YT73126 - Afstandsmeter Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT73126 Yato in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur YT73126 Yato
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Afstandsmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT73126 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT73126 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT73126 Yato
2. marker voor laserlicht
8. keuze van metingwijze
11. meetbasis / eenheid
14. symbool voor enkelvoudige meting
15. symbool voor werkende laserwijzer
16. meetbasis – voorkant van afstandsmeter
17. meetbasis – statiefaansluiting
18. meetbasis – achterkant van afstandsmeter
20. symbool voor geheugenbank
24. totaal / laatste meetwaarde / resultaat van
Het symbool wijst op de selectieve inzameling van oude elektrische en elektronische apparatuur. Verbruikte elektrische apparaten kunnen worden gerecycled. Het is verboden dit bij het huishoudelijk afval te gooien aangezien dit stoffen bevat die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid en voor het milieu! Wij vragen u actief bij te dragen de economische natuurlijke hulpbronnen te besparen en het milieu te beschermen door deze gebruikte apparaten in te leveren bij een speciaal punt dat hiervoor is bestemd. Om de verwijdering van afvalstoffen te verminderen is hergebruik, recycling of het op een andere wijze herstellen noodzakelijk.
De laserafstandsmeter is een toestel, dat het meten van afstand met behulp van een laserstraal mogelijk maakt. De meting geschiedt in rechte lijn. Dankzij uitgebouwde functies is het mogelijk om een rechtstreekse of onrechtstreekse meting uit te voeren en het berekenen van oppervlakte en het volume van ruimtes. Binnengebruik is aanbevolen. OPGELET! De aangeboden detector is geen meettoestel zoals bedoeld in de wet: „Recht betreffende meetresultaten” UITRUSTING Het product is compleet meegeleverd en vereist geen montage. Voor een correcte werking is het enkel nodig om de batterij te installeren. Samen met het product is de hoed en de USB-kabel van het type C meegeleverd. TECHNISCHE GEGEVENS Parameter Maateenheid Waarde Catalogusnummer YT-73126 YT-73127 Meetbereik [m] 0,2 - 40 0,2 - 60 Nauwkeurigheid lengtemeting - ±(2,0 mm + 5x10
C] -10 ~ +50 Afmetingen [mm] 115 x 49 x 26 Gewicht (zonder batterij) [kg] 0,1 Beschermingsgraad IP65 *D - gemeten afstand ALGEMENE AANBEVELINGEN Richt de laserstraal nooit in de richting van mensen en dienten. Kijk niet in de laserstraal. De laser wordt tot de tweede klasse gerekend en emiteert een een straal met golflengte en vermogen zoals opgegeven in de tabel met de techni- sche gegevens. Zo een straal vormt geen gevaar, maar het richten van de laserstraal rechtstreeks in de ogen kan voor het zicht schadelijk zijn. Demonteer het toestel niet zelf. De gebruiker kan aan laserstralen worden blootgesteld. Breng geen wijzigingen aan het toestel aan, vooral aan het lasersysteem. Gebruik het toestel niet in een omgeving waarvan de temperatuur het werkgebied overschrijdt. Indien het product wordt opgeslagen in een temperatuur dat het werkgebied overschrijdt, alvorens met de werkzaamheden te beginnen, wacht dan af totdat het toestel afkoelt en de temperatuur binnen het werkgebied bereikt. Het product is water-en stofbestendig zoals bepaald door de beschermingsgraad. Het is verboden om het product in water of om het even welke stof te plaatsen. Plaats het toestel niet in een gereedschapskist met andere werktuigen. Slagen kunnen het toestel vernielen. Vervoer het toestel in de meegeleverde doos. In geval het toestel voor een langere periode niet wordt gebruikt, verwijder de bat- terij uit het toestel. Bewaar de laserafstandsmeter niet in een temperatuur boven 50
