TGR150NC6 - Ketel GORENJE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TGR150NC6 GORENJE in PDF-formaat.
| Type de produit | Elektrische boiler |
| Marque | Gorenje |
| Modèle | TGR150NC6 |
| Volume nominal | 150 liter |
| Pression nominale | 0,6 MPa |
| Puissance connectée | 2000 W |
| Tension d'alimentation | 230 V ~ |
| Temps de chauffe à 75°C | 5 u 45 min (ongeveer) |
| Quantité d'eau mélangée à 40°C | 298 liter |
| Consommation d'énergie (veille) | 3,20 kWh/24u |
| Protection anti-corrosion | Geëmailleerd vat + magnesiumanode |
| Poids à vide | 44 kg |
| Poids en charge | 194 kg |
| Dimensions (A x B x C) | 1305 x 1065 x 220 mm |
| Raccordement électrique | Kabel H05VV-F 3G 1,5 mm², aparte stekker |
| Raccordement eau | Gesloten (druk) of open (drukloos) |
| Plage de température | 25°C tot 75°C (Eco stand ~55°C) |
| Sécurité | Veiligheidsklep, antivriesbeveiliging |
| Entretien | Controle magnesiumanode elke 36 maanden, ontkalken indien nodig |
| Nettoyage extérieur | Milde reinigingsoplossing, geen schurende oplosmiddelen |
| Garantie anti-corrosion | Onder voorbehoud van regelmatige controles |
| Installation | Verticaal, aan de muur of op de vloer, door gekwalificeerd technicus |
Veelgestelde vragen - TGR150NC6 GORENJE
Gebruikersvragen over TGR150NC6 GORENJE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TGR150NC6 - GORENJE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TGR150NC6 van het merk GORENJE.
GEBRUIKSAANWIJZING TGR150NC6 GORENJE
Geachte koper, wij danken u voor de aankoop van ons product.
WIJ VERZOEKEN U VOOR DE MONTAGE EN HET EERSTE GEBRUIK VAN DE BOILER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING ZORGVULDIG DOOR TE LEZEN.
DIT APPARAAT IS NIET BEDOELD VOOR GEBRUIK DOOR PERSONEN (WAARONDER KINDEREN) MET VERMINDERDE LICHAMELIJKE, ZINTUIGLIJKE OF PSYCHISCHE VERMOGENS, OF GEBREK AAN ERVARING EN KENNIS, TENZIJ ZIJ ONDER TOEZICHT STAAN OF INSTRUCTIES HEBBEN ONTVANGEN OVER HET GEBRUIK VAN HET APPARAAT VAN IEMAND DIE VERANTWOORDELIJK IS VOOR HUN VEILIGHEID.
KINDEREN MOETEN WORDEN BEGELEID OM ERVOOR TE ZORGEN DAT ZE NIET MET HET APPARAAT SPELEN.
De boiler is overeenkomstig de geldende normen gefabriceerd en volgens de voorschriften getest. Hierover zijn een veiligheidscertificaat en een certificaat over de elektromagnetische compatibiliteit afgegeven. De belangrijkste technische eigenschappen zijn op het typeplaatje vermeld dat tussen de twee aansluitbuizen is geplaatst. De boiler mag uitsluitend door een hiervoor gekwalificeerde vakman op de waterleiding en het elektriciteitsnet worden aangesloten. Ingrepen in het apparaat wegens reparaties, verwijdering van ketelsteen en het controleren of vervangen van de beschermingsanode voor corrosiebeveiliging mogen ook uitsluitend door de erkende service worden verricht.
MONTAGE
Monteer de boiler zo dicht mogelijk bij het tappunt. Bij het inbouwen van de boiler in een ruimte met een bad of douche moet aan de eisen van de norm IEC 60364-7-701 (VDE 0100, Teil 701) worden voldaan. Bevestig hem met wandschroeven met een nominale doorsnede van minstens 8 mm aan de wand of de vloer. Wanden of vloeren met een gering draagvermogen moet u voldoende versterken op de plaats waar u de boiler op gaat hangen. U mag de boiler uitsluitend rechtop aan de wand monteren. Voor een eenvoudigere controle en vervanging van de magnesiumanode wordt aanbevolen voldoende ruimte te laten tussen de bovenkant van de boiler en het plafond (zie afmeting G op de tekening met de aansluitafmetingen). Anders moet de boiler van de wand worden gedemonteerd bij de bovengenoemde onderhoudsingreep.
