Myway - Autostoel Kinderkraft - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Myway Kinderkraft in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Myway - Kinderkraft en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Myway van het merk Kinderkraft.
GEBRUIKSAANWIJZING Myway Kinderkraft
sito WWW.KINDERKRAFT.COM Tutti i diritti su questo documento appartengono interamente a 4Kraft Sp. z o.o. Qualsiasi uso non autorizzato contrario allo scopo previsto, in particolare: uso, copia, riproduzione, condivisione - in tutto o in parte senza il consenso di 4Kraft Sp. z o.o. può comportare conseguenze legali.92 Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u het autostoeltje voor het eerst gebruikt. Het waarborgen van de veiligheid van uw kind is uw verantwoordelijkheid, en wanneer u deze gebruiksaanwijzing niet leest, kan deze beïnvloed worden.
1. Overzicht van de autostoeltje-onderdelen (afb. 1)
A. Hoofdsteun B. Schouderbandgeleider (groep II en III) C. Schouderkussens D. Gesp van het harnas E. Harnasverstelknop F. Verstelhendel van de zitplaats G. Heupbandgeleider H. ISOFIX-verstelknop
I. Verstelband van de hoofdsteun
De autostoel is ontwikkeld voor kinderen in de gewichtsgroep van 0+ t/3 III, d.w.z. van de geboorte tot het lichaamsgewicht van 36 kg (tot de leeftijd van ca. 12 jaar). groep 0+ voor de kinderen tot 13 kg Het moet in het voertuig in de achterwaartse positie met 3-puntsveiligheidsgordel worden geïnstalleerd. Het is verplicht om de gebruiksaanwijzing van de voertuigfabrikant te lezen. Het kind is in de autostoel met behulp van het geïntegreerde harnas beveiligd. Gewichtsgroep I: 9 kg – 18 kg Het kan zowel voor- als achterwaarts in het voertuig worden geïnstalleerd. Het moet in het voertuig in de achterwaartse positie met 3-puntsveiligheidsgordel worden geïnstalleerd. In voorwaarts gerichte positie met ISOFIX-verankeringen en een bevestigingsband (Top Tether). Het is verplicht om de gebruiksaanwijzing van de voertuigfabrikant te lezen. Het kind is in de autostoel met behulp van het geïntegreerde harnas beveiligd. Gewichtsgroep II: 15 kg – 25 kg Gewichtsgroep III: 22 kg – 36 kg Bij kinderen in de groepen II en III (15 kg t/m 36 kg) moet de veiligheidsgordel van de autostoel worden verwijderd en het kind moet met 3-puntsveiligheidsgordel voor volwassenen of 3- puntsveiligheidsgordel voor volwassenen met extra ISOFIX-verankeringen worden vastgemaakt, zie punt 5.5. Het is verplicht om de gebruiksaanwijzing van de voertuigfabrikant te lezen.93
ECE Bevestiging van de autostoel Oriëntat ie van
Categorie Positie van de autostoe
puntsveiligheidsgordel voorwa arts Universeel
3. Veiligheidsinstructies
Neem enkele minuten om deze gebruiksaanwijzing te lezen om de veiligheid van het kind te waarborgen. Veel makkelijk te vermijden verwondingen worden door roekeloos en onjuist gebruik van de kinderautostoel veroorzaakt.
- GEBRUIK de kinderautostoel NIET op autozetels met actieve voorste airbag, het kan gevaarlijk zijn. Dit is niet van toepassing op zijdelingse airbags.
- Bij installatie van de kinderautostoel op de voorste zetel dient de airbag te worden uitgeschakeld. We adviseren om de stoel enkel op de achterbank te installeren. Tips over de geschiktheid van de zetel voor gebruik met een autostoel in de handleiding van de auto raadplegen.
- Alleen geschikt voor de installatie als de goedgekeurde voertuigen zijn uitgerust met een oprolmechanisme voor puntsveiligheidsgordel met een goedkeuring in overeenstemming met het UN/ECE-Reglement nr. 16 of gelijkwaardig.
