DAG 230D - Vermaler HILTI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DAG 230D HILTI in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - DAG 230D HILTI
Download de handleiding voor uw Vermaler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DAG 230D - HILTI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DAG 230D van het merk HILTI.
GEBRUIKSAANWIJZING DAG 230D HILTI
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING DCG 230‑D / DAG 230‑D Haakse slijper Lees de handleiding vóór het eerste gebruik beslist door. Bewaar deze handleiding altijd bij het appa- raat. Geef het apparaat alleen samen met de hand- leiding aan andere personen door. Inhoud Pagina1 Algemene opmerkingen 792 Beschrijving 803Verbruiksmateriaal 824 Technische gegevens 835 Veiligheidsinstructies 846 Inbedrijfneming 887 Bediening 908 Verzorging en onderhoud 919 Foutopsporing 9210 Afval voor hergebruik recyclen 9211 Fabrieksgarantie op apparatuur 9212 EG-conformiteitsverklaring (origineel) 93 1 Deze nummers verwijzen naar afbeeldingen. De afbeel- dingen bij de tekst vindt u op de uitklapbare omslagpa-gina's. Houd deze bij het bestuderen van de handleidingopen. In de tekst van deze handleiding wordt met »het ap- paraat« altijd de haakse slijpmachine DCG 230‑D of dehaakse slijpmachine DAG 230‑D bedoeld.Onderdelen, bedienings- en indicatie-elementen 1 Spanmoer Snelspanmoer "Kwick-Lock" (optioneel) Doorslijpschijf Spanring Veiligheidsnok Beschermkap Spindel Stelbout Spanhendel Steunpunt Schroefdraadbus voor handgrepen Spindelblokkeerknop Ontgrendelingshendel (voor draaibare handgreep) Zijhandgreep Aan-/uitschakelaar (Hold to run) Spansleutel 1 Algemene opmerkingen 1.1 Signaalwoorden en hun betekenisGEVAARVoor een direct dreigend gevaar dat tot ernstig letsel oftot de dood leidt.WAARSCHUWING Voor een eventueel gevaarlijke situatie die tot ernstig letsel of tot de dood kan leiden.ATTENTIEVoor een eventueel gevaarlijke situatie die tot licht letselof tot materiële schade kan leiden.AANWIJZINGVoor gebruikstips en andere nuttige informatie.1.2 Verklaring van de pictogrammen en overigeaanwijzingenWaarschuwingstekensWaarschu-wing vooralgemeengevaarWaarschu-wing voorgevaarlijkeelektrischespanning
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02Gebodstekens Veiligheids- bril dragen Helm dragen Oorbescher- mers dragen Werkhand- schoenen dragen Licht stofmasker dragen Symbolen Vóór het gebruik de handleiding lezen Afval voor hergebruik recyclen Volt Ampère Hertz Watt Wissel- stroom Bereke- ningstoeren- tal Omwentelin- gen per minuut Omwentelin- gen per minuut Diameter Dubbel geïsoleerd Plaats van de identificatiegegevens op het apparaat Het type en het seriekenmerk staan op het typeplaatje van uw apparaat. Neem deze gegevens over in uw hand- leiding en geef ze altijd door wanneer u onze vertegen- woordiging of ons servicestation om informatie vraagt. Type: Generatie: 01 Serienr.: 2 Beschrijving
2.1 Gebruik volgens de voorschriften
Het apparaat is bestemd om metaal en minerale stoffen zonder gebruik van water door te slijpen en af te bramen. Neem de specificaties in de handleiding betreffende het gebruik, de verzorging en het onderhoud in acht. Metaal bewerken: Doorslijpen, afbramen. Minerale oppervlakken bewerken: Doorslijpen, splijten en afbramen. Gebruik alleen werkgereedschap (afbraamschijven, doorslijpschijven etc.), dat voor een toerental van minstens 6500/min toegelaten is en een maximale schijfdikte van 8 mm en een maximumdiameter van Ø 230 mm heeft. Gebruik alleen kunstharsgebonden of vezelversterkte afbraam- en doorslijpschijven meteen toegelaten omtreksnelheid van 80 m/sec. Gebruik ter voorkoming van letsel alleen originele Hilti toebehoren en apparaten. Materialen die schadelijk zijn voor de gezondheid (bijv. asbest) mogen niet worden bewerkt. Neem ook de lokale wetgeving m.b.t. de arbeidsomstandigheden in acht. Aanpassingen of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan. Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met de netspanning en -frequentie die op het typeplaatje staan aangegeven.
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02De werkomgeving kan zijn: bouwplaats, werkplaats, renovatie, verbouw of nieuwbouw. Het apparaat is bestemd voor de professionele gebruiker en mag alleen door geautoriseerd, onderricht personeel bediend, onderhouden en gerepareerd worden. Dit personeel moet speciaal op de hoogte zijn gesteld van de mogelijke gevaren. Het apparaat en de bijbehorende hulpmiddelen kunnen gevaar opleveren als ze door ongeschoolde personen onjuist of niet volgens de voorschriften worden gebruikt. Houd rekening met de omgevingsinvloeden. Gebruik het apparaat niet op plaatsen waar het risico van explosie en brand bestaat.
Handgreep met vibratiedemping Draaibare beugelgreep
Aan-/uitschakelaar (Hold to run)
Door de elektronische begrenzing van de opstartstroom wordt de inschakelstroom zo sterk gereduceerd, dat de netzekering niet geactiveerd wordt. Dit voorkomt dat het apparaat met schokken op gang komt.
2.6 ATC (Active Torque Control)
De elektronica herkent dat de schijf dreigt klem te gaan zitten en voorkomt door het apparaat uit te schakelen dat de spilverderdraait(eenterugslagwordtnietvoorkomen).Omhetapparaatweer in bedrijf te nemen moet de schakelaar uit- en weer aangezet worden. AANWIJZING Als de ATC-functie defect is, draait het apparaat alleen nog met sterk gereduceerd toerental en koppel. Het apparaat moet voor onderhoud naar de technische dienst worden gestuurd.
2.7 Herstartblokkering
Na een eventuele stroomuitval start het apparaat niet zelfstandig wanneer de schakelaar is ingedrukt. De schakelaar moet eerst uit en vervolgens weer aan worden gezet.