1) Verwarmingstijd van het gehele volume van de boiler met het elektrische verwarmingselement bij een ingangstemperatuur van het koude water uit de waterleiding van 15°C. 2) Energieverbruik bij instandhouding van een constante watertemperatuur in de boiler van 65°C en bij een temperatuur van de omgeving van 20°C, gemeten volgens DIN 60379.
| A | B | C | D | E | F | |
| TGR 30 N 46 | 8 275 17 | 3 - 454 | 461 80 | |||
| TGR 50 N 57 | 0 365 18 | 5 - 454 | 461 130 | |||
| TGR 80 N 77 | 5 565 19 | 0 - 454 | 461 180 | |||
| TGR 100 N 9 | 35 715 | 200 - 454 | 461 260 | |||
| TGR 120 N | 1090 865 | 205 - 454 | 4 461 260 | |||
| TGR 150 N | 1305 1065 | 220 - 454 | 461 260 | |||
| TGR 200 N | 1514 1050 | 444 800 | 500 507 | 260 |
G

Aansluitings- en montagematen van de boiler [mm]
AANSLUITING OP DE WATERLEIDING
De watertoevoer en -aftap zijn met kleuren aangegeven op de buizen van de boiler. De toevoer van het koude water is blauw gekleurd, de aftap van het warme water is rood.
U kunt de boiler op twee manieren op de waterleiding aansluiten. Het gesloten druksysteem van de aansluiting maakt waterafname op meerdere tappunten mogelijk; bij het open systeem, dat niet onder druk staat, kan het water maar op één plaats worden afgetapt. Gezien het gekozen aansluitsysteem moet u ook de juiste mengkranen kopen.
Bij het open systeem, dat niet onder druk staat, moet voor de boiler een terugslagklep worden ingebouwd. Dat voorkomt dat het water terugloopt uit de boiler bij storingen van de watertoevoer uit de waterleiding. Bij dit aansluitsysteem moet u een doorstroom mengkraan gebruiken. In de boiler neemt het volume van het water toe als het verwarmd wordt; dit veroorzaakt druppen van de mengkraan. U kunt dit niet voorkomen door de kraan stevig dicht te draaien. Hierdoor kunt u de kraan alleen maar kapot maken. Aan de toevoerleiding moet u voor de veiligheid een veiligheidsventiel of een veiligheidsgroep monteren, waardoor een toename van de druk in de boiler van meer dan 0,1 MPa boven de normale druk wordt voorkomen. De uitloopopening van het veiligheidsventiel moet een uitgang hebben voor atmosferische druk.
Bij het verwarmen van het water in de boiler neemt de waterdruk in de boiler toe tot de grens is bereikt die in het veiligheidsventiel is ingesteld. Omdat de terugkeer van het water naar de waterleiding verhinderd is, kan er water uit de uitloopopening van het veiligheidsventiel druppen. U kunt het druppende water naar de afvoer leiden via het opvangverlengstuk, dat u onder het veiligheidsventiel plaatst. De afloopbuis die onder de uitloop van het veiligheidsventiel is geplaatst, moet recht naar beneden gericht zijn en gemonteerd worden in een omgeving waar het niet vriest. In het geval dat u door een onjuiste installatie niet de mogelijkheid hebt om het uit het terugslagventiel druppende water naar de uitloop te leiden, kunt u het druppen vermijden door een expansiebak met een volume van 3 liter aan de toevoerleiding van de boiler te monteren.
Voor een juiste werking van het veiligheidsventiel moet u van tijd tot tijd een controle uitvoeren. Bij de controle moet u door het verschuiven van de hendel of door het losdraaien van de moer van het ventiel (afhankelijk van het type ventiel) de uitloop uit het terugslagveiligheidsventiel openen. Hierbij moet door de uitloopbuis van het ventiel water stromen. Dit wijst erop dat het ventiel feilloos werkt.

Gesloten (druk) systeem
Open (niet onder druk staand) systeem
Legende:
1 - Veiligheidsventiel
6 - Testaanzetstuk
2 - Testventiel
7 - Trechter met aansluiting
3 - Terugslagventiel
op de uitloop
4 - Drukreduceerventiel
H - Koud water
5-Afsluitventiel
T - Warm water
Tussen de boiler en het terugslag-veiligheidsventiel mag u geen afsluitventiel inbouwen, omdat u hiermee de werking van het terugslagventiel onmogelijk zou maken.
U kunt de boiler zonder drukreduceerventiel aansluiten op de huiswaterleiding, als de druk in de waterleiding lager is dan 0,5 MPa (5 bar). Als de druk in de waterleiding hoger is dan 0,5 MPa (5 bar), moet u twee reduceerventielen achter elkaar inbouwen.
Voor de elektrische aansluiting moet u de boiler eerst met water vullen. Draai de warmwaterknop van de boiler open als u de boiler voor het eerst vult. De boiler is vol als het water door de uitloopbuis van de boiler begint te stromen.
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
Voor de aansluiting op het stroomnet moet in de boiler een aansluitkabel met een minimale doorsnede van 1,5 mm² (H05VV-F 3G 1,5 mm²) worden ingebouwd. Bij de bevestiging van de aansluitkabel moeten ook de beide aansluitdraden van het controlelampje in de hiervoor voorziene aansluitnaven van de thermostaat worden bevestigd, die zich aangeduid met 1 en 2 of met A en B bij de alternatieve uitvoering van de thermostaat.
