07.9260.6042 - Steelpan WMF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 07.9260.6042 WMF in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - 07.9260.6042 WMF
Download de handleiding voor uw Steelpan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 07.9260.6042 - WMF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 07.9260.6042 van het merk WMF.
GEBRUIKSAANWIJZING 07.9260.6042 WMF
1. Veiligheidsinstructies
2. Gebruik van de snelkookpan
3. Aanwijzingen voor het gebruik
4. Koken met een snelkookpan
5. Vier methoden om druk af te bouwen
6. Verzorging van de snelkookpan
Reiniging, opbergen, onderhoud
7. Veelzijdig gebruik
8. Garantieverklaring
9. Uitsluiting van aansprakelijkheid
10. Verhelpen van storingen
11. Kooktijden tabel
Toebehoren en reserveonderdelen zie omslag
1. Veiligheidsinstructies
1. Lees de gebruiksaanwijzing en alle
aanwijzingen a.u.b. volledig door, voordat u de WMF snelkookpan gaat gebruiken. Ondeskundig gebruik kan schade veroorzaken.
2. Geef de snelkookpan nooit aan iemand, die
zich niet van tevoren met deze gebruiksaanwijzing vertrouwd heeft gemaakt.
3. Houd kinderen uit de buurt van de
snelkookpan als deze in gebruik is.
4. Gebruik de snelkookpan nooit in de bakoven.
Dekselgrepen, ventielen en veiligheidsinrichtingen worden door de hoge temperaturen beschadigd.
5. Ga heel voorzichtig met de snelkookpan om
als deze onder druk staat. Raak geen hete oppervlakken aan. Maak gebruik van de dekselgrepen en de knoppen. Gebruik zonodig ovenwanten of pannenlappen.
6. Gebruik de snelkookpan uitsluitend voor de
doeleinden waarvoor hij bedoeld is.
7. Deze pan kookt met behulp van druk.
Ondeskundig gebruik kan verbrandingen veroorzaken. Let er vooral op dat de pan goed gesloten is, alvorens hem te verwarmen. Informatie hierover vindt u in de gebruiksaanwijzing.
8. Open de snelkookpan nooit met geweld.
Open de pan niet, voordat u gecontroleerd hebt, of de inwendige druk volledig afgebouwd is. Informatie hierover vindt u in de gebruiksaanwijzing.
9. Verhit de snelkookpan nooit, zonder er van
tevoren water in te doen; als u dit toch zou doen, zou dit de pan ernstig beschadigen. Minimum: 1/4 l water.112 Belangrijke aanwijzing: Let er ook op, dat de vloeistof niet helemaal verdampt. De gerechten kunnen aanbranden, de snelkookpan kan beschadigd raken door smeltende kunststof delen of de kookplaat kan beschadigd raken doordat het aluminium van de panbodem smelt. Als dit het geval zou zijn, schakel de warmtebron dan uit en beweeg de pan niet, totdat hij volledig afgekoeld is.
10. Vul de snelkookpan nooit voor meer dan 2/3
van zijn mogelijke inhoud. Als u levensmid- delen kookt, die tijdens het koken opzwellen, zoals bijv. rijst of droge groente, vul de snelkookpan dan maximaal voor de helft en houd u hierbij aan de extra aanwijzingen die de fabrikant van uw snelkookpan eventueel hiervoor heeft gegeven.
11. Laat de snelkookpan nooit zonder toezicht
achter. Reguleer de warmtebron zodanig dat de kookindicator niet hoger komt dan de betreffende oranje kookring. Als de warmtebron niet omlaag geschakeld wordt, ontsnapt stoom via het ventiel. De kooktij- den veranderen en het verlies aan vloeistof kan tot functiestoringen leiden.
12. Maak uitsluitend gebruik van de warmte-
bronnen die in de gebruiksaanwijzing genoemd zijn.
