DM1100T - Houtdraaibank SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DM1100T SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DM1100T SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Houtdraaibank in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DM1100T - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DM1100T van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING DM1100T SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het apparaat
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften in acht nemen! |
![]() | Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! |
![]() | Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. |
![]() | Draag een stofmasker. Tijdens het bewerken van hout en andere materialen kan stof ont-staan die schadelijk is voor de gezondheid. Asbesthoudend materiaal mag niet worden bewerkt! |
![]() | Draag een veiligheidsbril. Vonken die tijdens het werk ontstaan of vrijkomende houtsplinters, houtkrullen en stof uit het apparaat kunnen leiden tot verlies van het gezichtsvermo-gen. |
![]() | Draag lang haar niet los. Gebruik een haarnetje. |
![]() | Gebruik van handschoenen verbonden! |
Inhoudsopgave:
- Inleiding 67
- Beschrijving van het apparaat....67
- Meegeleverd....67
- Beoogd gebruik 68
- Belangrijke aanwijzingen....68
- Overige risico's....71
- Technische gegevens....71
- Uitpakken....72
- Montage 72
- Bedrijf 72
- Werkinstructies....74
- Elektrische aansluiting 74
- Reiniging en onderhoud 75
- Transport 75
- Opslag 75
- Afvalverwerking en hergebruik....75
- Verhelpen van storingen 76
Pagina:
1. Inleiding
Fabrikant:
scheppach
Fabricage van houtbewerkingsmachines GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
- Inbouw en vervanging van niet-originele inbouw
- Dat niet conform de voorschriften is
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113
Let op:
Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruiksaanwijzing is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.
De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing bij het apparaat in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruiksaanwijzing moet door elke bediener van het apparaat voor aanvang van het werk gelezen en zorgvuldig nageleefd worden.
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Beschrijving van het apparaat
- 4-tands-korrelpunt
- gereedschapssteun
2a Schroef, hoogteverstelling
2b Onderste deel van de gereedschapssteun
3a Rail met motoreenheid
3b Rail - Contramoer
- losse kop
- Handwiel
- Voet
- Hendel, losse kop
- Hendel, gereedschapssteun
- Aan-schakelaar
- Uit-schakelaar
- Inbussleutel
- opspanplaat
- Houtbeitel, recht
- Houtbeitel, hol
- Steeksleutel
- Schroeven met span- en onderlegring
- Inbusschroeven met span- en onderlegring en moer
- Aandrijfas
- Afsluitdop
- Aandrijfafdekking
- vastzetschroef
- Motoreenheid
- Hendel, motoreenheid
- Aandrijfschijf
- V-snaar
- Vergrendelingsschakelaar
3. Meegeleverd
- Draaibank (tweedelig)
- opspanplaat
- losse kop
• Gereedschapssteun (tweedelig)
• 2 houtbeitels (1 x recht, 1 x hol) - 2 x steeksleutel
- Inbussleutel
- Montagemateriaal:
- 6 inbusschroeven
- 6 spanschijven
- 6 onderlegringen
- 6 moeren
-
3 schroeven
-
3 spanschijven
- 3 onderlegringen
- Gebruikshandleiding
4. Beoogd gebruik
De draaibank wordt uitsluitend gebruikt voor het bewerken van hout met gebruik van beitels.
De ingespannen werkstukken worden gebruikt voor het roteren, hierbij kunnen verschillende toerentallen worden ingesteld. De werking van de bedieningsonderdelen vindt u in de volgende beschrijvingen.
De machine voldoet aan de geldende EG-machine- richtlijn.
- De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
- De desbetreffende ongevallenpreventievoorschriften alsook de overige algemene erkende veiligheidstechnische voorschriften moeten in acht worden genomen.
- De machine mag alleen door deskundige personen worden gebruikt, onderhouden en worden gerepareerd, die bekend zijn met deze werkzaamheden en op de hoogte zijn van de gevaren. Zelf aangebrachte wijzigingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor hieruit voortvloeiende schade uit.
- De machine mag uitsluitend met de originele accessoires en originele gereedschappen van de fabrikant worden gebruikt.
