04-621 - Robotmaaier NEO tools - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 04-621 NEO tools in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 04-621 NEO tools
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 04-621 - NEO tools en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 04-621 van het merk NEO tools.
GEBRUIKSAANWIJZING 04-621 NEO tools
Veiligheid bij het praktische gebruik van de maairobot
AANBEVELINGEN
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Leer de bedieningssystemen en de juiste werking van het apparatusat kennen.
Laat het apparaat Niet gebruiken door kinderen of Personen die de gebruiksaanwijzing Niet hebben gelezen. Nationale voorschriften können een minimumleeftijd voor de gebruiker aangeven.
Gebruik de robot Niet als er andere mensen, vooral kinderen of dieren, in de buurt+zijn.
Vergeet zich dat de operator of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of bevaren voor andere mensen of het milieu.
VOORBEREIDING
- Controller elke keer voor het maaien of alle onderdelen van de robot goed werken.
- Voor de Beste resultaten is het aan te raden om te maaien bij regenvrij weer. Bij maaien in de regen kan het gras aan de robot blijven plankken, waardoor deze kan weglijkden.
Maai NIET bij slechte weersomstandigheden, bijv. tijdens zware regenval, onweer of sneeuuwval. - Inspector het gemaaide gebied regelmatig en verwijder stenen, pauin, draden, botten en andere obstakels. De beperkte garantie dekt geen schade veroorzaakt door voorwerpen die op het gazon zijn achtergebleven.
- Maai Niet binnen 1 m van de spreiekopen om schade te voorkomen.
LET OP! De robot en de sprinklers mogen NIET tegelijkkortijd worden ingeschakeld.
De robot要去en geprogrammeerd om op een anderijdstip te werken dan de sprinklers.
Laat kinderen NOOIT de voeding, het laadstation en in het bijzonder de contacten, de lamellen, het batterijvak of onderdelen met openings zoals wielen aanraken.
WERKING
- Kijkuit voor draaiende bladen! Plaats je handen of voeten NIET onder draaiende bladen.
- Kijkuit vooroorwerpen die op het gazon liggen tijdens het maaien! Houd een veilige afstand als de robot aan staat.
- Laat het apparaat Niet onbeheerd anschter als er dieren, kinderen of omstanders in de buurt zich.
- Een veilige positie aanhouden. Zorg voor evenwicht en een stabiele positie op hellingen. Tijdens het bedieren van de robot of derandapparatuur is het toegestaan om te lopen, maar nicht om te rennen.
- Lees de instructies over wanneer, waar en hoe de robot en de randaparatuur, kabels en verlengsnoeren te controleren op schade of slijtage en de robot te repareren. Zelf modifiereren, repareren is Niet toegestaan - met het risico dat de garantie vervalt.
- Sluit een beschadigde voedingskabel Niet aan en raak deze Niet aan voordat deze is losgekoppeld van de voeding vanwege het risico op contact met onderdelen die onder spanning staan.
- Sluit de robot en/of randapparatuur alleen aan op stroomcircuits die beveiligd zijn met een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van maximaal 30mA .
- Als de robot een abnormal geluid maakt, een abnormale trilling waardeemt of een alarmsignaal geeft, druk dan onmiddelijk op de STOP-knop.
- HET IS VERBODEN om gevaarlijke bewegende delen aan te raken voordat u de stroom maar de robot uitschakelt.
- HET IS VERBODEN om gevaarlijke onderdelen aan te raken totdat ze volledig tot stilstand zichen gekomen.
- Draag altiijd stevig schoeisel en een lange broek bij het hanteren van de robot.
- Sluit de stroomtoevoer af: Voordat u de robot vergrendelt.
- Voor testen, reinigen of onderhoud.
PICTOGRAMMEN EN WAARSCHUWINGEN

- Lees de gebruiksaanwijzing en neem de waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften in acht!
- Voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden UITvoert, moet u de voeding uitschakelen.
- Plaats uw handen of voeten Niet onder de afscherming van het maaimechanisme.
- Roterende delen - kans op letsel
- Bewaar een veilige afstand tot de maairobot
- Pas op voor letsel door gegoten voorwerpen
- Beschermen gegen regen
- Buiten bereik van kinderen bewaren.
- Rijd Niet op de robot
- Mogelijk verlies van vingers, wees voorzichtig
- Maximale bodemhelling 14^ / 25% .
