DC 61 - Verwarming Master - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DC 61 Master in PDF-formaat.
| Producttype | Professionele mobiele luchtverwarmer |
| Merk | Master |
| Model | DC 61 |
| Categorie | Verwarming |
| Brandstof | Diesel of kerosine |
| Elektrische voeding | Netstroom (kabel) of oplaadbare lithium-ion-accu (optioneel) |
| Verwarmingstype | Infrarood (verwarmt objecten, niet de lucht) |
| Ontsteking | Elektronisch met aan/uit-schakelaar |
| Regeling | Optionele kamerthermostaat |
| Veiligheid | Oververhittingsbeveiliging, kanteldetector, fotocel |
| Filterreiniging | Reinigen met schone brandstof elke 150-200 uur of indien nodig |
| Onderhoud | Fotocel, sproeier, filter: reinigen of vervangen volgens aangegeven frequentie |
| Accu (indien aanwezig) | Lithium-ion, originele lader vereist |
| Opslag | Horizontaal, op een droge plaats, tank leeg |
| Beoogd gebruik | Professionele mobiele en tijdelijke toepassingen, niet voor huishoudelijk gebruik |
Veelgestelde vragen - DC 61 Master
Gebruikersvragen over DC 61 Master
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DC 61 - Master en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DC 61 van het merk Master.
GEBRUIKSAANWIJZING DC 61 Master
BELANGRIJK: Dit luchtverwarmingstoestel is orpen voor mobiele en tijdelijke professionele assingen. Het is niet ontworpen voor huishou- t gebruik of om mensen warmtecomfort te bieden.

BELANGRIJK: Dit toestel is niet geschikt om ge-
kt te worden door personen (kinderen inbegrepen)
beperkte fysische, zintuiglijke en mentale capaci-
n, of zonder ervaring, tenminste als ze niet onder
cht staan van een persoon die verantwoordelijk is
hun veiligheid. Zorg dat kinderen onder toezicht
n zodat ze niet met het apparaat spelen.

GEVAAR: Koolmonoxidevergiftiging kan fataal
De eerste symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op die van griep, met hoofdpijn, duizeligheid en/of braken. Dergelijke symptomen kunnen veroorzaakt worden door een slechte werking van de verwarmer. ALS DEZE SYMPTOMEN ZICH ZOUDEN VOORDOEN, MOET MEN ONMIDDELLIK NAAR BUITEN GAAN en de verwarmer door de technische dienst laten repareren.
1.1. BIJTANKEN:
▶1.1.1. Het personeel belast met het bijtanken, moet gekwalificeerd zijn en volledig vertrouwd zijn met de instructies van de fabrikant en met de geldende normen wat betreft het veilig bijtanken van verwarmers.
▶1.1.2. Gebruik uitsluitend het type brandstof dat op het identificatieplaatje van de verwarmer is gespecificeerd.
▶1.1.3. Vooraleer bij te tanken, dient u de verwarmer uit te zetten en wachten tot die is afgekoeld.
▶1.1.4. De tanks voor opslag van brandstof moeten in een afzonderlijke structuur zijn ondergebracht.
▶1.1.5. Brandstoftanks moeten minstens op een veilige afstand van de verwarmer zijn, volgens de geldende normen.
▶1.1.6. Bewaar de brandstof in lokalen waar de vloer geen penetratie toelaat of waar er druppels op vlammen eronder kunnen vallen, wat ontsteking kan veroorzaken.
▶1.1.7. Het bewaren van de brandstof dient te gebeuren in overeenstemming met de geldende normen.
1.2. VEILIGHEID:
▶1.2.1. Gebruik de verwarmer nooit in lokalen waarin benzine, solventen voor verf of andere licht ontvlambare dampen aanwezig zijn.
1.2.2. Tijdens het gebruik van het verwarmingstoestel dient u zich te houden aan alle plaatselijke verordeningen en aan de geldende normen.
1.2.3. Verwarmers gebruikt in de buurt van zeilen, gordijnen of andere, gelijkardige afdekmaterialen, moeten op veilige afstand ervan worden opgesteld. Het is ook aanbevolen om brandvertragende afdekmaterialen te gebruiken.
