DLE 40 Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DLE 40 Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Laserafstandsmeter |
| Merk | Bosch |
| Model | DLE 40 Professional |
| Afmetingen | 58 x 100 x 32 mm |
| Gewicht | 0,18 kg |
| Voeding | 4 AAA-batterijen (LR03) 1,5 V of KR03-accu's 1,2 V |
| Meetbereik | 0,05 – 40 m |
| Nauwkeurigheid | ±1,5 mm (typisch) |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 635 nm, < 1 mW |
| Straaldiameter | 6 mm bij 10 m; 24 mm bij 40 m |
| Levensduur | Tot 30.000 enkele metingen; 5 uur continu |
| Automatische uitschakeling | Laser na 20 s; toestel na 5 min |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot +50 °C (continu +40 °C) |
| Opslagtemperatuur | -20 °C tot +70 °C |
| Beschermingsgraad | IP54 (stof- en spatwaterdicht) |
| Hoofdfuncties | Lengte-, oppervlakte- en volumemeting; continue meting; geheugen met optellen/aftrekken |
| Referentieniveaus | Voor- of achterrand selecteerbaar |
| Display | Scherm met batterijindicatie, temperatuur, resultaat, eenheid, referentieniveau, laser actief |
| Meegeleverde accessoires | Beschermhoes, polsband, batterijen (4 x AAA) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, vochtige doek; geen oplosmiddelen gebruiken; opbergen in de hoes |
| Veiligheid | Richt de straal niet op mensen of dieren; laserklasse 2 |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Reparatie door gekwalificeerd personeel; originele reserveonderdelen; artikelnummer 3 601 K16 300 |
| Algemene informatie | Gebruik binnen en buiten; precisiecontrole aanbevolen na stoten |
Veelgestelde vragen - DLE 40 Professional BOSCH
Gebruikersvragen over DLE 40 Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DLE 40 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DLE 40 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING DLE 40 Professional BOSCH
nl Corspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original brugsenvishing
Nederlands ...... Pagina 41
Dansk. Side 46
Svenska.... Sida 51
Norsk.... Side 55
Suomi....Sivu 60
Ελληνικά.Σελίδα 65
Türkçe .Sayfa 71
Polski....Strona 76
Česky....Strana 82
Slovensky. Strana 87
Magyar....Oldal 92
Veiligheidsvoorschriften

Alle instructies moeten gelezen en in acht genomen worden om met zonder gevaar en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 8).

Als de tekst van het waarschuwingsplaatje niet in de taal van uw land is, plak er dan vóór de eerste ingebruikneming de meegeleverde sticker in de taal van uw land op.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of reflecterende laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
- Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Product- en vermogensbeschrijving
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het meten van afstanden, lengten, hoogten en tussenruimten en voor het berekenen van oppervlakten en inhouden. Het meetgereedschap is geschikt voor metingen binnen- en buitenshuis.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Toets Referentievlak voorkant van meetgereedschap
2 Toets Geheugenwaarde oproepen „M=“
3 Toets Geheugen optellen „M+“
4 Toets voor oppervlaktemeting
5 Toets voor lengtemeting
6 Display
7 Uitlijnhulp
8 Laser-waarschuwingsplaatje
9 Toets Meting en duurmeting
10 Toets voor volumemeting
11 Toets Geheugen aftrekken „M-“
12 Toets Referentievlak achterkant van meetgereedschap
13 Aan/uit-toets en geheugenwistoets
14 1/4"-schroefdraad
15 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
16 Deksel van batterijvak
17 Serienummer
18 Uitgang laserstraal
19 Ontvangstlens
20 Statief*
21 Laserbril*
22 Laserdoelpaneel*
23 Draagriem*
24 Beschermetui
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd.
Indicatie-elementen
a Batterij-indicatie
b Temperatuurwaarschuwing
c Meetwaarde/resultaat








