Vado - Autostoel Kinderkraft - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Vado Kinderkraft in PDF-formaat.

📄 136 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kinderkraft Vado - page 80

Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Vado - Kinderkraft en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Vado van het merk Kinderkraft.

GEBRUIKSAANWIJZING Vado Kinderkraft

NL GEBRUIKSAANWIJZING

Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u het autostoeltje voor het eerst gebruikt. Het waarborgen van de veiligheid van uw kind is uw verantwoordelijkheid, en wanneer u deze gebruiksaanwijzing niet leest, kan deze beïnvloed worden.80

1. Overzicht van de autostoeltje-onderdelen (afb. 1)

A. Hoofdsteun B. Schouderkussens C. Kruisgordel D. Afstelband van harnas E. ISOFIX-verankeringen F. Afstelknop van hoofdsteun G. Gesp van het harnas H. Verstelhendel van de zitplaats

J. Bovenste bevestigingsband (in de kamer) K. Opengaande kamer L. Beveiligingsknop van de basis M. Ontgrendelknop van de ISOFIX- verankeringen N. Riemgeleider (achterwaartse plaatsing) O. Basis P. Hendel voor ontkoppeling van de basis

De autostoel is ontwikkeld voor kinderen in de gewichtsgroep van 0+ t/m II, d.w.z. van de geboorte tot het lichaamsgewicht van 25 kg (tot de leeftijd van ca. 7 jaar). Installatie in de auto voor achterwaartse plaatsing (RWF): groep 0+ voor de kinderen tot 13 kg Gewichtsgroep I: 9 kg – 18 kg Het autostoeltje moet met de ISOFIX - verankeringen en de bovenste bevestigingsband (Top Tether) worden geïnstalleerd. Het is verplicht om de gebruiksaanwijzing van de voertuigfabrikant te lezen. Het kind is in de autostoel met behulp van het geïntegreerde harnas beveiligd. Installatie in de auto voor voorwaartse plaatsing (FWF): Gewichtsgroep I: 9 kg – 18 kg Het autostoeltje moet met de ISOFIX - verankeringen en de bovenste bevestigingsband (Top Tether) worden geïnstalleerd. Het is verplicht om de gebruiksaanwijzing van de voertuigfabrikant te lezen. Het kind is in de autostoel met behulp van het geïntegreerde harnas beveiligd. Gewichtsgroep II: 15 kg – 25 kg Het autostoeltje moet met 3-puntsveiligheidsgordel voor volwassenen met aanvullende ISOFIX- verankeringen worden vastgemaakt. Het is verplicht om de gebruiksaanwijzing van de voertuigfabrikant te lezen. Bij kinderen in de groep II (van 15 kg t/m 25 kg) moet de veiligheidsgordel van de autostoel worden verwijderd en het kind moet met 3- puntsveiligheidsgordel voor volwassenen worden vastgemaakt.81

ECE Bevestiging van de autostoel Oriëntatie van de autostoel Categorie Positie van de autostoel Gewicht

ISOFIX + bevestigingsband TopTether voorwaarts ISOFIX Universeel 1 – 4 9 kg – 18 kg

puntsveiligheidsgord el + ISOFIX - verankeringen voorwaarts Semi-universeel Maximaal verticaal 15 kg – 25 kg

3. Veiligheidsinstructies

Neem enkele minuten om deze gebruiksaanwijzing te lezen om de veiligheid van het kind te waarborgen. Veel makkelijk te vermijden verwondingen worden door roekeloos en onjuist gebruik van de kinderautostoel veroorzaakt.

