STIGA A 1000 - Robotmaaier

A 1000 - Robotmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis A 1000 STIGA in PDF-formaat.

📄 195 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice STIGA A 1000 - page 45
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over A 1000 STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding A 1000 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. A 1000 van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING A 1000 STIGA

NL Gebruiksaanwijzing

De Uitgebreide Handleiding is beschikbaar:

op de website stiga.com

op de App STIGA.GO, verkrijgbaar op App Store en Google Play
door de QR code te scannen

STIGA A 1000 - 1

STIGA A 1000 - 2

OPMERKING: De instructies in deze handleiding zijn van toepassing op alle modellen autonome robotmaaiers. De afbeeldingen, indien Niet gespecifieerd, verwijzen aan het SRSA01 platform.

OPMERKING: Deze handleding bevat basisinstructies, voornamelijk met betrekking tot veiligheid. Voor een correcte installmentie要去 de Uitgebreide Handleiding (zie hierboven) zorgvuldig worden gelezen en opgevolgd.

1. VEILIGHEID

VERPLICHTING:

Voor gebruik zorgvuldig lezen en bewaren voor toekomstig gebruik.

1.1. VEILIGE WERKWIJZEN

Opleiding

a. Lees de instructies aandachtig, ken de commando's en gebruik de machine correct.
b. Stanooittoedatkinderen,mensenmetverminderdefysieke,sensorische ofmentale vermogens,ofzonderervaringenkennis, ofmenidenietbekendzimnetdeze instructies,demachinegebruiken.Lokale voorschriftkunnen de leeftijd van de bedienerbeperken.
c. De bediener of gebruiker moet verantwoordelijk worden gehonden voor ongevallen of bevaren waar bij apparatuur van derden of apparatuur van derden is betrokken.

Voorbereiding

a. Zorg ervoor dat de automatische afrastering correct is geprogrammeerd zoals aangegeven.
b. Inspector regelmatig het gebied waar de machine worden gebruikt en verwijder stenen, stokken, kabels en andere vreemde voorwerpen die de werkung ervan hunnen belemmeren.
c. Voer regelmatig een visuele inspectie uit van de messen, van de bouten van de messen en van het maaiement om te controlleren of ze Niet versleten of besch

digdijken. Vervang versleteen of beschadigde messen en bouteen per paar om de balans van de machine te behouden.

d. Waarschuwingsborden要去en rond het werkgebied van de machine worden geplaatst als deze in openbare ruimtes worden gezruikt of open is voor het publiek. De borden要去en de volgende tekst hebben: "Let op! Automatische grasmaier! Houd u op afstand van de machine! Houd toezicht op de kinderen!".

1.1.1.WERKING

Algemene informatie

a. Gebruik de machine Niet met defecte afterschermingen of veiligheidsvoorzieningen die nicht aanwezig zich, bijvoorbeeld zonder beveiligingen.
b. Steek uw handen of voeten nooit nabij of onder de draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de aflaatopening.
c. Raak de bewegende delen van dem machine Niet aan voordat ze volledig tot stilstand gekomen zich.
d. Draag.altijd stevige schoenen en een lange broek wanner u de machine bedient.
e. Hef de robotmaaier Niet op en vervoer hem nicht verwijl de motor in werkig is.
f. Verwijder het uitschakelapparaat van het apparaat:

  • Voordat u een obstructie verwijdert;
    -Voordat u de machine contrôleert, schoonmaakt of eraan werk;
  • Als de machine worden geraakt door een vreemd voorwerp, controller dan of de machine beschadigd is;
  • Als dem machine abnormaal begintte trillen, controller dan op schade voordat u de machine opnieuw opstart.

g. Laat de machine nicht onbeheard ache ter in de buurt van huisdieren, kinderen of andere mensen.

Onderhoud en opslag

a. Draaialle moeren, bouten enschroeven ste

vig vast om de machine veilig te bedieren.

b. Controller de robotmaier regelmatig op slijtage of beschadiging.
c. Om veiligheidsredenen is hetoodzakelijk om versleten of beschadigde onderdelen te verrangen.
d. Zorg ervoor dat de messen alleen worden verrangen door geschikte reserveonder-delen.
e. Zorg ervoor dat de accu's opgeladen worden met de juiste oplader die door de fabrikantaanbevolenwordt. Onjuist gebruik kan elektrische schokken, oververhitting of lekkage van bijtende vloeistof uit de accuveroorzaken.
f. In geval van elektrolytekkage, wassen met water / neutralisatiemiddel en medische hulp inroepen in geval van contact metogen, enz.
g. Onderhoud van de machine moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.

Extra risico's

  • Hoewel het product voldoet aan alle veiligheidseisen, kuren er toch extra risico's ontstaan door onjuiste installmentie en/of onvoorziene situatuies. Het is waaromoodzakelijk om het gebied waar het product werkt vrij te honden van voorwerpen, mensen endieren en om alle personen die toegang tot het werkgebied+kunnen hebben, zij het dan maar af en toe, te informeren over de mogelijkke bevaren.
    In geval van onweer met kans op blikseminslag en in het algemeen in afwachting van slechte weersomstandigheden, worden aanbevolen het product Niet te gebruiken en alle randapparatuur los te koppelen van de voeding. Om het product te gebruiken, sluit u de randapparatuur opnieuw aan op de voeding volgens de instructies in de handleiding.

