PMD 7 - Detector BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PMD 7 BOSCH in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - PMD 7 BOSCH
Questions des utilisateurs sur PMD 7 BOSCH
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PMD 7 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PMD 7 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING PMD 7 BOSCH
Veiligheidsvoorschriften

Lees alle voorschriften en neem deze in acht. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandaar stof bevinden. In het meetgereedschap konnen vomken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Product- en vermogensbeschrijving
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het zoekenaar ferrometalen (bijv. wapeningsstaal),aar non-ferrometalen (bijv.koperbuizen) alsook spanningvoerende leidingen in muren, plafonds en vloeren.
Afegebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Markeringshulp
2 Lichtsignaal
3 Aan/uit-schakelaar
4 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
5 Deksel van batterijvak
6 Sensorgedeelte
Bosch Power Tools 2609140996|(23.9.13)








74|Nederlands
Technische gegevens
| Digitale detector PMD 7 | |
| Productnumber | 3 603 F81 100 |
| Max. detectiediepte*: | |
| - Ijzer | 70 mm |
| - Non-ferrometaal (koperbuizen) | 60 mm |
| - Koperleidingen (spanningvoerend)** | 50 mm |
| Kalibratie | automatisch |
| Automatische uitschakeling na ca. | 10 min |
| Bedrijftstemperatuur | 0 °C...+4 0°C |
| Bewaarttemperatuur | -20 °C...+70 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 80 % |
| Batterijen | 3 x 1, 5 V AAA |
| Gebruiksduur (alkali-mangaanbatterijen) ca. | 5 h |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 | 0,1 kg |
| * afhankelijk van materiaal en grootte van de objcten alsook materiaal en toestand van de ondergrond (muren, plafonds, vloeren) | |
| **kleinere detectiediepte bij Niet-spanningvoerende leidingen | |
| • Het meetresultaat kan m.b.t. de nauwkeurigheid en de detectiediepte bij on-gunstige gesteldheid van de ondergrond slechteruitvallen. | |
Conformiteitsverklaring

We verklaren op unsere verantwoordelijkheid dat het onder „Technische gegevens" beschreiben product met de volgende normen of normatieve documents overeenstemt: EN 61010-1:2010-10, EN 61326-1:2006-05, EN 301489-3:2002-08, EN 301489-1:2011-09, EN 300330-1:2010-02, EN 300330-2:2010-02 conform de bepalinen van de richtlijnen 2011/65/EU, 1999/5/EG.
Henk Becker
Helmut Heinzelmann
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Als u het batterijvakdeksel 5 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 4 en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen. Let waar bij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap als u het langereijd nicht gezruikt. Batterijen konnen bij langere opslag corroderen of ontladen.
Gebruik
Ingebruikneming
Beschem het meetgereedschap gegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld Niet langearend in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beinvloed.
Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap.
In- en uitschakelen
Controller voor het inschakelen van het meetgereedschap dat het sensorgedeelte 6 Niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap indien nodig droog met een doeK.

Schuif voor het inschakelen van het meetgereedschap de aan-/uitschakelaar 3aar onderen.
Na een korte zelftest is het meetgereedschap gebruiksklaar. Het gebruikskaar zijn worden weergegeven door het signaallampje 2 dat brandt. Brandt het signaallampje 2 na het inschakenen Niet, dan moet u de batterijen verrangen.
Bosch Power Tools 2609140996|(23.9.13)