  • GEBRUIK de kinderautostoel NIET op autozetels met actieve voorste airbag, het kan gevaarlijk zijn. Dit is niet van toepassing op zijdelingse airbags.
  • Bij installatie van de kinderautostoel op de voorste zetel dient de airbag te worden uitgeschakeld. We adviseren om de stoel enkel op de achterbank te installeren. Tips over de geschiktheid van de zetel voor gebruik met een autostoel in de handleiding van de auto raadplegen.
  • Alleen geschikt voor de installatie als de goedgekeurde voertuigen zijn uitgerust met een oprolmechanisme voor puntsveiligheidsgordel met een goedkeuring in overeenstemming met het UN/ECE-Reglement nr. 16 of gelijkwaardig.
  • Zorg ervoor dat alle veiligheidsgordels die de autostoel aan het voertuig vastmaken, gespannen zijn, dat de gordels aan het lichaam van het kind zijn aangepast en dat de gordels/banden niet worden verdraaid.
  • De kinderautostoel moet na hevige lasten tijdens een ongeval worden vervangen.
  • Het autostoeltje mag niet worden aangepast.
  • Stel de kinderautostoel niet langdurig bloot aan rechtstreeks zonlicht, anders kunnen de opgewarmde elementen tot brandwonden bij het kind leiden.
  • Het kan gevaarlijk zijn uw kind zonder toezicht alleen te laten.
  • Zorg ervoor dat bagage en andere voorwerpen beveiligd worden, met name op de plank onder de achterruit, bij een aanrijding kunnen ze een letsel veroorzaken.
  • De autostoel mag niet zonder bekleding worden gebruikt.
  • Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aanbevolen reservebekleding, het maakt een integraal deel van het veiligheidssysteem voor kinderen uit.
  • Het wordt aangeraden de gebruiksaanwijzing voor latere raadpleging te bewaren.82
  • Gebruik geen andere bevestigingspunten dan deze in de gebruiksaanwijzing en op het etiket van de kinderautostoel beschreven.
  • Zorg ervoor dat de kinderautostoel ergens wordt bevestigd waar er geen harde voorwerpen en kunststof-onderdelen kunnen vastklemmen tussen portieren of verstelbare passagierszetels wanneer het stoeltje onder normale omstandigheden is gebruikt.
  • Controleer regelmatig de technische staat van de harnasgordel, let met name op de bevestigingspunten, naden en verstelonderdelen.
  • Stop met gebruik van de kinderautostoel wanneer zijn onderdelen beschadigd of los zijn.
  • In noodgevallen is het belangrijk de veiligheidsgordel snel los te krijgen. Dit betekent dat de ontgrendelingsknop van de veiligheidsgordel niet volledig is beveiligd, zorg ervoor dat uw kind niet met de gesp speelt.
  • De achterzijde van de kinderautostoel moet stevig aan de passagierszetel worden bevestigd. Zorg daarbij ervoor dat er geen ongewenste opening is tussen de rugleuning van de kinderautostoel en de rugleuning van de autozetel. Sommige autohoofdsteunen zijn een obstakel bij installatie van een kinderautostoel en moeten daarom eerst worden gedemonteerd.
  • Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel correct door gordelgeleiding is gelegd. De gesp van de veiligheidsgordel moet onder de bandgeleider in de kinderautostoel zitten (de gesp mag de geleider niet aanraken). Bij twijfels hieromtrent contact met de fabrikant opnemen.
  • Geef zelf het goede voorbeeld en klik je gordel altijd vast. Een niet met veiligheidsgordels vastgemaakte inzittende kan ook gevaar voor het kind zijn.
  • Controleer voor elke rit dat het kinderautostoeltje is vastgemaakt.
  • Het kinderautostoeltje moet worden vastgemaakt ook als het niet in gebruik is. Een niet bevestigd autostoel kan de inzittenden zelfs bij noodstop verwonden.

4. Het beveiligen van een kind

Het inzetstuk met het kussen van de hoofdsteun zorgen voor beter comfort en steun bij zeer kleine kinderen. Het is aangeraden het inzetstuk te gebruiken (afb. 4.1) tot het kind een gewicht van 13 kg bereikt. Het is aangeraden extra interne schuimvulling te gebruiken, tot het kind het gewicht van 5,5 kg bereikt. Schuimvulling kan door de afneembare zak aan de achterkant van het baby-inzetstuk worden verwijderd.