2.8 Gebruik van verlengsnoeren
Gebruik alleen verlengsnoeren die voor de toepassing zijn toegestaan en een voldoende diameter hebben. Anders kan vermogensverlies van het apparaat en oververhitting van het snoer optreden. Controleer het verlengsnoer regelmatig op beschadigingen. U dient beschadigde verlengsnoeren te vervangen. Aanbevolen minimale diameters en max. snoerlengtes: Snoerdiameter 1,5 mm² 2 mm² 2,5 mm² 3,5 mm² Netspanning 100 V 30 m 50 m Netspanning 110‑127 V 20 m 30 m 40 m 50 m Netspanning 220‑240 V 50 m 100 m Gebruik geen verlengsnoer met een snoerdiameter van 1,25 mm².
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 022.9 Verlengsnoer buiten Gebruik buiten alleen voor dit doel goedgekeurde en overeenkomstig gekenmerkte verlengsnoeren.
2.10 Het gebruik van een generator of transformator
Dit apparaat kan door een generator of transformator van de bouwplaats worden gevoed, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: Het afgegeven vermogen in watt is minstens het dubbele van wat op het typeplaatje van het apparaat staat aangegeven, de bedrijfsspanning dient altijd binnen de +5% en ‑15% ten opzichte van de nominale spanning te liggen en de frequentie moet 50 tot 60 Hz en mag nooit meer dan 65 Hz bedragen, en er dient een automatische spanningsregelaar met aanloopversterking voorhanden te zijn. Bij gebruik van een generator/transformator in geen geval gelijktijdig andere apparaten aansluiten en gebruiken. Het in- en uitschakelen van andere apparaten kan onderspannings- en/of overspanningspieken veroorzaken, waardoor het apparaat beschadigd kan raken.
2.11 Kap voor doorslijpwerkzaamheden DC-EX 230/9" met geleidesleden 2
Doorslijpwerkzaamheden op minerale ondergronden mogen alleen met een stofkap en geleidesleden worden uitge- voerd. ATTENTIE Het is verboden met deze kap metaal te bewerken. AANWIJZING In het algemeen wordt het aangeraden om bij het doorslijpen en splijten van minerale ondergronden, zoals beton of steen, een op het systeem afgestemde stofafzuigkap met een geschikte Hilti stofzuiger te gebruiken. Dit systeem dient ter bescherming van de gebruiker en verhoogt de levensduur van het apparaatenhetgereedschap.
2.12 Beschermkap met dekplaat 3
ATTENTIE Voor het afbramen met rechte afbraamschijven en het doorslijpen met doorslijpschijven bij de bewerking van metalen alleen de beschermkap met afdekplaat gebruiken. 3 Verbruiksmateriaal Schijven voor max. Ø 230 mm, 6500/min, een omtreksnelheid van 80 m/sec, een schijfdikte van max. 8 mm. Schijven Toepassing Afkorting Ondergrond Abrasieve doorslijpschijf Doorslijpen, splijten AC‑D Metaal Diamant-doorslijpschijf Doorslijpen, splijten DC‑D Mineraal Abrasieve afbraamschijf Afbramen AG-D Metaal Indeling van de schijven bij de te gebruiken uitrusting Pos. Uitrusting AC‑D AG-D DC‑D A Beschermkap
B Beschermkap met dekplaat X
D Zijhandgreep X X X E Beugelgreep DC BG (optioneel bij D) X X X FSpanmoer XXX GSpanring XXX H Kwick Lock (optioneel bij F) X X X
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 024 Technische gegevens Technische wijzigingen voorbehouden! Apparaat
Nominale frequentie 50/60 Hz 50/60 Hz Nominaal toerental 6.500/min 6.500/min Max. ringdiameter Ø 230 mm Ø 230 mm Afmeting (L x H x B) zonder kap 525 mm x 138 mm x 111 mm 510 mm x 138 mm x 111 mm Gewicht conform EPTA‑procedure 01/2003 6,6 kg 5,9 kg Apparaat- en toepassingsinformatie Schroefdraad-aandrijfspil M 14 Spindellengte 25 mm Isolatieklasse volgens EN / IEC Isolatieklasse II (dubbel geïsoleerd) AANWIJZING Het in deze aanwijzingen aangegeven trillingsniveau is overeenkomstig een in EN 60745 genormeerd meetproces gemeten en kan worden gebruikt voor een onderlinge vergelijking van elektrisch gereedschap. Het is ook geschikt voor een voorlopige inschatting van de trillingsbelasting. Het aangegeven trillingsniveau is representatief voor de belangrijkste gebruiksgebieden van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap echter wordt gebruikt voor andere toepassingen, met afwijkende gereedschappen of als het onvoldoende wordt onderhouden, kan het trillingsniveau afwijken. Hierdoor kan de trillingsbelasting over de gehele gebruiksperiode duidelijk worden verhoogd. Voor een nauwkeurige inschatting van de trillingsbelasting moet ook rekening worden gehouden met de tijden waarin het apparaat is uitgeschakeld of weliswaar draait maar niet wordt gebruikt. Hierdoor kan de trillingsbelasting over de gehele gebruiksperiode duidelijk verminderen. Leg de overige veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker tegen trillingen ook vast, zoals: Onderhoud van het elektrisch gereedschap en de gereedschappen, warmhouden van handen, organisatie van de werkzaamheden. Geluidsinformatie (volgens EN 60745‑1): Typisch A‑gekwalificeerd geluidsvermogensniveau DCG 230 101 dB (A) Typisch A-gekwalificeerd emissiegeluidsniveau DCG 230 90 dB (A) Typisch A‑gekwalificeerd geluidsvermogensniveau DAG 230 101 dB (A) Typisch A-gekwalificeerd emissiegeluidsniveau DAG 230 90 dB (A) Onzekerheid voor het genoemde geluidsniveau 3 dB (A) Vibratie-informatie volgens EN 60745-1 Triaxiale vibratiewaarden (vibratie-vectorsom) DCG 230‑D gemeten volgens EN 60745‑2‑3 Oppervlakteslijpen met vibratiereducerende handgreep,
h,AG 5,5 m/s² Onzekerheid (K) 1,5 m/s² Triaxiale vibratiewaarden (vibratie-vectorsom) DAG 230‑D gemeten volgens EN 60745‑2‑3 Oppervlakteslijpen met vibratiereducerende handgreep,
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02Onzekerheid (K) 1,5 m/s² Aanvullende informatie Andere toepassingen, zoals doorslijpen, kunnen leiden tot afwijkende trillingswaarden. 5 Veiligheidsinstructies
5.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen voor
WAARSCHUWING Lees alle aanwijzingen en veiligheidsvoorschrif- ten. Wanneer de veiligheidsvoorschriften en aanwij- zingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot ge- volg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en voorschriften goed. Het in de veiligheidsvoorschrif- ten gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrische gereedschappen met net- voeding (met aansluitkabel) en op accu-aangedreven elektrische gereedschappen (zonder aansluitkabel).
