TS502AC - Zaag Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS502AC Vonroc in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TS502AC Vonroc
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS502AC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS502AC van het merk Vonroc.
GEBRUIKSAANWIJZING TS502AC Vonroc
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Lees de bijgesloten veiligheidswaarschuwingen, de aanvullende veiligheidswaarschuwingen en de instructies. Het niet opvolgen van de veiligheids- waarschuwingen kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschuwingen en instructies als naslagwerk voor later. De volgende symbolen worden gebruikt in de ge- bruikershandleiding of op het product: Lees de gebruikershandleiding. Gevaar voor lichamelijk letsel, overlijden of schade aan de machine wanneer de instructies in deze handleiding niet worden opgevolgd. Gevaar voor elektrische schokken. Houd omstanders op afstand. Draag een stofmasker. Draag gehoorbescherming. Draag altijd een veiligheidsbril. Houd uw handen uit de buurt van de plaats waar gezaagd wordt, terwijl het elektrische gereedschap aan staat. Bij aanraking van het zaagblad bestaat verwondingsgevaar. Gevarenzone! Houd handen, vingers of armen zo veel mogelijk hier uit de buurt. Klasse II apparaat - Dubbel geïsoleerd - Een geaarde stekker is niet noodzakelijk. Het product is in overeenstemming met de van toepassing zijnde veiligheidsnormen in de Europese richtlijnen. Ø30mm Ømax. 210mm Let op de afmetingen van het zaagblad. De gatdiameter moet zonder speling op de uitgaande as passen. Indien het gebruik van reduceerstuk- ken nodig is, dient u erop te letten dat de afmetingen van het reduceerstuk passen bij de zaagbladdikte en bij de gatdiameter van het zaagblad evenals bij de diameter van de uitgaande as. Gebruik indien mogelijk de met het zaagblad meegeleverde reduceerstuk- ken. De zaagbladdiameter moet overeenkomen met de informatie op het symbool.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOOR SCHRIFTEN
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. Bewaar deze instructies goed. De term “elektrisch gereedschap” in onder staande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteits kabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur).
a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werk- omgevingen leiden tot ongelukken.
Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een om- geving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereed- schappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen. c) Wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcon- tact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen. Standaardstek- kers en passende stopcontacten verkleinen de kans op een elektrische schok.NL
b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde op- pervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en koel kasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter. c) Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnen- dringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter.
Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereed- schap te dragen, te verplaatsen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegen- de delen. Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten de kans op een elektrische schok. e) Wanneer u elektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner. f) Gebruik een aardlekbeveiliging (RCD) als niet te voorkomen is dat een powertool moet worden gebruikt in een vochtige omgeving. Gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf altijd alert, kijk goed wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektri- sche gereedschappen wanneer u moe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereed schappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. b) Gebruik persoonlijke beschermings middelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast ge- bruik van veiligheids voor zieningen, zoals een stof masker, speciale werkschoenen met antislipzo- len, een veiligheidshelm en gehoor bescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel.
Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT positie staat, voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereed- schap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken. d) Verwijder alle instel en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat u hem inscha- kelt. Instel en andere sleutels aan een ronddraai- end onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden. e) Zorg dat u nooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt u het elektrisch gereedschap in on verwachte situaties beter onder controle houden. f) Zorg dat u geschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van be
wegende delen. Loshan gende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast komen te zitten in bewegende delen. g) Wanneer er voorzieningen zijn voor de aanslui- ting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt. h) Denk niet dat doordat u gereedschap vaak gebruikt, u wel weet hoe het allemaal werkt en dat u de veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbezonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specifieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert u de taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid ge- beurt waarvoor het apparaat is ontworpen. b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT schakelaar niet werkt. Ieder elek- trisch gereedschap dat niet kan worden in en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aanbrengt aan elektrische gereed- schappen, accessoires verwisselt of het elek- trisch gereedschap opbergt. Wanneer u zich aan deze preventieve veilig heidsmaatregelen houdt, beperkt u het risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. d) Berg elektrisch gereedschap dat niet in ge bruik is op buiten bereik van kinderen en laat perso- nen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de han- den van ongeoefende gebruikers.32
Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap. f) Zorg dat snij en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden.
Gebruik alle elektrische gereedschappen, ac- cessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereed- schap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgre- pen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onver- wachte situaties onmogelijk.