13. Als u vlees met vel (bijv. ossentong) hebt
gekookt, dat door de invloed van druk kan opzwellen, moet u het vlees niet opensteken zolang het vel gezwollen is; u zou zich kun- nen verbranden.
14. Schud de snelkookpan altijd eventjes
voordat u hem opent, zodat geen eventuele luchtbellen in de pan kunnen opspatten, waardoor u zich zou kunnen verbranden. Dit is vooral belangrijk als u de stoom snel laat ontsnappen of onder stromend water.
15. Houd uw handen, hoofd en lichaam altijd
uit de buurt van de gevaarlijke zone, als u de stoom snel laat ontsnappen of onder stromend water. U kunt gewond raken door de vrij komende stoom.
16. Controleer de functie van de veiligheidsin-
richtingen, ventielen en dichtingen voordat u de snelkookpan gebruikt. Alleen op deze manier kunnen wij een veilige werking ga- randeren. Informatie hierover vindt u in de gebruiksaanwijzing.
17. Gebruik de snelkookpan niet om levensmid-
delen onder druk in olie te frituren.
18. Breng geen veranderingen aan de veilig-
heidsinrichtingen aan, met uitzondering van de onderhoudswerkzaamheden die in de ge- bruiksaanwijzing genoemd worden.
19. Vervang de slijtagedelen (zie garantieverkla-
ring) regelmatig. Onderdelen die zichtbare kleurverschillen, scheuren of andere bescha- digingen vertonen of niet correct zitten, moeten door originele WMF reserveonderde- len vervangen worden.
20. Gebruik uitsluitend originele WMF reserve-
onderdelen. Gebruik vooral uitsluitend pan- nen en deksels van hetzelfde model.
21. Gebruik de snelkookpan niet, als de pan of
onderdelen ervan beschadigd of vervormd zijn, resp. als de functie ervan niet voldoet aan de beschrijving in de gebruiksaanwij- zing. Neem in dit geval contact op met de dichtstbijzijnde WMF vakhandelaar of met de afdeling klantenservice van de firma WMF AG in Geislingen/Steige. Bewaar deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig.113 DEGBESBG DKFI
2. Gebruik van de snelkookpan
Voor de eerste ingebruikneming 2.1. Snelkookpan openen Het schuifje (7) aan beide zijden naar het uiteinde van de handgreep schuiven. De markeringen op het schuifje (7) moeten op AUF/OPEN staan (A). De dekselgreep (5) naar rechts draaien, totdat de markeringen op het deksel en op de pangreep (6) tegenover elkaar staan (B). Deksel verwijderen. 2.2. Snelkookpan reinigen Voordat u de snelkookpan voor de eerste keer gebruikt, moet u de stickers verwijderen en alle delen van de pan afwassen (zie hoofdstuk »Reiniging«). Het deksel omdraaien en de greep (5) van het deksel verwijderen. Hiervoor moet u het oranje schuifje (4) aan de onderkant van de deksel- greep (5) in de pijlrichting naar het uiteinde van de greep schuiven (C), dekselgreep uitklap- pen en los halen (D). De dichtingsring (10) uit het deksel verwijderen (P). 2.3. Snelkookpan sluiten De greep in het deksel inhangen en het oranje schuifje (4) over de dekselrand heen hoorbaar laten vastklikken (E). De dichtingsring (10) zodanig in de dekselrand leggen, dat hij onder de naar binnen gebogen rand van het deksel ligt (G). Het deksel op de pan plaatsen (zie de markeringen op het deksel en op de greep) en de dekselgreep naar links tot aan de aanslag draaien (B). Het schuifje (7) exact naar de positie ZU/LOCKED schuiven.