5.1.1 Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk niet met het apparaat in een explosieve om- geving waarin zich brandbare vloeistoffen, gas- senofstoffenbevinden.Elektrische gereedschap- pen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
5.1.2 Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrisch gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stek- ker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stek- kers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwar- mingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrisch gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapsde- len. Beschadigde of in de war geraakte kabels ver- groten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereed- schap werkt, dient u alleen verlengkabels te ge- bruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedge- keurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving absoluut noodzakelijk is, gebruik dan een lekstroomschakelaar. Het gebruik van een lekstroomschakelaar verkleint het risico op stroomschokken.
5.1.3 Veiligheid van personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektri- schegereedschap. Gebruikhet elektrisch gereed- schap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een mo- ment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrisch gereedschap kan tot ernstig letsel leiden. b) Draag een persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril.Het dragenvan eenper- soonlijke beschermende uitrusting, zoals een stof- masker, slipvaste werkschoenen, een veiligheids- helm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, ver- mindert het risico op letsel. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer of het elektrisch gereedschapis uitgeschakeldvoor- dat u de stekker in het stopcontact steekt en/of de accu aanbrengt, of het gereedschap optilt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschappen of schroefsleu- tels voordat u het elektrisch gereedschap inscha- kelt. Instelgereedschap of een sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot letsel leiden. e) Neem geen ongewone lichaamshouding aan. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte werkkleding.Draag geenloshan- gende kledingof sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangendekleding,sieradenenlangeharenkun- nen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuig- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuig- systeem kan de gevaren door stof beperken.
5.1.4 Gebruik en hantering van het elektrisch
gereedschap a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektri- sche gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaar- lijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of de accu uit het apparaat voordat u het gereedschap in- stelt, toebehoren wisselt of het apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld star- ten van het elektrisch gereedschap. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschap- pen buiten bereik van kinderen. Laat het gereed- schap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. e) Ga zorgvuldig met het elektrisch apparaat om. Controleer of bewegende delen correct functio- nerenennietvastklemmenenofonderdelenge- broken of zodanig beschadigd zijn dat de werking van het apparaat nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren voordat u het appa- raat gebruikt. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen. f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzet- gereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, in- zetgereedschappen enz. zó als voor dit apparaat is voorgeschreven. Let daarbij op de arbeidsom- standigheden en de uit te voeren werkzaamhe- den. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
a) Laat het apparaat alleen repareren door gekwa- lificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrisch ge- reedschap in stand blijft.
5.2 Algemene veiligheidsinstructies voor het
slijpen, schuren, het werken met draadborstels en voor het doorslijpen a) Dit elektrisch gereedschap kan als slijpmachine en doorslijpmachine worden gebruikt. Neem alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeeldingen en informatie die u bij het apparaat ontvangt in acht. Indienudevolgendeaanwijzingen niet in acht neemt, dan kan dit tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel leiden. b) Dit elektrisch gereedschap is niet geschikt voor werkzaamheden als schuren, werken met draad- borstels en polijsten. Toepassingen waarvoor het elektrisch gereedschap niet bestemd is, kunnen ge- vaar en letsel veroorzaken. c) Maak geen gebruik van toebehoren die niet door de fabrikant speciaal voor dit elektrische appa- raat zijn bedoeld en aanbevolen. Hetfeitdatu toebehoren aan uw elektrisch gereedschap kunt be- vestigen, betekent nog niet dat het gebruik hiervan veilig is. d) Het toegestane toerental van het inzetgereed- schap dient minstens zo hoog te zijn als het maxi- male toerental dat op het elektrisch gereedschap staat aangegeven. Toebehoren die sneller draaien dantoegestaankunnenbrekeneninhetrondvliegen. e) De buitendiameter en dikte van het inzetgereed- schap dienen overeen te komen met de opgege- ven afmetingen van uw elektrisch gereedschap. Verkeerd bemeten inzetgereedschap kan niet vol- doende worden afgeschermd of gecontroleerd. f) Inzetgereedschap met schroefdraadbevestiging moet exact op de schroefdraad van de slijpspil passen. Bij inzetgereedschap dat met behulp van eenflenswordtgemonteerd, moet de gatdiameter van het inzetgereedschap overeenkomen met de opnamediameter van de flens. Inzetgereedschap dat niet nauwkeurig op het elektrisch gereedschap wordt bevestigd, draait ongelijkmatig en trilt zeer sterk, hetgeen kan leiden tot verlies van de controle over het apparaat. g) Gebruik geen beschadigd inzetgereedschap. Controleer inzetgereedschap, zoals slijpschijven, voor het gebruik altijd op afsplinteringen en barsten, steunschijven op barsten of sterke slijtage, draadborstels op losse of gebroken draden. Wanneer het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap naar beneden valt, controleert u of het beschadigd is, of gebruikt u onbeschadigd gereedschap. Wanneer u het inzetgereedschap heeft gecontroleerd en ingezet, zorgt u ervoor dat personen die zich in de nabijheid bevinden buiten bereik blijven van het roterende inzetgereedschap en laat u het apparaat een minuut lang op het hoogste toerental draaien. Beschadigd inzetgereedschap breekt meestal in deze testperiode. h) Draag een persoonlijke veiligheidsuitrusting. Draag afhankelijk van de toepassing volledige gezichtsbescherming of een veiligheidsbril. Draag indien nodig een stofmasker, gehoorbe- scherming, werkhandschoenen of een speciaal schort, dat u bescherming biedt tegen kleine slijp- en materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen tegen rondvliegende deeltjes, die bij verschillende toepassingen ontstaan, te worden beschermd. Stof- en zuurstofmaskers dienen het ontstane stof te filteren. Wanneer u lang aan hard geluid bent blootgesteld, kan dit leiden tot gehoorbeschadiging.