Laat uw gereedschap onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus die alleen gebruikmaakt van identieke vervangings- onderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de powertool intact blijft. SPECIFIEKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Veiligheidsinstructies voor tafelzagen
1) Aan de bescherming gerelateerde waarschu-
wingen a) Houd de beschermingen op z’n plaats. Bescher- mingen moeten functioneel zijn en op de juiste manier worden gemonteerd. Een bescherming die los is of niet correct functioneert, moet worden gerepareerd of vervangen. b) Altijd voor elke zaagbewerking de zaagbladbe- scherming en het spouwmes gebruiken. Voor zaagbewerkingen waarbij het zaagblad volledig door de dikte van het werkstuk snijdt, helpen de bescherming en andere veiligheidsvoorzienin
gen bij het verminderen van het risico op letsel. c) Na het voltooien van een zaagbewerking die niet volledig het werkstuk zal doorsnijden, zoals bij het maken van een sponning, het opnieuw zagen of het aanbrengen van groeven, dient het spouwmes terug in de uitgeschoven stand omhoog ingesteld te worden. Als het spouwmes in de uitgeschoven stand omhoog staat inge
steld, dient de zaagbladbescherming opnieuw bevestigd te worden. De bescherming en het spouwmes helpen bij het verminderen van het risico op letsel. d) Zorg ervoor dat het zaagblad niet in contact komt met de bescherming, het spouwmes of het werkstuk voordat de schakelaar in de stand Aan wordt ingeschakeld. Onopzettelijk contact van deze items met het zaagblad kan een gevaarlijke situatie veroorzaken. e) Het aanpassen van het spouwmes zoals beschreven in deze handleiding. Onjuiste afstanden, positionering en uitlijning kunnen het spouwmes ineffectief maken bij het verminde- ren van de waarschijnlijkheid van het optreden van een terugslag. f) Om het spouwmes werkzaam te laten zijn, moet het actief in het werkstuk zijn aangebracht. Het spouwmes zal ineffectief zijn als werkstukken gezaagd moeten gaan worden die te kort zijn voor een bewerking met het spouwmes. Onder deze omstandigheden kan een terugslag niet door het spouwmes worden voorkomen. g) Gebruik van het voor het spouwmes geschikte zaagblad. Opdat het spouwmes op de juiste manier kan functioneren, moet de diameter van het zaagblad overeenkomen met het daarvoor geschikte spouwmes. Bovendien dient de be- huizing van het zaagblad dunner te zijn dan de dikte van het spouwmes en dient de zaagbreed- te van het zaagblad breder te zijn dan de dikte van het spouwmes.
2) Waarschuwingen - Zaagprocedures
a) GEVAAR: Nooit de vingers of handen in de buurt of in de richting van het zaagblad positioneren. Een moment van onoplettendheid of het slippen kan de hand in de richting van het zaagblad ver- plaatsen en tot ernstig persoonlijk letsel leiden. b) Voer het werkstuk in het zaagblad in, of alleen tegen de rotatierichting. Het invoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de rotatie vanNL
het zaagblad boven de tafel, kan tot gevolg hebben dat het werkstuk evenals uw hand in het zaagblad wordt getrokken. c) Gebruik nooit de verstekgeleider om tijdens het parallel aan de nerf zagen, het werkstuk in te voeren en gebruik de langsgeleider niet als een lengtestop tijdens het schuin zagen met de verstekgeleider. Het tegelijkertijd begeleiden van het werkstuk met de langsgeleider en de verstekgeleider verhoogt de waarschijnlijkheid van het vastlopen van het zaagblad en een terugslag. d) Houd tijdens het parallel aan de nerf zagen het werkstuk volledig in contact met de geleider en zorg ervoor dat de invoerkracht van het werk
stuk altijd tussen de geleider en het zaagblad wordt toegepast. Gebruik een duwstok als de afstand tussen de geleider en het zaagblad minder is dan 150 mm en gebruik een duwblok als de afstand minder is dan 50 mm. ‘Werkhulp- middelen’ zullen uw hand op een veilige afstand van het zaagblad houden. e) Uitsluitend de door de fabrikant geleverde duw- stok gebruiken of een duwstok die is gemaakt in overeenstemming met de instructies. Deze duwstok biedt voldoende afstand van de hand ten opzichte van het zaagblad. f) Nooit een beschadigde of gezaagde duwstok gebruiken. Een beschadigde of gezaagde duw- stok kan breken, als gevolg waarvan uw hand in het zaagblad kan raken. g) Nimmer een bewerking ‘uit de vrije hand’ uitvoeren. Gebruik altijd de langsgeleider of de verstekgeleider om het werkstuk te positione- ren en te geleiden. ‘Uit de vrije hand’ wil zeggen dat u uw handen gebruikt om het werkstuk te ondersteunen of te begeleiden, in plaats van een langsgeleider of verstekgeleider. Het uit de vrije hand zagen heeft een foutieve uitlijning, het vastlopen van de zaag en terugslag tot gevolg. h) Nooit om of over een roterend zaagblad reiken. Het reiken naar een werkstuk kan tot onopzette- lijk contact met het bewegende zaagblad leiden.
i) Zorg bij lange en/of brede werkstukken voor
extra ondersteuning aan de achterkant en/of zijkanten van het werkstuk, om de werkstuk- ken waterpas te houden. Een lang en/of breed werkstuk heeft de neiging om langs de rand van de tafel te ‘zwenken’, als gevolg waarvan de controle over het werkstuk verloren gaat, het zaagblad vastloopt en een terugslag kan optreden. j) Voer het werkstuk geleidelijk in. Het werkstuk niet buigen, draaien of van links naar rechts bewegen. Als het werkstuk vastloopt, dient het gereedschap direct uitgeschakeld te worden, dient de stekker uit het stopcontact genomen te worden en dient vervolgens het probleem verholpen te worden. Het door het werkstuk vastlopen van het zaagblad kan een terugslag veroorzaken of de motor uitschakelen. k) Geen stukjes afgezaagd materiaal verwijderen als de zaag nog draait. Het materiaal kan tussen de geleider of de binnenkant van de zaagblad- bescherming beklemd raken als gevolg waarvan uw vingers in het zaagblad getrokken kunnen worden. Schakel de zaag uit en wacht totdat het zaagblad volledig stilstaat voordat materiaal wordt verwijderd. l) Gebruik een additionele langsgeleider die in contact staat met het tafelblad als werkzaam- heden zoals het parallel aan de nerf zagen van werkstukken met een dikte minder dan 2 mm worden uitgevoerd. Een dun werkstuk kan onder de langsgeleider raken en een terugslag veroorzaken.