- Handen beschermen met werkhandsschoenen
- Draag beschermende kleding
- Draag beschemend schoeisel
- Niet met het huishoudelijk afval weglooien
- Selectieve afvalinzameling
- Beschermingsgraad
LET OP! Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen ouder dan 8aar en personen met beperkte fysieke en mentale vaardigheden en met onvoldoende kennis of ervaring, mits ze onder toezicht staan of de juiste instructies hebben gekregen voor een veilig gebruik van het apparaat, zodate ze zich bewust zichn van de rislco's. Kinderen mogen nicht met dit apparaat spelen. Kinderen mogen het apparaat Niet schoonmaken of onderhonden zonder toezicht.
BESCHRIJVING VAN DE GRAFISCHE ELEMENTEN
De volgende nummering verwijst maar de onderdelen van het apparaat
getoond op de grafische pagina's van deze handleiding.
| Aanduiding Fig. A | Opis |
| 1 | Noodstop |
| 2 | Instelbare maaihoogte |
| 3 | BedieningspaneelMAaier |
| 4 | Aan/uit-schakelaarmaaier |
| 5 | Aandrijfwielen |
| 6 | Snijbladen |
| 7 | Trommel met snijmechanisme |
| 8 | Zwenkwielen |
| 9 | Draagbeugel |
| 10 | Aansluitingen voor opladen |
| 11 | Dekselbatterijcompartment |
| Aanduiding Fig. B | Opis |
| 1 | Bedieningspaneel dockingstation |
| 2 | Gaten voor het vastzetten van het dockingstation |
| 3 | Aansluitingen voor opladen |
| 4 | Docking station |
| 5 | Docking station bescherming |
| 6 | Connectoren voor voedingskabel om het werkgebied te markeren |
| 7 | Kabelopeningen voor marketing van hetwerkgebied en de stroomvoorziening |
| 8 | Stopcontact docking station |
| 9 | Markering voor correcte kabelgeleiding |
| Aanduiding Fig. D | Opis |
| 1 | Indicatielampje oplaadstatus |
| 2 | Indicator voor signaalstoring |
| 3 | Indicator voor begrenzingskabel |
| 4 | Bedrijfsuren / foulmelding, lampjes 1-4 |
| 5 | Aan/uit-knop |
| 6 | Stroomschakelaar |
| 7 | Docking-knop |
| 8 | "Knop "Bevestigen |
| Aanduiding Fig. H | Opis |
| 1 | Schroeven |
| 2 | Batterijvakdeksel met transportgreep |
| 3 | Batterijvak |
| 4 | Batterijaansluiting op het deksel van de kamer |
| 5 | Oplaadbare batterij (niet meegeleverd) |
| Aanduiding Fig. I | Opis |
| 1 | Gazon |
| 2 | Muur |
| 3 | Docking station |
| 4 | Afstand van station tot de muur |
| 5 | Eerste deel van de lijn die het maaigebied afbakent |
| 6 | Lengte van sectie |
| Aanduiding Fig. J | Opis |
| 1a | Kabel om het maaigebied te beperken Beginnen |
| 1b | Kabel om het maaigebied te beperken Ende |
| 2 | Toevoerleiding: |
| 3 | Docking station |
- Er{kunnen verschillen zijn tussen de afbeelding en het daadwerkelijkke product.
VOORBEREIDEN OP WERK
- Draai de maairobot om zodat er toegang is tot de onderkant van der robot.
Op deplaats van de schakelaar fig. A4 en de transportgreep fig. A9 bevindt zich het deksel van het batterijvak fig. H2, dat met de 4 met pijlen gemarkeerde schroeven fig. H1 worden vastgezet. - Draai verwolgens de schroeven los die met pijlen zich gregarkeerd.
- Verwijder voorzichtig het deksel van het batterijvak Fig. H2 om de draden van de schakelaar Fig. A4 Niet te breken of los te koppelen (deze is bevestigd aan het deksel van het batterijvak).
- Draai cervolgens het deksel om, aan de onderkant van het deksel zit de batterijaansluiting Fig. H4.
- Plaats de batterij van de ENERGY+ série in de aansluiting.
Klap het klepje open met de batterij bevestigd en plaats deze in het Fig. H3 compartment. - Draai de schroeven aan waarmee het deksel vastzit. Draai de robot maar beneden, het apparaat is klaar.
WERKOMGEVING VAN DE MAAIROBOT
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan in het gebied waar de robot werk:
- De grashoogte is Niet hoger dan 60~mm
- LET OPI! Als het grayscale is dan 60mm , maai het gazon dan eerst met een handmaier.
- Er zijn geen stenen, stukken hout, draden, stroomvoerende kabels of andere vreemde voorwerpen.