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02i) Let er op dat andere personen zich op een veilige afstand van de werkruimte bevinden. Iedereen die de werkruimte betreedt, dient een persoon- lijke veiligheidsuitrusting te dragen. Brokstukken van het werkstuk of gebroken inzetgereedschap kun- nen wegvliegen en letsel veroorzaken, ook buiten de directe werkruimte. j) Houd het apparaat alleen vast aan de geïso- leerde greepgedeelten, wanneer u werkzaamhe- den uitvoert waarbij het inzetgereedschap ver- dekte stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Door het contact met een spanningvoerende leiding kunnen ook metalen delen van apparaten onder spanning komen te staan, hetgeen tot een elektrische schok kan leiden. k) Houd het netsnoer uit de buurt van draaiend in- zetgereedschap. Wanneer u de controle over het apparaat verliest, kan het netsnoer worden doorsne- denof gegrepen, waardooruhandofuwarmmogelijk in het draaiende inzetgereedschap terechtkomt. l) Zet het elektrisch gereedschap nooit weg voor- dat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact treden met het steunvlak, waardoor u de controle over het elektrisch gereedschap kunt verlie- zen. m) Laat het elektrisch gereedschap nooit lopen ter- wijl u het draagt. Uw kleding kan door het toevallige contact met het draaiende inzetgereedschap gegre- pen worden en het inzetgereedschap kan zich in uw lichaam dringen. n) U dient de ventilatiesleuven van uw elektrisch gereedschap regelmatig te reinigen. De motor- ventilator trekt stof in de behuizing, en een sterke opeenhoping van metaalstof kan leiden tot elektri- sche gevaren. o) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de nabijheid van brandbare materialen. Door vonken kan dit materiaal vlam vatten. p) Gebruik geen inzetgereedschap dat vloeibare koelmedia vereist. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmedia kan leiden tot een elektrische schok.
5.3 Terugslag en bijbehorende
veiligheidsvoorschriften Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van draaiend inzetgereedschap dat blijft haken of geblok- keerd wordt, zoals slijpschijven, steunschijven, draadbor- stels, etc. Dit leidt tot een abrupte stop van het roterende inzetgereedschap. Hierdoor ondergaat een ongecontro- leerd elektrisch gereedschap, tegen de draairichting van het inzetgereedschap in, bij de plaats van de blokkade een versnelling. Wanneer bijv. een slijpschijf in het werkstuk haakt of geblokkeerd raakt, kan de slijpschijf met de kant die invalt in het werkstuk vast komen te zitten. Hierdoor kan de slijpschijf uitbreken of een terugslag veroorzaken. De slijpschijf beweegt zich dan naar de bediener of van hem weg, afhankelijk van de draairichting van de schijf op de plaats van de blokkade. Hierbij kunnen slijpschijven ook breken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van het elektrisch gereedschap. Dit kan door ge- schikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven, worden voorkomen. a) Houd het elektrisch gereedschap goed vast en breng uw lichaam en armen in zo'n positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. Gebruik altijd de extra handgreep, indien voorhanden, om een zo groot mogelijke controle op terugslag- krachten of reactiemomenten te hebben ingeval van onopzettelijk starten. De bediener kan door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen de terugslag- en reactiekrachten beheersen. b) Kom met uw hand nooit in de buurt van draaiend inzetgereedschap. Het inzetgereedschap kan zich bij een terugslag over uw hand bewegen. c) Kom niet met uw lichaam binnen het gebied waarin het elektrisch gereedschap bij een terug- slag wordt bewogen. Door de terugslag wordt het elektrisch gereedschap naar de plaats van de blok- kade bewogen in een richting die tegengesteld is aan de beweging van de slijpschijf. d) Werk bijzonder voorzichtig in de buurt van hoe- ken, scherpe randen, etc. Voorkom dat inzetge- reedschap van het werkstuk terugkaatst en be- klemd raakt. Het roterende inzetgereedschap heeft bij hoeken, scherpe randen of wanneer het wegketst de neiging beklemd te raken. Dit leidt tot controle- verlies of een terugslag. e) Gebruik geen getand of kettingzaagblad. Dergelijk inzetgereedschap leidt vaak tot een terugslag of tot het verlies van controle over het elektrisch gereed- schap.
5.4 Speciale veiligheidsvoorschriften voor het
slijpen en doorslijpen a) Gebruik uitsluitend de voor uw elektrisch gereed- schap toegestane slijpstenen en de voor deze slijpstenen bestemde beschermkap. Slijpstenen dienietgeschiktzijnvoorhetelektrischgereed- schap, kunnen niet voldoende worden afgeschermd en zijn onveilig. b) Doorgezette slijpschijven moeten zodanig wor- den gemonteerd, dat het slijpvlak niet boven het vlak van de beschermkaprand uitsteekt. Een on- juist gemonteerde slijpschijf die boven het vlak van de beschermkaprand uitsteekt, kan niet voldoende worden afgeschermd. c) De beschermkap moet veilig op het elektrisch ge- reedschap zijn aangebracht en voor een zo groot mogelijkeveiligheidzodanigzijn afgesteld dat een zo klein mogelijk deel van het slijpdeel open naar de bediener gericht is.. De beschermkap moet de bediener beschermen tegen brokstukken, toevallig contact met het slijpdeel en vonken waardoor kle- ding vlam kan vatten. d) Slijpstenen mogen alleen voor de aanbevolen inzetmogelijkheden worden gebruikt. Bijv.: Slijp nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Door- slijpschijven zijn bestemd voor de materiaalafname
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02met de rand van de schijf. Door zijwaartse krachtin- werking kan het slijpdeel worden gebroken. e) Gebruik voor de door u gekozen slijpschijf altijd onbeschadigde spanflenzen in de juiste grootte en vorm. De juiste flenzen ondersteunen de slijp- schijf en verminderen zo het gevaar dat de slijpschijf breekt. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen zich onderscheiden van de flenzen voor andere slijpschij- ven. f) Gebruik geen versleten slijpschijven van groter elektrisch gereedschap. Slijpschijven voor groter elektrisch gereedschap zijn niet geschikt voor de ho- gere toerentallen van kleiner elektrisch gereedschap en kunnen breken.