3) Oorzaken van een terugslag en hieraan gerela-
teerde waarschuwingen Een terugslag is een plotseling optredende reactie van het werkstuk als gevolg van een bekneld of ge- blokkeerd zaagblad of een onjuist uitgelijnde zaags- nede in het werkstuk ten opzichte van het zaagblad, of als een deel van het werkstuk vastloopt tussen het zaagblad en de langsgeleider of een ander bevestigd voorwerp. Bij een terugslag komt het vaak voor dat het werk- stuk van de tafel omhoog komt, bij het achterste gedeelte van het zaagblad en vervolgens in de richting van de gebruiker wordt geslingerd. Terugslag is een gevolg van misbruik van de zaag en/of onjuiste procedures of omstandigheden en kan worden voorkomen door de juiste voorzorgs- maatregelen te nemen zoals hieronder aangegeven. a) Nooit direct in dezelfde richting als het zaag- blad staan. Positioneer uw lichaam altijd aan dezelfde kant van het zaagblad als de geleider.34
Een terugslag kan het werkstuk met hoge snel- heid wegslingeren in de richting van de persoon die vóór en in de richting van het zaagblad staat. b) Nooit over het zaagblad reiken of aan de achter- zijde van het zaagblad om het werkstuk te trek- ken of te ondersteunen. Onopzettelijk contact met zaagblad kan optreden of een terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken. c) Nooit het te zagen werkstuk vasthouden of tegen het roterende zaagblad duwen. Het te za- gen werkstuk tegen het zaagblad duwen zal het vastlopen of een terugslag tot gevolg hebben. d) Lijn de geleider uit zodat het parallel met het zaagblad is. Een niet correct uitgelijnde geleider heeft tot gevolg dat het zaagblad, het werkstuk zal vastklemmen en een terugslag veroorzaakt. e) Gebruik bij het maken van niet volledig door- gezaagde bewerkingen, zoals bij het maken van een sponning, het opnieuw zagen of het aanbrengen van groeven, een veerdrukbord om het werkstuk tegen de tafel en geleider te geleiden. Een veerdrukbord helpt bij het onder controle houden van het werkstuk in geval van een terugslag. f) Zorg voor extra aandacht als een zaagbewer- king in onzichtbare gebieden of samengestelde werkstukken wordt gemaakt. Het doorstekende zaagblad kan objecten doorzagen, wat een terugslag kan veroorzaken. g) Ondersteun grote platen om het risico op een terugslag als gevolg van een vastklemmend zaagblad te verminderen. Grote panelen hebben de neiging om onder hun eigen gewicht door te buigen. Ondersteuningen moeten worden aangebracht onder alle delen van de panelen die over het tafelblad hangen. h) Zorg voor extra aandacht tijdens het zagen van een verdraaid of vervormd werkstuk of een werkstuk dat is voorzien van knoesten of geen rechte rand heeft, zodat het niet langs een verstekgeleider of geleider kan worden toegevoerd. Een verdraaid, vervormd werkstuk of een werkstuk dat is voorzien van knoesten, is onstabiel en kan een onjuiste uitlijning van de zaagsnede in relatie tot het zaagblad, het vastlopen of een terugslag tot gevolg hebben.
i) Nooit meer dan een enkel werkstuk tegelij-
kertijd zagen, niet verticaal noch horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan een of meerdere werkstukken tegelijkertijd oppakken en een terugslag veroorzaken. j) Als u de zaag met het zaagblad in het werkstuk opnieuw start, houdt het zaagblad dan gecen- treerd in de snede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastzitten. Als het zaagblad vast- klemt, kan het werkstuk bij het opnieuw starten van de zaag omhoog komen en een terugslag veroorzaken. k) Houd de zaagbladen schoon, scherp en goed in- gesteld. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Scherpe en op de juiste manier ingestelde zaag- bladen verminderen het vastlopen, uitschakelen en terugslag.
4) Tafelzaag - Waarschuwingen in het kader van de
werkwijze a) Schakel de tafelzaag uit en neem de stekker uit het stopcontact als de tafelinzet wordt verwijderd, het zaagblad wordt vervangen, het spouwmes of de zaagbladbescherming wordt aangepast en als de machine zonder toezicht zal zijn. Voorzorgsmaatregelen zullen incidenten voorkomen. b) Een geactiveerde tafelzaag nooit zonder toe- zicht achterlaten. De tafelzaag uitschakelen en het gereedschap nooit achterlaten totdat het volledig is gestopt. Een geactiveerde tafelzaag zonder toezicht is een ongecontroleerd gevaar. c) Plaats de tafelzaag in een goed verlichte ruimte, waar u te allen tijde een goede stand en balans kunt behouden. Het moet in een omgeving wor- den geplaatst waarin voldoende ruimte wordt geboden om het formaat van uw werkstuk ge- makkelijk te hanteren. Krappe, donkere ruimtes en niet-egale, gladde vloeren nodigen uit tot het optreden van ongelukken. d) Regelmatig zaagsel onder de zaagtafel en/of uit stofopvangmechanismen verwijderen en schoonmaken. Verzameld zaagsel is ontvlam- baar en kan tot zelfontbranding leiden. e) De tafelzaag moet stevig worden vastgezet. Een tafelzaag die niet stevig vast werd vastgezet, kan verplaatsen of kantelen. f) Verwijder gereedschap, houtsnippers enz. van de tafel voordat de tafelzaag wordt ingescha- keld. Afleiding of een potentieel blokkeren kan gevaarlijk zijn. g) Gebruik altijd zaagbladen met de juiste maat en vorm (ruitvormig versus rond) van de opname- boorgaten. Zaagbladen die niet passen bij de montering van de zaag zullen excentrisch draai- en waardoor u de controle kunt verliezen.NL
h) Gebruik nooit beschadigde of onjuiste montage- hulpmiddelen van het zaagblad, zoals flenzen, sluitringen van het zaagblad, bouten of moeren. Deze montagehulpmiddelen werden speciaal voor uw zaag ontwikkeld, voor een veilige wer- king en een optimale prestatie.
