KM 130300 R Bp - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 130300 R Bp Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Industriële veegmachine |
| Merk | Kärcher |
| Model | KM 130300 R Bp |
| Afmetingen (L x B x H) | 2040 x 1330 x 1430 mm |
| Gewicht (zonder accu) | 840 kg |
| Gewicht (met accu) | 1300 kg |
| Voeding | Accu 36 V, 360 Ah (accupakket optioneel) |
| Veegbreedte (met zijborstel) | 1300 mm |
| Veegbreedte (zonder zijborstel) | 1000 mm |
| Veegcapaciteit | Tot 9100 m²/u (met zijborstel) |
| Volume vuilcontainer | 300 L |
| Maximale helling (in rijrichting) | 14 % |
| Rijsnelheid (vooruit en achteruit) | 7 km/u |
| Type hydraulische olie | HV 46 |
| Hoeveelheid hydraulische olie (tank) | 20,5 L |
| Oppervlak stoffilter | 5,2 m² |
| Geluidsdrukniveau (LpA) | 75 dB(A) |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau | 93 dB(A) |
| Hoofdfuncties | Vegen met roterende borstel en zijborstel, zuigen, hydraulisch ledigen van de container |
| Veiligheid | Contactstoel, parkeerrem, optioneel beschermingsdak, automatische stop |
| Onderhoud | Dagelijkse filterreiniging, wekelijks onderhoud, borstels vervangen op basis van slijtage |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Filter, borstels, accu's, afdichtingen, zekeringen beschikbaar via Kärcher service-afdeling |
Veelgestelde vragen - KM 130300 R Bp Kärcher
Gebruikersvragen over KM 130300 R Bp Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 130300 R Bp - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 130300 R Bp van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 130300 R Bp Kärcher
Algemene aanwijzingen. . . . . NL 1
Zorg voor het milieu. NL 1
Garantie .NL1
Accessoires en reserveonder
delen NL 1
Symbolen in de gebruiksaan-
wijzing .NL 1
Symbolen op het apparaat NL 1
Reglementair gebruik . . . . . . NL 2
Voorzienbaar verkeerd gebruik NL 2
Geschekte ondergronden NL 2
Veiligheidsinstructies..NL2
Veiligheidsinstrumenties voor de
bediening .NL 2
Veiligheidsinstructies voor de
rijmodus .NL 2
Veiligheidsinstructies voor batterijgedreven apparaten. NL 3
Apparaten met hoge afvoer NL 3
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak. NL 3
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak.
Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud . . NL 3
Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud . . NL 3
Instructies inzake uitladen . . . NL 3
Elementen voor de bediening en
de functies NL 4
Afbeelding veegmachine NL 4
Bedieningsveld. NL 4
Functietoetsen .NL 4
Controlelampjes en display NL 5
Controlelampjes en display NL 5
Voor de inbedrijfstelling
Chauffeurscabine omhoog
klappen
Parkeerrem vergrendelen/los
zetten
Veegmachine zonder zelfaan
drijving bewegen
Veegmachine met zelfaandrijving bewegen
Inbedrijfstelling
Algemene aanwijzingen
Controle- en onderhoudswerk
zaamheden
Voor de inbedrijfstelling
Veiligheidsvoorschriften accu's
Accu's opladen
Werking. NL 6
Chauffeursstoel instellen NL 6
Programma's selecteren NL 6
Apparaat starten . . . . . NL 6
Apparaat verrijden . . . . NL 6
Veegbedrijf. NL 6
Veeggoedcontainer leegmaken NL 7
Apparaat uitschakelen . . NL 7
Transport.. NL 7
Opslag .NL 7
Stillegging .NL7
Onderhoud.. NL 7
Algemene aanwijzingen. NL 7
Reiniging. NL 7
Onderhoudsintervallen..NL7
Onderhoudswerkzaamheden NL 8
Hulp bij storingen. NL
EU-conformiteitsverklaring . . . NL

Lees voor het eerste gebruik
van uw apparaat deze originele
gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Algemene aanwijzingen
Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur.
constateert, neem dan contact op met uw distributeur.
- De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zonder gevaar.
- Naast de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing moeten de algemene veiligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden.
Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik.

Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik.

Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor recycling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten via daarvoor geschikte verzamelsystemen.
Batterijen, olie, brandstof en gelijkaardige stoffen mogen niet in het milieu terechtkomen. Die stoffen moeten via geschikte inzamelsystemen afgevoerd worden.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen
vindt u onder:
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal- of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
Accessoires en reserveonderdelen
△GEVAAR
Om risico's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst.
- Er mogen alleen toebehoren en onderdelen gebruikt worden, die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Origineel toebehoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden.
- Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
GEVAAR
Waarschuwt voor een direct dreigend gevaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt.
WAARSCHUWING
Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden.
VOORZICHTIG
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot lichte letsels of materiële schade kan leiden.
LET OP
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.
Symbolen op het apparaat
| Verbrandingsgevaar door het eoppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. | |
| Werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenenuitvoeren. | |
| Knelgevaar door vast-klemmen:tussen bewegende voertuigonderde-len | |
| Verwondingsgevaar door bewegende onderdelen. Niet erin grijpen. | |
| Brandgevaar! Geen brandende of glimmende voor-werpen opzuigen. | |
| Kettingopname / kraan-punt | |
| Opnamepunt voor krik | |
| Maximale helling van de ondergrond bij ritten met opgetild veeggoedreser-voir. | |
| In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 14% nemen. | |
| Opgelet draaiende borstel (draairichting in acht ne- men) | |
| Waarschuwing voor ge- vaarlijke elektrische span- ning! | |
| Neem de aanwijzing in acht! | |
| Langzaam sturen! | |
| Gelieve de bebruiksaan- wijzing te lezen en nave- nant te handelen! | |
| Beschadigingsveaar! De Stofffilter Niet uitwas- sen. |
De veegmachine is voorzien voor de reiniging van vloeroppervlakken voor industrieel gebruik en onder andere voor de volgende toepassingsgebieden:
- parkings; productie-installaties; logistieke bereiken; hotels; kleinhandel; magazijnen; voetpaden.
- Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van verharde oppervlakken binnen en buiten.
- Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien ze zich niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken.
- Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing. - Er mogen aan het apparaat geen wijzigingen worden aangebracht. - Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing genoemde wegdek/ondergrond.
- Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgegeven oppervlakken.
- Over het algemeen geldt: Licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar).
Voorzienbaar verkeerd gebruik
Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten. → Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. aluminium, magnesium, zink) opvegen/opzuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen. → Geen brandbare of glimmende voorwerpen opvegen/opzuigen. → Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. → Het verblijf in de bewerkingszone is verboden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. → Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan. → Het is niet toegestaan om met dit apparaat voorwerpen te verschuiven of te transporteren.
Geschikte ondergronden
- Asfalt - Industrievloer - Estrik Beton Klinkers
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsinstructies voor de bediening
→ Om de lucht- en kruipwegen na te leven mag het apparaat niet op een hoogte van meer dan 2000 meter boven NAP worden gebruikt. → (Alleen geldig voor Finland) Als het apparaat een PVC-slangeiding heeft, mag het apparaat niet bij lage omgevingstemperaturen (onder 0°C) worden gebruikt. Neem bij vragen over uw apparaat contact op met Kärcher. → Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien zij niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken. → Bij gebruik van het apparaat in gevaarlijke omgevingen (bijvoorbeeld tankstations) moeten de overeenkomstige veiligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Gebruik het apparaat niet zonder bescherming tegen vallende voorwerpen in gebieden waar de mogelijkheid bestaat dat de bediener wordt geraakt door vallende voorwerpen.
→ Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschriften. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, speciaal op kinderen. → De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. Voor de aanvang van de werkzaamheden dient de bediener zich ervan te vergewissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aangebracht en functioneren. → De bediener van het apparaat is verantwoordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. → Erop letten dat de bediener nauw aansluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. Voor het starten de onmiddellijke omgeving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! → Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het apparaat pas verlaten, als de motor is uitgezet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de contactsleutel uit het contact is gehaald. → Om onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, dient men de contactsleutel te verwijderen. → Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt die voor de omgang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik. → Dit apparaat is niet ervoor gedacht door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door gebrek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door personen worden geobserveerd die voor hun veiligheid verantwoordelijk zijn of door deze hun instructies hebben gekregen, hoe het apparaat dient te worden gebruikt. Over kinderen dient toezicht te worden gehouden om te waarborgen dat zij niet met het apparaat spelen.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen aangezien die zich rond de keerrol kunnen wikkelen.
Veiligheidsinstructies voor de rijmodus
△GEVAAR
Verwondingsgevaar! Draagkracht van de ondergrond voor het rijden controleren.
GEVAAR
Ongevalgevaar, verwondingsgevaar! Kantelgevaar bij sterke hellingen.
- In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 14% nemen.
Kantelgevaar bij het snel nemen van bochten (vooral bij bochten naar links).
- In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. - Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij achterwaartse hellingen. Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10% berijden.
Veiligheidsinstructies voor batterijgedreven apparaten
Instructie: Alleen als u de door Karcher aanbevolen batterijen en oplaadapparaten gebruikt, kunt u garantie inroepen.
- De gebruiksinstructies van de fabrikant van de batterijen en van het oplaadapparaat moeten in elk geval nageleefd worden. Neem de aanbevelingen van de wetgever betreffende de omgang met batterijen in acht. - Batterijen nooit in ontladen toestand laten staan, maar zo snel mogelijk opnieuw opladen.
- Ter voorkoming van lekstroom de batterijen steeds proper en droog houden. Beschermen tegen verontreiniging bijvoorbeeld door metaalstof.
- Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.
- In geen geval in de omgeving van een batterij of in een batterijlaadruimte werken met open vlammen, vonken vormen of roken. Explosiegevaar. Hete onderdelen, zoals de aandrijfmotor, niet aanraken (gevaar voor brandwonden).
- Wees voorzichtig bij het hanteren van batterijzuur. Volg de betreffende veiligheidsvoorschriften op! - Verbruikte batterijen moeten volgens de Europese richtlijn 91/157 EWG op milieuvriendelijke wijze verwijderd worden.
Apparaten met hoge afvoer
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en beveilig het. → Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone.
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak
OPMERKING
Het bestuurdersbeschermingsdak (optioneel) biedt bescherming tegen grote, vallende delen. Het biedt daarnaast geen enkele bescherming!
→ Beschermdak dagelijks op beschadiging controleren. → Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen, dient het complete beschermdak te worden vervangen. → Het is niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Karcher goedgekeurde elementen, onderdelen en bouwgroepen aan te brengen. Dit kan onder omstandigheden nadelige
gevolgen hebben voor de werking van het beschermdak.
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat
Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat in acht bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen. Voor het vervoer van het apparaat moet de batterijstekker worden losgekoppeld en dient het apparaat goed te worden bevestigd.
Veiligheidsinstructies voor verzorging en onderhoud
Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden van het apparaat, het verwangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd. Bij apparaten met een tractiebatterij dient de batterij bij alle werkzaamheden voor het onderhoud en de instandhouding via het scheidingspunt (batterijstekker) te worden losgekoppeld van het elektrische systeem van het apparaat. Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden.
Maak hiervoor eerst de minpool los en dan de pluspool. De heraansluiting vindt plaats in omgekeerde volgorde: eerst de pluspool, dan de minpool aansluiten.
Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schades). Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn. Veiligheidscontrole volgens de plaatselijk geldende voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. Werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren.
Functie
De veegmachine werkt volgens het veeg-schoepprincipe.
- De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir.
- De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol. Het fijnstof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen.
Instructies inzake uitladen
Gevaar
Verwondingsgevaar, beschadigingsgevaar!
Gewicht van het apparaat bij het verladen in acht nemen!
| Gewicht (excl. accu's) 840 kg* | |
| Gewicht (incl. accu's) 1300 kg* | |
| * Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger. | |
Geen vorkheftruck gebruiken.
Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan gebruikt worden! Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: bodemvrijheid 70 mm. Wanneer het apparaat op een pallet geleverd wordt, moet met de meegeleverde planken een platform gebouwd worden.
De handleiding vindt u op pagina 2 (binnenkant omslagpagina).
Belangrijke instructie: Elke plank moet telkens met 2 schroeven vastgeschroefd worden.
Elementen voor de bediening en de functies

