MagicWatch MWE860 - Sensor DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MagicWatch MWE860 DOMETIC in PDF-formaat.
| Producttype | Ultrasone parkeerhulp |
| Merk | Dometic |
| Model | MagicWatch MWE860 |
| Detectiezone | 0,40 m tot 1,6 m |
| Ultrasone frequentie | 40 kHz |
| Voedingsspanning | 10-24 V |
| Stroomverbruik | 120 mA max |
| Bedrijfstemperatuur | -25 °C tot +70 °C |
| Inhoud van de levering | 4 ultrasoonsensoren, regeleenheid, aansluitkabels, display (MWE860), bevestigingsmateriaal |
| Gebruik | Bewaking van de ruimte achter het voertuig tijdens het manoeuvreren |
| Signaalgeving | Auditief (pieptonen) en visueel (LED-display met balken) |
| Montage | Op niet-metalen bumper, afstand tot de grond 50 cm, hoek van 90° |
| Instellingen | Gevoeligheid (laag, gemiddeld, hoog), onderdrukking van vaste objecten, fabrieksinstelling |
| Garantie | Wettelijk |
| Onderhoud | Reinig de sensoren, stel de elektronica niet bloot aan vocht |
| Veiligheid | Niet installeren in het bereik van airbags, bevestiging veilig in het voertuig |
| Reserveonderdelen | Sensoren, kabels, display, snijgereedschap (accessoire) |
| Repareerbaarheid | Vervanging van sensoren mogelijk |
| Certificering | 030117 |
Veelgestelde vragen - MagicWatch MWE860 DOMETIC
Gebruikersvragen over MagicWatch MWE860 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Sensor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MagicWatch MWE860 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MagicWatch MWE860 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING MagicWatch MWE860 DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing ....85
DA Parkeringshjælp
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Veiligheids- en montage-instructies. 86
2 Omvang van de levering 87
4 Reglementair gebruik 88
5 Instructies vóór de montage.... 88
6 Parkeerhulp monteren 89
7 Parkeerhulp aansluiten 89
8 Detectiebereik....91
9 Systeem instellen....91
10 Werking testen 93
11 Parkeerhulp gebruiken 94
12 Storingen zoeken 95
13 Garantie....96
14 Afvoeren 96
15 Technische gegevens.... 97
1 Veiligheids- en montage-instructies
De volgende teksten vullen de afbeeldingen in de bijlage slechts aan. Alleen vormen ze geen volledige montage- en gebruiksaanwijzing! Neem de bijgevoegde afbeeldingen in acht!
Leef de veiligheidsinstructies en voorschriften van de voertuigfabrikant en het garagebedrijf na!
Neem de geldende wettelijke voorschriften in acht.
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen

VOORZICHTIG!
- Bevestig de in het voertuig te monteren delen van de parkeerhulp zodanig, dat deze in geen geval (hard remmen, verkeersongeval) los kunnen raken en tot verwondingen bij de inzittenden van het voertuig kunnen leiden.
- Monteer de in het voertuig gemonteerde onderdelen van de parkeerhulp niet in het werkingsbereik van een airbag. Anders bestaat er verwondingsgevaar als de airbag opengaat.
- De parkeerhulp dient ter ondersteuning, d.w.z. dat het toestel u niet ontslaat van de plicht bijzonder voorzichtig te zijn bij het manoeuvreren.

LET OP!
- Bij voertuigen met LED-achterlichten kan de montage van de parkeer-hulp tot storingen leiden.
- De inparkeerhulp is niet geschikt voor montage in metalen bumpers.
- De dubbele besturingselektronica mag niet aan vocht blootgesteld zijn.
- De besturingselektronica mag niet direct bij andere stuurmodules worden geïnstalleerd.
-
De sensoren mogen geen signaallampen bedekken.
-
Let er bij de montage van de sensoren op dat zich geen aan het voertuig vastgemonteerde objecten in het detectiebereik van de sensoren bevinden. De weergave van vaste voorwerpen, zoals trekhaken, kan worden onderdrukt.
- Doe een beetje vet in de steekverbindingen van de sensoren.
2 Omvang van de levering
Zie afb. 1
| Nr. Aantal Omschrijving Artikelnr. | ||
| 14 | Ultrasone sensoren | 9101500043 |
| 21 | Besturingselektronica | |
| MWE820 | 9101500044 | |
| MWE860 | 9101500046 | |
| MWE890 | 9101500047 | |
| 31 | Luidsprekers | 9101500051 |
| 41 | Aansluitkabel besturingselektronica | |
| 5 | 4 Aansluitkabel sensoren | |
| 61 | Bevestigingsmateriaal | |
| 71 | Kernboor 21,5 mm | |
| 8 | 1 Display (alleen MWE860) | 9101500045 |
3 T o e b e h o r
Als toebehoren verkrijgbaar (niet bij de levering inbegrepen):
| Omschrijving | Artikelnr. |
| Stansgereedschap 22 mm | 9101500024 |
| Externe toets (alleen MWE890) | 9101500049 |
| Display (alleen MWE 890) | 9101500045 |
| Verlengkabel display, 5 m (alleen MWE 860, 890) | 9101500053 |
| Aansluitkabel sensor, 250 cm (alleen MWE 820, 860) | 9101500048 |
| Aansluitkabel sensor, 450 cm (alleen MWE 890) | 9101500050 |
4 R e g l e m e n
MagicWatch is een ultrasone inparkeerhulp. Deze bewaakt bij het rangeren de ruimte
•MWE820, 860: achter het voertuig
•MWE890: voor het voertuig
De inparkeerhulp waarschuwt akoestisch en optisch voor obstakels die door het toestel worden gedetecteerd.
MagicWatch is voor de montage in personenauto's ontworpen.
5 Instructies vóór de montage
5.1 Montageplek voor de sensors bepalen
Zie afb. 3 tot afb. 6