- Het maiagebied is vlak, vrij van greppels en greppels en de helling is minder dan 25% (14°) Fig. C1
- De volgende gereedschappen zijn nodig voor de installmente:
Rubberen hamer (om pinnen in de grond te slaan bij het leggen van de begrenzingskabel) - Inbussleutel (voor het bevestigen van het laadstation) is inbegrepen in de kit
- Tang (voort het doorknippen van de kabel die het werkgebied begrenst)
1. INSTALLATIE BASISSTATION
Kies een geschichte locatie
Het laadstation moet op de volgende locatie worden geplaatst Fig. C3:
- Een relatief vlak en vlak deel van het gazon.
Dicht bij de rand van het gazon.
In de buurt van een stopcontact. - Plaats de verlangkabel van 10 m en de voeding op een schaduwrijke, koele en droge plaats.
- Er mogen zich geen obstakels bevinden binnen minstens 2m van het laadstation.
- Het worden aanbevolen om het laadstation op een droge en beschutte plaatst te zetten.
- De voeding要去 zich 30 cm boven de grond bevinden.
2. BEVESTIGING LAADSTATION
Bevestig het laadstation aan de grond met 6 bevestigingschroeven (G1) (met een G6 inbussleutel).
LET OP! Ga NIET op de planta van het laadstation staan of lopen.
LET OP! Maak GEENijke gaten in deplaat van het laadstation. Het station moet aan de vloer worden vastgeschroefd met behulp van de bestaande gaten.
3. LEGGEN VAN DE BEGRENZINGSKABEL
De begrenzingskabel worden gebruikt om het werkgebied af te bakenen en de robot terug te leiden maar het laadstation.
LET OP! Als uw buurman ook een robotmaaier gebruikt, houd dan minstens 1 m afstand:tussen de begrenzingskabels van beiden robots.
PLANNING VAN DE POSITIE VAN DE BEGRENZINGSKABEL
Loop voor het leggen van de begrenzingskabel langus de aangewezen grens en verwijder alle onnodige voorwerpen, zoals stenen.
LET OP! De lenghte van de begrenzingskabel mag Niet meer+zijn dan 200 meter.
WAARSCHUWING! De robot mag Niet over grind of soortgelijke materialen rijden die de messen können beschadigen.
LEGGEN VAN DE BEGRENZINGSKABEL FIG.C
Volg de onderstaande instructies om de afterschermkabel rond het werkgebied en obstakels te leggen. Gebruik de bijgeleverde meter om de afterschermkabel correct te leggen.
LET OP! De vasthoudkabel staat onder zeer lage spanning en is veilig voor mensen en huisdieren.
LET OP! Begin bij de "- connector aan de achterkant van het laadstation Afb. B6 trek deze onder het station door (en LAST 10 cm ruimte) en leg de kabel gegen de klok in om het gazon Been, eindigend bij de "+" connector aan de achterkant van het laadstation (laat 10 cm ruimte vrij). Zorgervoordatde kabel in contactkomt met metaal bij de "+en -"
- Laat minstens 2m vrij tussen de vasthoudkabel en het laadstation. De kabel in dit gedeelte worden gebruikt om de robot maar het dockingstation te brengen.
- Houd 30 cm afstand:tussen de kabel en de rand van het gazon Fig. C2;Fig.C3.
- Bevestig de kabel aan de grond met de meegeleverde pluggen Fig. G5. De kabel要去recht+zijn enlichtjes gespannen. De pluggen要去en om de 1 m worden aangebracht (dit kan worden aangepast afhankelijk van de vorm van het gazon) Fig. C4. Graaf de kabel Niet dieper in dan 2 cm om het signaal Niet te verzwakken.
- Leg de kabel zo dat de hoeken groter+zijn dan 90^ Fig. C5. Leg de begrenzingskabel in dergelijkke gebieden in zachte bochten, waardoor het voor de robot veel gemakkelijker worden om rond het te maaien gebied te bewegen.
- Als er bloemperken, vijvers of bomen in het gazon liggen, omring deze dan met lussen van afschemkabels Fig. C4.
- Houd min. 30 cm afstandussen de kabel en de randen van obstakels.
LET OP! Op weg aan en van de Ius mogen de vasthoudkabels elkaar.
niet kruisen Fig.C4.
- Laat een smalle ruimte vrij in het werkgebied van de maaier. Zorg ervoor dat de afstand+tussen parallel lopende begrenzingskabels groter is dan 1 m.