4.2 Hoogte van de hoofdsteun

Trek de afstelknop van hoofdsteun, maak omhoog of druk de hoofdsteun om zijn hoogte af te stellen (afb. 4.2a). De hoofdsteun kan in 11 verschillende posities worden versteld.

  • Bij een groep 0+ en I kan het in 8 verschillende posities worden versteld zonder schouderbanden te demonteren. De juiste hoogte van de schouderbanden wordt zo ingesteld dat de band in de rugleuning van de autostoel iets boven of gelijk met de schouders van het kind binnenkomt. Zorg ervoor dat de schouderbanden goed aan de schouders van het kind zijn aangepast.83
  • De overige 3 posities voor de groep II kunnen na verwijdering van de schouderband-kussens en het verbergen het harnas (zie punt 6.1) worden gebruikt. De schouderband moet tussen de schouder en de hals van het kind lopen. De hoofdsteun moet goed aan het hoofd van het kind worden aangepast.

4.3 Verstelmechanisme van de rugleuning (afb. 4.3).

De helling van de autostoel kan met een hendel (H) in 3 posities worden versteld. Trek aan het verstelhendel en verschuif vervolgens de zetel. Laat het hendel los op de positie die u wilt. Beweeg de stoel totdat u een duidelijke klik hoort - de autostoel is in gewenste positie vergrendeld. Bij de groepen 0+ en I (tot 18kg) met een achterwaarts geïnstalleerde autostoel, dient de meest hellende positie te worden gebruikt. Bij de groep I (9kg-18kg) met een voorwaarts geïnstalleerde autostoel, is het toegestaan van alle posities gebruik te maken. Bij de groepen II (15kg -25kg) met een voorwaarts geïnstalleerde autostoel, dient de meest rechtopstaande (staande) positie te worden gebruikt.

4.4 Ket kind met harnasgordel vastmaken

  • Maak de harnasgordels volledig los door de knop (D) te drukken en de harnasgordels te trekken. Let op! Trek niet aan de schouderkussens (afb. 4.4a). Maak de gesp open (afb. 4.4b).
  • Leg de harnasgordels over de zijkant van de stoel (afb. 4.4c). Zet uw kind in de autostoel.
  • Pas de hoofdsteun naargelang de grootte van uw kind (zie punt 4.4) (zie ook punt 4.2).
  • Breng dan de twee klemmen van de harnasgesp samen en steek ze in de kruisgesp (G) tot een klik hoorbaar is (afb. 4.4e).

4.5 Harnas aansluiten (afb. 4.5)

  • Trek aan de schouderbanden om de losheid van het heupgedeelte te elimineren, zodat het harnas plat ligt.
  • Span het harnas met verstelband (D) totdat het harnas plat en dicht op het lichaam van het kind ligt. Zorg ervoor dat de schouderbanden goed aan de schouders van het kind zijn aangepast. De ideale aansluiting is verzekerd als er een tussenruimte van maximaal een vinger (1 cm) breed boven de schouders en borst van het kind is. LET OP De harnasgordels moeten zo laag mogelijk op de heupen van het kind worden vastgemaakt. Zorg ervoor dat de harnasgordel niet is verdraaid.

5. Installatie in de auto

Bij plotseling remmen of een ongeval kunnen de niet vastgemaakte inzittenden letsels van andere passagiers veroorzaken. Controleer altijd dat:

  • De rugleuningen van de zetels in de auto zijn geblokkeerd (d.w.z. de inklapbare rugleuning van de achterste zetelvergrendeling is vergrendeld).
  • Alle zware voorwerpen met scherpe randen worden vastgezet (bv. op de hoedenplank).84
  • Alle passagiers hebben de veiligheidsgordels vastgemaakt.
  • De kinderautostoel is altijd beveiligd, ook als het kind niet wordt vervoerd. Beveiliging van het voertuig De hoezen op de zetel in sommige voertuigen kunnen van zacht materiaal worden vervaardigd waarop de kinderautostoel sporen kan achterlaten. Die kunnen worden vermeden door onder de kinderautostoel een deken of handdoek te plaatsen.

