STIGA HT 500e - Heggenschaar

HT 500e - Heggenschaar STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HT 500e STIGA in PDF-formaat.

📄 468 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA HT 500e - page 287
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : HT 500e

Categorie : Heggenschaar

Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HT 500e - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HT 500e van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING HT 500e STIGA

Draagbare heggeschaar met accuvoeding GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

[2] Voedingsspanning MAX [3] Voedingsspanning NOMINAL [4] Snelheid onbelast [5] Bladsnelheid [6] Snijlengte [7] Snijcapaciteit [8] Gewicht zonder batterij-eenheid [9] Code snij-inrichting [10] Niveau geluidsdruk [11] Meetonzekerheid [12] Gemeten akoestisch vermogen [13] Gewaarborgd akoestisch vermogen [14] Niveau trillingen [15] Optionele accessoires [16] Batterij-eenheid [17] Batterijlader [18] Accuhouder [19] Accusimulator (*) Het gebruik van deze accu is enkel toegestaan met het accuhouder. Het is verboden de accu in de huizing van de machine te plaatsen. a) OPMERING: de totale verklaarde waarde van de trillingen werd gemeten met een genormaliseerde testmethode en kan gebruikt worden voor een vergelijking tussen twee werktuigen. De totale waarde van de trillingen kan ook gebruikt worden in een voorafgaande evaluatie van de blootstelling. b) WAARSCHUWING: de emissie van trillingen bij het eectief gebruik van het werktuig kan verschillen van de totale verklaarde waarden, al naar gelang de manieren waarop het werktuig gebruikt wordt. Daarom is het noodzakelijk, tijdens het werk, de volgende veiligheidsmaatregelen toe te passen om de bediener te beschermen: handschoenen te gebruiken tijdens het gebruik, het gebruik van de machine te beperken en de de bedieningshendel van de versnelling zo kort mogelijk ingedrukt te houden.

akusimulaator (jn 13.J).

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippenrand wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen 'voor', 'achter', 'rechts' en 'links' hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: 'Zie afbeelding 2.C' of eenvoudigweg '(Afb. 2.C)'. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf '2.1 Training' is een ondertitel van '2. Veiligheidsvoorschriften'. De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: "hst. 2" of "par. 2.1". INHOUDSOPGAVE

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik ....... 4

3.4 Belangrijkste onderdelen ................................ 6

6.1 Veiligheidsknop (in/uitschakelinrichting) ........ 6

7.1 Voorafgaande werkzaamheden ...................... 7

8.3 Reiniging van de machine en van de motor .. 10

8.4 Reiniging en smering van de snoei-inrichting 11

8.5 Moeren en schroeven voor bevestiging ........ 11

9. BUITENGEWOON ONDERHOUD ........................ 11

9.1 Buitengewoon onderhoud van de snoei-

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies,illustraties en specicaties die bij de machine worden geleverd. Het niet in acht nemen van de hierna aangegeven instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen. De term ‘elektrisch gereedschap’ in de waar- schuwingen verwijst naar uw machine met net- voeding (met kabel) of met accuvoeding (zonder kabel).

1) Veiligheid van de werkzone

a) Houd de werkzone netjes et goed ver- licht. Donkere en rommelige ruimtes verge- makkelijken ongelukken. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap in omgevingen met ontplongsgevaar, in aanwezigheid van ontvlambare vlo- eistoen, gas of stof. De elektrische ge- reedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen. c) Hou kinderen en omstanders uit de buurt wanneer gebruik gemaakt wordt van een elektrisch gereedschap. Een moment van onoplettendheid kan ertoe lei- den dat men de controle over de machine verlies.

2) Elektrische veiligheid

a) De stekkers van het elektrische gereed- schap moeten in het stopcontact pas- sen. Wijzig de stekker op geen enkele manier. Gebruik geen adapterstekkers met geaard elektrisch gereedschap. Ongemodiceerde stekkers en bijpassen- de stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaar- de oppervlakken, zoals buizen, radia- toren, fornuizen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is. c) Stel de elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of vocht. Water dat in een elektrisch gereedschap sijpelt ver- hoogt het risico voor elektrische schokken. d) Misbruik de kabel niet. Gebruik de kabel nooit om het elektrisch gereedschap te dragen, te trekken of los te koppelen. Houd de kabel op afstand van hitte- bronnen, olie, scherpe randen of bewe- gende delen. Beschadigde of verwarde kabels verhogen het risico op elektrische schokken. e) Als u elektrisch gereedschap buiten- shuis gebruikt, gebruik dan een verlen- gstuk dat geschikt is voor buitenshuis gebruik. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, ver- mindert het risico op elektrische schokken. f) Als het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap op een vochtige plaats te gebruiken, gebruik dan een voeding die is beveiligd met een aardlekschakelaar (RCD). Het gebruik van een aardlekscha- kelaar vermindert het risico op elektrische schokken