C, omdat dit het LCD-beeldschermOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES
kan beschadigen. Reinig het toestel met behulp van een zachte, propere en lichtjes natte vod. De laserstraal moet het doel bereiken, dan weerkaatsen en naar het toestel terugkeren, waardoor de omstandigheden waarin de meting wordt uitgevoerd zijn beperkt. Een teveel belicht ruimte, een te hard weerkaatsende oppervlakte, bvb. glas, kan de meting bemoeilijken of verhinderen. In dit geval dienen de omstandigheden voor de meting te worden veranderd of een geschikte meetmethode te worden gekozen. GEBRUIKSAANWIJZING Montage en vervanging van de batterij (II) Open de cover van de batterijhouder, die zich in het onderste, achterste deel van het toestel bevindt. Om de cover te openen verschuif de coververgrendeling naar achteren en til vervolgens de cover van het batterijcompartiment op. Het optillen van de cover kan enige kracht vereisen door de aanwezige dichting. Installeer de batterijen of de Ni-MH-accu`s in de contactdozen. Let op de correcte polariteit. Vervang de batterijen en de accu`s altijd per set. Om de correcte en een langdurige werking van het toestel te verzekeren, is het raadzaam om alkalische batterijen van bekende produ- centen te gebruiken. Wanneer accu`s worden gebruikt, kunnen deze met behulp van USB-ingang van het type C worden opgeladen. Het is verboden om batterijen op te laden! Dit kan leiden tot lekkage van de elektrolyt, wat tot onomkeerbare schade aan het toestel en brand kan leiden. Opgelet! Alvorens het aansluiten van de USB-kabel, dient de cover van het batterijcompartiment te worden geopend en te worden gecontroleerd of de accu`s zich erbinnen bevinden. Voor het opladen kan de USB-ingang van de computer of de netwerkoplader uitgerust met USG-ingang worden ge- bruikt. Gebruik voor het opladen enkel de met het product meegeleverde kabel. Om de levensduur van de batterijen of de accu`s te verlengen, zal het toestel na ongeveer 30 seconden de laserwijzer uitschakelen en na ongeveer 3 minuten, vanaf de laatste indruk van de toets, de voeding uitschakelen. In- en uitschakelen van het toestel Druk en houd de ontstekingschakelaar gedurende ongeveer 0,5 seconde ingedrukt om het toestel in te schakelen. Nadat het beeldscherm wordt ingeschakeld, laat de schakelaar los. Druk en houd de ontstekingschakelaar gedurende ongeveer 0,5 seconde ingedrukt om het toestel uit te schakelen. Nadat het beeldscherm wordt ingeschakeld, laat de schakelaar los. Het product wordt altijd opgestart in enkelvoudige modus en onthoudt de vooraf ingestelde meeteenheid en de eerder in het geheugen opgeslagen metingen. Metingen die niet werden opgeslagen, worden gewist bij autonome uitschake- ling of uitschakeling door de gebruiker. Wijziging van meeteenheden Na het inschakelen van het toestel, druk en houd gedurende ongeveer 3 seconden de belichtingsknop / knop voor wij- ziging van eenheid. Laat de knop los na wijziging van de meeteenheid op het beeldscherm. De eenheden veranderen volgens de volgende cyclus: meters / voeten / inches / voeten + inches. Modus van enkelvoudige meting Schakel het toestel in door de knop voor meetbasis in te drukken en kies vervolgens de afstand waarvan zal worden gemeten. Er zijn 3 afstellingen mogelijk: van de bovenste rand van de laserafstandsmeter, van de openingdiameter tot het statief en van de onderste rand van de laserafstandsmeter. De keuze wordt bevestigd door de toepasselijke wijzer van de meetbasis. Druk eenmalig op de schakelaar, de laseraanwijzer wordt geactiveerd, richt de straal op de plaats waarvan de afstand zal worden gemeten en druk vervolgens de schakelaar opnieuw in. De laserafstandsmeter voert de meting uit en het resultaat wordt in het veld van de laatste meting getoond. Indien een andere meting wordt uitgevoerd, zullen de resultaten van voorgaande metingen naar boven op het beeldscherm op het veld van de voorgaande meting worden verschoven en tegelijkertijd worden geregistreerd in de volgende geheugenbanken.OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES
Modus van continumeting Continumeting is een soort van rechtstreekse meting, die het meten van beweging mogelijk maakt. De laserafstands- meter verplaatst zich waarbij de afstand vergroot of verkleind wordt. De afstand wordt op het beeldscherm weergege- ven zonder onderbreking. Dit laat bijvoorbeeld toe om de te af te leggen afstand van de gemeten oppervlakte bij haar benadering of afstandsneming te bepalen. Schakel het toestel in, druk en houd gedurende ongeveer 2 seconden de schakelaar / continumeting ingedrukt. Het toestel zal naar de modus van continumeting overschakelen. Dit zal gesignaliseerd worden door verschijning van de „MIN en „MAX”-symbolen. Verplaats de laserafstandsmeter terwijl de gegevens van het beeldscherm worden afgele- zen. De laserafstandsmeter onthoudt de minimale en maximale gemeten afstand automatisch en geeft hem op het beeldscherm weer. OPGELET! Een te snelle verplaatsing kan tot een onjuiste meting leiden. Wanner het bericht „Error” op het beeld- scherm verschijnt, dient de verplaatsingsnelheid van de laserafstandsmeter te worden vertraagd. Om terug naar de modus van enkelvoudige meting te keren, druk op de knop van schakelaar / continumeting. Oppervlaktemeting (III) OPGELET! Het is enkel mogelijk om de oppervlakte van één rechthoek tegelijk te meten. Oppervlakken met andere vormen dienen in rechthoeken te worden verdeeld en vervolgens dient elk rechthoek afzonderlijk te worden gemeten. Tel dan alle meetresultaten op. Schakel het toestel in en terwijl de schakelaar wordt ingedrukt, kies de plaats waarvan de afstand zal worden gemeten. Via de „Menu”-knop kies de oppervlaktemeting aangeduid door het rechthoeksymbool. Op het beeldscherm zal een meetsymbool met knipperende rand met de te meten lengte, verschijnen. Voer de meting zoals met de enkelvoudige meting uit, de berekende oppervlakte zal in het veld van de laatste meting zichtbaar zijn. Kort indrukken van de schakelaar wist de laatst gemeten afstand, de voorgaande meting van de lengte zal worden gewist wanneer de schakelaar opnieuw wordt ingedrukt. Volumemeting (IV) OPGELET! Het is enkel mogelijk om de oppervlakte van één balk tegelijk te meten. Volumes met een andere vorm dienen in balken te worden verdeeld en vervolgens dient elk balk afzonderlijk te worden gemeten. Tel dan alle mee- tresultaten op. Schakel het toestel in en terwijl de schakelaar wordt ingedrukt, kies de plaats waarvan de afstand zal worden gemeten. Via de „Menu”-knop kies de oppervlaktemeting aangeduid door het balksymbool. Op het beeldscherm zal een meet- symbool met knipperende rand met de te meten lengte, verschijnen. Voer de meting zoals met de enkelvoudige meting uit, em meet vervolgens de tweede en derde lengte. De lengtemeting zal in het veld van de laatste meting zichtbaar zijn en het berekende volume zal in het resultaatveld van de laatste meting zichtbaar zijn. Kort indrukken van de schakelaar wist de laatst gemeten afstand, de voorgaande meting van de lengte zal worden gewist wanneer de schakelaar opnieuw wordt ingedrukt. Onrechtstreekse meting Deze meting wordt toegepast om afstanden te meten in geval dat de rechtstreekse meting niet mogelijk is, omdat er zich bijvoorbeeld op de weg van de laserstraal hindernissen bevinden. De meting kan worden gebruikt om hoogte te meten als er geen rechtstreekse toegang tot de gemeten oppervlakte mogelijk is. Omwille van het feit, dat het meetre- sultaat afhankelijk is van de