1.2. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT

De robotmaaier (Afb. 2.A) is ontworpen en gebouwd om automatisch het gras van tuinen op eender welk uur van de dag en van de nachte te maaien.

Afhankelijk van de verschillende kenmerken van het te maaien oppervlak, kan de robotmaaier worden geprogrammeerd om te werken op verschillende gebieden begrensd door een virtuele grens en verbonden door virtuele transferroutes.

Tijdens de werkung, maar de robotmaaier het gras van de zone binnen de zone afgebakend door de virtuele grens (Afb. 2.B). Wonneer de robotmaaier zich in de buurt van de virtuele grens bevindt (Afb. 2.B) of een hindernis gegenkommen (Afb. 2.C) wijzig hij het traject volgens de gekozen navigatiest strategie.

De robotmaier maait het aangegeven grayscale automatisch en volledig.

Het product werkt via satellietsignaal en vereist de installation van een oplaadbasis (Afb. 2.F, 2.G) met een geintegreerd satellietreferentiestation (Afb. 3.C), die ook afzonderlijk kan worden geinstalleerd. De robotmaaier en het referentialsatellietstationcommuniceren met elkaar via 3G/4G-modules die zich uitergerust met een simkaart. De bedieningstechnologie van de robotmaaier is gebaseerd op datacommunicatie tussen de STIGA Cloud en de robotzfelt. De abonnementskosten zich verplicht om de robotmaaier te latent functioneren en zich affankelijk van de hoeveelheid gesvraagde gegevens. Eris ook een mobiel apparaat (smartphone) vereist om het product te gelebruiken.

Eender welt ander gebruik kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan Personen en/of zaken. Onder oneigenlijk gebruik vallen (als voorbeeld, maar Nietuitsluitend): het vervoeren van mensen, kinderen of dieren op de machine; zich door de machine latent trekken; de machine gebruiken om lasten te trekken of te duwen; demachine gebruikenvoor hetmaaienvan Niet-grasaardige vegetatie.

OPMERKING: De abonnementskosten zijn verplicht om de robotmaaier te latent functioneren en zijn afhankelijk van de hoeveelheid gezraagde gegevens.

1.3. SYMBOLEN EN PLAATJES

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 1
LET OP:

Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u met de bediening van het product begint.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 2
LET OP:

Gevaar voor projecties van voorwerpen gegen het lichaam.

Houdijdens het gebruik een veilige afstand tot de machine.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 3
LET OP:

Steek uw handen en voeten Niet in de holte van de snij-inrichting.

Verwijder het uitschakelmechanisme voordat u aan de machine gaat werken of deze optilt.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 4
LET OP:

Steek uw handen en voeten Niet in de holte van de snij-inrichting.

Zorg ervoor dat er geen mensen (vooral kinderen, ouderen of gehandicapten) en huisdieren in het werkgebied zijn als de machine in werkking is.

Houd kinderen, huisdieren en andere Personen op veilige afstand wonneer de robotmaaier in werkung is.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 5
VERBOD:

Gebruik geen hagedrukreinigers op de machine om deze schoon te make of te wassen.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 6

Apparaat met isolatieklasse III, gevoed door batterij (grasmaaierrobot) of via speciale voedingseenheid (laadbasis en referentiestation).

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 7

Gebruik de originele voeding met de specificaties op het typeplaatje.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 8

Symbool voor gelijkstroomvoeding.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 9

Beschermingsgraad gegen het binnendringen van vaste stoffen en water.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 10

Afval vanelektrische en elektronische apparatuur dat moet worden afgeleverd bij geschikte faciliteiten voor recycling en verwijdering.

STIGA A 1000 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 11

Gegarandeerd geluidsvermogensniveau

1.4. DE ROBOTMAAIER VEILIG STOPPEN EN UITSCHAKELEN

STIGA A 1000 - DE ROBOTMAAIER VEILIG STOPPEN EN UITSCHAKELEN - 1

VERPLICHTING:

Schakel de robotmaier alkid in veilige omstandigheden uit voordat u reinigings, transport- of onderhoudswerkzaamheden uityoert.

  1. Druk op de "STOP"-knop (Afb. 1.A) om de robotmaaier veilig te stoppen en open de beschermkap (Afb. 1.B).
  2. Druk enkele seconden op de uitschakelknop (Afb. 1.E) en wacht tot de LED opdezelfde knopuitgaat.
  3. Pas nadat de LED is uitgegaan (Afb. 1.E), schakelt u de veiligheidssteutel uit (Afb. 1.D) om de robotmaaier in veilige omstandigheden uit te schakelen.
  4. Sluit de beschemkap (Afb. 1.B).
  5. De robotmaaier is veilig gestopt of uitgeschakeld.

2. INSTALLATIE

STIGA A 1000 - INSTALLATIE - 1

LET OP:

Breng geen wijzigingen aan, knoei Niet, omzeil de geinstalleerde veiligheidsvoorzieningen Niet en verwijder ze Niet.

OPMERKING: Neem voor meer informatie over de installment van het product contact op met een STIGA wederverkoper.

ONDERDELEN VOOR DE INSTALLATIE (Afb. 3)

(A) Laadbasis, (B) Voedingseenheid laadbasis, (C) Satellietreferentiestation, (D) Bevestigingsschroeven laadbasis, (E) Steun voor afzonderlijke installmentie van satellietreferentiestation, (F) Voedingseenheid voor afzonderlijke installmentie van satellietreferentiestation (optioneel), (G) Verlangkabels van 5m of 15m , (H) Mobiel apparaat (niet inbegrepen).

2.1. CONTROLE VAN DE VEREISTEN VOOR DE INSTALLATIE

2.1.1.CONTROLE VAN DETUIN:

  • Controller de staat van de tuin op detectie van virtuele grenzen, hinderissen en uit te sluiten gebieden.
  • Egaliseer de grond zodate er geen plassen ontstaan als gevolg van regen.

2.1.2. CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE VAN HET OPLAADSTATION, DE VOEDING EN HET SATELLIETREFERENTIESTATION:

STIGA A 1000 - CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE VAN HET OPLAADSTATION, DE VOEDING EN HET SATELLIETREFERENTIESTATION: - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Er要去en stopcontact voorzien worden in overeenstemming met de wetten die in het land van kracht zijn.

STIGA A 1000 - ELEKTRISCH GEVAAR: - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Het geleverde circuit moet worden beschermd door een differentiaalschakelaar (RCD) met een activeringsstroom van maximaal 30mA .

STIGA A 1000 - ELEKTRISCH GEVAAR: - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Sluit de voeding Niet aan op een stopcontact als de stekker of de kabel beschadigd zijn. Sluit een beschadigde kabel Niet aan en raak deze Niet aan voordat deze is losgekoppeld van de voeding.

Een beschadigde kabel kan contact met de delen onder spanning verroorzaken.

  1. Bereid een vlak gebied aan de rand van het gazon voor om de laadbasis teplaatsen. De laadbasis moet worden geinstalleerd op een locatie die door het satellietsignal kan worden bereikt, bij voorkeur in een deel van de tuin waar de hemel volledig zichtaar is.
  2. In het gebied voor hetlaadstation moe teen band van minimaal 2m breed en minimaal 3 m lang vrij van hindernissen.
  3. Als de hemel Niet volledig zichtaar is vanaf het installmentepunt van het laadstation,要去 het satellietreferentiestation in een ander gebied worden geinstalleerd

OPMERKING: De hemel moet als volledig zichbaar worden beschouwd wonneer deze vrij is voor een hoek van ten minste 120 graden in allerichtingen.

STIGA A 1000 - ELEKTRISCH GEVAAR: - 1

LET OP:

De voedingskabel, de voedingseenheid, de verlangkabel en alle andere elektrische kabels die nicht bij het product horen,要去en buiten het maaigebied blijven om zeuit de buurt van gevaarlijke bewegende delen te houden en om schade aan de kabels te voorkomen waardoor ze in contact hunnen komen met onder spanning staande onderdelen.

  1. Bereid het installmentiegebied van de stroomvoorziening voor, zDat het onder geen enkele weersomstandigheden in water kan worden ondergedompeld. Bij voorkeur installereren in een afgesloten compartment te installereren, beschermd gegen weersinvloeden, op een plaat dieiet gemakkelijktoegankelijk is voor onbevoegde Personen.

2.1.3. CONTROLES VOOR DE DEFINITIE VAN VIRTUELE GRENZEN:

  1. Controller of de maximale helling van het werkgebied kleiner dan of gelijk is aan 45% of aan 50% , in functie van het model (zie Par. 7 TECHNISCHE GEGEVENS). Respecteer de regels weergegeven in Afb. 4.

STIGA A 1000 - CONTROLES VOOR DE DEFINITIE VAN VIRTUELE GRENZEN: - 1

LET OP:

De robot kan oppervlakken maaien met een maximale helling van 45% of 50% , afhankelijk van het model.

Als de instructies Niet worden opgevolgd, kan de robot uitgliden en de werkzone verlaten

STIGA A 1000 - LET OP: - 1

LET OP:

De zones met Niet toegestane hellingen\ kunnen nicht gemaaid worden. Plaats de\ virtuele grens voor de helling, om dat deel\ van het gazon uit te sluiten.

  1. Controller het volledige werkoppervlak: evaluator de obstakels en gebieden die moeten worden uitgesloten van het werkgebied, die geprogrammeerd moeten als uit te sluiten zones.

2.2. CRITERIA VOOR DE AFBAKENING VAN WERKGEBIEDEN EN TRANSFERROUTES

  1. Bij aanwezigheid van een voetpad of een pad op hetzelfde niveau als het gazon, kan de virtuele grens samenvallen met de rand van het voetpad (Afb. 5.A).
  2. Bij aanwezigheid van een zwembad, vrijver ofuitgraving dient de virtuele begrenzing op een afstand van minimaal 1 meter te worden geprogrammeerd. Als het zwembad, de vrijver of deuitgraving zich aan het einde van een helling bevindt, moet de virtuele grens worden geprogrammeerd op een afstand van minimaal 1,5 meter (Afb. 5.B).
  3. Bij bomen met uitstekende wortels moet de virtuele grens zo worden geprogrammeerd dat de robotmaaier Niet over losgekoppelde oppervlakken kan rijden (Afb. 5.C).
  4. De virtuele grens要去 worden geprogrammeerd dat de robotmaaier op een afstand van minimaal 30~cm blijf van gebieden met grind of steenslag (Afb. 5.D).
  5. In het geval van hellende gebieden moet worden voldaan aan Par. 2.1.3.
  6. Bij doorlopende bouwelementen (muren, schuttingen, hagen, etc.) met een hoogte van meer dan 50~cm 要去 de virtuele grens op een afstand van minimaal 40~cm waarvan geprogrammeerd worden (Afb. 5.E).
  7. In alle andere gevallen moet de virtuele een minimale afstand van 30 cm:tussen de robotmaaier en het obstakel in acht nemen (Afb.5.F).
  8. In het geval van afbakening van obstakels die minder dan 150 cm van elkaar verwijderd zich, begrens ze dan als een enkel obstakel met inachtneming van de hierboven aangegeven afstanden (Afb. 5.G).

STIGA A 1000 - CRITERIA VOOR DE AFBAKENING VAN WERKGEBIEDEN EN TRANSFERROUTES - 1

WAARSCHUWING:

Het werkgebied en in het algemeen de gebieden waarin de robotmaaier kan rijden, moet afgebakend worden door een nietbegaanbaar hek.

2.2.1. SMALLE DOORGANGEN

  1. In het geval van smalle doorgangen要去 de afstand tussen twee virtuele grenzen Z ≥ 2 mন (Afb. 6.A).
  2. In het geval van een doorgang waar bij de afstandussen de virtuele grenzen < 2m zou sein, kan het deel van het gebied voorbij het knelpunt (Afb.6.A) Niet automatisch bereikt worden door de maairobot. In dit geval要去en er twee afzonderlijke virtuelesnjizones worden geprogrammeerd (Afb.6.B)endeze verbinden met een virtuelse transferpad (Afb.6.C). Raadpleeg de uitgebreide handeiding.

2.2.2. TRANSFERROUTES

Delen van de tuin waartussen gebieden liggen die nichtogens worden gemaaid,要去en met elkaar worden verbonden door transferpaden. Transferpaden要去en de maximale helling van 20% respecteren.

  1. Bepaal:tussen de mogelijk doorgangen de gemakkelijkste transferroute waarmee u de grootste afstand tot eventuele obstakels kunt houden en die Niet door gebieden gaat die gewoonlijk gekruikt worden voor parkeren, het doorrijden van voertuigen of waar groepen mensen door stappen.
  2. Het transferpad omvat een manoeuvreerzone die zich 1 m rechts en 1 m links van het geregisteerde pad uitstrekt (Afb. 7.A). De volgende minimumafstandenussen het manoeuvvreergebied en de verschillende tuineelementen moeten in achevent worden genomen: 30~cm van obstakels die worden begrensd door virtuele perimeters of zones waar Niet mag worden gesneden (Afb. 7.B), 30~cm van vaste, onbegrensde obstakels of doorlopende structurele elementen (Afb. 7.C), 1m van openbare wegen (Afb. 7.D), 1m van de zwembaden (Afb. 7.E), 1m van voetpen (Afb. 7.F), 1m van kliffen of steile hellingen (Afb. 7.G).
  3. In het geval van smalle doorgangen waar de bovenstaande afstanden Niet+kennen worden gespecteerd, moet de doorgangwordenaftergebakend metniet-betreedbare barrières, indien deze nog Niet aanwezig zich.

OPMERKING: Transferpaden die+zijn opgenomen in smalle doorgangen kuren onvoldoende satellietsignaalontvangst hebben,waardoor de nauwkeurigheid van de bediening van de maairobot worden beinvloed.

2.3. IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN

STIGA A 1000 - IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Gebruik alleen de acculader en voeding die door de fabrikant zich geleverd. Oneigen gebruik kan elektrische schokken en of oververhitting veroorzaken.

STIGA A 1000 - ELEKTRISCH GEVAAR: - 1

WAARSCHUWING:

Gevaar voor snijwonden aan de handen.

Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.

STIGA A 1000 - WAARSCHUWING: - 1

WAARSCHUWING:

Gevaar voor stof in de ogen.

Gebruikeen beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen.

STIGA A 1000 - WAARSCHUWING: - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Sluit de voeding pas aan aan het einde van alle installmentewerkzaamheden. Schakel indien nodigijdens de instalattie de algemene stroomtoevoer UIT.

2.3.1. INSTALLATIE VAN HET OPLAADSTATION

De oplaadbasis kan aan de rand van het werkgebied worden geinstalleerd of in een gebied dat ermee verbonden is via een transferpad.

  1. Controller de installmentvereisten Zoals aangegeven in Par.2.1.2.
  2. Bereid indien nodig de grond voor zodate het oppervlak van het laadstation (Afb. 8.L) zich op hetzelfde niveau bevindt als het gazon, het terrein要去 perfect vlak en compact+zijn om verrorming van het oppervlak van het oplaadstation te voorkomen.
  3. Bevestig het laadstation (Afb. 8.L) op de grond met de borgschroeven (Afb. 8.M).
  4. Controller of het satellietreferentiestation (Afb. 8.A) via zijn connector aan het oplaadstation verbonden is.
  5. Sluit de voeding aan op het laadstation en schroef de connector vast.
  6. Verbind de stekker van de voedingseenheid aan het stopcontact.
  7. Controller of wannee der robotmaaier nicht in het laadstation staat, het indicatielampje op het laadstation (Afb. 8.N) brandt (zie Par. 3.3).

2.3.2. INSTALLATIE VAN HET SATELLIETREFERENTIESTATION

Hetsatellietreferentiestation (Afb.8.A) vereist dat de hemel volledig zichtaar is. Het worden geleverd met het oplaadstation en worden onder de beschermkap geinstalleerd (Afb. 8.C).

Indien het oplaadstation (Afb. 8.L) Niet in een gebied is geplaatst waar de hemel volledig zichtaar is, moet het satellietreferentiestation verwijderd worden (Afb. 8.A)uit het oplaadstation en geinstalleerd worden in een zone waar de hemel volledig zichtaar is. De hemel要去 als volledig zichtaar worden beschouwd wanner deze vrij is voor een hoek van ten minste 120 graden in allerichtingen.

Raadpleeg de Uitgebreide Handleiding voor de afzonderlijke installmentie van het satellietreferentiestation.

STIGA A 1000 - INSTALLATIE VAN HET SATELLIETREFERENTIESTATION - 1

WAARSCHUWING:

Om veiligheidsredenen mag het satellietreferentiestation nooit worden verplaatst na het programmeren van de virtuele grenzen, transferroutes en te vermijden gebieden. De robotmaier zou het geprogrammeerde werkgebied konnen verlaten. Als het satellietreferentiestation verplaatst worden, moet het opnieuw geprogrammeerd worden.

2.3.3. ROBOTMAAIER OPLADEN NA DE INSTALLATIE

Laad de batterijen voor minimaal 2aar op voordat u het product voor de eerste keer gebruikt.

2.4. PROGRAMMERING VAN VIRTUELE GREZEN, TRANSFERROUTES EN TE VERMIJDEN GEBIEDEN

Het programmeren van virtuele grenzen, transferroutes en te vermijden gebieden worden uitgevoerd met behulp van de respectievelijke begeleide procedures in de "STIGA.GO" APP. De procedure vereist dat u de robotmaaier handmatig bestuurt door erlangs te lopen volgens de algemene criteria die+zijn uiteengezet in Par.2.2.

STIGA A 1000 - PROGRAMMERING VAN VIRTUELE GREZEN, TRANSFERROUTES EN TE VERMIJDEN GEBIEDEN - 1

WAARSCHUWING: Het werkgebied of de paden die door de machine worden gebrukt voor de transfer,要去en zo zijn ingeringd dat er geen openbare ruimten, gebieden die gewoonlijk worden gebrukt voor parkeren, voor het doorrijden van voertuigen of waar groepen mensen door stappen, in vallen om schade aan mensen, dingen of ongevallen met voertuigen te vermijden.

STIGA A 1000 - PROGRAMMERING VAN VIRTUELE GREZEN, TRANSFERROUTES EN TE VERMIJDEN GEBIEDEN - 2

WAARSCHUWING: Voorijken eigen veiligheid en om schade aan mensen, dieren of dingen te voorkomen,要去 de bestuurder eerst het gebied kennen waarin de robotmaaier handmatig geleid worden. Loopijdens het besturen van de robot voorzichtig om te voorkomen dat u valt.

STIGA A 1000 - PROGRAMMERING VAN VIRTUELE GREZEN, TRANSFERROUTES EN TE VERMIJDEN GEBIEDEN - 3

WAARSCHUWING:
Het werkgebied en in het algemeen de gebieden waarin de robotmaaier kan rijden, moet afgebakend worden door een nichtbegaanbaar hek.
Maak de afrastering geschikt of houd toezicht op de robotmaaierijdens het gebruik.

3. WERKING

3.1. HANDMATIGE WERKING VAN DE ROBOTMAAIER

De robotmaaier kan worden gebruikt zonder de werktijden te programmeren. In deze modus voert de robotmaaier een werkcyclus ut, keert terug maar het laadstation en blijftaar tot de volgende handmatige start.

Om de machine in deze modus te gebruiken, is hetECHter moodzakelijk om virtuele grenzen, overdrachtspaden en zones die vermeden要去en worden te programmeren (Zie Par.2.4)

  1. Plaats de robotmaaier op het laadstation of in ieder geval binnen de perimeter van de installment.
  2. Druk op de "STOP"-knop (Afb. 1.A) om het deksel te openen (Afb. 1.B) en toegang te verkrijgen tot het bedieningspaneel (Afb. 1.C).
  3. Druk op de "ON/OFF"-knop (Afb 1.E) gedurende 5 seconden om de robotmaier in te schakelen.
  4. Druk op de knop "SELECTIE MODUS" (Afb. 1.F), tot enkel het ICOON "ENKELE WERKCYCLUS" knippert (Afb. 1.L).
  5. Drukop de knop "BEVESTIGEN" (Afb.1.G). Heticoon (Afb.1.L) gaat vast branden om de actie te bevestigen.
  6. Sluit de kap (Afb. 1.B). De robotmaaier begint te werkken.

OPMERKING: deze modus garandeert möglich geen voldoende dekking van de tuin, zowel in termen van benodigdeijd als in termen van gewelijkmatigheid van het maairesultaat, vooral als de tuin een onregelmatige vom heeft. Om de maximale efficientie van de robotmaier te bereiken, worden aanbevolen om de werktijden te programmeren.

3.2. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO'S OP DE ROBOTMAAIER

Lijst met commando's, indicatoren en hun functie:

  • "STOP"-knop (Afb 1.A): worden gebruikt voor de veiligheidsstop van de robotmaier.
  • "CONTACTSLEUTEL" (Afb. 1.D): worden gebruikt voor de veiligheidsstop van de robotmaier.
  • Knop "ON/OFF" (Afb. 1.E): dient om de robotmaaier in- enuit te schakelen.
  • Knop "SELECTIE MODUS" (Afb. 1.F): het worden gebruikt om de bedrijfsmodus van de robotmaaier te selecteren en om de terugkeer maar het oplaadstation teforceren.
  • Knop "BEVESTIGEN" (Afb. 1.G): worden gebruikt om de ingestelde bedrijsmodus te bevestigen.
  • Verlichticoon "GEPLAND PROGRAMMA" (Afb. 1.I): het worden gebruikt om de instelling van het geplande programme te bekijken.
  • Verlicht icoon "ENKELE WERKCYCLUS" (Afb. 1.L): worden gebruikt om deinstilling van de enkele werkcyclus waer te gezven.
  • Verlicht icoon "TERUGKEER NAAR BASIS" (Afb. 1.H): worden gebruikt om deinstalling van de geforceerde terugkeer van der robotmaaier maar het laadstationeer te geven.
  • Knop "BLUETOOTH" (Afb.1.M): worden alleen gezruikt door het servicecentrum voor diagnostische activiteiten.
  • Verlicht icoon "ALARM" (Afb.1.N):dient voor d weergave van de alarmstatusussen.
  • Verlicht icoon "ACCU" (Afb. 1.O): dient voor de weergave van de lading van de accu.

OPMERKING: Raadpleeg de Uitgebreide Handleiding voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bovenstaande commando's.

3.3. WERKING VAN HET LAADSTATION

Het laadstation is voorzien van een indicatielampje (Afb. 8.N) dat gaat branden in functie van de volgende situatuies:

  • Licht uit: het laadstation krijgt geen stroom of de robot bevindt zich in het laadstation.
  • Indicator met vast Licht: de robotmaaier is Niet aangesloten op het laadstation en het signal van de ANTenne wordt correct verzonden.
  • Knipperend Licht: het laadstation is nicht correct geconfigureerd of er is een storing in het laadstation. Raadpleeg de uitgebreide handleiding.

3.4. ACCU OPLADEN

Met de procedure "ACCU OPLADEN" kurz u de robotmaaiher handmatig opladen.

  1. Plaats de maairobot op het laadstation (Afb. 9.R).
  2. Laat de robotmaaier op het laadstation lopen tot de oplaad-connector vastzit (Afb. 9.S).
  3. Druk op de "STOP"-knop (Afb. 9.A) om het deksel te openen (Afb. 9.B) en toegang te verkrijgen tot het bedieningspaneel (Afb. 9.C).
  4. Schakel de robotmaaier in met de "ON/OFF"-knop (Afb.9.E).

  5. Het verlicht pictogram "ACCU" (Afb. 9.O) knippert blauw, der robotmaier worden opgeladen.

  6. Sluit de kap (Afb. 9.B).
  7. Laat de robotmaier minstens deijd opladen die worden weergegeven in Par. 2.3.3.

OPMERKING: Het opladen van de batterij voord de winterstalling moet worden uitgevoerd zoals aangegeven in Par. 4.3.

3.5. AFSTELLING MAAIHOOGTE

Volg de begeleide procedure in de APP om de maaihoogte aan te passen.

STIGA A 1000 - AFSTELLING MAAIHOOGTE - 1

WAARSCHUWING: Raak het maaimechanisme Niet aanijdens het afstellen van de maaihoogte.

OPMERKING: De lenghte van het deel van het gras dat door de robotmaaier gemaaid worden, mag Niet langerন dan 10mm

4. ONDERHOUD

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 1

WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 2

WAARSCHUWING:
Breng geen wijzigingen aan, knoei Niet, omzeil de geinstalleerde veiligheidsvoorzieningen Niet en verwijder ze Niet.

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 3

WAARSCHUWING: Gevaar voor snijwonden aan de handen. Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 4

WAARSCHUWING: Gevaar voor stof in de ogen. Gebruikeen beschermende brilom het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen.

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 5

LET OP: Teveel water kan infiltraties veroorzaken die de elektrische onderdelen können beschadigen.

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 6

VERBOD: Gebruik geen waterstralen onder druk.

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 7

VERBOD: Om onherstelbare schade aan de elektrische en elektronische componenten te voorkomen, mag u de robotmaaier nicht geheel of gedeeltelijk in water onderdompelen.

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 8

VERBOD: Was de interne delen van de robotmaaier nicht om de elektrische en elektronische onderdelen Niet te beschadigen.

STIGA A 1000 - ONDERHOUD - 9

VERBOD: Gebruik geen oplosmiddelen of benzine om de geverfde oppervlaktes en de plastieken onderdelen Niet te beschadigen.

4.1. GEPROGRAMMERD ONDERHOUD

Voor een betere werkung en een langere levensduur, moet u het product regelmatig schoonmaken en versleten onderdelen verrangen.

Voer de interventriesuit met de frequentie aangegeven in de tabel.

FREQUENTIE ONDERDEEL TYPE INGREEP
Wekelijks Mes Reinigen controller dewerkzaamheid van het mes. (Zie Par. 4.2)
Als het mes geplood is omwille van een stoot of indien het versleten is, dient men dit te verrangen. (Zie Par. 4.2)
OplaadcontactenReinig en verwijder eventuele oxidatie. (Zie Uitgebeide Handleiding)
Maandelijks Robotmaaiaer Voer de reiniginguit. (Zie Uitgebeide Handleiding)
Laadstation en voedingskabelsControleer op slijtage of veroudering en verrang ze indien nodig. (Zie Uitgebeide Handleiding)
Aan het einde van het maaiseizoen of om dezes maanden als de robotmaaier Niet worden gezruiktAccu Laad de accuop alvorens het op te bergen. (Zie Par. 4.3)
Jaarlijks of aan het einde van het maaiseizoenRobotmaaier Voerde contrôle uit bij een erkend servicecentrum. (Zie Par. 4.1)

Er moet় aanlijks een onderhoudscontrole uitgevoerd worden bij een erkend servicecentrum om de robotmaier in goede staat te honden.

LETOP: defecten als gevolg van het Niet UITvoeren van de aanlijkse controle worden Niet onder de garantie erkend.

4.2. VERVANGING SNIJMESSEN

  1. Schakel der robotmaaier uit in een veilige toestand (zie Par. 1.4).
  2. Draai de robotmaaier ondersteboven en zorg ervoor dat u de zwevende kap nicht beschadigt.
  3. Draai de borgschroeven los (Afb. 10.E).
  4. Vervang de snijmessen (Afb. 10.D) en de borgschroeven (Afb. 10.E).
  5. Draai de borgschroeven aan (Afb. 10.E).

4.3. ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE ACCU IN DE WINTER

  1. Laad de accu op volgens de wizard in de APP, toegankelijk via de pagina "Instellengen".
  2. Reinig de robotmaaier (zie Uitgebreide Handleiding).
  3. Bewaar de robotmaaier op een droge en vorstvrijne plaats en zorg ervoor dat deze isuitgeschakeld.

OPMERKING: Raadpleeg de uitgebreide handleiding voor meer gedetailleerde informatie over de procedure voor het opladen in de winter.

OPMERKING: De registratie van het opladen via de in-app-procedure is vereist om de accugarantie te lately gelden.

4.4. VERVANGING ACCU

Deervanging van de accu is de exclusieve verantwoordelijkheid van het STIGA TECHNISCH SERVCIEPERSONEEL.

Neem contact op met een servicecentrum of uw dealer als de accu verwangen moet worden.

5. TRANSPORT, OPSLAG EN VERWIJDERING

5.1. TRANSPORT

OPMERKING: Voor transport overlange afstanden raden we aan de originele verpakking te gebruiken.

  1. Schakel der robotmaaieruitineenveilige toestand (zie Par.1.4).
  2. Reinig de robotmaaier (zie Uitgebreide Handleiding).
  3. Tilde robotmaier op aan de waarvoort bestemde handgreep (Afb. 11.D) en verplaats hem verwijl uervoort zorgt dat het snijmesuit de buurt van het lichaam blijft.

5.2. OPSLAG

De robotmaaier要去 horizontal worden opgeborgen, op een droge plaat en beschermdt gegen vorst na het reinigenen's winters opladen van de accu (zie Hoofdstuk 4). Koppel het laadstation en het satellteferentiestation los van het elektriciteitsnet tijdens lange periodes van inactiviteit.

5.3. LOZING

STIGA A 1000 - LOZING - 1

WAARSCHUWING: Neem contact op met een erkend servicecentrum om de accuuit de robotmaaier te verwijderen.

  1. Verwijder de verpakking van het product op milieubewuste wijze in de waaroor bestemde verzamelhoulders of bij de waaroor bestemde geauthoriseerde opvangcentra.
  2. Voer de robotmaaier af in overeenstemming met de lokale wettelijkere vereisten.
  3. Richtutot de erkende faciliteiten voor recycling en verwijdering, aangezien de robotmaaier is geclassifiederd als AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur).
  4. Verwijder de oude of uitgeputte accu's op milieubewuste wijze in de verzamelhoulders of bij de waarvoort bestemnde geauthoriseerde opvangcentra.

6. PROBLEEMOPLOSSEN

STIGA A 1000 - PROBLEEMOPLOSSEN - 1

WAARSCHUWING: Stop de robotmaaier en berg hem veilig op (Zie Par. 1.4).

Hieronder vindt u een lijst met eventuele afwijkingen dieijdens de werkfase konnen optreden.

