SVP 40 G - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SVP 40 G STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SVP 40 G STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SVP 40 G - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SVP 40 G van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING SVP 40 G STIGA
LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handlelding aandachtig te lezen.

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN strikt op te volgen
A) VOORBEREIDING
1) LET OP! Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
3) Gebruik de machine nooit als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt zijn
4) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die negatieve invloed kunnen hebben zijn voor zijn reactievermogen en aandacht.
5) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.
B) VÓÓR HET GEBRUIK
1) Gebruik tijdens het gebruik van de machine steeds akoestische beschermingen, veiligheidsbrillen, stevige antislip-werkschoenen en een lange broek. Bedien de machine niet met blote voeten of met open sandalen.
2) Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van de machine weg zou kunnen springen of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.)
3) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brandbaar.
- bewaar de brandstof in speciale reservoirs;
- vul de brandstof met een trechter alleen buiten en rook niet tijdens deze werkzaamheden en wanneer u met de brandstof bezig bent;
- Giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien;
- Als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn:
- Draai de dop altijd weer goed op de tank van de machine en het benzinereservoir.
4) Vervang de geluiddempers als deze defect zijn
5) Ga vóór het gebruik over op een algemene controle van de machine, en in het bijzonder:
- het uitzicht van de snij-inrichting, en controleer of de schroeven en de snijgroep niet versleten of beschadigd zijn. Vervang de snij-inrichting en de beschadigde of versleten schroeven en bloc om ervoor te zorgen dat het maai-dek in balans blijft. Eventuele herstellingen moeten nabij een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden
- De hendel inschakeling rotor moet vrij kunnen bewegen,
zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen, om het rotor tot stilstand te brengen.
6) Vooraleer het werk aan te vangen, dient men steeds de beschermingen op de uitgang te monteren (opvangzak, achterste aflaatbeveiliging).
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen. Het starten dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte te gebeuren. Onthoud steeds dat de aflaatgassen giftig zijn.
2) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige verlichting en bij goede zichtbaarheid. Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone.
3) Vermijd, indien mogelijk, op nat gras te werken. Vermijd te werken in de regen en bij risico op onweer. Gebruik de machine nooit bij slechte weersomstandigheden, en zeker niet bij kans op bliksem.
4) Zorg er voor dat U steeds een goed steunpunt hebt op hellende terreinen
5) Loop nooit, maar stap.
6) Maai in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden kunnen veroorzaken.
7) De machine mag nooit gebruikt worden op hellingen van meer dan 20°, onafgezien van de looprichting.
8) Wees zeer voorzichtig wanneer u de machine naar u toe trekt.
9) Zet de rotor stil indien de machine gekanteld moet worden voor het vervoer, bij het oversteken van zones zonder gras en wanneer de grasmaaier vervoerd wordt van of naar de zone die gemaaid moet worden.
10) Gebruik de machine niet indien de beschermingen beschadigd zijn, of zonder de opvangzak, zonder de achterste aflaatbeveiliging.
11) Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.
12) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en houd uw voeten ver van de werktuigen verwijderd.
13) Kantel de machine niet voor het opstarten. Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.
14) Breng uw handen en voeten nooit nabij of onder de draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de aflaatopening.
15) Hef de machine niet op en vervoer hem niet wanneer de motor in werking is.
16) Schend of verwijder de veiligheidsinrichtingen niet.
17) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen.
18) Raak de onderdelen van de motor die tijdens het gebruik heet worden, niet aan. Gevaar voor brandwonden.
19) Koppel de rotor los, stop de motor en koppel de kabel van de bougie los (verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stil staan):
- Telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat; Bij de modellen met elektrische inschakeling, dient u ook de sleutel te verwijderen;
- Vooraleer blokkeringen te verhelpen of het windkanaal vrij te maken;
- Vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt;
- Nadat er op een vreemd voorwerp gestoten is. Controleer de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens ze opnieuw te gebruiken;
- Indien de machine op abnormale wijze begint te trillen (Meteen de oorzaak van de trillingen opsporen en hem laten nakijken door een Gespecialiseerd Servicecentrum).
– Alvorens brandstof bij te vullen;
20) Behoud tijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van de draaiende werktuigen, die overeenstemt met de lengte van de steel.
