Master DH 720 - Luchtbevochtiger

DH 720 - Luchtbevochtiger Master - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DH 720 Master in PDF-formaat.

📄 79 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Master DH 720 - page 25
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Master

Model : DH 720

Categorie : Luchtbevochtiger

Download de handleiding voor uw Luchtbevochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DH 720 - Master en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DH 720 van het merk Master.

GEBRUIKSAANWIJZING DH 720 Master

RE RAADPLEGING. ► ► 1. WERKING Dit apparaat is een luchtontvochtiger. De luchtontvochtiger regelt de relatieve vochtigheid in afgesloten ruimtes door lucht op te zuigen en over koelelementen te leiden. Het koude oppervlak van de koelelementen laat het vocht in de lucht condenseren. Het condenswater wordt opgevangen in de watertank. De gedroogde lucht wordt door de uit- blaasrooster weer in het vertrek geblazen. De lucht wordt nog iets opgewarmd, voordat deze door de uitblaasrooster weer in het vertrek wordt geblazen. ► FIG. 1

1. uitlaat droge lucht

4. inlaat vochtige lucht

► ► 2. PLAATSING Vochtige lucht verspreidt zich, net als hinderlijke (kook) luchtjes, door het gehele huis. Het is dan ook raadzaam om de luchtontvochtiger op een centrale plaats neer te zet- ten, zodat de vochtige lucht van alle kanten uit het gehele huis kan worden aangezogen. Heeft u een serieus vocht- probleem in een vertrek, begin dan in dit vertrek. Later als het vochtprobleem is opgelost, kunt u de luchtontvochtiger desgewenst verplaatsen naar een meer centrale plaats. Plaats de luchtontvochtiger nooit te dicht bij een radiator of andere warmtebron. Zet de luchtontvochtiger stabiel op een vlakke ondergrond. Zet de luchtontvochtiger zoveel mogelijk waterpas en zorg ervoor dat de lucht onbelemmerd kan worden aangezo- gen en uitgeblazen. Zorg er dus voor dat aan alle kanten van het apparaat minstens 10 cm (4”) vrije ruimte wordt behouden. Voor extra praktisch gebruik en mobiliteit heeft uw luchtontvochtiger 4 wieltjes. Indien u het apparaat wilt verplaatsen, dient u het eerst uit te zetten, het snoer uit het stopcontact te halen en de watertank te legen. Het gebruik van een verlengsnoer wordt afgeraden. Zorg er dus voor dat het apparaat niet te ver van een stopcontact wordt ge- plaatst. Indien een verlengsnoer toch noodzakelijk blijkt te zijn, let erop dat de diameter van de stroomkabels minstens 1 mm

bedraagt. Het beste effect wordt verkregen in een ruimte met buitendeuren en ramen gesloten wanneer de luchtontvochtiger aan staat.

Symbolen vermeld op het apparaat hebben de volgende betekenis: ► Het apparaat is gevuld met propaan R290. De instruc- ties van de fabrikant betreffende het gebruik en onderhoud van het apparaat dienen strikt te worden nageleefd! ► Voordat men het apparaat opstart, dient men de hand- leiding zorgvuldig door te lezen. ► Het apparaat mag niet worden geïnstalleerd, gebruikt of opgeslagen in een ruimte die kleiner is dan 4m

ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ► ALLEEN VOOR BINNENGEBRUIK. ► Het apparaat mag niet worden gebruikt in keukenkas- ten, kledingkasten, op boten, in caravans of andere ver- gelijkbare gesloten ruimtes. ► Het apparaat mag niet worden gebruikt in de nabijheid van zwembaden, wasruimtes of andere vochtige ruimtes. ► Na het vervoer of het kantelen van het apparaat (bv. tijdens de reiniging) dient men 12 uur af te wachten voor- dat men het apparaat op het elektriciteitsnetwerk opnieuw aansluit. ► Het apparaat dient verticaal op een vlakke ondergrond (ook tijdens het vervoer!) te worden geplaatst waarbij men rekening houdt met een afstand van min. 50 cm tot andere voorwerpen. ► Het apparaat mag niet worden gebruikt in een mogelijk explosiegevaarlijke omgeving met ontvlambare vloeistoff- en, gassen of stof. ► Het apparaat mag niet worden gebruikt in de buurt van ontvlambare of explosieve stoffen of brandstoffen. In de buurt van het apparaat mag geen verf, schoonmaakmid- delen, insecticiden of soortgelijke producten worden ge- spoten want dit kan leiden tot vervorming van de plastic INHOUDSOPGAV INHOUDSOPGAV 1... WERKING 2... PLAATSING

UAonderdelen of beschadiging van de elektrische installatie van het apparaat. ► Men dient een minimumafstand van 50 cm afstand te tussen de zijkanten van het apparaat en de brandbare vo- orwerpen die warm kunnen worden. ► Op het apparaat mogen geen voorwerpen worden ge- plaatst, noch mag de luchtinlaat en -uitlaat worden bedekt. ► Bescherm het apparaat tegen spatwater. ► Houd kinderen en huisdieren die in de buurt van het werkende apparaat verblijven goed in de gaten. ► NIET TOESTAAN DAT KINDEREN MET HET APPA- RAAT SPELEN. ► Zonder toezicht van een volwassene mag het apparaat door kinderen niet worden gereinigd noch onderhouden. ► Het apparaat dient te worden uitgezet en losgekoppeld van de stroomvoorziening indien niet in gebruik. ► Laat het apparaat tijdens het gebruik niet onbeheerd achter. ► Trek niet aan het netsnoer om het apparaat te verplaat- sen. ► Vermijd het draaien, vouwen en trekken aan het netsno- er, alsook het vastbinden ervan met nylon- of staaldraden. ► Zorg ervoor dat de stekker en het stopcontact zich op een zichtbare en gemakkelijk toegankelijke plaats bevin- den. ► Gebruik geen verlengsnoeren. ► Grijp in geen enkel geval naar het apparaat als het in het water is gevallen. Neem in een dergelijk geval direct de stekker uit het stopcontact. Voordat het apparaat opnieuw wordt gebruikt, dient de staat ervan te worden gecontrole- erd. ► Het apparaat moet worden aangesloten in overeens- temming met de nationale voorschriften en normen voor elektrische installaties. ► Overschrijd de aanbevolen kamergrootte niet om maxi- male prestaties van het apparaat te behouden. ► Sluit alle ramen en deuren. ► In geval van veel zonlicht dient men gordijnen of rolg- ordijnen te gebruiken. ► Zorg voor schone lters. ► Wanneer de kameromstandigheden het doelniveau bereiken, dient men de instellingen voor temperatuur en luchtstroom te verlagen. ► Gebruik het apparaat niet als het apparaat, het netsnoer of de stekker ervan beschadigd zijn, het apparaat niet goed werkt of als er tekenen zijn van een andere storing. Geef het volledige apparaat aan de verkoper of een gekwali- ceerde elektricien voor inspectie en/of reparatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Het apparaat (inclusief het netsnoer en de stekker) mag alleen worden gedemon- teerd en/of gerepareerd door daartoe geautoriseerde en voldoende gekwaliceerde personen. ► Het wordt aanbevolen om het apparaat periodiek te in- specteren. ► HET APPARAAT MAG ALLEEN DOOR EEN GECER-

DIE ONTSTAAN ZIJN DOOR ONJUIST GEBRUIK. ► het apparaat moet altijd rechtop staan; ► Stop geen vreemde voorwerpen in de openingen (lucht in- en uitlaten); ► Controleer de netspanning. De luchtontvochtiger is uitsluitend geschikt voor de aansluitspanningen die staan aangegeven op het typeplaatje aan de achterkant van het apparaat; ► Als de stroomkabel van de luchtontvochtiger is bescha- digd, dient deze vervangen te worden door een deskun- dige servicemonteur om ieder risico te voorkomen; ► zet het apparaat nooit aan en schakel het nooit uit door de stekker uit het stopcontact te trekken. Gebruik hiervoor altijd de schakelaar op het bedieningspaneel; ► indien u het apparaat wilt verplaatsen, dient u het eerst uit te zetten, de stekker uit het stopcontact te halen en de watertank te legen; ► gebruik geen spray tegen ongedierte of anderen brand- bare schoonmaakmiddelen; ► reinig de luchtontvochtiger nooit door het apparaat met water te besproeien of in water te dompelen. ► DIT APPARAAT IS NIET BESTEMD VOOR GEBRUIK

ER OP DAT KINDEREN NIET MET HET APPARAAT SPE- LEN. ► ► VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN KOELMID- DEL R290: ► Lees de onderstaande waarschuwingen zorgvuldig door. ► Het apparaat bevat het koelmiddel R290. R290 is een koelmiddel conform de betreffende Europese richtlijnen. Maak nooit gaten in het koelcircuit. Het koelmiddel R290 is brandbaar (GWP 3)! ► Gebruik voor het ontdooiproces en reinigen geen an- dere middelen dan de middelen aanbevolen door de fa- brikant. ► Dit apparaat dient te worden opgeslagen in een ruimte waar zich geen bronnen van ontsteking bevinden, zoals open vuur, werkende gasapparaten of werkend elektrisch verwarmingselement. ► Perforeer of brand geen van de onderdelen van het ko- elcircuit van het apparaat. Richt het licht niet rechtstreeks op het apparaat. ► Het apparaat dient op zo een manier te worden op- geslagen dat het geen mechanische beschadigingen kan oplopen. ► Het apparaat dient te worden geïnstalleerd, gebruikt oen bewaard in een ruimte met een vloeroppervlakte die groter is dan 4m

► Het koelstof kan geurloos zijn waardoor lekkage moei- lijker wordt opgemerkt. ► Men dient de nationale normen en voorschriften voor gasvormige brandstoffen. ► Ventilatieopeningen niet blokkeren. ► Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte die overeenkomt met de technische specicaties van het apparaat. ► Personen die met een koelcircuit werken of het herstel- len, dienen in het bezit te zijn van de juiste certicering die

UAafgegeven is door een geaccrediteerde technische instan- tie en die bevestigt dat de persoon in kwestie bevoegd is en koelmedia veilig kan hanteren in overeenstemming met de betreffende normen en voorschriften. ► Alle reparaties en onderhoud moeten altijd uitgevoerd worden in overeenstemming met de aanbevelingen van de fabrikant van het apparaat. Onderhoud en reparaties die de assistentie van gekwaliceerd personeel vereisen, mo- eten worden uitgevoerd onder toezicht van iemand die ge- specialiseerd is in het gebruik van ontvlambare koelmedia. BELANGRIJK! Het apparaat mag niet worden gebruikt bij temperaturen onder 5°C, om zo ijsafzetting op de verdamper te voorko- men. ► ► 4. ONDERDELEN ► Voorkant FIG. 2

7. Luchtinlaat /Filters

1. Knop voor het instellen van de luchtvochtigheid

2. Indicator van de werkmodus (ononderbroken, luchtvoch-

tigheid 40%, 50%, 60%, 70%)

3. Temperatuur/luchtvochtigheid weergave

4. Indicator werking van de tijdklok

5. Knop voor temperatuur weergave

9. Indicator hoge snelheid van de ventilatie

10. Regelknop snelheid/ventilatie

11. Indicator lage snelheid van de ventilatie

12. Indicator stroomvoorziening

13. Knop ON/OFF (voorziening)

14. Indicator ”Vulling met water”

De indicator op het display kan de gemeten luchtvochtig- heid in 3 verschillende kleuren tonen. Hierdoor kan de ge- bruiker de luchtvochtigheid binnen de ruimte snel bepalen: Blauw licht – luchtvochtigheid van de ruimte >70% Groen licht - luchtvochtigheid van de ruimte 50~70% Rood licht -luchtvochtigheid van de ruimte < 50% Knipperend rood licht - alarm voor hoog waterniveau. ► Bediening

1. Sluit het apparaat op het juiste stopcontact aan. (Gelieve

de waarde van de spanning/frequentie controleren op de voorgeschreven typeplaat van het apparaat)

2. Druk op de knop ON/OFFom het apparaat in te schake-

len. De compressor gaat aan.

3. Druk op de knop voor hetinstellen van de luchtvochtig-

heid om de werkmodus te selecteren: permanent, lucht- vochtigheidsniveau 40%,50%, 60% of 70%. De juiste indi- cator voor de gegeven waarde gaat branden.

4. Druk op de knop snelheid/ventilatie om de hoge of lage

snelheid van de ventilatie in te stellen. De juiste indicator voor de gegeven waarde gaat branden.

5. Druk op de knop KLOK om de verwachte werktijd (1~24

uur)in te stellen. Na het drukken op de knop KLOK, ver- toont het display de geselecteerde tijd. Laat de knop los gedurende 8 seconden zodat het display teruggaat naar de weergave van de luchtvochtigheid van de ruimte. Na het verloop van het aangegeven aantal uren, gaat de com- pressor automatisch uit.

6. Door het drukken op de knop ”TEMP” wordt de huidige

temperatuur in de ruimte vertoond. Laat de knop los ge- durende 8 seconden zodat het display teruggaat naar de weergave van de luchtvochtigheid van de ruimte.

7. De functie LUCHTONTVOCHTIGER zet de turbo-mo-

dus van het ventilatiesysteem aan en dit veroorzaakt het permanent afdrogen van de luchtvochtigheid. Door middel van deze functie kan men de was drogen.

8. Om het apparaat uit te zetten, druk op de knop ON/OFF.

9. Functie PRE-SET. Door middel van de knop KLOK zon-

der het starten van enige functies (knop ON/OFF inbegre- pen) kan men de tijd van het aanzetten van het apparaat instellen, bv. als men de klok op ’2’ instelt, dan gaat het apparaat automatisch 2 uur later aan. ► ► 6. WATERAFVOER Wanneer de watercontainer vol is, voor de beveiliging gaat de compressor automatisch uit en de indicator ’vulling met het water’ gaat rood branden. Om de watercontainer te verwijderen, til hem voorzichtig uit het apparaat. Na het legen van de watercontainer, plaats hem weer terug. Verzekert u zich dat de watercontainer goed terug geplaatst is. Als de watercontainer goed terug geplaatst is, gaat het verklikkerlicht ’vulling met het water’ uit en de luchtontvochtiger wordt gestart. Als de watercontainer niet goed terug geplaatst is, zal de indicator ’vulling met het water’ nog steeds rood branden.

AANSLUITEN OP EEN VASTE WATERAFVOER

Als de luchtontvochtiger bij een hoge luchtvochtigheid wordt gebruikt, zal de watercontainer vaker dienen gele- egd te worden. In een dergelijke situatie is het veel mak- kelijker het ononderbroken legen van de watercontainer in te stellen. Daarvoor dient men de volgende handelingen uit te voeren:

1. Verwijder de watercontainer (FIG. 5)

2. Sluit de waterafvoer aan op de luchtuitlaat van diameter:

11 mm (de waterafvoer wordt niet met het apparaat me- egeleverd) (FIG. 6)

3. Verzekert u zich dat de waterafvoer goed bevestigd is

en dat het water zonder obstakels weg kan lopen. Let op! Bij hele lage temperatuur dient men aanvullend de wateraf- voer tegen het bevriezen te beveiligen.

4. De watercontainer op zijn plek zetten.

► ► 7. ONDERHOUD Neem altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat of onderdelen hiervan gaat reinigen of ver- vangen.

HET APPARAAT Gebruik alleen een zachte doek om de buitenkant van het apparaat schoon te maken. Gebruik geen bijtende of agressieve schoonmaakmidde

len. Deze middelen kunnen het apparaat blijvend beschadigen.

SCHOONMAKEN VAN HET LUCHTFILTER

Dit model van de luchtontvochtiger is uitgerust met soor

- Verwijder de lterhouder en verwijder dan het koolstof

lter. - Maak het lter voorzichtig schoon met de stofzuiger of spoel hem af onder de kraan. Als het lter zeer vies is, gebruik warm water met een kleine hoeveelheid van een zacht schoonmaakmiddel. - Voor het hergebruik van het lter, verzekert u zich dat het lter helemaal droog is. - Men dient het lter niet aan direct zonlicht bloot te stellen.

2. ACTIEF KOOSTOFLFILTER (bestemd voor het binden

van stofdeeltjes die in de lucht aanwezig zijn en voor het beperken van de vermenigvuldiging van bacteriën) Het actieve koolstoflter is gelegen achter het luchtlter. In tegenstelling tot het luchtlter kan het active koolstoflter niet gereinigd worden. De duurzaamheid van het koolstof- lter hangt af van de omgevingsomstandigheden van de ruimte waar het apparaat wordt gebruikt. Het lter dient periodiek gecontroleerd te worden en als het nodig ver- vangen te worden. OPSLAG Wanneer u de luchtontvochtiger langere tijd niet wilt ge- bruiken, dient het apparaat te worden uitgeschakeld. Trek het snoer uit het stopcontact en reinig het apparaat. ► Leeg de watertank en droog alle onderdelen goed. ► Bedek de luchtontvochtiger en bewaar het apparaat op een plaats waar het niet wordt blootgesteld aan direct zon- licht.

► ► 8. VERHELPEN VAN STORINGEN

DE LUCHTONTVOCHTIGER WERKT NIET: ► Is de stekker aangesloten op een stopcontact? ► Is er stroomaansluiting in het gebouw? ► Is de kamertemperatuur 35°C of hoger? Zo ja, dan is valt dit buiten de werkingstemperatuur van het apparaat. ► Check of de hygrostaat (of de ON/OFF knop) is ing- eschakeld. ► Zorg ervoor dat de watertank leeg is en goed in de luch- tontvochtiger geplaatst. ► Zorg ervoor dat de luchtinlaat en -uitlaat vrij zijn.

DE LUCHTONTVOCHTIGER LIJKT NIET GOED

TE WERKEN: ► Is het lter vuil of verstopt? ► Zijn de luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd? ► Is het vochtigheidsgehalte van de omgeving niet al laag genoeg?

DE LUCHTONTVOCHTIGER ONTVOCHT NIET

OF SLECHTS HEEL WEINIG: ► Zijn er niet te veel deuren en ramen open? ► Is er iets in de kamer dat voor een hoog vochtigheids

gehalte zorgt? HET APPARAAT MAAKT VEEL LAWAAI: ► Controleer of de luchtontvochtiger stabiel is en op een vlakke ondergrond staat.

ER LOOPT WATER UIT DE LUCHTONTVOCHTI-

GER: ► Controleer of the apparaat in goede technische staat is. ► Indien het apparaat niet op een vaste waterafvoer is aangesloten, dient te worden gecontroleerd of de rubberen dop aan de onderkant van het apparaat goed vastzit. Foutcodes op het scherm Code Oorzaak Oplossing E1 De omgevingstemperatuur- sensor (omhulsel: hars) is geopend of er is een storing vanwege een kortsluiting. Controleer of de omgevings- temperatuursensor goed is aangesloten op de print- plaat. Vervang de omgevingstem- peratuursensor. Vervang de hoofdprintplaat. Het niveau van luchtvochtig- heid is lager dan 40% rela- tieve vochtigheid. E2 De koelsysteemsensor (om- hulsel: koper) is geopend of er is een storing vanwege een kortsluiting. Controleer of de sensor goed is aangesloten op de printplaat. Vervang de sensor. Vervang de hoofdprintplaat. E3 De kabel van de tempera- tuursensor (TC) is los of be- schadigd. Het apparaat zal een gelu- idssignaal afgeven geduren- de 3 seconden en er zal de E3-foutcode elke seconde knipperen. De compressor en ventila- tormotor stoppen met wer- ken. De sensor dient te worden gecontroleerd en vervang- en. E5 Als de temperatuursensor een temperatuur van ten- minste 130°C gedurende langer dan 5 seconden meet, dan zal het apparaat een geluidssignaal afge- ven gedurende 3 seconden waarbij de E5-foutcode elke seconde gaat knipperen. De compressor en ventila- tormotor stoppen met wer- ken. In dit geval dient men het apparaat met behulp van de ON/OFF-knop uit te zetten en dan opnieuw aan te zet- ten om na te kijken of de E5- foutcode nog steeds aanwe- zig is. Indien de foutmelding niet verdwijnt, betekent dit, dat de compressoreenheid niet juist werkt. De compressor dient te wor- den gecontroleerd en herst- eld.