3. Aanwijzingen voor het gebruik
3.1. Controle van de veiligheidsinrichtingen vóór elk gebruik Ga na of de dichtingsring (10) en de dekselrand schoon zijn. Controleer of de kogel zichtbaar op de dekselonderkant in het veiligheidsventiel (9) zit (G). Als de kogel zich in de bovenste kamer van het veiligheidsventiel / kookmechanisme (9) bevindt, verwijder dan de greep (5) en duw de kogel met uw vinger naar de onderste kamer (F). Verwijder de greep en test het hoofdventiel (3) op beweeglijkheid door er met uw vinger op te drukken (H). Controleer de afdichting van de kookindicator (2) op correcte zit en beschadiging. Neem a.u.b. in acht: de afdichting van de kookindicator niet doordrukken, omdat de restdrukbeveiliging beschadigd zou kunnen worden en de functie van uw snelkookpan dan niet meer gegarandeerd is (Q). De greep in het deksel inhangen (E). Het deksel op de pan plaatsen en sluiten (B). 3.2. Hoeveelheid vloeistof Voor de productie van stoom is minstens 1/4 l vloeistof noodzakelijk, onafhankelijk van het feit, of u mét of zonder inzetten (12) kookt. De snelkookpan mag maximaal voor 2/3 gevuld worden, om de functie niet nadelig te beïnvloe- den (M). Bij schuimende en sterk opzwellende gerechten (bijv. vleesbouillon, peulvruchten, inge- wanden, compote) mag de pan maar tot de helft gevuld worden. Voor verdere aanwijzingen zie hoofdstuk »Toebereiden van voedzame gerechten«. Als u uw levensmiddelen voor het koken wilt aan- braden (bijv. uien, vleesstukken e.d.), kunt u de WMF snelkookpan ook als een gewone pan gebruiken. Om deze levensmiddelen gaar te koken, moet u, voordat u het deksel op de snelkookpan doet, het aangebraden vlees los maken en de noodza- kelijke hoeveelheid vloeistof (minstens 1/4 l) toevoegen.114 Attentie! Kook altijd met voldoende vloeistof en let erop, dat de vloeistof van de gerechten nooit volledig verdampt. Als u dit niet in acht neemt kunnen de gerechten aanbranden en de pan en de kunststof dekselgrepen beschadigd worden.
4. Koken met de snelkookpan
4.1. Algemeen In de snelkookpan worden de gerechten onder druk gekookt, d.w.z. bij temperaturen boven 100 °C. Daardoor worden de kooktijden wel 70 % korter, een duidelijke besparing van ener- gie dus. Doordat de gerechten kort met stoom worden gekookt, blijven aroma, smaak en vita- mines verregaand behouden. 4.2. Koken met inzetten Afhankelijk van de grootte van de snelkookpan kunt u met inzetten (12) en een driepoot (13) koken. De inzetten en de driepoot zijn als toebehoren verkrijgbaar bij de vakhandelaar (zie »Toebeho- ren en reserveonderdelen« in de omslag). 4.3. Verhitten De gesloten, gevulde snelkookpan op de warmtebron plaatsen en de warmtebron op de hoogste stand instellen. Via het kookmecha- nisme (9), dat tegelijkertijd ook een veiligheids- ventiel is, kan in de opwarmfase net zo lang lucht ontwijken, totdat het ventiel hoorbaar sluit en zich druk kan opbouwen. De kookindicator (1) stijgt omhoog, de gele drukring en de twee oranje kookringen worden zichtbaar (J). Verminder de energietoevoer op tijd en zodanig, dat de in het recept aanbevolen oranje kookring nog net zichtbaar blijft. 