- leder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit voortvloeiende schade kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld, het risico hiervoor ligt volledig bij de gebruiker.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Belangrijke aanwijzingen
Let op! Bij gebruik van elektrische apparaten dient u de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen te nemen ter bescherming tegen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees alle voorschriften alvo-rens deze machine te gebruiken en bewaar de veiligheidsvoorschriften.
Veilig werken
1 Hou u uw werkplaats netjes
– Wanorde op uw werkplaats leidt tot gevaar voor ongelukken.
2 Hou rekening met de omgevingsinvloeden
- Stel elektrisch materieel niet bloot aan de re-gen.
- Gebruik elektrisch materieel niet in vochtige of natte omgeving.
- Zorg voor een goede verlichting.
- Gebruik elektrisch materieel niet in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen.
3 Bescherm u tegen elektrische schok
- Vermijd lichamelijk contact met geaarde delen, b.v. buizen, radiatoren, fornuizen, koelkasten.
4 Buiten bereik van personen houden.
– Laat andere personen, met name kinderen, het elektrische gereedschap of de kabel niet aanraken. Let op dat deze personen buiten de werkzone verblijven.
5 Bewaar uw gereedschappen op een veilige plaats
- Niet gebruikte gereedschappen moeten in een droge gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
6 Overbelast uw gereedschap niet
- U werkt beter en veiliger in het opgegeven ver - mogensgebied.
7 Gebruik het juiste gereedschap
- Gebruik geen te zwakke gereedschappen of voorzetstukken voor zwaar werk.
- Gebruik gereedschappen niet voor doeleinden en werkzaamheden waarvoor ze niet bedoeld zijn; gebruik b.v. geen handcirkelzaag om bo-men te vellen of takken te kappen.
- Gebruik de machine niet om brandhout mee te zagen.
8 Draag de gepaste werkkledij
– Draag geen wijde kleding of sieraden. Ze kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
- Bij het werken in open lucht draagt u best rubberhandschoenen en slipvast schoeisel.
– Draag bij lang haar een haarbescherming.
9 Maak gebruik van de beschermende uitrusting
– Draag een veiligheidsbril.
- Gebruik een stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt.
10 Sluit de stofafzuiginrichting aan als u hout, houtachtige grondstoffen of kunststoffen verwerkt. LET OP! Bij het bewerken van metalen mag de stofafzuiging niet worden aangesloten. Brand- en explosiegevaar door hete spaanders of vonken! Verwijder ook de spaanopvangzak (21) tijdens het bewerken van metalen.
- Indien inrichtingen voor het aansluiten van stofafzuiginrichtingen voorhanden zijn overtuig u er zich van dat deze aangesloten zijn en gebruikt worden.
- Gebruik in afgesloten ruimtes is alleen toegestaan met een geschikt afzuigsysteem.
11 Onttrek de kabel niet aan zijn eigenlijke bestemming
– Draag het gereedschap niet aan de kabel en gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten.
12 Beveilig het werkstuk
- Gebruik spaninrichtingen of een bankschroef teneinde het werkstuk vast te zetten. Het wordt zodoende veiliger vastgehouden dan met uw hand en maakt het mogelijk de machine met de beide handen te bedienen.
- Voor lange werkstukken is extra ondersteuning (tafel, blokken enz.) vereist om kantelen van de machine te voorkomen.
– Druk het werkstuk stevig op het werkblad en tegen de aanslag, om te voorkomen dat het werkstuk gaat wiebelen of verschuiven.
13 Vermijd een onnatuurlijk lichaamshouding
- Zorg er steeds voor dat u stevig en stabiel staat. - Voorkom dat u uw handen in een onhandige stand houdt waardoor een of beide handen het zaagblad zouden kunnen raken bij een plotse-linge verschuiving.
14 Onderhoud uw gereedschap zorgvuldig
- Hou uw gereedschappen scherp en schoon om goed en veilig te werken.
- Neem de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het verwisselen van gereedschappen in acht.
- Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een erkende vakman vervangen.
- Controleer de verlengkabel regelmatig en vervang beschadigde kabels.
- Hou handgrepen droog en vrij van olie en vet.
15 Neem de stekker uit het stopcontact
- Verwijder nooit losse houtsplinters, houtkrullen of vastzittende houtstukken als het zaagblad draait.
- Als u de machine niet gebruikt, voordat u onderhoud uitvoert of gereedschappen wisselt, zoals zaagbladen, boren en frezen.