▶1.2.4. Alleen in goed geventileerde zones gebruiken. Voorzie een geschikte opening volgens de geldende normen, om verse lucht van buiten aan te voeren.
▶1.2.5. Voed het verwarmingstoestel uitsluitend met stroom waarvan spanning en frequentie overeenkomen met de specificatie op het identificatieplaatje van het toestel.
▶1.2.6. Gebruik uitsluitend verlengsnoeren met drie draden die op correcte wijze op massa zijn aangesloten.
▶1.2.7. Aanbevolen minimale veilige afstanden tussen de verwarmer en ontvlambare stoffen zijn: uitgang vooraan = 2,5 m; opzij, bovenaan en achteraan = 1,5 m.
▶1.2.8. Zet de warme verwarmer of de verwarmer in werking op een stabiel, waterpas oppervlak, om brandgevaar te vermijden.
▶1.2.9. Houd dieren op veilige afstand van het verwarmingstoestel.
▶ 1.2.10. Koppel de voeding of de batterij los van de verwarmer wanneer die niet gebruikt wordt.
▶1.2.11. Wanneer de verwarmer door een thermostaat wordt aangestuurd, kan die op elk willekeurig ogenblik inschakelen.
▶1.2.12. De verwarmer nooit gebruiken in vaak bewoonde kamers of in slaapkamers.
1.2.13. Wanneer de verwarmer warm is, of op het elektrische net aangesloten, gevoed wordt door de batterij of in werking is, mag die nooit worden verplaatst, verhandeld, bijgetankt of onderworpen aan een onderhoudsinterventie.
1.2.14. Houd voldoende afstand tussen ontvlambare of thermolabiele materialen (met inbegrip van de voedingskabel) en de warme delen van het verwarmingstoestel.
1.2.15. Als de voedingskabel of de batterij beschadigd zijn, moeten deze vervangen worden door het technisch assistentiecentrum, om risico's te voorkomen (het beschadigde materiaal moet afgedankt worden in overeenstemming met de geldende wetgeving).
1.2.16. Controleer of de verwarmer uit staat vooraleer de stekker in het stopcontact te steken en/of de herlaadbare batterij te plaatsen, om alle risico's te vermijden.
1.2.17. Gebruik enkel en alleen uitdrukkelijk voorziene, oorspronkelijke herlaadbare batterijen. Het gebruik van niet-voorziene herlaadbare batterijen kan schade veroorzaken of een gevaar betekenen voor het leven van personen, letsels en brandwonden veroorzaken, en ontploffingen, elektrische schokken of vergiftiging.
1.2.18. Houd voldoende veilige afstand tussen de losgekoppelde herlaadbare batterij en sluitingen, muntstukken, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die eventueel kortsluiting kunnen veroorzaken. Een eventuele kortsluiting tussen de contacten van de herlaadbare batterij kan schade veroorzaken of levensgevaarlijk zijn, en letsels, brandwonden, ontploffingen, enz. veroorzaken.
1.2.19. Een verkeerd gebruik van de herlaadbare batterij kan de batterijvloeistof doen lekken. Vermijd absoluut contact met deze vloeistof. Bij toevallig contact moet u zorgvuldig met water afspoelen. Wendt u onmiddellijk tot een arts wanneer de vloeistof met uw ogen in contact zou komen. Gelekte batterijvloeistof kan huidirritatie en brandwonden veroorzaken.
1.2.20. Een verkeerd gebruik van de herlaadbare batterij kan dampen uit de batterij doen ontsnappen. Vermijd absoluut om deze dampen in te ademen. Laat verse lucht binnen in het lokaal; in geval de dampen toevallig werden ingeademd, moet u een arts raadplegen indien u ademhalingsstoornissen ondervindt. Deze dampen kunnen de luchtwegen irriteren.
1.2.21. Teneinde ernstige risico's te vermijden, mag u niet proberen om de herlaadbare batterij te openen of te demonteren.
1.2.22. Teneinde ernstige risico's te vermijden, moet u de herlaadbare batterij tegen warmte beschermen (bijvoorbeeld tegen continue blootstelling aan zonnestralen, tegen vuur, tegen water, tegen vocht, enz.).