- Zorg ervoor dat alle veiligheidsgordels die de autostoel aan het voertuig vastmaken, gespannen zijn, dat de gordels aan het lichaam van het kind zijn aangepast en dat de gordels/banden niet worden verdraaid.
- De kinderautostoel moet na hevige lasten tijdens een ongeval worden vervangen.
- Het autostoeltje mag niet worden aangepast.
- Stel de kinderautostoel niet langdurig bloot aan rechtstreeks zonlicht, anders kunnen de opgewarmde elementen tot brandwonden bij het kind leiden.
- Het kan gevaarlijk zijn uw kind zonder toezicht alleen te laten.94
- Zorg ervoor dat bagage en andere voorwerpen beveiligd worden, met name op de plank onder de achterruit, bij een aanrijding kunnen ze een letsel veroorzaken.
- De autostoel mag niet zonder bekleding worden gebruikt.
- Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aanbevolen reservebekleding, het maakt een integraal deel van het veiligheidssysteem voor kinderen uit.
- Het wordt aangeraden de gebruiksaanwijzing voor latere raadpleging te bewaren.
- Gebruik geen andere bevestigingspunten dan deze in de gebruiksaanwijzing en op het etiket van de kinderautostoel beschreven.
- Zorg ervoor dat de kinderautostoel ergens wordt bevestigd waar er geen harde voorwerpen en kunststof-onderdelen kunnen vastklemmen tussen portieren of verstelbare passagierszetels wanneer het stoeltje onder normale omstandigheden is gebruikt.
- Controleer regelmatig de technische staat van de harnasgordel, let met name op de bevestigingspunten, naden en verstelonderdelen.
- Stop met gebruik van de kinderautostoel wanneer zijn onderdelen beschadigd of los zijn.
- In noodgevallen is het belangrijk de veiligheidsgordel snel los te krijgen. Dit betekent dat de ontgrendelingsknop van de veiligheidsgordel niet volledig is beveiligd, zorg ervoor dat uw kind niet met de gesp speelt.
- De achterzijde van de kinderautostoel moet stevig aan de passagierszetel worden bevestigd. Zorg daarbij ervoor dat er geen ongewenste opening is tussen de rugleuning van de kinderautostoel en de rugleuning van de autozetel. Sommige autohoofdsteunen zijn een obstakel bij installatie van een kinderautostoel en moeten daarom eerst worden gedemonteerd.
- Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel correct door gordelgeleiding is gelegd. De gesp van de veiligheidsgordel moet onder de bandgeleider in de kinderautostoel zitten (de gesp mag de geleider niet aanraken). Bij twijfels hieromtrent contact met de fabrikant opnemen.
- Geef zelf het goede voorbeeld en klik je gordel altijd vast. Een niet met veiligheidsgordels vastgemaakte inzittende kan ook gevaar voor het kind zijn.
- Controleer voor elke rit dat het kinderautostoeltje is vastgemaakt.
- Het kinderautostoeltje moet worden vastgemaakt ook als het niet in gebruik is. Een niet bevestigd autostoel kan de inzittenden zelfs bij noodstop verwonden.
4. Het beveiligen van een kind
Het inzetstuk zorgt voor beter comfort en steun bij zeer kleine kinderen. Het is aangeraden het inzetstuk te gebruiken (afb. 4.1a) tot het kind een gewicht van 13 kg bereikt. Het is aangeraden een extra kussen te gebruiken (afb. 4.1b) tot het kind een gewicht van 9 kg bereikt.
4.2 Hoogte van de hoofdsteun
Trek de verstelband van de hoofdsteun, verhoog of druk de hoofdsteun naargelang de grootte van uw kind. (afb. 4.2a, 4.2b). De hoofdsteun kan in 10 verschillende posities worden versteld.95
- Bij gewichtsgroep I moet de juiste hoogte van de harnasgordels zo worden ingesteld dat de gordel in de rugleuning van de autostoel iets boven of gelijk met de schouders van het kind binnenkomt. Zorg ervoor dat de schouderbanden goed aan de schouders van het kind zijn aangepast.
