DH-POWER20000 - Verwarming MSW - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DH-POWER20000 MSW in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DH-POWER20000 MSW
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DH-POWER20000 - MSW en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DH-POWER20000 van het merk MSW.
GEBRUIKSAANWIJZING DH-POWER20000 MSW
Deze gebruikershandleiding is vertaald met behulp van machinevertaling. Wij hebben er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat de vertaling nauwkeurig is, maar houd er rekening mee dat automatische vertalingen Niet perfect+zijn en Niet bedoeld zich in om menselijkke vertalers te verrangen. De officièle versie van de gebruikershandleiding is in het Engels. Verschillenussen de vertaalde versie en de originele Engelse versie zich niet juridisch bindend. Als uvragen heb't over de juistheid van de vertaling, raadpleeg dan de Engelse versie; dit is de officièle referentie. Versies in andere talen zich op aanvraag verkrijgbaar via info@expondo.com.
Technische gegevens
| Beschrijving parameter Waarde parameter | ||||
| Productnaam | Dieselkachel | |||
| Model | MSW-DHW- POWER20000M | MSW-DHW- POWER20000L | MSW-DH- POWER20000 | MSW-DH- POWER30000 |
| Vermogen [kW] | 20 | 30 | ||
| Olieverbruik [kg/u] | 1,43 | 2,15 | ||
| Vermogen [W] | 210 | 230 | ||
| Nominate ingangsspanning [V] / freuente [Hz] | 230~ / 50 | |||
| Brandstof | Diesel/Kerosine | |||
Doel
Het product worden gebruikt om een betrouwbare en efficiente warmtebron te bieden, voornamelijk in omgevingen waar elektriciteit of andere verwarmingsopties Niet direct beschikbaar zich. Het product worden veel gebruikt in voertuigen, boten, campers, off-grid locaties en buitenomgevingen.
Productverzicht

A- Uitlaat voor warme lucht
B- Bovenste schil
C-Achterste handgreep
D-Achtergrill
E-Manometer
F- Brandstoftank
G- Onderste buisframe
H-Aansluiting voeding I-Weergavevenster J-Thermostaatknop K-Zijpaneel L-Hjul M-Tankdop N-Onderste schil O-Brandstofmeter

- Plaats de wielas in het overeenkomstige gat van het onderste buizenframe. Plaats de bussen G aan beiden uiteinden van de as en schuif verwolgens het wie I over de wielas H. Zet het wie vast door de wieldop E op het uiteinde van de as teplaatsen.
- Plaats de productbehuzing op het onderste buisframe B en zorg ervoor dat de 4 gaten in het handgreepframe overeenkommen met de overeenkomstige 4 gaten in het onderste buisframe.
- Plaats de schroeven J in de gaten, plaats de sluitingen D onder het onderste buizenframe B en draai de zeskantschroef C stevig vast.
- Plaats de overige schroeven in de gaten en draai ze vast met een schroevendraier, volgensdezelfde procedure.
Voorbereiding voor de operatie

OPMERKING
- Gebruik nooit verz vluchtige brandstoffen zoals benzine.
Vul de brandstoftank pas bij als het product stilstaat en de vlam is gedoofd. - Gebruik uitsluitend kerosine nr. JIS1 of vorstbestendige lichte diesel. Gebruik geen aufgeb broken of onzuivere kerosine of diesel.
Zorg ervoor dat het brandstoffankfilter is geinstalleerd wanner u de tank vult. -
Als kerosine of diesel in contact komt met de huid, was deze dan onmiddelijk met zeep om möglichke huidirritatie te voorkomen.
-
Het branderopppervlak blijf erg heet nadat de vlam is gedoofd. Raak het Niet aan en zorg ervoor dat de oliepomp Niet in contact komt met de brander om brandwonden of letsel te voorkomen.
Hoe vul je de brandstoftank als deze leeg is:
- Zorg ervoor dat de stekker uit het stopcontact is gehaald en dat de aan/uit-schakelaar in de UIT-stand "0" staat.
- Plaats het product op een stabiele, vlakke ondergrond. Verwijder de brandstofdop en vul de brandstoftank. Zorg ervoor dat het brandstofffilter correct is geinstalleerd. Vul de tank nicht te vol. Houd u aan het volniveau zoals aangegeven in de afbeelding.
- Controller of er water of vuil in de brandstoftank zit en kaak deze indien nodig schoon om een goede werkng te garanderen.
- Vul de tank met kerosine of diesel met behulp van een oliepomp. Zorg ervoor dat het brandstofffilter op+zijnplaats zit. Draai na het vullen de dop met de klok mee en draai deze stevig vast.
Vul de brandstoftank (zie onderstaande afbeelding):