21) Geef gas terug vooraleer de motor stil te zetten. Sluit de toevoer van de brandstof af aan het einde van het werk, volgens de aanwijzingen in het handboekje.
22) LET OP: – In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of let-sels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onop-gemerkt blijven.
23) LET OP – Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treffen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk.
1) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
2) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende draaiende werktuigen en de vaste delen van de machine verklemd geraken.
3) Raak de snij-inrichting niet aan totdat de kabel van de bougie losgekoppeld is en de snij-inrichting volledig stilstaat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al is de kabel van de bougie losgekoppeld.
4) Controleer de steenbeschermkap en de grasopvangbak regelmatig op slijtage of beschadigingen.
5) Zet de machine niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
6) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de machine in eender welke ruimte op te bergen.
7) Om brandgevaar zoveel mogelijk te beperken dienen de motor, de geluiddemper van de uitlaat, de accubak en de benzinetank vrij gehouden te worden van gras, bladeren of
teveel vet.
8) Om het risico op brand te verminderen, dient men regelmatig na te gaan of er geen olie- en/of brandstoflekken zijn.
9) Als u de tank moet ledigen, dient u dit in de open lucht te doen en wanneer de motor koud is.
E) MILIEUBESCHERMING
1) De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren.
2) Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, benzine, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
4) Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.
LEER DE MACHINE KENNEN
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN GEBRUIKSGEBIED
Deze machine is een ventilatie/verticuleermachine, met lo-pende bediener.
De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een rotor met priktanden aanschakelt die beschermd is door een carter, voorzien van wielen en een handgreep. De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando's bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van het de draaiende delen.
Voorzien gebruik
Deze machine werd ontworpen en vervaardigd voor het ventileren en verticuleren van het terrein, in aanwezigheid van een lopende bediener.
Het verschil van het effect op het terrein wordt verkregen door de werkdiepte van de werktanden in het terrein.
Deze machine kan:
- het terrein ventileren, door de bovenste laag mos weg te nemen;
- het terrein verticuleren, door de hardere laag van het terrein zelf weg te nemen.
Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken.
De volgende situaties behoren tot het ongeschikt gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):
- vervoer van personen, kinderen of dieren op de machine;
- zich door de machine laten vervoeren;
- gebruik van de machine voor het aanslepen of aanduwen van een last;
- gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk;
- zich door de machine laten vervoeren; - gebruik van de machine voor het aanslepen of aanduwen van een last; - gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk;
- de rotor omlaag brengen en aanschakelen op harde ondergronden of kiezelsteen of stenen.
Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Deze machine is bestemd voor een amateuriëel gebruik.
IDENTIFICATIELABEL EN ONDERDELEN VAN DE MACHINE (zie afbeeldingen op pag. ii)
- Niveau geluidsdruk
- CE-Conformiteitskenteken
- Bouwjaar
- Machinetype
- Serienummer
- Naam en adres van de fabrikant
- Artikelcode
- Nominaal vermogen en maximale snelheid voor de werking van de motor
-
Gewicht in kg
-
Steel
- Motor
- Rotor met priktanden (punten)
- Achterste aflaatbeveiliging
- Opvangzak
- Versnellingsknop
- Hendel inschakeling rotor
- Veiligheidshendel inschakeling rotor
-
Hendel afstelling van de werkdiepte
-
Bijvuldop brandstof
-
Bougie
-
Commando choke
-
Brandstofkraan
-
Handvat voor handmatige start
-
Bijvuldop olie
Schrijf de identificatiegegevens van de machine op de daarvoor bestemde ruimtes op het label aan de achterkant van de kaft.
Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina's van de handleiding.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Uw machine moet voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machine pictogrammen aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheidsvoorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veiligheidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen. Vervang de beschadigde of onleesbare stickers.
- Let op: Lees de handleiding alvorens de machine te gebruiken.
- Risico op snijwonden. Bewegende rotor Ontkoppel de dop van de bougie vooraleer eender welke werkzaamheid voor onderhoud of herstelling uit te voeren.
- Risico op snijwonden. Bewegende rotor Steek geen handen of voeten binnenin de huizing van de rotor.
- Risico wegschietende voorwerpen. Houd de personen buiten de werkzone tijdens het gebruik.
