Fold&Go iSize - Autostoel CHICCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Fold&Go iSize CHICCO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fold&Go iSize - CHICCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fold&Go iSize van het merk CHICCO.
GEBRUIKSAANWIJZING Fold&Go iSize CHICCO
WIJZING VOOR HET GEBRUIK VOLLEDIG
EN AANDACHTIG DOOR OM KANS OP GE- VAAR BIJ HET GEBRUIK TE VOORKOMEN EN BEWAAR ZE VOOR LATERE RAADPLEGING.
VOLG DEZE GEBRUIKSAANWIJZINGEN
1.1. Waarschuwing 1.2. Kenmerken van het artikel 1.3. Beschrijving van de onderdelen 1.4. Beperkingen en gebruiksvereisten van het artikel en de autozitting
2.1. Installeren van het autostoeltje met veilig- heidsgordels en stijve Isox-koppelstukken 2.2. Installeren van het autostoeltje met veilig- heidsgordels
7.1. Verstellen van de hoogte van de rugleuning 7.2. Verstellen van de breedte van de rugleuning 7.3. Verstellen van de hoek van de rugleuning/ zitting 7.4. Verwijderen van de hoes van de rugleu- ning/zitting 7.5. Onderhoud en reinigen van de hoes WAARSCHUWING
- Ieder land heeft andere wetten en voorschrif- ten betreende een veilig vervoer van kinde- ren in de auto. Het is daarom aangeraden voor meer informatie contact op te nemen met de plaatselijke autoriteiten.
- Het autostoeltje mag uitsluitend door een vol- wassene worden versteld.
- Zorg ervoor dat niemand het artikel gebruikt zonder eerst de aanwijzingen gelezen te hebben.
- Het gevaar voor ernstig letsel van het kind, en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in an- dere omstandigheden (bijv. bij hard remmen, enz.) wordt groter als de aanwijzingen die in deze handleiding worden beschreven niet nauwgezet in acht worden genomen.
- Bewaar het instructieboekje om het in de toe- komst te kunnen raadplegen: achter de rug- leuning van het autostoeltje is hiervoor een zak voorzien om de handleiding op te bergen.
- Het artikel is uitsluitend bedoeld om als auto- stoeltje in de wagen te worden gebruikt en het is niet bedoeld om in huis te worden gebruikt.
- De rma Artsana wijst elke vorm van aanspra- kelijkheid af bij oneigenlijk gebruik van het ar- tikel en bij elk gebruik dat niet overeenstemt met deze instructies.
- Geen enkel autostoeltje kan de volledige veilig- heid van het kind garanderen in geval van een ongeval, maar het gebruik ervan verkleint het risico op ernstige verwondingen bij ongevallen.
- Gebruik het autostoeltje altijd om uw kind te transporteren, ook voor korte trajecten, en zorg ervoor dat het correct is geïnstalleerd; indien u dit niet doet, brengt dit de integri- teit van het kind in gevaar. Controleer in het bijzonder dat de gordel voldoende strak en niet gedraaid zit of op een verkeerde manier is aangebracht.
- Zelfs na een licht ongeval of nadat het per ongeluk is gevallen, kan het autostoeltje scha- de hebben opgelopen die niet altijd met het blote oog waarneembaar is: het moet daarom worden vervangen.
- Gebruik het product NIET langer dan 10 jaren. Na deze periode kunnen de wijzigingen in de materialen (bijvoorbeeld door blootstelling55 aan zonlicht) de goede werking van het pro- duct reduceren of negatief beïnvloeden.
- Gebruik geen tweedehandsautostoeltjes: ze kunnen structurele schade hebben opgelo- pen die niet waarneembaar is met het blote oog, maar van die aard is dat de veiligheid van het artikel niet meer gegarandeerd is.
- Gebruik geen autostoeltje dat beschadigd, vervormd of te versleten is of een defect onderdeel vertoont: het kan zijn dat het niet meer over de oorspronkelijke veiligheidsken- merken beschikt.
- Wijzig niets aan het artikel en voeg er niets aan toe zonder toestemming van de fabrikant.
- Gebruik voor dit autostoeltje geen accessoi- res, wisselstukken of onderdelen die niet zijn geleverd en erkend door de fabrikant.
- Gebruik geen opvullingen, bijv. kussens of dekens, om het autostoeltje omhoog te bren- gen op de autozetel of om het kind omhoog te brengen op het autostoeltje: in geval van een ongeluk kan het dan gebeuren dat het autostoeltje niet goed functioneert.
- Controleer of er zich geen voorwerpen (bijv. een boekentas, een rugzakje) bevinden tus- sen het kind en het autostoeltje of tussen het autostoeltje en het portier.
- Controleer of de (inklapbare, kantelbare of draai- ende) zetels van het voertuig stevig vastzitten.
- Controleer of er geen voorwerpen of bagage, in het bijzonder op de hoedenplank, in het voertuig worden vervoerd, die niet zijn vast- gezet of veilig zijn geplaatst: in geval van een ongeluk of bij hard remmen kunnen ze de passagiers verwonden. Laat andere kinderen niet met onderdelen of delen van het Auto- stoeltje spelen.
- Laat andere kinderen niet met onderdelen of delen van het autostoeltje spelen.
- Laat het kind nooit alleen in de auto. Dit kan gevaarlijk zijn!
- Vervoer niet meer dan één kind tegelijk in het autostoeltje.
- Controleer of alle passagiers van het voertuig hun veiligheidsgordel vastmaken. Dit voor hun eigen veiligheid maar ook omdat ze an- ders het kind kunnen verwonden indien er tij- dens de reis een ongeval gebeurt of er bruusk geremd wordt.
- WAARSCHUWING! Zorg er bij het verstel- len (van de hoofdsteun en de rugleuning) voor dat de bewegende onderdelen van het autostoeltje niet in contact komen met het lichaam van het kind.
- Tijdens het rijden dient u het voertuig op een veilige plaats stil te zetten, voordat u het auto- stoeltje verstelt of het kind verzet.
- Controleer regelmatig of het kind de vergren- delgesp van de veiligheidsgordel niet opent en niet aan het autostoeltje of onderdelen ervan zit te prutsen.
- Geef het kind tijdens de reis geen eten, in het bijzonder geen lolly, ijslolly of andere etenswaar op een stokje. Als er een ongeval gebeurt of bruusk geremd wordt, zou het zich kunnen verwonden.
- Tijdens lange reizen wordt aangeraden vaak te pauzeren: het kind verveelt zich al gauw in het autostoeltje en moet zich kunnen bewe- gen. Het is raadzaam het kind te laten in- en uitstappen langs de kant van het voetpad (waarbij u het begeleidt).
- Verwijder de etiketten en merken van de hoes van het autostoeltje niet. Terwijl u dit doet, zou u de hoes zelf immers kunnen beschadigen.
- Laat het autostoeltje niet lang in de zon staan: hierdoor kunnen de materialen en stoen verkleuren.
- Indien het voertuig heeft stilgestaan in de zon, controleer dan of de verschillende on- derdelen niet heet zijn alvorens het kind in het autostoeltje te zetten: als dit wel het geval is, laat ze dan eerst afkoelen alvorens het kind te laten plaatsnemen, om zo te vermijden dat het zich brandt.
1.2 KENMERKEN VAN HET PRODUCT
Dit autostoeltje is goedgekeurd voor het trans- port van kinderen met een lengte tussen 100 en 150 cm in overeenstemming met het Euro- pees reglement ECE R 129/03. BELANGRIJKE MEDEDELINGEN
1. Dit is een geavanceerd kinderbevestigings-
systeem type “i-Size”–zitverhoger. Het is goed- gekeurd op grond van reglement nr. 129 voor gebruik in voertuigen voorzien van “i-Size-com- patibele” zitplaatsen zoals aangegeven door56 voertuigproducenten in de gebruikershand- leiding bij hun voertuigen. Raadpleeg in geval van twijfels de producent van het kinderbeves- tigingssysteem of de verkoper.
2. Het Fold&Go i-Size wordt in de rijrichting ge-
installeerd met de Isox-verankering in een voertuig dat is uitgerust met Isox-veranker- punten, in combinatie met een 3-puntsau- togordel, wat is goedgekeurd volgens regle- ment nr. 16 van de VN/ECE of andere.
3. Wanneer het voertuig niet is uitgerust met
een Isox-verankering, kan het Fold&Go i-Si- ze in de rijrichting worden geïnstalleerd met de 3-puntsautogordel, wat is goedgekeurd volgens reglement nr. 16 van de VN/ECE of gelijkwaardige regelgeving.
4. Het Fold&Go i-Size is goedgekeurd voor kin-
deren met een lengte tussen 100 en 150 cm, in de rijrichting.
5. Wanneer het wordt gebruikt bij kinderen met
een lengte tussen 135 cm en 150 cm, is het Fold&Go i-Size mogelijk niet geschikt voor alle voertuigen, vooral bij voertuigen met een dak dat aan de zijkanten verlaagd is.
1.3 BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN
Afbeelding A A. Hoofdsteun B. Geleider voor diagonale gordel C. Rugleuning D. Zijvleugels E. Zitting F. Geleider voor heupgordel G. Belt Positioner H. Safe Pad
I. Verstelhendel schuine stand
J. Band voor vergrendeling van rugleuning (voor het sluiten van het autostoeltje) Afbeelding B K. Verstelwiel breedte van rugleuning L. Verstelhendel hoogte van rugleuning M. Ontgrendelhendel rugleuning N. Achterzak voor gebruiksaanwijzingen O. Handvat voor vervoer Afbeelding C P. Knop om de Isox-koppelstukken naar bui- ten te trekken Q. Knop voor het ontgrendelen van de Iso- x-koppelstukken R. Isox-koppelstukken S. Isox-koppelstukkentekens T. Side Safety System
1.4 BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREIS-
TEN VAN HET ARTIKEL EN DE AUTO- ZITTING WAARSCHUWING! Neem de volgende be- perkingen en gebruiksvereisten betreende het artikel en de autozitting nauwgezet in acht: indien dit niet gebeurt, is de veiligheid niet ge- garandeerd
- De lengte van het kind moet tussen 100 en 150 cm liggen.
- De zetel van de auto moet zijn voorzien van een 3-puntsveiligheidsgordel, die statisch is of uitgerust met een oprolmechanisme én die goedgekeurd is op basis van reglement nr.16 van de VN/ECE of andere gelijkwaardige nor- men (Afb. 1 - Afb. 2). WAARSCHUWING! Bij gebruik van voertuigen met veiligheidsgordels achteraan met geïn- tegreerde airbags (opblaasbare gordels), volg dan de gebruikshandleiding van de autofabri- kant.
- Het kan voorkomen dat de gesp van de vei- ligheidsgordel van de wagen te lang is en de hoogte overschrijdt die voorzien was ten opzichte van het onderste gedeelte van de zitting (Afb. 3A-3B). In dat geval mag het autostoeltje niet worden bevestigd op deze zetel, maar moet het op een andere zetel worden geïnstalleerd waarbij het probleem zich niet voordoet. Voor meer informatie over dit aspect neemt u contact op met de auto- fabrikant.
- Het autostoeltje kan worden geïnstalleerd op de zetel vooraan aan de passagierszijde of op eender welke van de achterste zetels en het moet altijd in de rijrichting worden aangebracht. Gebruik dit autostoeltje nooit op zittingen die zijdelings staan of tegen de rijrichting in (Fig. 4). WAARSCHUWING! Volgens de statistieken over ongelukken is de achterbank van het voertuig veiliger dan de voorzetels: daarom wordt aangeraden het autostoeltje op de ach-57 terbank te installeren. De veiligste zitting is de middelste achterzitting, als deze is uitgerust met een driepuntsgordel: in dat geval wordt aangeraden het Autostoeltje op de middelste achterzitting te plaatsen. Als het autostoeltje op de voorzitting wordt geplaatst, wordt voor een grotere veiligheid aangeraden de zitting zover mogelijk naar achteren te zetten, voor zo- ver de aanwezigheid van andere passagiers op de achterbank dit toelaat, en de rugleuning zo verticaal mogelijk te zetten. Als de gordels in de wagen in de hoogte verstelbaar zijn, moet de gordel in de laagste stand worden vergrendeld. Controleer vervolgens of de gordel regulator zich achter de rugleuning van de autozetel be- vindt (of er hoogstens mee is uitgelijnd) (Afb. 5A-5B). Als de voorzitting is uitgerust met een frontale airbag wordt afgeraden het Autostoel- tje op deze zitting aan te brengen. Indien het stoeltje wordt geïnstalleerd op een zetel die wordt beschermd met een airbag, raadpleeg dan altijd de handleiding van de wagen.
WAARSCHUWING! Deze instructies verwij- zen, zowel in de tekst als in de afbeeldingen, naar een installatie van het autostoeltje op de achterzetel aan de rechterkant. Voor installaties op andere posities voert u sowieso dezelfde opeenvolging van handelingen uit. WAARSCHUWING! Alvorens het autostoel- tje met de Isox-koppelstukken te installeren, controleert u dat het in de verticale stand staat en niet in de achteroverleunde stand. WAARSCHUWING! Controleer dat de hoofd- steun van de zetel niet in de weg zit van de hoofdsteun van het autostoeltje: hij mag hem niet naar voren duwen (Fig. 6). Indien dit het geval is, verwijder dan de hoofdsteun van de autozetel. Denk eraan de hoofdsteun weer aan te brengen op de autozetel wanneer het au- tostoeltje wordt verwijderd en de zetel wordt gebruikt door een passagier.
1. Trek de Isox-koppelstukken (R) naar buiten
terwijl u de knop (P) ingedrukt houdt (Afb. 7).
2. Koppel de twee stijve koppelstukken (R) aan
aan de overeenkomstige ISOFIX-aansluitin- gen in de autozetel tussen de rugleuning en de zitting (Afb. 8). WAARSCHUWING! Controleer dat het aan- koppelen op een correcte manier is uitgevoerd door na te kijken of de twee indicatoren (S) een groene kleur aangeven (Afb. 9).
3. Duw het autostoeltje stevig tegen de rug-
leuning van de autozetel terwijl u de knop (P) ingedrukt houdt om ervoor te zorgen dat de rugleuning van het autostoeltje zo stevig mogelijk tegen de autozetel zit (Afb. 10). WAARSCHUWING! De achterkant van het autostoeltje moet goed tegen de autozitting aangedrukt zijn.
4. Laat het kind zitten met de rug goed aan-
gedrukt tegen de rugleuning van het auto- stoeltje. Controleer de hoogte van de rugleu- ning (zie paragraaf “7.1 VERSTELLEN VAN DE HOOGTE VAN DE RUGLEUNING”). Controleer de breedte van de rugleuning (zie paragraaf
5. Steek het diagonale gedeelte van de au-
togordel in de geleider voor de diagonale gordel (B) (Afb. 11).
6. Koppel de veiligheidsgordel van de wagen
aan door het heupgedeelte door de Belt Po- sitioner (G) te steken (Afb. 12).
7. Trek het diagonale gedeelte van de autogor-
del naar boven zodat heel de gordel strak zit en goed aansluit op de borst en de benen van het kind (zonder hem te veel aan te trekken) (Afb. 13). WAARSCHUWING! Controleer dat de au- togordel goed is aangespannen. WAARSCHUWING! Controleer dat de au- togordel niet gedraaid zit (Afb. 14). WAARSCHUWING! Controleer of de diago- nale gordel correct tegen de schouder van het kind zit (Afb. 15) en geen druk uitoefent op de nek; verstel indien nodig de hoogte van de rug- leuning (zie paragraaf “7.1 VERSTELLEN VAN DE HOOGTE VAN DE RUGLEUNING”). WAARSCHUWING! Controleer of de autogor- del regulator zich achter de rugleuning van de autozetel bevindt (of er hoogstens mee is uit- gelijnd) (Afb. 5A-5B). WAARSCHUWING! Breng de autogordel58 nooit aan op andere posities dan degene die zijn aangegeven in deze handleiding! (Afb. 16) WAARSCHUWING! Wanneer het kind niet wordt getransporteerd, moet het autostoeltje altijd bevestigd blijven met de Isox-koppel- stukken, of het moet worden opgeborgen in de koer. Een niet vastgezet autostoeltje kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen na- melijk een gevaar inhouden voor de passagiers. Om het kind uit het autostoeltje te halen, is het voldoende de gesp van de autogordel los te maken en de riem te begeleiden tijdens het oprollen.
2.2 INSTALLEREN VAN HET AUTOSTOELTJE
MET VEILIGHEIDSGORDELS WAARSCHUWING!Deze instructies verwijzen, zowel in de tekst als in de afbeeldingen, naar een installatie van het autostoeltje op de ach- terzetel aan de rechterkant. Voor installaties op andere posities voert u sowieso dezelfde op- eenvolging van handelingen uit. WAARSCHUWING! Het autostoeltje MOET AL- TIJD worden geïnstalleerd met behulp van de veiligheidsgordel van de wagen. WAARSCHUWING! Controleer dat de hoofd- steun van de zetel niet in de weg zit van de hoofdsteun van het autostoeltje: hij mag hem niet naar voren duwen (Fig. 6). Indien dit het geval is, verwijder dan de hoofdsteun van de autozetel. Denk eraan de hoofdsteun weer aan te brengen op de autozetel wanneer het au- tostoeltje wordt verwijderd en de zetel wordt gebruikt door een passagier.
1. Plaats het autostoeltje in de NIET-achterover-
leunende stand en met de koppelstukken NIET uitgetrokken tegen de rugleuning van de autozetel (Afb. 17). WAARSCHUWING! De achterkant van het autostoeltje moet goed tegen de autozitting aangedrukt zijn.
2. Laat het kind zitten met de rug goed aan-
gedrukt tegen de rugleuning van het auto- stoeltje. Controleer de hoogte van de rugleu- ning (zie paragraaf “7.1 VERSTELLEN VAN DE HOOGTE VAN DE RUGLEUNING”). Controleer de breedte van de rugleuning (zie paragraaf
3. Steek het diagonale gedeelte van de au-
togordel in de geleider voor de diagonale gordel (B) (Afb. 11).
4. Koppel de veiligheidsgordel van de wagen
aan door het heupgedeelte door de Belt Po- sitioner (G) te steken (Afb. 12).
5. Trek het diagonale gedeelte van de autogor-
del naar boven zodat heel de gordel strak zit en goed aansluit op de borst en de benen van het kind (zonder hem te veel aan te trekken) (Afb. 13). WAARSCHUWING! Controleer dat de au- togordel goed is aangespannen. WAARSCHUWING! Controleer dat de au- togordel niet gedraaid zit (Afb. 14). WAARSCHUWING! Controleer of de diago- nale gordel correct tegen de schouder van het kind zit (Afb. 15) en geen druk uitoefent op de nek; verstel indien nodig de hoogte van de rug- leuning (zie paragraaf “7.1 VERSTELLEN VAN DE HOOGTE VAN DE RUGLEUNING”). WAARSCHUWING! Controleer of de autogor- del regulator zich achter de rugleuning van de autozetel bevindt (of er hoogstens mee is uit- gelijnd) (Afb. 5A-5B). WAARSCHUWING! Breng de autogordel nooit aan op andere posities dan degene die zijn aangegeven in deze handleiding! (afb. 16). WAARSCHUWING! Controleer dat het kind correct is vastgemaakt in het autostoeltje zodat het niet naar voren schuift. WAARSCHUWING! Controleer dat de niet-ge- bruikte stijve Isox-koppelstukken niet zijn uit- getrokken. WAARSCHUWING! Wanneer het kind niet wordt getransporteerd, moet het autostoeltje altijd bevestigd blijven met de 3-puntsgordel, of het moet worden opgeborgen in de koer. Een niet vastgezet autostoeltje kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen namelijk een gevaar inhouden voor de passagiers. Om het kind uit het autostoeltje te halen, is het voldoende de gesp van de autogordel los te maken en de riem te begeleiden tijdens het oprollen.
3. VERWIJDEREN VAN HET AUTOSTOELTJE
WAARSCHUWING! Haal het kind uit het au- tostoeltje alvorens het stoeltje te verwijderen.59
1. Koppel de autogordel los.
2. Haal het diagonale gedeelte van de gordel
uit de geleider en begeleid de gordel bij het oprollen.
3. Als het autostoeltje ook is bevestigd met de
stijve Isox-koppelstukken, moeten zo wor- den verwijderd uit hun haken met behulp van de ontkoppelknop (Q). WAARSCHUWING! Het is mogelijk dat u niet bij de ontkoppelknop (Q) kunt. In dit geval moet u de knop om de Isox-koppelstukken naar buiten te trekken (P) ingedrukt houden en tegelijkertijd het autostoeltje naar u toe trek- ken totdat de Isox-koppelstukken volledig zijn uitgetrokken.
- Trek aan de twee rode knoppen (Q) om de koppelstukken los te koppelen van de over- eenkomstige Isox-aansluitingen van de au- tozetel (Afb.18), zodat de indicator helemaal rood is.
- Terwijl u een van de knoppen(P) ingedrukt houdt, duwt u de stijve koppelstukken in de basis van het autostoeltje totdat ze volledig in de basis zitten (Afb. 19).
4. SLUITEN EN TRANSPORTEREN VAN HET
AUTOSTOELTJE Om het autostoeltje op een makkelijke manier te transporteren, kunt u het compacter maken door de rugleuning neer te klappen op de zit- ting. Om dit te doen, moet u controleren dat de rugleuning in de laagste stand staat (zie pa- ragraaf “7.1 VERSTELLEN VAN DE HOOGTE VAN DE RUGLEUNING”). Vervolgens kunt u de rugleuning op de zitting neerklappen door de ontgrendelhendel van de rugleuning (M) te bedienen (Afb. 20). WAARSCHUWING! Indien de rugleuning niet in de onderste stand staat, kunt u misschien niet gemakkelijk bij de ontgrendelhendel van de rugleuning (M). Om het autostoeltje compact te houden, trekt u de band voor vergrendeling van de rugleu- ning (J) uit zijn houder en haakt u hem vast in een van de twee daarvoor voorziene gleuven naast het verstelwiel van de breedte van de rugleuning (K) (Afb. 21). Om het autostoeltje in deze opstelling gemakke- lijk te verplaatsen, kunt u de transporthandgreep (O) achteraan de zitting gebruiken (Afb. 22).
Het Side Safety System (T) is een inrichting die aan de zijde van het portier wordt geïnstalleerd om meer bescherming te garanderen bij een zijdelingse impact. Om het te installeren, moet u de haak “1” in de opening in de zijvleugel (D) aan de zijde van het portier steken en op het middelste gedeel- te drukken totdat ook het andere uiteinde “2” op de structuur is vastgehaakt (Afb. 23).
6. INSTALLEREN VAN DE SAFE PAD
De Safe Pad (H) is een inrichting die ALTIJD op de diagonale veiligheidsgordel moet worden aangebracht om voor de correcte bescher- ming te zorgen bij een impact. Om de Safe Pad correct aan te brengen, moet u de diagonale veiligheidsgordel onder de twee klittenbanden van de Safe Pad aanbrengen (Afb.
24) en de Pad vervolgens sluiten. Let er hierbij
op dat het ronde gedeelte zich tussen de kin en de borst van het kind bevindt (Afb. 25). WAARSCHUWING! De Safe Pad moet ALTIJD worden gebruikt.
RUGLEUNING De hoogte van de rugleuning kan in 9 standen worden versteld zodat u het autostoeltje het beste kunt aanpassen aan de lengte van het kind. Het hoofd van het kind moet goed om- ringd zijn en de diagonale autogordel moet correct op de schouder rusten. Controleer tijdens het verstellen van de hoogte van de rugleuning dat de geleider voor de diagonale gordel (B) zich boven de schouder bevindt op een maximumafstand van 2 cm (Afb. 26). Doe het volgende om te verstellen:
1. Druk met een hand op de verstelhendel
voor de hoogte van de rugleuning (L) aan de achterzijde van de hoofdsteun en breng de rugleuning omhoog/omlaag om ze aan te passen aan de hoogte van de schouders van het kind (Afb. 27).
RUGLEUNING De breedte van de rugleuning kan worden versteld om het autostoeltje het beste aan te passen aan de grootte van het kind. Om de af- stelling uit te voeren blijft u met een hand op de hendel voor de afstelling van de hoogte van de rugleuning (L) aan de achterzijde van de hoofdsteun duwen en bedien tegelijkertijd het wieltje voor de afstelling van de breedte van de rugleuning (K) te zien boven de hoofdsteun (g. 28). Nadat u de breedte van de rugleuning heeft afgesteld, controleert u of de vergrendeling is uitgevoerd in de gewenste positie.
7.3 VERSTELLEN VAN DE HOEK VAN DE
RUGLEUNING/ZITTING U kunt het autostoeltje laten achteroverleunen met behulp van de verstelhendel van de schui- ne stand (I). Bij het autostoeltje is het kantelen van de rugleuning/zitting mogelijk in 4 stan- den om ervoor te zorgen dat het kind in een houding reist die voor hem of haar het meest comfortabel is. Om het autostoeltje makkelijker te verstellen, is het raadzaam het kind uit het stoeltje te halen. Met het kindje erin zal het ver- stellen moeilijker verlopen. Om het autostoel- tje terug in de verticale stand te zetten, bedient u de verstelhendel van de schuine stand (I) terwijl u de zitting in de richting van de rugleu- ning van de autozetel duwt (Afb. 29). WAARSCHUWING! Nadat de hoek is versteld, controleert u of de autogordels juist zijn aan- gespannen en dat ze maximaal 2 cm boven de schouder van het kind zitten (Afb. 26).
7.4 VERWIJDEREN VAN DE HOES VAN DE
RUGLEUNING/ZITTING De bekleding van het autostoeltje is volledig verwijderbaar en wasbaar. Zet de rugleuning (C) in de hoogste stand en zet de zijvleugels (D) in een brede stand. RUGLEUNING
1. Haal de elastische knoopsgaten van hun ha-
ken op de bovenste en onderste gedeelten van de zijvleugels (Afb. 30) en haal de stof van de vleugels.
2. Verwijder vervolgens de hoes van het mid-
delste gedeelte van de rugleuning door de knoopsgaten van de rechter- en linkerpin- nen te trekken (Afb. 31).
3. Verwijder de stof van onder naar boven en
let bij het verwijderen van de hoes van de hoofdsteun op de elastiek achter de rugleu- ning (Afb. 32). ZITTING
1. Haal de hoes van de zitting door de plastic
proelen van de rechter- en linkergeleiders voor de gordels te halen (Afb. 33).
2. Maak de plastic vleugeltjes los onder de zit-
3. Haal de stof van de zitting van de Belt Posi-
tioner (Afb. 35). Om het autostoeltje weer te bekleden, voert u de hiervoor beschreven aanwijzingen in omge- keerde volgorde uit.
7.5 ONDERHOUD EN REINIGEN VAN DE
HOES Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een volwassene worden verricht.
De hoes van het autostoeltje is volledig verwij- derbaar en wasbaar. Voor het wassen, volgt u de aanwijzingen op het etiket van de hoes: Op 30°C in de wasmachine wassen Niet bleken Niet in de droger drogen Niet strijken Niet chemisch laten reinigen
- Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen.
- Centrifugeer de hoes niet en laat ze drogen zonder ze uit te wringen. De hoes mag uitsluitend worden vervangen met een door de fabrikant goedgekeurde 30° C 30° C 30° C 30° C61 reservehoes, aangezien ze integrerend deel uitmaakt van het Autostoeltje en dus een vei- ligheidselement is. WAARSCHUWING! Het autostoeltje mag nooit zonder hoes worden gebruikt, om de vei- ligheid van het kind niet op het spel te zetten.
REINIGING VAN DE PLASTIC ONDERDELEN
Reinig de plastic onderdelen uitsluitend met een doek die vochtig is gemaakt met water of met een neutraal reinigingsmiddel. Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. De bewegen- de delen van het autostoeltje mogen op geen enkele wijze worden gesmeerd.
CONTROLE OF DE DELEN INTACT ZIJN
Het wordt aanbevolen de volgende onderdelen regelmatig op beschadiging en slijtage te con- troleren:
- hoes: controleer of de wattering niet uitpuilt en of er geen delen loszitten. Controleer de staat van de naden die altijd intact moeten zijn.
- kunststof delen: kijk na in hoeverre alle plas- tic onderdelen zijn versleten, er mogen geen duidelijke tekenen van schade of verkleuring waarneembaar zijn. WAARSCHUWING! Indien het autostoeltje beschadigd, vervormd of ernstig versleten mocht zijn, moet het worden vervangen: het kan de oorspronkelijke veiligheidskenmerken hebben verloren.
HET ARTIKEL OPBERGEN
Als het niet in de auto geïnstalleerd is, wordt aangeraden het autostoeltje op een droge plaats, uit de buurt van warmtebronnen en beschermd tegen stof, vocht en rechtstreeks zonlicht te bewaren.
HET ARTIKEL AFDANKEN
Als de voorziene gebruiksgrens van het au- tostoeltje is bereikt, gebruikt u het niet meer en zet u het bij het afval. Uit respect voor het milieu scheidt u de verschillende soorten afval volgens wat door de geldende voorschriften in uw land is voorgeschreven. GARANTIE Het artikel valt onder garantie tegen elke non-conformiteit binnen de normale ge- bruiksomstandigheden zoals voorzien in de gebruiksaanwijzingen. De garantie is dus niet geldig in geval van schade veroorzaakt door oneigenlijk gebruik, slijtage of toevallige ge- beurtenissen. Voor de duur van de garantie inzake non-conformiteit verwijzen we naar de specieke richtlijnen en de nationale normen die van toepassing zijn in het land van aan- koop, indien deze voorzien zijn.62
Notice-Facile