76 | Nederlands

Schuif voor het uitschakelen van het meetgereedschap de aan-/uitschakelaar 3aar boven.
Als er ca. 10 minuten geen meting heeft plaatsgevonden, wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterijen te sparen.
Opmerking: Is het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld, dan bevindt de aan-/uitschakelaar 3 zich nog in de positie „Aan". Om het meetgereedschap opnieuw in te schakelen, schuift u de aan-/uitschakelaar 3 eerst in de positie „Uit" en daarna opnieuw in de positie „Aan".
Functies
Het meetgereedschap detecteert voorwerpen onder het sensorbereik 6.
Voor u in de muur boort, zaagt of freest, moet u zich nog via informatiebronnen gegen bevaren beveiligen. Omdat nauwkeurigheid en detectiediepte van het meetgereedschap door omgevingsinvloeden of de gesteldheid van de muur verminderd+kunnen worden, kan het gevaar bestaan dat objecten zich in het sensorbereik bevinden, hoewel de individatie geen object aangeeft (het signaallampje 2 is groen).
Signaallampje Verklaring
| Groen | Geen object gezonden |
| Geel | - Metalobject in de buurt van de sensor - Klein of diep liggend metaalobject in het sensorbereik of - Belemmering van de sensor door on-gunstige muurstesteldheid |
| Rood en onnderbroken signaal | Metaalobject in het sensorbereik gezonden |
| Rood knipperend (snel) en pulserende tonenreeks | Spanningvoerende leiding gezonden |
Metalen voorwerpen opsporen
Na het inschakelen brandt het lichtsignaal 2 groen.
Plaats het meetgereedschap op het te onderzoeken oppervlak en beweeg het maar de zijkant toe.
- Is in de ondergrond geen metaalobject herkenbaar, dan blijft het signaallampje 2 groen en er werkblinkt geen signaaltoon.
- Nadert het meetgereedschap een metaalobject, dan brandt het signaallampje 2 eerst geel en verandert bij het naderen van het metaalob


Nederlands | 77
ject in rood. Zodra het signaallampje rood is, worden bijkomend een signaaltoon gegeven, die bij verdner naderen van het metaalobject in toonhoogte stigt.
- Boven een metaalobject brandt het signaallampje 2 rood en er werk-klinkt een signaaltoon met maximale toonhoogte.
- Ook bij een geel signaallampje 2 kan zich een metaalobject onder het sensorbereik bevinden. Kleine of diep lignende metaalobjecten bevinden zich in de buurt van de sensor of de muurstesteldheid belemmert het meetresultaat.

Wordt het meetgereedschap voor het eerst over een object geleid, dan wordt de positie van het metaalobject slechts groef weergegeven. Als u meertere keren met het meetgereedschap over het metaalobject gaat, wordt de objectherkenning alsmaar preciezer. Als ueerdere keren over het object gegaan bent (zonder het meetgereedschap van de ondergrond op te tilen), kan de positie van het metaalobject precies bepaald
worden: brandt het signaallampje 2 rood en werkblinker een signaaltoon, dan ligt het metaalobject onder het sensorbereik. Als de toonhoogte van de signaaltoon het hoogst is, bevindt het metaalobject zich onder het midden van de sensor.
Spanningvoerende leidingen opsporen
Het meetgereedschap geeft leidingen aan, die spanning:tussen 110 V en 240V voeren en waarvan de freientie met de wijd verspreide standardaard (wisselstroom met 50 resp. 60Hz ) overeenkomt. Andere leidingen (gelijkstroom, hogere/lagere freientie of spanning) alsook Niet spanningvoerende leidingen konnen nicht betrouwbaar gezonden worden, ze worden echter eventueel als metaalobjecten weergegeven.
Het zoekenaar spanningvoerende leidingengebeurt automatisch bij elke meting. Wordt een spanningvoerende leiding gezonden, dan knippert het signaallampje 2 rood en er werkblinkt een pulserende signaaltoon met korte intervallen. Beweeg het meetgereedschapeermaals over het oppervlak om de spanningvoerende leiding preciezer te lokaliseren. Als u het meetgereedschapeermaals over het oppervlak bewogen hebt, kan de positie van de spanningvoerende leiding heel precies weergegeven worden.

