PM5175 S1 - Grasmaaier DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PM5175 S1 DOLMAR in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PM5175 S1 - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PM5175 S1 van het merk DOLMAR.
GEBRUIKSAANWIJZING PM5175 S1 DOLMAR
1. Niveau van de geluidssterke volgens de richtlijn
2. EG-merkteken volgens richtlijn 2006/42/CE
6. Naam en adres van de Fabrikant
24. Motor stoppen 25. Aandrijving ingeschakeld
28. Snelheid «1» 29. Snelheid «2» 30. Snelheid «3»
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Gebruik uw grasmaaier met de nodige voorzichtigheid. Om u tot voorzichtigheid te manen is uw maaier voorzien van een reeks van pictogrammen die wijzen op de belangrijkste gebruiksvoorschriften. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Wij raden u met klem aan om ook de veiligheidsvoorschriften in het volgende hoofd- stuk van deze handleiding door te lezen.
41. Waarschuwing: Lees de gebruikaanwijzing vóórdat u
deze maaier gebruikt.
42. Gevaar voor wegschletende voorwerpen. Houd overige
personen ult de buurt tljdens het gebruik van deze maaier.
43. Risico dat u zichzelf snijdt. Het mes is in beweging. Houd
uw handen of uw voeten in geen geval in de buurt van of onder de opening van het mes. Neem de bougiekap van de bougle voor u onderhoud of reparaties aan uw maaier uitvoert. Maximale waarden voor geluid en trillingen Voor model ......................................................................................... PM- 5175 S1 5165 S3 Geluidsdrukniveau aan het oor van de bediener (op basis van de norm 81/1051/EEG)....................... db(A) 82,9 82,8 - Meetonzekerheid (2006/42/CE - EN 27574) ......... db(A) 0,2 02 Gemeten geluidsniveau (volgens de richtlijn 2000/14/EG, 2005/88/EG)......................................... db(A) 96,8 96,7 - Meetonzekerheid (2006/42/CE - EN 27574) ..........db(A) 0,2 0,2 Gegarandeerd geluidsniveau (volgens de richtlijn 2000/14/EG, 2005/88/EG)......................................... db(A) 98 98 Trillingsniveau (op basis van de norm EN 1033) ....... m/s
1) Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd
raakt met de bedieningsknoppen en u in staat bent de grasmaaier op de juiste wijze te gebruiken. Leer hoe u de motor snel kunt uitschakelen.
2) Gebruik de grasmaaier uitsluitend voor het doel waarvoor hij is
bestemd, dat wil zeggen voor het maaien en het opvangen van gras. Ieder doel waarvoor de grasmaaier wordt gebruikt dat niet uitdrukkelijk in de gebruiksaanwijzing wordt vermeld kan gevaarlijk zijn en zou de machine kunnen beschadigen. De volgende situaties behoren tot het oneigenlijk gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – vervoer van personen, kinderen of dieren op de machine; – zich door de machine laten vervoeren; – gebruik van de machine voor het aanslepen of aanduwen van een last; – gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval; – gebruik van de machine voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras; – gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk; – het mes aanschakelen op zones zonder gras.
3) Laat kinderen of personen die deze gebruiksaanwijzing niet gelezen
hebben de grasmaaier niet gebruiken. De leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
4) Gebruik de grasmaaier in geen geval:
– als er personen, met name kinderen of dieren in de buurt zijn; – als u onder invloed van medicijnen of alcohol e.d. bent omdat deze uw reactievermogen kunnen verminderen.
5) Denk eraan dat de gebruiker van de grasmaaier aansprakelijk is voor
ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun ei- gendommen kunnen overkomen.
1) Tijdens het maaien dient u altijd stevige schoenen en een lange
broek te dragen. Gebruik de grasmaaier niet met blote voeten of met open sandalen.
2) Controleer het gehele terrein dat u wilt maaien grondig en verwijder
alles wat door de machine kan worden uitgestoten of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (zoals stenen, takken, ijzerdraad, botten e.d.).
3) LET OP: GEVAAR! De benzine is bijzonder brandbaar:
– bewaar de brandstof in speciale tanks; – giet de brandstof, met behulp van een trechter en alleen in de open lucht, in de tank. Tijdens deze handeling en bij het hanteren van de brandstof is het verboden te roken. – giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien; – als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de grasmaaier uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wach- ten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn; – draai de dop altijd weer goed op de benzinetank op de grasmaaier en het benzineblik.