5.5 Verdere speciale veiligheidsvoorschriften voor
het doorslijpen a) Voorkom een blokkering van de doorslijpschijf en een te hoge aandrukkracht. Voer geen over- matig diepe snedes uit. Een overbelasting van de doorslijpschijf vergroot de kans op kantelen of blok- keren, waardoor de mogelijkheid van een terugslag of slijpdeelbreuk ontstaat. b) Kom niet in het gebied voor en achter de rote- rende doorslijpschijf. Wanneer u de doorslijpschijf in het werkstuk van u af beweegt, kan het elektrisch gereedschap in het geval van een terugslag met draaiende schijf direct naar u toe worden geslingerd. c) Wanneer de doorslijpschijf beklemd is geraakt of u het werk onderbreekt, houd het apparaat dan rustig vast tot de schijf tot stilstand gekomen is. Probeer nooit om de nog lopende doorslijpschijf uit de snede te trekken, anders kan er een terug- slag plaatsvinden. Stel de oorzaak voor het beklemd rakenvastenhefdezeop. d) Schakel het elektrisch gereedschap niet opnieuw in zolang het zich in het werkstuk bevindt. Laat de doorslijpschijf eerst het volledige toerental be- reiken, voordat u voorzichtig verder gaat. Anders kan de schijf blijven haken, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken. e) Zorg ervoor dat platen of grote werkstukken ge- stut worden, om het risico van een terugslag door een ingeklemde doorslijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Het werkstuk moet aan beide kanten gestut worden, zowel bij de doorslijpschijf als aan de rand. f) Wees bijzonder voorzichtig met "invalsnedes" in bestaande wanden of andere gebieden die niet zichtbaar zijn. De invallende doorslijpschijf kan bij het snijden in gas- of waterleidingen, elektrische lei- dingen of andere objecten een terugslag veroorza- ken.
5.6 Aanvullende veiligheidsvoorschriften
5.6.1 Veiligheid van personen
a) Houd het apparaat altijd met beide handen aan de daarvoor bestemde handgrepen vast.Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. b) Wanneer het apparaat zonder stofafzuiging wordt gebruikt, dient u bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt een licht stofmasker te dragen. c) Neem pauzes en doe ontspannings- en vingeroe- feningen, voor een betere doorbloeding van uw vingers. d) Raak geen roterende delen aan. Schakel het ap- paraat pas in het werkgebied in. Het aanraken van roterende delen, met name roterend gereedschap, kan lichamelijk letsel tot gevolg hebben. e) Leid het net- en het verlengsnoer tijdens het werk altijd naar achteren van het apparaat weg. Dit vermindert het risico om over het snoer te vallen. f) Voor het afbramen met rechte afbraamschijven en het doorslijpen met doorslijpschijven bij de bewerking van metalen alleen de beschermkap met afdekplaat gebruiken. g) Het apparaat niet gebruiken als het plotseling of met schokken start.De mogelijkheid bestaat dat de elektronica defect is. Laat het apparaat direct door de erkende Hilti-service repareren. h) Kinderen moet duidelijk worden gemaakt dat het apparaat geen speelgoed is.
i) Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door
kinderen of door zwakke, ongeschoolde perso- nen. j) Stof van materiaal zoals loodhoudende verf, som- mige houtsoorten, mineralen en metaal kunnen scha- delijk voor de gezondheid zijn. Het in contact komen met of het inademen van dit stof kan leiden tot aller- gische reacties en/of aandoeningen van de luchtwe- gen bij de gebruiker of personen die zich in de buurt bevinden. Bepaalde stoffen, zoals eiken- of beuken- stof, staan bekend als kankerverwekkend, in het bij- zonder in combinatie met houtbewerkingsmiddelen (chromaat, houtbeschermingsmiddelen). Asbesthou- dend materiaal mag alleen door vakkundig personeel worden bewerkt. Zo mogelijk gebruik maken van stofafzuiging. Om een betere stofafzuiging te ver- krijgen, gebruikmaken van een geschikte, door Hilti aanbevolen en op dit elektrisch apparaat af- gestemde mobiele stofafzuiging voor hout- en/of mineraalstof. Zorg voor een goede ventilatie van de werkruimte. Het wordt geadviseerd een adem- masker met filterklasse P2 te dragen. De in uw land geldende voorschriften bij de te bewerken materialen in acht nemen.
5.6.2 Gebruik en onderhoud van elektrische
gereedschappen a) Slijpschijven dienen zorgvuldig, volgens de aan- wijzingen van de producent, opgeslagen en be- handeld te worden. b) Zorg ervoor dat het schuurgereedschap volgens de aanwijzingenvande producent is aangebracht. c) Zorg dat steunschijven worden gebruikt wanneer deze bij het slijpgereedschap worden geleverd en vereist zijn. d) Gebruik het elektrisch gereedschap nooit zonder beschermkap.
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02e) Het werkstuk dient op de juiste manier bevestigd te zijn. f) Zorg ervoor dat het slijpgereedschap voor het ge- bruik juist wordt aangebracht en bevestigd, laat het gereedschap gedurende 60 sec. onbelast lo- pen op een veilige plaats. Het apparaat direct uitschakelen wanneer zich aanzienlijke trillingen voordoen en wanneer andere gebreken worden vastgesteld. Doet deze toestand zich voor, onder- zoek dan de machine om de oorzaak ongedaan te maken. g) Gebruik geen doorslijpschijven voor grof slijpen. h) Zorg ervoor dat vonken die tijdens het gebruik ontstaan geen gevaar veroorzaken, bijv. u zelf of andere personen raken. Stel hiervoor de be- schermkap juist in.
i) Na een schijfbreuk, val of andere mechanische
beschadigingen moet het apparaat bij een Hilti Service‑Center worden gecontroleerd.