Afbeelding veegmachine Bedieningsveld Functietoetsen
1 Chauffeurscabine (optie) 2 Vastsjorpunt (4x) 3 Toegang keerrol 4 Voorwiel 5 Zijbezem 6 Verlichtingsinstallatie (optie) 7 Veeggoedcontainer 8 Vergrendeling apparaatkap 9 Ruitenwisser (optie) 10 Veiligheidshendel chauffeurscabine 11 Motorafdekking 12 Achterwiel 13 Vergrendeling chauffeurscabine 14 Zwaailicht 15 Veegrolverstelling (niet afgebeeld) 16 Accuset (alleen bij de KM 130/300 R Bp Pack in de leveringsomvang) 17 Accustekker

1 Programmaschakelaar 2 Functietoetsen 3 Multifunctionele weergave 4 Zekeringskast werkplek 5 Stuurwiel 6 Contactslot Stand 0: Motor uitschakelen Stand 1: Ontsteking aan Stand 2: Motor starten 7 Parkeerrem 8 Stoel (met zitcontactschakelaar) 9 Rempedaal 10 Gaspedaal

1 Werkverlichting aan/uit (optie) 2 Zwaailicht aan/uit 3 Claxon 4 Filterreiniging 5 Keuzeschakelaar rijrichting 6 Blazer 7 Reservoirklep open / sluiten 8 Veeggoedcontainer omhoog/omlaag brengen
Controlelampjes en display

1 Accucapaciteit 2 Controlelampje batterij 3 Controlelampje bedrijfstoestand 4 Controlelampje parkeerlicht 5 Controlelampjes (niet aangesloten) 6 Controlelampje dimlicht 7 Controlelampjes (niet aangesloten) 8 Controlelampje rijrichting vooruit 9 Controlelampje rijrichting achteruit 10 Bedrijfsurenteller
Voor de inbedrijfstelling
Chauffeurscabine omhoog klappen
Om verschillende werkzaamheden uit te voeren, kan het nodig zijn om de chauffeurscabine (optioneel) eerst naar boven te kantelen.
Instructie: Chauffeurscabine mag enkel op een effen terrein (±5°) gekanteld worden.
→ Vergrendeling chauffeurscabine openen. Chauffeurscabine omhoog kantelen tot de veiligheidshendel vastklikt.

Vooraleer de chauffeurscabine neergelaten wordt, de veiligheidshendel ontgrendelen.
Parkeerrem vergrendelen/loszetten
→ Parkeerrem loszetten, waarbij rempedaal induwen. → Parkeerrem vergrendelen, waarbij rempedaal induwen.
Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen
→ Motorafdekking openen. Vrijloophefboom van de hydraulische pomp 90° zijdelings naar beneden klappen.