5.1 Installatie van de kinderautostoel voorwaarts, voor kinderen van de gewichtsgroep 0+

en I (tot 18kg) in het ISOFIX-bevestigingssysteem en de bovenste bevestigingsband (Eng. "top tether") BELANGRIJK In de gebruiksaanwijzing van het voertuig wordt de plaatsing van de ISOFIX- bevestigingspunten en het bovenste bevestigingsband weergegeven als ook andere belangrijke informatie in verband met de bevestiging van de kinderautostoel in de auto. De gebruiker moet NOODZAKELIJK de gebruiksaanwijzing van het voertuig lezen.

  • Houd de veiligheidsknop (L) ingedrukt en trek tegelijk de hendel (P) naar buiten. U kunt vervolgens de voet van het autostoeltje loskoppelen. Het autostoeltje moet achterwaarts worden geïnstalleerd (afb. 5.1a). Druk op de veiligheidsknop (L) om de stoelbevestigingen te vergrendelen. LET OP! Controleer dat de zetel goed op de basis is vergrendeld, alle bevestigingselementen goed vastgemaakt en autosteol onderdelen niet uit elkaar lopen (afb. 5.1b).
  • Trek de ontgrendelingsknop van de verankeringen (M) en trek gelijktijdig de zwarte band van de andere kant van de autostoelbasis om de ISOFIX-verankeringen naar buiten te trekken (afb. 5.1c). De band is tussen de ISOFIX-verankeringen.
  • Open het deksel (K) op de rugleuning van de kinderautostoel.
  • Neem de gordel met de haak (J) uit, leg vervolgens op de hoofdsteun van de kinderautostoel en sluit het deksel.
  • De kinderautostoel op de zetel van het voertuig niet ver van de leuning plaatsen. De kinderautostoel in de richting tegen de rijrichting plaatsen. De helling van de rugleuning van de kinderautostoel in de meest hellende positie instellen.
  • Pak de kinderautostoel met beide handen en steek beide verankeringen in de bevestiging in de autostoel (afb. 5.1d).
  • Nadat elk van de ISOFIX-verankeringen klikt, moet de ontgrendelingsknop van de verankeringen (M) worden getrokken en tegelijk krachtig de autostoel naar de rugleuning te drukken (afb. 5.1e). LET OP! De vergrendelingen zijn enkel dan correct bevestigd wanneer beide markeringen van de knoppen groen zijn.
  • Greep de kinderautostoel en controleer of die correct en zonder speling is gemonteerd. Indien deze beweegt en de ISOFIX-verankeringen vrijkomen, dienen de bovengenoemde handelingen te worden herhaald.
  • Instaleer nu de bovenste bevestigingsband. Druk de ontgrendelingsknop van de gesp van de bovenste bevestigingsband (J) om de lengte aan te passen. De lengte van de gordel moet85 het mogelijk maken om de haak op het bevestigingspunt achteraan de voertuigstoel te zetten. De band moet door de blauwe bandgeleider (N) lopen (afb. 5.1f).
  • Plaats de bevestigingshaak van de gordel op het bevestigingspunt van het voertuig, zoals aanbevolen in de gebruiksaanwijzing van het voertuig (afb. 5.1g).
  • Trek aan het andere uiteinde van de gordel om deze te spannen. De bovenste bevestigingsgordel is correct gespannen wanneer de groene markering in de gesp zichtbaar is (afb. 5.1h).
  • Beveilig het kind in de kinderautostoel in overeenstemming met punten 4.4 en 4.5.

