AL-KO Robolinho 500 W - Robotmaaier

Robolinho 500 W - Robotmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Robolinho 500 W AL-KO in PDF-formaat.

📄 504 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice AL-KO Robolinho 500 W - page 64
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Robolinho 500 W AL-KO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Robolinho 500 W - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Robolinho 500 W van het merk AL-KO.

GEBRUIKSAANWIJZING Robolinho 500 W AL-KO

1 Over deze gebruikershandleiding ...... 64

1.1 Symbolen op de titelpagina...... 64

1.2 Verklaring van pictogrammen en sig- naalwoorden.... 64

2 Productomschrijving 64

2.3 Symbolen op het apparaat 66

2.4 Bedieningsoppervlak.... 66

2.5 Display 67

2.6 Menustructuur 68

2.7 Basisstation.... 69

2.8 Accu 69

2.9 Beschrijving van de werking...... 69

2.10 Wifi-module en AL-KO inTOUCH app 70

3 Veiligheid 70

3.1 Beoogd gebruik 70

3.2 Mogelijk foutief gebruik 71

3.3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen 71

3.3.1 PIN- en PUK-invoer 71

3.3.2 Sensoren 72

3.4 Veiligheidsinstructies.... 72

3.4.1 Gebruiker.... 72

3.4.2 Persoonlijke beschermingsmid- delen.... 73

3.4.3 Veiligheid van personen en die- ren 73

3.4.4 Veiligheid van het apparaat ..... 73

3.4.5 Elektrische veiligheid 74

4 Montage....74

4.1 Apparaat uitpakken 74

4.2 Maaigebieden plannen (01) 74

4.3 Maaigebieden voorbereiden.... 74

4.4 Basisstation opbouwen (03/a).... 75

4.5.1 Begrenzingskabel op het basisstation aansluiten (03/b) 75

4.5.6 Kabelreserves aanleggen (07)..... 76

4.5.7 Typische fouten bij het leggen van de kabel (02) 76

4.6 Basisstation op voeding aansluiten (04) 77

4.7 Verbindingen aan het basisstation controleren (04) 77

5 Inbedrijfstelling 77

5.1 Accu opladen (08) 77

5.2 Basisinstellingen uitvoeren 77

5.3 Maaihoogte instellen.... 78

5.4 Automatische kalibratierit uitvoeren.... 78

6 Bediening 78

6.1 Apparaat met de hand starten ..... 78

6.2 Maaiwerking staken.... 78

6.3 Nevenoppervlak maaien (01/NF)...... 79

7 Instellingen 79

7.1 Instelling oproepen - Algemeen...... 79

7.2 Geluidssignaal knopbediening active-ren/deactiveren.... 79

7.5.3 Maaitijden instellen 80

7.6 inTOUCH 81

7.7 Randen maaien bij handmatige start.. 81

7.8 Maaien van nevenoppervlakken in- stellen 81

7.9 Displaycontrast instellen.... 81

7.10 Instellingsbescherming 81

7.11 Opnieuw kalibreren 82
7.12 Terugzetten op fabrieksinstellingen ... 82

8 Informatie weergeven 82

9 Onderhoud en verzorging 82

9.1 Reiniging 82
9.2 Regelmatige controle 83
9.3 Messen vervangen.... 83

10 Transport 84
11 Opslag 84

11.1 Robot-grasmaaier opbergen 84
11.2 Laadpaal opbergen 84
11.3 Begrenzingskabel overwinteren ..... 84

12 Verwijderen.... 84
13 Hulp bij storingen 85

13.1 Apparaat- en bedieningsfouten ver- helpen 85
13.2 Foutcodes en -oplossing 87

14 Klantenservice/service centre.... 90
14 Klantenservice/service centre.... 90
15 Garantie 90

1 OVER DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING

De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over het apparaat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschuwingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 1

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

Symbool Betekenis

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 1

Gebruiksaanwijzing

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 2

Ga voorzichtig met Li-Ion accu's om! Neem met name de aanwijzingen voor transport, opslag en afvalverwijdering in acht!

1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden

⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
⚠️ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.

LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.

OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.

Deze documentatie beschrijft een volautomatische, met een accu gevoede robot-grasmaaier die zich op een gazon vrij beweegt. De snijhoogte kan versteld worden.

2.1 Leveringsomvang

Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controleer of alle posities aanwezig zijn:

AL-KO Robolinho 500 W - Leveringsomvang - 1

1 Robot-grasmaaier
2 Beknopte handleiding
3 Gebruiksaanwijzing
4 Gazonpennen *
5 Voeding
6 Basisstation incl. schroefnagels (5 st.), moersleutel en winterafdekking
7 Begrenzingskabel **

* Robolinho 500: 90 stuks, Robolinho 1150: 180 stuks, Robolinho 700/1200/2000: niet in de leveringsomvang inbegrepen
** Robolinho 500: 100 m, Robolinho 1150: 150 m, Robolinho 700/1200/2000: niet in de leveringsomvang inbegrepen

2.2 Robot-grasmaaier
AL-KO Robolinho 500 W - Leveringsomvang - 2

1 Bedieningsveld met display (inwendig)
2 STOP-toets (stopt het apparaat meteen en de snijmessen binnen de 2 s)
3 Aansluitcontacten voor opladen
4 Hoogteverstelknop (verzonken)
5 Voorste wielen (stuurbaar)
6 Maaidek
7 Aandrijfwiel
8 Messenschijf
9 Bevestigingsbout
10 Wegruimmes
11 Snijblad
12 Accuschacht

2.3 Symbolen op het apparaat

Symbool Betekenis

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 1

Houd anderen uit de buurt van de gevarenzone!

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 2

Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik!

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 3

Blijf met uw handen en voeten bij het maaimechanisme vandaan!

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 4

Houd voldoende afstand!

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 5

Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 6

Voer voor het starten van het apparaat het PIN in!

AL-KO Robolinho 500 W - Symbool Betekenis - 7

Rijd niet op het apparaat mee!

2.4 Bedieningsoppervlak

AL-KO Robolinho 500 W - Bedieningsoppervlak - 1

text_image 1 2* 3 4 HOME MENU ON OFF START PAUSE 8 7 6 56

* alleen Robolinho 700/1200/2000

Nr. Component

1(Home-toets): Maaiwerking staken, het apparaat rijdt terug naar het basisstation. Het start de volgende dag weer automatisch op de ingestelde maaitijd.
2Regensensor (Robolinho 700/1200/2000): Stelt vast of het regent (zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000)", pagina 79).
3Display: Toont de huidige bedrijfsstatus van het apparaat, de naam van het geselecteerde menu, de menupunten en de functies die geselecteerd kunnen worden (zie Hoofdstuk 2.5 "Display", pagina 67).
4[IMAGE]
5[IMAGE] (Start/pauze-toets): Maaiwerking met de hand starten en onderbreken of maaiwerking na het indrukken van [IMAGE] meteen weer voortzetten.
6[IMAGE] (functietoetsen): De functie oproepen die zojuist boven de toets op het display wordt weergegeven.
7[IMAGE] (On/Off-toets): Apparaat in- en uit-schakelen.

Nr. Component

8

AL-KO Robolinho 500 W - Nr. Component - 1

(Menutoets): Hoofdmenu oproepen.

2.5 Display

AL-KO Robolinho 500 W - Display - 1

text_image Hoofdmenu * Instellingen Informatie Terug Bevestigen

Nr. Indicatie

1 Naam van het geselecteerde menu (hier: Hoofdmenu)
2 Menupunten in het menu: Er worden telkens slechts twee menupunten weergegeven (hier: Instellingen en Informatie). Met ▲n kunnen er verdere menupunten worden weergegeven.
3 Functies voor het geselecteerde menupunt (hier: Instellingen). Met en kunnen de functies worden opgeroepen.
4 Sterretje voor de markering van het ge- selecteerde menupunt (hier: Instel- lingen)