VOORZICHTIG
Beweeg de veegmachine zonder eigenaandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h.
Vrijloophefboom na het verschuiven opnieuw naar boven klappen.
Veegmachine met zelfaandrijving bewegen
Vrijloophefboom na het verschuiven opnieuw naar boven klappen.
Inbedrijfstelling
Algemene aanwijzingen
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. → Contactsleutel uitnemen. → Parkeerrem vastzetten.
Controle- en onderhoudswerkzaamheden
Dagelijks voor het bedrijfsbegin
→ Batterijlaadtoestand controleren, indien nodig batterij opladen (zie hoofdstuk „Batterijen opladen“). Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden. → Wielen controleren op in elkaar gedraaide banden. → Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. → Apparaat op beschadigingen controleren. → Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Reparaties en onderhoud.
Voor de inbedrijfstelling
Veiligheidsvoorschriften accu's
Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip:
| i | Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! |
| Veiligheidsbril dragen! | |
| Kinderenuit de buurt honden van zuren en accu's! | |
| Explosiegevaar! | |
| Vuur, vonden, openlicht en ro- ken verboden! | |
| Gevaar van brandwonden! | |
| Eerste hulp! | |
| Waarschuwingstekst! | |
| Verwijdering! | |
| Accu Niet in vuilnisbak gooien! | |
| Pb | Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning! |
Gevaar
Explosiegevaar! Geen materiaal of iets dergelijks op de accu, d.w.z. op de polen en verbindingsstrips van accucellen leggen.
Gevaar
Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na het werk aan accu's altijd de handen reinigen.
Gevaar
Brand- en explosiegevaar!
- Roken en open vuur is verboden. Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat.
△ Gevaar
Gevaar voor invreten!
Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. afspoelen. - Daarna direct een dokter raadplegen. - Verontreinigde kleding met water uitwassen.
Accu's opladen
VOORZICHTIG
Voor inbedrijfname van het apparaat accu's opladen.
GEVAAR
Verwondingsgevaar! Houd u aan de veiligheidsvoorschriften bij het omgaan met accu's. De gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het laadapparaat opvolgen.
Bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de batterijfabrikant zeker in acht nemen en navenant handelen.
Batterijen alleen met het geschikte oplaadapparaat opladen.
Ruimtes waar accu's opgeladen worden, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat.
△ Gevaar
Bijtende vloeistoffen. Bijvullen van water in ontladen toestand kan leiden tot het uitlopen van zuur! Bij de omgang met accuzuur een veiligheidsbril dragen en de voorschriften in acht nemen om verwondingen en de beschadiging van kledij te vermijden. Eventuele zuurspatten op huid of kleding direct met veel water wegspoelen.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar. Voor het navullen van de accu alleen gedestilleerd of gedemineraliseerd water (VDE 0510) gebruiken. Geen andere toevoegingen (zogenaamde verbeteringsmiddelen) gebruiken, anders vervalt iedere garantie.
Aanbevolen accu's, laadapparaten
| Bestelnummer | |
| Batteriepak 36 V, 360 Ah, (in de bak, on-derhoudsarm) * | 6.654-282.0 |
| Oplaadapparaat 36 V, 50 A | 6.654-283.0 |
| * Apparaat heeft 1 batterijpak nodig | |
Het gebruik van andere batterijen en oplaadapparaten wordt niet aanbevolen en mag enkel gebeuren in overleg met de KÄRCHER-klantenservice.
→ Batterijstekker uit de machine trekken en met de stekker van het oplaadapparaat verbinden. → Stekker van het oplaadapparaat in een reglementair stopcontact van 16 A steken, oplaadapparaat laadt vanzelf op. → Beide motorafdekkingen open laten tijdens het laadproces. Aanwijzing: Wanneer de batterijen opgeladen zijn, de lader eerst van het stroomnet en dan van de batterijen afkoppelen.
Vloeistofpeil van de accu controleren en bijstellen
VOORZICHTIG
Instructies van de batterijfabrikant absoluut in acht nemen en opvolgen.
Ladingstoestand van de accu controleren
- Indicatie van de batterijcapaciteit in het groene bereik: batterij is opgeladen.
- Indicatie van de batterijcapaciteit in het gele bereik: batterij is de helft ontladen.
- Indicatie van de batterijcapaciteit in het rode bereik:
Batterij is bijna ontladen. Het vegen wordt weldra automatisch uitgeschakeld.
- Controlelampje brandt rood. Batterij is ontladen. Het vegen wordt automatisch uitgeschakeld (herinbedrijfstelling van de veegaggregaten is alleen mogelijk na het opladen van de batterij). → Apparaat onmiddellijk naar het oplaadapparaat brengen en bergop rijden vermijden. → Accu laden.
Werking
Chauffeursstoel instellen
→ Hendel van de stoelverstelling naar buiten trekken. Stoel verschuiven, hendel loslaten en vastzetten. Door vooruit- en achteruitbewegen van de stoel controleren of hij vast zit.
Programma's selecteren