5.2 Installatie van de kinderautostoel voorwaarts, voor kinderen van de gewichtsgroep I

(9kg-18kg) in het ISOFIX-bevestigingssysteem en de bovenste bevestigingsband (Eng. "top tether") BELANGRIJK In de gebruiksaanwijzing van het voertuig wordt de plaatsing van de ISOFIX- bevestigingspunten en het bovenste bevestigingsband weergegeven als ook andere belangrijke informatie in verband met de bevestiging van de kinderautostoel in de auto. De gebruiker moet NOODZAKELIJK de gebruiksaanwijzing van het voertuig lezen.

  • Houd de veiligheidsknop (L) ingedrukt en trek tegelijk de hendel (P) naar buiten. U kunt vervolgens de voet van het autostoeltje loskoppelen. Het autostoeltje moet voorwaarts worden geïnstalleerd (afb. 5.1a). Druk op de veiligheidsknop (L) om de stoelbevestigingen te vergrendelen LET OP! Controleer dat de zetel goed op de basis is vergrendeld, alle bevestigingselementen goed vastgemaakt en autosteolonderdelen niet uit elkaar lopen (afb. 5.1b).
  • Trek de ontgrendelingsknop van de verankeringen (M) en trek gelijktijdig de zwarte ban van de andere kant van de autostoelbasis om de ISOFIX-verankeringen naar buiten te trekken (afb. 5.2a). De band is tussen de ISOFIX-verankeringen.
  • Open het deksel (K) op de rugleuning van de kinderautostoel.
  • Neem de gordel met de haak (J) uit, leg vervolgens op de hoofdsteun van de kinderautostoel en sluit het deksel.
  • De kinderautostoel op de zetel van het voertuig niet ver van de leuning plaatsen. De kinderautostoel met de rijrichting plaatsen.
  • De helling van de rugleuning kan willekeurig worden ingesteld (een van 4 posities). LET OP: Na elke wijziging van de helling van de rugleuning tijdens het gebruik van de kinderautostoel is het nodig om de lengte van de bovenste bevestigingsgordel aan te passen.
  • Greep de kinderautostoel met beide handen en steek beide verankeringen in de bevestiging in de autostoel (afb. 5.2b).
  • Nadat elk van de ISOFIX-verankeringen klikt, moet de ontgrendelingsknop van de verankeringen (M) worden getrokken en tegelijk krachtig de autostoel naar de rugleuning te drukken (afb. 5.2c). LET OP! De vergrendelingen zijn enkel dan correct bevestigd wanneer beide markeringen van de knoppen groen zijn.86
  • Greep de kinderautostoel en controleer of die correct en zonder speling is gemonteerd. Indien deze beweegt en de ISOFIX-verankeringen vrijkomen, dienen de bovengenoemde handelingen te worden herhaald.
  • Instaleer nu de bovenste bevestigingsband. Druk de ontgrendelingsknop van de gesp van de bovenste bevestigingsband (J) om de lengte aan te passen. De lengte van de gordel moet het mogelijk maken om de haak op het bevestigingspunt achteraan de voertuigstoel te zetten (afb. 5.2d).
  • Plaats de bevestigingshaak van de gordel op het bevestigingspunt van het voertuig, zoals aanbevolen in de gebruiksaanwijzing van het voertuig (afb. 5.2e).
  • Trek aan het andere uiteinde van de gordel om deze te spannen. De bovenste bevestigingsgordel is correct gespannen wanneer de groene markering in de gesp zichtbaar is (afb. 5.2f).
  • Beveilig het kind in de kinderautostoel in overeenstemming met punten 4.4 en 4.5.

5.3 Installatie van de kinderautostoel voorwaarts, voor kinderen van de gewichtsgroep II

(15kg-25kg) met behulp van de 3-puntsveiligheidsgordel van het voertuig en aanvullende onderste ISOFIX-verankering BELANGRIJK In de gebruiksaanwijzing van het voertuig wordt de plaatsing van de ISOFIX- bevestigingspunten als ook andere belangrijke informatie in verband met de bevestiging van de kinderautostoel in de auto weergegeven. De gebruiker moet NOODZAKELIJK de gebruiksaanwijzing van het voertuig lezen.