4) Vervang de geluiddempers als deze defect zijn.
5) Vóór het gebruik dient u een algemene controle te verrichten en
dient u met name de toestand van de messen te controleren en dient u te kontroleren of de bouten en de messen niet versleten of beschadigd zijn. Vervang het beschadigde of versleten mes en/of bou- ten altijd samen, om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft.
6) Vóórdat u met het maaien begint, dient u de beschermingen te mon-
teren (opvangzag en afschermkap).
1) Start de motor niet in gesloten ruimten, waar zich gevaarlijke kool-
stofmonoxyde kan ontwikkelen.
2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
3) Indien mogelijk, maai niet als het gazon nat is.
4) Kontroleer op een glooiend terrein altijd of u voldoende steunpunten
5) Ren in geen geval, maar loop gewoon; laat u niet voorttrekken door
6) Maai een helling altijd in de dwarsrichting en nooit van boven naar
7) Pas goed op als u op een helling van richting verandert;
8) Maai geen gazons die een helling van meer dan 20° hebben.
9) Pas goed op als u de grasmaaier naar u toe haalt;
10) Als de grasmaaier om vervoersredenen schuin gehouden moet wor-
den, of als u de grasmaaier over een terrein verplaatst waar geen gras
ligt, of als de grasmaaier van of naar het te maaien terrein verplaatst dient u het mes vast te zetten.
11) Gebruik de grasmaaier nooit om gras te maaien als de beveiligingen
beschadigd zijn, of zonder de grasopvangzak of zonder de deflector.
12) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de mo-
tor niet buitengewoon hoog oplopen.
13) Bij de modellen met voorttrekking, dient u vóórdat u de motor start
de wielaandrijving uit te schakelen.
14) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en houd uw voe-
ten uit de buurt van het mes.
15) Houd de grasmaaier niet schuin bij het inschakelen. Schakel de
grasmaaier op een vlakke ondergrond in waar geen obstakels zijn of hoog gras.
16) Kom niet met uw handen of voeten in de buurt van of onder de
roterende gedeelten. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
17) Til de grasmaaier niet op of vervoer de grasmaaier niet terwijl de
18) Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel los:
– vóórdat u enige werkzaamheden onder het maaidek uitvoert of vóór- dat u het uitwerpkanaal leegt; – vóórdat u de grasmaaier kontroleert, schoonmaakt of ermee werkt; – nadat u op een vreemd voorwerp gestoten bent, controleer of de grasmaaier beschadigd is en voer de nodige reparaties uit vóórdat u de maaier opnieuw gebruikt; – als de grasmaaier abnormaal begint te trillen (Meteen de oorzaak van de trillingen opsporen en hem laten nakijken door een Gespecialiseerd Servicecentrum).
19) Schakel de motor uit:
– iedere keer als u de grasmaaier onbeheerd achterlaat. Haal bij de modellen die elektrisch bestuurd worden ook de sleutel eruit; – vóórdat u benzine bijtankt; – iedere keer als u de grasopvangzag verwijdert of opnieuw aanbrengt; – vóórdat u de maaihoogte afstelt.
20) Neem gas terug vóórdat u de motor uitschakelt. Draai na het maai-
en de benzinetoevoer dicht, waarbij u de aanwijzingen in het motorin- structieboekje nauwkeurig dient op te volgen.
21) Tijdens het maaien dient u altijd een veiligheidsafstand van het rote-
rende mes in acht te nemen, afhankelijk van de lengte van de hand- greep.
1) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van
te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de grasmaaier pleegt zal de werking van de maaier veilig blijven en zal het prestatieniveau gelijk blijven.
2) Zet de grasmaaier niet met benzine in de tank in een ruimte waar de
benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
3) Laat de motor afkoelen vóórdat u de grasmaaier opbergt.
4) Om het brandgevaar zoveel mogelijk te beperken dient u de
motor, de geluiddemper van het uitwerpmechanisme, de accubak en de benzinetank vrij te houden van gras, bladeren of teveel vet. Laat geen zakken of bakken met gemaaid gras in de opslagruimte ach- ter.
5) Controleer de deflector en de opvangzag regelmatig zodat u kunt
controleren of deze onderdelen versleten of beschadigd zijn.
6) Als u de tank moet legen, dient u dit in de open lucht te doen en ter-
wijl de motor koud is.