LET OP! Zorg ervoor dat het docking station zich binnen de Ius bevindt die het maagebied markeert. (buiten/binnen) Fig.B2
4. INSTALLATIE VAN LAADSTATION
Sluit de voeding aan
- Steek de stekker in een stopcontact van 110-240V.
- Controller de status van de LED-lampjes op het laadstation Afb. B1:
- Brandt groen: verbinding tot stand gebracht (robot nicht opgeladen of volledig opgeladen)
-
Intermitterend groenlicht: de robot worden opgeladen.
-
Intermitterend rood lampje: de meest voorkomende fouit is "ontkoppeling van de vasthoudkabel".
- Licht uit: de meest voorkomende fouit is "Geen 100-240 V voeding" of "Geen verbinding met voedingsbron".
BEDIENING/INSTELLINGEN
Eerste opstart van de maairobot
- Als u de robot voor de eerste keer start,plaats het apparaat dan zo op het dockingstation dat de laadconnectoren op het station fig. B3 Niet in contact komen met de laadconnectoren op de maairobot fig. A10.
- Wanner de maairobot voor het eerst worden gestart vanuit de telefoonapp,要去en firmware-update worden uitgevoerd. De implementatiemethode worden hieronder beschreiben onder software-update.
- LET OP! Tijdens de eerste verbinding要去en de telefoon en de robot zich binnen het bereik van het Wi-Fi-network bevinden.
FIRMWARE-UPDATE VOORDAT U DE ROBOT GEBRUIKT.
De update要去 als volgt worden uitgevoerd.
- Plaats de robot in de Ius maar buiten het laadstation.
- Zet de schakelaar Fig. A4 in positie 1.
- Houd de schakelaar ingedrukt Fig. D5
- Start de applicatie, scan de QR-code
- Sluit de applicatie aan op de robot
- Open de software-installingen door op het pictogram rechtsboven in het scherm te drukken.
- Selecteer een optie: Firmware bijwerken.
- Volg verwolgens de instructies op het scherm.
Nadat de software is geinstalleerd, is het apparaat maar voor gebruik.
LET OP!
- Het scherm geeft aan of de robot zich in Wi-fi of Bluetooth bereik befindt.
- Verbinding makes met een network worden aangegeven door een knipperend pictogram voor het type verbinding. Zodra er verbinding is, stopt het pictogram met knipperen.
- De robot kan maar aan een telefoon gekoppeld worden.
- Als een andere (dezelfde maarbot)要去 worden aangesloten,要去 de eerste uit de applicatie worden verwijderd. In de iOS app ook uit de Bluetooth instellungen.
MAAIHOOGTE AANPASSEN:
Voor de eerste maaibeurt stelt u de maaihoogte in op 60 mm en verwolgens op de gewenste hoogte wonneer het hele gazon relatief vlak is.
- Draai de knop Fig. A2 rechtsom om de maaihoogte te verhogen.
- Draai de knop Fig. A2aar links om de maaihoogte te verlagen.
- De maaihoogte kan worden ingesteld van 20mm (MIN) tot 60mm (MAX).
LET OP! De aandrijfmotor van de maaimechanismetrommel Fig. A7 schakelt ongeveer 10 seconden na het verlaten van de basis in, waardoor het maaien begint.
IN-/UITSCHAKELEN
- Zet de schakelaar Fig. A4 in de stand "O" om de voeding uit te schakelen.
- Zet de schakelaar Fig. A4 in de stand "I" om de voeding in te schakelen.
ACTIVERING VAN DE ROBOT EN PROGRAMMERING VAN DE WERKTIJD IN HANDMATIGE MODUS
- Houd de aan/uit-knop Afb. D5 ingedrukt om de robot op te starten. Opmerking: schud de robot Nietijdens het opstarten om een opstartfout te voorkomen. Als de robot Niet correct opstart (alle lampjes branden continu), start hem dan opnieuw op.
- Voer het wachtwoord in door tweeemaal op knop Afb. D6 te drukken, daarna tweeemaal op knop Afb. D7 en eenmaal op knop Afb. D8 (wachtwoord geprogrammeerd in de fabriek).
-
Programmeer de gebruikstijd (inclusief maaitijd en oplaadtijd):
-
Druk op Fig. D6 om de bedrijfstijd in te stellen. Eén brandend lampje betekent 2 uur, de maximale werklijk is 8 uur en er branden 4 lampjes op Fig. D4. Druk op de knop Afb. D8 om te bevestigen en de robot te starten.