PROBLEEM OORZAKEN OPLOS SINGEN
Abnormale trillingen. De robotmaaier maakt veel lawaai.Beschadigde schijf of maaimessen Vervang beschadigde componenten (Zie Par. 4.2).
Snij-inrichting geblokkeerd door resten (banden, koorden, stukken plastiek, enz.).Schakel de robotmaaier veilig uit (Zie Par. 1.4). Zet het snijmes vrij.
De robotmaaier werk opgestart met onvoorziene hindernissen (gevalen takken, vergeten voorwerpen, enz.).Schakel de robotmaaier veilig uit (Zie Par. 1.4). Verwijder hindernissen en start de robotmaaier opnieuw.
Elektrische motor defect Vervang demotor,neemcontactopmeteenServicecentrum.
Te hoog gras. Verhoog de maaihoogte (Zie Par.3.5).
Maai de zone vooraf met een normale grasmaaier.
De robotmaaier plaatst zich nicht correct in het laadstation.Problemen met de antennae van het laadstation.Raadpleeg een Servicecentrum indien het probleem aanhoudt.
Bodem ingezakt nabij het laadstation.Herstel de correcte positie van het laadstation. (Zie Par. 2.3.1).
Het laadstation is Niet correct gekalibreerd of er is elektromagnetische storing in de buurt van het laadstation.Na verwijdering van de storingsbron, kalibreert u het laadstation met behulp van de app. Raadpleeg deuitgebvre handleiding.
Het lampje van het laadstation gaat zich branden als de robotmaaier zich buiten het laadstation bevindt.Er is geen stroomvoorziening of er is een storing in het laadstation.Controler de correcte verbinding aan het stopcontact van de voedingsseenheid. Controler de integritiet van de voedingskabel.
Het lampje van het oplaadstation knippert.Er is een storing in het laadstation. Raadpleeg deuitgebvre handleiding.Koppel de oplaadbasis los en schakel het na een paar minuteseer in. Raadpleeg een Servicecentrum indien het probleem aanhoudt.
Het laadstation is Niet correct geconfigureerd.Configureer het laadstation via de app. Raadpleeg deuitgebvre handleiding.
Het waarschuwingspictogram is aan op het toetsenbordDit wijst op afwijkingen/storingen. Bekijk de appoormeer informatie of raadpleeg deuitgebvre Handleiding
De robotmaaier stopt tjdelijk in het werkgebiedZwak GPS-signaalNeem contact op met een Servicecentrum indien het probleem aanhoudt.
  1. TECHNISCHE GEGEVENS
KENMERKEN TYPE: SRSAD1 (zie productlabel) TYPE: SRBA01 (zie productlabel)
Afmetingen (BxHxD) 413 x 252 x 560 [mm] 529 x 299 x 695 [mm]
Gewicht van de robotmaierDat hangt af van het model: 8,1 [kg]; 8,4 [kg] (*) (Onzekerheid +/-0,1 [kg])Dat hangt af van het model: 12,7 [kg]; 13,4 [kg]; 13,5 [kg] (*) (Onzekerheid +/-0,1 [kg])
Maaihoopte (Min-Max) 20-60 [mm] 20-65 [mm]
Diameter mes 180 [mm] 260 [mm]
Maaisnelheid 2850+/-50 [rpm] 2400+/-50 [rpm]
Bewegingssnelheid22 [m/min] Dat hangt af vanhet model: 24 [m/min]; 28 [m/min] (*)
Maximale helling 45% 50%
Maximale helling langs de perimeter 20%
Type maaisysteme4 draaibare snijmessen6 draaibare snijmessen
Code snij-inrichting322104105/0
Gemeten geluidsniveau57 [dB] (A)Dat hangt af van het model: 56 [dB] (A); 60 [dB] (A) (*)
Onzekerheid van geluidsemissies, KWA1.47 [dB] (A)Dat hangt af van het model: 0.56 [dB] (A); 0.65 [dB] (A) (*)
Gegarandeerd geluidsniveau59 [dB] (A)Dat hangt af van het model: 57 [dB] (A); 60 [dB] (A) (*)
Akoestisch niveau bij hetoor van de operator46.3 [dB] (A)Dat hangt af van het model: 45.2 [dB] (A); 48.6 [dB] (A) (*)
IP-classificatie van de robotmaierIPX5
IP-classificatie van het laadstationIPX1
IP-classificatie van de voedingIP67
Omgevingstemporatuur bedrijf robotmaier [°C]0÷50
Omgevingstemporatuur bedrijf laadstation [°C]-10÷50
Omgevingstemporatuur bedrijf voeding [°C]-10÷50
WerkcapaciteitDat hangt af van het model (*)Dat hangt af van het model (*)
VoedingInput: 100-240 Vac, 1,2 A; Output: 30 Vcc, 2 A Gebruik een van de onderstaande originele codes of latere updates (raadpleeg een erkende STIGA-dealer) 118204158/0 (UE) 118204161/0 (UK) 118204163/0 (CH)Dat hangt af van het model: Input: 200-240 Vac, 0,8 A; Output: 30 Vcc, 4 A Gebruik een van de onderstaande originele codes of latere updates (raadpleeg een erkende STIGA-dealer) 118204159/0 (UE) 118204162/0 (UK) 118204164/0 (CH) Of Input: 100-240 Vac, 1,2 A; Output: 30 Vcc, 2 A Gebruik een van de onderstaande originele codes of latere updates (raadpleeg een erkende STIGA-dealer) 118204158/0 (UE) 118204161/0 (UK) 118204162/0 (CH) (*)
30 Vcc verlangkabels toegestaanGebruik een van de onderstaande originele codes of latere updates (raadpleeg een erkende STIGA-dealer) Code: 1127-0010-01, Lenght 5 m Code: 1127-0020-01, Lenght 15 m
Model accuDat hangt af van het model: 25,2V - 2Ah; 25,2V - 2,5Ah; 25,2V - 5Ah; 25,2V - 6Ah (*)Dat hangt af van het model: 25,2V - 5Ah; 25,2V - 2x5Ah; 25,2V - 2x6Ah (*)
LaadtijdDat hangt af van het model: 40 [min]; 60 [min]; 80 [min]; 150 [min] (*)Dat hangt af van het model: 150 [min]; 180 [min] (*)
WerktijdDat hangt af van het model: 40 [min]; 60 [min]; 90 [min]; 150 [min] (*)Dat hangt af van het model: 150 [min]; 270 [min]; 330 [min] (*)
ConnectiviteitBluetooth®, 4G, 3G, GSM
NavigatietechnologieAGS, GNSS-RTK

(*) Raadpleeg voor meer informatie over het specifieke model de Uitgebreide Handleiding die online beschikkaar is (zie QR-code op de eerste pagina van dit boekje).

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : A 1000

Categorie : Robotmaaier