1.2.23. Gebruik de specifieke herlaadbare batterij uitsluitend voor deze verwarmer teneinde gevaarlijke overbelasting te vermijden.
1.2.24. Gebruik uitsluitend originele herlaadbare batterijen die voorzien zijn voor de spanning aangegeven op het plaatje met technische gegevens van de verwarmer. In geval andere herlaadbare batterijen worden gebruikt (bijvoorbeeld namaakbatterijen, geregenereerde batterijen, batterijen van
concurrenten, enz.) bestaat er gevaar voor letsels en/of on- tploffingen.
1.2.25. Laad de herlaadbare batterij enkel en alleen op met oorspronkelijke batterijladers. ledere batterij vereist een specifieke batterijlader om brandgevaar en risico voor ontploffing te vermijden.
1.2.26. Gebruik uitsluitend de werkwijzen voor elektrische voeding zoals voorzien in deze handleiding. Het is verboden om van werkwijze voor de voeding te wijzigen wanneer de verwarmer in werking is, teneinde ernstige schade te vermijden.
1.2.27. Wanneer de verwarmer geregeld wordt door de thermostaat of men overschakelt van de elektrische voeding met kabel op die met batterij, kan de verwarmer uitschakelen en in de modaliteit stand-by komen (op de display verschijnt de signalering “[ ]”. Let goed op want de verwarmer kan zich automatisch weer inschakelen op om het even welk moment en dit kan ernstige schade toebrengen aan personen en voorwerpen.
▶▶2. UITPAKKEN
Zie Fig. 1
▶2.1. Haal alle verpakkingsmateriaal weg, gebruikt om het verwarmingstoestel te verpakken en te versturen, en verwijder die volgens de geldende normen.
▶2.2. Haal alle artikelen uit de verpakking.
▶2.3. Controleer of er tijdens het transport geen schade is opgetreden. Als het verwarmingstoestel beschadigd lijkt, moet men onmiddellijk de concessiehouder verwittigen, waar het toestel werd aangekocht.
▶▶3. BESCHRIJVING VAN DE ARTIKELEN
▶3.1. VOEDINGSKABEL (waar aanwezig):
DE VOEDINGSKABEL DIENT NIET ALS BATTERIJLADER. (Fig. 5) De verwarmer kan voor zijn werking worden aangesloten op het elektriciteitsnet via de voedingskabel. Controleer regelmatig de staat van de kabel, om ernstige schade te voorkomen. Respecteer alle waarschuwingen met betrekking tot de voeding die in deze handleiding staan vermeld.
▶3.2. BATTERIJ (indien aanwezig):
(Fig. 6)
OPMERKING: NAARGELANG DE CAPACITEIT VAN DE BATTERIJ (GEMETEN IN Ah) MOET MEN GEBRUIK MAKEN VAN EEN ORIGINELE BATTERIJLADER MET GEPAST VERMOGEN.
De verwarmer kan op autonome wijze werken met een oorspronkelijke, herlaadbare Li-ion-batterij, zonder op het elektrici- teitsnet te moeten worden aangesloten. De herlaadbare batterij wordt gedeeltelijk geladen geleverd; het is bijgevolg aanbevolen om een volledige oplaadcyclus uit te voeren alvorens de batterij te gaan gebruiken. Gebruik uitsluitende oorspronkelijke batterijen om de verwarmer te voeden. Respecteer alle waarschuwingen met betrekking tot de batterij die in deze handleiding staan vermeld.
▶3.3. BATTERIJLADER (indien aanwezig):
(Fig. 7) De batterijlader is ontworpen om de oorspronkelijke herlaadbare Li-ion batterijen op te laden. Het is noodzakelijk om de werkingsparameters van de batterijlader te respecteren (zie gegevensplaatje dat op de batterijlader is aangebracht). Gebruik de batterijlader op plaatsen die volledig droog zijn en tegen stof beschermd, om uitsluitend oorspronkelijke herlaadbare batterijen op te laden die gebruikt kunnen worden om deze verwarmer te voeden. De batterijlader is voorzien om op automatische wijze de oplaadcyclus te beheren wanneer de herlaadbare batterij wordt aangesloten (Fig. 8). Een verlichte indicator op de batterijlader zorgen voor een gedetailleerde diagnose tijdens het zoeken (Fig. 9). Respecteer alle waarschuwingen met betrekking tot de batterijlader die in deze handleiding staan vermeld.