2.6 Menustructuur

HoofdmenuProgrammaweekprogramma zie Hoofdstuk 7.5 "Maaiprogramma instellen", pagina 80
Startpunten zie Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunten instellen", pagina 80
Programma-info zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
Instel-lingenTijdstip zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina 77
Datum zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina 77
Taal zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina 77
PIN code zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina 77
Geluidssignaal knopbediening zie Hoofdstuk 7.2 "Geluidssignaal knopbediening activeren/deactiveren", pagina 79
EcoMode zie Hoofdstuk 7.3 "Eco-Mode activeren/deactiveren (Robolinho 700/1200/2000)", pagina 79*
Regensensorzie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000)", pagina 79*
Regensensor vertrag. zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000)", pagina 79*
Regengevoelig zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000)", pagina 79*
inTOUCH zie Hoofdstuk 7.6 "inTOUCH", pagina 81
Randen maaien zie Hoofdstuk 7.7 "Randen maaien bij handmatige start", pagina 81
Nevenoppervlak actief/inactief zie Hoofdstuk 7.8 "Maaien van nevenoppervlakken instellen", pagina 81
Displaycontrast zie Hoofdstuk 7.9 "Displaycontrast instellen", pagina 81
Instellingsbescherming zie Hoofdstuk 7.10 "Instellingsbescherming", pagina 81
Opnieuw kalibreren zie Hoofdstuk 7.11 "Opnieuw kalibreren", pagina 82
Fabrieksinstellingen zie Hoofdstuk 7.12 "Terugzetten op fabrieksinstellingen", pagina 82
Informa-tieMessenservice zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
Hardware zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
Software zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
Programma-info zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
Storingen zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82

* Robolinho 700/1200/2000

2.7 Basisstation

AL-KO Robolinho 500 W - Basisstation - 1

1 Bodemplaat
2 Leds voor statusweergave
3 Laadcontact
4 Home-toets [IMAGE]
5 Laadzuil
6 Kabelschacht
7 Wielkuip
8 Boring voor schroefspijkers (9)
9 Schroefspijkers

* Robolinho 700/1200/2000

2.8 Accu

De accu kan door de gebruiker worden vervangen.

i OPMERKING De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke willekeurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken. De accu kan alleen worden opgeladen als het apparaat is ingeschakeld.

De accu is bij oplevering gedeeltelijk opgeladen. Bij normaal gebruik wordt de accu regelmatig opgeladen. Het apparaat rijdt hiervoor terug naar het basisstation.
De geïntegreerde bewakingselectronica beeindigt het opladen automatisch als er een oplaadstatus van 100 % is bereikt.

  • Het opladen werkt alleen bij een onberispelijk contact van de laadcontanten van het basisstation met de contactoppervlakken van het apparaat.
    Bij een temperatuur hoger dan 45 °C blokkeert de ingebouwde beveiliging het opladen van de accu. Op deze wijze wordt een accustoring voorkomen.
    Als de bedrijfsduur van de accu ondanks een volledige oplading duidelijk korter is geworden, moet hij bij een AL-KO dealer, technicus of AL-KO servicepartner door een originele accu worden vervangen.
    Als de accu door veroudering of een te lange opslagduur ontladen raakt tot beneden de door de fabrikant vastgelegde drempelwaarde, kan hij niet meer worden opgeladen. Laat de accu en de controle-elektronica controle-ren door uw AL-KO dealer, technicus of servicepartner.
    De laadconditie van de accu wordt getoond op het display. De accustatus na ca. 3 maanden opslag controleren. Schakel hiervoor het apparaat in en lees de accustatus af. Als de accu slechts nog maar voor ca. 30 % of minder is geladen moet het apparaat in het basisstation geplaatst en ingeschakeld worden zodat de accu wordt opgeladen. Als de laadzuil voor het opbergen van het basisstation werd verwijderd (zie Hoofdstuk 11.2 "Laad-paal opbergen", pagina 84), moet die eerst weer in omgekeerde volgorde gemonteerd en het basisstation weer op het stroomnet aangesloten worden.
    Als er elektrolyt uit het huis is vrijgekomen: Apparaat door een AL-KO servicepunt laten repareren!
  • Indien de accu uit het apparaat werd verwijderd: Als er ogen of handen met het vrijgekomen elektrolyt in aanraking zijn gekomen moeten die onmiddellijk met water worden gespoeld. Daarna onmiddellijk een arts raadplegen!

2.9 Beschrijving van de werking

Bewegen op het gazon

Het apparaat beweegt zich vrij op een door een begrenzingskabel afgezet gebied. De oriëntatie van het apparaat gebeurt met sensoren die het magneetveld van de begrenzingskabel herkennen.

Als het apparaat tegen een obstakel stoot blijft het staan en beweegt verder in een andere rich-

ting. Als het apparaat in een situatie komt waarin er geen werking mogelijk is, wordt dit met en melding op het display aangegeven.

Robolinho 700/1200/200: Als het apparaat bij een ingeschakelde regensensor vocht herkent, gaat het automatisch terug naar het basisstation.

Maaiwerking en laadwerking

De maafasen worden afgewisseld door laadfasen. Als de lading van de accu bij het maaien tot een bepaalde waarde (weergave: 0 %) is gedaald, gaat het apparaat langs de begrenzings-kabel terug naar het basisstation.

Maaiprogramma's zijn vooraf ingesteld en kunnen op het apparaat of in de app aangepast worden.

Bij elke start van de maaimotor wordt zijn draai-richting omgekeerd, waardoor de levensduur van de maaimessen wordt verdubbeld.

2.10 Wifi-module en AL-KO inTOUCH app

De robot-grasmaaier is uitgevoerd met een wifi-module. Dit maakt een comfortabele bediening, instelling en bewaking via een app vanaf een mobiel apparaat (smartphone, tablet) mogelijk.

HOPMERKING Het gebruikte mobiele apparaat heeft een internetverbinding nodig voor gebruik van de inTOUCH app.

i OPMERKING Om de robot-grasmaaier up-to-date te houden, moet hij via een wifi-netwerk met het internet verbonden zijn. De AL-KO in-TOUCH app geeft informatie als er nieuwe software updates voor de robot-grasmaaier zijn. Die worden automatisch gedownload.

AL-KO inTOUCH app

De AL-KO inTOUCH app is voor Android-gebaseerde apparaten verkrijgbaar in de Google Play Store en voor iOS-gebaseerde apparaten in de Apple App Store:

AL-KO Robolinho 500 W - AL-KO inTOUCH app - 1

Na het installeren van de app moet u zich eerst aanmelden.

De eerste keer dat de app wordt gestart, wordt de beknopte installatiehandleiding;snelle installatiehandleiding automatisch opgeroepen. Volg de instructies op om de robot-grasmaaier in de tuin te installeren en vervolgens met de AL-KO in-TOUCH app te verbinden.

H OPMERKING De robot-grasmaaier maakt uitsluitend verbinding met een 2,4 GHz wifi. 5GHz wifi-netwerken worden niet ondersteund.

Om een verbinding te maken met de AL-KO in-TOUCH app moeten de robot-grasmaaier en de smartphone zich binnen het bereik van een router met voldoende signaalsterkte (aanbeveling: min. 50%) bevinden.

  1. AL-KO inTOUCH app starten.
  2. Gebruikersaccount aanmaken met „REGISTREREN“. Gebruikersnaam en wachtwoord invoeren.
  3. Aanmelden met het tevoren aangemaakte gebruikersaccount.
  4. Verbindingsassistent starten via „APPARA-TEN“ en „NIEUW APPARAAT“.
  5. Volg de verdere instructies.

i OPMERKING Als de robot-grasmaaier zich in een gedeelte van de tuin met een slecht of zonder wifi-ontvangst bevindt, worden de instellingen van de AL-KO inTOUCH app pas uitgevoerd als de robot-grasmaaier binnen een gedeelte met een goed signaal terugkomt. Als de plaatselijke wifi-sterkte van de router niet de hele tuin afdekt, kan de reikwijdte ervan met een gebruikelijke repeater uitgebreid worden.

Bij functiestoringen kan een dealer u met de ge-installeerde AL-KO inTOUCH app behulpzaam zijn. De robot-grasmaaier moet via de AL-KO in-TOUCH app voor de dealer vrijgegeven worden. Naast de toegang op afstand tot geïntegreerde robot-grasmaaiers biedt de AL-KO inTOUCH App nog andere functies zoals productregistratie, tuin-tips, plantadviezen of pushmeldingen in geval van een storing.

3 VEILIGHEID

3.1 Beoogd gebruik

Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw,

worden beschouwd als niet be- oogd gebruik en leiden tot uit- sluiting van de garantie, het ver- lies van de conformiteit (CE-mar- kering) en de afwijzing van elke verantwoordelijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden.

De toepassingsgrenzen van het apparaat zijn:

■ max. oppervlak:

■ Robolinho 500: 500 m²
■ Robolinho 700: 700 m²
■ Robolinho 1150: 1200 m²
■ Robolinho 1200: 1200 m²
■ Robolinho 2000: 2000 m²

■ max. helling/daling: 45 % (24°)
■ max. zijwaartse helling: 45 % (24°)
■ Temperatuur:

3.2 Mogelijk foutief gebruik

Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik in een openbare omgeving, parken, op sportterreinen of in de land- en bosbouw.