4.4. Kooktijden De kooktijd begint pas, als de in het recept aan- bevolen oranje kookring helemaal zichtbaar is. Let erop dat de positie van de ring stabiel blijft. Regel de warmtebron dienovereenkomstig. Als de kookindicator (1) onder de gewenste oranje kookring daalt, moet u de warmtebron weer hoger zetten. De kooktijd wordt daardoor iets langer. Als de kookindicator (1) boven de tweede oranje ring komt, ontstaat een te hoge stoomdruk, die via het hoofdventiel (3) aan de dekselgreep hoorbaar ontwijkt. Verwijder de pan van de kookplaat, wacht totdat de kookindicator tot de tweede oranje kookring gedaald is en schakel de warmtebron omlaag. De korte kooktijden in een snelkookpan zijn mogelijk, omdat er door de stoomdruk hogere temperaturen in de pan heersen: Eerste ring, ca. 110 °C voor gevoelige gerechten zoals vis of compote. (45 kPa bedrijfsdruk, 90 kPa regeldruk) Tweede ring, ca. 119 °C voor alle overige gerechten. (95 kPa bedrijfsdruk, 130 kPa regeldruk, max. 150 kPA) Energiebewuste personen schakelen de warmte- bron al uit voordat de kooktijd verstreken is, omdat de warmte in de pan voldoende is om het kookproces te voltooien. De kooktijden kunnen bij dezelfde gerechten verschillend zijn, omdat levensmiddelen van hoeveelheid, vorm en hoe- danigheid verschillen. 4.5. Snelkookpan openen Neem de snelkookpan van de warmtebron, wanneer de kooktijd verstreken is. Het deksel mag altijd pas geopend en van de pan worden genomen, als de pan drukloos is, d.w.z. de kook- indicator (1) moet volkomen in de greep ver- dwenen zijn (I).115 DEGBESBG DKFI
De beveiliging tegen de resterende druk zorgt ervoor dat de pan zich alleen laat openen, als de druk helemaal afgebouwd is d.w.z. dat ook de gele drukring niet meer zichtbaar mag zijn. Als de gele ring zichtbaar blijft (K), is de rest- drukbeveiliging geactiveerd. Om deze te deacti- veren, moet u het schuifje (7) even naar de positie ZU/LOCKED schuiven. Als er geen stoom meer ontsnapt, schud de pan dan even. Daardoor komen eventuele stoombellen uit de gerechten vrij, die zich vooral bij vloeibare en brijachtige gerechten vormen en uit de pan kunnen springen, als u het deksel verwijdert. Draai nu de dekselgreep naar rechts, zoals beschreven, en open de pan. 4.6. Aanwijzing voor inductiefornuizen De TransTherm®-universele bodem (11) is geschikt voor alle soorten fornuizen, ook voor inductiefornuizen. Bij inductiefornuizen kan bij hoge kookstanden een zoemend geluid optreden. Dit geluid heeft een technische oorzaak en is geen teken dat uw fornuis of snelkookpan defect is. De grootte van de pan en van de kookplaat moeten overeenkomen, omdat vooral bij een kleine diameter de mogelijkheid bestaat dat de kookplaat (het magneetveld) niet op de bodem van de pan reageert.
5. Drie methoden om druk
af te bouwen Belangrijke aanwijzingen: Als u schuimende of opzwellende gerechten (bijv. peulvruchten, vleesbouillon, graan) gekookt hebt, dan moet u de pan niet volgens methode 2 of 3 drukloos maken. In de schil gekookte aardappelen barsten als ze volgens methode 2 of 3 afkoelen. Houd uw handen, hoofd en lichaam altijd uit de buurt van de gevaarlijke zone, als u de stoom snel laat ontsnappen m.b.v het schuifje of onder stromend water. U kunt gewond raken door de vrij komende stoom. Methode 1 Pan van de warmtebron nemen. Na korte tijd gaat de kookindicator omlaag (1). Als de indicator he- lemaal in de dekselgreep verdwenen is (I), schuift u het schuifje langzaam naar AUF/OPEN (A). Hierbij ontsnapt de nog resterende stoom onder de dekselgreep door. Als er geen stoom meer ontsnapt, schud de pan dan even, zodat even- tuele luchtbellen in de pan zich kunnen oplos- sen. Methode 2 Bij gerechten met een korte kooktijd (bijv. groente) schuift u het schuifje (7) langzaam en trapsgewijs naar AUF/OPEN (A), totdat er stoom onder de dekselgreep ontsnapt. Als u het schuifje helemaal naar AUF/OPEN heeft geschoven, er geen stoom meer ontsnapt en de kookindicator helemaal omlaag gedaald is (I), de pan schudden en openen. Methode 3 Als de ontsnappende stoom stoort, zet de pan dan gewoon in de gootsteen en laat koud water over het deksel lopen (L), totdat de kookindica- tor (1) helemaal in de dekselgreep verdwenen is (I). Pan even schudden en openen.116