LET OP! Zodra de werkelijk is ingesteld, onthoudt de robot de instellenen en begint hij elke dag te maaien op het geprogrammeerde tijdstip. De maaitijd komt overeen met de ingevoerde instelleningen.
- De geprogrammeerde werkelijk van de robot van 2aar tot 8aar is de maaitijd inclusief oplaadtijd.
- De gebruiksduur en oplaadijd zijn afhankelijk van de gebruekte batterij. Als u de werkingstijd wilt wijzigen, volgt u stap 2-3 opnieuw.
TIJDPROGRAMMERING IN AUTOMATISCHE MODUS, 7-DAAGS SCHEMA, IS BEsCHIKBAAR VIA DE INSTELLINGEN IN DE APP
- Na eenoodstop moet de robot eerst ontgrendeld worden door stap 2 hierboven te volgen. Zodra de robot is ontgrendeld,+kunnen we hem terugsturen maar het station door op de knappen te drukken:Fig.D7 en bevestig daarna met de knop Fig.D8 om de maier terug te sturen maar het laadstation.
- Door op de noodstopknop STOP te drukken worden de handmatige en automatische moduscylus uit de toepassing gewist, als deze op deze manier was geactiveerd. Om de robot na een noodstop waar te lately werken,要去 de robot worden teruggebracht maar het laadstation en要去 het handmatige werksschema opnieuw worden ingesteld. In het geval van een automatisch schema voert u bezelfde actie uit in het toepassingsschema en bevestigt u de instelleningen.
LET OP! De geprogrammeerde opstartijd in het automatische schema moet Niet als zeer nauwkeurig worden beschouwd. Het apparaat kan tot enkele Minutes na de ingesteldeijd opstarten.
- Als u de handmatige modus activeert, worden het schema dat in de toepassing is geprogrammeerd, verwijderd en omgekeerd.
- In de handmatige modus wordt er om de paar maaicycli automatisch gemaaid. Hierbij worden het gras dicht bij de kabel gemaaid die het werkgebied afbakent. LET OP! Zorg ervoor dat de kabel goed is bevestigd, zodate deze Niet per ongeluk worden doorgesneden.
- De maairobot keert'erug maar het dockingstation zodra het apparaat hebft gedetecteerd dat het begint te regenen.
- Als de robot tijdens het werkken een obstakel gegenkomt, stuiert hij ervan af en werkkt hij verder.
LAADSTATUSLAMPJE IN HET LAADSTATION:
Continu groen licht - batterij volledig opgeladen.
Intermittend groenlicht - aan het opladen.
BUITEN HET LAADSTATION:
Continu groen licht - batterij > = 20%
Intermittend groen lampje - batterij < 20%
LET OP! De robot stopt automatisch met werken en keerttering ug maar het laadstation als het batterijniveau daalt tot minder dan 20% .
ERROR LIGHT:
Continu groenlicht - het system bijwerken. Maak verbinding met de app om de update uit te voeren.
Intermittend groen lampje - systeem worden bijgewerkt.
Intermittenderoodlicht-foutmelding1tot5,herstartderobot.
Continu roodlicht -foutmelding6tot12,drukop"STOP"of"OK"om te wissen.
INDICATOR VOOR DE BEGRENZINGSKABEL:
Continu groenlicht - signaal correct
Continu rood licht - geen signalaal
Controles Fig. D4:
Intermitterend Licht - robot geblokkeerd.
Continu licht - robot ontgrendeld.
Lampje 1 brandt groen: 2 uur werklijk.
Lampjes 1 en 2 branden groen: 4aar werkelijk.
Lampjes 1, 2 en 3 branden groen: 6 eeriektijd.
Lampjes 1, 2, 3 en 4 branden groen: 8 eer werktijd.
SOFTWARE VOOR HET BESTUREN VAN DE MAAIROBOT
IOS downloaden:
Programma-instructies können worden gedownload op:
https://bit.ly/3QBB6Gm
NOODSTOP VAN DE ROBOT
Druk op de knop "STOP" Afb. A1 om de robot te stoppen, houd de aan/vuit-knop ingedrukt om de robot uit te schaken.
DE ROBOT VERPLAATSEN
Onder de robot bevindt zich een tilhendel Afb. A10 voor eenvoudige bediening met een hand.
ONDERHOUD EN OPSLAG
- Schakel de robot.altijduit voorreinigingenonderhoud.
- Koppel de voeding los Voorat u het laadstation reinigt en onderhoudt.
-
Draag algtdikke beschemende handschoenen bij het verwisselen van messen en het schoonmaken van de onderkant van de robot.