3.3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.

■ Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
■ De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.

3.3.1 PIN- en PUK-invoer

Het apparaat kan alleen door invoeren van een PIN (personal Identification Number) worden gestart. Daardoor wordt het in-schakelen door onbevoegde per-sonen voorkomen. De PIN-code is in de fabriek ingesteld op 0000. De PIN-code kan worden gewijzigd, zie Hoofdstuk 5.2 "Ba-sisinstellingen uitvoeren", pagi-na 77.

Als de pincode 3 keer verkeerd wordt ingevoerd, is de invoer van de PUK (Personal Unlocking Key) noodzakelijk. Als die ook verkeerd wordt ingevoerd moet er 24 uur voor de volgende in-voer worden gewacht.

■ Bewaar de PIN- en PUK-code ontoegankelijk voor onbevoegde personen.

3.3.2 Sensoren

Het apparaat heeft meerdere veiligheidssensoren. Hij schakelt na het uitschakelen door een veiligheidssensor niet automatisch weer in. De foutmelding wordt op het display weergegeven en moet bevestigd worden. De reden voor de activering van de sensor moet worden verholpen.

Hefsensor

Als het apparaat tijdens de werking aan het huis wordt opgetild, wordt de rijaandrijving uitgeschakeld en de snijmessen worden gestopt.

Stootsensoren voor obstakelherkenning

Het apparaat is uitgevoerd met sensoren die er bij contact met een obstakel voor zorgen dat de rijrichting wordt aangepast. Wanneer het apparaat tegen een obstakel aanstoot, verschuift het bovendeel van de behuizing iets en de stootsensor wordt geactiveerd.

Hellingsensor in rijrichting/zijkant

Als er in rijrichting een helling of een daling of een schuine zijwaartse stand van 24° (45 %) wordt bereikt, keert het apparaat om of verandert van rijrichting.

Regensensor (Robolinho 700/1200/2000)

Het apparaat is uitgevoerd met een regensensor die in geactiveerde hoedanigheid bij regen de maaibeurt onderbreekt en ervoor zorgt dat het apparaat te-rugrijdt naar het basisstation.

i OPMERKING Het apparaat kan betrouwbaar in de buurt van andere robot-grasmaaiers worden gebruikt. Het in de begrenzingskabel gebruikte signaal voldoet aan de door EGMF (European Garden Machinery Federation) vastgelegde standaards wat betreft de elektromagnetische emissies.

AL-KO Robolinho 500 W - Regensensor (Robolinho 700/1200/2000) - 1

3.4 Veiligheidsinstructies

3.4.1 Gebruiker

■ Jongeren van jonger dan 16 jaar, personen met lichamelijke, sensorische of geestelijke beperkingen of met onvoldoende ervaring en kennis en personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, mogen het apparaat niet gebruiken. Neem eventueel van toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften omtrent de minimum leeftijd van de gebruiker in acht.

■ Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.

3.4.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Om letsel te voorkomen moet er doelmatige kleding en moeten er persoonlijke beschermingsmiddelen worden gedragen.
    ■ De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit:

- lange broek en stevige schoenen.

- bij onderhoud en verzorging: Veiligheidshandschoenen.

3.4.3 Veiligheid van personen en dieren

- Op openbaar toegankelijke terreinen moeten rondom het maaigebied waarschuwingsborden met het volgende op-schrift aangebracht worden:

LET OP! Automatische grasmaaier in werking! Kom niet in de buurt van het apparaat! Houd kinderen onder toe-zicht!

■ Zorg er tijdens de werking voor dat er geen kinderen of personen in de buurt van het apparaat komen of zijn en dat

ze niet met het apparaat spe- len.

■ Het is verboden om op het apparaat te gaan zitten of om in de snijmessen te grijpen!
■ Blijf met lichaam en kleding uit de buurt van het maaimechanisme.

3.4.4 Veiligheid van het apparaat

■ Zorg er voor het begin van de werkzaamheden voor dat er geen voorwerpen (takken, glazen of metalen voorwerpen, kledingstukken, stenen, tuinmeubelen, tuingerei of speelgoed) in het werkgedeelte van het apparaat liggen. Die kunnen de snijmessen van het apparaat beschadigen of door het apparaat beschadigd worden.
- Gebruik het apparaat alleen onder de volgende voorwaarden:

■ Het apparaat is niet ver-vuild.
■ Het apparaat vertoont geen beschadigingen of slijtage.
Alle bedieningselementen werken.
- Basisstation en voeding en de elektrische voedingskabels zijn niet beschadigd en werken.

■ Vervang defecte onderdelen altijd door originele reserve-onderdelen van de fabrikant.
■ Laat het apparaat repareren wanneer het beschadigd raakte.
■ De gebruiker van het apparaat is verantwoordelijk voor letsel bij derden of voor materiële schade.

3.4.5 Elektrische veiligheid

  • Gebruik het apparaat nooit als er tegelijkertijd een tuinsproeier in het maaigebied in bedrijf is.
    ■ Spuit het apparaat niet met water af.
    ■ Open het apparaat niet.

4 MONTAGE

4.1 Apparaat uitpakken

  1. Open de verpakking voorzichtig.
  2. Haal alle componenten voorzichtig uit de verpakking en controleer ze op transportschade. Opmerking: Neem bij transportschade direct contact op met uw dealer of servicepartner van AL-KO.
  3. Controleer de leveringsomvang, zie Hoofdstuk 2.1 "Leveringsomvang", pagina 65.

Indien het apparaat wordt doorverzonden moeten de originele verpakking en de meegeleverde documenten worden bewaard. Die zijn tevens bij retourzending vereist.

4.2 Maaigebieden plannen (01)

Locatie van het basisstation (01/1)

Kortste mogelijke afstand naar het grootste maagebied
■ Vlakke ondergrond
■ Tegen direct zonlicht en sterke weersinvloeden beschermd
■ aansluitmogelijkheid voor voeding

■ Vrije toegankelijkheid voor de robot-grasmaaier

Leggen van de begrenzingskabel (01)

De begrenzingskabel moet in een doorlopende lus rechtsom worden gelegd.

Doorgangen tussen de maaigebieden (01/h)

Een doorgang is een nauwe strook op het gazon en kan ertoe dienen om twee maaigebieden te verbinden.

Hoofdoppervlak en nevenoppervlak(ken) (01)

■ Hoofdoppervlak (01/HF): Is het gazon waarop zich het basisstation bevindt en dat door het apparaat over het gehele oppervlak automatisch gemaaid kan worden.
■ Nevenoppervlak (01/NF): Is een gazon dat door het apparaat vanaf het hoofdoppervlak niet kan worden bereikt; apparaat indien nodig met de hand naar het nevenoppervlak dragen. Nevenoppervlakken kunnen met handmatige werking worden bewerkt.

Hoofd- en nevengebied zijn echter alleen door dezelfde, ononderbroken begrenzingskabel omheind.

Positie van de startpunten (01/X0 - 01/X3)

Het apparaat beweegt op de vastgelegde maai- tijd langs de begrenzingskabel tot aan het vast- gelegde startpunt en begint daar met maaien. Met de startpunten kan er vastgelegd worden welke gedeeltes van het maaioppervlak er meer worden gemaaid.

4.3 Maaigebieden voorbereiden

  1. Controleer of het gazon groter is dan de oppervlaktecapaciteit van het apparaat. Bij een te groot gazon ontstaat er een onregelmatig gemaaid gazon. Verklein het te maaien gebied indien nodig.
  2. Voor de montage van basisstation en begrenzingskabel en voor de inbedrijfstelling van het apparaat: Het gazon met een grasmaaier op een kleine snijhoogte maaien.
  3. Obstakels op het gazon verwijderen of met de begrenzingskabel afzetten (zie Hoofdstuk 4.5.3 "Obstakels afzetten", pagina 75):

Vlakke obstakels waar overheen kan worden bewogen en die de snijmessen kunnen beschadigen (bijv. vlakke stenen, overgangen van gazon naar terras of paden, tegels, stoepranden enz.)

■ Gaten in en verheffingen op het gazon (bijv. molshopen, woelgaten, dennenappels, gevallen fruit enz.)
■ Steile hellingen van meer dan 45 % (24°)
Water (bijv. vijvers, beken, zwembaden enz.) en de afzetting ervan t.o.v. het gazon
■ Struiken en heggen die breder kunnen worden

4.4 Basisstation opbouwen (03/a)

  1. Basisstation (01/1) haaks t.o.v. de positie van de begrenzingskabel als volgt plaatsen.
    ■ Vlak op de gron (met een waterpas controleren)
    ■ Rechte en vlakke in- en uitrit
    Niet overhellend (bij het aansluiten en indraaien van de schroefspijkers mag de laadzuil niet gebogen raken of hellen)

  2. Basisstation (03/2) met vier schroefspijkers (03/1) op de grond vastzetten.

i OPMERKING Robolinho 500/1150: Als de meegeleverde begrenzingskabel te kort is, kan bij de AL-KO dealer of de servicepartner een verlengkabel verkregen worden.