▶▶4. BRANDSTOF
WAARSCHUWING: De verwarmer werkt alleen op DIESEL of KEROSINE.
Gebruik uitsluitend diesel of kerosine, om brandgevaar of on- tploffingsgevaar te vermijden. Maak nooit gebruik van benzine, nafte, solventen voor verfstoffen, alcohol of andere zeer ont- vlambare brandstoffen.
Gebruik niet-giftige antivriesadditieven bij zeer lage temperatu- ren.
De zone noodzakelijk om borg te staan voor een correcte verbranding wordt geproduceerd door de rotatie van een interne waaier in de brander. De luchtstroom komt uit de brander en vermengt zich met de brandstof die verneveld wordt door een spuitmond aan hoge druk. De door de spuitmond vernevelde brandstof wordt gegarandeerd door een elektrische pomp die de brandstof aanzuigt vanuit het reservoir en die aan hoge druk naar de spuitmond duwt.
▶▶6. WERKING
WAARSCHUWING: Lees aandachtig de "INLICHTINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID" vooraleer de verwarmer aan te zetten.
BELANGRIJK: Wanneer de verwarmer een eerste keer niet inschakelt, moet u controleren of er brandstof in de tank aanwezig is, controleren of de brandstofffilter netjes is en controleren of de verwarmer op een vlak, stabiel oppervlak is geplaatst.
BELANGRIJK: Deze inrichting is een infraroodverwarmer. Verwarmt voorwerpen, niet de lucht.
BELANGRIJK: Om de typologie van elektrische voeding met batterij op kabel en omgekeerd te veranderen, zet de verwarmer uit door de procedure strikt op te volgen, om ernstige schade te voorkomen.
▶6.1. INSCHAKELING VAN DE VERWARMER:
▶6.1.1. Volg alle instructies met betrekking tot de veiligheid.
▶6.1.2. Controleer of er brandstof in de tank aanwezig is.
▶6.1.3. Sluit de dop van de tank.
▶6.1.4. Sluit de stekker van de voeding aan op het elektriciteitsnet of de opgeladen batterij (ZIE SPANNING IN "TABEL TECHNISCHE GEGEVENS") (Fig. 10-11).
▶6.1.5. Zet de schakelaar "ON/OFF" in de stand "ON" (I) (A Fig. 3). De verwarmer moet binnen enkele seconden aangaan. Als de verwarmer niet start, lees de relatieve paragraaf om het probleem op te sporen (Parag. 10).
N.B.: WANNEER DE VERWARMER UITGAAT OMDAT DE BRANDSTOF OP IS, MOET U DE VERWARMER UITZETTEN, DE TANK BIJVULLEN EN WEER AANZETTEN (ZIE PARAG. 5.1.).
▶6.2. UITSCHAKELING VAN DE VERWARMER:
AANDACHT: NEEM DE SPANNING NIET WEG, KOPPEL DE VOEDINGSKABEL NIET LOS EN VERWIJDER DE BATTERIJ NIET TOT DE VERWARMER VOLLEDIG AFGEKOELD IS (ongeveer 5 min.).
▶6.2.1. Zet de schakelaar "ON/OFF" in de stand "OFF" (0) (A Fig. 3).
Verwijder de dop die op de verwarmer is aangesloten en verbind de omgevingsthermostaat (optioneel) (C Fig. 3).
▶▶7. REINIGING BRANDSTOFFILTER
Zie Fig. 4
AFHANKELIJK VAN DE KWALITEIT VAN DE BRANDSTOF DIE GEBRUIKT WORDT, KAN HET NODIG WORDEN OM DE FILTER TE REINIGEN.
▶7.1. Verwijder de dop op de tank (A Fig. 4).
▶7.2. Haal de filter uit de tank.
▶7.3. Draai de moer los (B Fig. 4).
▶7.4. Verwijder de filter (C Fig. 4).
▶7.5. Reinig de filter met schone brandstof, let op dat u de filter niet beschadigt.
▶7.6. Hermonteer de filter in de tank.