-
Controller regelmatig of bouteen en moeren goed vastzitten. Beschadigde onderdelen要去en om veiligheidsredenen worden gerepareerd of verrangen.
- Controller regelmatig of de messen vrij hunnen draaien.
LET OP! Als u de robot op+zijn kop zet,plaats hem dan op het gazon of op een zachte ondergrond om de behuizing Niet te beschadigen of te bekrassen.
SCHOONMAKEN
WAARSCHUWING! Schakel de stroom uit met de schakelaar Fig. A4 voordat je begint met schoonmaken.
- Was de voorkant van de robot met een lagedrukkeiniger en een zachtte borstel of doeK.
- Gebruik een harde borstel om grasresten en afval van de messen, wielen en andere onderdelen aan de onderkant van de robot te verwijderen.
- Controller de WIelen regelmatig op modder of grasresten en maak ze schoon met een borstel.
LET OP! Verwijder regelmatig plantenresten van de onderkant van de robot om vermindering van de productiviteit te voorkomen.
BLADVERVANGING
WAARSCHUWING! Schakel erst de hoofdschakelaar uit en trek beschermende handschoenen aan.
WAARSCHUWING! Gebruik alleen de aangegeven originele messen die door de fabrikant zich goedgekeurd.
- Alle drie de messen en hun schroeven moeten in een keer worden verwangen Fig. A6.
- De schroeven要去en worden losgedraaid en vastgedraaid met een schroevendraaier.
- Controller of de neue messen vrij hunnen draaien.
PROBLEEMOPILOSSING
De onderstaande tabel besteht richtlijnen om problemen te diagnosticeren. Repareer het apparaat indien möglichk zich. Als het probleem nicht kan worden opgelost, neem dan contact op met een erkende dealer of een servicecentrum.
WAARSCHUWING! Er要去en beschermende maatregelen worden genommen.
| Probleem | Mogelijk oorzaken | Oplossingen |
| Roodlicht knippert bij het laadstation | Onderbreking van de begrenzingskabel | Zoek het defecte deel van de kabel en reparer het |
| Robot heeft moeite met koppelen aan laadstation | Laadstation is nicht correct geinstalleerd | Zie hoogdstuk "Voorbereiding op het werk". |
| De begrenzingskabel is Niet correct geplaatst | ||
| Geen signaal van de begrenzingskabel | Geen stroomvoorziening | Controleer de stroombron |
| De kabel was in omgekeerde richting aangesloten | Verwissel de "+" en "-" connectors | |
| Restrictiekabel is Niet aangesloten op het laadstation | Controleer of de begrenzingskabel goed vastzit. aangesloten op een laadstation | |
| Onderbreking van de begrenzingskabel | Controleer helemaal, dat de kabel Niet is onderbroken | |
| Kabel kuisen op weg maar en van de lus | Controleer of de begrenzingskabel correct is geinstalleerd | |
| Robot.gaat de grens over | De kabel was in omgekeerde richting aangesloten | Verwissel de "+" en "-" connectors |
| Beschadigd of ontbrekend blad | Bladbevestigingsschroeven controleren en repareren | |
| Robot tritt of maakt ongebruikelijke geluiden | De bladschijf zit los | |
| Vervang het blad |
| Foutcode | Opis | Oplossing |
| E01 Afb. F1 | Initialisatiefout - gyrosensor | Plaats de robot op een vlakke ondergrond en start opnieuw. |
| E02 Afb. F2 | Fout in hefsensor of botsingsssensor | Stel de botsstang en het torsiewiel aan de voorkant van de maaier af, contrôleer of ze Niet vergrendeld zich; plaat de robot op een vlakke ondergrond en start opnieuw. |
| E03 Afb. F3 | Fout bij initialisatie van de maaimotor | Plaat de robot op een vlakke ondergrond en start opnieuw op. Neem contact op met de klantenservice als het probleem aanhoudt. |
| E04 Afb. F4 | Fout bij aansluiting voeding | |
| E05 Afb. F5 | Onjuiste snelheid van de maaimotor | |
| E06 Afb. F6 | Waarschuwing voor kantelen | Plaat de robot op een vlakke ondergrond. Druk op STOP of OK om het alarm te annuleren. |
| E07 Afb. F7 | Liftwaarschuwing | Plaat de robot op een vlakke ondergrond. Druk op STOP of OK om het alarm te annuleren. |
| E08 Afb. F8 | ADC-kanaalfout | Plaat de robot op een vlakke ondergrond en start opnieuw op. Neem contact op met de klantenservice als het probleem aanhoudt. |
| E09 Afb. F9 | Verkeerd signaal | Zie hierboven in de tabel: probleem - geen signaal van de begrenzingskabel. Controleer alle punten een voor een enplaats de robot verrolgens op een vlakke ondergrond. Druk op STOP of OK om het alarm te annuleren. Start de robot opnieuw. Neem contact op met de klantenservice als het probleem aanhoudt. |
| E010 Afb. F10 | Robot jam | Plaat de robot op een vlakke ondergrond. Druk op STOP of OK om het alarm te annuleren. Start de robot opnieuw op. Neem contact op met de klantenservice als het probleem aanhoudt. |
| E011 Afb. F11 | Onjuiste snelheid van de linker stappenmotor | Start de robot opnieuw op. Neem contact op met de klantenservice als het probleem aanhoudt. |
| E012 Afb. F12 | Onjuiste snelheid van hetrecht stappenmotor |
KIT BEVAT:
Maairobot 1stuk.