4.5.1 Begrenzingskabel op het basisstation aansluiten (03/b)

  1. Begrenzingskabel (03/4) uit de verpakking trekken.
  2. Afdekking van de kalbelschacht (03/3) aan de aansluiting (03/A) verwijderen.
  3. Isolatie van het uiteinde van de begrenzingskabel (03/6) een stuk verwijderen en in de klem (03/7) steken.
  4. Klem sluiten.
  5. Begrenzingskabel door de trekontlasting (03/5) met kabelreserve uit de kabelschacht leiden.

i OPMERKING Met de kabelreserve kunnen ook op een later tijdstip nog kleine correcties aan de kabelgeleiding uitgevoerd worden.

  1. Afdekking van de kabelschacht weer plaatsen.

De begrenzingskabel kan zowel op het gazon worden gelegd of kan 10 cm onder het gazonoppervlak worden ingewerkt. Het inwerken onder het gazonoppervlak kan door uw dealer uitgevoerd worden.

Beide varianten kunnen met elkaar gecombineerd worden.

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de begrenzingskabel. Als de begrenzingskabel beschadigd of doorgesneden wordt is de overdracht van de besturingssignalen naar het apparaat niet meer mogelijk. In dat geval moet de begrenzingskabel gerepareerd of vervangen worden. Begrenzingskabels zijn verkrijgbaar bij AL-KO.

Leg de begrenzingskabel altijd direct op de grond. Bevestig hem indien nodig met een extra gazonpen.
- Bescherm de begrenzingskabel bij het leggen en tijdens de werking tegen beschadigingen.
■ Graaf en verticuteer niet in de buurt van de begrenzingskabel.

  1. Bevestig de begrenzingskabel met regelmatige afstanden met gazonpennen of leg hem ondergronds (max. 10 cm diep).
  2. Begrenzingskabel om obstakels heen leggen: zie Hoofdstuk 4.5.3 "Obstakels afzetten", pagina 75.
  3. Doorgangen tussen de afzonderlijke maaigebieden aanleggen: zie Hoofdstuk 4.5.4 "Doorgangen afzetten (01/h)", pagina 76.
  4. Te grote stijgingen of dalingen afzetten: zie Hoofdstuk 4.5.5 "Hellingen afzetten (11)", pagina 76.
  5. Kabelreserves aanleggen: zie Hoofdstuk 4.5.6 "Kabelreserves aanleggen (07)", pagina 76.
  6. Sluit de begrenzingskabel na het leggen aan op de aansluiting (03/B) van het basisstation: zie Hoofdstuk 4.5.1 "Begrenzingskabel op het basisstation aansluiten (03/b)", pagina 75.

4.5.3 Obstakels afzetten

Afhankelijk van de omgeving van het werkgedeelte moet de begrenzingskabel met verschillende afstanden t.o.v. de obstakels worden gelegd. Gebruik voor de bepaling van de juiste afstand de liniaal die van de verpakking afgehaald kan worden.

HOPMERKING Afzettingen zijn alleen noodzakelijk als ze door de stootsensoren van het apparaat niet kunnen worden herkend. Vermijd te veel of onnodige afzettingen. Niveauverschillen die kleiner zijn dan 6 cm, moeten worden uitgesloten, omdat het apparaat anders schade kan veroorzaken.

Afstand t.o.v. muren, hekken, bloembedden: min. 20 cm (01)

Het apparaat beweegt met een afstand naar buiten van 20 cm langs de begrenzingskabel. Leg daarom de begrenzingskabel met een afstand van ten minste 20 cm t.o.v. muren, hekken of bloembedden.

Afstand t.o.v. terrasranden en verharde paden (05)

Als de rand van het terras of het pad hoger is dan het gazon moet er een afstand van ten minste 20 cm aangehouden worden. Als de rand van het terras of het pad op gelijke hoogte van het gazon ligt kan de kabel precies op de rand worden gelegd.

Afstand van obstakels t.o.v. de begrenzingskabel (01)

Als de begrenzingskabels van het obstakel weg of naar het obstakel toe precies samenvallen, d.w.z. met een afstand van 0 cm, beweegt het apparaat over de begrenzingskabels heen. De begrenzingskabels hierbij niet over elkaar heen (02/c), maar evenwijdig leggen (01/e).

Leggen van de begrenzingskabel rond hoeken (06)

Bij naar binnen verlopende hoeken (06/a): Begrenzingskabel diagonaal leggen om te voorkomen dat het apparaat in de hoek vast komt te zitten.
Bij buitenhoeken met obstakels (06/b): Begrenzingskabel in een punt leggen om te voorkomen dat het apparaat tegen de hoek aan botst.
Bij buitenhoeken zonder obstakels: Begrenzingskabel met een hoek van 90° leggen.

4.5.4 Doorgangen afzetten (01/h)

De volgende afstanden moeten in de doorgang aangehouden worden:

■ Totale breedte: min. 60 cm
■ Afstand van de begrenzingskabel t.o.v. de rand: 20 cm
■ Afstand tussen de begrenzingskabels: min. 20 cm

4.5.5 Hellingen afzetten (11)

Hellingen van meer dan 45 % moeten met de begrenzingskabel afgezet worden (45 % = 45 cm helling per 1 m horizontaal).

De begrenzingskabel mag niet over een helling van meer dan 20 % worden gelegd. Om problemen bij het keren te vermijden moet er een afstand van 50 cm tot 20 % helling worden nageleefd. Als de helling aan de buitenrand van het werkgedeelte op een punt meer dan 20 % is, moet de begrenzingskabel met een afstand van 20 cm op het vlakke terrein voor het begin van de helling worden gelegd.

4.5.6 Kabelreserves aanleggen (07)

Om na de inrichting van het maaibereik het basisstation nog te kunnen verplaatsen of het maaibereik te vergroten, moet er op regelmatige afstanden een reservelengte in de begrenzingskabel worden ingebouwd.

Kies het aantal kabelreservelengtes naar eigen goeddunken.

i OPMERKING Vorm bij reservelengtes geen open lussen.

  1. Leg de begrenzingskabel rond de actuele gazonpen (07/1) en weer terug naar de vorige gazonpen (07/3).
  2. Leid de begrenzingskabel dan weer terug naar de actuele gazonpen. Er ontstaat een lus. De kabels moeten bij elkaar liggen.
  3. Indien nodig de lus in het midden met een extra gazonpen (07/2) aan de grond bevestigen.

4.5.7 Typische fouten bij het leggen van de kabel (02)

De reserves van de begrenzingskabel worden niet in een gelijkmatige, langgerekte lus gelegd (02/a).
De begrenzingskabel wordt niet deskundig rond de hoeken gelegd (02/b).
■ De begrenzingskabel wordt gekruist of niet rechtsom gelegd (02/c).
De begrenzingskabel wordt te onnauwkeurig gelegd, zodat randgedeeltes van het gazon niet gemaaid kunnen worden (02/d).
De begrenzingskabel wordt bij het heen- en terugleiden van de rand naar een obstakel binnen het gazon niet direct naast elkaar liggend gelegd (02/e).
■ De startpunten worden te ver weg van het basisstation vastgelegd (02/f).

■ De begrenzingskabel wordt over de rand van het gazon heen gelegd (02/g).
- Bij het leggen van de begrenzingskabel wordt de minimum afstand voor doorgangen van 20 cm onderschreden (02/h).
De begrenzingskabel wordt te dicht, d.w.z. met een afstand van minder dan 20 cm t.o.v. niet te passeren obstakels gelegd (02/i).

4.6 Basisstation op voeding aansluiten (04)

  1. Voeding (04/4) op een droge en tegen zon- licht beschermde plek voldoende in de buurt van het basisstation (04/1) plaatsen.
  2. Laagspanningskabel van de voeding (04/5) en kabel van het basisstation (04/6) met elkaar verbinden.
  3. Netstekker van de voeding (04/2) in een stopcontact (04/3) steken.

i OPMERKING Wij adviseren om de voeding op het spanningsnet via een aardlekschakelaar met een nominale lektroom van < 30 mA aan te sluiten.