- Bij gewichtsgroepen II en III moet de schouderband tussen de schouder en de hals van het kind lopen. De hoofdsteun moet goed aan het hoofd van het kind worden aangepast.
4.3 Verstelmechanisme van de rugleuning (afb. 4.3a, 4.3b).
De helling van de autostoel kan met een hendel worden versteld (F). Trek aan het verstelhendel en verschuif vervolgens de stoel. Laat het hendel los op de positie die u wilt. Beweeg de stoel totdat u een duidelijke klik hoort - de autostoel is in gewenste positie vergrendeld. Bij de groepen 0+ en I (tot 18kg) met een achterwaarts geïnstalleerde autostoel, dient de positie „4” te worden gebruikt. Bij de groep I (9kg - 18kg) met een voorwaarts geïnstalleerde autostoel, is het toegestaan van positie van „1” t/m „3” gebruik te maken. Bij de groepen II en III (15kg - 36kg) met een voorwaarts geïnstalleerde autostoel, dient de positie „1” te worden gebruikt.
4.4 Ket kind met harnasgordel vastmaken
- Maak de harnasgordels volledig los door de knop (E) te drukken en de harnasgordels te trekken. Let op! Trek niet aan de schouderkussens. Maak de gesp open (afb. 4.4a).
- Leg de harnasgordels over de zijkant van de stoel (afb. 4.4b). Zet uw kind in de kinderautostoel. (afb. 4.4c).
- Pas de hoofdsteun naargelang de grootte van uw kind (zie punt 4.2).
- Breng dan de twee klemmen van de harnasgesp samen en steek ze in de kruisgesp (D) tot een klik hoorbaar is (afb. 4.4d).
4.5 Harnas aansluiten (afb. 4.5)
- Trek aan de schouderbanden om de losheid van het heupgedeelte te elimineren, zodat het harnas plat ligt.
- Span het harnas met verstelband totdat het harnas plat en dicht op het lichaam van het kind ligt. Zorg ervoor dat de schouderbanden goed aan de schouders van het kind zijn aangepast. De ideale aansluiting is verzekerd als er een tussenruimte van maximaal een vinger (1 cm) breed boven de schouders en borst van het kind is. LET OP De harnasgordels moeten zo laag mogelijk op de heupen van het kind worden vastgemaakt. Zorg ervoor dat de harnasgordel niet is verdraaid.
5. Installatie in de auto
Bij plotseling remmen of een ongeval kunnen de niet vastgemaakte inzittenden letsels van andere passagiers veroorzaken. Controleer altijd dat:
- De rugleuningen van de zetels in de auto zijn geblokkeerd (d.w.z. de inklapbare rugleuning van de achterste zetelvergrendeling is vergrendeld).
- Alle zware voorwerpen met scherpe randen worden vastgezet (bv. op de hoedenplank).96
- Alle passagiers hebben de veiligheidsgordels vastgemaakt.
- De kinderautostoel is altijd beveiligd, ook als het kind niet wordt vervoerd. Beveiliging van het voertuig De hoezen op de zetel in sommige voertuigen kunnen van zacht materiaal worden vervaardigd waarop de kinderautostoel sporen kan achterlaten. Die kunnen worden vermeden door onder de kinderautostoel een deken of handdoek te plaatsen.
5.1 Installatie van de kinderautostoel achterwaarts, voor kinderen van de gewichtsgroep 0+
en I (tot 18 kg) met behulp van de 3-puntsveiligheidsgordel van het voertuig
- De kinderautostoel op de zetel van het voertuig niet ver van de leuning plaatsen. De kinderautostoel in de richting tegen de rijrichting plaatsen. De helling van de rugleuning van de kinderautostoel in de positie "4" - de meest hellend - instellen (afb. 5.1a).
- De veiligheidsgordel van het voertuig zo veel mogelijk uittrekken. De heupgordel door de openingen in de geleiders (G) onder de armleuningen leiden en de gesp van de autogordel sluiten (afb. 5.1b).