3) Persoonlijke veiligheid

a) Blijf attent, controleer wat er gaande is en gebruik altijd het gezond verstand wanneer een elektrisch gereedschap gebruikt wordt. Gebruik het elektrisch gereedschap niet wanneer u moe bent, geneesmiddelen, alcohol of drugs ge- bruikt hebt. Een moment van onoplettend- heid bij het gebruik van een elektrisch ge- reedschap kan ernstige persoonlijke letsels veroorzaken. b) Gebruik beschermende kleding. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van een beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislipschoenen, een veilig- heidshelm of een oorbescherming voor- komt persoonlijke letsels. c) Voorkom dat de machine ongewild start. Zorg ervoor dat het apparaat uitgescha- keld is vooraleer de accu te plaatsen, of gereedschap vast te nemen of te trans- porteren. Een elektrisch gereedschap transporteren met een vinger op de scha- kelaar of de accu monteren met de schake- laar in de stand “ON” verhoogt het risico op ongevallen. d) Verwijder alle sleutels of regelinstru- menten vooraleer het elektrisch gere- edschap in te schakelen. Een sleutel of gereedschap dat in contact blijft met een bewegend onderdeel kan persoonlijke let- sels veroorzaken. e) Ga niet overhellen. Ga altijd stabiel staan en zorg ervoor dat het evenwicht niet verloren wordt. Zo heeft men in on- verwachte situaties een betere controle over het elektrisch gereedschap. f) Draag gepaste kleding. Draag geen rui- me kleding of juwelen. Hou het haar, de kleding en de handschoenen op veilige afstand van bewegende onderdelen.NL - 3 Loshangende kledingstukken, juwelen of lang haar kunnen gegrepen worden in de bewegende onderdelen. g) Als er delen met stofafname-installaties verbonden moeten worden, verzeker u er dan van dat ze goed verbonden en gebruikt worden. Door het gebruik van deze inrich- tingen kunnen de risico’s met betrekking tot stof beperkt worden. h) Laat de vertrouwdheid die u met het veelvuldig gebruik van de machine op- gedaan heeft u niet misleiden, zodat u veiligheidsprincipes zou negeren. Nala- tigheid kan in een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.

4) Gebruik en onderhoud van het elektrisch

gereedschap a) Het elektrisch gereedschap niet overbe- lasten. Gebruik het elektrisch gereed- schap dat geschikt is voor het werk. Met een gepast elektrisch gereedschap zal het werk beter en op veiliger wijze uit te voeren, aan de snelheid waarvoor het gereedschap ontworpen werd. b) Gebruik het elektrisch gereedschap in- dien de schakelaar hem niet correct kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereed- schap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepa- reerd worden. c) Verwijder de accu uit zijn zitting voora- leer een regeling uit te voeren of acces- soires te veranderen, of vooraleer het elektrisch gereedschap op te bergen. Deze preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico voor accidentele inschakelingen van het elektrisch gereed- schap. d) Hou de niet gebruikte gereedschap- pen buiten het bereik van kinderen en laat ze niet gebruiken door personen die niet vertrouwd zijn met het gereed- schap zelf of met deze instructies. De elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk indien ze gebruikt worden door onervaren personen. e) Onderhoud de elektrische gereed- schappen correct. Controleer of de be- wegende onderdelen goed uitgelijnd zijn en vrij kunnen bewegen, of er geen delen gebroken zijn en of er andere condities zijn die een invloed kunnen hebben op de werking van het elek- trisch gereedschap. Bij schade moet het gereedschap gerepareerd worden vooraleer het opnieuw te gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door een ontoereikend onderhoud. f) Alle snijonderdelen moeten scherp en schoon gehouden worden. Wanneer de snijonderdelen altijd scherp en schoon zijn, zullen ze minder snel vastlopen en makke- lijker te beheersen zijn. g) Gebruik het elektrisch werktuig en de bijhorende toebehoren volgens de ver- schafte instructies, en houd rekening met de werkcondities en het soort werk dat uitgevoerd moet worden. Het gebruik van een elektrisch werktuig voor andere handelingen dan diegene die voorzien zijn kan tot gevaarlijk situaties leiden. h) Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. De gladde handgrepen staan geen veilige hantering en controle van het gereedschap in onverwachte situ- aties mogelijk.

5) Gebruik en voorzorgsmaatregelen voor

het gebruik van de werktuigen met accu a) Enkel herladen met de door de fabrikant aangegeven acculader. Een acculader geschikt voor een bepaalde accugroep kan een risico op brand inhouden indien deze gebruikt wordt voor een andere accugroep. b) Gebruik de elektrische werktuigen en- kel met de speciek bepaalde accugro- epen. Het gebruik van eender welke ande- re accugroep kan risico op letsels en brand veroorzaken. c) Wanneer de accugroep niet in gebruik is, moet men deze op afstand houden van andere metalen voorwerpen zoals nietjes, muntstukken, nagels, schroe- ven of andere kleine metalen voorwer- pen die een verbinding tussen de twee aansluitklemmen kunnen creëren. Kort- sluiting van de aansluitklemmen van de accu kan brandwonden of brand veroorza- ken. d) Indien de accu in slechte staat is, kan er vloeistof uit lekken: vermijd alle aan- rakingen. Indien er zich een ongewilde aanraking voordoet, moet men onmid- dellijk met water spoelen. Indien de vloeistof in de ogen komt, moet men onmiddellijk medische hulp zoeken. De vloeistof die uit de accu lekt, kan huidirrita- tie of brandwonden veroorzaken. e) Gebruik geen beschadigde of gewijzig- de accu’s of instrumenten. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspel- baar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosie of risico op letsel. f) Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen boven 130°C kan explosies veroorzaken. OPMERKING. DeNL - 4 temperatuur “130°C” kan worden vervan- gen door de temperatuur “265°F”. g) Volg alle oplaadinstructies en laad de accu niet op buiten het in de instructies gespeciceerde temperatuurbereik. Onjuist opladen of bij temperaturen buiten het gespeciceerde bereik kan de accu be- schadigen en het risico op brand vergroten.

a) Laat het elektrisch gereedschap repa- reren door gekwaliceerd personeel en gebruik alleen originele onderdelen. Op die manier wordt de veiligheid van het elek- trisch gereedschap in stand gehouden. b) Herstel geen beschadigde accu’s. On- derhoud aan de accu mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautori- seerde serviceproviders.

2.2 SPECIFIEKE VEILIGHEIDSNORMEN

VOOR HEGGENSCHAREN a) Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van het mes. Verwijder het gesneden materiaal niet en houd het niet vast terwijl de messen bewegen. De messen blijven bewegen nadat de schakelaar is uitgeschakeld. Een moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van de heggenschaar kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. b) Verplaats de heggenschaar door hem bij de handgreep vast te houden met het mes stil en zorg ervoor dat u geen enkele stroom- schakelaar bedient. Door de heggenschaar op de juiste manier te vervoeren, vermindert u het risico op onbedoeld starten en daaropvolgend persoonlijk letsel veroorzaakt door de messen. c) Breng altijd de mesbescherming aan wan- neer u de heggenschaar vervoert of opber- gt. Als u de heggenschaar op de juiste manier gebruikt, vermindert u het risico op persoonlijk letsel door de messen. d) Als u vastgelopen materiaal verwijdert of onderhoud pleegt aan het apparaat, zorg er dan voor dat alle schakelaars uit staan en dat de accu verwijderd of losgekoppeld is. Onverwachte bediening van de heggenschaar tijdens het verwijderen van vastgelopen mate- riaal of tijdens onderhoud kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. e)Houd de heggenschaar alleen vast aan de geïsoleerde handgreepoppervlakken, om- dat het mes in contact kan komen met ver- borgen kabels. Als messen in contact komen met een kabel die onder spanning staat, kunnen blootliggende metalen onderdelen van de heg- genschaar onder spanning komen te staan en een elektrische schok veroorzaken bij de gebru- iker. f) Houd alle stroomkabels en kabels uit de buurt van het snijgebied. Stroomkabels kun- nen verborgen zijn in heggen of struiken en per ongeluk worden doorgesneden door het blad. g) Gebruik de heggenschaar niet bij slecht weer, vooral niet als er kans is op bliksemin- slag. Dit verkleint het risico om door de bliksem te worden getroen. h) Tijdens het werk moet de machine altijd stevig met twee handen worden vastgehou- den. Het gebruik van slechts één hand kan lei- den tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel. In geval van breuken of ongevallen tij- dens het werk, dient men de motor onmiddel- lijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een ge- zondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. De langdurige blootstelling aan tril- lingen kan neuro-vasculaire letsels en pro- blemen veroorzaken (ook gekend onder de naam «fenomeen van Raynaud» of «witte hand»), vooral bij personen die circulatie- stoornissen hebben . De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structure- le wijzigingen van de huid. Deze eecten kun- nen versterkt worden door een lage omge- vingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang ge- bruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen.

2.3 ONDERHOUD, STALLING

Regelmatig onderhoud en een correcte stal- ling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance.

  • Wanneer u de machine uitschakelt voor onderhoud, inspectie, opslag of om een hulpstuk te vervangen, moet u de motor ui- tschakelen, de stekker van de machine uit het stopcontact trekken en ervoor zorgen dat alle bewegende delen volledig stilstaan.NL - 5
  • Laat de machine afkoelen voordat u contro- les en afstellingen uitvoert en voordat u het opbergt.
  • Bewaar het zorgvuldig en bewaar het scho- on, op een droge plaats en buiten het bereik van kinderen.
  • Gebruik de machine nooit als er onderde- len versleten of beschadigd zijn. Defecte of versleten onderdelen moeten worden ver- vangen en nooit gerepareerd. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
  • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen. De geluids- en trillingsniveaus in deze instructies zijn maximumwaarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillin- gen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag geho- orbescherming, maak pauzes tijdens het werk.

2.4 ACCU / ACCULADER

LET OP De hierna volgende veiligheidsnormen ver- volledigen de veiligheidsvoorschriften die aangegeven zijn in de specieke handleiding van de acculader.

  • Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een niet geschikte acculader kan leiden tot elektro- shock, oververhitting of lekken van de corro- sieve vloeistof van de accu.
  • Gebruik enkel de specieke accu’s die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu’s kan leiden tot letsels en risico op brand.
  • Houd de niet gebruikte accu ver van kantoor- klemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de con- tacten van de accu kan tot brand leiden.
  • Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare op- pervlakten zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
  • Zorg er bij het transport van accu’s voor dat de contacten niet met elkaar verbonden zijn en gebruik geen metalen containers voor het transport.

2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu’s, ver- sleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcen- trum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toe- passing ervan overeenkomstig de natio- nale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische appa- ratuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoen de wa- terlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezon- dheid en welzijn. Voor meer informatie over de af- danking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het hui- shoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper. Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu’s met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat mate- rialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet verwijderd worden en gescheiden ingezameld worden nabij een structuur die lithium-ion-accu’s aanvaardt. De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycled mate- riaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag naar grond- stoen.NL - 6

Deze machine is een tuingereedschap en met name een draagbare heggenschaar met accutoevoer. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor die een snoei-inrichting inschakelt. De bediener kan de belangrijkste commando’s bedienen terwijl hij steeds op veilige afstand van de draaiende delen blijft.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:

  • het snijden en bijwerken van struiken en heggen, bestaande uit struikgewas met kleine takjes (doorsnede niet meer van 15 mm);
  • gebruik door een enkele bediener.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):

  • maaien van gras in het algemeen en in het bijzonder in de nabijheid van stoepranden;
  • kleinsnijden van materiaal voor compostering;
  • gebruik van de machine met de snoei-inrichting boven de schouderhoogte van de bediener;
  • gebruik van de machine voor het snijden van niet plantaardig materiaal;
  • het gebruik van andere snoei-inrichtingen dan diegene die vermeld zijn in de tabel "Technische gegevens". Gevaar voor ernstige verwondingen en kwetsuren;
  • gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor 'hobby-gebruik'.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: LET OP! GEVAAR! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen. LET OP! Voordat u deze machine in gebruik neemt eerst de gebruiksaanwijzingen lezen. Draag een veiligheidsbril. Dikke anti-sliphandschoenen dragen. Niet blootstellen aan de regen (of vocht)

GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE

DELEN! Let goed op voor mogelijk wegschieten van materiaal, veroorzaakt door het maaimechanisme, die ernstige schade kan berokkenen aan personen of zaken.

DELEN! Houd personen of huisdieren minstens 15 meter uit de buurt tijdens het gebruik van de machine!. Gevaar voor snijwonden! Houd handen en voeten op afstand van de messen. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.NL - 7

3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT

Het identicatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb. 1

1. CE-conformiteitsteken

2. Naam en adres van de fabrikant

Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina’s van de handleiding.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaat uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb.1

A. Motor: geeft de beweging aan de snoei-inrichting. B. Mes (Snoei-inrichting): dit is het element dat de vegetatie snijdt. C. Voorste handgreep: staat de bediening van de machine toe; op de handgreep bevindt er zich een veiligheidsschakelaar. D. Achterste handgreep : staat de bediening van de machine toe; op de handgreep bevinden zich de belangrijkste bedieningscommando's. E. Mesbescherming (voor het vervoer en de verplaatsing van de machine): beschermt tegen ongewilde aanraking van het maaimechanisme, wat ernstige letsels zou kunnen veroorzaken. F. Accu (op aanvraag leverbare accessoires, par. 16.1): inrichting die elektrische energie verschaft aan het gereedschap; de kenmerken en de gebruiksnormen ervan zijn in een specieke handleiding beschreven. G. Acculader (op aanvraag leverbare accessoires, par. 16.2): inrichting voor het opladen van de accu; de kenmerken en de gebruiksnormen ervan zijn in een specieke handleiding beschreven. Er zijn twee acculader-modellen beschikbaar: G1 (snelle acculader); G2 (standaard acculader). H. Accuhouder (op aanvraag leverbaar accessoire, par. 16.3): voor de zitting van de accu's.

I. Aansluitkabel: kabel voor de aansluiting

van de machine op de accuhouder. J. Accusimulator (op aanvraag leverbaar accessoire, par. 16.4): inrichting die, indien in de zitting van de machine geplaatst, het gebruik van de accuhouder mogelijk maakt.

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Het uitpakken moet uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten.

1. Open de verpakking voorzichtig, let

erop geen onderdelen te verliezen.

2. Raadpleeg de documentatie in de doos,

inclusief deze gebruiksaanwijzingen.

3. Haal de machine uit de doos.

4. Voer de doos en de verpakkingen af

volgens de plaatselijke normen.

(INDIEN VOORZIEN) De accuhouder is al geassembleerd (Afb. 1.H), en kan losgekoppeld worden van de bretels (Afb. 3) en dus handmatig verplaatst worden. Om de accuhouder los te koppelen, moet op de twee bovenste knoppen (Afb. 3.A) gedrukt worden. De zittingen van de accu's bevinden zich aan beide kanten van de zak (Afb. 4) Aan de rechter kant van de zak is het volgende aanwezig:

  • kabelaansluiting (Afb. 5.A)
  • accuschakelaar (Afb. 5.B)
  • USB-aansluiting voor het opladen van andere apparaten (bijv. zaktelefoons) (Afb. 5.C). Om de aanwezigheid van een vrije kabel te vermijden, zijn er aan beide zijden en aan de achterkant doorgangen waar de stroomkabel doorheen kan worden geleid.NL - 8

UITSCHAKELINRICHTING) Door op deze toets te drukken, wordt het elektrisch circuit van de machine in- en uitgeschakeld (Afb. 6.A). Een brandende led: het elektrisch circuit van de machine is ingeschakeld (Afb. 6.B). De machine is klaar voor gebruik. Beide leds branden: de machine is in bedrijf. Gedoofde leds: het elektrisch circuit is volledig uitgeschakeld. BELANGRIJK Plaats tijdens de verplaatsingen nooit de vinger op de knop om te vermijden de machine onbedoeld in te schakelen. Het icoontje “Let op” (Fig. 6.F) licht op in geval van storing in de machine (raadpleeg de tabel Identicatie problemen, par. 15).

6.2 BEDIENINGSHENDEL MES

(SNOEI-INRICHTING) Staat toe het mes in te schakelen en de snelheid ervan te regelen. De snoei-inrichting (Afb. 1.B) kan enkel ingeschakeld worden wanneer men de bedieningshendel van het mes (Afb. 6.C) en de veiligheidsschakelaar (Afb. 6.D) tegelijkertijd indrukt. De snoei-inrichting stop automatisch wanneer de hendel of de veiligheidsschakelaar losgelaten worden.

6.3 VRIJGAVEHENDEL ACHTERSTE

HANDGREEP Met de vrijgavehendel (Afb. 6.E) kan de achterste handgreep (Afb. 1.D) in 3 verschillende standen worden bijgesteld ten opzichte van de snoei-inrichting, om snoeiwerk aan heggen te vergemakkelijken. De afstelling van de handgreep moet uitgevoerd worden met de veiligheidsknop uitgeschakeld (lichtje uit).

7. GEBRUIK VAN DE MACHINE

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

7.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen. Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.

7.1.1 Controle van de accu

De machine wordt zonder accu geleverd. Koop een accu met een geschikt vermogen voor de werkbehoeften en laad deze volledig op, volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu. De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'.

  • Voor eender welk gebruik: – de status van de accu controleren volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.

7.1.2 Afstelling van de handgreep

Voer deze werkzaamheid uit met de veiligheidsknop uitgeschakeld (lichtje uit).

1. Trek de vrijgavehendel van de achterste

handgreep achteruit (Afb. 7.A);

2. laat de achterste handgreep draaien (Afb. 7.B);

3. de ontgrendelingshendel (Afb. 7.A) loslaten;

4. laat de handgreep draaien tot hij in

de gewenste positie vastklikt. BELANGRIJK Controleer, alvorens de machine te gebruiken, of de vrijgavehendel weer geheel naar de vergrendelingsstand is teruggekeerd en of de achterste handgreep goed stabiel is. Tijdens het werk moet de achterste handgreep altijd verticaal staan, ongeacht de stand van de snoei-inrichting.NL - 9

7.1.3 Gebruik van de accuhouder

1. Plaats de accu in een van de zittingen van de

accuhouder (Afb. 4) en duw aan tot u een "klik" hoort die aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is;

2. Sluit de kabel aan op de houder in de

specieke aansluiting (Afb. 5.A) en draai tot u een “klik” hoort die aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is;

3. regel de bretellen en sluit het

draagstel vooraan (Afb. 8).

VEILIGHEIDSCONTROLES Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken.

7.2.1 Algemene controle

Object Resultaat Handgrepen (Afb. 1.C, Afb. 1.D) en beschermingen Gereinigd, afgedroogd, correct en stevig aan de machine bevestigd Schroeven op de machine en op het mes Goed vastgedraaid (niet los) Doorgangen van de koellucht Niet verstopt Mes (Afb. 1.B) Scherp, zonder tekens van beschadiging of slijtage Beschermingen Ongeschonden, niet beschadigd. Accu (Afb. 1.F) Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoen Machine Geen tekens van beschadiging of slijtage Elektrische kabels Alle isolatie is intact. Ongeschonden om vonken te vermijden Bedieningshendel mes (Afb. 6.C), veiligheidsschakelaar (Afb. 6.D) De beweging moet vrij zijn, zonder verklemmingen. Rijtest Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid

7.2.2 Test werking van de machine

1. Plaats de accu in zijn

zitting (Afb. 10.A);

veiligheidsknop (Afb. 9.A) Het groene lichtje moet gaan branden (elektrisch circuit ingeschakeld) en de snoei- inrichting mag niet bewegen De machine opstarten (par. 7.3 );

bedieningshendel van het mes (Afb. 9.B) en de veiligheidsschakelaar (Afb. 9.C) inschakelen;

2. de bedieningshendel van

het mes (Afb. 9.B) of de veiligheidsschakelaar (Afb. 9.C) loslaten

1. Het mes moet bewegen

2. De commando's moeten

automatisch en snel naar de neutrale stand terugkeren en het mes moet stilvallen

ingeschakeld, de vrijgavehendel van de achterste handgreep achteruit trekken (Afb. 7.A)

1. Het mes moet stilvallen

Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.