- Docking en oplaadstation 1 stuk.
Voeding en verlangkabel 1 stuk.
Kabel voor afbakening van het werkgebied 100m
Kabelbevestigingspluggen 100 stucks.
- Bevestigingspluggen voor docking station 6 stuks.
- Snijbladen 3 stuks.
- Kabelconnectors 2 stucks.
Zeshoekige sleutel 1 stuk.
SPECIFICATIONS
| Maairobot 04-621 | |
| Parameter | Waarde |
| Voedingsspanning: | 18 V DC |
| Max. nominaal vermogen van de maaimotor: | 50 W |
| Max. vermogen van de zelfrijndende motor: | 20 W |
| IP-beschermingsgraad voor het laadstation | IPX4 |
| IP-beschermingsgraad voor de robot | IPX5 |
| IP-beschermingsgraad voor de oplaadapter | IP 65 |
| Beschermingsklasse voor de robot | III |
| Beschermingsklasse voor het laadstation | II |
| Maaibreedte: | 180 mm |
| Snijhoogte-instelling in het bereik | 20 mm - 60 mm |
| Rotatiesnelheid | 3100 tspm |
| Gewicht | 10,2 kg |
| Jaar van productie | 2024 |
GELUIDS- EN TRILLINGSGEJEVEN
| Geluidsdrukniveau | \( {\mathrm{L}}_{\mathrm{{pA}}} = {56}\mathrm{\;{dB}}\left( \mathrm{\;A}\right) \mathrm{K} = \) 3dB(A) |
| Gemeten geluidsvermogen | \( {\mathrm{L}}_{\mathrm{{wA}}} = {67}\mathrm{\;{dB}}\left( \mathrm{\;A}\right) \mathrm{K} = \) 3dB(A) |
Informatie over geluid en trillingen
Het niveau van het door het toestel uitgestraalde geluid worden beschreiben door: het niveau van de uitgestraalde geluidsdruk L PA en het geluidsvermögensniveau LwA, waar bij K de meetonzekerheid aangeeft. De trillingen die het toestel uitzendt, worden beschreiben door de trillingsversnellng ah, waar bij K de meetonzekerheid aangeeft. De in deze gebruiksaanwijzing gemeten waarden, d.w.z. het niveau van de uitgezonden geluidsdruk LPA, het geluidsvermögensniveau LwA, en de trillingsversnellng ah, zich gemeten in overeenstemming met EN 62841-1:2015+A11. Het opgegeven trillingsniveau ah kan worden gebruikt om toestellen te vergelijkken en voor een Voorlopige evaluatie van de blootstelling aan trillingen.
Het opgegeven trillingsniveau is alleen representatif voor de basistoepassingen van het apparaat. Als het apparaat voor andere toepassingen of met ander gereedschap worden gebruikt, kan het trillingsniveau afwijken. Onvoldoende of zeldzaam onderhoud van het apparaat veroorzaken hogere trillingsniveaua. De bovengenoemde ooorzaken hunnen de bloatstelling aan trillingenijdens de hele levensduur verhogen.
Om de blootstelling aan trillingen nauwkeurig te bepalen,要去 rekening worden gehonden met de perioden dat het apparaat aan en uit staat, met uitzondering van de perioden dat het apparaat in gebruik is. De totale blootstelling aan trillingen kan veel lager zijn als alle factoren nauwkeurig worden ingeschat.
Gebruik aanvullende veriligeidsmaatregelen om de bediener te beschermen gegen trillingen, zoals regelmatig onderhoud van het apparaat en de gereedschappen, de juiste handtemperatuur en een goede werkorganisatie.