A-Dop van brandstoftank
B- Brandstofmeter
Als er brandstof (kerosine of diesel) in de tank zit:

AANDACHT
- Controller het apparaat pas nadat de vlam is gedoofd en de stekker uit het stopcontact is gehaald.
- Controller vór het aansteken of er geen olie lekt. Als u olielekkage constaete, mag u het apparaat Niet gebruiken en moet u contact opnemen met uw dealer voor hulp.
- Controller de binnenkant van de brandstoftank. Als er water of vuil in zit, reinig de tank dan voordat u hem waar gezruikt.
Anvendelse

WAARSCHUWINGEN
- Zorg ervoor dat er voldoende brandstof in de brandstoftank zit voordat u de motor start.
- Houd na het aansteken een veilige afstand tot het verwarmingselement. Houd een minimale afstand van 3 meter aan voor de warmeluchtuiitlaat, 2 meter erboven en
meer dan 2 meter aan de linker- enrechterkant (zie de onderstaande afbeelding voor de veiligheidsafstand).
- Stop onmiddelijk met het gebruik van het apparaat als u rook of vreemde geuren waarneem.
Zorg ervoor dat het product goed is aangestoken voordat u het onbeheerdchterlaat.
Veiligheidsafstand

Ontstekingsprocedure
Steek de stekker in het stopcontact en zet de schakelaar op stand "1". Het indicatielampje gaat branden en het product worden automatisch ontstoken als de ingestelde temperatuur hoger is dan de omgevingstemperatuur. Dit worden aangegeven op het digitale LED-temperatuurdisplay.
Als het product Niet start, zet u de aan/uit-schakelaar op "0" en verwolgens weeer op "1". Als het product na drie pogingen nog steeds Niet start, neem dan contact op met uw dealer voor hulp.


AANDACHT Zorg ervoor dat de vloer of de grond onder het product Niet oververhit raakt verwijl het product in werkig is, om brandgevaar te voorkomen.
Procedure voor het uitbranden van de vlam
- Wanner u het product uitschakelt, zorg er dan voor dat de vlam volledig gedoofd is voordat u het apparaat verlaat.
- Zet de aan/uit-schakelaar op stand "0" en wacht tot de ventilator stopt met draaien en het indicatielampje uitgaat. Haalervoigens de stekker uit het stopcontact.
Veiligheidsvoorzieningen
- Bescherming gegen vlamdoving: Het product maakt gebruik van een fotocel om de vlam in de verbrandingskamerijdens normala gebruik te bewaken. Als de vlam uitgaat, neemt de watstand van de
lichtgevoelige watstand aanzienlijk toe, waardoor het systeme de elektraktepeenheid uitschakelt en de brandstoftoevoer automatisch stocht.
- Bescherming gegen stroomuitval: Bij een stroomstoring stopt het product met werken, zonder dat u de stekker uit het stopcontact hoeft te halen. Zodra de stroomvoorziening is hersteld,licht de indicator op, maar het product hervat de werkung Niet automatisch. U要去 op de aan/uit-schakelaar drukken om het product opnieuw op te starten.
Werkprincipes