7) Trek werkhandschoenen aan als u het mes demonteert en opnieuw
8) Zorg dat het maaidek opnieuw in balans wordt gebracht nadat
het mes geslepen is. Alle handelingen aan het maaidek (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een welbepaalde vaardigheid en het gebruik van speciaal gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen, dienen deze handelingen bijgevolg uitgevoerd te worden in een gespecialiseerd servicecentrum.
9) Gebruik de machine om veiligheidsredenen nooit met versleten of
beschadigde onderdelen. De onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderde- len. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
1) Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of over-
geheld moet worden, is het noodzakelijk: – stevige werkhandschoenen te dragen; – neem de machine vast op punten waar u een stevige grip hebt, reke- ning houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht; – doe een beroep op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heffen, volgens de kenmerken van het trans- portmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden.
2) Bevestig de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettin-
GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Voor de motor en de batterij (indien aanwezig) wordt verwezen naar de relatieve handleidingen. OPMERKING - De overeenkomst tussen de verwijzingen in de tekst en de bijbehorende afbeeldingen (op de pag. 2 –
3) is het nummer dat voor iedere paragraaf staat.
OPMERKING - De machine kan mogelijk geleverd wor- den met sommige onderdelen reeds gemonteerd. LET OP – De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met vol- doende bewegingsruimte voor de machine en de ver- pakking, en steeds met gebruik van geschikte werktui- gen. De verpakking moet volgens de plaatselijke geldende bepalingen worden afgevoerd. Herplaats de steel (1) op de werkpositie en bevestig hem aan de zijdelingse steunen van het chassis, met behulp van de meegeleverde bouten (2) zoals aangegeven in de afbeelding. De hoogte van de handgreep (1) is verstelbaar in drie ver- schillende standen, die verkregen worden door de pinnen (3) in een van de drie paar openingen in de steunen te voe- ren. De ringen (4) van de handgrepen (5) moeten op dusdanige manier vastgeschroefd worden dat de handgreep (1) sta- biel bevestigd is, zonder dat een te groot kracht gebruikt moet worden om ze te blokkeren of vrij te geven. Draai de handgrepen (5) na de afstelling volledig vast. Breng het starttouw (6) aan de geleidespiraal (7). Draai de moer (8) vast om de spiraal (7) te bevestigen. Het frame (11) in de zak (12) invoeren en alle plastic profielen (13), aanhaken met behulp van een schroeven- draaier, zoals op de figuur wordt aangeduid. Het gashendel wordt door middel van de hendel (1) bediend. De standen van de hendel blijken uit het betref- fende plaatje. De rem van het mes wordt door de hendel (1) bediend die tegen de handgreep aan getrokken moet wor- den om de machine te starten en tijdens de werking aan- getrokken moet blijven. Als u de hendel los laat slaat de motor af. Bij de modellen met tractie kunt u de grasmaaima- chine inschakelen door de hendel (1) tegen de handgreep aan te duwen. De grasmaaimachine gaat niet meer vooruit als u de hendel los laat. De versnellingen (indien aanwezig) worden gestuurd door de hendel (1), waarvan de standen aange- geven zijn op het label. U kunt de maaihoogte afstellen door de hendel (1) los te koppelen en het chassis omhoog of omlaag te ver- schuiven en op de gewenste stand te zetten. Dit kunt u zien door de speciaal daarvoor bestemde ope- ning. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS HET MES STIL STAAT.
De deflector optillen en de harde zak (1) correct vasthaken, zoals blijkt uit de afbeelding. Voor het opstarten, volgt men de aanwijzingen in de handleiding van de motor; trek dan de remhendel van het mes (1) tegen de handgreep en geef een stevige ruk aan het handvat van de startkoord (2). Het gazon zal er mooier uitzien als u het gras steeds op dezelfde hoogte maait en in afwisselende richting. RAADGEVINGEN VOOR DE ZORG VAN HET GAZON Iedere soort gras heeft verschillende kenmerken en er kun- nen dus verschillende werkwijzen nodig zijn om het gazon te verzorgen; lees steeds de aanwijzingen op de zaadver- pakkingen met betrekking op de maaihoogte, en al naarge- lang de groeicondities van de zone waar men werkt. Houd er rekening mee dat de meeste soorten gras uit een steel en een of meerdere bladeren bestaan. Als de blade- ren volledig afgemaaid worden, wordt het gazon bescha- digd en zal het moeilijker teruggroeien. Over het algemeen, gelden de volgende aanwijzingen: – een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en leegtes in het grasveld, en een "gevlekt" aspect”; – in dezomer, moet het gras hoger gemaaid worden om te vermijden dat het terrein uitdroogt; – maai het gras niet wanneer het nat is; dit zou de werk- zaamheid van het mes verminderen omwille van het gras dat aan het mes vastkleeft en zou scheuren in het gra- sveld veroorzaken; – indien het gras bijzonder hoog is, is het raadzaam eerst te maaien op de maximaal toegestane hoogte en vervol- gens een tweede maaibeurt te doen na twee of drie dagen. Na gebruik van de machine dient u de hendel (1) van de rem los te laten en het kapje van de bougie (2) te verwijderen. WACHTEN TOTDAT HET SNIJSYSTEEM STIL STAAT vóór- dat u welke ingreep dan ook verricht. BELANGRIJK – Een regelmatig en zorgvuldig onder- houd is van wezenlijk belang om de veiligheid en oor- spronkelijke prestaties van de machine in stand te hou- den. De grasmaaier op een droge plaats bewaren.