  • Voor de montage dient het harnas van de autostoel te worden opgeborgen, zie punt 6.1 (afb. 5.3a). Onthoud: De inzet voor het kind en de beschermende kussens dienen op een veilige plaats te worden bewaard om in de toekomst gebruikt te kunnen worden.
  • De autostoel kan op de basis voorwaarts worden geïnstalleerd. LET OP! Controleer dat de zetel goed op de basis is vergrendeld, alle bevestigingselementen goed vastgemaakt en autosteolonderdelen niet uit elkaar lopen.
  • Trek de ontgrendelingsknop van de verankeringen (M) en trek gelijktijdig de zwarte ban van de andere kant van de autostoelbasis om de ISOFIX-verankeringen naar buiten te trekken (afb. 5.3b). De band is tussen de ISOFIX-verankeringen.
  • De kinderautostoel op de zetel van het voertuig niet ver van de leuning plaatsen. De kinderautostoel met de rijrichting plaatsen.
  • De helling van de autostoel in de meest rechtopstaande positie (het meest staande) instellen.
  • Greep de kinderautostoel met beide handen en steek beide verankeringen in de bevestiging in de autostoel (afb. 5.3c).
  • Nadat elk van de ISOFIX-verankeringen klikt, moet de ontgrendelingsknop van de verankeringen (M) worden getrokken en tegelijk krachtig de autostoel naar de rugleuning te drukken (afb. 5.3d). LET OP! De vergrendelingen zijn enkel dan correct bevestigd wanneer beide markeringen van de knoppen groen zijn.87
  • Greep de kinderautostoel en controleer of die correct en zonder speling is gemonteerd. Indien deze beweegt en de ISOFIX-verankeringen vrijkomen, dienen de bovengenoemde handelingen te worden herhaald.
  • Leg het kind in de autostoel en sluit de autogordel, u hoort dan een klik (afb. 5.3e).
  • Voer de autogordel door beide geleiders van de heupgordel (I), zoals op de afbeelding 5.3f.
  • Het kind in de kinderautostoel zetten en de schouderband door de rode geleider onder de hoofdsteun voeren (afb. 5.3g).
  • Pas de hoofdsteun naargelang de grootte van uw kind (zie punt 4.2).
  • Span de zetelgordel van het voertuig door eerst het deel van de heupgordel en dan van de schouderband te trekken (afb. 5.3h). Zorg ervoor dat de heupgordel zo laag mogelijk boven de heupen van het kind is gestrekt, dat hij in de geleiders is geplaatst en met de gesp is gesloten. De schouderband moet tussen de schouder en de hals van het kind lopen.

5.4 Demontage van de kinderautostoel (ISOFIX-bevestigingssysteem)

  • Druk de ontgrendelingsknoppen op de ISOFIX -verankeringen (E). De verankeringen zijn ontgrendeld en de kleur van de markering verandert naar rood. Schuif ISOFIX-verankeringen opnieuw in de autostoelbasis door eerder de knop (M) te drukken.

6.1 Demontage van het 5-puntsharnas

  • Maak de harnasgordels volledig bij de verstelband (D) los door de harnasbanden te trekken (afb. 6.1a), en maak de gesp open. Open de kamer (K) achteraan (afb. 6.1b).
  • Trek de schouderbanden van het metalen verbindstuk (afb. 6.1c).
  • Schuif de schouderbanden van de metalen dwarsbalk. De banden moeten door een smalle spleet worden geschoven gevormd tussen het uiteinde van de metalen dwarsbalk en de autostoelbehuizing. De verstellingknop van de hoofdsteun (F) drukken om deze handeling makkelijk te maken.
  • Trek het harnasbanden en de kussens uit de openingen (afb. 6.1e).
  • Verwijder/trek de hoes van de stoel vanaf de voorkant van de autostoel. Schuif het kussen van de kruisriem (C) en steek de gesp door de opening in de hoes.
  • Steek vervolgens de gesp in de opening van de zetel, de opening bevindt zich onder de schuimlaag (afb. 6.1f).
  • De uiteinden van de harnasbanden zijn in de zetel bevestigd. Schuif de gespen van de uiteinden van de banden (afb. 6.1g, 6.1h) en trek de banden vervolgens uit.
  • Schuif de hoes op het zitkussen en plaats het materiaal in de gleuven rond de zetel.