5.6.3 Elektrische veiligheid
a) Controleer het werkgebied voordat u begint te werken op verdekt liggende elektrische leidingen, gas- en waterleidingen, bijv. met een metaalde- tector. Externe metalen delen van het apparaat kun- nen onder spanning komen te staan als u per ongeluk bijv. een elektrische leiding beschadigt. Dit vormt een ernstig gevaar van een elektrische schok. b) Controleer regelmatig het voedingssnoer van het apparaat, en laat dit in geval van beschadiging vernieuwen door een erkend vakman. Wanneer het netsnoer van het elektrisch gereedschap be- schadigd is, dient dit door een speciaal ver- vaardigd netsnoer te worden vervangen. Dit kan verkregen worden bij de klantenservice. Contro- leer de verlengsnoeren regelmatig en vervang deze in geval van beschadiging. Wordt het net- of verlengsnoer tijdens de werkzaamheden be- schadigd, dan mag u het snoer niet aanraken. Haal de stekker uit het stopcontact. Beschadigde voedings- en verlengsnoeren houden het risico van een elektrische schok in. c) Laat vuile apparaten bij een veelvuldige bewer- king van geleidend materiaal regelmatig door de Hilti-service controleren. Vocht of stof dat zich aan het oppervlak van het apparaat hecht, met name van geleidend materiaal, kan onder ongunstige omstan- digheden tot een elektrische schok leiden. d) Wanneer u buiten met elektrisch gereedschap werkt, zorg er dan voor dat het apparaat met behulp van een lekstroombeveiligingschakelaar (RCD) met maximaal 30 mA afschakelstroom op het net is aangesloten. Het gebruik van een lekstroombeveiligingschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok. e) In principe wordt het gebruik van een lekstroom- beveiligingschakelaar (RCD) met maximaal 30 mA afschakelstroom aanbevolen.
a) Zorg voor een goede verlichting van het werkge- bied. b) Zorg voor een goede ventilatie van de werkom- geving. Slecht geventileerde werkruimtes kunnen als gevolg van de stofbelasting schadelijk zijn voor de gezondheid. c) Bij doorbraakwerkzaamheden dient u het gebied aan de overzijde van de werkzaamheden af te zet- ten. Er kunnen brokstukken naar buiten en / of naar beneden vallen, waardoor andere personen mogelijk letsel oplopen. d) Sleuvenindragendewandenofanderestructuren kunnen de statica beïnvloeden, vooral bij het schei- den van wapeningsijzer of dragerelementen. Voor het begin van de werkzaamheden de verantwoor- delijke staticus, architekten of de directie raad- plegen.
5.6.5 Persoonlijke veiligheidsuitrusting
De gebruiker en personen die zich in de buurt bevin- den, moeten tijdens het gebruik van het apparaat een geschikte veiligheidsbril, een helm, oorbeschermers, werkhandschoenen en een licht stofmasker dragen. 6 Inbedrijfneming GEVAAR Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat instelt, toebehoren wisselt of het apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbe- doeld starten van het gereedschap. ATTENTIE Draag werkhandschoenen bij de montage en demon- tage evenals bij afstelwerkzaamheden en het verhel- pen van storingen.
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02WAARSCHUWING Gebruik het elektrisch gereedschap nooit zonder be- schermkap. ATTENTIE Bij het gebruik van andere voor de haakse slijpma- chine aanbevolen Hilti toebehoren in combinatie met de bovengenoemde haakse slijpmachines moet voor het gebruik de handleiding van het toebehoren wor- den doorgelezen en moeten alle aanwijzingen in acht worden genomen.
6.1 Zijhandgreep monteren
WAARSCHUWING Bij alle werkzaamheden moet de zijhandgreep ge- monteerd zijn. De zijhandgreep vanaf de linker- of rechterkant van het apparaat inschroeven.
ATTENTIE De gesloten zijde van de beschermkap moet altijd naar de bediener wijzen. ATTENTIE Pas de positie van de beschermkap aan de eisen van de betreffende werkfase aan.
6.2.1 Montage en demontage beschermkap resp.
beschermkap met afdekplaat 4 AANWIJZING De beschermkap is reedsmetdestelschroefopdejuiste spandiameter ingesteld. Als de klemming bij gemon- teerde beschermkap te gering is, kan de klemming door licht aandraaien van de spanschroef worden verhoogd. AANWIJZING De veiligheidsnok op de beschermkap zorgt ervoor dat alleen een op het apparaat passende beschermkap kan wordengemonteerd.Bovendienvoorkomtde veiligheids- nok dat de beschermkap op het werkstuk valt.
1. Open de spanhendel.
2. Plaats de beschermkap met de veiligheidsnok in de
veiligheidsgroef op de hals van het apparaat
3. Draai de beschermkap in de gewenste stand.
4. ATTENTIE De gesloten zijdevan de beschermkap
moet altijd naar de bediener wijzen. Om de beschermkap vast te zetten, de spanhendel sluiten.
5. Voor de demontage van de beschermkap voert u de
stappen in omgekeerde volgorde uit.
6.2.2 Beschermkap resp. beschermkap met
afdekplaat verstellen 5
GEVAAR Zorg ervoor dat het op het schuurgereedschap aan- gegeven toerental gelijk is aan of groter dan het no- minale toerental van de schuurmachine. GEVAAR Controleer het inzetgereedschap alvorens het te ge- bruiken. Gebruik geen afgebroken, gesprongen of anderszins beschadigde producten. AANWIJZING Diamantschijven moeten worden vervangen zodra de snij- resp. slijpprestatie merkbaar afneemt. In het alge- meen is dit het geval als de hoogte van de diamantseg- menten minder dan 2 mm is. Andere schijftypen moeten worden vervangen zodra de snijprestatie duidelijk af- neemt of delen van de haakse slijpmachine (uitgezonderd de schijf) tijdens de werkzaamheden met het werkmateri- aal in contact komen. Abrasieve doorslijpschijven moeten bij afloop van de vervaldatum worden vervangen.
1. Reinig de spanflens.
2. ATTENTIE In de spanflens is een O-ring geplaatst.
Ontbreekt deze O-ring of is hij beschadigd, dan moet de spanflens worden vervangen. Plaats de spanflens op de slijpspil.
3. Plaats het inzetgereedschap.
4. Schroef de spanmoer overeenkomstig het aange-
bij een stilstaande slijpspil geactiveerd worden. Druk de spindelblokkeerknop in en houd deze inge- drukt.
6. Draai met de spansleutel de spanmoer vast en laat
vervolgens de spindelblokkeerknop los.
7. Voor de demontage van de beschermkap voert u de
stappen in omgekeerde volgorde uit.
6.4 Inzetgereedschap met snelspanmoer Kwick-
Lock ATTENTIE Erop letten dat de Kwick-Lock snelspanmoer tijdens de werkzaamheden geen contact met de ondergrond maakt. Gebruik geen beschadigde Kwick-Lock snel- spanmoeren. AANWIJZING In plaats van de spanmoer kan de snelspanmoer Kwick- Lock worden gebruikt. Hiermee kunnen inzetgereed- schappen zonder gereedschap worden gewisseld.