i) Nooit op de tafelzaag staan, gebruik het niet als
een trapje. Als het gereedschap kantelt of als het zaaggereedschap onopzettelijk wordt aan- geraakt, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben. j) Controleer of het zaagblad correct is gemon- teerd zodat het in de juiste richting draait. Gebruik geen schuurschijven, staalborstels of slijpschijven op een tafelzaag. Het onjuist monteren of gebruiken van een zaagblad of accessoires wordt niet aanbevolen omdat dit ernstig letsel tot gevolg kan hebben Attentie! Om bij het gebruik van elektrisch gereed- schap u te beschermen tegen elektrische schokken, schade en brand moeten de volgende basis veilig- heidsmaatregelen worden nageleefd. Zorg ervoor dat u alle instructies leest voordat u het elektrische gereedschap gaat gebruiken, bewaar de veilig- heidsinstructies zorgvuldig voor later gebruik.
1. Houd uw werkplek schoon en opgeruimd
- Een rommelige werkplek kan leiden tot onge- wenste ongelukken.
2. Denk aan invloeden van de omgeving.
- Stel het elektrische gereedschap niet bloot aan regen.
- Gebruik het elektrische gereedschap niet in een vochtige en natte omgeving.
- Zorg er voor dat uw werkruimte voldoende verlicht is.
- Gebruik het elektrische gereedschap niet in een omgeving waar sprake is van brand of explosie gevaar.
3. Om jezelf te beschermen tegen een elektrische
- Vermijd lichamelijk contact met geaarde delen(- bijvoorbeeld leidingen, radiatoren, elektrische fornuizen, koelkasten enz.)
4. Houd andere mensen uit de buurt.
- Houd andere mensen en vooral kinderen uit de buurt van uw werkplek.
5. Berg ongebruikt gereedschap veilig op.
- Ongebruikt gereedschap dient te worden afge- sloten of opgeslagen op een plaats die droog en buiten bereik van kinderen is.
6. Overbelast uw elektrische gereedschap niet.
- U werkt beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
7. Gebruik het juiste gereedschap.
- Gebruik geen machines met een laag vermogen voor zwaar werk.
- Gebruik elektrisch gereedschap alleen voor de doeleinden waar ze voor bedoeld zijn. U kunt bijvoorbeeld geen boomstronken of een boom
stammen zagen met een handzaag.
- Als u buiten werkt word antislip schoeisel aan- bevolen.
- Draag een haarnetje met lang haar.
9. Gebruik beschermende uitrusting
- Draag een veiligheidsbril
- Bij werk waar stof vrij komt, gebruik dan een mondkapje.
10. Sluit het afzuigsysteem aan.
- Als het afzuigsysteem en de stofopvangzak beschikbaar zijn, sluit deze dan correct aan.
11. Gebruik de kabel niet voor doeleinden waar het
niet voor bedoeld is.
Gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe randen.
12. Klem het gereedschap.
- Gebruikklemen of een bankschroef om het ge- reedschap vast te klemmen. Het is veiliger dan het vast te houden met uw handen.
13. Vermijd een abnormale lichaamshouding
- Het zorgt voor stabiliteit en behoud je balans.
. Gebruik en onderhoud uw gereedschap met zorg.
- Houd de zaagbladen schoon en scherp dit verzekerd dat u beter en veiliger kunt werken.
- Volg de smeer en gereedschap wissel instruc- ties.
- Controleer de voedingskabel van de machine regelmatig, en laat een gekwalificeerde expert schades herstellen.
- Controleer de verlengsnoeren regelmatig en vervang de kabels als ze beschadigd zijn.
- Houd de handgrepen schoon, droog en vrij van vet en olie.
15. Haal het gereedschap uit het stopcontact.
- Als u geen gebruik maakt van het gereedschap, wanneer u onderhoud wilt uitvoeren en wan- neer u opzetstukken wil wisselen, zoals messen boren en frezen.36
16. Laat de instel sleutel niet in het gereedschap
- Controleer dat de instel sleutel en ander gereedschap verwijderd zijn, voordat u de ma- chine aanzet.
17. Vermijd onbedoeld aanzetten van het apparaat.
- Controleer dat tijdens het aansluiten van de machine in het stopcontact dat het apparaat uit staat.
18. Gebruik van de verlengsnoeren buitenshuis.
- Zorg er voor dat de juiste en goedgekeurde verlengsnoeren worden gebruikt bij het buiten gebruiken van elektrisch gereedschap. AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
1. Bij gebruik van zaagbladen met hardmetalen
tanden is het aangeraden bladen met nega- tieve of matig positieve snijhoek te gebruiken. Gebruik geen zaagbladen met diep uitgesneden tanden. Deze kunnen de beschermkap grijpen.
2. Opgepast: Monteer eerst zorgvuldig alle
onderdelen alvorens het werk te starten. Volg de procedure zoals aangegeven.