- Als het zaagblad tijdens het zagen wordt geblokkeerd door een grote toevoerkracht, schakelt u het apparaat uit en koppelt u deze los van het netwerk. Verwijder het werkstuk en controleer of het zaagblad soepel loopt. Schakel het apparaat in en voer de zaagsnede opnieuw uit met gereduceerde toevoerkracht.
16 Laat geen gereedschapssleutels steken
- Controleer of de sleutels en afstelgereedschappen verwijderd zijn alvorens de zaag aan te zetten.
17 Voorkom onbedoelde inschakeling
- Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld wanneer u de stekker in het stopcontact steekt.
18 Gebruik een verlengsnoer voor gebruik buitens- huis
- Gebruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoeren die hiervoor zijn goedgekeurd en die als zodanig zijn gelabeld.
- Gebruik de snoeren alleen als de trommel is afgerold.
19 Blijf steeds alert
- Ga voorzichtig te werk. Gebruik uw gezond verstand tijdens de werkzaamheden. Gebruik de machine niet wanneer u niet geconcentreerd bent.
20 Controleer uw toestel op beschadigingen
- Voordat u het gereedschap verder gebruikt dient u de veiligheidsinrichtingen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun behoorlijke en reglementaire werkwijze te controleren.
- Controleer of de bewegelijke onderdelen naar behoren functioneren en niet klem zitten alsook of onderdelen beschadigd zijn. Alle onderdelen moeten naar behoren gemonteerd zijn om de veiligheid van de machine te verzekeren.
- De bewegende beschermkap mag niet in geopende stand worden vastgeklemd.
- Beschadigde veiligheidsinrichtingen en onderdelen dienen deskundig door een erkende vakwerkplaats te worden hersteld of vervangen tenzij in de handleidingen anders vermeld.
- Beschadigde schakelaars dienen door een klantendienst-werkplaats te worden vervangen.
- Gebruik geen defecte of beschadigde aansluitkabels.
- Gebruik geen gereedschappen waarvan de schakelaar niet kan worden in- of uitgeschakeld.
21 Let op!
- Bij gebruik van andere inzetstukken en andere accessoires bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.
22 Laat de machine repareren door een erkend elektricien
- Dit elektrisch gereedschap beantwoordt aan de desbetreffende veiligheidsbepalingen. Herstellingen mogen enkel door een elektrovakman worden verricht, anders kunnen zich ongelukken voor de gebruiker voordoen.
Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
Veiligheidsvoorschriften voor de draaibank
- Het apparaat mag daarom alleen worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Zorg dat u bekend bent met de eigenschappen van de machine en de draaibank voordat u de machine in gebruik neemt.
- Controleer alle werkstukken op scheuren of takken. Lijmverbindingen moeten voor het keren volledig zijn uitgehard.
- Controleer of het werkstuk goed vergrendeld is en alle opzetstukken zijn geborgd.
- Voor het inschakelen van de machine moet u waarborgen dat het werkstuk door het handmatig draaien vrij kan draaien.
- Houd uw handen en vingers buiten het bereik van het roterende werkstuk.
- Schakel de machine uit en wacht tot deze tot stilstand is gekomen, voordat u instellingen aan het werkstuk, de losse kop of de werkstukoplage uitvoert.
- Onderhoud, instelling, kalibratie en reiniging mo-gen uitsluitend worden uitgevoerd als de motor is uitgeschakeld.
- De machine is uitsluitend bestemd voor het gebruik met draaibankbeitels.
- Bewaar de draaibankbeitel altijd veilig op, voordat u uw werkplek verlaat.
- Gebruik de draaimachine niet zonder afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen.
- Snijgereedschap scherp houden.
- Gebruik de laagste snelheid als u een nieuw werkstuk wilt starten.
- Stop de draaimachine altijd met de langzaamste snelheid. Als de machine zo snel draait, dat deze trilt, bestaat het gevaar dat het werkstuk wordt weggeslingerd of dat het snijgereedschap uit de handen wordt gerukt.
- Laat het snijgereedschap niet in het werkstuk vastklemmen. Het hout kan hierdoor splijten of van de draaibank worden weggeslingerd.
- Positioneer de werkstukoplage altijd boven de middenlijn van de draaimachine, als u een werkstuk vormt.
