STIGA A 750 - Robotmaaier

A 750 - Robotmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis A 750 STIGA in PDF-formaat.

📄 195 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice STIGA A 750 - page 45
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over A 750 STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding A 750 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. A 750 van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING A 750 STIGA

NL Gebruiksaanwijzing

De Uitgebreide Handleiding is beschikbaar:

▷ op de website stiga.com
op de App STIGA.GO, verkrijgbaar op App Store en Google Play
▶ door de QR code te scannen

STIGA A 750 - 1

OPMERKING: De instructies in deze handleiding zijn van toepassing op alle modellen autonome robotmaaiers. De afbeeldingen, indien niet gespecificeerd, verwijzen naar het SRSA01 platform.

OPMERKING: Deze handleiding bevat basisinstructies, voornamelijk met betrekking tot veiligheid. Voor een correcte installatie moet de Uitgebreide Handleiding (zie hierboven) zorgvuldig worden gelezen en opgevolgd.

1. VEILIGHEID

VERPLICHTING:

Voor gebruik zorgvuldig lezen en bewaren voor toekomstig gebruik.

1.1. VEILIGE WERKWIJZEN

Opleiding

a. Lees de instructies aandachtig, ken de commando's en gebruik de machine correct.
b. Stanooit toe dat kinderen, mensen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens, of zonder ervaring en kennis, of mensen die niet bekend zijn met deze instructies, de machine gebruiken. Lokale voorschriften kunnen de leeftijd van de bediener beperken.
c. De bediener of gebruiker moet verantwoordelijk worden gehouden voor ongevallen of gevaren waarbij apparatuur van derden of apparatuur van derden is betrokken.

Voorbereiding

a. Zorg ervoor dat de automatische afrastering correct is geprogrammeerd zoals aangegeven.
b. Inspecteer regelmatig het gebied waar de machine wordt gebruikt en verwijder stenen, stokken, kabels en andere vreemde voorwerpen die de werking ervan kunnen belemmeren.
c. Voer regelmatig een visuele inspectie uit van de messen, van de bouten van de messen en van het maaielement om te controleren of ze niet versleten of bescha-

digd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten per paar om de balans van de machine te behouden.

d. Waarschuwingsborden moeten rond het werkgebied van de machine worden geplaatst als deze in openbare ruimtes wordt gebruikt of open is voor het publiek. De borden moeten de volgende tekst hebben: "Let op! Automatische grasmaaier! Houd u op afstand van de machine! Houd toezicht op de kinderen!".

1.1.1. WERKING

Algemene informatie

a. Gebruik de machine niet met defecte af- schermingen of veiligheidsvoorzieningen die niet aanwezig zijn, bijvoorbeeld zonder beveiligingen.
b. Steek uw handen of voeten nooit nabij of onder de draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de aflaatopening.
c. Raak de bewegende delen van de machine niet aan voordat ze volledig tot stilstand gekomen zijn.
d. Draag altijd stevige schoenen en een lange broek wanneer u de machine bedient.
e. Hef de robotmaaier niet op en vervoer hem niet terwijl de motor in werking is.
f. Verwijder het uitschakelapparaat van het apparaat:
- Voordat u een obstructie verwijdert;
- Vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt;
- Als de machine wordt geraakt door een vreemd voorwerp, controleer dan of de machine beschadigd is;
- Als de machine abnormaal begint te trillen, controleer dan op schade voordat u de machine opnieuw opstart.
g. Laat de machine niet onbeheerd achter in de buurt van huisdieren, kinderen of andere mensen.

Onderhoud en opslag

a. Draai alle moeren, bouten en schroeven ste-

NL

vig vast om de machine veilig te bedienen.
b. Controleer de robotmaaier regelmatig op slijtage of beschadiging.
c. Om veiligheidsredenen is het noodzakelijk om versleten of beschadigde onderdelen te vervangen.
d. Zorg ervoor dat de messen alleen worden vervangen door geschikte reserveonderdelen.
e. Zorg ervoor dat de accu's opgeladen worden met de juiste oplader die door de fabrikant aanbevolen wordt. Onjuist gebruik kan elektrische schokken, oververhitting of lekkage van bijtende vloeistof uit de accu veroorzaken.
f. In geval van elektrolytlekkage, wassen met water / neutralisatiemiddel en medische hulp inroepen in geval van contact met ogen, enz.
g. Onderhoud van de machine moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.

Extra risico's

  • Hoewel het product voldoet aan alle veiligheidseisen, kunnen er toch extra risico's ontstaan door onjuiste installatie en/of onvoorziene situaties. Het is daarom noodzakelijk om het gebied waar het product werkt vrij te houden van voorwerpen, mensen en dieren en om alle personen die toegang tot het werkgebied kunnen hebben, zij het dan maar af en toe, te informeren over de mogelijke gevaren.
  • In geval van onweer met kans op blikse-minslag en in het algemeen in afwachting van slechte weersomstandigheden, wordt aanbevolen het product niet te gebruiken en alle randapparatuur los te koppelen van de voeding. Om het product te gebruiken, sluit u de randapparatuur opnieuw aan op de voeding volgens de instructies in de handleiding.

1.2. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT

De robotmaaier (Afb. 2.A) is ontworpen en gebouwd om automatisch het gras van tuinen op eender welk uur van de dag en van de nacht te maaien.

Afhankelijk van de verschillende kenmerken van het te maaien oppervlak, kan de robotmaaier worden geprogrammeerd om te werken op verschillende gebieden begrensd door een virtuele grens en verbonden door virtuele transferroutes.

Tijdens de werking, maait de robotmaaier het gras van de zone binnen de zone afgebakend door de virtuele grens (Afb. 2.B). Wanneer de robotmaaier zich in de buurt van de virtuele grens bevindt (Afb. 2.B) of een hindernis tegenkomt (Afb. 2.C) wijzigt hij het traject volgens de gekozen navigatiestrategie.

De robotmaaier maait het aangegeven grasveld automatisch en volledig.

Het product werkt via satellietsignaal en vereist de installatie van een oplaadbasis (Afb. 2.F, 2.G) met een geïntegreerd satellietreferentiestation (Afb. 3.C), die ook afzonderlijk kan worden geïnstalleerd. De robotmaaier en het referentiesatellietstation communiceren met elkaar via 3G/4G-modules die zijn uitgerust met een simkaart. De bedieningstechnologie van de robotmaaier is gebaseerd op datacommunicatie tussen de STIGA Cloud en de robot zelf. De abonnementskosten zijn verplicht om de robotmaaier te laten functioneren en zijn afhankelijk van de hoeveelheid gevraagde gegevens. Eris ook een mobiel apparaat (smartphone) vereist om het product te gebruiken.

Eender welk ander gebruik kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. Onder oneigenlijk gebruik vallen (als voorbeeld, maar niet uitsluitend): het vervoeren van mensen, kinderen of dieren op de machine; zich door de machine laten trekken; de machine gebruiken om lasten te trekken of te duwen; de machine gebruiken voor het maaien van niet-grasaardige vegetatie.

OPMERKING: De abonnementskosten zijn verplicht om de robotmaaier te laten functioneren en zijn afhankelijk van de hoeveelheid gevraagde gegevens.

1.3. SYMBOLEN EN PLAATJES

STIGA A 750 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 1

LET OP:

Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u met de bediening van het product begint.

STIGA A 750 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 2

LET OP:

Gevaar voor projecties van voorwerpen tegen het lichaam.

Houd tijdens het gebruik een veilige afstand tot de machine.

STIGA A 750 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 3

LET OP:

Steek uw handen en voeten niet in de holte van de snij-inrichting.

Verwijder het uitschakelmechanisme voordat u aan de machine gaat werken of deze optilt.

STIGA A 750 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 4

LET OP:

Steek uw handen en voeten niet in de holte van de snij-inrichting.

Klim niet op de machine.

STIGA A 750 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 5

VERBOD:

Zorg ervoor dat er geen mensen (vooral kinderen, ouderen of gehandicapten) en huisdieren in het werkgebied zijn als de machine in werking is.

Houd kinderen, huisdieren en andere personen op veilige afstand wanneer de robotmaaier in werking is.

STIGA A 750 - SYMBOLEN EN PLAATJES - 6

VERBOD:

Gebruik geen hogedrukreinigers op de machine om deze schoon te maken of te wassen.

NL

STIGA A 750 - NL - 1

Apparaat met isolatieklasse III, gevoed door batterij (grasmaaierrobot) of via speciale voedingseenheid (laadbasis en referentiestation).

STIGA A 750 - NL - 2

Gebruik de originele voeding met de specificaties op het typeplaatje.

STIGA A 750 - NL - 3

Symbool voor gelijkstroomvoeding.

STIGA A 750 - NL - 4

Beschermingsgraad tegen het binnendringen van vaste stoffen en water.

STIGA A 750 - NL - 5

Afval van elektrische en elektronische apparatuur dat moet worden afgeleverd bij geschikte faciliteiten voor recycling en verwijdering.

STIGA A 750 - NL - 6

Gegarandeerd geluidsvermogensniveau

1.4. DE ROBOTMAAIER VEILIG STOPPEN EN UITSCHAKELEN

STIGA A 750 - DE ROBOTMAAIER VEILIG STOPPEN EN UITSCHAKELEN - 1

VERPLICHTING:

Schakel de robotmaaier altijd in veilige omstandigheden uit voordat u reinigings-, transport- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

  1. Druk op de "STOP" -knop (Afb. 1.A) om de robotmaaier veilig te stoppen en open de beschermkap (Afb. 1.B).
  2. Druk enkele seconden op de uitschakelknop (Afb. 1.E) en wacht tot de LED op dezelfde knop uitgaat.
  3. Pas nadat de LED is uitgegaan (Afb. 1.E), schakelt u de veiligheidssleutel uit (Afb. 1.D) om de robotmaaier in veilige omstandigheden uit te schakelen.
  4. Sluit de beschermkap (Afb. 1.B).
  5. De robotmaaier is veilig gestopt of uitgeschakeld.

2. INSTALLATIE

STIGA A 750 - INSTALLATIE - 1

LET OP:

Breng geen wijzigingen aan, knoei niet, omzeil de geïnstalleerde veiligheidsvoorzieningen niet en verwijder ze niet.

OPMERKING: Neem voor meer informatie over de installatie van het product contact op met een STIGA wederverkoper.

ONDERDELEN VOOR DE INSTALLATIE (Afb. 3)

(A) Laadbasis, (B) Voedingseenheid laadbasis, (C)
Satellietreferentiestation, (D) Bevestigingsschroeven laadbasis,
(E) Steun voor afzonderlijke installatie van satellietreferentiestation,
(F) Voedingseenheid voor afzonderlijke installatie van satellietreferentiestation (optioneel), (G) Verlengkabels van 5 m of 15 m, (H) Mobiel apparaat (niet inbegrepen).

2.1. CONTROLE VAN DE VEREISTEN VOOR DE INSTALLATIE

2.1.1. CONTROLE VAN DE TUIN:

  • Controleer de staat van de tuin op detectie van virtuele grenzen, hindernissen en uit te sluiten gebieden.
  • Egaliseer de grond zodat er geen plassen ontstaan als gevolg van regen.

2.1.2. CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE VAN HET OPLAADSTATION, DE VOEDING EN HET SATELLIETREFERENTIESTATION:

STIGA A 750 - CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE VAN HET OPLAADSTATION, DE VOEDING EN HET SATELLIETREFERENTIESTATION: - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Er moet een stopcontact voorzien worden in overeenstemming met de wetten die in het land van kracht zijn.

STIGA A 750 - ELEKTRISCH GEVAAR: - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Het geleverde circuit moet worden beschermd door een differentiaalschakelaar (RCD) met een activeringsstroom van maximaal 30 mA.

STIGA A 750 - ELEKTRISCH GEVAAR: - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Sluit de voeding niet aan op een stopcontact als de stekker of de kabel beschadigd zijn.

Sluit een beschadigde kabel niet aan en raak deze niet aan voordat deze is losgekoppeld van de voeding.

Een beschadigde kabel kan contact met de delen onder spanning veroorzaken.

  1. Bereid een vlak gebied aan de rand van het gazon voor om de laadbasis te plaatsen. De laadbasis moet worden geïnstalleerd op een locatie die door het satellietsignaal kan worden bereikt, bij voorkeur in een deel van de tuin waar de hemel volledig zichtbaar is.
  2. In het gebied voor het laadstation moet een band van minimaal 2 m breed en minimaal 3 m lang zijn, vrij van hindernissen.
  3. Als de hemel niet volledig zichtbaar is vanaf het installatiepunt van het laadstation, moet het satellietreferentiestation in een ander gebied worden geïnstalleerd

OPMERKING: De hemel moet als volledig zichtbaar worden beschouwd wanneer deze vrij is voor een hoek van ten minste 120 graden in alle richtingen.

STIGA A 750 - ELEKTRISCH GEVAAR: - 1

LET OP:

De voedingskabel, de voedingseenheid, de verlengkabel en alle andere elektrische kabels die niet bij het product horen, moeten buiten het maalgebied blijven om ze uit de buurt van gevaarlijke bewegende delen te houden en om schade aan de kabels te voorkomen waardoor ze in contact kunnen komen met onder spanning staande onderdelen.

  1. Bereid het installatiegebied van de stroomvoorziening voor, zodat het onder geen enkele weersomstandigheden in water kan worden ondergedompeld. Bij voorkeur installeren in een afgesloten compartiment te installeren, beschermd tegen weersinvloeden, op een plaats die niet gemakkelijk toegankelijk is voor onbevoegde personen.

2.1.3. CONTROLES VOOR DE DEFINITIE VAN VIRTUELE GRENZEN:

  1. Controleer of de maximale helling van het werkgebied kleiner dan of gelijk is aan 45% of aan 50%, in functie van het model (zie Par. 7 TECHNISCHE GEGEVENS). Respecteer de regels weergegeven in Afb. 4.

STIGA A 750 - CONTROLES VOOR DE DEFINITIE VAN VIRTUELE GRENZEN: - 1

LET OP:

De robot kan oppervlakken maaien met een maximale helling van 45% of 50%, afhankelijk van het model.

Als de instructies niet worden opgevolgd, kan de robot uitglijden en de werkzone verlaten

STIGA A 750 - LET OP: - 1

LET OP:

De zones met niet toegestane hellingen kunnen niet gemaaid worden. Plaats de virtuele grens voor de helling, om dat deel van het gazon uit te sluiten.

  1. Controleer het volledige werkoppervlak: evalueer de obstakels en gebieden die moeten worden uitgesloten van het werkgebied, die geprogrammeerd moeten als uit te sluiten zones.

2.2. CRITERIA VOOR DE AFBAKENING VAN WERKGEBIEDEN EN TRANSFERROUTES

  1. Bij aanwezigheid van een voetpad of een pad op hetzelfde niveau als het gazon, kan de virtuele grens samenvallen met de rand van het voetpad (Afb. 5.A).
  2. Bij aanwezigheid van een zwembad, vijver of uitgraving dient de virtuele begrenzing op een afstand van minimaal 1 meter te worden geprogrammeerd. Als het zwembad, de vijver of de uitgraving zich aan het einde van een helling bevindt, moet de virtuele grens worden geprogrammeerd op een afstand van minimaal 1,5 meter (Afb. 5.B).
  3. Bij bomen met uitstekende wortels moet de virtuele grens zo worden geprogrammeerd dat de robotmaaier niet over losgekoppelde oppervlakken kan rijden (Afb. 5.C).
  4. De virtuele grens moet zo worden geprogrammeerd dat de robotmaaier op een afstand van minimaal 30 cm blijft van gebieden met grind of steenslag (Afb. 5.D).
  5. In het geval van hellende gebieden moet worden voldaan aan Par. 2.1.3.
  6. Bij doorlopende bouwelementen (muren, schuttingen, hagen, etc.) met een hoogte van meer dan 50 cm moet de virtuele grens op een afstand van minimaal 40 cm daarvan geprogrammeerd worden (Afb. 5.E).
  7. In alle andere gevallen moet de virtuele een minimale afstand van 30 cm tussen de robotmaaier en het obstakel in acht nemen (Afb. 5.F).
  8. In het geval van afbakening van obstakels die minder dan 150 cm van elkaar verwijderd zijn, begrens ze dan als een enkel obstakel met inachtneming van de hierboven aangegeven afstanden (Afb. 5.G).

STIGA A 750 - CRITERIA VOOR DE AFBAKENING VAN WERKGEBIEDEN EN TRANSFERROUTES - 1

WAARSCHUWING:

Het werkgebied en in het algemeen de gebieden waarin de robotmaaier kan rijden, moet afgebakend worden door een niet-begaanbaar hek.

2.2.1. SMALLE DOORGANGEN

  1. In het geval van smalle doorgangen moet de afstand tussen twee virtuele grenzen Z ≥ 2 m zijn (Afb. 6.A).
  2. In het geval van een doorgang waarbij de afstand tussen de virtuele grenzen <2m zou zijn, kan het deel van het gebied voorbij het knelpunt (Afb. 6.A) niet automatisch bereikt worden door de maairobot. In dit geval moeten er twee afzonderlijke virtuele snijzones worden geprogrammeerd (Afb. 6.B) en deze verbinden met een virtueel transferpad (Afb. 6.C). Raadpleeg de uitgebreide handleiding.

2.2.2. TRANSFERROUTES

Delen van de tuin waartussen gebieden liggen die niet mogen worden gemaaid, moeten met elkaar worden verbonden door transferpaden. Transferpaden moeten de maximale helling van 20% respecteren.

  1. Bepaal tussen de mogelijke doorgangen de gemakkelijkste transferroute waarmee u de grootste afstand tot eventuele obstakels kunt houden en die niet door gebieden gaat die gewoonlijk gebruikt worden voor parkeren, het doorrijden van voertuigen of waar groepen mensen door stappen.
  2. Het transferpad omvat een manoeuvreerzone die zich 1 m rechts en 1 m links van het geregistreerde pad uitstrekt (Afb. 7.A). De volgende minimumafstanden tussen het manoeuvreergebied en de verschillende tuinelementen moeten in acht worden genomen: 30 cm van obstakels die worden begrensd door virtuele perimeters of zones waar niet mag worden gesneden (Afb. 7.B), 30 cm van vaste, onbegrensde obstakels of doorlopende structurele elementen (Afb. 7.C), 1 m van openbare wegen (Afb. 7.D), 1 m van de zwembaden (Afb. 7.E), 1 m van voetpaden (Afb. 7.F), 1 m van kliffen of steile hellingen (Afb. 7.G).
  3. In het geval van smalle doorgangen waar de bovenstaande afstanden niet kunnen worden gerespecteerd, moet de doorgang worden afgebakend met niet-betreedbare barrières, indien deze nog niet aanwezig zijn.

OPMERKING: Transferpaden die zijn opgenomen in smalle doorgangen kunnen onvoldoende satellietsignaalontvangst hebben, waardoor de nauwkeurigheid van de bediening van de maairobot wordt beïnvloed.

2.3. IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN

STIGA A 750 - IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Gebruik alleen de acculader en voeding die door de fabrikant zijn geleverd. Oneigen gebruik kan elektrische schokken en of oververhitting veroorzaken.

STIGA A 750 - ELEKTRISCH GEVAAR: - 1

WAARSCHUWING:

Gevaar voor snijwonden aan de handen.

Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.

STIGA A 750 - WAARSCHUWING: - 1

WAARSCHUWING:

Gevaar voor stof in de ogen.

Gebruik een beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen.

STIGA A 750 - WAARSCHUWING: - 1

ELEKTRISCH GEVAAR:

Sluit de voeding pas aan aan het einde van alle installatiewerkzaamheden. Schakel indien nodig tijdens de installatie de algemene stroomtoevoer uit.

2.3.1. INSTALLATIE VAN HET OPLAADSTATION

De oplaadbasis kan aan de rand van het werkgebied worden geïnstalleerd of in een gebied dat ermee verbonden is via een transferpad.

  1. Controleer de installatievereisten zoals aangegeven in Par. 2.1.2.
  2. Bereid indien nodig de grond voor zodat het oppervlak van het laadstation (Afb. 8.L) zich op hetzelfde niveau bevindt als het gazon, het terrein moet perfect vlak en compact zijn om vervorming van het oppervlak van het oplaadstation te voorkomen.
  3. Bevestig het laadstation (Afb. 8.L) op de grond met de borgschroeven (Afb. 8.M).
  4. Controleer of het satellietreferentiestation (Afb. 8.A) via zijn connector aan het oplaadstation verbonden is.
  5. Sluit de voeding aan op het laadstation en schroef de connector vast.
  6. Verbind de stekker van de voedingseenheid aan het stopcontact.
  7. Controleer of wanneer de robotmaaier niet in het laadstation staat, het indicatielampje op het laadstation (Afb. 8.N) brandt (zie Par. 3.3).

2.3.2. INSTALLATIE VAN HET

SATELLIETREFERENTIESTATION

Het satellietreferentiestation (Afb. 8.A) vereist dat de hemel volledig zichtbaar is. Het wordt geleverd met het oplaadstation en wordt onder de beschermkap geïnstalleerd (Afb. 8.C).

Indien het oplaadstation (Afb. 8.L) niet in een gebied is geplaatst waar de hemel volledig zichtbaar is, moet het satellietreferentiestation verwijderd worden (Afb. 8.A) uit het oplaadstation en geïnstalleerd worden in een zone waar de hemel volledig zichtbaar is. De hemel moet als volledig zichtbaar worden beschouwd wanneer deze vrij is voor een hoek van ten minste 120 graden in alle richtingen.

Raadpleeg de Uitgebreide Handleiding voor de afzonderlijke installatie van het satellietreferentiestation.

STIGA A 750 - SATELLIETREFERENTIESTATION - 1

WAARSCHUWING:

Om veiligheidsredenen mag het satellietreferentiestation nooit worden verplaatst na het programmeren van de virtuele grenzen, transferroutes en te vermijden gebieden. De robotmaaier zou het geprogrammeerde werkgebied kunnen verlaten. Als het satellietreferentiestation verplaatst wordt, moet het opnieuw geprogrammeerd worden.

2.3.3. ROBOTMAAIER OPLADEN NA DE INSTALLATIE

Laad de batterijen voor minimaal 2 uur op voordat u het product voor de eerste keer gebruikt.

2.4. PROGRAMMERING VAN VIRTUELE GRENZEN, TRANSFERROUTES EN TE VERMIJDEN GEBIEDEN

Het programmeren van virtuele grenzen, transferroutes en te vermijden gebieden wordt uitgevoerd met behulp van de respectievelijke begeleide procedures in de "STIGA.GO" APP. De procedure vereist dat u de robotmaaier handmatig bestuurt door erlangs te lopen volgens de algemene criteria die zijn uiteengezet in Par. 2.2.

STIGA A 750 - PROGRAMMERING VAN VIRTUELE GRENZEN, TRANSFERROUTES EN TE VERMIJDEN GEBIEDEN - 1

WAARSCHUWING:

Het werkgebied of de paden die door de machine worden gebruikt voor de transfer, moeten zo zijn ingericht dat er geen openbare ruimten, gebieden die gewoonlijk worden gebruikt voor parkeren, voor het doorrijden van voertuigen of waar groepen mensen door stappen, in vallen om schade aan mensen, dingen of ongevallen met voertuigen te vermijden.

STIGA A 750 - WAARSCHUWING: - 1

WAARSCHUWING:

Voor zijn eigen veiligheid en om schade aan mensen, dieren of dingen te voorkomen, moet de bestuurder eerst het gebied kennen waarin de robotmaaier handmatig geleid wordt.

Loop tijdens het besturen van de robot voorzichtig om te voorkomen dat u valt.

STIGA A 750 - WAARSCHUWING: - 1

WAARSCHUWING:

Het werkgebied en in het algemeen de gebieden waarin de robotmaaier kan rijden, moet afgebakend worden door een niet-begaanbaar hek.

Maak de afrastering geschikt of houd toezicht op de robotmaaier tijdens het gebruik.

3. WERKING

3.1. HANDMATIGE WERKING VAN DE ROBOTMAAIER

De robotmaaier kan worden gebruikt zonder de werktijden te programmeren. In deze modus voert de robotmaaier een werkcyclus uit, keert terug naar het laadstation en blijft daar tot de volgende handmatige start.

Om de machine in deze modus te gebruiken, is het echter noodzakelijk om virtuele grenzen, overdrachtspaden en zones die vermeden moeten worden te programmeren (Zie Par. 2.4)

  1. Plaats de robotmaaier op het laadstation of in ieder geval binnen de perimeter van de installatie.
  2. Druk op de "STOP" -knop (Afb. 1.A) om het deksel te openen (Afb. 1.B) en toegang te verkrijgen tot het bedieningspaneel (Afb. 1.C).
  3. Druk op de "ON/OFF" -knop (Afb 1.E) gedurende 5 seconden om de robotmaaier in te schakelen.
  4. Druk op de knop "SELECTIE MODUS" (Afb. 1.F), tot enkel het icoon"ENKELE WERKCYCLUS" knippert (Afb. 1.L).
  5. Druk op de knop "BEVESTIGEN" (Afb. 1.G). Heticoon (Afb. 1.L) gaat vast branden om de actie te bevestigen.
  6. Sluit de kap (Afb. 1.B). De robotmaaier begint te werken.

OPMERKING: deze modus garandeert mogelijk geen voldoende dekking van de tuin, zowel in termen van benodigde tijd als in termen van gelijkmatigheid van het maairesultaat, vooral als de tuin een onregelmatige vorm heeft. Om de maximale efficiëntie van de robotmaaier te bereiken, wordt aanbevolen om de werktijden te programmeren.

3.2. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO'S OP DE ROBOTMAAIER

Lijst met commando's, indicatoren en hun functie:

  • "STOP"-knop (Afb 1.A): wordt gebruikt voor de veiligheidsstop van de robotmaaier.
  • "CONTACTSLEUTEL" (Afb. 1.D): wordt gebruikt voor de veiligheidsstop van de robotmaaier.
  • Knop "ON/OFF" (Afb. 1.E): dient om de robotmaaier in- en uit te schakelen.
  • Knop "SELECTIE MODUS" (Afb. 1.F): het wordt gebruikt om de bedrijfsmodus van de robotmaaier te selecteren en om de terugkeer naar het oplaadstation te forceren.
  • Knop "BEVESTIGEN" (Afb. 1.G): wordt gebruikt om de ingestelde bedrijfsmodus te bevestigen.
  • Verlicht icoon "GEPLAND PROGRAMMA" (Afb. 1.I): het wordt gebruikt om de instelling van het geplande programma te bekijken.
  • Verlicht icoon "ENKELE WERKCYCLUS" (Afb. 1.L): wordt gebruikt om de instelling van de enkele werkcyclus weer te geven.
  • Verlicht icoon "TERUGKEER NAAR BASIS" (Afb. 1.H): wordt gebruikt om de instelling van de geforceerde terugkeer van de robotmaaier naar het laadstation weer te geven.
  • Knop "BLUETOOTH" (Afb. 1.M): wordt alleen gebruikt door het servicecentrum voor diagnostische activiteiten.
  • Verlicht icoon "ALARM" (Afb. 1.N): dient voor d weergave van de alarmstatussen.
  • Verlicht icoon "ACCU" (Afb. 1.O): dient voor de weergave van de lading van de accu.

OPMERKING: Raadpleeg de Uitgebreide Handleiding voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bovenstaande commando's.

3.3. WERKING VAN HET LAADSTATION

Het laadstation is voorzien van een indicatielampje (Afb. 8.N) dat gaat branden in functie van de volgende situaties:

  • Licht uit: het laadstation krijgt geen stroom of de robot bevindt zich in het laadstation.
  • Indicator met vast licht: de robotmaaier is niet aangesloten op het laadstation en het signaal van de antenne wordt correct verzonden.
  • Knipperend licht: het laadstation is niet correct geconfigureerd of er is een storing in het laadstation. Raadpleeg de uitgebreide handleiding.

3.4. ACCU OPLADEN

Met de procedure "ACCU OPLADEN" kunt u de robotmaaier handmatig opladen.

  1. Plaats de maairobot op het laadstation (Afb. 9.R).
  2. Laat de robotmaaier op het laadstation lopen tot de oplaad-connector vastzit (Afb. 9.S).
  3. Druk op de "STOP" -knop (Afb. 9.A) om het deksel te openen (Afb. 9.B) en toegang te verkrijgen tot het bedieningspaneel (Afb. 9.C).
  4. Schakel de robotmaaier in met de "ON/OFF"-knop (Afb. 9.E).

  5. Het verlicht pictogram "ACCU" (Afb. 9.O) knippert blauw, de robotmaaier wordt opgeladen.

  6. Sluit de kap (Afb. 9.B).
  7. Laat de robotmaaier minstens de tijd opladen die wordt weergegeven in Par. 2.3.3.

OPMERKING: Het opladen van de batterij vóór de winterstalling moet worden uitgevoerd zoals aangegeven in Par. 4.3.

3.5. AFSTELLING MAAIHOOGTE

Volg de begeleide procedure in de APP om de maaihoogte aan te passen.

STIGA A 750 - AFSTELLING MAAIHOOGTE - 1

WAARSCHUWING:

Raak het maaimechanisme niet aan tijdens het afstellen van de maaihoogte.

OPMERKING: De lengte van het deel van het gras dat door de robotmaaier gemaaid wordt, mag niet langer zijn dan 10 mm.

4. ONDERHOUD

STIGA A 750 - ONDERHOUD - 1

WAARSCHUWING:

Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

STIGA A 750 - WAARSCHUWING: - 1

WAARSCHUWING:

Breng geen wijzigingen aan, knoei niet, omzeil de geïnstalleerde veiligheidsvoorzieningen niet en verwijder ze niet.

STIGA A 750 - WAARSCHUWING: - 1

WAARSCHUWING:

Gevaar voor snijwonden aan de handen. Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.

STIGA A 750 - WAARSCHUWING: - 1

WAARSCHUWING:

Gevaar voor stof in de ogen.

Gebruik een beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen.

STIGA A 750 - WAARSCHUWING: - 1

LET OP:

Teveel water kan infiltraties veroorzaken die de elektrische onderdelen kunnen beschadigen.

STIGA A 750 - LET OP: - 1

VERBOD:

Gebruik geen waterstralen onder druk.

STIGA A 750 - VERBOD: - 1

VERBOD:

Om onherstelbare schade aan de elektrische en elektronische componenten te voorkomen, mag u de robotmaaier niet geheel of gedeeltelijk in water onderdompelen.

STIGA A 750 - VERBOD: - 1

VERBOD:

Was de interne delen van de robotmaaier niet om de elektrische en elektronische onderdelen niet te beschadigen.

STIGA A 750 - VERBOD: - 1

VERBOD:

Gebruik geen oplosmiddelen of benzine om de geverfde oppervlaktes en de plastieken onderdelen niet te beschadigen.

4.1. GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD

Voor een betere werking en een langere levensduur, moet u het product regelmatig schoonmaken en versleten onderdelen vervangen.

Voer de interventies uit met de frequentie aangegeven in de tabel.

FREQUENTIE ONDERDEEL TYPE INGREEP
Wekelijks Mes Reinigen controleer dewerkzaamheid van het mes. (Zie Par. 4.2)
Als het mes geplooid is omwille van een stoot of indien het versleten is, dient men dit te vervangen. (Zie Par. 4.2)
OplaadcontactenReinig en verwijder eventuele oxidatie. (Zie Uitgebreide Handleiding)
Maandelijks Robotmaaier Voer de reiniging uit. (Zie Uitgebreide Handleiding)
Aan het einde van het maaiseizoen of om de zes maanden als de robotmaaier niet wordt gebruiktAccu Laad de accuop alvorens het op te bergen. (Zie Par. 4.3)
Jaarlijks of aan het einde van het maaiseizoenRobotmaaier Voerde controle uit bij een erkend servicecentrum. (Zie Par. 4.1)

Er moet jaarlijks een onderhoudscontrole uitgevoerd worden bij een erkend servicecentrum om de robotmaaier in goede staat te houden.

LET OP: defecten als gevolg van het niet uitvoeren van de jaarlijkse controle worden niet onder de garantie erkend.

4.2. VERVANGING SNIJMESSEN

  1. Schakel de robotmaaier uit in een veilige toestand (zie Par. 1.4).
  2. Draai de robotmaaier ondersteboven en zorg ervoor dat u de zwevende kap niet beschadigt.
  3. Draai de borgschroeven los (Afb. 10.E).
  4. Vervang de snijmessen (Afb. 10.D) en de borgschroeven (Afb. 10.E).
  5. Draai de borgschroeven aan (Afb. 10.E).

4.3. ONDERHOUD EN OPSLAG VAN DE ACCU IN DE WINTER

  1. Laad de accu op volgens de wizard in de APP, toegankelijk via de pagina "Instellingen".
  2. Reinig de robotmaaier (zie Uitgebreide Handleiding).
  3. Bewaar de robotmaaier op een droge en vorstvrije plaats en zorg ervoor dat deze is uitgeschakeld.

OPMERKING: Raadpleeg de uitgebreide handleiding voor meer gedetailleerde informatie over de procedure voor het opladen in de winter.

OPMERKING: De registratie van het opladen via de in-app-procedure is vereist om de accugarantie te laten gelden.

4.4. VERVANGING ACCU

De vervanging van de accu is de exclusieve verantwoordelijkheid van het STIGA TECHNISCH SERVCIEPERSONEEL.

Neem contact op met een servicecentrum of uw dealer als de accu vervangen moet worden.

5. TRANSPORT, OPSLAG EN VERWIJDERING

5.1. TRANSPORT

OPMERKING: Voor transport over lange afstanden raden we aan de originele verpakking te gebruiken.

  1. Schakel de robotmaaier uit in een veilige toestand (zie Par. 1.4).
  2. Reinig de robotmaaier (zie Uitgebreide Handleiding).
  3. Til de robotmaaier op aan de daarvoor bestemde handgreep (Afb. 11.D) en verplaats hem terwijl u ervoor zorgt dat het snijmes uit de buurt van het lichaam blijft.

5.2. OPSLAG

De robotmaaier moet horizontaal worden opgeborgen, op een droge plaats en beschermd tegen vorst na het reinigen en 's winters opladen van de accu (zie Hoofdstuk 4). Koppel het laadstation en het satellietreferentiestation los van het elektriciteitsnet tijdens lange periodes van inactiviteit.

5.3. LOZING

STIGA A 750 - LOZING - 1

WAARSCHUWING:

Neem contact op met een erkend service-centrum om de accu uit de robotmaaier te verwijderen.

  1. Verwijder de verpakking van het product op milieubewuste wijze in de daarvoor bestemde verzamelhouders of bij de daarvoor bestemde geautoriseerde opvangcentra.
  2. Voer de robotmaaier af in overeenstemming met de lokale wettelijke vereisten.
  3. Richt u tot de erkende faciliteiten voor recycling en verwijdering, aangezien de robotmaaier is geclassificeerd als AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur).
  4. Verwijder de oude of uitgeputte accu's op milieubewuste wijze in de verzamelhouders of bij de daarvoor bestemde geautoriseerde opvangcentra.

6. PROBLEEMOPLOSSEN

STIGA A 750 - PROBLEEMOPLOSSEN - 1

WAARSCHUWING:

Stop de robotmaaier en berg hem veilig op (Zie Par. 1.4).

Hieronder vindt u een lijst met eventuele afwijkingen die tijdens de werkfase kunnen optreden.

PROBLEEM OORZAKEN OPLOS SINGEN
Abnormale trillingen. De robotmaaier maakt veel lawaai.Beschadigde schijf of maaimessen Vervang besschadigde componenten (Zie Par. 4.2).
Snij-inrichting geblokkeerd door resten (banden, koorden, stukken plastiek, enz.).Schakel de robotmaaier veilig uit (Zie Par. 1.4). Zet het snijmes vrij.
De robotmaaier werd opgestart met onvoorziene hindernissen (gevallen takken, vergeten voorwerpen, enz.).Schakel de robotmaaier veilig uit (Zie Par. 1.4). Verwijder hindernissen en start de robotmaaier opnieuw.
Elektrische motor defect Vervangdemotor, neemcontactopmeteenServicecentrum.
Te hoog gras. Verhoog de maaihoogte (Zie Par.3.5).
Maai de zone vooraf met een normale grasmaaier.
De robotmaaier plaatst zich niet correct in het laadstation.Problemen met de antenne van het laadstation.Raadpleeg een Servicecentrum indien het probleem aanhoudt.
Bodem ingezakt nabij het laadstation.Herstel de correcte positie van het laadstation. (Zie Par. 2.3.1).
Het laadstation is niet correct gekalibreerd of er is elektromagnetische storing in de buurt van het laadstation.Na verwijdering van de storingsbron, kalibreert u het laadstation met behulp van de app. Raadpleeg de uitgebreide handleiding.
Het lampje van het laadstation gaat niet branden als de robotmaaier zich buiten het laadstation bevindt.Er is geen stroomvoorziening of er is een storing in het laadstation.Controleer de correcte verbinding aan het stopcontact van de voedingseenheid. Controleer de integriteit van de voedingskabel.
Het lampje van het oplaadstation knippert.Er is een storing in het laadstation. Raadpleeg de uitgebreide handleiding.Koppel de oplaadbasis los en schakel het na een paar minuten weer in. Raadpleeg een Servicecentrum indien het probleem aanhoudt.
Het laadstation is niet correct geconfigureerd.Configureer het laadstation via de app. Raadpleeg de uitgebreide handleiding.
Het waarschuwingspictogram is aan op het toetsenbordDit wijst op afwijkingen/storingen. Bekijk de appvoor meer informatie of raadpleeg de Uitgebreide Handleiding
De robotmaaier stopt tijdelijk in het werkgebiedZwak GPS-signaalNeem contact op met een Servicecentrum indien het probleem aanhoudt.
  1. TECHNISCHE GEGEVENS
KENMERKEN TYPE: SRSA01 (zie productlabel) TYPE: SRBA01 (zie productlabel)
Afmetingen (BxHxD) 413 x 252 x 560 [mm] 529 x 299 x 695 [mm]
Gewicht van de robotmaaierDat hangt af van het model: 8,1 [kg]; 8,4 [kg] (*) (Onzekerheid +/-0,1 [kg])Dat hangt af van het model: 12,7 [kg]; 13,4 [kg]; 13,5 [kg] (*) (Onzekerheid +/-0,1 [kg])
Maaihoogte (Min-Max) 20-60 [mm] 20-65 [mm]
Diameter mes 180 [mm] 260 [mm]
Maaisnelheid 2850+/-50 [rpm] 2400+/-50 [rpm]
Bewegingssnelheid22 [m/min] Dat hangt af van het model: 24 [m/min]; 28 [m/min] (*)
Maximale helling 45% 50%
Maximale helling langs de perimeter 20%
Type maaisysteem4 draaibare snijmessen6 draaibare snijmessen
Code snij-inrichting322104105/0
Gemeten geluidsniveau57 [dB] (A)Dat hangt af van het model: 56 [dB] (A); 60 [dB] (A) (*)
Onzekerheid van geluidsemissies, KWA1.47 [dB] (A)Dat hangt af van het model: 0.56 [dB] (A); 0.65 [dB] (A) (*)
Gegarandeerd geluidsniveau59 [dB] (A)Dat hangt af van het model: 57 [dB] (A); 60 [dB] (A) (*)
Akoestisch niveau bij het oor van de operator46.3 [dB] (A)Dat hangt af van het model: 45.2 [dB] (A); 48.6 [dB] (A) (*)
IP-classificatie van de robotmaaierIPX5
IP-classificatie van het laadstationIPX1
IP-classificatie van de voedingIP67
Omgevingstemperatuur bedrijf robotmaaier [°C]0 ÷ 50
Omgevingstemperatuur bedrijf laadstation [°C]-10 ÷ 50
Omgevingstemperatuur bedrijf voeding [°C]-10 ÷ 50
WerkcapaciteitDat hangt af van het model (*)Dat hangt af van het model (*)
VoedingInput: 100-240 Vac, 1,2 A; Output: 30 Vcc, 2 AGebruik een van de onderstaande originele codes of latere updates (raadpleeg een erkende STIGA-dealer)118204158/0 (UE)118204161/0 (UK)118204163/0 (CH)Dat hangt af van het model: Input: 200-240 Vac, 0,8 A; Output: 30 Vcc, 4 AGebruik een van de onderstaande originele codes of latere updates (raadpleeg een erkende STIGA-dealer)118204159/0 (UE)118204162/0 (UK)118204164/0 (CH)OfInput: 100-240 Vac, 1,2 A; Output: 30 Vcc, 2 AGebruik een van de onderstaande originele codes of latere updates (raadpleeg een erkende STIGA-dealer)118204158/0 (UE)118204161/0 (UK)118204163/0 (CH) (*)
30 Vcc verlengkabels toegestaanGebruik een van de onderstaande originele codes of latere updates (raadpleeg een erkende STIGA-dealer)Code: 1127-0010-01, Lengte 5 mCode: 1127-0020-01, Lengte 15 m
Model accuDat hangt af van het model: 25,2V - 2Ah; 25,2V - 2,5Ah; 25,2V - 5Ah; 25,2V - 6Ah (*)Dat hangt af van het model: 25,2V - 5Ah; 25,2V - 2x5Ah; 25,2V - 2x6Ah (*)
LaadtijdDat hangt af van het model: 40 [min]; 60 [min]; 80 [min]; 150 [min] (*)Dat hangt af van het model: 150 [min]; 180 [min] (*)
WerktijdDat hangt af van het model: 40 [min]; 60 [min]; 90 [min]; 150 [min] (*)Dat hangt af van het model: 150 [min]; 270 [min]; 330 [min] (*)
ConnectiviteitBluetooth®, 4G, 3G, GSM
NavigatietechnologieAGS, GNSS-RTK

(*) Raadpleeg voor meer informatie over het specifieke model de Uitgebreide Handleiding die online beschikbaar is (zie QR-code op de eerste pagina van dit boekje).

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : A 750

Categorie : Robotmaaier