3. Indien u niet vertrouwd bent met het gebruiken
van een dergelijke machine, kunt u zich beter eerst laten inlichten door vaklui, een instructeur of door een technicus.
4. Altijd het werkstuk stevig tegen de zaaggeleider
klemmen of aandrukken, alvorens u de bewer- king uitvoert. Het gebruik van alle mogelijke kleminrichtingen heeft de voorkeur boven het gebruik met de handen.
5. Belangrijk: Wordt er bij de uit te voeren bewer-
king met de hand vastgehouden, gebruik dan een minimale afstand van 100 mm van het zaagblad.
6. Druk het werkstuk altijd tegen de tafel.
7. Houd het zaagblad scherp en controleer regel-
matig of het vrij ronddraait zonder abnormale trillingen. Vervang het zaagblad indien mogelijk.
8. Laat de machine vrij draaien tot het maximum
toerental bereikt is, voordat met de bewerking wordt begonnen.
9. Onderhoud de luchtinlaten aan de achterkant en
de onderkant van de tafelzaagmachine en elek- tromotor, dit voor het behoud van de machine. Stofophopingen dienen te worden vermeden.
10. Vergrendel steeds de verschillende graden-
instellingen voordat u begint met het bewerken.
11. Koop alleen aangepaste zaagbladen met een
toerental van minimaal 6000 t.p.m.
12. Maak alleen gebruik van het juiste zaagblad.
Te kleine of te grote zaagbladen zijn uitermate gevaarlijk.
. Inspecteer regelmatig het zaagblad op eventuele mankementen. Vervang het zaagblad indien nodig.
14. Ontvet het nieuwe zaagblad en reinig de flenzen
voordat u het nieuwe blad monteerd. Monteer het blad daarna in de juiste richting en trek de flenzen hard aan door middel van de centrale bout.
15. Alleen originele flenzen gebruiken. Alle anderen
zijn niet aangepast.
16. Werk nooit zonder de beschermkap van het
17. Ook het bewegende gedeelte van de bescherm-
kap dient gemonteerd te blijven.
18. Het zaagblad nooit smeren terwijl het draait.
19. Altijd de handen verwijderd houden uit het
traject van het zaagblad.
20. Nooit een werkstuk oprapen door met de han
den langs,of achter het zaagblad te grijpen.
21. Zorg dat het werkstuk nooit tegen het zaagblad
aankomt, voordat de machine aangezet is.
22. Bewerk nooit metaal of steensoorten met deze
23. Gebruik steunmiddelen om lange werkstukken
24. Gebruik de machine nooit in een gevaarlijke
omgeving, daar waar ontbrandbare gassen of vloeistoffen aanwezig zijn.
Nooit de machine onbeheerd achterlaten zonder deze eerst van het stroomnet te ontkoppelen.
26. Hoort u abnormale geluiden, probeer deze dan
op te sporen of breng de machine naar een erkend installateur of reparatiebedrijf.
27. Als een onderdeel gebroken of beschadigd is,
vervang of repareer dit onmiddellijk.
28. Plaats uzelf nooit in het traject van het zaagblad
maar ga links of rechts van de zaagtafel staan.
29. De handen moeten eveneens naast het traject
van het zaagblad geplaatst worden.
Duw het te zagen materiaal altijd met een pushs- tick langs de zaag, gebruik nooit uw handen.
31. Plaats het hout altijd aan de voorzijde van de
zaagtafel en duw het dan verder naar achteren.
Bij verstekzagen gebruikt men enkel de regelba- re geleider en verwijdert men de langsgeleider.
33. Gebruik nooit de langsgeleider als lengtemaat
bij het afkorten van balken.
Bij blokkage van het zaagblad: eerst het toestel uitschakelen voordat u het defect gaat verhelpen.NL
35. Vermijd dat werkstukken in uw richting terugge-
- Steeds scherpe zaagbladen te gebruiken.
- Niet zagen van te kleine werkstukken.
- Nooit los laten van uw werkstuk voordat het volledig door de zaag is geduwd.
- De geleider steeds paralel aan het zaagblad instellen.
- Nooit de zaagbeveiliging wegnemen.
36. Zorg voordat u het zaagwerk hervat, dat u
stevig staat en dat de handen in de gewenste positie staan.
37. Gebruik nooit verdunningsmiddelen om de
machine te reinigen. Gebruik voor het reinigen enkel een vochtige doek.
38. Gebruik geen beschadigde of vervormde zaag-
39. Vervang een versleten tafelinlegstuk.
40. Gebruik alleen door fabrikant voorgeschreven
zaagbladen geschikt voor hout of vergelijkbaar materiaal volgens EN 847-1.
41. Gebruik voor elke te zagen materiaalsoort het
42. Sluit uw tafelzaag tijdens het zagen altijd op
een afzuiginstallatie aan.
43. Zorg dat het spouwmes altijd goed is afgesteld.
44. Stel de afscherming van het zaagblad altijd
45. Wees voorzichtig bij het maken van gleuven.
Let er bij het wisselen van het zaagblad op dat de zaagbreedte niet kleiner en de bladdikte van het zaagblad niet groter is dan de dikte van het spouwmes. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen:
- Gehoorbescherming om het risico van gehoor- beschadiging te verkleinen
- Bescherming van de ogen
- Mondkapje om het risico van schadelijk stof tegen te gaan
- Handschoenen bij het hanteren van de messen en de ruwe materialen Waarschuwing! Gebruik geen HSS zaagbladen.
Steek de push-stick bij niet gebruik in de houder.