- Voordat u een werkstuk op de frontplaat wilt bevestigen, moet deze altijd zo grof mogelijk zijn uitgewerkt, om deze zo rond mogelijk te maken. Hierdoor worden de trillingen tijdens het draaien van het werkstuk tot een minimum beperkt. Bevestig het werkstuk altijd goed op de frontplaat. Anders kan het werkstuk door de draaimachine worden weggeslingerd.
- Gebruik een borstel of perslucht om houtspaanders te verwijderd; nooit uw handen. De spaanders kunnen scherp zijn.
- Het snijgereedschap moet altijd goed in de werk-tuighouder of in de spanvoering zijn geplaatst en dusdanig zijn ingesteld dat het uitsteken wordt be-perkt. Dit reduceert de mogelijkheid dat het ge-reedschap breekt of wordt verbogen.
- Tijdens het gebruik mag er niet over de draaimachine worden gelopen.
- Werkstuk uitsluitend tegen de draairichting in, in het snijgereedschap brengen. Het werkstuk moet naar u toe draaien.
- Laat het apparaat niet zonder toezicht als deze op een stopcontact is aangesloten, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat achter laat.
- Dit product is geen speelgoed. Buiten het bereik van kinderen bewaren.
- Enig stof, dat tijdens het slijpen, zagen, schuren, boren en andere werkzaamheden ontstaan, bevatten chemicaliën, waarvan bekend is dat deze kanker, geboorteafwijkingen of andere voortplantingsrisico's kan veroorzaken. Enige voorbeelden van deze chemicaliën zijn:
- Lood uit ijzermenie
- Kristallijn kiezelzuur van tegels en cement of andere metselwerken
- Arseen en chroom uit chemisch behandeld hout
- Afhankelijk van hoe u deze werkzaamheden verricht, varieert het risico. Om uw blootstelling aan deze chemicaliën te beperken: Werk uitsluitend in goed geventileerde ruimtes en werk met de toegestane veiligheidsvoorzieningen, zoals bijv. stofmaskers, die speciaal ontwikkeld zijn om microscopisch kleine deeltjes weg te filteren.
- Personen met pacemakers moeten voor gebruik eerst een arts raadplegen. Elektromagnetische velden nabij de pacemaker kunnen storingen in de pacemaker veroorzaken of zorgen dat de pacemaker uitvalt. Bovendien moeten personen met een pacemaker:
- Vermijden om alleen te werken.
– Niet gebruiken bij een ingeschakelde netschakelaar.
- Juist onderhoud en inspecties om een elektrische schok te vermijden.
- De in deze gebruikershandleiding beschreven waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en aanwijzingen kunnen niet alle mogelijke voorwaarden en situaties afdekken. De gebruiker moet begrijpen dat een gezond verstand en voorzichtigheid factoren zijn die niet in dit product kunnen worden ingebouwd, maar door de gebruiker moeten worden geleverd.
Aanvullende veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van een opspanplaat
- Controleer of de opspanplaat de juiste grootte heeft om het werkstuk te ondersteunen.
- Controleer of het werkstuk goed op de opspanplaat is bevestigd.
- Snij het werkstuk vóór montage op een opspanplaat zo goed mogelijk in de definitieve vorm.
- Voor het draaien van de opspanplaat mag uitsluitend een schraapbeitel worden gebruikt. Snijbeitels kunnen makkelijk uit de handen worden gerukt.
- Let op dat de draaibankbeitel de stelschroeven voor de definitieve maten van het werkstuk niet kunnen raken.
6. Overige risico's
De machine is volgens de nieuwste stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels gebouwd. Toch kunnen er tijdens het werken nog een enkele risico's optreden.
- Verwerk alleen uitgezocht hout zonder fouten zoals: Kwasten, dwarsscheuren, oppervlaktescheuren. Hout met fouten neigt tot splinters en vormt een risico tijdens het werken.
- Niet zorgvuldig gelijmd hout kan door de middelpuntvliedende kracht tijdens het bewerken exploderen.
- Voor het inspannen het ruwe werkstuk in vierkante vorm zagen, centreren en op goede inspanning letten. Onbalans in het werkstuk leidt tot gevaar voor verwondingen.