▶▶8. BEWARING EN TRANSPORT
OM DE VERWARMER ZO GOED MOGELIJK OP TE SLAAN EN/OF TE VERVOEREN, IS HET AANBEVOLEN DE VOLGENDE PROCEDURE TE VOLGEN:
▶8.1. Ledig de brandstoftank.
▶8.2. Indien u vaststelt dat er residuen zijn, giet u zuivere brandstof in de tank en laat u die opnieuw af.
▶8.3. Sluit de dop van de tank en verwerk de brandstof op correcte wijze volgens de geldende normen.
▶8.4. Om de verwarmer zo goed mogelijk te bewaren, is het aanbevolen deze in vlakke positie te houden, om te vermijden dat er brandstof uitloopt, en om die op een droge plaats op te slaan, beschut tegen mogelijke externe schade.
▶▶9. FOUTMELDINGEN OP DE DISPLAY
Zie B Fig. 3
| FOUT O∅RZAAK OPLOSSING | ||
| F0 | OPERATIONELE FOUT | |
| 1. De “ON/OFF” schakelaar staat in de positie “ON” (I) wanneer de generator wordt aangesloten op het elektriciteitsnet | 1. Haal de stekker uit het stopcontact, zet de ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0) en sluit het apparaat opnieuw aan op het elektriciteitsnet en zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “ON” (I) | |
| F1 | FOTOCEL FOUT | |
| 1. Te weinig brandstof2. De brandstof is verontreinigd3. De fotocel is verontreinigd of beschadigd4. Het brandstoffilter is verontreinigd5. Ontstekingsfout | 1. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0) en brandstoftank bijvullen2. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0), de brandstoftank leegmaken en vervolgens weer bijvullen. Reinig het filter met behulp van schoon brandstof. Wees voorzichtig om het filter niet te beschadigen (ZIE SECTIE 6)3. Raadpleeg een erkende servicedienst4. ZIE SECTIE 65. Raadpleeg een erkende servicedienst | |
| F2 | TEMPERATUURSENSOR FOUT | |
| 1. Kabel onderbroken2. De sensor is beschadigd | 1. Raadpleeg een erkende servicedienst2. Raadpleeg een erkende servicedienst | |
| F3 | ERREUR DU THERMOSTAT | |
| 1. Interne oververhitting van de generator2. Sensor anti-tipping | 1. Generator uitschakelen en wachten totdat het apparaat volledig is afgekoeld2. Zet de kachel op een vlak en stabiel oppervlak | |
| F4 | SPANNING NIET GESCHIKT | |
| 1. Spanning niet geschikt 1. Controleer of uw systeem de correcte spanning heeft | ||
| FF | GEEN ONTSTEKING NA DRIE POGINGEN | |
| 1. Geen brandstof2. Brandstofffilter is vuil3. Fotocel is vuil of defect4. Straalpijp is vuil of defect5. Interventie antitilting-sensor | 1. Raadpleeg een erkende servicedienst2. Raadpleeg een erkende servicedienst3. Raadpleeg een erkende servicedienst4. Raadpleeg een erkende servicedienst5. Raadpleeg een erkende servicedienst | |
| PF | PLATTE BATTERIJ | |
| 1. Platte batterij 1. Laad de batterij op | ||
| [ ] | VERWARMER IN STAND-BY | |
| 1. Aangesloten thermostaat2. Overschakeling van voeding met kabel op batterij | 1. Temperatuur van de thermostaat ingesteld onder de omgevingstemperatuur2. Automatische herinschakeling | |
▶▶10. PREVENTIEF ONDERHOUDSSCHEMA
LET OP: VOORDAT ER ENIGE ONDERHOUDS- OF REPARATIEWERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD, DIENT EERST DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT TE WORDEN GEHAALD EN GECONTROLEERD TE WORDEN OF DE GENERATOR VOLLEDIG IS AFGEKOELD.