- Risico op blootstelling aan lawaai en stof: draag de ge-
hoorbescherming en de beschermende brillen.
GEBRUIKSNORMEN
OPMERKING - De overeenstemming tussen de verwijzingen in de test en de desbetreffende afbeeldingen (op de pagina's iii en daaropvolgende) wordt aangegeven door het nummer dat aan iedere paragraaf voorafgaat.
1. MONTAGE
OPMERKING De machine kan mogelijk geleverd worden met sommige onderdelen reeds gemonteerd.
De machine moet op een vlakke en stevige ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen.
1.1 Voorbereiding van de Montage van de steel
Leg het onderste deel (1) en het bovenste deel (2) van de steel op de grond.
Haal de schroeven van de groep (3) en (4) uit de zijdelingse steunen (5) van het frame, let er goed op de verschillende elementen van de schroeven onderling niet dooreen te gooien.
1.2 Montage van de steel
Monteer het onderste deel van de steel (1), bevestig dit aan de zijdelingse steunen (5) met gebruik van de schroeven van de groep (3). De hoogte van de steel kan op drie verschillende posities afgesteld worden, door de schroeven (3a) in een van de drie vierkante zittingen (5a) te steken die voorzien zijn op de steunen (5). De steel moet aan beide kanten op dezelfde hoogte geregeld zijn.
Monteer vervolgens de schroeven van de groep (4).
Monteer de schroeven volgens de sequentie die aangegeven is op de afbeelding.
1.2.1 Verwijder de handgrepen (6) en de schroeven ervan uit de gaten van de onderste steel.
Monteer de bovenste steel (2) en bevestig hem met de handvaten (6) en de desbetreffende schroeven.
1.2.2 De moeren (6a) van de handgreep (6) moeten zodanig vastgeschroefd zijn dat er een afstand van ongeveer 20 mm verkregen wordt ten opzichte van de steel (wanneer de handgrepen losgelaten zijn).
1.2.3 Blokkeer de handgrepen (6), en verzeker u ervan dat dit geen overdreven krachtinspanning vereist.
2. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO'S
OPMERKING De betekening van de symbolen op de commando's is verklaard onder punt 2.1.
2.1 Commando versnellingshendel
De versnellingshendel regelt de rotatie snelheid van de rotor met priktanden. De versnellingshendel wordt bediende door de hendel (1). De posities van de hendel zijn
21. Traag/Minimum
Dit gebruikt men wanneer de motor warm genoeg is tijdens de rustfases.
22. Snel/Vol regime
Steeds te gebruiken voor het opstarten van de machine en
tijdens de werking
23. Stop / Positie stilstand
De machine stopt onmiddellijk.
2.2 Hendel inschakeling rotor en veiligheidshendel
De hendel voor inschakeling van de rotor (1)schakelt de rotor in.
De veiligheidshendel (2) is een commando dat de ingewilde inschakeling van de hendel voor inschakeling van de rotor verhindert.
De inschakeling van de rotor (wanneer de motor aan staat) wordt verkregen door de veiligheidshendel (2) van stand A naar B te verplaatsen terwijl het ingedrukt gehouden wordt en de hendel voor inschakeling van de rotor (1) tegen de steel te trekken. De veiligheidshendel (2) loslaten.
Door de hendel voor inschakeling van de rotor (1) los te laten, stopt de rotor en de veiligheidshendel (2) keert terug naar stand A en de motor blijft aan.
2.3 Hendel afstelling van de werkdiepte
De hendel (1) staat toe de positie van de rotor op vijf verschillende hoogtes af te stellen en dus de werkdiepte van de priktanden van de rotor in het terrein te wijzigen.
«1» = Transfer en verplaatsing van de machine met de rotor opgetild zodat het terrein niet aangeraakt wordt.
«2» = Kammen van het gazon, met de rotor die over het terrein
strijkt, zonder het aan te raken. Bijeenrapen van bladeren en gras op de oppervlakte, met opvang in de opvangzak van het gemaaide gras.
«3 - 4» = Oppervlakkige ventilatie van het terrein, met verwijdering van de oppervlakkige laag van mos en mogelijkheid voor opvang in de opvangzak van het gemaaide materiaal.