1) Draag sterke werkhandschoenen vóór elke reiniging,
onderhoudsbeurt of afstelling van de machine.
2) Was de machine zorgvuldig na elk gebruik; verwijder
gras en modder die zich opgehoopt hebben aan de binnenkant van het chassis, om te voorkomen dat deze ter plaatse drogen en de machine de daaropvolgende keer moeilijk gestart wordt.
3) Indien het nodig is toegang te hebben tot de onderkant
van de machine, wordt de machine uitsluitend overge- held langs de zijde aangeduid op de handleiding van de motor, volgens de aangegeven instructies.
4) Giet geen benzine op de plastic onderdelen van de
motor of de machine, om schade te voorkomen en ver- wijder onmiddellijk elk spoor van benzine dat eventueel gemorst werd. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen, veroorzaakt door benzine.
Iedere ingreep aan het mes kan het beste steeds door een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden, dat over geschikt gereedschap beschikt. Deze machine is voorzien voor het gebruik van messen met de code: 81004381/1 De messen moeten altijd het keurmerk hebben. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de boven vermel- de messen in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid. Monteer het mes (2) weer met de code en het keurmerk naar de grond gericht, in de volgorde in de figuur. Draai de middelste schroef (1) aan met een 35-40 Nm dynamometrische sleutel. Voor de modellen met aandrijving wordt de juiste spanning van de riem verkregen met behulp van de moer (1), tot de aangewezen waarde verkregen wordt (6 mm). Om de grasmaaier aan de binnenzijde schoon te maken dient u gebruik te maken van de speciale aanslui- ting (1) voor de waterslang. Tijdens het reinigen van de grasmaaier dient u altijd achter de handgreep te gaan staan. De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gun- ste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. – Wees geen storend element voor uw buren. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval. – Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwer- ken van de verpakking, olie, benzine, batterijen, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de hui- safval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen ver- zorgen. – Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende locale normen. Bij twijfel of indien iets u niet duidelijk is, wordt contact opgenomen met het dichtstbijzijnd Servicecentrum of de Dealer.
- Danni che si ricollegano alle condizioni di impiego dal contratto di noleggio. Gli interventi di pulizia, cura e regolazioni non vengono considerati quali lavori da eseguire nell’ambito dei diritti di garanzia. Ogni intervento di garanzia deve venir fatto da un negoziante specializzato approvato dalla DOLMAR.93 Werkplaatsservice, reservedelen en garantie Onderhoud en reparaties Het onderhoud en de reparatie van moderne apparaten en veiligheidsrelevante modules vraagt een gekwalificeerde vakopleiding en een met speciaal gereedschap en testap- paratuur uitgeruste werkplaats. Alle niet in deze handleiding beschreven werkzaamheden moeten door een geschikte of door DOLMAR geautori- seerde werkplaats worden uitgevoerd. De vakman beschikt over de noodzakelijke opleiding, erva- ring en uitrusting om u steeds met zo weinig mogelijk kosten een oplossing te bieden en helpt u met raad en daad. Bij reparatiepogingen door derden of niet-geautoriseerde personen vervalt de garantie. Bevoegdheden Alleen bij apparaten met motoren van het merk Briggs&Stratton, Honda, Tecumseh of Robin Subaru is voor de motor de motorfabrikant resp. de desbetreffende geautoriseerde werkplaats bevoegd op het gebied van werkplaatsservice, reserveonderdelen en garantie. Voor het apparaat zelf (zonder motor) is dat DOLMAR. Deze regeling geldt niet voor stroomgeneratoren en voor alle andere apparaten die geen van de bovenge- melde motoren hebben. Hier ligt de bevoegdheid bij DOLMAR. Reserveonderdelen Betrouwbaarheid, levensduur en veiligheid van uw machi- ne