- Gevaar voor verwondingen door slechte werkstukgeleiding bij niet exact opgestelde support en stomp draaiersgereedschap. Voorwaarde voor deskundig draaien is goed, scherp draaiersgereedschap.
- Gevaar voor verwondingen door het roterende werkstuk bij lang haar en losse kleding. Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals haarnetje en nauwsluitende werkkleding.
- Gevaar voor uw gezondheid door houtstof of houtspaanders. Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals oogbescherming en stofmasker dragen.
- Gevaar voor uw gezondheid door stroom, bij gebruik van aansluitkabels, die niet aan de voorschriften voldoen.
- Verder kunnen er ondanks alle voorzorgsmaatregelen nog niet bekende risici's bestaan.
- Deze overige risico's kunnen geminimaliseerd worden, als de „Veiligheidswenken“ en het „Gebruik volgens de voorschriften“ en de gebruiksaanwijzing in z'n geheel in acht genomen worden.
| toerental 890/1260/1760/2600 min | -1 |
| Werkstukgrootte max. 1000 mm | |
| Diameter werkstuk max. 350 mm | |
| Spilkopschroefdraad M18 x 2,5 | |
| Gewicht 20,5 kg | |
| Motor 230-240 V / 50 Hz | |
| opgenomen vermogen 400 W S2 15 min |
Technische wijzigingen voorbehouden
* Bedrijfsmodus S2 – kortstondig bedrijf Werking bij een constante belasting gedurende 15 minuten of minder, gevolgd door een periode van inactiviteit en een pauze die lang genoeg is om de machine binnen 2 K tot de omgevingstemperatuur te laten afkoelen.
De geluids- en trillingswaarden zijn bepaald volgens EN 61029.
| Geluidsdrukniveau L_pA | 71 dB(A) |
| Onzekerheid K_pA | 3 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 84 dB(A) |
| Onzekerheid K_WA | 3 dB |
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald conform EN 61029.
8. Uitpakken
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. • Rec I a - maties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.
⚠ LET OPI
Het apparaat en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
9. Montage
Draaibank monteren (afb. 2)
- Schuif de gereedschapssteun (2) op de rail met motoreenheid (3a).
- Schuif de losse kop (5) op de gereedschapssteun (2) op de rail met motoreenheid (3a). Controleer door omhoog te trekken, of de losse kop (5) en de gereedschapssteun (2) juist zijn ingeschoven.
- Steek de rail met motoreenheid (3a) en de rail (3b) zonder motoreenheid samen.
- Schroef de beide rails met de drie schroeven met span- en onderlegring (17) met behulp van de inbussleutel (12) vast.
Aanwijzing:
Gaat het verschuiven van de gereedschapssteun (2), resp. de losse kop (5) zwaar, stelt u de moer aan de onderzijde met een steeksleutel of een ratel (SW 19) na.
Draaibank opstellen (afb. 1)
- Plaats de draaibank op een vaste ondergrond.
-
Schroef de draaibank vast op de ondergrond. Gebruik hiertoe telkens de twee boorgaten in de drie voeten (7).
-
U kunt hiertoe de meegeleverde inbusschroeven (18) gebruiken.
- Schuif de onderlegring en de spanring op de inbusschroef (18). Zie afb. 1.
- Schroef de draaibank op de ondergrond vast met behulp van de inbusschroef, onderlegring, spanring en moer (18).
Gereedschapsopnamen monteren/wisselen (afb. 3)
⚠ LET OP!
Schakel het apparaat uit en trek de stekker eruit.
4-tands-korrelpunt monteren
- Draai indien nodig de opspanplaat (13) los. Houd hiertoe de aandrijfas (19) met behulp van de steeksleutel (16) vast en draai de opspanplaat (13) van de aandrijfas (19).
- Houd de aandrijfas (19) met de steeksleutel (16) vast.
- Draai de 4-tands-korrelpunt (1) met behulp van de tweede steeksleutel (16) op de aandrijfas vast.
Voor het draaien van bijv. schalen of bakken moet de opspanplaat (13) in plaats van de 4-tands-korrelpunt (1) worden gebruikt.
Opspanplaat monteren
- Draai de 4-tands-korrelpunt (1) los. Plaats hiertoe de beide steeksleutels (16) op de aandrijfas (19) en op de 4-tands-korrelpunt (1) vast en draai de 4-tands-korrelpunt (1) los.