A- Verbrandingskamer
B- Bougie
C-Ventilatorblad
D-Motor
E-Pomp
F-Luchtinlaatfilter
G-Luchtuitlaatfilter
H- Brandstoftank
I- Beheerder
J-Luchtinlaatbuis
K-Vlam stabieleplaat
L-Oliesproeier
M-Olie zuigbuis
Beschrijving van de werkingsprincipes:
Open eerst de tankdop en giet kerosine of diesel in de tank. Draai de tankdop verwolgens waar goed vast. Steek de steker in het stopcontact en zet de schakelaar op stand "1". De motor start en het digitale temperatuurdisplaylicht op. Het linkerdisplay toont de ingestelde temperatuur en hetrechtterdisplay de kamertemperaatur. Wanner de ingestelde temperatuur de kamertemperatuur overschrijdt, za het product automatisch ontsteken en za de bougie het ontstekingsproces starten.
Dit product is uitergerust met een elektrische luchtpomp die lucht door de luchtleiding perst die is aangesloten op de brandstofinlaat en verwolgens door een mondstuk in de branderkop. Wanner de lucht de brandstofinlaat passeert, worden er brandstof uit de tank maar het brandermondstuk gezogen. Daar worden het(OPmengsel van brandstof en lucht als een fijnne nevel in de verbrandingskamer gesoten.
Een snel draaiende ventilator blaast lucht in het systeme:
- Er kommt lucht in de vlamstabilisatorplaat en de brander, waardoor er extra zuurstof worden aangevoerd om een efficiente verbranding te garanderen. Tegelijkkertijd worden er warmte van binnenuit de brander maar buiten getransporteerd.
- Lucht stroomt door de warmte-isolatielaag en voorkomt dat het branderoppervlak oververhit raakt door overtollige warmte af te voeren.
De bougie stopt met werkken na 12 seconden nadat de ontsteking succesvol is geweest.
Problemen oplossen
Problemanalyse
Voordat u het product ter reparatie opstuurt, controlleren dan de volgende veelvoorkomende problemen die geen daadwerkelijk gebreken zijn:
| Probleem | Oorzaak |
| Geur, rook of vonden vrijgekomen tijdens het eerste gebruik | Dat is normalaal. Dit komt doordat lucht en stof bij het verbrandingsproces gemengd worden. Wacht even, dan zal het verdwijnen. |
| Ontstekingsproblemen, vremde geluiden, geur of witte rook bij het eerste gebruik of nadat de brandstof op is | Er is lucht in de brandstofleiding gemengd. Dit probleem lost zichzelf op zodia de lucht uit de pijp is geduwd. |
| Vreemde geluiden tijdens ontsteking of vlamuitdoving | Deze geluiden worden verroorzaakt door het uitzetten en krimpen van de metalen onderdelen van het product. Dat is normalaal. |
| Tijdens de ontsteking ontstaan er vvur of vonden bij de uitlaat | Er blijven brandstof en lucht van het vorige gebruik anschter in de olieleiding, waardoor er een verkeerde menging van brandstof en lucht ontstaat en er een onregelmatige verbranding plaatsvindt. Vonden hunnen ook ontstaan door achtergebleven koolstofpoeder, dat is normalaal. |
Dit zijn veelvoorkomende problemen bij het gebruik van dit product en duiden Nietoodzakelijkkerwijs op een defect.
Fouten en oplossingen
| Probleem | Mogelijk redenen | Oplossing |
| Product stoot met werkken na een korteijd, "E1" worden weergegeven op het scherm | 1. Verkeerde druk2. Inlaat-, uitlaat- of luchtfilterkatoen is vuil3. Dieselfilter is vuil4. Brandstofolie-sproeier is vuil5. Fotocellens is vuil6. Onjuiste installmentie van de fotocel7. Fotocel beschadigd8. Verbindingsprobleem:tussen hoofdprintplaat en fotocel | 1. Pas de pompdruk aan2. Maak het luchtfilter schoon of verrang het3. Dieselfilter reinigen of verrangen4. Reinig of verrang het brandstofmondstuk5. Maak de fotocel schoon of verrang.Deze6. De positie van de fotocel aanpassen7. Vervang de fotocel |
| 8. Controller alle elektrische aansluitingen | ||
| Product werkt nicht of motor stopt na korte&tijd, "E1" worden weergegeben | 1. Brandstof uitgeput2. Verkeerde druk3. Bougie of luchtslot is gecorrodeerd4. Brandstofffilter is vuil5. Brandstofsproeier is vuil6. Brandstoffank bevat vocht7. Probleem met PCB-circuit en transformatorverbinding8. Ontstekingspen en transformator nicht aangesloten9. Defecte ontsteker | 1. Vul de brandstoffank bij2. Pas de pompdruk aan3. Maak de bougie schoon of verrang deze4. Maak het brandstofffilter schoon of verrang het5. Reinig of verrang de sproeier6. Spoel de tank met verse kerosine7. Controller elektrische aansluitingen8. Sluit de ontstekingspen en de transformator aan9. Vervang de ontsteker |
| LED-display geeft "E2" weeR | Temperatuursonde is beschadigd of eraf gehlen | Vervang de temperatuursonde |
| Slechte verbranding / Te veel rook | 1. Vuile luchtfilterinlaat of -uitlaat2. Vuil brandstofffilter3. Slechte brandstoffkwaliteit4. Onjuiste luchtdruk | 1. Maak het luchtfilter schoon of verrang het2. Maak het brandstofffilter schoon of verrang het3. Zorg ervoor dat de brandstoff schoon en vers is4. Luchtdruk aanpassen |
| Product.gaat nicht aan en LED geeft "-—" weeR | 1. Temperatuursensor oververhit2. PCB-zekering doorgebrand3. Temperatuursensor nicht aangesloten op printplaat | 1. Zet de aan/uit-schakelaar uiten start het apparaat na 10 minutes opnieuw op, nadat het product is afgekoeld.2. Controller en verrang dezekering3. Controller alle elektrische aansluitingen |
Deze gids bidiet oplossingen voor veelvoorkomende problemen met uw product, zodate u deze zichkunt oplossen voordat u professionele hulp inschakelt.
Onderhoud