Om dit te kunnen doen moet u de beschermplaat van de boiler losschroeven.
De aansluiting van de boiler op het elektriciteitsnet moet overeenkomstig de normen voor de elektrische leidingen gebeuren. Tussen de boiler en de waterleiding moet een apparaat zich ingebouwd voor de scheiding van alle polen van het voedingsnet overeenkomstig de nationale installatievoorschriften.
Legende:
1 - Thermostaat en tweepolige warmtezekering
2 - Verwarmingselement
3 - Aansluitklem
4 - Controlelampje
L - Fasegeleider
N - Neutrale geleider
Aardingsgeleider
Schema van de elektrische verbinding
WAARSCHUWING: Voor elke ingreep in de boiler moet de verbinding met het elektriciteitsnet verbroken worden!
GEBRUIK EN ONDERHOUD
Na de aansluiting op de waterleiding en het elektriciteitsnet is de boiler klaar voor gebruik. Door aan de thermostaatknop te draaien die zich aan de voorkant van de beschermplaat bevindt, kunt u de gewenste temperatuur van het water instellen tussen 25°C en 75°C. Aanbevolen wordt de knop op de stand "eco" te zetten. Deze instelling is de zuinigste; hierbij zal de watertemperatuur ongeveer 55°C zijn en de afzetting van ketelsteen en het warmteverlies zullen minder zijn dan bij instellingen op een hogere temperatuur.
Het controlelampje duidt aan dat het elektrische verwarmingselement is ingeschakeld. De boiler heeft aan de rand een bi-metale thermometer die maar rechts uitslaat als het water in de boiler warm is. Als u de boiler enige tijd niet gaat gebruiken, kunt u de inhoud ervan tegen bevriezing beschermen door de stroom niet uit te schakelen en de thermostaatknop op de stand * te zetten. Bij deze instelling zal de boiler de watertemperatuur op ongeveer 10°C houden. Als u de boiler van het elektriciteitsnet afsluit, moet u het water eruit laten lopen als er bevriezingsgevaar bestaat.
Voordat u het water uit de boiler laat lopen moet u eerst de verbinding met het elektriciteitsnet verbreken. Daarna kan de warmwaterkraan worden opengedraaid van een van de mengkranen, die op de boiler zijn aangesloten. We laten het water via de toevoerleiding uit de boiler lopen. Hiervoor raden we aan om tussen het veiligheidsventiel en de toevoerleiding een uitloopventiel of een T-stuk in te bouwen. Als u dit niet doet kunt u de boiler ook legen via de uitloop aan het veiligheidsventiel door de hendel of de schroefdop van het ventiel in dezelfde stand te zetten als bij het testen van het ventiel. Nadat u het water via de toevoerbuis uit de boiler heeft laten lopen, zal er een restje water in de boiler achterblijven, dat u kunt verwijderen door de flens van de boiler los te draaien. Het water uit de boiler loopt via de aanvoerbuis uit de boiler. Daarom worden aanbevolen bij de montage tussen het veiligheidsventiel en de aanvoerbuis van de boiler een speciale fitting (T-stuk) of uitlaatventiel te plaatsen. U kunt de boiler ook indirect via het veiligheidsventiel legen door het hendeltje of de draaibare dop van het ventiel in de stand te draaien als bij de controle van de werking. Voor het legen moet de verbinding tussen het stroomnet en de boiler worden verbroken en moet daarna de warmwaterknop van de aangesloten mengkraan worden opengedraaid. Nadat het water via de aanvoerbuis is uitgelopen, blijft in de boiler een kleine hoeveelheid
water achter, dat er na verwijdering van de verwarmingsflens door de opening van de verwarmingsflens uitloopt.
Reinig de buitenkant van de boiler met een sopje van een mild wasmiddel. Gebruik geen oplosmiddelen en schurende reinigingsmiddelen.
Door regelmatig onderhoud bent u verzekerd van een feilloze werking en een lange levensduur van de boiler. De garantie voor het doorroesten van de boiler geldt alleen als u de voorgeschreven regelmatige inspecties van eventuele slijtage van de beschermanode tijdig laat uitvoeren. De periode tussen de afzonderlijke regelmatige inspecties mag niet langer zijn dan 36 maanden. De onderzoeken moeten door een erkend vakman worden uitgevoerd, die het onderzoek aantekent op het garantiebewijs van het apparaat. Bij het onderzoek controleert hij de mate van slijtage van de anticorrosie beschermanode en indien nodig verwijdert hij ketelsteen, dat zich afhankelijk van de kwaliteit, de hoeveelheid en de temperatuur van het gebruikte water aan de binnenkant van de boiler heeft afgezet. De servicemonteur zal na de inspectie van de boiler op grond van de vastgestelde toestand de datum voor de volgende controle aanbevelen.
Wij verzoeken u eventuele storingen aan de boiler niet zelf te repareren, maar de bevoegde service hiervan op de hoogte te stellen.