4.7 Verbindingen aan het basisstation controleren (04)

  1. Controleer of beide leds aan de voorkant van de laadzuil (09/1) branden. Indien niet:

■ Trek de voedingskabel los.
■ Controleer alle stekkerverbindingen van de voeding en van de begrenzingskabel op juiste montage en beschadigingen.

Toestandsweergaven van de leds

Leds Bedrijfstoestanden
groenBrandt als de begrenzingskabel correct is gelegd en de lus in orde is.
geelBrandt als de voeding in orde is.

5 INBEDRIJFSTELLING

Dit hoofdstuk beschrijft de handelingen en instellingen die nodig zijn om het apparaat voor de eerste keer in bedrijf te stellen. Voor alle andere instellingen zie Hoofdstuk 7 "Instellingen", pagina 79.

5.1 Accu opladen (08)

Bij normaal gebruik wordt de accu van het apparaat regelmatig opgeladen.

i OPMERKING De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke willekeurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken. De accu kan alleen worden opgeladen als het apparaat is ingeschakeld.

  1. Apparaat (08/1) zodanig in het basisstation (08/3) plaatsen dat de contactoppervlakken van het apparaat de laadcontacten van het basisstation raken.
  2. Met apparaat inschakelen.
  3. Het display op het apparaat toont Accu wordt geladen. Indien niet: zie Hoofdstuk 13 "Hulp bij storingen", pagina 85.

5.2 Basisinstellingen uitvoeren

  1. Afdekkap openen.
  2. Met apparaat inschakelen. Firmware, code en type worden weergegeven.
  3. In het menu taalkeuze met ▲ taal selecteren en met ▼ overnemen.
  4. In het menu Aanmelding > PIN invoeren het vooraf ingestelde PIN 0000 invoeren. Hiervoor na elkaar met ▲f he cijfer 0 selecteren en telkens met overne- men. Na de invoer van het PIN wordt de toegang vrijgeschakeld.

  5. In het menu PIN wijzigen:

Bij Nieuwe PIN invoeren een zelf gekozen nieuw PIN van vier plaatsen invoeren. Hiervoor na elkaar met een cijfer selecteren en telkens met overnemen.
Bij Nieuwe PIN herh. het nieuwe PIN opnieuw invoeren. Als beide invoeren identiek zijn, wordt PIN met succes gewijzigd weergegeven.

  1. In het menu Datum invoeren de actuele datum instellen (formaat: DD-MM-20JJ). Hiervoor na elkaar met af een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

  2. In het menu Tijdstip invoeren > 24h-formaat de actuele tijd instellen (for-maat: HH:MM). Hiervoor na elkaar met ▲f een cijfer selecteren en telkens met — overnemen.

De basisinstellingen zijn voltooid. De status Ongekalibreerd starttoets indrukken wordt weergegeven.

5.3 Maaihoogte instellen

De maaihoogte kan traploos tussen de 25 - 55 mm met de hand worden versteld.

i OPMERKING Voor de kalibratierit (zie

Hoofdstuk 5.4 "Automatische kalibratierit uitvoeren", pagina 78) en voor het leren van de startpunten (zie Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunten instellen", pagina 80) wordt een maaihoogte van 55 mm aanbevolen.

  1. Afdekking (10/1) openen.
  2. De maaihoogte instellen (de actuele maaihoogte wordt op het scherm (10/3) in millimeter aangegeven):

Maaihoogte (d.w.z. gazonhoogte) verhogen: Draaiknop (10/2) rechtsom (10/+) draaien.
Maaihoogte (d.w.z. gazonhoogte) verlagen: Draaiknop (10/2) linksom (10/-) draaien.

  1. Afdekking sluiten.

5.4 Automatische kalibratierit uitvoeren

i OPMERKING Voer voor de inbedrijfstelling een kalibratie uit (zie Hoofdstuk 5.4 "Automatische kalibratierit uitvoeren", pagina 78) of voer het teachen van de stanrtpunten uit (zie Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunten instellen", pagina 80).

Zet het apparaat op de beginstand (09)

  1. Zet het apparaat binnen het maaigebied op de startpositie:

■ min. 1 m links en 1 m voor het basisstation
■ met de voorkant op de begrenzingskabel uitgelijnd

Kalibratierit starten

  1. Controleer dat er binnen het te voorspellen bewegingsgedeelte van het apparaat geen obstakels aanwezig zijn. Het apparaat moet met beide voorwielen over de begrenzingskabel heen kunnen rijden. Indien nodig obstakels verwijderen of kabel tijdelijk naar binnen leggen (min 35 cm noodzakelijk).

  2. Met apparaat starten. Op het display wordt weergegeven:

■ ! waarschuwing! Aandrijving start

Kalibreren, Fase [1]

Tijdens de kalibratierit

Het apparaat rijdt voor de bepaling van de signaalsterkte binnen de begrenzingskabel eerst twee keer over de begrenzingskabel heen en vervolgens naar het basisstation en blijft daar stilstaan.

  • Op het display wordt de melding Kalibraatie voltooid gegeven.
    ■ De accu wordt opgeladen.

H OPMERKING Het apparaat moet bij het binnenrijden in het basisstation blijven staan. Als het apparaat bij het binnenrijden in het basisstation de contacten niet raakt, rijdt het verder langs de begrenzingskabel. Als het apparaat niet door het basisstation rijdt is de kalibratieprocedure mislukt. In dat geval moet het basisstation beter uitgelijnd en de kalibatieprocedure herhaald worden.

Na de kalibratie

De vooraf ingestelde actuele maaitijd wordt aangegeven.

Voor alle andere instellingen zie Hoofdstuk 7 "Instellingen", pagina 79.

Robolinho 700/1200/2000

i OPMERKING Om voor een correcte werking te zorgen en foutmeldingen te reduceren moet de lengte van de lus worden gemeten.

Zie ook

Startpunten instellen [▶ 80]

6 BEDIENING

6.1 Apparaat met de hand starten

  1. Met apparaat inschakelen.

Voor randen maaien buiten de planning: zie Hoofdstuk 7.7 "Randen maaien bij handmatige start", pagina 81.

  1. Met apparaat met de hand starten.

6.2 Maaiwerking staken

■ Robolinho 500/1150: [ ] op het apparaat indrukken.
■ Robolinho 700/1200/2000: [ ] op het basisstation (08/4) of op het apparaat indrukken.

Het apparaat rijdt automatisch naar het basisstation. Het wist het maaischema van de actuele

dag en start de volgende dag weer op het ingestelde tijdstip.

■ op het apparaat indrukken.
De maaiwerking wordt gedurende een half uur onderbroken.
■ op het apparaat indrukken.
Het apparaat wordt uitgeschakeld.

i OPMERKING In gevaarlijke situaties kan het apparaat met de STOP-toets (08/2) worden gestopt.

6.3 Nevenoppervlak maaien (01/NF)

  1. Apparaat optillen en met de hand op het nevenoppervlak plaatsen.
  2. Met apparaat inschakelen.
  3. Met ofdmenu oproepen.
  4. of* Instellingen
  5. of* Nevenoppervlak maaien
  6. Met o maatijd selecteren.
  7. Met apparaat met de hand starten.

Afhankelijk van de instelling: Het apparaat maait gedurende de ingestelde tijd en schakelt vervolgens uit of maait verder tot de accu leeg is.

Na het maaien van het nevenoppervlak het apparaat weer met de hand in het basisstation plaatsen.

7 INSTELLINGEN

7.1 Instelling oproepen - Algemeen

  1. Met fdmenu oproepen. Opmerking: Het sterretje * voor het menupunt geeft aan dat het zojuist is geselecteerd.
  2. of* Instellingen
  3. Met ▲ het gewenste menupunt selecteren en met ▼ overnemen.
  4. Instellingen uitvoeren. Opmerking: De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreven.
  5. Met teuggaan naar het hoofdmenu.

i OPMERKING Verdere menupunten: zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina 77.

7.2 Geluidssignaal knopbediening activeren/deactiveren

  1. of* Gvluidssignaal knopbediening
  2. Geluidssignaal knopbediening activeren/de-activeren:

■ ▲ of ▼ Activeren : — toetstonen activeren.
of gedeact. : — toetstonen deactiveren.

In de Eco-modus schakelt het apparaat om naar de energie besparende modus. Daardoor wordt het energieverbruik en de geluidsemissie gereduceerd.

OPMERKING In hoog en dicht gras even- als dichte grasmat niet aanbevolen of eventueel niet mogelijk.

  1. of* EcoMode
  2. Eco-Mode activeren/deactiveren:

■ Activeren Eco-Mode activeren.
■ gedeact. — Eco-Mode deactiveren.