- Het schoudergedeelte van de autogordel boven de kinderautostoel leiden, door de blauwe geleider van de gordel (J) (afb. 5.1c). Let op: Men dient zeker te stellen dat de veiligheidsgordel van de auto niet verdraaid is of niet van de geleiders is weggezakt.
- De kinderautostoel aan de autozetel duwen.
- De heupgordel in de richting van de gesp trekken om te spannen. Vervolgens de schoudergordel trekken om de overige delen van de autogordel te spannen. LET OP: Men dient zeker te stellen dat de positie van de kinderautostoel goed vastgesteld en stabiel is. Controleer de gordel en zorg ervoor dat die correct is doorgevoerd.
- Beveilig het kind in de kinderautostoel in overeenstemming met punten 4.4 en 4.5 (afb. 5.1d).
5.2 Installatie van de kinderautostoel voorwaarts, voor kinderen van de gewichtsgroep I
(9kg-18kg) in het ISOFIX-bevestigingssysteem en de bovenste bevestigingsband (Eng. "top tether") BELANGRIJK In de gebruiksaanwijzing van het voertuig wordt de plaatsing van de ISOFIX- bevestigingspunten en het bovenste bevestigingsband weergegeven als ook andere belangrijke informatie in verband met de bevestiging van de kinderautostoel in de auto. De gebruiker moet NOODZAKELIJK de gebruiksaanwijzing van het voertuig lezen.
- Open het deksel op de rugleuning van de kinderautostoel (afb. 5.2a).
- Neem de gordel met de haak uit (afb. 5.2b), leg vervolgens op de hoofdsteun van de kinderautostoel en sluit het deksel.
- Druk aan beide kanten van de ontgrendelingsknop ISOFIX (H) en steek de ISOFIX- verankeringen (M) zo ver mogelijk (afb. 5.2c).
- Bevestig de ISOFIX geleiders op de verbindingen van de stoel (afb. 5.2d).
- Pak de kinderautostoel met beide handen en steek beide verankeringen in de bevestiging in de autostoel.97
- Na een klik van elke van de ISOFIX-verankeringen dient de zitplaats van de kinderautostoel aan de rugleuning te worden gedrukt om een stevige en gelijke druk aan beide kanten te verkrijgen (afb. 5.2e). LET OP! De vergrendelingen zijn enkel dan correct bevestigd wanneer beide markeringen van de knoppen helemaal groen zijn.
- Greep de kinderautostoel en controleer of die correct en zonder speling is gemonteerd. Indien deze beweegt en de ISOFIX-verankeringen vrijkomen, dienen de bovengenoemde handelingen te worden herhaald.
- De helling van de rugleuning van de kinderautostoel dient in een gemakkelijke positie tussen "1" en "3" te worden ingesteld. LET OP: Na elke wijziging van de helling van de rugleuning tijdens het gebruik van de kinderautostoel is het nodig om de lengte van de bovenste bevestigingsgordel aan te passen.
- Druk de ontgrendelingsknop van de gesp om de lengte van de bovenste bevestigingsgordel aan te passen (afb. 5.2f). De lengte van de gordel moet het mogelijk maken om de haak op het bevestigingspunt achteraan de voertuigstoel te zetten.
- Plaats de bevestigingshaak van de gordel op het bevestigingspunt van het voertuig, zoals aanbevolen in de gebruiksaanwijzing van het voertuig (afb. 5.2g).
- Trek aan het andere uiteinde van de gordel om deze te spannen. De bovenste bevestigingsgordel is correct gespannen wanneer de groene markering in de gesp zichtbaar is (afb. 5.2h).
- Beveilig het kind in de kinderautostoel in overeenstemming met punten 4.4 en 4.5 (afb. 5.1d).
5.3 Installatie van de kinderautostoel voorwaarts, voor kinderen van de gewichtsgroep I
(9kg-18kg) met behulp van de 3-puntsveiligheidsgordel van het voertuig
- De kinderautostoel op de zetel van het voertuig niet ver van de leuning plaatsen. De kinderautostoel in de richting tegen de rijrichting plaatsen. De helling van de rugleuning van de kinderautostoel dient in een gemakkelijke positie tussen "1" en "3" te worden ingesteld (afb. 5.3a).