7.3.1 Start met accu

1. Verwijder de mesbescherming

(Afb. 1.E) (indien gebruikt);

2. zorg ervoor dat het mes niet in aanraking komt

met het terrein of met andere voorwerpen;

3. plaats de accu correct in zijn zitting (Afb. 10.A);

4. druk op de veiligheidsknop (Afb. 9.A);

5. schakel gelijktijdig de bedieningshendel

van het mes (Afb. 9.B) en de veiligheidsschakelaar (Afb. 9.C) in.NL - 10

7.3.2 Start met accusimulator

1. Blijf stil en stabiel staan;

2. zorg ervoor dat het mes niet in aanraking komt

met het terrein of met andere voorwerpen;

3. plaats de accusimulator correct in zijn

zitting op de machine (Afb.10.J)

4. maak de aansluitkabel vast aan

de schakelaar (Afb. 5.B)

6. druk op de veiligheidsknop (Afb. 9.A)

7. schakel gelijktijdig de bedieningshendel

van het mes (Afb. 9.B) en de veiligheidsschakelaar (Afb. 9.C) in

Doe als volgt om met de machine te werken:

  • houd de machine steeds stevig vast met twee handen, houd de snoei-inrichting onder de schouderhoogte; Verwijder het afgesneden materiaal niet en houd het materiaal dat gesneden moet worden niet vast terwijl het mes in bedrijf is. Verzeker u ervan dat de veiligheidsknop uitgeschakeld is (lichtje uit) wanneer u het gemaaide materiaal weghaalt. OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen volledige ontlading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert. OPMERKING De machine schakelt, indien ingeschakeld, na een minuut van inactiviteit automatisch uit.

7.4.1 Werktechnieken

Het is altijd wenselijk eerst de twee verticale zijden van de heg te snijden en pas dan de bovenkant. OPMERKING De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de vegetatie die gesneden kan worden alvorens de accu weer op te laden) wordt beïnvloed door verschillende factoren, beschreven in (par. 8.2.1).

7.4.1.a Verticaal snijden

Snij met een boogvormige beweging van onder naar boven, waarbij het mes zo ver mogelijk van het lichaam gehouden moet worden (Afb. 11).

7.4.1.b Horizontaal snijden

De beste resultaten worden bekomen met het mes licht overhellend (5° - 10°) in de snijrichting, met een boogvormige, langzame en constante beweging, vooral bij bijzonder dichtgegroeide heggen (Afb. 12).

7.4.2 Suggesties voor het gebruik

Indien de messen tijdens het gebruik geblokkeerd geraken of verklemd geraken tussen de takken van de heg:

1. de machine onmiddellijk stopzetten (par. 7.5);

2. wachten tot de snoei-inrichting volledig stil staat;

3. de accu verwijderen (par. 8.2.2);

4. Het verklemde materiaal verwijderen.

7.4.3 Smering van de messen tijdens het werk

Indien de snoei-inrichting teveel verhit tijdens het werk, moeten de binnenoppervlakken van de messen gesmeerd worden (par. 8.4). Deze werkzaamheid moet uitgevoerd worden bij stilstaande machine, en met de accu uit zijn zitting (par. 8.2.2).

  • laat de mes-bedieningshendel (Afb. 9.B) of de veiligheidsschakelaar (Afb. 9.C) los;
  • de veiligheidsknop uitschakelen (lichtje uit) (Afb. 9.A). Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele seconden wachten vooraleer de snoei-inrichting tot stilstand komt. De machine steeds stoppen: – tijdens verplaatsingen tussen werkzones. Houd tijdens de verplaatsingen nooit de vinger op de veiligheidsknop om te vermijden de machine ongewild in te schakelen.

7.6.1 Na het gebruik met de accu

  • De accu uit zijn zitting te halen en opladen (par. 8.2.2).
  • De mesbescherming (Afb. 1.E) aanbrengen bij stilstaande snoei-inrichting.
  • Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
  • Reinig de machine (par. 8.3).NL - 11
  • Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.

7.6.2 Na het gebruik met accusimulator

1. Positioneer de keuzeschakelaar van

de accuhouder (Afb. 5.B) op “OFF”;

2. verwijder de accusimulator van

de machine (Afb. 13.J);

3. verwijder de accuhouder;

4. koppel de aansluitkabel los van

de accusimulator (Afb.13.I) en van de zak (Afb.5.A)

5. haal de accu uit de zak (Afb. 14)

en laad ze op (par. 8.2.2);

6. laat de motor eerst afkoelen vóór de machine

in elke willekeurige ruimte op te bergen;

7. reinig de machine (par. 8.3);

8. Controleer of er geen onderdelen los of

beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum. BELANGRIJK Verwijder steeds de accu (par. 8.2.2) en monteer de mesbescherming elke keer wanneer de machine ongebruikt of onbewaakt achtergelaten wordt.

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke ingreep voor onderhoud aan te vangen:

  • de accu uit zijn zitting te halen en opladen (par. 8.2.2);
  • Breng de mesbescherming aan wanneer de snoei-inrichting stil staat (tenzij aan het mes zelf gewerkt moet worden);
  • laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen;
  • draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril;
  • lees de desbetreende instructies. – De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (zie hst. 14). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum. – Het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door die producten. – De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de vegetatie die bewerkt kan worden alvorens de accu weer op te laden) hangt hoofdzakelijk af van: a. omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte: – snijden/bijwerken van zeer dikke of vochtige heggen; – snijden/bijwerken van struiken met te grote takken; b. gedrag van de bediener, die moet vermijden: – de machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken; – gebruik van een niet geschikte snijtechniek voor het werk dat moet uitgevoerd worden (par. 7.4.1); – een niet geschikte snijsnelheid voor de condities van de heg die gemaaid moet worden. Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan:

  • de heg te snijden wanneer ze droog is;
  • een geschikte snijsnelheid in te stellen voor de condities van de struik;
  • de juiste techniek te gebruiken voor het werk dat moet uitgevoerd worden.NL - 12 Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-accu, kan men:
  • een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen;
  • een accu kopen met grotere autonomie dan de standaard-accu (par. 16.1).