6.2 Hoes verwijderen (afb. 6.2a)

  • Het harnas verbergen en de inzetten demonteren - indien ze gemonteerd zijn (zie punt 6.1).
  • Verwijder/trek de hoes van de stoel vanaf de voorkant van de autostoel. Maak de klemmen binnen de zetel los (in de hoeken van de zetel).88
  • Verwijder de hoes voorzichtig van de onderdelen rond de bandgeleider (I) en schuif de stof vervolgens onder de bandgeleider (N). Doe de hoes omhoog om van de zetel te verwijderen.
  • Schuif de hoes van de zijkanten van de hoofdsteun en verwijder het van de zetel.

6.3 Hoes en harnas monteren (afb. 6.3a)

  • Plaats de hoes op de autostoelconstructie en plaats het hoesmateriaal in de gleuven aan de randen van de rugleuning. Plaats de hoes op de hoofdsteun.
  • Steek de uiteinden van het harnasbanden door de openingen in de autostoel. Schuif aan het uiteinden van de baden de metalen gespen (afb. 6.3b) en trek vervolgens de banden door de openingen in de autostoelhoes.
  • Trek de gesp (G) uit de opening in de zetel (afb. 6.3c) en zet ze door de opening in de hoes. Trek het kussen van de kruisgordel (C).
  • Plaats op de harnasbanden het schouderkussen en steek de uiteinden van de banden door de openingen in de rugleuning (afb. 6.3d). Zorg ervoor dat de banden niet verdraaien en de gespen op banden goed aan de klem passen (G).
  • Bevestig de uiteinden van de schouderkussens aan de metalen dwarsbalk (afb. 6.3e). De verstellingknop van de hoofdsteun (F) drukken om deze handeling makkelijk te maken.
  • Verbind de schouderbanden en de afstelband van harnas met metalen verbindstuk (afb. 6.1f). Zorg ervoor dat de banden niet verdraaid zijn.
  • Plaats de hoes op de zetel van de autostoel, sluit de vergrendelingen binnen de autostoelzetel (in de hoeken van de autostoel).
  • Pas het materiaal in de sleuven rond de geleider (I), schuif het materiaal in de gleuven rond de zetel (afb. 6.3g).
  • Controleer of de banden van het harnas niet verdraaid zijn.

Enkel de originele hoes gebruiken die een belangrijk veiligheidselement van de kinderautostoel vormt. LET OP De kinderautostoel niet zonder de hoes gebruiken.

  • De hoes kan worden verwijderd en gewassen met een mild reinigingsmiddel op een delicaat programma (30°C). De wasinstructies op het etiket van de hoes opvolgen. De hoes niet centrifugeren en niet in een trommeldroger drogen (daardoor kunnen de lagen van de stof scheiden).
  • Kunststofelementen kunnen met sop worden gewassen. Geen agressieve reinigingsmiddelen (zoals oplosmiddelen) gebruiken.
  • Het harnas kan met een lauwwarm water met sop worden gereinigd.

1. De garantie is van toepassing op producten verkocht in de volgende landen: Frankrijk,

Spanje, Duitsland, Polen, Groot-Brittannië, Italië.

2. In de niet hierboven vermelde landen worden de garantievoorwaarden door de

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kinderkraft

Model : Vado

Categorie : Autostoel