«5» = Diepe verticulering van het terrein, met frantumatie van de hardste laag van het terrein. Bij ideale condities, is het mogelijk het gemaid materiaal in de opvangzak op te vangen, op voorwaarde dat dit de rotor niet doet verstoppen.
Om van de ene positie naar de andere over te gaan, moet men de hendel zijdelings verplaatsen en in een van de vijf zittingen terug plaatsen
⚠ De overgang van de ene positie naar de andere moet uitgevoerd worden wanneer de rotor uitgeschakeld is.
Dit wordt gebruikt om de motor koud op te starten. Het commando van de choke heeft twee posities:
Close - De choke is ingeschakeld (voor koud opstarten)
Open - De choke is uitgeschakeld (normale werking en warm opstarten).
27. Brandstofkraan
De opening van de brandstofkraan staat de verdeling van de brandstof toe.
28. Handvat voor handmatige start
Staat het handmatige opstarten van de motor toe.
3. GEBRUIK VAN DE MACHINE
⚠️ De veiligheidsnormen die tijdens het gebruik van de machine in acht genomen moeten worden, zijn be-
schreven in Hfdst. "Veiligheidsnormen" Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
3.1 Voorafgaande werkzaamheden
Vooraleer de machine te gebruiken, moet men de aanwezigheid van brandstof en het oliepeil controleren. Voor de werkwijzen en de voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van de brandstof en van de olie (zie par. 4.2 en par. 4.3). Hef de aflaatbescherming (2) op en haak de opvangzak (3) vast, indien dit nodig is voor het type werk (afb. 3.1).
3.2 OPSTARTEN
Opstarten van de motor (afb. 2.4)
Verplaats de kraan van de brandstof (27) naar de stand - ON. Om een koude motor op te starten, moet men het commando van de choke (26) naar de stand Close verplaatsen.
Om een koude motor opnieuw op te starten, moet men het commando van de choke (26) naar de stand Open verplaatsen.
Verplaats de hendel van de versnelling (afb. 2.1) naar de stand SNEL.
Trek de handgreep (afb. 2.4, 28) naar buiten tot u een zekere weerstand ondervindt, om de motor handmatig op te starten. Trek dan hard en vergezel het handvat bij het loslaten. Herhaal dit tot de motor start.
OPMERKING Doe niet meer dan 3/4 pogingen, om te vermijden de motor te blokkeren.
3.3 WERK
Ventilatie en verticutering van het terrein
- Kies de werkdiepte aan de hand van de hendel (1), in functie van de gewenste werkwijze.
- De veiligheidshendel (4) loslaten naar boven en trek de hendel (5) tegen de steel om de rotor in te schakelen en het werk aan te vangen.
- Stel de versnelling af in functie van de werkdiepte en de condities van het terrein.
Lediging van de opvangzak
Wanneer de opvangzak te vol wordt hij geledigd moet worden.
Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen:
- laat de inschakelhendel van de rotor los (3.5).
- Breng de versnellingshenel naar de stand «STOP» (3.5).
- Wachten tot de rotor stilvalt.
- Til de achterste aflaatbeveiliging op.
- De handgreep vastnemen en de opvangzak verwijderen; de opvangzak rechtop.
3.4 Raadgevingen voor de zorg van het gazon
- Mettertijd vormt er zich op het terrein een oppervlakkige laag mos en grasresten die de aanvoer van zuurstof vermindert en het doordringen van het water en van de voedingselementen verhindert en het gazon verarmt en geel doet worden.
- Met een oppervlakkige beluchting (met een beperkte werkdiepte van de priktanden in het terrein) wordt de bovenste viltachtige laag verwijderd.
-
Door de werkdiepte van de priktanden in het terrein (verticutering) te verhogen, wordt ook de hardere laag van het terrein verwijderd en verkrijgt men tegelijkertijd een scheiding van de wortels van het gras en een vermeerdering van het aantal wortels, met als gevolg een dichtere gazon dank zij het grotere aantal grassprieten.
-
De ideale periode voor het ventileren of verticuteren van het gazon is de herfst of de lente.
- De optimale werkcondities zijn met kort en licht vochtig gras, aangezien men bij werken op een te droog terrein of een terrein dat te zacht is vanwege het water, het materiaal moeilijk kan opvangen en het gazon mogelijk kan beschadigen.