6. Verzorging van de snelkookpan
6.1. Reiniging De dekselgreep uitklappen en aan beide zijden onder stromend water afwassen (D)(N). De dichtingsring (10) uit het deksel verwijderen (P) en met de hand afwassen. De pan, het deksel en de inzetten kunnen in de vaatwasser gereinigd worden. Levensmiddelres- ten niet afkrabben, maar inweken. Eventuele kalkaanslag met water en azijn uitkoken. De bodem van de pan ook regelmatig reinigen. 6.2. Opbergen De dichtingsring (10) na de reiniging apart opbergen, om hem te ontzien. 6.3. Onderhoud De snelkookpan is een technisch gebruiksvoor- werp en de afzonderlijke onderdelen kunnen aan slijtage onderhevig zijn. Na een langer gebruik moet u alle onderdelen daarom controleren aan de hand van de »Lijst van reserveonderdelen«. Bij duidelijke veranderingen moeten de betref- fende onderdelen worden vervangen. Gebruik uitsluitend de originele reserveonder- delen van de fabrikant. Aanwijzing: Als de dekselgreep (5) beschadigd is, moet deze in de fabriek gerepareerd worden.
7. Veelzijdig gebruik
Het koken met een snelkookpan heeft niet alleen voordelen voor traditionele toeberei- dingswijzen. 7.1. Toebereiden van diepvriesartikelen Diepvriesartikelen kunnen direct vanuit de die-pvries in de pan worden gedaan. Het vlees iets laten ontdooien om het aan te braden. Groente direct uit de verpakking in de inzet doen. De opwarmtijden worden langer, de kooktijden blijven hetzelfde. 7.2. Toebereiden van voedzame gerechten Voor voedzame gerechten worden vaak peul- vruchten en graan gebruikt. Bij de toebereiding in een snelkookpan hoeven de peulvruchten en het graan niet absoluut meer ingeweekt te wor- den. De kooktijden worden dan ca. de helft van de tijd langer. Doe de minimale hoeveelheid van 1/4l vloeistof in de pan en bovendien op 1 deel graan/peul- vruchten nog minstens 2 delen extra vloeistof. De resterende warmte van de kookplaat kan voor het nazwellen worden benut. Let erop dat bij schuimende of opzwellende gerechten (graan, peulvruchten) de pan maar voor de helft gevuld mag worden. 7.3. Inmaken Inmaakpotten met 1 l inhoud worden in een 6,5 l en een 8,5l snelkookpan ingemaakt, kleinere potten in een 4,5l snelkookpan. De levensmiddelen voorbereiden zoals u gewend bent. 1/4 l water in de snelkookpan doen. Inmaakpotten in de geperforeerde inzet zetten. Groente/vlees bij de tweede oranje kookring ca. 20 min koken Vruchten met steen bij de eerste oranje kookring ca. 5 min koken Vruchten met pitten bij de eerste oranje kookring ca. 10 min koken Laat de pan langzaam afstomen (methode 1) – dus niet m.b.v. het schuifje of onder stromend water drukloos maken, omdat anders het sap uit de potten wordt geperst.117 DEGBESBG DKFI
7.4. Uitpersen In een snelkookpan kunt u kleine hoeveelheden fruit tot sap verwerken. 1/4l water in de pan doen, de vruchten in de geperforeerde inzet leggen, eventueel suiker toevoegen en deze inzet vervolgens op een niet- geperforeerde inzet plaatsen. Bij de 2de oranje kookring koken. Afhankelijk van het soort fruit ligt de kooktijd tussen 10– 20 minuten. De pan onder stromend water drukloos maken (methode 3). De pan even schudden voordat u hem opent. 7.5. Steriliseren Babyflesjes, inmaakpotten enz. kunnen snel gesteriliseerd worden. De delen met de opening naar beneden in de ge- perforeerde inzet plaatsen, 1/4l water toevoegen en 20 min bij de 2de oranje kookring steriliseren. Langzaam laten afkoelen (methode 1). 