- Gebruik een push-stick om het werkstuk voorbij het zaagblad te duwen. Waarschuwing! Gebruik de zaag niet voor sponningen of groeven.
- Gebruik uitsluitend zaagbladen, met een maxi- mumsnelheid van tenminste de snelheid van de zaagmachine dat geschikt is voor het te zagen materiaal.
Tijdens het transport, moet het bovenste deel van het zaagblad worden beschermd door de kap. De machine onmiddellijk uitzetten bij:
- Rook of stank van verschroeide isolatie. Elektrische veiligheid Controleer altijd of de spanning van de stroomtoevoer overeenkomt met de spanning op het typeplaatje.
- Gebruik de machine niet indien het netsnoer of de netstekker zijn beschadigd.
- Als het vervangen van het netsnoer nodig is, moet dit worden gedaan door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger om gevaar voor de veiligheid te voorkomen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die geschikt zijn voor het vermogen van de machine met een minimale dikte van 1,5 mm
. Indien u een verlengkabelhaspel gebruikt, rol dan altijd de kabel volledig uit. Voeding
De motor is uitgerust met een overbelastings- schakelaar. Wanneer de tafelzaag overbelast, schakelt de overbelastingsschakelaar de com- pressor automatisch uit om deze te beschermen tegen oververhitting. Wanneer de overbelas- tingsschakelaar inschakelt, schakel de tafelzaag dan uit met de AAN/UIT schakelaar (8), totdat de tafelzaag is afgekoeld. Druk hierna op de AAN/ UIT schakelaar (8) en herstart de tafelzaag.
2. TECHNISCHE INFORMATIE
Bedoeld gebruik Dit elektrische gereedschap is bedoeld als stationare machine voor het maken van langs en38
dwarszaagsnedes in zacht en hard hout dat vrij is van vervuiling als spijkers, schroeven en beton. TECHNISCHE SPECIFICATIES Model nr TS502AC Spanning 220-240V~ Frequentie 50 HzVermogen 1500WOnbelaste snelheid 5000/minHoek voor afschuinen 0° <> +45°Zaagblad specificaties: Diameter Bladdikte Zaagbreedte Asgatdiameter Aantal tandenØ 210 mm1,8 mm2,8 mmØ 30 mm 40T Max. Zaagcapaciteit 0° 70 mmMax. Zaagcapaciteit 45° 50 mmDikte spouwmes2,0 mmGewicht 10,1 kgLpa (Geluidsdruk) 99,6 +3 dB(A)Lwa (Geluidsvermogen) 112,6 +3 dB(A) De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) zijn geme- ten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken; De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) mogen ook worden gebruikt bij een voorlopige beoordeling van de blootstelling. De geluidsemissie tijdens het daadwerkelijke gebruik van het elektrisch gereed- schap kan verschillen van de opgegeven waarden, afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name het soort werkstuk dat wordt bewerkt; De bediener moet veiligheidsmaatregelen iden- tificeren om de bediener te beschermen die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling in de werkelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de bedrijfscyclus, zoals de tijden waarop het gereedschap is uitge- schakeld en wanneer het stationair draait in naast de triggertijd). BESCHRIJVING De nummers in de tekst verwijzen naar de diagram- men op pagina 2-6.
2A. Parallelle geleider 2B. Geleiderverlengstuk 2C. Vleugelmoeren
3. Liniaal voor parallelgeleider
8. Aan/Uit-schakelaar
9. 2-in-1 afstellingshandgreep
12. Liniaal voor zaaghoek
13. Opslaghouder voor kabel
16. Aansluiting stofafzuiging
20. Rubberen voeten (4 st.)
21. Aansluiting stofzuiger
22. Bevestigingsschroef
23. Wagen-type bouten met moeren
De rubberen voetjes installeren (Afb. A)
- Monteer de bout op de rubberen voet.
- Schuif de bout met rubberen voet door de gaten in de hoek van de behuizing.
- Draai de moer vast op de bout van de rubberen voet.
- Herhaal dit voor elke hoek van de behuizing. Montage van het spouwmes (Afb. A, D)
- Verwijder met een schroevendraaier het inzet- stuk (19) uit de tafel (Afb. G1).
- Draai de bevestigingsschroef los (22) (Afb. D1)
- Breng het spouwmes omhoog tot de diepte tussen de zaagtafel en de bovenste rand van het spouwmes ongeveer 110 mm is (Afb. D2)
De afstand tussen het spouwmes en de getande rand van het zaagblad moet 3 tot 5 mm zijn (Afb. D3).
- De punt van het spouwmes mag niet meer dan 5 mm onder de tandpunt zijn, zoals wordt getoond in Afb. D3.NL
Bevestiging van de beschermkap (Afb. D4)
Draai het zaagblad geheel naar boven (instructies voor afstelling van de hoogte, zie hoofdstuk 4)
- Trek aan de knop (17) van de beschermkap (5) en plaats deze over het spouwmes (18), terwijl u de knop ingetrokken houdt.
- Laat de knop los en let erop dat de pen in het gat schuift.
- Zet de beschermkap vast door de knop vast te draaien. Montage van de stofafzuiging (Afb. E)
- Montage van de stofafzuiging zoals wordt getoond in Afb. E.
- Bevestig de stofzuiger aan de stofzuigeraanslui- ting (21) (Afb. E). Bevestiging van de parallelle geleider (Afb. F)
- Bevestig de parallelle geleider (2A) aan de rechterzijde van het zaagblad op de tafel.