1 Transport 2 Vegen met veegrol 3 Vegen met keerrol en zijbezems
Apparaat starten
Instructie: Het apparaat is uitgerust met een zitcontactschakelaar. Bij het verlaten van de chauffeursstoel wordt het apparaat uitgeschakeld.
Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Keuzeschakelaar rijrichting in de middenstand brengen. → Parkeerrem vastzetten. → Contactsleutel in het contactslot steken. → Contactsleutel op positie "I" draaien. Apparaat is bedrijfsklaar. → Contactsleutel in stand "II" draaien.
Het apparaat is rijklaar.
Instructie: Indicatie batterijcapaciteit geeft na ca. 10 seconden de werkelijke laadtoestand weer.
Apparaat verrijden
→ Programmaschakelaar op Transport zetten. → Rempedaal induwen en ingedrukt houden. → Parkeerrem losmaken.
Vooruit rijden
Keuzeschakelaar rijrichting "Vooruit" stellen. → Langzaam op het gaspedaal drukken.
Achteruit rijden
Gevaar
Gevaar voor verwonding! Bij het achteruitrijden mogen derden niet in gevaar gebracht worden, eventuele aanwijzingen laten geven.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar! Keuzeschakelaar rijrichting enkel bedienen bij een stilstaand apparaat.
Keuzeschakelaar rijrichting op "Achteruit" stellen. → Langzaam op het gaspedaal drukken.
Rijgedrag
- Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. Vermijd schokkerig gebruik van het pedaal, anders kan de hydraulische installatie beschadigd raken.
Remmen
Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zichzelf en blijft staan. Instructie: De remwerking kan worden ondersteund door het rempedaal in te drukken.
Over hindernissen heen rijden
Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden:
Langzaam en voorzichtig in voorwaartse richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden: Er mag alleen over hindernissen heen worden gereden met een geschikte oprijdrempel.
Veegbedrijf
VOORZICHTIG
Geen pakbanden, draden of soortgelijk materiaal opvegen; dit kan leiden tot beschadiging van het veegmechanisme. Instructie: Om een optimaal reinigingsresultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden worden aangepast. Instructie: Tijdens het gebruik moet het stoffilter op gezette tijden worden gereinigd.
Droge bodem vegen
Ventilator inschakelen.
Bij oppervlaktereiniging de programmaschakelaar op 'Vegen met veegrol' zetten. Bij de reiniging van zijranden de programmaschakelaar op 'Vegen met veegrol en zijbezems' zetten.
Vochtige of natte bodem vegen
Ventilator uitschakelen. Bij oppervlaktereiniging de programmaschakelaar op 'Vegen met veegrol' zetten. Bij de reiniging van zijranden de programmaschakelaar op 'Vegen met veegrol en zijbezems' zetten.
Veeggoedcontainer leegmaken
Gevaar
Gevaar voor verwonding! Tijdens het ledigen mogen zich geen personen en beesten in het zwenkbereik van het veeggoedreservoir ophouden. Gevaar
Gevaar voor kneuzing! Nooit in het hefboomstelsel van het ledigingsmechanisme grijpen. Niet onder de opgeheven container gaan staan.
Gevaar
Gevaar voor kantelen! Het apparaat tijdens het ledigen op een vlak oppervlak zetten.
Programmaschakelaar op Transport zetten. Veeggoedcontainer omhoog brengen. Langzaam naar de verzamelbak rijden. Parkeerrem vastzetten. Reservoirklep openen: Schakelaar links indrukken en veeggoedreservoir leegmaken. Reservoirklep sluiten: Schakelaar rechts indrukken (ca. 2 seconden) tot hij in de eindstand is vergrendeld. Parkeerrem losmaken.
Langzaam van de verzamelbak wegrijden. Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten.
Apparaat uitschakelen
Rempedaal induwen en ingedrukt houden. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
GEVAAR
Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het gewicht van het apparaat.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen.
GEVAAR
Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen.
Als de veegmachine voor langere tijd niet gebruikt wordt, let dan op de volgende punten:
Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op Transport zetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Veegmachine tegen wegrollen beveiligen. Veegmachine aan de binnen- en buitenkant reinigen. Apparaat op een beschutte en droge plaats neerzetten. Batterijstekker uit de machine trekken. Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen.
Algemene aanwijzingen
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden van het apparaat, het vervangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie moet het apparaat uitgeschakeld, de contactsleutel verwijderd en de batterijstekker uitgetrokken resp. de batterij afgeklemd worden.
- Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn. Mobiel commercieel geëxploiteerde apparatuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten.
Reiniging
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar! De reiniging van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schade).
Reiniging binnenkant apparaat
Gevaar
Verwondingsgevaar! Stofmasker en veiligheidsbril dragen.
Apparaat met een doek reinigen.
Apparaat met perslucht uitblazen.
Reiniging buitenkant apparaat
Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen.
Instructie: Geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.
Onderhoudsintervallen
Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Onderhoud door de klant: Instructie: Alle service- en onderhoudswerken bij onderhoud door de klant dienen door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd te worden. Indien nodig kan altijd een Karcher-specialist geraadpleegd worden. Onderhoud dagelijks: Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en ingewikkelde banden. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controleren. Onderhoud wekelijks: Hydrauliekoliekoeler reinigen. Hydraulisch systeem controleren. Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren. Remvloeistofpeil controleren. Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen. Reservoirklep controleren en smeren. Onderhoud na slijtage: Afdichtlijsten vervangen. Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden.
Onderhoud door de klantenservice
Onderhoud na 50 bedrijfsuren:
Eerste inspectie volgens onderhoudsboek laten uitvoeren.
Onderhoud na 250 bedrijfsuren:
→ Inspectie volgens onderhoudsboek laten uitvoeren.
Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Karcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje gedaan worden.
Onderhoudswerkzaamheden
Voorbereiding:
→ Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. → Parkeerrem vastzetten.
Algemene veiligheidsinstructies GEVAAR
Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeggoedreservoir altijd de veiligheidsstang gebruiken.