- De veiligheidsgordel van de auto lostrekken. De heupgordel door de openingen in de geleiders (G) onder de armleuningen leiden en de gesp van de autogordel sluiten (afb. 5.3b). Het schoudergedeelte van de autogordel binnen de kinderautostoel en onder de hoofdsteun trekken. De gordel niet door de geleider van de hoofdsteun laten lopen (afb. 5.3c). Let op: Men dient zeker te stellen dat de veiligheidsgordel van de auto niet verdraaid is.
- De kinderautostoel aan de autozetel duwen.
- De heupgordel in de richting van de gesp trekken om te spannen. Vervolgens de schoudergordel trekken om de overige delen van de autogordel te spannen. LET OP: Men dient zeker te stellen dat de positie van de kinderautostoel goed vastgesteld en stabiel is. Controleer de gordel en zorg ervoor dat die correct is doorgevoerd.98
- Beveilig het kind in de kinderautostoel in overeenstemming met punten 4.4 en 4.5 (afb. 5.3d).
5.4 Installatie van de kinderautostoel voorwaarts, voor kinderen van de gewichtsgroepen II
en III (15kg-36kg) met behulp van de 3-puntsveiligheidsgordel van het voertuig
- Voor de montage dient het harnas van de kinderautostoel te worden opgeborgen (zie punt 6.1). Onthoud: De inzet voor het kind en de beschermende kussens dienen op een veilige plaats te worden bewaard om in de toekomst gebruikt te kunnen worden.
- De helling van de rugleuning van de kinderautostoel in de positie "1" instellen.
- De kinderautostoel op de stoel van het voertuig plaatsen.
- Het kind in de kinderautostoel zetten en de schoudergordel door de rode geleider onder de hoofdsteun voeren (afb. 5.4a).
- Voer de autogordel door beide geleiders van de heupgordel (G). Sluit de autogordel, u hoort dan een klik (afb. 5.4b).
- Pas de hoofdsteun naargelang de grootte van uw kind (zie punt 4.2).
- Span de zetelgordel van het voertuig door eerst het deel van de heupgordel en dan van de schoudergordel te trekken. Zorg ervoor dat de heupgordel zo laag mogelijk boven de heupen van het kind is gestrekt, dat hij in de geleiders is geplaatst en met de gesp is gesloten. De schouderband moet tussen de schouder en de hals van het kind lopen.
5.5 Installatie van de kinderautostoel voorwaarts, voor kinderen van de gewichtsgroepen II
en III (15kg-36kg) met behulp van de 3-puntsveiligheidsgordel van het voertuig en aanvullende onderste ISOFIX-bevestiging BELANGRIJK In de gebruiksaanwijzing van het voertuig wordt de plaatsing van de ISOFIX- bevestigingspunten als ook andere belangrijke informatie in verband met de bevestiging van de kinderautostoel in de auto weergegeven. De gebruiker moet NOODZAKELIJK de gebruiksaanwijzing van het voertuig lezen.
- Voor de montage dient het harnas van de kinderautostoel te worden opgeborgen (zie punt 6.1). Onthoud: De inzet voor het kind en de beschermende kussens dienen op een veilige plaats te worden bewaard om in de toekomst gebruikt te kunnen worden.
- De helling van de rugleuning van de kinderautostoel in de positie "1" instellen.
- Druk aan beide kanten van de ontgrendelingsknop ISOFIX (H) en steek de ISOFIX- verankeringen (M) zo ver mogelijk (afb. 5.5a).
- Bevestig de ISOFIX geleiders op de verbindingen van de stoel (afb. 5.5b).
- Pak de kinderautostoel met beide handen en steek beide verankeringen in de bevestiging in de autostoel.