INSTRUCTIE
Voor een goede werking van het toestel is het belangrijk dat de sensoren juist afgesteld zijn.
Als deze naar de grond wijzen, worden bijv. oneffenheden op de grond als hindernis doorgegeven. Als ze te ver naar boven wijzen, worden aanwezige hindernissen niet herkend.
Neem bij de montage het volgende in acht:
- De afstand van de sensoren tot de grond moet 50 cm bedragen (afb. 3).
- Voor een optimale werking dient de hoek van de sensor t.o.v. de rijbaan 90° te bedragen (afb. 3). De hoek mag niet kleiner zijn dan 90°, omdat in dat geval de rijbaan door de sensor als obstakel wordt herkend.
- Let op de positionering van de sensoren (afb. 4).
5.2 Sensoren lakken
Zie afb. 2

INSTRUCTIE
De sensoren mogen gelakt worden. De fabrikant adviseert om de sensoren door een vakkundige werkplaats te laten lakken.
6 Parkeerhulp monteren
Zie afb. 7 tot afb. 11
Aanvulling bij afb. 8

LET OP! Gevaar voor lakschade!
- De omgevingstemperatuur mag bij het ponsen of boren niet lager zijn dan 18 °C.
- Wij adviseren het gebruik van het ponsgereedschap.
- Let erop dat het ponsgereedschap bij het gebruik niet kantelt.
▶Ontbraam de boorgaten.
▶ Schuin de boorgaten voor een betere pasnauwkeurigheid van onderen aan de binnenkant van de bumper een beetje af. De sensorbehuizing kan nu licht schuin naar onderen worden ingeschoven.
Aanvulling bij afb. 9

LET OP! Gevaar voor storing!
MWE820, 860: Houd er rekening mee dat de sensoren in een bepaalde richting afgesteld moeten zijn. De bovenkant van de sensor is met een ▲ gemarkeerd.
7 Parkeerhulp aansluiten