- Vergrendel de geleider door de handgreep (Afb. F) omlaag te duwen. Bevestiging van de parallelle geleiderhouder (Afb. I) De parallelle geleider kan met behulp van de houderclips (24) worden opgeborgen. Monteer de houderclips (24) met wagen-type bouten en moeren (23). De houders kunnen worden gemonteerd, als getoond in Afb J1 of als wordt getoond in Afb J2. Bevestiging van de verstekgeleider (Afb. A)
- Schuif de geleider in de sleuf van de tafel, aan de linkerzijde van het zaagblad Afb. A
- De positie van de verstekgeleider kan worden aangepast door de vleugelbouten (15) los te draaien en daarna weer vast te draaien. Montage of verwisseling van het zaagblad (Afb. G) Haal eerst de stekker uit het stopcontact, voordat het zaagblad gemonteerd of vervangen wordt. De pijl op het zaagblad geeft de draai richting aan. Deze moet naar dezelfde richting wijzen als de pijl op de machine, de tanden van het zaagblad moeten naar beneden wijzen aan de voorkant van de zaag.
- Verwijder met een schroevendraaier het inzet- stuk (19) uit de tafel (Afb. G1).
- Draai het zaagblad geheel omhoog. (Instructies voor afstelling van de hoogte, zie hoofdstuk 4)
- Draai de moer los met de steeksleutels (14) (Afb. G2)
- Verwijder de moer en de buitenste flens van de as van het zaagblad. (Afb. G3)
- Schuif het oude zaagblad over de as van het zaagblad en zet een nieuw zaagblad op de as.
Zet de buitenste flens terug en voeg de moer toe.
- Zet de moer vast met de steeksleutels.
- Zet het inzetstuk terug in de tafel en zet de schroef vast.
Aan-/Uitschakelen (Afb. A)
- Zet de machine in werking door de schakelaar in stand ‘1’ te zetten.
U stelt de machine buiten werking door dezelfde schakelaar in stand ‘0’ te drukken
- Houd altijd de stroomkabel weg bij bewegende onderdelen. Overbelastingsbeveiliging (Afb. B) Dit elektrische gereedschap is uitgerust met een overbelastingsbeveiliging (25). Als de overbelastings- beveiliging werd gestart, gaat u als volgt te werk:
- Koppel het elektrische gereedschap los van de netstroom.
- Laat het elektrische gereedschap afkoelen.
- Controleer het elektrische gereedschap zorgvul- dig op mogelijke schade.
- Laat schade repareren voordat u het elektrische gereedschap opnieuw start.
- Sluit het elektrische gereedschap aan op de netstroom.
- Druk op de overbelastingsschakelaar (25)(Fig.B).
- Schakel het elektrische gereedschap als om- schreven in en start uw werk. Met de 2-in-1 handgreep de hoek en de hoogte van het zaagblad afstellen (Afb. A) De hoogteafstelling gebruiken
- U brengt het zaagblad omhoog door de hand- greep (9) naar rechts te draaien
- U brengt het zaagblad omlaag door de hand- greep naar links te draaien
Let erop dat het zaagblad altijd ongeveer 2mm hoger afgesteld staat dan de totale dikte van het te zagen materiaal.40
De hoekafstelling gebruiken (Afb. G4)
- Draai de knop (10) wat los.
- Druk de handgreep (9) naar de machine en draai naar links als u de hoek van het zaagblad wilt afstellen.
- Zet de knop (10) vast. De parallelle geleider gebruiken (Afb A, F, J1, J2) De parallelle geleider (2A) is voorzien van een ge- leiderverlengstuk (2B). Het geleiderverlengstuk kan op twee verschillende manieren worden gebruikt, afhankelijk van de dikte van het hout. Voor dikker hout moet het geleiderverlengstuk (2B) worden gemonteerd als wordt getoond in afbeelding J1. Voor dunner hout moet het geleiderverlengstuk (2B) worden gemonteerd als wordt getoond in afbeelding J2.
- Vergrendel de geleider door de handgreep (Afb. E) omhoog te duwen.
- Draai de vleugelmoeren (2C) wat los.
- Verwijder het geleiderverlengstuk (2B) van de parallelle geleider (2A) door het van de parallel- le geleider te schuiven.
Draai het geleiderverlengstuk in de gewenste stand en schuif het terug op de parallelle geleider.
- Draai de vleugelmoeren (2C) vast. Werkinstructies Er zijn twee zaagmethoden:
- In de lengte zagen (Afb. H1) Het werkstuk in de richting van de nerf van het hout zagen
- Afkorten of afzagen, met de verstekgeleider (Afb. H2) Het werkstuk overdwars afzagen Bij beide zaagmethoden is het zaak steeds gebruik te maken van een van de geleiders. Zaag dus nooit zonder geleider! Pas op! Voordat u met zagen begint, controleer eerst het volgende:
1. Zit het zaagblad vast?
Staat de langsgeleider parallel met het zaagblad?
4. Werkt de beschermkap correct?
5. Draagt u een veiligheidsbril?
6. Loopt het zaagblad nergens aan?
Het is absoluut noodzakelijk deze punten in acht te nemen voordat u aan het werk gaat! Langszagen
- Blokkeer de langsgeleider op de juiste maat- positie en verwijder de afkortgeleider uit de tafelslede.
- Druk het hout licht naar de tafel toe en laat het tegen de afkortgeleider aanglijden. Blijf minimaal 3 cm van de voorkant van het zaagblad weg alvorens u de motor aanzet. De kant van het hout dat tegen de langsgeleider licht moet helemaal recht zijn. Houd de handen minstens 10 cm. weg uit het te volgen zaagspoor.