- Houd de aandrijfas (19) met de steeksleutel (16) vast.
- Draaien de opspanplaat (13) op de aandrijfas (19).
10. Bedrijf
Toerental selecteren (afb. 4)
⚠ LET OP!
De stekker mag bij het instellen van het toerental niet zijn geplaatst.
Selecteren van het juiste toerental:
- Selecteer bij nieuwe werkstukken eerst een lager toerental. Verhoog het toerental met toenemende onbalans van het werkstuk.
- Het selecteren van het juiste toerental hangt af van meerdere factoren, bijv. materiaal, diameter, lengte en onbalans van het werkstuk. In principe geldt: Selecteer bij harde houtsoorten, bij niet ronde, lange of werkstukken met een grotere diameter een lager toerental.
- Raadpleeg de tabel voor het selecteren van het juiste toerental:

line
| φ | min⁻¹ | | ---- | ----- | | 0 | 2600 | | 100 | 1500 | | 200 | 1000 | | 300 | 800 | | 400 | 700 |Op de x-as is de diameter van het werkstuk aangegeven. Op de y-as wordt het toerental afgelezen. Wanneer de diameter van het werkstuk verticaal is, ga dan verticaal omhoog en lees het toerental af waarmee de denkbeeldige verticale lijn de curve raakt.
- Draai beide slotbouten (20) van de aandrijfafdekkingen (21) los.
- Open de apparaatafdekkingen (21).
- Draai de vastzetschroef (22) van de motoreenheid met de inbussleutel (12).
- Til de motoreenheid (23) op door de hendel (24) te bedienen om de V-snaar (26) te ontlasten.
- Fixeer de motoreenheid (23) door het aanhalen van de vastzetschroef (22).
- Leg de V-snaar (26) op de gewenste groef van de aandrijfschijf (25) om het gewenste toerental te bereiken:

bar
| Category | Value | |---|---| | 1 | 2600 | | 2 | 1760 | | 3 | 1260 | | 4 | 890 |De V-snaar moet op de bovenste en onderste aandrijfschijf in dezelfde groef liggen.
Aanwijzing: De beide apparaatafdekkingen (21) zijn voorzien van een vergrendelingsschakelaar (27). De vergrendelingsschakelaar (27) worden bij het sluiten van de apparaatafdekkingen (21) automatisch bediend. Bij niet juist gesloten aandrijfafdekking (21) kan het apparaat niet worden ingeschakeld.
- Draai de vastzetschroef (22) los en laat de hendel met de motoreenheid weer zakken, zo spant u de V-snaar.
- Fixeer de vastzetschroef (22).
- Sluit de apparaatafdekkingen (21). Fixeer de aan-drijfafdekkingen met de afsluitdop (20).
Werkstuk borgen
Borg met 4-tands-korrelpunt (1) en losse kop (5) (afb. 1)
- Teken een diagonale lijn aan beide einden van het werkstuk om het midden te lokaliseren. Het midden is het punt waar de lijnen elkaar treffen. Plaats een centreerboring, waar 4-tands-korrelpunten en losse kop op het werkstuk moeten plaatsen. Hierdoor kan een betere houvast worden verkregen.
- Plaats een 2 mm diepe zaagsnede langs de diagonale lijn waarin de 4-tands-korrelpunt (1) beter kan vastgrijpen.
- Plaats de afgemonteerde 4-tands-korrelpunt (1) gecentreerd in het midden van het werkstuk. Sla de 4-tands-korrelpunt (1) met een houten hamer (niet bij de levering inbegrepen) iets in het werkstuk. Let op dat het schroefdraad van de 4-tands-korrelpunt (1) met bijv. een houten plaat wordt beschermd.
- Verwijder de 4-tands-korrelpunt (1) weer van het werkstuk.
- Monteer aansluitend de 4-tands-korrelpunt (1) (weer) op het apparaat.
Aanwijzing: De montage en demontage van de 4-tands-korrelpunt vindt u in het hoofdstuk "Werkstukopnamen monteren/wisselen".
-
Plaats het werkstuk tegen de 4-tands-korrelpunt (1). Let op dat u met de 4-tands-korrelpunt (1) de ingeslagen inkeping raakt, omdat er anders geen veilig inspannen kan worden gewaarborgd.