6.4.1 Montage en demontage inzetgereedschap
met snelspanmoer Kwick-Lock 6 AANWIJZING De pijl aan de bovenkant moet zich binnen de indexmar- kering bevinden. Wordt de snelspanmoer Kwick-Lock vastgezet zonder dat de pijl zich binnen de indexmarke- ring bevindt, dan kan deze niet meer met de hand worden
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02losgedraaid. In dit geval de snelspanmoer Kwick-Lock met de spansleutel loszetten (niet met een buistang).
2. ATTENTIE In de spanflens is een O-ring geplaatst.
Ontbreekt deze O-ring of is hij beschadigd, dan moet de spanflens worden vervangen. Plaats de spanflens op de slijpspil.
3. Plaats het inzetgereedschap.
4. Schroef de snelspanmoer Kwick-Lock (opschrift in
vastgeschroefde toestand zichtbaar) vast tot hij op het inzetgereedschap bevestigd is.
5. ATTENTIE De spindelblokkeerknop mag alleen
bij een stilstaande slijpspil geactiveerd worden. Druk de spindelblokkeerknop in en houd deze inge- drukt.
6. Draai het inzetgereedschap met de hand rechtsom
krachtig door tot de snelspanmoer Kwick-Lock vast aangedraaid is en laat vervolgens de spindelblok- keerknop los.
7. Voor de demontage voert u de stappen in omge-
keerde volgorde uit. 7Bediening AANWIJZING Pas de positie van de beschermkap aan de eisen van de betreffende werkfase aan. GEVAAR Draag oorbeschermers. De inwerking van geluid kan gehoorbeschadiging veroorzaken. ATTENTIE De gesloten zijde van de beschermkap moet altijd naar de bediener wijzen. WAARSCHUWING Nieuw slijpgereedschap bij max. nullasttoerental in een afgezet werkgebied minstens 60 seconden een testloop laten draaien. WAARSCHUWING Het apparaat niet gebruiken als het plotseling of met schokken start.De mogelijkheid bestaat dat de elektro- nica defect is. Laat het apparaat direct door de erkende Hilti-service repareren. WAARSCHUWING Sleuvenindragendewandenofanderestructurenkun- nen de statica beïnvloeden, vooral bij het scheiden van wapeningsijzer of dragerelementen. Voor het begin van de werkzaamhedendeverantwoordelijke staticus, ar- chitekten of de directie raadplegen. WAARSCHUWING De netspanning dient overeen te komen met de gege- vens op het typeplaatje van het apparaat. Apparaten waarop 230 V staat aangegeven kunnen met 220 V worden gebruikt. WAARSCHUWING Gebruik het apparaat altijd met de zijhandgreep (op- tioneel met de beugelgreep). ATTENTIE Zet losse werkstukken vast met een spaninrichting of een bankschroef. WAARSCHUWING Tijdens het slijpen kan er materiaal afsplinteren. Draag een veiligheidsbril. ATTENTIE Wanneer het apparaat zonder stofafzuiging wordt ge- bruikt, dient u bij werkzaamheden waarbij stof vrij- komt een licht stofmasker te dragen. WAARSCHUWING Raak geen roterende delen aan. Schakel het apparaat pas in het werkgebied in. Het aanraken van roterende delen, met name roterend gereedschap, kan lichamelijk letsel tot gevolg hebben. ATTENTIE Het gereedschap kan te heet worden door het gebruik. Gebruik werkhandschoenen bij het wisselen van ge- reedschap! ATTENTIE Het apparaat heeft overeenkomstig zijn gebruiksdoelen een hoog toerental. Gebruik de zijhandgreep en werk altijd met twee handen aan het apparaat. De gebruiker moet voorbereid zijn op plotseling blokkerend gereed- schap. ATTENTIE Door de bewerking van de ondergrond kan er materi- aal afsplinteren. Draag een veiligheidsbril, werkhand- schoenen en, wanneer u geen stofafzuiging gebruikt, een licht stofmasker. Afgesplinterd materiaal kan licha- melijk letsel en oogletsel veroorzaken. WAARSCHUWING Bij doorslijpwerkzaamheden de schijf in het doorslijp- gebied niet op zijn kant zetten en het apparaat niet te sterk belasten. Anders kan het apparaat tot stilstand
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02komen, een terugslag veroorzaakt worden of de schijf breken. ATTENTIE Neempauzes en doe ontspannings- en vingeroefenin- gen, voor een betere doorbloeding van uw vingers. WAARSCHUWING Houd brandbare materialen ver van het werkbereik.
7.1 Handgreepverstelling 8
WAARSCHUWING De handgreep mag niet worden ingesteld als het ap- paraat draait. Controleer dat de handgreep in een van de drie mogelijke posities is ingeklikt. Om in iedere positie veilig en gemakkelijk te kunnen werken, kan de handgreep 90° naar links en naar rechts worden gedraaid.
1. Haal de stekker uit het stopcontact.
2. De ontgrendelingshendel naar achteren trekken.
3. De handgreep tot de aanslag naar links of rechts
4. Zet de handgreep met de ontgrendelingshendel
weer vast. AANWIJZING Hetapparaatkannietwordeninge- schakeld zolang de greep niet in een van de drie mogelijke posities ingeklikt is.
Werk bij het doorslijpen met een matige aanzet en kantel het apparaat resp. de doorslijpschijf niet (circa 90° op het snijvlak). Profielen en kleine vierkante buizen worden het beste doorgeslepen door te beginnen bij de kleinste doorsnede.
ATTENTIE Gebruik nooit doorslijpschijven voor het afbramen. Meteenaanzethoekvan5°tot30°wordtbijhetafbramen het beste resultaat bereikt. Beweeg het apparaat met matige druk heen en weer. Daardoor wordt het werkstuk niet te warm, verkleurt het niet en ontstaan er geen groeven.
1. Steek de stekker in het stopcontact.
2. Schuif de aan-/uitschakelaar naar voren en druk
hem vervolgens helemaal door. Zo wordt het apparaat altijd met gesloten hand bediend, waardoor optimale veiligheid bij de werk- zaamheden wordt geboden.
Laat de aan-/uitschakelaar los.