OPMERKING
- Schakel het product altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u onderhouduitvoert.
Voer nooit onderhouduit terwijl er brandstof in de tank zit.
Controleer de brandstoftank
Als er vuil of water in de brandstoftank zit, is het van essentieel belang om de tank schoon te makeen en leeg te latent lopen. Volg deze stappen om de brandstoftank leeg te latent lopen (zie de onderstaande afbeelding voor instructies):
-
Plaats het product op een stabel werkoppervlak en plaatens een oliecontainer onder de brandstoftank.
-
Draai de aftapschroef los met een sleutel, zodat het water en het afvaluit de tank kuren lopen.
-
Zodra de tank volledig is leeggelopen, draait u de aftapschroef stevig vast en veegt u het resterende water of de olie weg om ervoor te zorgen dat het gebied schoon is.

Maak de brandstofank leeg
Afvoeren van gebruekte apparaten
Gooi dit apparaat Niet in gemeentelijke afvalsystemen. Lever het in bij een recycling- en verzamelpunt voor elektrische apparaten. Controller het symbool op het product, de gebruiksaanwijzing en de verpakking. De kunststoffen die voor de bouw van het apparaat zijn gebruikt, hun overeenkomstig hun markings worden gerecycleerd. Door te kiezen voor recycling levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu.
Neem contact op metplaatselijke autoriteiten voor informatie overplaatselijke recycling.
Onderdelen
Branderkop

A-Brander montage
B-Luchtinlaatbuis
C- Olie-inlaatbuis
D-Vlam stabieleplaat
E-Hoogspanningslijn
F- Bougie
Bougie
De afstand:tussen de elektroden moet 4-5 mm bedragen om het beste ontstekingsresultaat te verkrijgen.

Ruemte tussen de elektrode: 4-5 mm
Montage van het oliemondstuk

A- Oliesproeier
B-Kern van de spuitmond
C-Afdichtring
D-Vlam stabieleplaat
E-Luchtleidingfitting
F- Olieleidingfitting
Drukaanpassing

A- Minus schroevendraier
B- Drukafstelschroef
Luchtpomp
Bij onderhoud moet de luchtpomp op de juiste manier worden gemonteerd, om te voorkomen dat er een lage luchtdruk of luchtlekkage ontstaat.

A-Pompblad
B-Pompdeksel
C-Luchtinlaatfilter
D- Drukdeksel
E-Luchtinlaatbescherming
F-Luchtuitlaatfilter
G-Pomp Kern
H- Verbindingsdeel
De match:tussen het pomplichaam en de pompkern
De vier pompbladen zijn in de vier groeven van de pomp Kern geplaatst, die centrifugaal met de klok mee in de pomp roteren. De opening tussen de pompbehuizing en de pomp Kern要去 op 0,06-0,08 mm worden gezchoolen omervoortzorgen dat de luchtpomp voldoende druk genereert voor een optimale werking.

A-Pomplichaam
B- Opening 0,06 0,08mm
C-Pomp Kern
D-Skrue
E-Pompblad
Bevestiging van de ventilatorbladen
Plaats het ventilatorblad op de motoras en draai het stevig vast met een stelschroef. Zorg ervoor dat het blad stevig vastzit.

A-Ventilatorblad
B-Motoras
C-Stelschroef
