 |
| Oliehoeveelheid | I | 3,25 |
| Nominaal toerental | 1/min | 2500 |
| Maximaal toerental | 1/min 2500 | |
| Nullasttoerental | 1/min | 1300 |
| Vermogen max. | kW/PS | 12,7 / 17,0 |
| Maximumkoppel bij 2400 1/min | Nm | 60 |
| Oliefilter | -- | Filterpatronen |
| Aanzuigluchtfilter | -- | Binnenfilterpatronen, buitenfilterpatronen |
| Soort brandstof | LPGVloeistofmengsels van propaan en butaan zijn toege-staan. Het propaangehalte moet ten minste 90% zijn. | |
| Reservoirinhoud | 11 kg c.q. 20 liter (ruillfles) | |
| Elektrische installatie | ||
| Accu | V, Ah | 12, 52 |
| Generator, draaistroom | V, Watt | 12, 150 |
| Startmotor | -- | Elektrische starter |
| Hydraulische installatie | ||
| Hoeveelheid olie in het complete hydraulische systeem | I | 26,5 |
| Hoeveelheid olie in de hydraulische tank | I | 21,2 |
| Oliesoorten | ||
| Motor (boven 25 °C) | -- | SAE 30, SAE 10W-30, SAE 15W-40 |
| Motor (0 tot 25 °C) | -- | SAE 20, SAE 10W-30, SAE 10W-40 |
| Motor (onder 0 °C) | -- | SAE 10W, SAE 10W-30, SAE 10W-40 |
| Hydraulisch systeem | -- | HV 46 |
| Veeggoedreservoir | ||
| Max. ontladhoogte | mm 1400 | |
| Volume van de veeggoedcontainer | I | 250 |
| Keerrol | ||
| Veegrol-diameter | mm 300 | |
| Veegrol-breedte | mm 900 | |
| Toerental | 1/min | 350 |
| Veegspiegel | mm | 80 |
| Zijbezems | ||
| Zijbezem-diameter | mm 600 | |
| Toerental (traploos) 1/min 0 - 60 | ||
| Massieve rubberbanden | ||
| Grootte voor -- 15-4.5x8 | ||
| Grootte achter -- 15-4.5x8 | ||
| Rem | ||
| Voorwielen -- mechanisch | ||
| Achterwiel -- hydrostatisch | ||
| Filter- en zuigsysteem | ||
| Type -- Zakfilter | ||
| Toerental 1/min 2800 | ||
| Filtervlak fijnstofffilter m | ^2 | 6,0 |
| Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 15,5 | ||
| Nominale volumestroom zuigsysteem | m3/h | 800 |
| Schudsysteem | -- | Elektromotor |
| Omgevingsvoorwaarden | ||
| Temperatuur | °C | -5 tot +40 |
| Luchtvochtigheid, niet bedauwend | % | 0 - 90 |
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | ||
| Geluidsemissie | ||
| Geluidsdrukniveau L_pA | dB(A) | 83 |
| Onzekerheid K_pA | dB(A) | 3 |
| Geluidskrachtniveau L_WA + onveiligheid K_WA | dB(A) 104 | |
| Apparaattrillingen | ||
| Hand-arm vibratiewaarde | m/s2 | <2,5 |
| Zitplaats | m/s2 | 0,8 |
| Onzekerheid K | m/s2 | 0,1 |
| Maten en gewichten | ||
| Lengte x breedte x hoogte | mm | 2082x1250x1450 |
| Draaicirkel rechts | mm | 1350 |
| Draaicirkel links | mm | 1350 |
| Leeggewicht | kg | 851 |
| Toelaatbaar totaalgewicht | kg | 1300 |
| Toegelaten asbelasting vooraan | kg | 787 |
| Toegelaten asbelasting achteraan | kg | 513 |
| Technische veranderingen voorbehouden! | ||
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Veegzuigmachine opstap-machine
Type: KM 120/250 R LPG Classic 1.186-001.0
Van toepassing zijnde EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-72
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 61000-6-2: 2005
EN 62233: 2008
Toegepaste conformiteitsbeoorde- lingsprocedure
2000/14/EG: Bijlage V
Geluidsvermogensniveau dB(A)
Gemeten: 102
Gegaran- 104
deerd:
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Documentatieverantwoordelijke:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Aparate cu acoperiş de protectie
INDICATIE
→ Notīriet zonu ap iepildes atveri.
→ ledarbiniet motoru.
→ ledarbiniet motoru.