7.5 Herstartblokkering
AANWIJZING Wanneer u bij een ingedrukte aan-/uitschakelaar de net- stekker uit het stopcontact haalt en hem er vervolgens weer in steekt, start het apparaat niet. 8 Verzorging en onderhoud ATTENTIE Haal de stekker uit het stopcontact.
8.1 Reiniging van het apparaat
GEVAAR Bij extreme gebruiksomstandigheden kan er bij de bewer- king van metaal geleidende stof in het apparaat worden afgezet. De beschermende isolatie van het apparaat kan worden aangetast. In zulke gevallen wordt het aan- bevolen een stationaire afzuiginrichting te gebruiken, de ventilatiesleuven vaak schoon te maken en een lekstroombeveiligingschakelaar (RCD) voor te scha- kelen. De buitenste behuizing van het apparaat is gemaakt van stootvaste kunststof. Het greepgedeelte is van elasto- meer. Gebruik het apparaat nooit met verstopte ventilatiesleu- ven! Reinig de ventilatiesleuven regelmatig voorzichtig met een droge borstel. Voorkom dat er vreemd materiaal in het apparaat binnendringt.Demotorventilator zuigt stof in de behuizing en een sterke opeenhoping van geleidend stof (bijv. metaal, koolstofvezel) kan leiden tot elektrische gevaren. Reinig de buitenkant van het apparaat regelma- tig met een licht bevochtigde poetsdoek. Gebruik geen sproeiapparaat, stoomstraalapparaat of stromend wa- ter voor het reinigen! De elektrische veiligheid van het apparaat kan daardoor in gevaar komen. Houd de greep- gedeelten van het apparaat altijd vrij van olie en vet. Gebruik geen siliconenhoudende reinigingsmiddelen. AANWIJZING Het frequent bewerken van geleidende materialen (bijv. metaal, koolstofvezels) kan leiden tot verkorte onder- houdsintervallen. Houd de individuele risicoanalyse van de werkruimte in het oog.
WAARSCHUWING Gebruik het apparaat niet wanneer er onderdelen beschadigd zijn, de elektronica defect is of als bedie- ningselementen niet correct functioneren. Laat het apparaat door de Hilti-service repareren. WAARSCHUWING Reparaties aan elektrische onderdelen mogen alleen door een elektrotechnicus worden uitgevoerd.
onderhoudswerkzaamheden Na schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden moet worden gecontroleerd of alle beschermende delen van het apparaat zijn aangebracht en foutloos functioneren. 9 Foutopsporing Fout Mogelijke oorzaak Oplossing Apparaat start niet. Netstroomvoorziening onderbroken. Ander elektrisch gereedschap inbren- gen, functie controleren. Netsnoer of stekker defect. Door een elektrotechnicus laten con- troleren en eventueel vervangen. Koolborstels versleten Door een elektrotechnicus laten con- troleren en eventueel vervangen. De elektronische startblokkering na een stroomonderbreking is geacti- veerd. Schakel het apparaat uit en weer aan. Apparaat heeft geen volledig vermogen. Verlengsnoer met te kleine diameter. Een verlengsnoer met voldoende dia- meter gebruiken. Uitval ATC-functie Laat het apparaat door de Hilti-service repareren. 10 Afval voor hergebruik recyclen Hilti-apparaten zijn voor een groot deel vervaardigd uit materiaal dat kan worden gerecycled. Voor hergebruik is een juiste materiaalscheiding noodzakelijk. In veel landen is Hilti er al op ingesteld om uw oude apparaat voor recycling terug te nemen. Vraag hierover informatie bij de klantenservice van Hilti of bij uw verkoopadviseur. Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Overeenkomstig de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toe- passing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recyclingbedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen. 11 Fabrieksgarantie op apparatuur Hilti garandeert dat het geleverde apparaat geen materiaal- of fabricagefouten heeft. Deze garantie geldt onder de voorwaarde dat het apparaat in overeenstemming met de handleiding van Hilti gebruikt, bediend, verzorgd en schoongemaakt wordt, en dat de technische uniformiteit gehandhaafd is, d.w.z. dat er alleen origineel Hilti-verbruiksmateriaal en originele Hilti-toebehoren en -reserveonderdelen voor het apparaat zijn gebruikt. Deze garantie omvat de gratis reparatie of de gratis vervanging van de defecte onderdelen tijdens de gehele levensduurvanhet apparaat. Onderdelen dieaan normale slijtage onderhevig zijn, vallen niet onder deze garantie. Verdergaande aanspraak is uitgesloten voor zover er geen dwingende nationale voorschriften zijn die hier- van afwijken. Hilti is met name niet aansprakelijk voor directe of indirecte schade als gevolg van gebreken, verliezen of kosten in samenhang met het gebruik of de onmogelijkheid van het gebruik van het appa- raat voor welk doel dan ook. Stilzwijgende garantie voor gebruik of geschiktheid voor een bepaald doel is nadrukkelijk uitgesloten.
Printed: 20.11.2013 | Doc-Nr: PUB / 5069494 / 000 / 02Voor reparatie of vervanging moeten het toestel of de be- treffende onderdelen onmiddellijk na vaststelling van het defect naar de verantwoordelijke Hilti-marktorganisatie worden gezonden. Deze garantie omvat alle garantieverplichtingen van de kant van Hilti en vervangt alle vroegere of gelijktijdige, schriftelijke of mondelinge verklaringen betreffende ga- ranties. 12 EG-conformiteitsverklaring (origineel) Omschrijving: Haakse slijper Type: DCG 230‑D / DAG 230‑D Generatie: 01 Bouwjaar: 2008 Als de uitsluitend verantwoordelijken voor dit product verklaren wij dat het voldoet aan de volgende voorschrif- ten en normen: 2006/42/EG, 2004/108/EG, 2011/65/EU, EN 60745‑1, EN 60745‑2‑3, EN ISO 12100. Hilti Corporation, Feldkircherstrasse 100, FL‑9494 Schaan Paolo Luccini Jan Doongaji Head of BA Quality and Process Mana-gementExecutive Vice PresidentBusiness Area Electric Tools & Acces-soriesBusiness Unit PowerTools & Accessories01/2012 01/2012 Technische documentatie bij: Hilti Entwicklungsgesellschaft mbH Zulassung Elektrowerkzeuge Hiltistrasse 6 86916 Kaufering Deutschland
Notice-Facile