7.4 Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000)

i OPMERKING Maaien van een droog gazon vermindert vervuiling. Door het activeren van de regensensor en het instellen van een vertragingstijd kan er worden voorkomen dat het apparaat bij een nat gazon maait.

Als de regensensor geactiveerd is, rijdt het apparaat terug naar het basisstation als het begint te regenen. Daar blijft het tot de regensensor is gedroogd. Vervolgens wacht het nog de tijd af die als vertraging is ingesteld voordat het doorgaat met maaien. De gevoeligheid van de regensensor is instelbaar.

  1. Vertraging van de regensensor instellen:

- ▲ of ▼ Regensensor vertrag. - ▼ - xx uur xx minuten Met ▲f de gewenste waarde voor de vertraging selecteren en met bevestigen.

  1. Gevoeligheid van de regensensor instellen:

■ ▲ of ▼ Regengevoelig ■ Met ▲f de gewenste waarde voor de gevoeligheid instellen en met vestigen.

7.5 Maaiprogramma instellen

7.5.1 Maaiprogramma instellen - Algemeen

  1. Met hoofdmenu oproepen.

  2. of* Programma

  3. Met ▲ menupunt selecteren en met —▼ overnemen.

  4. Instellingen uitvoeren. Opmerking: De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreven.

7.5.2 Startpunten instellen

Startpunten teaches

  1. Apparaat in het basisstation plaatsen.

  2. Met apparaat inschakelen.

  3. Met roofdmenu oproepen.

  4. of* Programma

  5. of * Startpunten

  6. of* Startpunten teachen

  7. of * Start teachrun voor startpunten -

- of ▲ start . Het apparaat beweegt langs de begrenzingskabel.

of hier, als het apparaat het gewenste startpunt heeft bereikt. Het startpunt wordt opgeslagen.

  1. of▲Ste▼startpunt 1 in, als bij de teachrun geen startpunt is vastgelegd. Als er hier geen startpunt wordt vastgelegd, worden de startpunten automatisch vastgelegd.

  2. of Startpunt x: XXm, als het laatste startpunt is bereikt.

Startpunten met de hand vastleggen (01)

Het eerste startpunt (01/X0) is vooraf ingesteld en bevindt zich 1 m rechts naast het basisstation. Achter dit punt kunnen verdere startpunten worden gedefinieerd:

■ Robolinho 500/700/1150: maximaal drie startpunten (X1 – X3)

■ Robolinho 1200: maximaal zes startpunten (X1 – X6)

■ Robolinho 2000: maximaal negen startpunten (X1 – X9)

Houd bij het vastleggen van de startpunten rekening met het volgende:

Stel de startpunten niet te ver verwijderd van het basisstation en niet te dicht bij elkaar in (02/f).

■ Gebruik slechts zoveel startpunten als nodig.

  1. of* Startpunten

  2. of* Punt x1 bij [020m] Met af na elkaar een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

  3. of* Punt x2 bij [075m] Met af navelkaar een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

  4. Verdere startpunten vastleggen indien nodig.

  5. Met teuggaan naar het hoofdmenu.

7.5.3 Maaitijden instellen

H OPMERKING Tussen de programmering van de maaitijden en het starten van het maaien moeten 30 minuten liggen. Indien niet start het apparaat op zijn vroegst 30 min na de laatste toetsbediening.

In het menupunt weekprogramma worden de dagen van de week en de tijdstippen ingesteld waarop het apparaat moet maaien. Pas deze instellingen indien nodig aan op de afmetingen van het gazon. Als er na ongeveer een week nog on-

gemaide gebieden te zien zijn moeten de maai- tijden verlengd worden.

AL-KO Robolinho 500 W - Maaitijden instellen - 1

AL-KO Robolinho 500 W - Maaitijden instellen - 2

- of ▲ Elke dag [X]: Het apparaat maait iedere dag op de ingestelde tijdstippen. Als Elke dag [ ] wordt aangegeven, maait het apparaat alleen op de ingestelde weekdagen.

of Maandag [X]...* Zondag [X]: Het apparaat maait op de ingestelde weekdag op de ingestelde tijdstippen. Als bijv. Maandag [ ] wordt weergegeven, maait het apparaat op de betreffende dag niet.

of Wijzigen : De betreffen-de dag activeren [X] of deactiveren [ ], tijden, manier van maaien en start-punten instellen.

  1. Instellingen voor alle dagen of de betreffende dag uitvoeren:

bijv. *[M] 07:00-10:00 [?]: Normaal maaien [M] van 07:00 - 10:00 uur met automatisch wisselend startpunt 0 - 9 [?].

bijv. *[R] 16:00-18:00 [1]: Het apparaat start om 16:00 uur met het maaien van randen [R] en beweegt langs de gehele begrenzingskabel. Daarna begint het maaien van het oppervlak op startpunt 1 [1]. Om 18:00 uur of zodra de accu leeg is, rijdt het apparaat terug naar het basisstation.

■ of Wijzigen : Geselecteer-de instelling wijzigen.

- of Verder : Gewijzigde instelling bevestigen en verder naar de volgende instelling.

  1. of▲Ops▼aan : Alle gewijzigde in-stellingen van het menupunt opslaan.

7.6 inTOUCH

Een bestaande verbinding met een gateway kan verbroken worden. Daardoor staat het apparaat gedurende 30 minuten open voor een nieuwe verbindingsopbouw.

i OPMERKING Om later een verbinding op te bouwen moet de verbinding eerst opnieuw worden verbroken, ook als het apparaat vooraf niet met een gateway was verbonden.

  1. of*inOUCH

  2. Verbinding verbreken apparaat meldt: Voltooid.

  3. Met bevestigen en teruggaan naar het menu.

7.7 Randen maaien bij handmatige start

Voor de handmatige start kan hier ingesteld worden dat het apparaat met het maaien van de randen begint.

Randen op de geprogrammeerde maaitijden maaien: zie Hoofdstuk 7.5.3 "Maaitijden instellen", pagina 80.

  1. of ▲* Randen maaien

  2. of* by handmatige start

7.8 Maaien van nevenoppervlakken instellen

  1. of * Nvenoppervlak maaien

  2. Maaitijden instellen:

■ ▲ of ▼ nactief : — Maaien van nevenoppervlakken is uitgeschakeld.

of actief : —

Het apparaat maait tot de accu leeg is.

Het apparaat maait gedurende de ingestelde tijd het nevenoppervlak. De volgende maaitijden kunnen ingesteld worden: 30/60/90/120/tot accu leeg.

7.9 Displaycontrast instellen

Als het display bijv. in zonlicht slecht af te lezen valt, kan de weergave door wijziging van het displaycontrast verbeterd worden.

  1. of* Displaycontrast

  2. Met ▲ het ▼ displaycontrast verhogen/verlagen en met ▼ overnemen.

7.10 Instellingsbescherming

Als de instellingsbescherming gedeactiveerd is hoeft alleen bij het bevestigen van voor de veiligheid belangrijke fouten de PIN-code ingevoerd te worden.

  1. of * Instellingsbescherming

  2. Instellingsbescherming activeren/deactive- ren:

- ▲ of ▼ Activeren : — Instellingsbescherming activeren. - ▲ of ▼ Gedeact. : — Instellingsbescherming deactiveren.

7.11 Opnieuw kalibreren

Als de positie of de lengte van de begrenzingskabel werd gewijzigd of het apparaat de begrenzingskabel niet meer kan vinden, moet er opnieuw gekalibreerd worden.

  1. of ▲Opn▼euw kalibreren
  2. Kalibratie terugzetten?

  3. Kalibratierum uitvoeren: zie Hoofdstuk 5.4 "Automatische kalibratierit uitvoeren", pagina 78.

7.12 Terugzetten op fabrieksinstellingen

De fabrieksinstelling van het apparaat kunnen bijv. voor een doorverkoop teruggezet worden.

  1. of * Fabrieksinstellingen apparaat meldt: Instellingen met succes hersteld

Het menu Informatie dient voor de weergave van de apparaatgegevens. In dit menu kunnen verder geen instellingen worden gedaan.

  1. Met boofdmenu oproepen.

  2. of* Informatie

  3. Met ▲ menupunt selecteren en met

- overnemen.

Opmerking: De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreven.

  1. Met teruggaan naar het hoofdmenu.

Messenservice

Geeft aan over hoeveel bedrijfsuren er een messenservice noodzakelijk is. De teller kan met de hand teruggezet worden. De messenservice van een AL-KO dealer, technicus of een servicepartner uit laten voeren.