7.6. Koken met inzetten Afhankelijk van de grootte van de snelkookpan kunt u met inzetten en een driepoot koken. De inzetten en de driepoot zijn als toebehoren verkrijgbaar bij de vakhandelaar. U kunt in een snelkookpan ook meerdere ge- rechten tegelijk toebereiden. De afzonderlijke gerechten worden door de inzetten van elkaar gescheiden. Het gerecht met de langste kooktijd wordt het eerst in de pan gedaan, zonder inzet. Voorbeelden Vlees (20 min) – op de bodem van de pan Aardappelen (8 min) – geperforeerde inzet Groente (8 min) – niet-geperforeerde inzet Het vlees eerst 12 min. laten koken. Dan de pan volgens de gebruiksaanwijzing openen. De aardappelen in de geperforeerde inzet op de driepoot plaatsen, de groente in de niet-geper- foreerde inzet in de pan plaatsen, de pan sluiten en alles nog eens 8 min koken. Wanneer de kooktijden niet wezenlijk van elkaar verschillen, kunnen alle inzetten tegelijkertijd in de pan geplaatst worden. Doordat de pan tussendoor geopend wordt, ont- snapt er stoom; doe dus iets meer dan de nood- zakelijke hoeveelheid vloeistof in de pan.
8. Garantieverklaring
Tijdens de garantieperiode staan wij garant voor een optimale functie van het product en alle onderdelen ervan. De garantie periode bedraagt 3 jaar en begint met de datum van aankoop van het product bij de WMF vakhandelaar, aan te tonen door een door de verkoper volledig ingevuld garantie bewijs. Als het product tijdens de garantieperiode gebreken vertoont, zullen wij deze kosteloos verhelpen door de beschadigde onderdelen te vervangen door optimaal functionerende onder- delen. Beschadigde onderdelen kunnen uitsluitend worden vervangen door de WMF vakhandelaar of de klantenservice van de firma WMF AG in Geislingen/Steige. De aanspraak op garantie heeft uitsluitend be- trekking op deze aanspraak. Verdere aanspraken op garantie zijn uitgesloten. Om een aanspraak op garantie te doen gelden moet het garantiebewijs voorgelegd worden. Dit garantiebewijs moet samen met de WMF snel- kookpan aan de koper overhandigd worden. De aanspraak op garantie bestaat uitsluitend wan- neer het volledig ingevulde garantiebewijs voor- gelegd kan worden. Vanzelfsprekend heeft deze garantieverklaring geen nadelige invloed op uw wettelijke waar- borgrechten. Binnen de waarborgperiode bent u in het bezit van de wettelijke waarborgrech- ten op herstelling of vervanging, prijsverminde- ring, ontbinding en schadevergoeding in de wettelijke omvang.118 Van deze garantieplicht zijn uitgesloten: – Afdichting kookindicator – Afdichting beveiliging tegen resterende druk – Afdichting stoomuitlaat opening – Veiligheidsventiel – Dichtingsring – Batterijen Deze onderdelen zijn onderhevig aan een natuurlijke slijtage. 10 jaar leveringsgarantie op reserveonderdelen.
9. Uitsluiting van aansprakelijkheid
Wij stellen ons niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan om de volgende redenen: – Ongepast of ondeskundig gebruik – Foutieve of nalatige behandeling – Ondeskundig uitgevoerde reparaties – De inbouw van reserveonderdelen die niet overeenkomen met de originele uitvoering – Chemische of fysische invloeden op de oppervlakken van de pan – Het niet inachtnemen van deze gebruiksaanwijzing Naam en adres van de garantieverlener WMF AG Eberhardstraße 73309 Geislingen/Steige Een aanspraak op garantie kunt u ofwel direct bij de garantieverlener of bij een geautoriseerde WMF vakhandelaar doen gelden.