is ook afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte reserveonderdelen. Alleen originele reserveonderdelen gebruiken. Alleen de originele onderdelen komen uit dezelfde fabriek als de machine en garanderen daarom de beste kwaliteit van materiaal, maatvastheid, werking and veiligheid. Originele reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijg- baar bij uw vakhandelaar. Deze beschikt over de noodza- kelijke reserveonderdelenlijsten en wordt doorlopend op de hoogte gehouden van verbeteringen en veranderingen in het aanbod van reserveonderdelen. Houd er a.u.b. ook rekening mee dat bij het gebruik van niet-originele onderdelen een prestatie onder garantie niet mogelijk is. Garantie DOLMAR garandeert een uitstekende kwaliteit en vergoedt de kosten van verbeteringen door vervanging van de beschadigde onderdelen in geval van materiaal- of fabrica- gefouten die binnen de garantie na de datum van aankoop optreden. Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Vraagt u dit na bij de verko- per in geval van twijfel. Deze is als verkoper van het pro-
dukt verantwoordelijk voor de garantie. De volgende schadeoorzaken vallen buiten de garantie. Wij vragen hiervoor uw begrip:
- Niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing.
- Achterwege laten van noodzakelijke onderhouds- en rei- nigingswerkzaamheden.
- Schade als gevolg van een onjuiste carburatorinstelling.
- Duidelijke overbelasting door aanhoudende overschrij- ding van de maximaal toegestane belasting.
- Gebruik van geweld, onoordeelkundige behandeling, misbruik of ongevallen.
- Schade door oververhitting als gevolg van vervuiling van het ventilatorhuis.
- Ingrepen door ondeskundige personen of ondeskundige reparatiepogingen.
- Gebruik van ongeschikte reserveonderdelen, resp. niet- originele DOLMAR onderdelen, voorzover deze schade kunnen veroorzaken.
- Gebruik van ongeschikte of te lang opgeslagen brand- stoffen.
- Geluidsniveau aan het oor van de gebruiker overeenkomstig de richtlijn 81/1051/EEG •Presión acústica en el oído del operador conforme a la 81/1051/CEE
- Geluidsniveau aan het oor van de gebruiker overeenkomstig de richtlijn 81/1051/EEG •Presión acústica en el oído del operador conforme a la 81/1051/CEE
1) Dit instructieblad is een aanvulling op de informatie
bevat in de handleiding van de machine en maakt er wezenlijk deel van uit, met betrekking tot het gebruik van het “mulching”-accessoire.
2) Het aanbrengen van het “mulching”-accessoire wij-
zigt het traditioneel maaisysteem en de eventuele opvang of uitwerping van het gemaaide gras, zoals oor- spronkelijk voorzien op de machine.
3) Het aanbrengen van het accessoire en het gebruik
van de machine uitgerust om te “mulchen”, dient te gebeuren overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften vermeld in de handleiding van de machine en de aan- wijzingen relatief aan de verschillende gebruiks- en onderhoudssituaties B) Gebruiksvoorschriften
1) Het accessoire wordt steeds gemonteerd en gede-
monteerd bij uitgeschakelde motor, nadat u de start- sleutel hebt verwijderd (indien aanwezig), of het dopje van de bougie van de motor hebt losgekoppeld.
2) Breng het “Mulching”-accessoire aan, waarbij u let
op de correcte bevestiging en stabiliteit van de gemon- teerde onderdelen.
3) Zelfs met het “mulching”-accessoire gemonteerd,
dient steeds te worden gewerkt met de correct gemon- teerde opvangzak of steenbeschermkap.
4) Maai nooit teveel gras in een keer, om te voorkomen
dat het maaidek verstopt raakt en om de motor en de maaielementen niet te overbelasten. Pas de rijsnelheid aan de toestand van het grasveld en de hoeveelheid gemaaid gras aan.
AANWIJZINGEN VOOR DE MONTAGE
EN DEMONTAGE Montage Til de steenbeschermkap op en voer de deflectordop (1), lichtjes hellend in de uitlaatopening naar beneden toe en duw verfolgens goed aan tot de onderkant van de handgreep (2) het chassis raakt. Demontage Til de steenbeschermkap op en verwijder de deflector- dop (1).
Notice-Facile