-
Draai de hendel (8) los van de losse kop.
-
Schuif de losse kop in de richting van de 4-tands-korrelpunt (1) nagenoeg tegen het werkstuk aan om deze in te spannen.
-
Fixeer de losse kop door de hendel (8) geheel omlaag te drukken.
-
Voor de fijnafstelling gebruikt u het handwiel (6).
-
Fixeer de positie van het handwiel met de contra- moer (4).
Borg dit met de opspanplaat (13) (afb. 4)
- Houd de aandrijfas (19) met de steeksleutel (16) vast.
- Draai de opspanplaat (13) van de aandrijfas (19).
- Fixeer het werkstuk met houtschroeven (niet bij de levering inbegrepen) op de opspanplaat (13).
⚠ LET OP!
Gevaar voor letsel! De houtschroeven moeten zo worden geplaatst dat ze niet per ongeluk met het gereedschap worden blootgelegd bij de bewerking van het werkstuk.
- Houd de aandrijfas (19) met de steeksleutel (16) vast.
- Draai de opspanplaat (13) met het gemonteerde werkstuk op de aandrijfas (19).
Gereedschapssteun instellen (afb. 1)
⚠ LET OP!
Gevaar voor letsel! Let op dat de gereedschapssteun goed gefixeerd is en deze tijdens het bedrijf niet kan losraken.
Gereedschapssteun fixeren/losmaken
- De gereedschapssteun (2) wordt gefixeerd door de hendel (9) omlaag te drukken.
- De gereedschapssteun (2) wordt losgemaakt door de hendel (9) omhoog te drukken. U kunt de gereedschapssteun nu verschuiven.
Hoogteverstelling gereedschapssteun
- Draai de schroef (2a) aan het onderste deel van de gereedschapssteun (2b) los.
- Stel de gewenste hoogte in.
- Fixeer de gereedschapssteun (2) door het vastdraaien van de schroef (2a).
Aanzetten/uitschakelen (afb. 1)
- Sluit het apparaat aan op de netspanning.
- Inschakelen: Om het apparaat in te schakelen, bedient u de aan/uit-schakelaar (10).
- Uitschakelen: Om het apparaat uit te schakelen, bedient u de aan/uit-schakelaar (11) nogmaals.
⚠ LET OP!
Als u het apparaat onbewaakt achterlaat of met de werkzaamheden gereed bent, koppelt u de stekker los.
11. Werkinstructies
- Informeer u uitvoering middels vakliteratuur voordat u begint met de werkzaamheden.
- Let bij het selecteren van een werkstuk op takken, knoesten, scheuren of dergelijke. U kunt de controle over uw gereedschap verliezen en daardoor ernstige verwondingen oplopen. Gescheurde werkstukken kunnen tijdens het draaien barsten. Er bestaat gevaar voor letsel!
- Snij het werkstuk vóór bewerking zo goed mogelijk in vorm.
- Neem de maximale lengte van het werkstuk en de maximale diameter van het werkstuk in acht! Deze vindt u in de technische gegevens.
- Het werkstuk moet gecentreerd bevestigd worden, een niet-rond draaiend werkstuk beïnvloedt de levensduur van de machine.
- Gebruik uitsluitend voor het draaien geschikte gereedschappen.
- Ga nooit in de vliegbaan van het werkstuk staan.
- Controleer voor aanvang van de werkzaamheden, bij een losgekoppelde stekker, het volgende door draaien met de hand:
- zit het werkstuk vast?
- komt het werkstuk met de gereedschapssteun in aanraking?
- Begin altijd met een lager toerental en verhoog deze langzaam.
- Breng het gereedschap pas tegen het werkstuk als het de ingestelde draaisnelheid heeft bereikt.
Blokkades verwijderen
Schakel het apparaat uit en trek de stekker eruit.
Reinig het apparaat van stof en spaanders om blokkade te verhelpen.
12. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster-of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gere- den.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F.
Op de aansluitkabel moet de typeaanduiding vermeld staan.
Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230 VAC zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
13. Reiniging en onderhoud
Waarschuwing! Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u instellings-, instandhoudings- of reparatiewerkzaamheden uitvoert!