10. Verhelpen van storingen
Storingen aan de snelkookpan Te lange opwarmtijd of de kookindicator (1) stijgt niet omhoog. Aan het deksel ontsnapt stoom. Uit het veiligheidsventiel/kookmechanisme (9) ontsnapt voortdurend stoom (geldt niet voor de opwarmfase). +119 DEGBESBG DKFI
Oorzaak Diameter van de kookplaat is niet geschikt. Energiestand ongeschikt. Het deksel ligt niet goed op de pan. De kogel in het veiligheidsventiel/ kookmechanisme (9) zit niet goed. Te weinig vloeistof (min.1/4 l). De dichtingsring (10) en/of de pannenrand zijn niet schoon. Het schuifje (7) staat niet op ZU/LOCKED. De dichtingsring (10) is beschadigd of hard (door slijtage). De kogel zit niet goed in het ventiel. De kogel is naar de bovenste kamer gedrukt. Bij storingen altijd de snelkookpan van de kookplaat verwijderen. De pan nooit met geweld openen. Verhelpen Een kookplaat kiezen die bij de diameter van de pan past. Op de hoogste energiestand zetten. De pan volkomen drukloos maken, openen. De dichtingsring (10) op correcte zit controleren en de pan opnieuw sluiten. De pan volkomen drukloos maken, openen, de greep verwijderen, het veiligheidsventiel (9) controleren, de zit van de metalen kogel in het deksel controleren (F)(G). De pan volkomen drukloos maken, deksel openen. De vloeistof bijvullen en de pan opnieuw sluiten. De pan volkomen drukloos maken, deksel openen. De dichtingsring (10) en de pannenrand reinigen en de pan opnieuw sluiten. Het schuifje (7) op ZU/LOCKED zetten. De dichtingsring (10) door een originele WMF dichtingsring vervangen. De pan volkomen drukloos maken, deksel openen en de greep verwijderen. De kogel naar de onderste kamer drukken (F). Het hoofdventiel (3) op beweeglijkheid controleren (G) en de pan opnieuw sluiten.120
11. Kooktijden tabel
Varkensvlees en kalfsvlees Bij de 2de ring koken en erop letten dat de pan minstens 1/4 liter vloeistof bevat. Bij geen enkel gerecht is een speciale inzet noodzakelijk. Rundvlees Bij de 2de ring koken en erop letten dat de pan minstens 1/4 liter vloeistof bevat. Bij rundertong is een geper - foreerde inzet noodzakelijk. Kippenvlees Bij de 2de ring koken en erop letten dat de pan minstens 1/4 liter vloeis tof bevat. Bij een soepkip is een geper foreerde inzet nood zakelijk. Wild Bij de 2de ring koken en erop letten dat de pan mins- tens 1/4 liter vloeistof bevat. Er is geen speciale inzet noodzakelijk. Lamsvlees Bij de 2de ring koken en erop letten dat er minstens 1/4 liter vloeistof in de pan is. Vis Bij de 1ste ring koken en erop letten dat de pan minstens 1/4 liter vloeis tof bevat. Bij ragout en goulash is geen inzet noodzakelijk, anders de niet geper foreerde inzet gebruiken. Minuten Varkensvlees in reepjes 5 – 7 Varkensgoulash 10 – 15 Varkensgebraad 20 – 25 Kooktijd afhankelijk van grootte en vorm Kalfsvlees in reepjes 5 – 7 Kalfsgoulash 10 – 15 Kalfsschenkel 25 – 30 Kalfstong 15 – 20 Met water bedekken Kalfsgebraad 20 – 25 Kooktijd afhankelijk van grootte en vorm Gebraden gehakt 10 – 15 Zuurvlees 30 – 35 Rundertong 45 – 60 Rundsvlees in reepjes 6 – 8 Goulash 15 – 20 Roulade 15 – 20 Rundsgebraad 35 – 45 Kooktijd afhankelijk van grootte en vorm Soepkip 20 – 25 Max. 1/2 vulhoeveelheid Kipstukken 6 – 8 Kalkoenbout 25 – 30 Afhankelijk van de dikte van de bouten Kalkoenragout 6 – 10 Identiek voor kalkoense haan en hen Kalkoenschnitzels 2 – 3 Haas 15 – 20 Hazenrug 10 – 12 Hert 25 – 30 Hertengoulash 15 – 20 Lamsragout 20 – 25 Schapenvlees heeft langere kooktijden Lamsgebraad 25 – 30 Kooktijd afhankelijk van grootte en vorm Visfilet 2 - 3 In eigen vocht gestoomd Hele vissen 3- 4 In eigen vocht gestoomd Ragout of goulash 3 - 4121 DEGBESBG DKFI
ij de 2de ring koken en rop letten dat de pan met in. 1/4 liter tot max. de elft gevuld is. Er is geenspeciale inzet noodzakelijk. Groenten Bij de 1ste ring koken enerop letten dat er minstens1/4 liter vloeistof in de panis. Bij zuurkool en rode bie-ten is geen inzet nood -zakelijk. Bij alle anderege rechten is de geper fore er -de inzet noodzakelijk. Vanaf de bonen wordt de tempera -tuur van de kooktijd hoger(2de ring). Peulvruchten Graan Bij de 2de ring koken en erop letten dat de pan metmin. 1/4 liter tot max. dehelft gevuld is. Op 1 deelgraan komen 2 delen water.Niet ingeweekt graan moet20 – 30 min. langer koken.Paprijst bij de 1ste ringkoken. Fruit Bij de 1ste ring koken enerop letten dat de pan mins-tens 1/4 liter vloeistof bevat. Tips en trucjes voor het koken Minuten Erwten-, linzensoep 12 – 15 Ingeweekte peulvruchten Vleesbouillon 25 – 3 Geldt voor alle vleessoorten0 Groentesoep 5 – 8 Goulashsoep 10 – 15 Kippensoep 20 – 25 Kooktijd afhankelijk van de grootte Ossestaartsoep 35 Aardappelsoep 5 – 6 Aubergines,komkommers, Groenten die met stoom gekookt wor tomaten 2 - 3 den, hebben meer aroma en vitamines Bloemkool, paprika, prei 3 – 5 Erwten, selderij, koolrabi 4 – 6 Venkel, wortelen, savooiekool 5 – 8 Bonen, groene kool, rode kool 7 – 10 Zuurkool 10 – 15 Rode bieten 15 – 25 Aardappelen 6 – 8 In de schil gekookte aardappelen Aardappelen met schil 6 – 10 barsten als ze te snel afkoelen. Erwten, bonen, linzen 10 – 15 Dikke bonen 10 min. langer koken Boekweit, gierst 7 – 10 Kooktijd voor ingeweekt graan Maïs, rijst, gort 6 – 15 Kooktijd voor ingeweekt graan Paprijst 20 – 25 Bij de 1ste ring Langkorrelrijst 6 -8 Zilvervliesrijst 12 – 15 Tarwe, rogge 10 – 15 Kooktijd voor ingeweekt graan Kersen, pruimen 2 – 5 Geperforeerde inzet wordt aanbevolen Appels, peren 2 – 5 Geperforeerde inzet wordt aanbevolen Kooktijd begint, zodra de voorgeschreven ring aan de kookindicator te zien is De aangegeven waarden zijn richtwaarden Liever kortere kooktijden kiezen, u kunt altijd nog nakoken Bij de aangegeven kooktijden voor de groenten, blijven de gerechten knapperig De kooktemperatuur bedraagt bij de 1st e ring 109 °C en bij de 2de ring 117 °C Recepten vindt u op www.wmf.com123 DEGBESBG DKFI
Notice-Facile