- Na een klik van elke van de ISOFIX-verankeringen dient de zitplaats van de kinderautostoel aan de rugleuning te worden gedrukt om een stevige en gelijke druk aan beide kanten te verkrijgen (afb. 5.2c). LET OP! De vergrendelingen zijn enkel dan correct bevestigd wanneer beide markeringen van de knoppen helemaal groen zijn.99
- Greep de kinderautostoel en controleer of die correct en zonder speling is gemonteerd. Indien deze beweegt en de ISOFIX-verankeringen vrijkomen, dienen de bovengenoemde handelingen te worden herhaald.
- Het kind in de kinderautostoel zetten en de schoudergordel door de rode geleider onder de hoofdsteun voeren (afb. 5.5d).
- Voer de autogordel door beide geleiders van de heupgordel (G). Sluit de autogordel, u hoort dan een klik.
- Pas de hoofdsteun naargelang de grootte van uw kind (zie punt 4.2).
- Span de zetelgordel van het voertuig door eerst het deel van de heupgordel en dan van de schoudergordel te trekken. Zorg ervoor dat de heupgordel zo laag mogelijk boven de heupen van het kind is gestrekt, dat hij in de geleiders is geplaatst en met de gesp is gesloten. De schouderband moet tussen de schouder en de hals van het kind lopen.
5.6 Demontage van de kinderautostoel (ISOFIX=bevestigingssysteem)
- Druk aan beide kanten de ontgrendelingsknop van ISOFIX (H) aan elke zijde van de kinderautostoel. De verankeringen zijn ontgrendeld en de kleur van de markering verandert naar rood. Duw de ISOFIX-armen terug in de onderbouw van de kinderautostoel - tijdens het terugtrekken van de armen kan een rammelgeluid voorkomen.
6.1 De 5-punt-harnas verbergen
- Maak de gesp open (afb. 6.1a) om de gordels van het harnas te ontgrendelen en trek ze opzij (afb. 6.1b).
1) en trek het linker kussen naar beneden (afb. 6.1d-2).
- Plaats de sluitingen van de gesp in de opslaggleuven aan beide kanten van de rugleuning (afb. 6.1e). De correcte positie van de gordels wordt op afbeelding 6.1f weergegeven.
- Demonteer de stof van de voorste rand van de zitplaats om aan de bevestiging van de band tussen de benen te geraken. Maak de elastiekjes los en trek de stof rond de verstelknop van het harnas af. Duw de band tussen de benen van de T-vormige gleuf door hem te draaien, zoals weergegeven op de afbeelding 6.1g.
6.2 Demontage van de hoes
- Het harnas verbergen en de inzetten demonteren - indien ze gemonteerd zijn (zie punt 6.1).
- Open de plakstrips van de hoes die bij de geleider van de heupband liggen (G). Open de elastiekjes die de hoes op de voorste rand van de zitplaats houden.
- Beginnen aan een kant neem voorzichtig de hoes van de rand van het casco van de kinderautostoel af (afb. 6.2a, 6.2b). Maak de elastiekjes die de hoes van de hoofdsteun houden los bij de geleiders van de band (afb. 6.2c) en het elastiekje bovenaan de hoofdsteun. Trek de hoes van de hoofdsteun af.100
6.3 Montage van de hoes en het harnas
- Pas de hoes aan de kinderautostoel aan. Duw de band voor tussen de benen door de gleuf in de zitplaats.
- Zet de hoes rond de verstelknop op (E) en trek die op de zitplaats en de rugleuning. Bevestig de elastiekjes die de hoes op de voorste rand van de zitplaats houden. Beveilig de hoes door hem in de randen van het casco te doen.
- Zet de hoes op de hoofdsteun op en beveilig hem met elastiekjes.
- Monteer de schouderkussens (C) en zet op de banden van het harnas van de kinderautostoel.
- Controleer of de banden van het harnas niet verdraaid zijn.
Enkel de originele hoes gebruiken die een belangrijk veiligheidselement van de kinderautostoel vormt. LET OP De kinderautostoel niet zonder de hoes gebruiken.
- De hoes kan worden afgenomen en met de hand worden gewassen (30°C). De wasinstructies op het etiket van de hoes opvolgen. De hoes niet centrifugeren en niet in een trommeldroger drogen (daardoor kunnen de lagen van de stof scheiden).