berekeningen op basis van de onrechtstreekse gemeten afstanden, het resultaat van zulke meting zal altijd belast zijn met een grotere fout dan de rechtstreekse meting. Voer de meting van de enkelvoudige onrechtstreekse afstanden zo nauwkeurig mogelijk uit en als gevolg zal de fout in het onrechtstreekse meetresultaat klein zijn. In geval van onrechtstreekse metingen, is het raadzaam om de laserafstandsmeter in het statief te plaatsen en om de meetbasis in de as van de statiefopening af te stellen. Onrechtstreekse meting met behulp van een rechthoekige driehoek (V) Schakel het toestel in en terwijl de knop van de meetbasis wordt ingedrukt, kies de plaats waarvan de afstand zal worden gemeten. Via de „Menu”-knop kies de oppervlaktemeting aangeduid door het symbool van de rechthoekige driehoek. Op het beeldscherm zal een meetsymbool met knipperende rand met de te meten lengte, verschijnen. VoerOORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES
de meting zoals met de enkelvoudige meting uit en meet de tweede lengte. De berekende oppervlakte zal in het veld van de laatste meting zichtbaar zijn en de gemeten afstand met behulp van de stelling van Pythagoras zal in het resul- taatveld van de laatste meting zichtbaar zijn. OPGELET! De eerste gemeten afstand moet groter dan de tweede zijn, anders zijn het meetresultaat fout zijn. Onrechtstreekse meting met behulp van een dubbele rechthoekige driehoek (VI) De meting wordt toegepast wanneer het begin en het einde van afstand zich boven of onder het meetpunt bevindt. OPGELET! De meest accurate meetresultaten worden verkregen wanneer het meetpunt zich in het midden van de gemeten afstand bevindt. Elke andere plaatsing van het meetpunt zal een onjuiste meting als gevolg hebben. Schakel het toestel in en terwijl de knop van de meetbasis wordt ingedrukt, kies de plaats waarvan de afstand zal worden gemeten. Via de „Menu”-knop kies de oppervlaktemeting aangeduid door het symbool van de rechthoekige driehoek. Op het beeldscherm zal een meetsymbool met knipperende rand met de te meten lengte, verschijnen. Voer de meting zoals met de enkelvoudige meting uit en meet de tweede en derde lengte. De gemeten afstand zal in het veld van de laatste meting zichtbaar zijn en de gemeten afstand met behulp van de stelling van Pythagoras zal in het resultaatveld van de laatste meting zichtbaar zijn. OPGELET! De eerste en de derde gemeten afstand moet groter dan de tweede zijn, anders zal het meetresultaat fout zijn. Onrechtstreekse meting met behulp van een gedeelde rechthoekige driehoek (VII) De meting wordt toegepast wanneer het begin en het einde van afstand zich boven of onder het meetpunt bevindt. Schakel het toestel in en terwijl de knop van de meetbasis wordt ingedrukt, kies de plaats waarvan de afstand zal wor- den gemeten. Via de „Menu”-knop kies de oppervlaktemeting aangeduid door het symbool van de dubbele rechthoe- kige driehoek. Op het beeldscherm zal een meetsymbool met knipperende rand met de te meten lengte, verschijnen. Voer de meting zoals met de enkelvoudige meting uit en meet de tweede en derde lengte. De gemeten afstand zal in het veld van de laatste meting zichtbaar zijn en de gemeten afstand zal in het resultaatveld van de laatste meting zichtbaar zijn. OPGELET! De eerste gemeten afstand moet groter dan de tweede zijn en de tweede groter dan de derde, anders zal het meetresultaat fout zijn. Onrechtstreekse meting met behulp van de schuine zijde (VIII) De meting wordt toegepast wanneer het begin van de afstand zich precies tegenover de laserstandsmeter bevindt, en het einde van de afstand zich boven of onder het begin van de afstand bevindt. Plaats de laserafstandsmeter op een wijze zodat het toestel zich in een horizontale positie bevindt, de hoekaanwijzer „0,0
” en het laservlekje het begin van de gemeten afstand weergeeft. Voer vervolgens de meting uit door de laserafstandsmeter te verhogen of te verlagen. Op het beeldscherm zullen de lengtes van alle drie zijden van de tijdens de meting ontstane rechthoekige driehoek en de hoekwaarde tussen de horizontale rechthoekzijde en de schuine zijde worden weergegeven. Onrechtstreekse meting met behulp van twee schuine zijden (IX) De meting wordt toegepast wanneer het midden van de gemeten afstand zich precies tegenover de laserstandsmeter bevindt, en het ene einde zich boven, en het andere onder het midden bevindt. Plaats de laserafstandsmeter op een wijze zodat het toestel zich in een horizontale positie bevindt, de hoekaanwijzer „0,0
” en het laservlekje het midden van de gemeten afstand weergeeft. Voer vervolgens de meting uit door de laserafstandsmeter te verhogen en dan te verlagen met eenzelfde hoek als voor het verhogen. Op het beeldscherm zullen beide lengtes worden gemeten, de hoek ertussen en de afstand tussen het begin en het einde van de meting. Opgelet! Indien het midden van het gemeten segment zich niet precies tegenover de laserafstandsmeter in horizontale positie bevindt, dan zal het meetresultaat fout zijn. Optellen en aftrekken van lengtes De laserafstandsmeter kan de metingen optellen en aftrekken. Schakel het toestel in, voer de rechtstreekse meting van de eerste afstand uit, en druk vervolgens op de „som/ verschil”-knop van de afstand, om de afstanden op te tel-OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES
len druk de knop gedurende korte tijd in, om af te trekken druk op de knop gedurende een langere tijd in. Afhankelijk van de gemaakte keuze zal op het beeldscherm het „+”-symbool voor het optellen en „-”-symbool voor het aftrekken verschijnen Voer vervolgens een rechtstreekse meting van de tweede afstand uit. Het resultaat zal in het veld van de laatste meting verschijnen. Nadat de knop voor het optellen of het aftrekken opnieuw wordt ingedrukt, zal het uitvoeren van een nieuwe afstandsmeting en het optellen of aftrekken van de vorige meting mogelijk zijn. Opslag van metingen De laserafstandsmeter werd uitgerust met een geheugen, waarin de resultaten van de laatste 20 metingen auto- matisch worden opgeslagen. De oudere resultaten worden gewist en automatisch vervangen door de nieuwe. Om de opgeslagen resultaten weer te geven, schakel het toestel in en druk op de knop van het meetgeheugen. Verder indrukken zal de laatste 20 meetresultaten weergeven. Samen met de resultaten is het registergeheugennummer op het beeldscherm zichtbaar. Continue hoekmeting De laserafstandsmeter voer de metingen op een continue wijze uit. De meting wordt gerealiseerd met behulp van een interne positiesensor die zelfs bij een uitgeschakelde laseraanwijzer werkt. Het meetresultaat is zichtbaar op het beeldscherm. Geluidssignaal Druk op de knop aangeduid door het luidsprekersymbool om de geluidssignalen van het toestel in- of uit te schake- len, Foutmeldingen Code Oorzaak van foutmelding Oplossing 204 Berekeningsfout Herhaal de meetprocedure overeenkomstig met de aanbevelingen in de instructie 208 Buitensporige stroom Neem contact met de service op 220 Laag batterijniveau Vervang de batterijen of laad de accu`s op 252 Te hoge temperatuur Koel het toestel af 253 Te lage temperatuur Verwarm het toestel
Te zwak signaal of een te lange meettijd Neem een andere meetoppervlakte 256 Een te sterk signaal Neem een andere meetoppervlakte 261 Buiten het meetbereik Het object moet zich binnen het meetbereik bevinden 500 Hardwarefout Het toestel meermalig in-en uitschakelen. Indien de fout niet weggaat, neem contact met de service op.ΑΡΧΙΚΕΣ ΟΔΗΓΙΕΣ
SimpelGids