INSTRUCTIE
- MWE820, 860: Bij sommige voertuigen functioneert het achteruitrijlicht alleen bij ingeschakeld contact. In dit geval moet u het contact inschakelen om de plus- en massaleiding te bepalen.
- MWE890: Als het snelheidssignaal op de besturingselektronica is aangesloten, worden de sensoren bij een snelheid van meer dan ca. 15 km/uur automatisch gedeactiveerd.
Zodra de snelheid onder ca. 15 km/uur daalt, worden de sensoren weer geactiveerd.
MWE820, 860: Het totale aansluitschema vindt u in afb. 12.
Nr. Omschrijving
1 Besturingselektronica
2 Achteruitrijlicht
3 Zwart/blauwe ader: Aansluiting op geschakelde plus (+12 V)
4 Bruine ader: Aansluiting op massa
5 Rood/grijze ader: Aansluiting op de mute-aansluiting van de radio (optioneel)
6 Gele ader van de luidspreker
7 Blauwe ader van de luidspreker
8 Display (alleen MWE860)
9 Sensoren
MWE 890: Het totale aansluitschema vindt u in afb. 13.
Nr. Omschrijving
1 Besturingselektronica
2 Zwart/blauwe ader: Aansluiting op geschakelde plus (+12 V)
3 Bruine ader: Aansluiting op massa
4 Gele ader van de luidspreker
5 Blauwe ader van de luidspreker
6 Rood/grijze ader: Aansluiting op de mute-aansluiting van de radio (optioneel)
7 Geel/blauwe draad: aansluiting op achteruitrijlicht (optioneel)
8 Zwart/gele draad: aansluiting op het snelheidssignaal van de snelheidsmeter (optioneel)
9 Sensoren
8 Detectiebereik
Zie afb. 14
Het detectiebereik van de parkeerhulp is in vier zones onderverdeeld:
•Zone 1 (alleen MWE820, 860)
Deze zone omvat het eerste grensgebied. Hier worden kleine of slecht reflecterende objecten in sommige gevallen niet geregistreerd.
- Zone 2
In deze zone worden nagenoeg alle objecten aangegeven.
- Zone 3
In deze zone worden vrijwel alle objecten aangegeven, wel kunnen er objecten in de dode hoek van de sensoren terechtkomen of vanwege hun hoedanigheid of geringe afmeting niet gedetecteerd worden.
- Stopzone (4)
Objecten in deze zone hebben tot gevolg dat de parkeerhulp door een permanente toon „Stop“ doorgeeft.
In deze zone worden vrijwel alle objecten aangegeven, wel kunnen er objecten in de dode hoek van de sensoren terechtkomen of vanwege hun hoedanigheid of geringe afmeting niet gedetecteerd worden.
De weergave van vaste voorwerpen zoals aanhangers kan onderdrukt worden.
9 Systeem instellen
De besturingselektronica heeft een toets (afb. 15 1) voor het instellen van onderstaande parameters.
9.1 Gevoeligheid instellen
▶Schakel het contact in.
Zet het voertuig in de achteruitversnelling (alleen MWE820, 860).
▶Druk de toets korter dan twee seconden in om de gevoeligheid in de volgende volgorde in te stellen:
– Lage gevoeligheid: de luidspreker piept één keer
– Gemiddelde gevoeligheid (standaard): de luidspreker piept twee keer
– Hoge gevoeligheid: de luidspreker piept drie keer
Door de toets herhaaldelijk in te drukken, wordt de gevoeligheid in de bovenge-noemde volgorde gewijzigd.
9.2 Weergave van vaste objecten (bijv. trekhaak) onderdrukken (alleen MWE820, 860)

LET OP!
Controleer voor het instellen of zich geen andere objecten in de stopzone bevinden, bijv. personen of andere voertuigen.
▶Schakel het contact in.
▶Zet het voertuig in de achteruitversnelling.
Druk de toets langer dan twee seconden, maar korter dan vier seconden in tot de luidspreker kort piept.
√ Uit de luidspreker weerklinken herhaaldelijk korte pieptonen.
√Het systeem initialiseert het vaste object.
- Om de instelling te beëindigen, koppelt u de achteruitversnelling na een looptijd van minimaal drie seconden weer uit.
9.3 Fabrieksinstelling herstellen
MWE 820, 860
▶Schakel het contact in.
▶Zet het voertuig in de achteruitversnelling.
▶Druk de toets langer dan vier seconden in.
√ Uit de luidspreker weerklinken herhaaldelijk pieptonen.
▶Koppel de achteruitversnelling uit.
Zet het voertuig weer in de achteruitversnelling.
√Het systeem is teruggezet op de fabrieksinstellingen.
MWE890

INSTRUCTIE
Als het snelheidssignaal van de snelheidsmeter van de besturings-elektronica gescheiden is, moet de fabrieksinstelling hersteld worden om de correcte functie van de sensoren te garanderen.
▶Schakel het contact in.
▶Druk de toets langer dan twee seconden in.
√Uit de luidspreker weerklinken herhaaldelijk pieptonen.
▶Laat de toets weer los.
√Het systeem is teruggezet op de fabrieksinstellingen.
9.4 Displayweergave spiegelen (alleen MWE860)
Als de obstakels op het display in spiegelbeeld worden weergegeven, gaat u als volgt te werk:
▶ Steek de stekkers van de sensoren in omgekeerde volgorde in de bussen van de besturingsmodule (1 → 4, 2 → 3, 3 → 2, 4 → 1).
10 Werking testen
Om de parkeerhulp te testen, rijdt u bijvoorbeeld langzaam op een wand af.

LET OP!
Handel bij de eerste ingebruikname uiterst voorzichtig en maak u vertrouwd met de verschillende tonenreeksen (afb. 14).
11 Parkeerhulp gebruiken
De achterste sensoren (MWE820, 860) worden automatisch geactiveerd door het voertuig in de achteruitversnelling te zetten als het contact ingeschakeld is of als de motor draait. Uit de luidspreker weerklinkt een dubbele pieptoon.
De voorste sensoren (MWE890) worden automatisch geactiveerd zodra het contact ingeschakeld is en de rijsnelheid tussen 0 en ca. 15 km/uur ligt.
Optioneel kan de besturingselektronica van de voorste sensoren in plaats van aan het snelheidssignaal ook aan het achteruitrijlicht worden verbonden of op een externe schakelaar worden aangesloten.