- Kunststofelementen kunnen met sop worden gewassen. Geen agressieve reinigingsmiddelen (zoals oplosmiddelen) gebruiken.
- Het harnas kan met een lauwwarm water met sop worden gereinigd.
1. Alle Kinderkraft producten komen met 24 maanden garantie. De garantieperiode gaat
in op de dag dat het product aan de Koper wordt geleverd
2. De garantie geldt alleen op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie,
met uitsluiting van de overzeese gebieden ( in de huidige feitelijke toestand, waaronder met name: Azoren, Madeira, Canarische Eilanden, Franse Overzeese Departementen, Ålandeilanden, Athos, Ceuta, Melilla, Helgoland, Büsingen am Hochrhein, Campione d'Italia en Livigno) en het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, met uitzondering van de Britse Overzeese Gebieden (o.a. Bermuda, Caymaneilanden en Falklandeilanden).
3. De fabrieksgarantie geldt niet voor landen die hierboven niet zijn vermeld. De
voorwaarden van aanvullende garantie kunnen door de Verkoper worden vastgesteld.
4. In sommige landen is het mogelijk om de garantie voor een beperkte periode te
verlengen tot 120 maanden (10 jaar). De volledige voorwaarden en het inschrijvingsformulier voor garantieverlenging zijn te vinden op de website
5. De garantie is alleen geldig op het grondgebied vermeld in lid 2.
6. Klachten moeten worden ingediend door het formulier in te vullen dat beschikbaar is
op de website WWW.RMA.KINDERKRAFT.COM101
7. De garantie dekt geen:
A. Cosmetische schade, waaronder maar niet beperkt tot: krassen, deuken en barsten in plastic, tenzij het defect te wijten is aan een gebrek in materiaal of fabricage; B. Beschadigingen als gevolg van verkeerd gebruik of onjuist onderhoud - waaronder, maar niet beperkt tot: mechanische schade aan producten als gevolg van verkeerd gebruik of onjuist onderhoud;
- Raadpleeg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de handleiding van het product; C. Beschadigingen veroorzaakt door onjuiste montage, installatie of demontage van de producten en/of toebehoren;
- Raadpleeg de gebruiks- en montageinstructies in de handleiding van het product; D. Beschadigingen door corrosie, schimmel of roest als gevolg van onjuist onderhoud, verzorging en opslag; E. Beschadigingen veroorzaakt door normale slijtage of anderszins voortvloeiend uit het normale verloop van de tijd;
- Dit omvat: gescheurde of lekke binnenbanden; schade aan de banden; beschadiging van het loopvlak; verbleking van de stof als gevolg van mechanisch gebruik (bv. op verbindingen en bekleding van bewegende delen); F. Beschadigingen of erosie veroorzaakt door zonlicht, transpiratie, detergenten, opslagomstandigheden of veelvuldig wassen, enz.; G. Beschadigingen veroorzaakt door een ongeval, misbruik, verkeerd gebruik, brand, contact met vloeistof, aardbeving of andere externe oorzaken; H. Producten die zonder schriftelijke toestemming van 4Kraft zijn aangepast om de functionaliteit ervan te wijzigen;
I. Producten waarvan het serienummer of partijnummer is verwijderd of op enigerlei
wijze is gemanipuleerd; J. Beschadigingen veroorzaakt door het gebruik van onderdelen of producten van derden - waaronder, maar niet beperkt tot: bekerhouders, paraplu's, reflectoren, bellen; K. Schade veroorzaakt door vervoer of door personeel van een vliegtuig.
8. De garantieperiode voor de aan het product gekoppelde toebehoren is 6 maanden
vanaf de datum van verkoop, met uitzondering van de hierboven beschreven beschadigingen.
9. Deze garantievoorwaarden vormen een aanvulling op de rechten van de Klant ten
aanzien van 4KRAFT sp. z o.o. De garantie sluit de rechten van de Klant uit hoofde van de wettelijke aansprakelijkheid van de verkoper voor gebreken in het verkochte product niet uit, beperkt deze niet en schort deze ook niet op.102
Notice-Facile