ALS DE VERWARMER IN BIJZONDER STOFFIGE RUIMTES GEBRUIKT WORDT, IS HET NODIG HET ONDERHOUD EN DE REINIGING VAKER UIT TE VOEREN.
| ONDERDEEL FREQUENTIE VAN ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN | ONDERHOUDS-PROCEDURE | |
| Brandstoftank Reinigen na | 150-200 uur werk of afhankelijk van de behoefte | Tap alle brandstof af uit de tank en spoel de tank met schone brandstof |
| Mondstuk Reinigen of vervangen eenmaal per seizoen of afhankelijk van de behoefte | Raadpleeg een erkende servicedienst | |
| Fotocel Reinigen eenmaal per seizoen of afhankelijk van de behoefte | Raadpleeg een erkende servicedienst | |
| Brandstofffilter Reinigen of vervangen tweemaal per seizoen of afhankelijk van de behoefte | Reinig het brandstofffilter met schone brandstof | |
| Ontstekingsapparaat Reinigen of vervangen na 1.000 uur werk of afhankelijk van de behoefte | Raadpleeg een erkende servicedienst | |
Rotorbladen Reinigen afhankelijk van de behoefte Raadpleeg een erkende servicedienst
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK MOGELIJKE OPLOSSING | ||
| De generator start niet | 1. Geblokkeerde generator2. De schakelaar staat in de positie “OFF” (0)3. Geen spanning4. Het snoer is niet aangesloten op het elektriciteitsnet5. Geblokkeerde alarmprint6. Verkeerde instelling van de kamerthermostaat7. Interventie van de temperatuursensor8. Beschadigde zekering | 1. De generator uitschakelen en weer opstarten2. Zet de schakelaar in de positie “ON” (I)3A. Steek de stekker van het snoer goed in het stopcontact3B. Controleer de netwerkinstallatie3C. Raadpleeg een erkende servicedienst3D. Platte batterij4. Raadpleeg een erkende servicedienst5A. De generator uitschakelen en weer opstarten5B. Identificeer de foutmelding op de display5C. Raadpleeg een erkende servicedienst6. Stel de kamerthermostaat goed in - voer een hogere temperatuur in dan de werkomgeving7A. Wacht minstens tien minuten en probeer vervolgens opnieuw over te gaan tot de ontstekingsfase7B. Raadpleeg een erkende servicedienst8. Raadpleeg een erkende servicedienst |
| De motor/pomp werkt wel, maar de vlam gaat niet aan | 1. Te weinig brandstof2. Het ontstekingsapparaat is verontreinigd3. Het brandstofffilter is verontreinigd4. Het mondstuk is verontreinigd5. De fotocel is verontreinigd, beschadigd of is onjuist geïnstalleerd6. Aanwezigheid van vreemde stoffen in de tank7. Versleten elektroden of op onjuiste afstand geplaatst | 1. Schakel de generator uit, vul de brandstoftank en start de generator weer op2. Raadpleeg een erkende servicedienst3. Maak het filter schoon met schone brandstof4. Raadpleeg een erkende servicedienst5. Raadpleeg een erkende servicedienst6. Tap alle brandstof af uit de tank en vul de tank weer met schone brandstof7. Raadpleeg een erkende servicedienst |
| De rotor is geblokkeerd of | 1. De motor is beschadigd 1. Raadpleeg een erkende | |
IMPORTANTE: LEIA E COMPREENDA ESTE MANUAL OPERATIVO ANTES DE EFETUAR A MONTAGEM, A COLOCAÇÃO EM FUNÇÃO OU A MANUTENÇÃO DESTE GERADOR. O USO INCORRETO DO GERADOR PODE CAUSAR LESÕES GRAVES. CONSERVE ESTE MANUAL PARA FUTURAS CONSULTAS.
-Dit product werd ontworpen en gemaakt met hoogwaardige materialen en componenten, die gerecycleerd en herbruikt kunnen worden.
-Wanneer op een product het symbool van de afvalbak op wielen met een kruis erdoor is aangebracht, betekent dit dat het product valt onder de Europese Richtlijn 2012/19/UE.
-Gelieve inlichtingen in te winnen betreffende het plaatselijke systeem voor gedifferentieerde inzameling van elektrische en elektronische toestellen.
-Respecteer de plaatselijke normen die van kracht zijn, en verwijder de oude toestellen niet als gewoon huishoudelijk afval. Een correcte verwijdering van het product helpt om mogelijke negatieve gevolgen voor de gezondheid van mens en milieu te voorkomen.