Teller voor de messenservice terugzetten:

  1. of Bevestigen

Hardware

Geeft informatie weer over het apparaat, als bijv. type, fabricagejaar, bedrijfsuren, serienummer, aantal maaibeurten, totale maaitijd, aantal laadcycli, totale oplaadtijd, lengte van de lus van de begrenzingskabel.

Software

Geeft de software-versie aan.

OPMERKING Houd de software van de Robolinho maairobot altijd actueel. Controleer regelmatig de firmwareversie en actualiseer die indien nodig. De Robolinho Updater Software vindt u op internet op: www.al-ko.com/shop/de/robolinho-autoupdater

Programma-info

Toont actuele instellingen als bijv. de totale wekelijkse maaitijd.

Storingen

Geeft de als laatste opgetreden storingsmeldingen met datum, tijd en foutcode weer.

9 ONDERHOUD EN VERZORGING

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!

9.1 Reiniging

LET OP! Gevaar door water. Water in de robot-grasmaaier en in het basisstation leidt tot schade aan elektrische componenten.

■ Spuit de robot-grasmaaier en het basisstation niet met water af.

Robot-grasmaaier reinigen

⚠️ VOORZICHTIG! Kans op letsel door snijmessen. De snijmessen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken.

- Draag veiligheidshandschoenen! - Let erop dat lichaamsdelen niet in de snijmessen terechtkomen.

Een keer per week uitvoeren:

  1. Met apparaat uitschakelen.

  2. Oppervlak van het huis met een stoffer, een borstel, een vochtige doek of een fijne spons afvegen.

  3. Onderkant, maaidek en snijmessen met een borstel afborstelen.

  4. Snijmessen op beschadigingen controleren. Indien nodig vervangen: zie Hoofdstuk 9.3 "Messen vervangen", pagina 83.

Basisstation reinigen

  1. Grasrestanten en loof of andere voorwerpen regelmatig uit het basisstation verwijderen.
  2. Oppervlak van het basisstation met een vochtige doek of een fijne spons afvegen.

9.2 Regelmatige controle

Algemene controle

  1. Controleer één keer per week de gehele installatie op beschadigingen:

Apparaat
Basisstation
Begrenzingskabel
Voeding

  1. Vervang defect onderdelen door originele onderdelen van AL-KO of door een servicepunt van AL-KO.

Wielen controleren op vrije beweging

Een keer per week uitvoeren:

  1. De omgeving van de rollen grondig van gras- restanten en vervuiling ontdoen. Gebruik hiervoor een stoffer en een doek.
  2. Controleer of de rollen soepel draaien en of ze gestuurd kunnen worden.

Opmerking: Als de rollen stroef draaien of niet gestuurd kunnen worden moeten ze door een servicepunt van AL-KO worden vervangen.

Contactoppervlakken aan de robot-grasmaaier controleren

  1. Vervuiling met een doek verwijderen en dan iets met contactvet insmeren.

Laadcontacten van het basisstation controleren

  1. Trek de voedingskabel los.
  2. De laadcontacten richting basisstation drukken en loslaten. De laadcontacten moeten weer terugveren in de uitgangspositie.
    Opmerking: Als de laadcontacten niet terugveren moeten ze door een servicepunt van AL-KO worden vervangen.

9.3 Messen vervangen

⚠️ VOORZICHTIG! Kans op letsel door snijmessen. De snijmessen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken.

Draag veiligheidshandschoenen!
Let erop dat lichaamsdelen niet in de snijmessen terechtkomen.

LET OP! Beschadiging van het apparaat door ondeskundige reparatie. Door het rechtbuigen van verbogen gemonteerde snijmessen kan de messenschijf beschadigd raken.

■ Buig verbogen snijmessen niet recht.
■ Vervang verbogen snijmessen door originele reserveonderdelen van AL-KO.

Versleten snijmessen of verbogen snijmessen moeten worden vervangen.

  1. Met apparaat uitschakelen.
  2. Apparaat omkeren met de messen naar boven toe.
  3. Bevestigingsbouten losdraaien.
  4. De snijmessen uit de meszitting halen.
  5. De meszitting reinigen met een zacht borstel- tje.

OPMERKING De snijmessen zijn over de gehele lengte geslepen en kunnen daarom 180° gedraaid gemonteerd worden, waardoor de draaitijd verdubbeld wordt.

  1. Messen vervangen:

Als de snijmessen sinds de eerste montage nog niet zijn gedraaid: Snijmessen 180° draaien en met de geslepen kant naar het apparaat toe wijzend weer in de meszitting plaatsen en de bevestigingsbouten weer handvast aandraaien.
Als de snijmessen sinds de eerste montage al eens zijn gedraaid: Nieuwe snijmessen met de geslepen kant naar het apparaat toe wijzend in de meszitting plaatsen en nieuwe bevestigingsbouten handvast aandraaien.

Opmerking: Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen van AL-KO worden gebruikt.

Als ernstige vervuiling niet met een borstel kan worden verwijderd, moet de messenschijf worden vervangen, omdat er anders onbalans kan zorgen voor meer geluid, meer slijtage en functiestoringen.

De wegruimmessen hoeven normaal gesproken niet te worden vervangen.

10 TRANSPORT

Ga voor het transport van het apparaat als volgt te werk:

  1. Met de stoptoets het apparaat stoppen.
  2. Met apparaat uitschakelen.
  3. Til het apparaat met beide handen aan het huis op:

■ De snijmessen mogen niet aangeraakt worden.
De snijmessen moeten altijd van het li-chaam weg wijzen.

11 OPSLAG

11.1 Robot-grasmaaier opbergen

Berg het apparaat op als het gedurende de winter of waarschijnlijk voor langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt.

  1. Accu geheel opladen (zie Hoofdstuk 5.1 "Accu opladen (08)", pagina 77)
  2. Apparaat grondig reinigen (zie Hoofdstuk 9.1 "Reiniging", pagina 82).
  3. Apparaat bewaren:

■ staand op alle wielen
■ op een droge, afsluitbare en tegen vorst beveiligde plek
■ buiten het bereik van kinderen

11.2 Laadpaal opbergen

Berg de laadpaal op als hij gedurende de winter of waarschijnlijk voor langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt.

  1. Voeding van het net scheiden en van het basisstation losnemen.
  2. Laadpaal verwijderen:

■ Beide bouten van de laadzuil (08/5) losdraaien.
■ Laadpaal door kantelen van het basisstation losnemen.
■ Stekkerverbinding van basisstation en laadzuil losmaken.
■ Opening van de basis (08/6) afsluiten met de bijgevoegde winterafdekking (08/7).

  1. Laadpaal opbergen:

■ op een droge, afsluitbare en tegen vorst beveiligde plek
■ buiten het bereik van kinderen

De begrenzingskabel kan in de grond blijven zitten en hoeft niet verwijderd te worden.

12 VERWIJDEREN

Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

AL-KO Robolinho 500 W - Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG) - 1

Oude elektrische en elektronische apparaten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten gescheiden worden aangeboden of verwijderd!

  • Gebruikte batterijen of accu's, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
  • Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te-ruggave na gebruik verplicht.
    De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat!

Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische gebruikte apparaten niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.

Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:

■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot terugname verplicht zijn of deze vrijwillig aanbieden.

Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU.

In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.

Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

AL-KO Robolinho 500 W - Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG) - 1

- Gebruikte batterijen en accu's horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!

Zie de gebruikershandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het chemisch systeem.
Bezitters of gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de normale huishoudelijke hoeveelheden.

Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de gezondheid schade kunnen toebrengen. Het hergebruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen.

Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu's niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.

Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:

■ Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005 % kwik
Cd: de batterij bevat meer dan 0,002 % cadmium
Pb: de batterij bevat meer dan 0,004 % lood Accu's en batterijen kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van batterijen en accu's
■ Een verzamelpunt van het gemeenschappelijke recycling systeem voor gebruikte apparaten en batterijen
■ Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recycling systeem)

Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu's en batterijen die in landen van de Europese Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende bepalingen voor de recycling van accu's en batterijen gelden.

Aanwijzingen voor de verpakking

AL-KO Robolinho 500 W - Aanwijzingen voor de verpakking - 1

Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Doe de verpakking milieubewust weg.

Demonteer de accu voordat het apparaat wordt weggedaan.

De geïntegreerde accu moet gedemonteerd en apart weggedaan worden voordat het apparaat wordt afgedankt.

AL-KO Robolinho 500 W - Demonteer de accu voordat het apparaat wordt weggedaan. - 1

  1. Bouten (1) losdraaien.
  2. Deksel van het accuvak (2) afnemen.
  3. Accu (3) loskoppelen en verwijderen.
  4. Deksel weer plaatsen en bouten weer aan-draaien.

13 HULP BIJ STORINGEN

13.1 Apparaat- en bedieningsfouten verhelpen

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!

H OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.

Storing Oorzaak Maatregel
Apparaat start niet. Accu is leeg. Apparaat in het basisstation opladen.
Apparaat komt klem te zitten en graaft zich vast. De wielen draaien verder.Stootsensoren worden niet geactiveerd.Bezoek een AL-KO service centre.
Gras is te hoog.■ De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de gewenste hoogte.■ Gras met een grasmaaier maaien.
Apparaat blijft op een oneffenheid van het gazon han-gen.Oneffenheid verwijderen.
Apparaat maait op verkeerde tijdstippen.Apparaat heeft de verkeerde tijd.Tijd instellen.
Maaiduur is verkeerd inge-steld.Maaitijden instellen.
Apparaat verliest de tijdin-stellingen.Accu is defect. Bezoek een AL-KO ser-vice centre.
Motor blokkeert tijdens het maaien.Motor is overbelast. Apparaat uitschakelen, op effen onder-grond of laag gras plaatsen en opnieuw starten.
Accu is leeg. Accu opladen.
Snijmessen zijn stomp. Snijmessen omkeren of indien nodig vervangen.
Maairesultaat is ongelijk-matig.Maaitijd is te kort. Langere maaitijden programmeren.
Maagebied is te groot. Maagebied verkleinen.
De maaihoogte is te laag ingesteld.De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de gewenste hoogte.
Snijmessen zijn stomp. Snijmessen omkeren of indien nodig vervangen.
Het vermogen van de accuneemt duidelijk af.De maaihoogte is te laag ingesteld.De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de gewenste hoogte.
Gras te hoog of te nat.■ Gazon laten drogen.■ Maaihoogte hoger instellen.
Apparaat trilt of het ge-luidsvolume is te hoog.Onbalans in het snijmes of in de aandrijving van het snij-mes■ Maaidek reinigen.■ Bezoek een AL-KO service centre.
Storing Oorzaak Maatregel
Accu kan niet opgeladen worden resp. te lage ac-cuspanning■ Laadcontacten van het basisstation zijn vervuild.■ Contactoppervlakken aan het apparaat zijn vervuild.Laadcontacten en contactoppervlakken reinigen.
Basisstation heeft geen stroom.Basisstation op voeding aansluiten.
Apparaat raakt de laadcon-tacten niet.■ Apparaat in het basisstation plaat-sen en controleren of de laadcon-tacten contact maken.■ Bezoek een AL-KO service centre.
Levensduur van de accu is afgelopen.Bezoek een AL-KO service centre.
Oplaadelektronica is defect.Bezoek een AL-KO service centre.

13.2 Foutcodes en -oplossing

i OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.

Foutcode Oorzaak Maatregel
CN001: Tilt sensorKantelsensor is geactiveerd:Max. hellingshoek over-schredenApparaat werd gedragenHelling te steilApparaat op een horizontale onder-grond plaatsen en de fout bevestigen.
CN002: Lift sensorDe hefsensor is geactiveerd:De afdekking van het ap-paraat werd door optillen of door een obstakel naar boven toe wegge-drukt.Obstakel verwijderen.
CN005: Bumper de-flectedApparaat is tegen een obsta-kel gereden en kan zich niet losmaken (bijv. botsing in de buurt van het basisstation).Apparaat op een vrij, omheind ga-zon plaatsen.Positie van de begrenzingskabel corrigeren.
CN007: No loop sig-nalGeen circuitsignaalBegrenzingskabel is de-fect.Circuitsignaal is te zwak.LEDs aan het basisstation controle-ren.Voeding van het basisstation con-troleren. Voeding losnemen en weer aansluiten.Begrenzingskabel op beschadigin-gen controlleren. Defecte kabel re-pareren.
CN008: Loop signal weakCircuitsignaal te zwakBegrenzingskabel te diep ingegravenLEDs aan het basisstation controle-ren.Voeding van het basisstation con-troleren. Voeding losnemen en weer aansluiten.Begrenzingskabel tot de voorge-schreven hoogte verhogen, evt. di-rect op het gazon bevestigen.
CN010: Slechte posi-tieApparaat bevindt zich buiten het omheinde ga-zonoppervlak.Begrenzingskabel werd gekruist.Apparaat op een vrij, omheind ga-zon plaatsen.Positie van de begrenzingskabel om bochten en obstakels corrigeren.Kruising van de kabel opheffen.
CN011: Escaped robotApparaat bevindt zich buiten het omheinde gazonopper-vlak.Positie van de begrenzingskabel om bochten en obstakels corrigeren.
CN012: Cal: no loopCN015: Cal: outsideStoring tijdens de kalibratie:Apparaat kan de begren-zingskabel niet vinden.LEDs aan het basisstation controle-ren.Voeding van het basisstation con-troleren. Voeding losnemen en weer aansluiten.Apparaat op de voorgeschreven ka-libratiepositie zetten, precies haaks uitlijnen. Apparaat moet over de be-grenzingskabel heen kunnen rijden.
CN017: Cal: signal weakStoring tijdens de kalibratie:Circuitsignaal te zwakGeen circuitsignaalBegrenzingskabel is de-fect.Apparaat op de voorgeschreven ka-libratiepositie zetten, precies haaks uitlijnen.Voeding van het basisstation con-troleren. Voeding losnemen en weer aansluiten.Begrenzingskabel op beschadigin-gen controlleren.
CN018: Cal: Collisi-onStoring tijdens de kalibratie:Apparaat is tegen een obstakel aan gereden.Obstakel verwijderen.
CN038: Battery Accu is leeg:
Circuit van de begrenzings-kabel is te lang, te veel eilan-den.Positie van de begrenzingskabel corri-geren.
Bij het opladen geen contact met de laadcontacten■ Laadcontacten reinigen.■ Apparaat in het basisstation plaat-sen en controleren of de laadcon-tacten contact maken.■ Laadcontacten laten controleren door een servicepunt van de fabri-kant en laten vernieuwen.
Obstakels in de buurt van het laadstationObstakels verwijderen.
Apparaat heeft zich vastge-reden.Apparaat op een vrij, omheind gazon plaatsen.
Apparaat vindt het basisstati-on niet.■ Begrenzingskabel op beschadigin-gen controlleren.■ Begrenzingskabel door een service-punt van de fabrikant laten doorme-ten.
Accu is opgebruikt. Accu door een servicepunt van de fabri-kant laten vervangen.
Oplaadelektronica is defect. Laadelektronica door een servicepunt van de fabrikant laten vervangen.
CN099: Recov escapeAutomatisch verhelpen van storing niet mogelijk■ Storingsmelding met de hand be-vestigen.■ Als dit weer optreedt: Apparaat door een servicepunt van de fabrikant la-ten controleren.
CN104: Battery over heating■ Accu is oververhit (meer dan 60 °C). Er is geen ontlading mogelijk.■ Noodstop door controle-elektronica■ Apparaat uitschakelen en accu laten afkoelen.■ Apparaat niet in het basisstation plaatsen.
CN110: Blade motor over heatingMaaimotor is oververhit (meer dan 80 °C).■ Apparaat uitschakelen en laten af-koelen.■ Als dit weer optreedt: Apparaat door een servicepunt van de fabrikant la-ten controleren.
CN119: R-Bumper deflectedCN120: L-Bumper deflectedApparaat is tegen een obsta-kel gereden en kan zich niet losmaken.Obstakel verwijderen.
CN128: Recov ImpossibleApparaat is tegen een obsta-kel gereden en kan zich niet losmaken.Obstakel verwijderen.
Apparaat bevindt zich buiten het omheinde gazonopper-vlak.■ Apparaat op een vrij, omheind ga-zon plaatsen.■ Positie van de begrenzingskabel corrigeren.
CN129: Blocked WL Motor van linkerwiel is ge-blokkeerd.Blokkering verwijderen.
CN130: Blocked WR Motor van rechterwiel is ge-blokkeerd.Blokkering verwijderen.

De beschrijving van verdere foutcodes staat op de AL-KO homepage.

dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts

14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE

Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het

15 GARANTIE

Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.

Onze garantie geldt alleen bij:

■ naleving van deze gebruikershandleiding
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen

De garantie vervalt bij:

■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
■ Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel

Van de garantie zijn uitgesloten:

■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE

Table des matières

4.5.6 Legge opp kabelreserver (07)

Merknader om emballasje

AL-KO Robolinho 500 W - Merknader om emballasje - 1

Pakningsmaterialene kan resirkuleres. Sørg for miljøvennlig avfallshåndtering av emballasjen.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AL-KO

Model : Robolinho 500 W

Categorie : Robotmaaier