GELUIDS- EN TRILLINGSGEGEVENS
MILIEUBESCHERMING
| Elektrische apparatuur mag nicht bij het huisvuil. Gooi hetweg bij de waarvoortestemde voorzijeningen. Informatie over verwijdering kunt krijgen bij de dealer van het product of bij deplaatselijke autoriteiten. Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) bevat st die Niet neutraal্ঘর de naturen. Niet-gerecyclederde AEEA vormt potenteel gevaar voor het milieu en de menselijk gezondheid. |
"Grupa Topex Spölka z ograniczona odpowiedzialnosci". Spölka komandytowa met zetel in Warschau, ul. Pograniczna 2/4 (hiema: "Topex Group") informiert dat alle auteursrechten op de inohud van deze handleiding (hierna: "handleiding"), met inebrip van, maar Niet beperkt tot, de tekst, geplaatste foto's, diagrammen, tekeningen, evenals de samenstelling ervan, uitsluitend toebehoren aan Topex Group en onderworpen zijn aan wettelijk bescherming in overeenstemming met de wet van 4 februari 1994 inzake auteursrecht en naburige rechten (d.w.z. Staatsblad U. 2006 nr. 90 punt 631, Zoals gewijzigd). Het kopiieren, verwerken, publiceren, wijzigen voor commercie doeleinden van de volledige handleiding en individuele elementen ervan, zonder de schriftelijke toestemming van Topex Group, is strikt verboden en kan leiden tot burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid.
EG-verklaring van overeenstemming
Handelsnaam: NEO TOOLS
Serienummer: 00001 ÷ 99999
Deze conformiteitsverklaring worden afgeveen onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant.
Het hierboven beschreiben product voldoet aan de volgende documenten:
Machinerichtlijn 2006/42/EG
RED Richtlijn 2014/53/EU
RoHS-richtlijn 2011/65/EU zoals gewijzigd door Richtlijn 2015/863/EU
En voldoet aan de eisen van de normen:
EN 60335-1:2012/A15:2021; EN 50636-2-107:2015/A3:2021; EN 62233:2008
EN IEC 55014-1:2021; EN IEC 55014-2:2021; EN IEC 61000-3-
2:2019/A1:2021; EN 61000-3-3:2013/A2:2021; EN 301 489-1 V2.2.3:2019;
EN 301 489-3 V2.3.2:2023; EN 300 328 V2.2.2; EN 50663:2017
ENIEC 63000:2018
Deze verklaring heeft alleen betrekking op de machine Zoals die in de handel worden gebracht en nicht op componenten
toegevoegd door de eindgeberker of acties die hij/zij daama heeft uitgevoerd.
Naam en adres van de in de EU woonachtige persoon die gemachtigd is om het technisch dossier voor te bereiden:
Ondertekend namens:
Grupa Topex Sp. Z o.o. Sp.k.
UI. Pograniczna 2/4
02-285 Warschau

Pawel Kowalski
Kwaliteitsmedewerker TOPEX GROEP
Warschau, 2023-09-11
EU-conformlteltsverklaring
Handelsnaam: NEO TOOLS
Serienummer: 00001÷ 99999
Deze conformiteitsverklaring worden afgegeben onder volledige
verantwoordelijkheid van de fabrikant.
Het hierboven beschreiben product voldoet aan de volgende documenten:
RED Richtlijn 2014/53/EU
RoHS-richtlijn 2011/65/EU zoals gewijzigd door Richtlijn 2015/863/EU
En voldoet aan de eisen van de normen:
EN IEC 55014-1:2021; EN IEC 55014-2:2021; EN IEC 61000-3-
2:2019/A1:2021; EN 61000-3-3:2013/A2:2021; EN 301 489-1
V2.2.3:2019;
EN 301 489-3 V2.3.2:2023; EN 300 328 V2.2.2; EN 50663:2017
EN IEC 63000:2018
Deze verklaring heeft uitsluitend betrekking op de machine zoalsdez werden geintroduceerd in de
markt en omvat geen onderdelen die zich toegevoegt door de eindgebruiker of
zijn latere activiteiten.
Naam en adres van de EU-inwoner die gegachtigd is om
het technisch dossier voorbereiden:
Ondertekend namens:
Grupa Topex Sp. Z o.o. Sp.k.
Ul. Pograniczna 2/4
02-285 Warschau

Pawel Kowalski
Kwaliteitsmedewerker TOPEX GROEP
Warschau, 2023-11-09