- Zet de motor aan en wacht tot het zaagblad het maximum toerental heeft bereikt voordat u met het zaagwerk begint.
- Terwijl u het hout tegen de tafel en langsge- leider drukt, kunt u het hout zachtjes door het zaagblad schuiven zonder te forceren.
Trek nooit het werkstuk terug naar achteren. Indien nodig, schakel dan eerst de motor uit ZONDER de positie van het werkstuk te wijzigen. Langszagen bij (verticaal) verstek Deze methode is praktisch hetzelfde, behalve dat het zaagblad in de gewenste hoek wordt gebracht. Bij dit soort methoden mag de langsgelei- der uitsluitend langs de rechterkant van het zaagblad staan. Langszagen van smalle werkstukken Ga ervan uit dat deze bewerking uitermate gevaarlijk is. Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen en duw het werkstuk steeds door (tot achter het zaagblad) met een pushstick in plaats van met de hand. Dwarszagen
- Verwijder de langsgeleider en breng de dwarsge- leider in de rechterslede aan.
- Regel de hoogte van het zaagblad (zie langsza- gen).
- Druk het werkstuk tegen de dwarsgeleider en houd minstens 2,5 cm afstand van de voorkant van het zaagblad.NL
- Zet de motor aan en wacht tot het maximum toerental bereikt is.
- Druk het werkstuk tegen de geleider en de tafel. Schuif het hout zachtjes door het zaagblad. Ga door tot achter het zaagblad. Zet daarna de motor af en houd deze positie aan totdat het zaagblad volledig stilstaat voordat u het hout wegneemt.
- Trek nooit het hout terug. Indien nodig, zet de motor dan af en houd de positie vast totdat het zaagblad volledig stilstaat. Dwarszagen bij verticaal verstek Deze methode is praktisch hetzelfde, behalve dat het zaagblad in de gewenste hoek wordt gebracht. Plaats de dwarsgeleider uitsluitend aan de rechterzijde van het zaagblad. Nooit te kleine stukken hout zagen. Gebruik nooit de handen om moeilijke operaties uit te voeren. Dwarszagen bij horizontaal verstek Bij deze methode is het zaak dat men nu de dwars- geleider in de gewenste hoek blokkeert. Houd het werkstuk krachtig tegen de dwarsgeleider en de tafel gedrukt voordat u begint met afkorten. De tafelzaag vervoeren Voordat de tafelzaag veilig vervoerd kan worden moeten de volgende stappen worden uitgevoerd:
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Draai hendel (9) (Fig B) tegen de klok in en draai het zaagblad zoveel als mogelijk naar beneden.
- Verwijder alle accessoires die niet stevig aan de machine kunnen worden vastgezet. Plaats ongebruikte zaagbladen indien mogelijk in een afgesloten container voor transport:
- Wikkel het netsnoer op en bind het vast.
- Voor het optillen of transporteren, de hoofdtafel (1) dragen (Fig. A). De bankzaag moet altijd door twee personen worden gedragen om rugletsel te voorkomen.
Zorg dat de machine niet onder spanning staat wanneer onderhouds werkzaam heden aan het mechaniek worden uitgevoerd. Reinig de machinebehuizing regelmatig met een zachte doek, bij voorkeur iedere keer na gebruik. Zorg dat de ventilatiesleuven vrij van stof en vuil zijn. Gebruik bij hardnekkig vuil een zachte doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen oplosmid- delen als benzine, alcohol, ammonia, etc. Dergelij- ke stoffen beschadigen de kunststof onderdelen. MILIEU Defecte en/of afgedankte elektrische of elektronische gereedschappen dienen ter verwerking te worden aangeboden aan een daarvoor verantwoordelijke instantie. Uitsluitend voor EG-landen Werp elektrisch gereedschap niet weg bij het huisvuil. Conform de Europese Richtlijn 2012/19/ EG voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur en de implementatie ervan in nationaal recht moet niet langer te gebruiken elektrisch gereedschap gescheiden worden verzameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt. GARANTIE VONROC producten zijn ontworpen volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden en gegarandeerd vrij van defecten, zowel materieel als fabrieksfouten, tijdens de wettelijk vastgestelde garantieperiode vanaf de eerste aankoopdatum. Mocht het product tijdens deze periode gebreken vertonen veroorzaakt door defecte materialen en/of fabrieksfouten, neem dan rechtstreeks contact op met VONROC. De volgende situaties vallen niet onder de garantie:
- Er zijn reparaties of aanpassingen aan de machine uitgevoerd, of er is een poging daartoe ondernomen, door een nietgeautoriseerd ser- vicecentrum.
- De machine is misbruikt, verkeerd gebruikt of slecht onderhouden.
- Er zijn niet-originele reserveonderdelen gebruikt Dit vormt de enige garantie opgesteld door het be- drijf zowel expliciet als impliciet. Er bestaan geen andere garanties expliciet of impliciet welke verder gaan dan deze garantie, inclusief impliciete garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor bepaalde doeleinden. In geen enkel geval kan42
VONROC aansprakelijk worden gesteld voor inci- dentele schade of gevolgschade. Reparaties van dealers zijn gelimiteerd tot de reparatie of vervan- ging van defecte producten of onderdelen. Het product en de gebruikershandleiding zijn onderhevig aan wijzigingen. Specificaties kunnen zonder opgaaf van redenen worden gewijzigd.
SimpelGids