Algemene onderhoudswerkzaamheden
Veeg van tijd tot tijd met een doek de spaanders en het stof van de machine. Olie om de levensduur van het apparaat te verlengen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën.
Gebruik voor de reiniging van de kunststof geen bijtende middelen.
Onderhoud
In het apparaat bevinden zich geen andere onderde- len die onderhoud vereisen.
Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: koolborstels, V-snaar
* niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
14. Transport
Als u het apparaat naar een andere locatie wilt transporteren, moet u het apparaat van het stroomnet loskoppelen en in een andere hiervoor aangewezen ruimte plaatsen.
Let op!
Heet oppervlak. Er bestaat gevaar voor brandwon- den. Transporteer de machine pas als de motoreen- heid (23) volledig is afgekoeld.
Draag de draaibank indien mogelijk met een tweede persoon. Grijp de draaibank tijdens het transport aan de buitenste voeten (7) en aan de rail van de motoreenheid (3a) en de rail (3b) vast.
15. Opslag
Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C.
Bewaar het gereedschap in de originele verpakking.
Dek het gereedschap af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het gereedschap.
16. Afvalverwerking en hergebruik
Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en kan dus opnieuw gebruikt worden of kan terugkeren in de kringloop van grondstoffen.
Het apparaat en de accessoires ervan bestaan uit verschillende soorten materiaal, zoals metaal en kunststoffen. Verwijder defecte componenten als speciaal afval. Informeer hiernaar bij uw speciaal-zaak of bij de gemeente!
Oude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid!
Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepalingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamelpunt worden afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend verzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist handelen van oude apparatuur kan door mogelijke gevaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, negatieve effecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuurlijke ressources. Informatie inzake inzamelpunten voor verbruikte apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur of uw afvalverwerkingsstation.
17. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De snijkwaliteit is slecht. | Snijgereedschap is stomp. Snijgereedschap slijpen of vervangen. | |
| Te agressief snijden. Verlaag de bedrijfsdruk. | ||
| Het snijgereedschap wordt onder de middellijn van het werkstuk gepositioneerd. | Snijgereedschap op maximaal 3 mm boven het mid-den van het werkstuk neerlaten. | |
| Draaisnelheid te langzaam Draaisnelheid verhogen | Snelheid instellen | |
| Overmatige trillingen tijdens het draaien van dunnere werkstukken. | Het snijgereedschap bevindt zich onder de middellijn van het werk-stuk. | Snijgereedschap op de middellijn van het werkstuk optillen. |
| Te agressief snijden. Verlaag de bedrijfsdruk. | ||
| Overmatige trillingen tijdens het draaien van grotere werkstukken of schalen. | Spilstok en/of losse kop onjuist op het einde van het werkstuk aange-bracht. | Controleer of de werkstukpunten op de spilstok en/of losse kop juist zijn. |
| Het werkstuk is niet uitgebalan-ceerd. | Snij het einde van het werkstuk bij totdat deze is uitgebalanceerd. | |
| De draaimachine draait niet. | Kabel niet juist in het stopcontact aangesloten. | Op het stopcontact aansluiten. |
| De veiligheidsschakelaar van de geopende deur, die zich in de toe-gangsklep van de motor bevindt, is afgebroken of vergrendeld. | Vervang de veiligheidsschakelaar van de geopende deur. | |
| De draaimachine schakelt niet uit. | Beschadigde of defecte voedings-schakelaar en/of interne bekabe-ling. | Trek de stekker van de draaimachine direct uit het stopcontact. Gebruik de draaimachine pas als deze door een erkende servicetechnicien is gerepareerd. |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van ma-
teriaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.
Garantía ES
Zichtbare gebreken moeten binnen 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de koper elk recht op aanspraak voor dergelijke gebreken. Bij een juiste behandeling van onze machines en gedurende de wettelijke garantietermijn vanaf de aflevering bieden wij garantie door elk machineonderdeel, dat tijdens deze periode door materiaal- of productiefouten
onbruikbaar zou worden, gratis te vervangen. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, bieden wij enkel garantie in de mate die de toeleveranciers ons bieden. De kosten voor de plaatsing van de nieuwe onderdelen draagt de koper. Aanspraken voor wijzigingen, waardevermindering en overige schadeloosstelling zijn uitgesloten.