- Het is steeds raadzaam de bladeren van het gazon op te rapen vooraleer het ventileren of verticuteren uit te voeren.
- Men verkrijgt de beste resultaten met twee beurten, op afstand van een week, in twee verschillende richtingen.
3.5 STOPPEN
Aan het einde van het werk
- laat de inschakelhendel van de rotor los (1);
- breng de versnellingshenel (2) naar de stand «STOP»;
- breng de hendel voor afstelling van de werkdiepte (3) naar stand «1».
4. GEWOON ONDERHOUD
BELANGRIJK Een regelmatig (minstens jaarlijks uitgevoerd) en zorgzaam onderhoud is onontbeerlijk om de veiligheid en originele prestaties van de machine mettertijd te behouden.

Vooraleer eender welke controle, reiniging of ep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te en:
- Zet de machine stil.
- Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
- Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
• Haal de kap van de bougie (afb. 2.4, 25). - Verwijder de sleutel of de accu wordt (bij de modellen met elektrisch startcommando met toets).
- Lees de desbetreffende instructies.
- Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.
1) stevige werkhandschoenen te dragen
2) De bouten en schroeven goed vastgeklemd te houden, om er zeker van te zijn dat de machine steeds in veilige werk-condities is.
3) Gebruik de machine om veiligheidsredenen nooit met versleten of beschadigde onderdelen. De onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een niet gelijkwaardige kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor uw veiligheid.
3) Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van afval.
4.1 Reiniging
1) Reinig de machine zorgvuldig met water na ieder gebruik; verwijder de resten van gras en modder die binnenin het frame opgestapeld worden om te vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen, nadien moeilijk kunnen verwijderd worden.
2) Indien toegang tot het binnendeel van de machine nodig is, moet de machine op de kant die aangegeven is in de handleiding van de motor, gelegd worden, volgens de instructies, en moet men zich ervan verzekeren dat de machine stabiel is alvorens eender welke ingreep uit te voeren.
4.2 Brandstof bijvullen
Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.

De brandstof moet bijgevuld worden wanneer de ine stilstaat en de dop van de bougie verwijderd
Om brandstof bij te vullen (afb. 2.4, 24):
- Draai de sluitdop van het reservoir los en verwijder deze
- Plaats een trechter
- Vul brandstof bij en verwijder de trechter
- Draai de dop van de brandstof weer stevig vast en reinig eventuele lekken.
BELANGRIJK Giet geen benzine op de plastic onderdelen van de motor of de machine, om schade te voorkomen en verwijder onmiddellijk elk spoor van benzine dat eventueel gemorst werd. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen, veroorzaakt door benzine.
OPMERKING Benzine is onderhevig aan bederf en mag niet langer dan 30 dagen in het reservoir blijven.
Alvorens de machine gedurende een lange tijd op te bergen, dient men een voldoende hoeveelheid brandstof in het reservoir te laden om het laatste gebruik teneinde te kunnen brengen (hfdst. 7).
4.3 Controle / bijvullen motorolie
1) Bijvullen van de olie (afb. 2.4, 29):
- Draai de staaf los, haal deze uit het reservoir en controleer het oliepeil op de staaf.
- Als het oliepeil laag is, vul bij tot aan de rand van de vulopening
2) Om een goede werking en een lange levensduur van de motor te verzekeren, is het raadzaam de olie van de motor regelmatig te vervangen:
- na 1 maand of na 20 werkuren
De olie kan afgelaten worden bij een gespecialiseerd centrum.
Verzeker u ervan dat de olie bijgevuld werd, vooraleer de machine weer te gebruiken.
5. BUITENGEWOON ONDERHOUD

Vooraleer eender welke controle, reiniging of ep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te en:
- Zet de machine stil.
- Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
- Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
• Haal de kap van de bougie (afb. 2.4, 25). - Verwijder de sleutel of de accu wordt (bij de modellen met elektrisch startcommando met toets).
- Lees de desbetreffende instructies.
- Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.
1) De verflaag aan de binnenkant van het frame kan metter- tijd loskomen tengevolge van de schurende actie van het materiaal dat van de grond verwijderd wordt; in dit geval moet men tijdig ingrijpen en de verflaag bijwerken met een roestwerende verf, om de vorming van roest tegen te gaan, die het metaal zou kunnen corroderen..