8.2.2 Verwijdering en opladen van de accu

1. Druk op de blokkeerknop in de accu

op de machine (Afb. 13.A) of op de zak (Afb. 14. A) (indien voorzien);

2. verwijder de accu van de machine (Afb. 13.B) of

uit de accuhouder (Afb. 14.B) (indien voorzien);

3. plaats de accu (Afb. 15.A) in de houder

van de acculader (Afb. 15.B);

4. sluit de acculader (Afb. 15.B) aan op

een stopcontact met een spanning als aangegeven op het schildje;

5. laad de accu volledig op, en volg hierbij

de in het instructieboekje van de accu / acculader opgevoerde aanwijzingen. OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.

1. verwijder de accu (Afb. 16.A) uit zijn zitting in de

acculader (vermijd de accu te lang in de oplader te laten, na vervollediging van de lading);

2. de acculader (Afb. 16.B) afkoppelen

van het elektrisch netwerk;

3. plaats de accu in de zitting op de machine

(Afb. 10.A) of in een van de zittingen van de accuhouder (Afb. 4) (indien voorzien)

4. duw de accu aan tot u een "klik" hoort die

aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is.

Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten bladeren, takken of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden.

  • Reinig de machine steeds na gebruik met een schone en met een neutraal reinigingsmiddel bevochtigd doek.
  • Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zachte en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie.
  • Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen om de plastic delen of de handgrepen te reinigen.
  • Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
  • Om oververhitting en schade aan de motor of aan de accu te vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval zijn.

8.4 REINIGING EN SMERING VAN

DE SNOEI-INRICHTING Na iedere werksessie, is het raadzaam de messen te reinigen en in te smeren, om de werkzaamheid en de duur ervan te verhogen: Raak de snoei-inrichting niet aan voordat de accu verwijderd is en de snoei-inrichting volledig stilstaat.

  • Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.
  • Reinig de messen met een droge doek en gebruik een borstel in geval van hardnekkig vuil.
  • Smeer de messen door een dunne laag specieke olie, bij voorkeur van een niet vervuilend type, op de bovenste rand van het mes, aan te brengen.
  • Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt.
  • Controleer regelmatig of de handgrepen stevig bevestigd zijn.

Raak de snoei-inrichting niet aan totdat de accu verwijderd is en de snoei-inrichting volledig stilstaat. Indien de messen overeenkomstig de instructies gebruikt worden, is er geen onderhoud of slijpen benodigd.

Controleer regelmatig of de messen niet geplooid, beschadigd of versleten zijn en of de schroeven degelijk zijn vastgedraaid. Er is geen afstelling vereist van de afstand tussen de messen, aangezien de vrije ruimte vooraf bepaald wordt in de fabriek.NL -

De messen moeten geslepen worden wanneer ze minder goed werk leveren en de takken makkelijk geklemd raken. Om veiligheidsredenen, raadt men aan het slijpen te laten uitvoeren door een gespecialiseerd centrum dat over de juiste bekwaamheid en werktuigen beschikt om deze handeling uit te voeren, zonder risico het mes te beschadigen en het gebruik ervan onveilig te maken. Een mes met versleten snijvlak moet nooit worden geslepen, maar altijd vervangen.

Het mes dient nooit gerepareerd te worden, maar moet vervangen worden zodra eerste sporen van breuk vastgesteld worden of de vijllimiet overschreden is. Om veiligheidsredenen, raadt men aan de vervanging door een gespecialiseerd centrum te laten uitvoeren. Op deze machine is het gebruik voorzien van messen met de code die aangegeven is in de tabel Technische Gegevens. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de messen aangegeven in de "Technische Gegevens" in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.

STALLING BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens de berging in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in par. 2.4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

10.1 STALLING VAN DE MACHINE

Wanneer de machine gestald moet worden:

1. de accu uit zijn zitting te halen

en opladen (par. 8.2.2);

2. de mesbescherming te plaatsen wanneer

de snoei-inrichting stil staat;

3. laat de motor eerst afkoelen vóór de machine

in elke willekeurige ruimte op te bergen;

4. reinig de machine (par. 8.3);

5. Controleer of er geen onderdelen los of

beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.;

6. Berg de machine op:

– in een droge omgeving; – beschermd tegen slechte weersomstandigheden; – buiten bereik van kinderen; – na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of gereedschappen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.

10.2 STALLING VAN DE ACCU

De accu moet in op een schaduwrijke, frisse plaats bewaard worden, waar er geen vochtigheid is. OPMERKING In geval van langdurig niet- gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.

11. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk: – de machine stopzetten (par. 7.5); – de accu uit zijn zitting te halen en opladen (par. 8.2.2); – de mesbescherming te plaatsen wanneer de snoei-inrichting stil staat; – stevige werkhandschoenen dragen; – de machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en de snoei-inrichting in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden. Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men: – de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen bevestigen; – de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt.

12. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden,NL - 14 doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

  • Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd; het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren brengt de veiligheid van de machine in gevaar en ontheft de Fabrikant van alle verplichtingen en aansprakelijkheden.
  • Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie;
  • onjuiste of niet-toegestane toepassing en montage;
  • gebruik van niet-oorspronkelijke vervangingsonderdelen;
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals wielen, messen, veiligheidsbouten en draden;
  • normale slijtage. De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.

TABEL ONDERHOUD Ingreep Frequentie Opmerkingen MACHINE Controle van alle bevestigingen Vóór eender welk gebruik par. 8.5 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's Vóór eender welk gebruik par. 7.2 Controle van de staat van de lading van de accu Vóór eender welk gebruik * Herlading van de accu Aan het einde van ieder gebruik par. 8.2.2

Reiniging van de machine en van de motor Aan het einde van ieder gebruik par. 8.3 Reiniging en smering van de snoei-inrichting Aan het einde van ieder gebruik par. 8.4 Controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. Aan het einde van ieder gebruik - Controle van de snoei-inrichting Aan het einde van ieder gebruik par. 9.1.1 Bijslijpen van de snoei-inrichting - par. 9.1.2

  • Raadpleeg de handleiding van de accu/acculader. ** Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd wordenNL -

1. Bij het inschakelen van de

veiligheidsknop, gaat het groene lichtje niet aan Geen accu of accu niet correct geplaatst Verzeker u ervan dat de accu goed geplaatst is (par. 8.2.3)

2. Bij activering van de

veiligheidsknop, licht het groene lichtje niet op, maar het controlelampje (Afb. 6.F) knippert Accu plat Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 8.2.2)

tijdens het werk Accu niet correct geplaatst Verzeker u ervan dat de accu goed geplaatst is (par. 8.2.3)

4. De motor valt stil tijdens het

van het mes en de veiligheidsschakelaar ingeschakeld, draait de snoei-inrichting niet Heggenschaar beschadigd. Gebruik de heggenschaar niet. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en neem contact op met een Dienstcentrum.

6. De snoei-inrichting warmt

te veel op tijdens het werk Onvoldoende smering van de messen Stop de machine, wacht tot de snoei- inrichting stilstaat, verwijder de accu, smeer de messen (par.8.4)

7. De snoei-inrichting komt

in aanraking met een lijn of een elektrische kabel - RAAK HET MES NIET AAN WANT DIT KAN

ELEKTRISCH GELADEN WORDEN EN UITERST

GEVAARLIJK WORDEN! Neem de machine stevig vast aan de achterste, geïsoleerde handgreep en zet ze voorzichtig op afstand van uw eigen lichaam. Schakel de stroom die de lijn of kabel voedt, uit en verwijder de accu vooraleer de tanden van het mes vrij te zetten.

8. Het maaimechanisme

komt in aanraking met een vreemd voorwerp. - Stop de machine, verwijder de accu en: – controleer de schade; – controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast; – vervang of herstel de beschadigde delen met delen met gelijkwaardige kenmerken.

9. Men hoort overdreven

geluiden en/of trillingen tijdens het werk Losgekomen of beschadigde delen Stop de machine, verwijder de accu en: – controleer de schade; – controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast; – vervang of herstel de beschadigde delen met delen met gelijkwaardige kenmerken.

10. Er komt rook uit

de machine tijdens de werking Heggenschaar beschadigd. Gebruik de heggenschaar niet. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en neem contact op met een Dienstcentrum.

11. Kleine autonomie

van de accu Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie Optimaliseer het gebruik (par. 8.2.1) Accu niet voldoende voor de werkbehoeften Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 16.1) Verslechtering van de capaciteit van de accu Koop een nieuwe accuNL - 16

de accu niet op Accu niet correct geplaatst in de acculader Controleer of de accu correct geplaatst is (par. 8.2.3) Niet geschikte omgevingscondities Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader) Vuile contacten Reinig de contacten Geen spanning aan de acculader Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact Defecte acculader Vervangen met een origineel wisselstuk Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader

13. Het controlelampje (Afb.

6.F) blijft continu branden Negatieve uitkomst zelftest Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum.

14. Het controlelampje (Afb.

6.F) blijft continu knipperen Communicatiefout van de accu Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Rotor geblokkeerd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Stroom-overbelasting Gebruik van de machine optimaliseren. Mochten de problemen aanhouden na de toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.

Er zijn accu's met verschillende vermogens beschikbaar, aangepast aan specieke operationele vereisten (afb. 17). De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'.

Inrichting voor het opladen van de accu: snel (Afb. 18.A), standaard (Afb. 18.B).

Inrichting die de zitting van twee batterijen mogelijk maakt en de elektrische stroom levert die nodig is voor de werking van de machine. De houder is voorzien van een kabel voor de aansluiting op de machine (Afb. 1.I) en van een keuzeschakelaar (Afb. 5.B) voor de selectie van een van de twee accu's (stand “1” en “2”) en "OFF".

Inrichting die, indien in de zitting van de machine geplaatst, het gebruik van de accuhouder mogelijk maakt.NO - 1 ADVARSEL!: LES DENNE BRUKSANVISNINGEN NØYE FØR DU BRUKER MASKINEN. Må oppbevares til senere bruk.

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Draagbare heggenschaar voor in de tuin a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen k) Geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)