78|Nederlands
Spanningvoerende leidingen können makkelijker gezonden worden als stroomverbruikers (bijv. lampen, toestellen) aan de gezochtte leiding aangesloten en ingeschakeld worden.
Opmerking: Zorg er.altijd voor dat u hetmeetgereedschap zonder hand Schoenen stevig in de hand houdt om een goede aardig maybeijk te maken. Houd er bovendien rekening mee dat ladders/stellingen geaard moeten zich. Vermijd hiervoor ladders/stellingen waarvan steunen op de grond kunststof kappen hebben. Draag geen isolerende schoenen.
Onder bepaalde omstandigheden (zoals bijv. anschter metalen oppervlakken of anschter oppervlakken met hoog watergehalte){kunnen spanningvoerende leidingen Niet betrouwbaar gezonden worden. Brandt boven een groter oppervlak het signaallampje 2 geel of rood, dan schermt het materiaal elektrisch af en het zoekenaar spanningvoerende leidingen is nicht betrouwbaar.
Tips voor de werkzaamheden
De meetresultaten können afhankelijk van het principe door bepaalde omgevingsomstandigheden nadelig worden beinvloed. Daartoe behoren bijvoorbeeld de nabijheid van apparaten die sterke magnetische of elektromagnetische velden opwekken, vocht, metaalhoudende bouwmaterialien, met aluminium beklede isolatiematerialen en geleidend behang of geleidende tegels.
Raadpleeg waarom voor het boren, zagen of freeze in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebronnen (bijvoorbeeld bouwtekeningen).
Opmerking: Houd het toestel Niet in de buurt van de sensor vast om de meting Niet te beinvloeden. Daardoor bereikt men preciezere meetresultaten.
Voorwerpen markeren
U kunt gezonden objecten indien gewenst markeren. De buitenkanten van een object kunt u door het wisselen van het signaallampje 2 van geel maar rood vinden. Het midden van het metaalobject kunt u aan de hand van de toonhoogte vaststellen. Markeer de gezochtte plaats met een stift aan de bovenste en de zijdelingse markingshulp 1.

Nederlands | 79
Permanent knipperen groen/geel/rood
Knippert het signaallampje 2 afwisseled groen, geel en rood, ook als er geen metaalobject of geen spanningvoerende kabel in de buurt is, dan moet het meettoestel maar de service opgestuurd worden.
Onderhoud en service
Handmatige kalibratie
Brandt het signaallampje 2 rood of geel, hoewel er zich geen metaal in de buurt van het meetgereedschap bevindt, dan moet het meetgereedschap opnieuw gekalibreerd worden.
Schakel hiervoor het meettoestel met de aan-/uitschakelaar 3 in
- Haal een batterij uit het ingeschakelde meettoestel
- Schakel het meettoestel met de aan-/uitschakelaar 3uit terwijl de batterij eruit genomen is.
- Plaats de batterijen opnieuw in het meettoestel (let op de poling!)
- Verwijder nu alle objecten uit de buurt van het meettoestel (ook polshorloge of ring van metaal) en houd het toestel in de lust.
Schakel het meettoestel met de aan-/uitschakelaar 3 in en binnen 3 se- conden opnieuw uit. Het signaallampje 2 van het meettoestel knippert langzaam gedurende de 3 seconden in het rood om aan te geben dat het klaar is voor de kalibratie.
- Schakel het meettoestel binnen 0,5 seconden opnieuw in. De kalibratie worden geactiveerd en duurt ca. 6 seconden. Het signaallampje 2 knippert snug gedurende 6 seconden in het groen, de kalibratie wordenuitgevoerd. Daarna is het toestel opnieuw gebruiksklaar en het signaallampje 2 brandt permanent groen.
Opmerking: Wordt de volgorde van het uitschakelen en herinschakelen Niet in acht genomen, dan wordt er geen kalibratie uitgevoerd. Het signaallampje 2 brandt verder ofwel geel of rood, hoewel er zich geen metaal in de buurt bevindt. Herhaal in dit geval de kalibratie.

80 | Nederlands
Oorzaken en oplossingen van fouten
Oorzaak Oplossing
Signaallampje 2 brandt nicht
| Meetgereedschap niet ingeschakeld | Schuif de aan-/uitschakelaar in positie „Aan". |
| Meetgereedschap heeft zichzelf uitge-schakeld | Schuif de aan-/uitschakelaar eerst in positie „Uit" en daarna in positie „Aan". |
| Geen batterijen of batterijen verkeerd geplaatst | Plaats batterijen. Let op de poling. |
| Batterijen leeg of accu's geplaatst | Verwijder de batterijen. Gebruik geen accu's. |
| Signaallampje 2 brandt geel of rood, hoewel er geen metaal in de buurt is (waarschuwing voor metaalobjecten) | |
| Omgevingstempera-tuur te hoog/te laag | Gebruik het meetgereedschap alleen in het vastge-legde temperatuurbereik van 0 °C –40 °C. |
| Sterke temperatuur-wisseling | Wacht tot het meetgereedschap de omgevings-temperatuur aangenomen hebft. |
| Autokalibratie Niet vereist | Voer een handmatige kalibratieuit. |
| Signaallampje 2 brandt geel of rood over grootmeetbereik op de muur (waarschuwing voor metaalobjecten) | |
| Veel, zich bij elkaar liggende metaalob-jecten | Let op de toonhoogte van de signaaltoon om een onderscheid te make nussen verschillende me-taalobjecten. Te zich bij elkaar ligende metaal-objecten kunnen Niet afzonderlijk gedetecteerd worden.* |
| Metaal als bouwstof | Bij metalen bouwstoffen (bijv. met aluminium be-kleed isolatiematerialiaal, warmtegeleidende platen) is een betrouwbare detectieiet Niet möglich.* |
| Autokalibratie Niet vereist | Voer een handmatige kalibratieuit. |