1 Houder veiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
Veiligheidsstang voor hoogleging maar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).
Batterijen verrangen
De batterijen kunnen enkel per set vervangen worden. De vervanging mag enkel door een gekwalificeerde expert uitgevoerd worden.
Vanwege het hoge gewicht (450 kg) moet voor de vervanging een kraan worden gebruikt.
Instructie: Voor de vervanging van de batterij moet de dwarsbalk losgeschroefd worden.

Bij het uitbouwen van de batterij moet erop gelet worden dat eerst de minpoolleiding losgemaakt worden. → Hijskabels aan de 4 ogen van de batterijset bevestigen en batterijen voorzichtig eruit tillen.
Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen
OPMERKING
Het veeggoedreservoir mag niet opgetild worden.
→ Motorafdekking openen.

1 Hydraulische-olietank
2 Kijkglas
3 Afsluitdeksel, olievulopening
4 Hydraulische-oliekoeler
5 Manometer
→ Het hydraulische oliepeil in het kijkglas controleren.
Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"- en "MAX"-markering bevinden.
- Bevindt het oliepeil zich onder de "MIN"-markering, dan hydraulische olie bijvullen.
→ Het afsluitdeksel van de olievulopening losschroeven.
Het vulgebied reinigen.
→ Hydraulische olie bijvullen.
Oliesoort: zie Technische gegevens.
→ Het afsluitdeksel van de olievulopening eropschroeven.
OPMERKING
Wanneer de manometer een verhoogde hydraulische oliedruk weergeeft, moet de hydraulische oliefilter vervangen worden door de klantenservice van Kärcher.
Hydraulisch systeem controleren
→ Parkeerrem vastzetten. → Motor starten. Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Kärcher-klantendienst. Alle slangen van het hydraulische systeem en aansluitingen op lekkage controleren.
Veegrol controleren
→ Contactsleutel op positie "I" draaien. → Veeggoedreservoir tot de eindstand optillen. → Contactsleutel in stand 0 draaien. → Parkeerrem vastzetten. Veiligheidsstang gebruiken voor hoogleging. → Banden of snoeren van de veegrol verwijderen. Veiligheidsstang eruitnemen. → Contactsleutel in het contactslot steken. → Contactsleutel op positie "I" draaien. → Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Veegrol verwisselen
1 Bevestigingsschroef veegrolhouder 2 Veegrol 3 Veegrolhouder 4 Borgplaat zijdelingse afdichting 5 Zijdelingse afdichting

Zijmantel met sleutel openen. Vleugelmoeren aan de fenderbevestiging van de zijdelingse afdichtstrook afschroeven en fenderbevestiging afnemen. Zijdelingse afdichting naar buiten klappen. Bevestigingsschroef veegrolhouder uitschroeven en opname naar buiten zwenken. Veegrol uitnemen.

Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht)
Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset letten.
Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel gestoken worden.
Instructie: Na het inbouwen van de nieuwe veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden.
Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen
Instructie: De veegspiegel is in de fabriek ingesteld op 80 mm en kan bij slijtage van de veegrol traploos bijgesteld worden.
Luchtdruk banden controleren. Zuigturbine uitschakelen.
Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Programmaschakelaar op Vegen met veegrol stellen. Programmaschakelaar op Transport zetten. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren.

De vorm van de veegspiegel moet een gelijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen.

1 Instelmoer
2 Contramoer
Zijdelingse motorbekleding openen. Contramoer lossen. Veegspiegel instellen. Contramoer aantrekken. Veegspiegel van de veegrol controleren.
Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen
Zijbezems opheffen. → Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. → Programmaschakelaar op Vegen met veegrol en zijbezems stellen. Zijbezems opheffen. → Programmaschakelaar op Rijden zetten. → Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren.

De breedte van de veegspiegel moet tussen 40-50 mm liggen.