2) Werk niet met een rotor met beschadigde, gebroken of
ontbrekende priktanden. ledere ingreep voor herstelling of vervanging van de rotor moet uitgevoerd worden bij een gespecialiseerd centrum, dat over de geschikte werktuigen beschikt.
BELANGRIJK Gebruik steeds originele snij-inrichtingen, met de code aangegeven in de tabel "Technische Gegevens".
Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de snij-inrichtingen aangegeven in de "Technische Gegevens" in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.
6. OPSLAAN
Wanneer de machine gestald moet worden:
- Start de motor in open lucht en laat hem op het laagste toerental draaien tot de stilstand, zodat alle in het reservoir overgebleven brandstof opgebruikt wordt.
- Laat de motor afkoelen.
- Haal de kap van de bougie (afb. 2.4, 25).
- Verwijder de sleutel of de accu wordt (bij de modellen met elektrisch startcommando met toets).
- Reinig de machine zorgvuldig (par. 4.1).
- Controleer of de machine geen schade vertoont. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstencentrum.
-
Berg de machine op:
-
In een droge ruimte.
- Beschermd tegen slechte weersomstandigheden.
- Indien mogelijk bedekt met een doek.
- Buiten bereik van kinderen.
-
Na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.
-
Breng de hendel voor afstelling van de werkdiepte (3) naar stand «1» (2.3).
7. TRANSPORT EN VERPLAATSING
Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, moet men:
- Stop de machine (par. 3.5).
- Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
• Haal de kap van de bougie (afb. 2.4, 25). - Verwijder de sleutel of de accu wordt (bij de modellen met elektrisch startcommando met toets).
- Stevige werkhandschoenen dragen.
- Breng de hendel voor afstelling van de werkdiepte (3) naar stand «1» (2.3).
- De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht.
- Een beroep doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heffen, volgens de kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden.
-
Verzeker u ervan dat de verplaatsing van de machine geen benzinelekken of beschadigingen of letsels veroorzaakt. Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen vervoert, moet men:
-
Opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte en lengte.
- De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de oprit duwen met behulp van een geschikt aantal personen..
- De machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt.
-
Ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat ze kantelt.
-
STORINGEN
| Wat te doen bij ... | |
| Oorsprong van het probleem | Correctieve actie |
| 1. De machine werkt niet | |
| Onvoldoende olie of benzine in de motor | Controleer het peil van de olie en van de benzine. |
| De bougie en de filter zijn niet in goede staat | Reinig de bougie en de filter die mogelijk vervuild zijn of vervang ze. |
| De benzine werd aan hei einde van het vorige seizoen niet uit de machine gehaald. | De drijver kan geblokkeerd zijn: kantel de machine naar de kant van de carburator. |
| 2. De machine stopt vaak tijdens het werk of werkt onregelmatig. | |
| Zware werkcondities Controleer of de afstelling van de rotor geschikt is voor de condities van het gazon en/of stel deze af voor een hogere maaihoogte. | |
| Verstopping van de rotor met priktanden | Stop de motor en ontkoppel de dop van de bougie, draag beschermende handschoenen en reinig de rotor en de zone rondom de roto.. |
| Verminder de hoeveelheid gemaid gras en de werkdiepte van de rotor. | |
| Verstopping van de opvangzak. | Ledig de zak regelmatig voor deze volledig vol geraakt. |
| 3. Slechte of ontoereikende prestaties | |
| Rotor met priktanden met versleten of ontbrekende messen | Vervang de rotor met een origineel wisselstuk, nabij een gespecialiseerd Centrum. |
| Te hoog gras Vooraleer de | verticuteermachine te gebruiken, moet men het gras op een geschikte hoogte maaien. |
| Terrein te nat Stel de rotor af | op een hogere maaihoogte of stel het werk uit tot de condities van het terrein beter zijn. |
| 4. De machine begint op abnormale wijze begint te trillen | |
| Beschadiging of losgekomen delen | Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie losControleer eventuele beschadigingen;Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast.Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd Centrum |
In geval van eender welke twijfel of probleem, raadpleeg de meest nabije Klantendienst of uw Verkoper.
NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het auteursrecht – Elke niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden.