MH 770 - Freesmachine AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MH 770 AL-KO in PDF-formaat.
| Producttype | Freesmachine (motorfrees) met verbrandingsmotor |
| Merk | AL-KO |
| Model | MH 770 |
| Brandstof | Benzine (mengsmering) |
| Motor | Benzinemotor, start met trekstarter |
| Aantal versnellingen | 2 vooruit + 1 achteruit |
| Werkbreedte | Niet gespecificeerd (schatting: circa 70 cm) |
| Werkdiepte | Instelbaar via steunpoot |
| Gewicht | Niet gespecificeerd (schatting: circa 50 kg) |
| Afmetingen (L×B×H) | Niet gespecificeerd |
| Type messen | Roterende messen gemonteerd op as |
| Transmissie | Mechanisch, met SAE 80 olie |
| Veiligheid | Beschermschermen, steunpoot, noodstop motor, koppelingshendel met veiligheidsknop |
| Regelmatig onderhoud | Reinigen messen, olie verversen motor en transmissie, luchtfilter, bougie |
| Reserveonderdelen | Originele AL-KO onderdelen aanbevolen |
| Klantenservice | AL-KO onderhoudsnetwerk |
| Garantie | Fabrieksgarantie volgens geldende wetgeving |
| Gebruik | Huishoudelijk, voor voorbewerkte grond |
| Tankinhoud | Niet gespecificeerd |
| Geluidsniveau | Dragen van gehoorbescherming verplicht |
Veelgestelde vragen - MH 770 AL-KO
Gebruikersvragen over MH 770 AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MH 770 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MH 770 van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING MH 770 AL-KO
1 Over deze gebruiksaanwijzing...... 117
1.1 Symbolen op de titelpagina......117
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig-
naalwoorden.... 117
2 Productomschrijving 117
2.1 Beoogd gebruik 117
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik..... 117
2.3 Overige risico's....117
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen ....118
2.4.1 Afschermkap.... 118
2.5 Symbolen op het apparaat 118
2.5.1 Veiligheidstekens.... 118
2.5.2 Bedieningstekens 118
2.6 Leveringsomvang....118
2.7 Productoverzicht (01, 09, 18) ...... 118
3 Veiligheidsinstructies 119
3.1 Gebruiker ....119
3.2 Veiligheid van het apparaat.... 119
3.3 Veiligheid van personen, dieren en eigendommen ....119
3.4 Veiligheid op de werkplek ....120
3.5 Omgang met benzine en olie .....120
3.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen.. 120
4 Montage.... 121
4.1 MH540.... 121
4.1.1 Hakmes monteren (02)...... 121
4.1.2 Remspoor monteren (03) ..... 121
4.1.3 Wiel monteren (04) 121
4.1.4 Duwboom met handgreep mon-
teren (05 - 06).... 121
4.1.5 Koppelingshendel monteren (07) 121
4.1.6 Afschermkap monteren (08)...... 121
4.2 MH770.... 121
4.2.1 Hakmessen voormonteren (10) ... 121
4.2.2 Hakmessen monteren (11) ..... 121
4.2.3 Remspoor monteren (12) ...... 121
4.2.4 Wiel monteren (13) 122
4.2.5 Duwboom met handgreep mon-
teren (14) ......122
4.2.6 Versnellingshendel monteren (15)....122
4.2.7 Koppelingshendel monteren (16).122
4.2.8 Afschermkap monteren (17) .....122
4.3 MH1150 122
4.3.1 Hakmes voormonteren (19) .....122
4.3.2 Hakmes monteren (20) ......122
4.3.3 Remspoor monteren (21)......122
4.3.4 Wielen monteren (22, 23) .....122
4.3.5 Duwboom met handgreep mon-
teren (24) 122
4.3.6 Versnellingshendel monteren (25)....122
4.3.7 Koppelingshendel monteren (26).122
4.3.8 Afschermkap monteren (27, 28) ..123
5 Ingebruikname....123
5.1 Duwboom instellen MH770, MH1150 (29) 123
6 Bediening 123
6.1 Motorhak naar de werkplek rollen (30, 31)....123
6.2 Brandstof bijvullen 123
6.3 De motor starten en stoppen .....124
6.3.1 Motor starten (32 - 34) ......124
6.3.2 Motor uitschakelen (32, 33) .....124
6.4 Hakmessen....124
6.4.1 Hakmessen inschakelen (35)......124
6.4.2 Hakmessen uitschakelen (35).....124
6.5 Achteruitversnelling in- en uitschake- len MH540 (36)....124
6.6 Versnellingshendel bedienen MH770, MH1150 (37)....124
6.7 Remspoor benutten 124
7 Onderhoud en verzorging....124
7.1 Hakmessen reinigen....125
7.2 Transmissieolie verversen....125
7.3 Bougies onderhouden 125
7.4 Luchtfilter.... 125
7.5 Motorolie verversen.... 125
7.6 De bowdenkabels afstellen ..... 125
8 Hulp bij storingen 125
9 Transport 126
10 Machine opbergen 126
11 Verwijderen.... 126
12 Klantenservice/service centre.... 127
13 Garantie 127
1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over de machine nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
■ Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Gebruik het benzineapparaat niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden
⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
⚠️ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.
H OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.
Deze machine is te gebruiken voor:
■ Het bewerken van vooraf rul gemaakte grond.
Er mag alleen met het apparaat gewerkt worden als het volledig gemonteerd is.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commerciele toepassing in openbare parken en sportfacilitteiten, noch voor de toepassing in land- en bosbouw.
Let vooral op:
■ Deze machine is niet geschikt voor het bewerken van vaste grond, bijv. vastgetrapte gazons.
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:
Schade aan het gehoor als er geen gehoorbescherming wordt gedragen.
Lichamelijk letsel door hand-arm-trillingen als de machine gedurende een langere tijd gebruikt of niet als voorgeschreven onderhouden wordt.
■ Wegslingeren van aarde en kleine stenen.
■ Snijwonden bij het reiken in de roterende hakmessen.
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
■ Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.
2.4.1 Afschermkap
De afschermkap beschermt de bediener tegen de roterende hakmessen en weggeslingerde voor-werpen.
2.5 Symbolen op het apparaat
2.5.1 Veiligheidstekens
Symbool Betekenis

Lees de gebruiksaanwijzing vóór de ingebruikname!

Roterend gereedschap! Handen en voeten uit de buurt houden.
2.5.2 Bedieningstekens
Symbool Betekenis

Motortoerental of werksnelheid in-stellen:
Richting H (hoog) = werksnelheid verhogen.
Richting L (laag) = werksnelheid verlagen.

De chokehendel in de pijlrichting schuiven.
Benzinehendel in pijlrichting schui- ven.
Symbool Betekenis

- 1 = achteruitversnelling
2= 2e versnelling (hoge snelheid)
1= 1e Versnelling (lage snelheid)
2.6 Leveringsomvang
Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controleer of alle posities zijn inbegrepen:
Nr. Onderdeel
| 1 Motor met versnellingsbak | |
| 2 Hakmessenset met | |
| hakmessenas | |
| Hakmes(sen) | |
| 3 Zijbeschermingsschijven (MH770/MH1150) | |
| 4 Wiel (MH540/MH770) | |
| 5 Wielen met naven (MH1150) | |
| 6 Remspoor | |
| 7 Afschermkappen | |
| 8 Duwboom | |
| 9 Montagetoebehoren | |
2.7 Productoverzicht (01, 09, 18)
Het productoverzicht (01, 09, 18) geeft een overzicht van de machine.
Nr. Onderdeel
| 1 Koppelingshendel |
| 2 Duwboom |
| 3 Versnellingshendel |
| 4 Motor |
| 5 Wiel |
| 6 Hakmessen |
| 7 Bescherming platen |
| 8 Afschermkap |
Nr. Onderdeel
9 Remspoor
10 Gashendel
11 Hendel voor achteruitversnelling
12 Motorschakelaar
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
⚠️ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel! Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
Volg alle veiligheidsinstructies en bedienings-instructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u het apparaat ge-bruikt.
■ Bewaar alle bijgeleverde documenten voor toekomstig gebruik.
■ Levensgevaar door vergiftiging De uitlaatgassen van de motorhak bevatten koolmonoxide dat bij inademing binnen enke- le minuten dodelijk kan zijn. Let voor of tij- dens het gebruik op het volgende:
- Gebruik de motorhak nooit binnenshuis, maar alleen buitenshuis.
■ Adem geen uitlaatdampen in.
Schakel de motorhak uit als u zich misselijk, duizelig of zwak voelt tijdens het gebruik van deze machine.
■ Motorhak alleen in technisch perfecte staat gebruiken.
Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen niet buiten werking.
Draag gehoorbescherming.
De instructies in deze gebruiksaanwijzing en de gebruiksaanwijzing voor de motor zorgvuldig doorlezen en in acht nemen. Leer de motorhak snel uit te schakelen.
- Gebruik nooit startsprays of soortgelijke middelen.
3.1 Gebruiker
■ Personen van jonger dan 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen, mogen het apparaat niet gebruiken. Eventuele landspecifieke veiligheidsvoorschriften voor de minimumleeftijd van de gebruiker naleven.
■ Een onervaren bediener moet worden geïnstrueerd en opgeleid in de bediening van het apparaat.
Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.
3.2 Veiligheid van het apparaat
■ Het apparaat alleen gebruiken onder de volgende omstandigheden:
De machine is niet vervuild.
De machine vertoont geen beschadigingen.
Alle bedieningselementen werken.
- Het apparaat niet overbelasten. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbelasting leidt tot beschadiging van de machine.
- Het apparaat nooit gebruiken met versleten of defecte onderdelen. Defecte onderdelen altijd vervangen door oorspronkelijke reserveonderdelen van de fabrikant. Wanneer het apparaat met versleten of defecte onderdelen wordt gebruikt, kan tegenover de fabrikant geen aanspraak op garantie worden geemaakt.
■ Reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd in de vakhandel of op onze Servicevestigingen.
3.3 Veiligheid van personen, dieren en eigendommen
- Gebruik de machine alleen voor werkzaamheden waarvoor het is bedoeld. Niet-reglementair gebruik kan letsel en materiële schade veroorzaken.
■ Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwezig zijn.
Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.
Houd de stroom van uitlaatgassen nooit gericht op personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Schakel het apparaat altijd uit wanneer u het niet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naar een ander werkgebied, bij onderhoudswerkzaamheden, bij het tanken van het benzineoliemengsel.
■ Schakel het apparaat bij een ongeval onmiddellijk uit om verder letsel en materiële schade te voorkomen.
- Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Versleten of defecte onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
■ Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.
3.4 Veiligheid op de werkplek
■ Alleen bij daglicht of zeer helder kunstlicht werken.
■ De machine alleen op een vaste en vlakke ondergrond en niet op steile hellingen gebruiken.
- Gebruik de machine niet op ruw terrein met stenen.
■ Altijd dwars ten opzichte van de helling werken.
Niet naar boven en naar beneden op de helling werken en evenmin op hellingen met een inclinatie van meer dan 10°.
■ Op stabiliteit letten.
■ Verwijder vreemde voorwerpen uit het te bewerken terrein.
Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van roterende onderdelen.
■ Machine nooit met lopende motor optillen of dragen.
Bij het starten van de motor mag niemand voor de machine of het gereedschap (hakmessen) staan – de aandrijving van de hakmessen moet uitgeschakeld zijn.
- Het bevestigen en verwijderen van het transportwiel of het afstellen van de remspoor alleen met een uitgeschakelde motor en stilstaande hakmessen.
■ Voor het rijden met gemonteerd transportwiel de motor afzetten en wachten op stilstand van de hakmessen.
■ Het gebruik van de machine is slechts toegestaan, als men zich houdt aan de veilige afstand, die door de duwboom wordt bepaald.
■ Uitlaat en motor schoonhouden.
■ De tank of tankdop bij beschadiging vervangen.
3.5 Omgang met benzine en olie
■ Explosie- en brandgevaar: Bij het ontsnappen van een benzine-lucht- mengsel ontstaat potentieel explosieve atmo- sfeer. Door een ondeskundige omgang met
brandstoffen kunnen deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden. Neem het volgende in acht:
■ Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
■ Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
- Neem beslist altijd de volgende gedragsregels in acht.
- Transporteer en bewaar benzine en olie uitsluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie niet toegankelijk zijn voor kinderen.
Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieubescherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde terechtkomt. Gebruik bij het tanken een trechter.
Tank het apparaat nooit af in gesloten ruimten. Op de vloer kunnen zich benzinedampen verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.
■ Veeg gemorste benzine altijd onmiddellijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op een goed geventileerde plaats drogen voordat u deze weggooit. Anders kan spontane zelfont-branding optreden.
Bij het morsen van benzine ontstaan benzin-edampen. Start het apparaat daarom nooit op dezelfde plaats, maar altijd op een plaats die minimaal 3 m daarvan is verwijderd.
Vermijd huidcontact met producten van minerale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig.
Let erop dat uw kleding niet in contact komt met benzine. Vervang uw kleding onmiddel- lijk wanneer benzine op uw kleding terecht- gekomen is.
■ Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of hete motor.
3.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen
- Om verwondingen aan hoofd en ledematen evenals gehoorschade te voorkomen, wordt aanbevolen beschermende kleding en uitrusting te dragen.
■ De kleding moet functioneel (nauwsluitend) zijn en mag niet hinderen bij het dragen. Bij lang haar beslist een haarnetje dragen. Nooit
losse kledingstukken of accessoires dragen die in het apparaat kunnen worden getrokken, bijv. sjaals, wijde shirts, lange halskettingen.
■ De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit:
Gehoorbescherming en veiligheidsbril
Lange broek en schoenen
Beschermende handschoenen
4 MONTAGE
⚠ WAARSCHUWING! Gevaren door onvolledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen als het volledig is gemonteerd!
- Controleer voor het inschakelen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!
4.1 MH540
4.1.1 Hakmes monteren (02)
- De bijgeleverde hakmessensets (02/1) op de voorgemonteerde hakmessens (02/2) steken.
- Hakmessenset uitlijnen zodat de boringen over elkaar liggen.
- Splitpen (02/3) door het gat in de as steken en vasttikken.
4.1.2 Remspoor monteren (03)
- Bevestigingsbus van het remspoor (03/1) in de basissteun (03/2) schuiven (03/a).
- Zeskantbout (03/3) door het gat steken en moer vastschroeven.
4.1.3 Wiel monteren (04)
- Wielbeugel met wiel (04/1) door de boring in voorste basissteun (04/2) schuiven.
- Veer (04/3) aanbrengen.
- Schijf (04/4) en moer (04/5) aanbrengen en vastdraaien.
4.1.4 Duwboom met handgreep monteren (05 - 06)
- Beide onderbomen (05/1) op de basissteun (05/2) zetten, zodat de boringen overeenkomen.
- Bouten (05/3) doorsteken.
-
Moeren aanbrengen en vastdraaien.
-
Bovenboom (06/1) op de onderboom plaatsen (06/a), zodat de boringen overeenkomen.
- Bouten (06/2) doorsteken.
- Ringen en moeren aanbrengen en vastdraai- en.
4.1.5 Koppelingshendel monteren (07)
- Koppelingshendel (07/1) met stelschroeven door de boringen van de duwboom (07/2) steken.
- De moeren (07/3) aanbrengen en vastdraaien.
4.1.6 Afschermkap monteren (08)
De afschermkappen worden links en rechts van de motor op dezelfde wijze gemonteerd.
- Afschermkap (08/1) op bevestigingsstaal- plaat (08/2) plaatsen (08/a), zodat de borin-gen overeenkomen.
- Schroeven (08/3) van boven in de boringen steken.
- Moeren aanbrengen en vastdraaien.
4.2 MH770
4.2.1 Hakmessen voormonteren (10)
Aan iedere flens van de as worden vier hakmes- sen gemonteerd.
- Twee hakmessen (10/1) aan elke zijde van de flens (10/2) aanleggen. Daarbij ieder hakmes 90° ten opzichte van het volgende verzetten.
- Vier bouten (10/3) door de boringen in hak-messen en flens steken.
- Moeren (10/4) vastschroeven.
4.2.2 Hakmessen monteren (11)
- Aan beide zijden een hakmessenset (11/1) op de asopname steken.
- Andere hakmessensets aanbrengen.
- Alle hakmessensets met klapspieën aan elkaar verbinden.
- Aan beide zijden een schijf (11/2) plaatsen en elk met een klapspie bevestigen.
4.2.3 Remspoor monteren (12)
- Bevestigingsbus van het remspoor (12/1) in de basissteun (12/2) schuiven (12/a).
- Pen (12/3) door het gat steken en met veerspie vastzetten.
4.2.4 Wiel monteren (13)
- Wielbeugel met wiel (13/1) op de voorste basissteun schuiven (13/a) zodat de boringen overeenkomen.
- Wielbeugel door de boring (13/2) steken.
- Veer (13/3) op de wielbeugel schuiven.
- Schijf (13/4) en moer (13/5) aanbrengen en vastdraaien.
4.2.5 Duwboom met handgreep monteren (14)
- Duwboom (14/1) op de beugel (14/2) positioneren (14/a).
- Schroef (14/3) door het rasterscharnier steken.
- Klemhendel (14/4) insteken en vastdraaien.
4.2.6 Versnellingshendel monteren (15)
- Handgreep (15/1) op versnellingshendel (15/2) schroeven.
4.2.7 Koppelingshendel monteren (16)
- Koppelingshendel (16/1) met stelschroeven door de boringen van de duwboom (16/2) steken.
- De moeren (16/3) aanbrengen en vastdraaien.
4.2.8 Afschermkap monteren (17)
De afschermkappen worden links en rechts van de motor op dezelfde wijze gemonteerd.
- Afschermkap (17/1) op bevestigingsstaal- plaat (17/2) plaatsen (17/a), zodat de borin-gen overeenkomen.
- Dwarsversteviging (17/3) van onderen op de afschermkappen aanbrengen.
- Schroeven van boven door de boringen steken.
- Moeren aanbrengen en vastdraaien.
4.3 MH1150
4.3.1 Hakmes voormonteren (19)
Aan iedere flens van de as worden vier hakmes- sen gemonteerd.
- Twee hakmessen (19/1) aan elke zijde van de flens (19/2) aanleggen. Daarbij ieder hakmes 90° ten opzichte van het volgende verzetten.
- Vier bouten (19/3) door de boringen in hak-messen en flens steken.
- Moeren (19/4) vastschroeven.
4.3.2 Hakmes monteren (20)
- Aan beide zijden een hakmesset (20/1) op de asopname steken.
- Andere hakmessensets aanbrengen.
- Alle hakmessensets met klapspieën aan elkaar verbinden.
- Aan beide zijden een schijf (20/2) plaatsen en elk met een klapspie bevestigen.
4.3.3 Remspoor monteren (21)
- Bevestigingsbus van het remspoor (21/1) in de houder (21/2) steken (21/a).
- Pen (21/3) door het gat steken en met veerspie vastzetten.
4.3.4 Wielen monteren (22, 23)
Wielen voormonteren (22)
Het ventiel moet zich aan de buitenzijde van het wiel bevinden.
- Wielnaaf (22/1) aan de binnenzijde van het loopwiel (22/2) uitrichten zodat de boringen tegenover elkaar liggen.
- Vier zeskantbouten (22/3) van de buitenzijde door de openingen steken.
- Ringen en moeren (22/4) aanbrengen en vastdraaien.
Wielen aanbrengen (23)
- Wiel (23/1) op de as (23/2) steken (23/a).
- Wiel zo uitlijnen dat de boringen aan de wielnaaf en de as samenvallen.
- Klapspie (23/3) door het gat in de as steken en vasttikken.
- Tweede wiel op dezelfde manier monteren.
4.3.5 Duwboom met handgreep monteren (24)
- Duwboom (24/1) op de beugel (24/2) positioneren (24/a).
- Schroef (24/3) door het rasterscharnier steken.
- Klemhendel (24/4) insteken en vastdraaien.
4.3.6 Versnellingshendel monteren (25)
- Handgreep (25/1) op versnellingshendel (25/2) schroeven.
4.3.7 Koppelingshendel monteren (26)
- Koppelingshendel (26/1) met stelschroeven door de boringen van de duwboom (26/2) steken.
- De moeren (26/3) aanbrengen en vastdraaien.
4.3.8 Afschermkap monteren (27, 28)
- Voorste dwarsbeugel (27/1) midden op de beugel (27/2) aanleggen, zodat de gaten overeenkomen.
- Zeskantbout er doorheen steken en moer vastdraaien.
- Achterste dwarsbeugel (27/3) rechts en links van de beugel aanleggen.
- Zeskantbout er doorheen steken en moer vastdraaien.
- Afdekkap (28/1) op de dwarsbeugel (28/2) plaatsen.
- Schroeven met ringen van boven door afdek-kap en dwarsbeugel steken.
- De moeren van onderen aanbrengen en vastdraaien.
5 INGEBRUIKNAME
5.1 Duwboom instellen MH770, MH1150 (29)
Duwboom in de hoogte verstellen
De normale hoogte-instelling komt overeen met heuphoogte.
- Klemhendel (29/1) aan het onderuiteinde van de duwboom losmaken.
- Duwboom neigen tot de passende hoogte bereikt is (29/a).
- Klemhendel vastdraaien.
Duwboom opzij verstellen
De zijdelingse verstelling van de duwboom maakt het mogelijk dat een al bewerkt gedeelte niet opnieuw hoeft te worden betreden. De duwboom is naar links en naar rechts steeds met 35° verstelbaar.
- Draaigreep (29/2) licht opdraaien tot de duwboom zich opzij laat bewegen.
- Duwboom naar links of naar rechts in de gewenste positie draaien (29/b).
- Draaigreep vastdraaien.
6 BEDIENING
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel als gevolg van loskomende delen van het apparaat. Delen van het apparaat die loskomen tijdens het gebruik kunnen ernstig letsel veroorzaken.
■ Controleer voordat het apparaat wordt ingeschakeld of alle delen van het apparaat stevig zijn vastgeschroefd.
■ Bevestig snijbladen zo dat ze niet kunnen loskomen tijdens het gebruik.
6.1 Motorhak naar de werkplek rollen (30, 31)
MH540 (30)
Voor het rollen van de motorhak het wiel in de transportstand (30/A) brengen.
- Wielbeugel naar rechts trekken (30/a).
- Wiel naar boven zwenken (30/b) en laten vastklikken
Vóór de bewerking van de grond het wiel in de werkstand (30/B) zetten.
- Wielbeugel naar rechts trekken (30/a).
- Wiel naar beneden zwenken (30/b) en vast laten klikken.
MH770 (31)
Wiel voor de bewerking van de grond in de werkstand zetten:
- Wielbeugel (31/1) naar rechts trekken (31/a).
- Wiel naar boven zwenken (31/b).
- Wielbeugel (31/1) door de boring terugschuiven.
Het zwenken in de transportstand vindt op gelijke wijze plaats.
MH1150
Voor het transport de wielen monteren:
- zie Hoofdstuk 4.3.4 "Wielen monteren (22, 23)", pagina 122.
Vóór bewerking van de grond de loopwielen de- monteren en de hakmessensets monteren:
- zie Hoofdstuk 4.3.2 "Hakmes monteren (20)", pagina 122.
6.2 Brandstof bijvullen
i OPMERKING Neem voor gedetailleerde informatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
6.3 De motor starten en stoppen
6.3.1 Motor starten (32 - 34)
- Benzinekraan (32/1) in pijlrichting duwen om benzinetoevoer te openen.
- Alleen bij koude motor: De chokehendel (32/2) in de pijlrichting schuiven.
- Motorschakelaar "ON" (33/1) indrukken.
- Gashendel (33/3) naar links draaien, zodat de pijl naar H (hoog) wijst.
- Het trekkoord (34/1) vlot uittrekken (34/a) en vervolgens weer rustig laten terugrollen.
De motor slaat aan.
- Als de motor goed loopt: Choke-hendel tegen de pijlrichting tot de aanslag terugschuiven.
- Als de motor niet loopt: Werkstappen contro- leren en het trekkoord er opnieuw uittrekken.
- Als de motor stottert: De chokehendel licht in de pijlrichting schuiven.
6.3.2 Motor uitschakelen (32, 33)
- Gashendel (33/3) naar rechts draaien, zodat de pijl naar L (laag) wijst.
- Motorschakelaar "OFF" (33/2) indrukken.
- Benzinekraan (32/1) tegen pijlrichting in duwen om benzinetoevoer te sluiten.
6.4 Hakmessen
6.4.1 Hakmessen inschakelen (35)
- Veiligheidsknop (35/1) indrukken en ingedrukt houden.
- Koppelingshendel (35/2) vast naar beneden aan de duwboom drukken.
Na de helft van de hendelslag beginnen de hakmessen te draaien en zet de motorhak zich in beweging. Nadat de koppelingshendel volledig naar onderen gedrukt werd, zijn de hakmessen volledig ingeschakeld.
6.4.2 Hakmessen uitschakelen (35)
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar door draaiende delen van de machine! Als er in draaiende delen van de machine wordt gegrepen veroorzaakt dit zeer ernstig letsel!
■ Reik nooit in draaiende delen van de machine!
De hakmessen mogen niet draaien wanneer de koppelingshendel is losgelaten.
- Koppelingshendel (35/2) loslaten. De motorhak stopt.
6.5 Achteruitversnelling in- en uitschakelen MH540 (36)
- zie Hoofdstuk 6.4.1 "Hakmessen inschakelen (35)", pagina 124.
- Hendel voor achteruitversnelling (36/1) tot aan de aanslag omhoog trekken.
Achteruitversnelling uitschakelen:
- Hendel voor achteruitversnelling (36/1) losla- ten.
6.6 Versnellingshendel bedienen MH770, MH1150 (37)
De motorhak beschikt 2 vooruit- en 1 achteruit-versnelling.
De eerste vooruitversnelling is voor harde grond bestemd, waarbij de hakmessen langzaam draaien. De tweede vooruitversnelling is voor minder harde grond bestemd, waarbij de hakmessen sneller draaien.
- Koppelingshendel loslaten (zie Hoofdstuk 6.4.2 "Hakmessen uitschakelen (35)", pagina 124).
- Versnellingshendel (37/1) zo verschuiven (37/a), dat deze met de gewenste versnelling op de versnellingsindicatie overeenstemt (1 = 1e versnelling, 2 = 2e versnelling, R = achteruitversnelling).
- Veiligheidsknop indrukken en koppelingshen-del vast naar onderen aan de duwboom druk-ken (zie Hoofdstuk 6.4.1 "Hakmessen in-schakelen (35)", pagina 124).
- De duwboom van de motorhak en dus ook het remspoor naar beneden drukken om de snelheid van de motorhak te verlagen en de hakdiepte te beïnvloeden.
- De duwboom van de motorhak en dus ook het remspoor op tillen om de snelheid van de motorhak te verhogen.
7 ONDERHOUD EN VERZORGING
⚠ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel bij een ingeschakelde motor.
■ Voer alle ingrepen met uitgeschakelde motor uit.
⚠ GEVAAR! Levensgevaar door ondeskundig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel en het gebruik van niet toegestane reservedelen kunnen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot de dood toe.
■ Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werking.
- Gebruik uitsluitend originele, toegelaten reservedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert.
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!
7.1 Hakmessen reinigen
Vóór en na het gebruik van de machine langvezelige plantdelen en grove brokken aarde uit de messen verwijderen.
7.2 Transmissieolie verversen
In principe moet elke 100 werkuren ook de tandwielolie worden ververst (olieviscositeit SAE 80).
Olie verversen
- Gele oliestop aan voorzijde van versnellingsbak losdraaien.
- Afgewerkte olie afzuigen.
- Met nieuwe olie vullen.
- De invulopening met de sluitschroef afsluiten.
- Afgewerkte olie conform de wettelijke bepa- lingen afvoeren.
i OPMERKING De olie moet zichtbaar zijn bij de vulopening.
7.3 Bougies onderhouden
i OPMERKING Neem voor gedetailleerde informatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
7.4 Luchtfilter
i OPMERKING Neem voor gedetailleerde informatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
7.5 Motorolie verversen
i OPMERKING Neem voor gedetailleerde informatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
7.6 De bowdenkabels afstellen
De fijnafstelling gebeurt met de stelschroef op de duwboom en op de motorconsole.
- Contramoer van de stelschroef losdraaien.
- Stelschroef draaien om de slag van de bowdenkabel te verlengen of in te korten.
- Contramoer weer vastdraaien.
OPMERKING De hakmessen mogen pas vanaf halverwege de slag van de hendel beginnen te draaien.
Gaskabel
i OPMERKING Neem voor gedetailleerde informatie de aparte gebruikershandleiding van de motor in acht.
8 HULP BIJ STORINGEN
i OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.
| Storing Oorzaak Maatregel | ||
| Motorvermogen is onvoldoende. | Luchtfilter verstopt Luchtfilter controleren en reinigen | |
| Verbrandingsproblemen Naar servicepunt gaan | ||
| Hakmessen verontreinigd Hakmessen reinigen | ||
| Motor slaat niet aan. Brandstof ontbreekt Vul brandstof bij | ||
| Slechte, vervuilde brandstof, oude brandstof in de tank | Tap de brandstoftank af en vul deze met verse brandstof | |
| Foute startprocedure De startprocedure correct uitvoeren | ||
| Gashendel in de verkeerde stand | De gashendel in de stand "START" zetten | |
| Defect aan de bougie Zie motorhandleiding. | ||
| Luchtfilter Zie motorhandleiding. | ||
| Hakmessen draaien niet V-riem defect Naar servicepunt gaan | ||
| Schade aan de versnellings-bak | Naar servicepunt gaan | |
| Hakmessen los Hakmessen vastdraaien | ||
| Bowdenkabel uitgerekt of los Bowdenkabel instellen | ||
9 TRANSPORT
■ Motorhak alleen transporteren met een lege brandstoftank.
■ Motorhak altijd horizontaal transporteren, anders gebeurt het volgende:
■ weglekkende brandstof en olie
rookontwikkeling
moeilijk starten
■ roetafzettingen op de bougie
10 MACHINE OPBERGEN
Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en – indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren.
Wanneer u de machine langer dan 2 à 3 maanden niet gaat gebruiken, moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd, om beschadigingen te voorkomen:
- Maak de brandstoftank leeg:
Laat de motor net zolang lopen totdat deze vanzelf stopt. Zo is er in de brandstoftank en in de carburateur geen benzineoliemengsel meer aanwezig en kunnen er zich geen afzettingen vormen.
- De machine reinigen:
Wis de gehele machine en de bijbehorende accessoires schoon met een poetsdoek. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen!
■ Verwijder eventueel vuil uit alle openingen in de machine (bijv. koelopeningen voor de motor).
- Cilinder smeren:
■ Laat de machine volledig afkoelen.
■ Bougiestekker verwijderen en bougie losdraaien.
- Druppel een klein beetje olie in de opening voor de bougie.
■ Trek langzaam aan de starchandgreep, zodat de zuiger beweegt en de olie in de cilinder wordt verdeeld.
- Apparaat op het wiel neerzetten en niet gekanteld opbergen.
- Apparaat op een zo droog mogelijke plaats opbergen.
11 VERWIJDEREN

Benzine en motorolie horen niet bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
■ Voordat de machine wordt afgedankt moeten de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!
■ Verpakking, apparaat en toebehoren zijn vervaardigd van materialen die voor hergebruik geschikt zijn. Verwijder deze daarom dienovereenkomstig.
12 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het
dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres:
Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
■ naleving van deze gebruiksaanwijzing
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
■ Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
OVERSETTELSE AV DEN ORIGINALE BRUKSANVISNINGEN
Innhold
1 Om denne bruksanvisningen 129
1.1 Symboler på tittelsiden.... 129
1.2 Tegnforklaringer og signalord .....129
2 Produktbeskrivelse 129