Veegspiegel met de twee instelschroeven corrigeren. → Veegspiegel controleren.
Zijdelingse afdichtstroken plaatsen
Veeggoedreservoir naar boven brengen en met veiligheidsstang zekeren.
GEVAAR
Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeggoedreservoir altijd de veiligheidsstang gebruiken.
Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).


1 Houder veiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals vervangen" beschreven wordt. → 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken. 3 Moeren (SW 13) van de voorste fenderbevestiging losmaken. Zijdelingse afdichtstrook zover naar beneden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bodem is. Fenderbevestigingen vastschroeven. → Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen.
Stoffilter handmatig reinigen
→ Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen.
Stoffilter vervangen WAARSCHUWING
Voordat u begint met het vervangen van het stoffilter, de vuilcontainer legen. Draag een stofmasker bij werkzaamheden aan de filterinstallatie. Neem de veiligheidsvoorschriften voor het omgaan met fijne stoffen in acht.

1 Vergrendeling apparaatkap
2 Apparaatkap
→ Vergrendeling openen, daartoe ster-greepschroef eruit draaien. → Apparaatkap naar voren klappen.

Filterafdekking openen.

→ Filterschudinrichting naar voren klappen.

Stoffilter vervangen. Filterafdekking opnieuw sluiten.
Gloeilamp schijnwerper (optie) vervangen
→ Schijnwerper losschroeven. → Schijnwerper wegnemen en stekker uittrekken.
Instructie: Posities van de stekkers in acht nemen.
→ Schijnwerpers uiteenschroeven. → Behuizing schijnwerpers uiteentrekken en horizontaal houden, aangezien de lampeenheid niet bevestigd is. → Sluitbeugel ontgrendelen en gloeilamp eruitnemen. Nieuwe gloeilamp plaatsen. In omgekeerde volgorde weer in elkaar zetten.
Gloeilamp knipperlicht (optie)
vervangen
Instructie: Voor de vervanging van de gloeilamp van het knipperlicht, glas van het knipperlicht van de behuizing verwijderen.
Zekeringen vervangen
→ Zekeringhouser openen.

→ Zekeringen controleren. Defecte zekeringen verrangen.
Instructie: De zekering FU 01 (hoofdzekering) zit op de elektronicabehuizing.
De zekeringen FU 14, FU 15 en FU 16 bevinden zich in de elektronische behuizing. Let op: Het openen van de behuizing en het verrangen van de zekeringen mag enkel gebeuren door de geautoriseerde klantenservice.

1 Zekering FU 1 (hoofdzekering) 2 Elektronicabehuizing
| FU 01 Hoofdzekering 220 A | |
| FU 02 Stoelcontactschak- laar | 3 A |
| FU 03 Chauffeurscabine (op- tie) | 10 A |
| FU 04 Rijrichtingsschakelaar 5 A | |
| FU 05 Multifunctionele wee- gave | 3 A |
| FU 06 Hydraulische-oliekoe- ler | 25 A |
| FU 07 Programmakeuze- schakelaar | 15 A |
| FU 08 Claxon 10 A | |
| FU 09 Verlichting links 7,5 A | |
| FU 10 Verlichting rechts 7,5 A | |
| FU 11 Werkverlichting 10 A | |
| FU 12 Zwaallicht 5 A | |
| FU 13 Schudsysteme 10 A | |
| FU 14 Motor 3 A | |
| FU 15 Spanningstransforma- tor | 20 A |
| FU 16 Sleutelschakelaar 3 A |
Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringswaarde gebruiken.
Hulp bij storingen
| Storing Oplossing | |
| Apparaat rijdt nicht of langzaam Op | de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar worden geactiveerd |
| Gesprongen zekering FU 1 (op elektronicabehuizing) inschakelen | |
| Accu opladen of verrangen | |
| Parkeerrem ontgrendelen | |
| Controleren op ingedraaide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Fluitend geluid in het hydraulische system | Hydraulische vloeistof navullen |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Borstels draaien slechts langzaam of helmaal nicht | Controleren op ingedraaide banden en snoeren. |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik | Filter reinigen |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Apparaat stoft Zijdelingsse affdichtstrekenplaatsen | |
| Ventilator inschakelen | |
| Stofffilter reinigen | |
| Filterafdichtingen verrangen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veegeenheid LAST veeggoed liggen | Veeggoedcontainer legen |
| Stofffilter reinigen | |
| Keerrol verrangen | |
| Veegspiegel instellen | |
| Afdichtstrook van het veeggoedreservoir verrangen | |
| Blokkering van de keerrol oplossen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veeggoedreservoir waar nicht om-hoog of omlaag | Zekeringen controleren. |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veeggoedreservoir draait te lang-zaam of helmaal nicht | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
| Storing bij hydraulisch bewogen delen | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
Technische gegevens
| KM 130/300 R Bp KM 130/300 R Bp Pack | |||
| Apparaatgegevens | |||
| Rijnsnelheid, vooruit km/h 7 7 | |||
| Rijnsnelheid, achechteruit km/h 7 7 | |||
| Klimvermogen (max.) -- 14 % 14 % | |||
| Oppervliaktecapaciteit zonder zijbezem m | 2/h 7000 | 7000 | |
| Oppervliaktecapaciteit met 1 zijbezem m | 2/h 9100 | 9100 | |
| Werkbreedte zonder zijbezem mm 1000 1000 | |||
| Werkbreedte met 1 zijbezem mm 1300 1300 | |||
| Beveiligingsklasse beschermd gegen spatwater -- IPX 3 | IPX 3 | ||
| Gebruiksduur bij een volledig opgeladen batterij | h | 2 2 | |
| Elektrische installmentie | |||
| Accucapaciteit | V, Ah | -- | 36, 360 |
| Accuset | kg | -- | 460 |
| Hydraulische installmentie | |||
| Hoeveelheid olie in het complete hydraulische systeme | I | 25 | 25 |
| Hoeveelheid olie in de hydraulische tank | I | 20,5 | 20,5 |
| Type hydraulische olie | -- HV 46 | HV 46 | |
| Veeggoedreservoir | |||
| Max. ontlaadhoogte | mm 1400 | 1400 | |
| Volume van de veeggoedcontainer | I | 300 | 300 |
| Keerrol | |||
| Veegrol-diameter | mm 300 | 300 | |
| Veegrol-breedte | mm 1000 | 1000 | |
| Toerental | 1/min | 325 | 325 |
| Veegspiegel | mm 80 | 80 | |
| Zijbezem | |||
| Zijbezem-diameter | mm 600 | 600 | |
| Toerental (traploos) | 1/min | 61 | 61 |
| Massieve rubberbanden | |||
| Grootte voor | -- 15-4,5 x 8 | 15-4,5 x 8 | |
| Grootteijken | -- 15-4,5 x 8 | 15-4,5 x 8 | |
| Rem | |||
| Voorwieten | -- mechanisch | mechanisch | |
| Achterwiel | -- hydrostatisch | hydrostatisch | |
| Filter- en zuigsysteme | |||
| Type | -- Vlakke harmonicafter | Vlakke harmonicafter | |
| Toerental | 1/min | 2800 2800 | |
| Filtervlak fjinstoffilter | m² | 5,2 | 5,2 |
| Nominate onderdruk zuigsysteme | mbar | 15,5 | 15,5 |
| Nominate volumestroom zuigsysteme | m³/h 800 | 800 | |
| Schudsysteme | -- Elektromotor | Elektromotor | |
| Omgevingsvoorwaarden | |||
| Temperatuur | °C | -5 tot +40 | -5 tot +40 |
| Luchtvochtigheid, nicht bedauwend | % | 0 - 90 | 0 - 90 |
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | |||
| Geluidsemissione | |||
| Geluidsdrukniveau LpA | dB(A) | 75 | 75 |
| Onzekerheid KpA | dB(A) | 3 3 | |
| KM 130/300 R Bp | KM 130/300 R Bp Pack | ||
| Geluidskrachtniveau \( L_{wA} \) + onveiligheid \( K_{wA} \) | dB(A) 93 | 93 | |
| Apparaattrillingen | |||
| Hand-arm vibratiewaarde m/s | 2 | < 2,5 < 2,5 | |
| Zitplaats m/s | 2 | < 2,5 < 2,5 | |
| Onzekerheid K m/s | 2 | 0,1 0,1 | |
| Maten en gewichten | |||
| Lengte x bredte x hoogte mm 2040x1330x1430 2040x1330x1430 | |||
| Draaicirkel rechts mm 1400 1400 | |||
| Draaicirkel links mm 1400 1400 | |||
| Leeg gewicht (zonder/met batterij) kg 840/1300 | 840/1300 | ||
| Toelaatbaar totaalgewicht | kg | 1789 1789 | |
| Toegelaten asbelasting vooraan | kg | 897 | 897 |
| Toegelaten asbelasting achteraan | kg | 892 | 892 |
| Technische veranderingen voorbehonden! | |||
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Van toepassing zijnde EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-72
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 61000-6-2: 2005
EN 62233: 2008
Toegepaste conformiteitsbeoordelingsprocedure
2000/14/EG: Bijlage V
Geluidsvermögensniveau dB(A)
Gemeten: 90
Gegarandeerd: 93
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

Documentatieverantwoordelijke:
S. Reiser
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Karcher-Straße 28-40
Losmaken/vergrendelen van de parkeerrem
→ Maak de parkeerrem los, houd daarbij het rempedaal ingedrukt. → Vergrendel de parkeerrem, houd daarbij het rempedaal ingedrukt.
Vóór ingebruikname
Het openen van de bestuurderscabine
Voor verschillende werkzaamheden kan het nodig zijn de bestuurderscabine te openen (extra uitrusting).
Opmerking: de bestuurderscabine mag alleen worden geopend als de machine op een vlakke ondergrond staat (±5°).
→ Ontgrendel de vergrendeling van de bestuurderscabine. Kantel de bestuurderscabine omhoog totdat de veiligheidshendel vergrendelt.

Voordat u de bestuurderscabine neerlaat, moet u de veiligheidshendel ontgrendelen.