INSTRUCTIE
Houd de toets van de besturingselektronica vóór gebruik van een van beide functies voor 2 seconden ingedrukt (zie hoofdstuk „Fabrieks-instelling herstellen“ op pagina 92).
De sensoren zijn in de volgende gevallen actief:
• Ca. 30 seconden lang nadat de motor is gestart
- Als het voertuig in de achteruitversnelling gezet is en de besturingselektronica op het achteruitrijlicht aangesloten is
- Ca. 30 seconden lang nadat de achteruitversnelling uitgekoppeld is
- Met een externe toets (toebehoren) kunnen de sensoren voor een interval van ca. 30 seconden worden geactiveerd.
Zodra zich een hindernis in het detectiebereik bevindt, klinkt een signaaltoon die in gelijke intervallen wordt herhaald.
Als het obstakel verder wordt genaderd, veranderen de tonenreeks en de knipperfrequentie afhankelijk van de zone waarin het obstakel zich bevindt; op die manier wordt de afstand doorgegeven (afb. 14).
MWE860 (optioneel MWE890): naarmate het obstakel dichterbij komt, lichten op het display meerdere LED's op.

LET OP!
Breng het voertuig onmiddellijk tot stilstand en controleer de situatie (evt. uitstappen), als bij het rangeren het volgende gebeurt:
Bij het rangeren geeft het toestel eerst een hindernis aan en de tonenreeks wordt heel normaal sneller (bijv. overgang van de langzame in de middelste tonenreeks). Plotseling gaat de signaaltoon over in de langzame tonenreeks of er wordt helemaal geen hindernis meer aangegeven.
Dit betekent dat de oorspronkelijke hindernis zich niet meer in het detectiebereik van de sensoren bevindt (afhankelijk van de vorm), maar nog steeds kan worden genaderd.
12 Storingen zoeken
Toestel functioneert niet.
De voedingskabel (zwart/blauwe en bruine kabel) heeft geen contact of is verkeerd aangesloten.
▶Controleer de verbindingen.
De stekkers van de sensoren zijn niet of niet goed ingestoken in de besturings- elektronica.
▶Controleer de stekkers en steek ze indien nodig zo ver in tot ze vastklikken.
Na het inschakelen van het contact klinkt een lange toon (ca. 3 s).
Eén of meerdere sensoren zijn defect of niet meer verbonden met de besturings-elektronica. De luidspreker geeft aan de hand van het aantal pieptonen na de lange pieptoon aan welke sensor defect is: bijvoorbeeld drie pieptonen voor sensor 3.
▶Controleer de stekkers en steek ze indien nodig zo ver in tot ze vastklikken.
▶Vervang de defecte sensor(en).

LET OP!
Het systeem functioneert niet goed meer als een of meerdere sensoren defect zijn.
Toestel meldt hindernissen verkeerd.
De volgende oorzaken kunnen valse alarmen tot gevolg hebben:
- Bijvoorbeeld vuil of vorst op de sensoren.
▶Reinig de sensoren. - De sensoren zijn verkeerd gemonteerd.
▶ Pas de afstelling of de hoogte van de sensoren aan (afb. 3). - De sensoren maken contact met het voertuigchassis.
▶Maak de sensoren van het chassis los.
Objecten aan het voertuig (bijv. reservewiel) leiden tot valse alarmen.
Stel het systeem zo in dat vaste objecten niet meer worden weergegeven (zie hoofdstuk „Systeem instellen“ op pagina 91).
13 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u het volgende mee op te sturen:
• defecte onderdelen,
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
14 Afvoeren
▶Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| MagicWatch | |||
| MWE820 MW | E860 MWE890 | ||
| Artikelnr.: 9600000353 9600 | 000354 96000003 | 55 | |
| Detectiebereik: | ca. 0,40 m tot 1,6 m | ca. 0,35 m tot 0,75 m | |
| Ultrasone frequentie: 40 kHz | |||
| Voedingsspanning: 10 – 24 V | |||
| Stroomverbruik: maximaal 120 mA | |||
| Bedrijfstemperatuur: | -25 °C tot +70 °C | ||
| Certificaat: | 030117 | ||

INSTRUCTIE
De sensoren mogen gelakt worden. De fabrikant adviseert om de sensoren door een vakkundige werkplaats te laten lakken.
030117