Nederlands | 81
Oorzaak Oplossing
Signaallampje 2 knippert rood over een groot meetbereik op de muur (waarschuwing voor spanningvoerende kabel)
| Onvoldoende aar-ding van de muur | Raak met uw vrij he and de muur op een afstand van 20 -30 cm van het meetgereedschap aan om de muur te aarden. |
Spanningvoerende kabel worden nicht gezonden
| Geen/atypische spanning op de ka-bel | Geef spanning op de kabel, bijv. door de eraan ver-bonden lichtschakelaars in te schakelen. De detectie van kabels met wisselspanningen buiten het be-reik 110 – 240 V, 50 – 60 Hz is nicht op een betrouwbare wijze möglichk.* |
| Kabel ligt te diep | De detectiediepte is afhankelijk van het bouwma-teriaal en kan geringerijken dan de maximale detec-tiediepte.* |
| Kabel verloopt in ge-aarde metaalbuis | Gebruik het meetgereedschap om de metaalbuis te vinden. |
| Meetgereedschap Niet geaard | Neem het meetgereedschap zonder handschoen stevig vast. Sta Niet op geisoleerde ladders of stellingen. Draag geen isolerende schoenen. |
| Afschermend bouw-materialaal of hoge luchtvochtigheid | Bij metalen of vochtige bouwstoffen (bijv. bij hoge luchtvochtigheid) is een betrouwbare detectie zich mogelijk.* |
| Metaalobject ligt te diep | De detectiediepte is afhankelijk van het bouwma- teriaal en kan geringerijken dan de maximale detec-tiediepte.* |
| Metaalobject is te Klein | De detectiediepte is afhankelijk van het object en kan geringerijken dan de maximale detectiediepte.* |
Ongecoordineerd knipperen in de kleuren groen, geel, rood
Storing door elektrische of magnetische velden Houd afstand van toestellen die sterke elektrische of magnetische velden uitstralen (bijv. computers, schakelvoedingen).
82 | Nederlands
Oorzaak Oplossing
Meetresultaten onnauwkeurig/onplausibel
Storingen metaalob-Verwijder alle storingen metaalobjecten (bijv. horloje, armband, ring, etc.)uit het sensorbereik. Neem van de sensor het toestel Niet in de buurt van de sensor vast.
Autokalibratie nicht Voer een handmatige kalibratieuit. vereist
Permanent knipperen groen/geel/rood,
hoewel er geen metaal of spanningvoerende kabel in de buurt is.
Meetgereedschap Stuur het meetgereedschap maar de service. defect
- Neem waarom voor het boren, zagen of freeze in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebronnen in acht (bijv. bouwplannen).
Onderhoud en reiniging
Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Om de meetfunctie Niet te beinvloeden, mogen in het sensorgedeelte 6 aan de voor- en achechterkant van het meetgereedschap geen stickers of plaatjes, in het bijzonder geen plaatjes van metaal, worden aangebracht.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verwangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatatie over verwangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt ugraag bij vragen over onsze producten en toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderdelen algid hetuit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van hetmeetgereedschap.
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
2609 140 996 | (23.9.13) Bosch Power Tools








Dansk|83
Belgie
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Gooi meetgereedschappen, accu's en batterijen nicht bij het huisvuil.
Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU要去en nicht更是 bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG要去en defecte of lege accu's en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehonden.
SimpelGids