42 | Nederlands
d Maateenheid
e Referentievlak van de meting
f Laser ingeschakeld
g Afzonderlijke meetwaarde (bij lengtemeting: resultaat)
h Meetfuncties
— Lengtemeting
→ Duurmeting
□ Oppervlaktemeting
Volumemeting
i Meetwaarden opslaan
Technische gegevens
| Digitale laser-afstandsmeter DLE 40 | |
| Professional | |
| Productnummer | 3 601 K16 300 |
| Meetbereik | 0,05 -40 mA) |
| Meetnauwkeurigheid (kenmerkend) ±1,5mm | B) |
| Kleinste indicatie-eenheid 1 mm | |
| Bedrijfstemperatuur | -10°C...+50°C |
| Bewaartemperatuur -20°C...+70°C | |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90% |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 635 nm, <1 mW |
| Diameter laserstraal (bij 25°C) ca.- op 10 m afstand- op 40 m afstand | 6 mm24 mm |
| Batterijen | 4 x 1,5 VLR03 (AAA) |
| Accu's | 4 x 1,2 VKR03 (AAA) |
| Levensduur batterij ca.- afzonderlijke metingen- duurmeting | 30000D)5 hD) |
| Automatische uitschakeling na ca.- laser- meetgereedschap (zonder meting) | 20 s5 min |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure01/2003 | 0,18 kg |
| Afmetingen | 58 x 100 x 32 m m |
| Isolatiesoort (behalve batterijdeksel) | IP 54 (stof- en spatwa-terbescherming) |
A) De reikwijdte wordt groter naarmate het laserlicht beter door het oppervlak van het doel wordt gereflecteerd (gestrooid, niet gespiegeld) en naarmate de laserpunt lichter is dan de omgeving (interieurs, schemering). Bij ongunstige omstandigheden, zoals metingen buitenshuis met fel zonlicht, kan gebruik van het doelpaneel nodig zijn.
B) Onder ongunstige omstandigheden, zoals fel zonlicht of een slecht reflecterend oppervlak, bedraagt de maximale afwijking ±10 mm op 40 m. Onder gunstige omstandigheden moet rekening worden gehouden met een invloed van ±0,05 mm/m.
C) In de functie duurmeting bedraagt de max. bedrijfstemperatuur +40 °C.
D) Met 1,2 V-accu's zijn minder metingen mogelijk dan met 1,5 V-batterijen.
Het serienummer 17 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.
Montage
Batterijen inzetten of vervangen (zie afbeeldingA)
Gebruik uitsluitend alkalimangaanbatterijen of oplaadbare batterijen.
Met 1,2 V-accu's zijn minder metingen mogelijk dan met 1,5 V-batterijen.
Als u het batterijvakdeksel 16 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 15 in de richting van de pijl en verwijdert u het batterijvakdeksel. Plaats de meegeleverde batterijen. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen overeenkomstig de afbeelding in het batterijvak.
Als het batterijsymbool □ voor het eerst in het display verschijnt, zijn nog minstens 100 metingen mogelijk. Als het batterijsymbool knippert, moet u de batterijen vervangen. Metingen zijn niet meer mogelijk.
Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
▶ Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken.
Gebruik
Ingebruikneming
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt.
▶ Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, pagina 45).
In- en uitschakelen
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, drukt u kort op de aan/uit-toets 13 of op de toets Meten 9. Bij het inschakelen van het meetgereedschap wordt de laserstraal nog niet ingeschakeld.
Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u lang op de aan/uit-toets 13.







Nederlands | 43
Als er ongeveer 5 min geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterij te ontzien.
Als er een meetwaarde is opgeslagen, blijft deze na het automatisch uitschakelen bewaard. Na het opnieuw inschakelen van het meetgereedschap wordt „M” in het display weergegeven.
Meten
Na het inschakelen werkt het meetgereedschap in de functie lengtemeting. Andere meetfuncties kunt u instellen door op de bijbehorende functietoets te drukken (zie „Meetfuncties“, pagina 43).
Als referentievlak voor de meting is na het inschakelen de achterkant van het meetgereedschap gekozen. Zie voor het wisselen van het referentievlak „Referentievlak kiezen (zie afbeeldingen B–C)”, pagina 43.
Na de keuze van de meetfunctie en het referentievlak vinden alle overige stappen plaats door het indrukken van de toets Meten 9.
Plaats het meetgereedschap met het gekozen referentievlak tegen de gewenste meetlijn (bijvoorbeeld tegen de muur).
Druk voor het inschakelen van de laserstraal kort op de toets Meten 9.
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Richt de laserstraal op het doeloppervlak. Druk opnieuw kort op de toets meten 9 om de meting te starten.
In de functie duurmeting begint de meting onmiddellijk bij het inschakelen van de functie.
De meetwaarde verschijnt meestal binnen 0,5 seconden en uiterlijk na 4 seconden. De duur van de meting is afhankelijk van de afstand, de lichtomstandigheden en de weerspiegelingsigenschappen van het doeloppervlak. Het einde van de meting wordt aangegeven door een geluidssignaal. Na beeindiging van de meting wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld.
Als ca. 20 seconden na het richten geen meting plaatsvindt, wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld om de batterijen te sparen.
Referentievlak kiezen (zie afbeeldingen B-C)
Voor de meting kunt u uit twee verschillende referentievlakken kiezen:
- Druk op de toets 12 voor metingen vanaf van het meetgereedschap (bijvoorbeeld wanneer het meetgereedschap tegen een muur wordt geplaatst).
- Drukopdetoets 1 voor metingen vanaf de het meetgereedschap (bijvoorbeeld bij het het meten vanaf de rand van een tafel).
Het gekozen referentievlak wordt in het display weergegeven. Na het inschakelen van het meetgereedschap is altijd de achterkant van het meetgereedschap als referentievlak vooraf ingesteld.
Meetfuncties
Lengtemeting
Druk voor lengtemeting op de knop 5. In het display wordt de indicatie voor lengtemeting —weergegeven.

Druk voor het richten en voor het meten telkens eenmaal kort op de toets Meten 9.
De meetwaarde wordt onder in het display weergegeven.
Oppervlaktemeting
Druk voor oppervlaktemeting op de knop 4. In het display wordt de indicatie voor oppervlaktemeting weergegeven.
Meet vervolgens lengte en breedte na elkaar, net als bij een lengtemeting. Tussen de beide metingen blijft de laserstraal ingeschakeld.

Na afsluiting van de tweede meting wordt de oppervlakte automatisch berekend en weergegeven. De laatste afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat boven.
Inhoudsmeting
Druk voor volumemeting op de knop 10. In het display wordt de indicatie voor volumemeting 📋 weergegeven.
Meet vervolgens lengte, breedte en hoogte na elkaar, net als bij een lengtemeting. Tussen de drie metingen blijft de laserstraal ingeschakeld.

Na afsluiting van de derde meting wordt de inhoud automatisch berekend en weergegeven. De laatste afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat boven.
Duurmeting (zie afbeelding D)
Bij de duurmeting kan het meetgereedschap relatief ten opzichte van het doel worden verplaatst, waarbij de meetwaarde ongeveer elke 0,5 seconden wordt geactualiseerd. U kunt zich zich bijvoorbeeld van een muur verwijderen tot aan de gewenste afstand. De actuele afstand is steeds afleesbaar.
Voor duurmetingen kiest u eerst de functie lengtemeting en drukt u vervolgens zo lang op de toets 9 tot in het display de indipatie voor duurmeting -verschijnt. De laser wordt ingeschakeld en de meting begint onmiddellijk.
voorkant van

Beweeg het meetgereedschap zo lang, tot de gewenste afstand onder in het display wordt weergegeven.
Door het kort indrukken van de toets 9 beeindigt u de duurmeting. De laatste meetwaarde wordt onder in het display weergegeven. Als u lang op de toets 9 drukt, start de duurmeting opnieuw.










44 | Nederlands
De duurmeting wordt na 5 minuten automatisch uitgeschakeld. De laatste meetwaarde blijft onder in het display staan.
Meetwaarden verwijderen
Door het kort indrukken van de toets 13 kunt u in alle meetfuncties de laatst gemeten afzonderlijke meetwaarde verwijderen. Door het meermaals kort indrukken van de toets worden de afzonderlijke meetwaarden in omgekeerde volgorde verwijderd.
Geheugenfuncties
Bij het uitschakelen van het meetgereedschap blijft de waarde in het geheugen bewaard.
Meetwaarden opslaan of optellen

Druk op de toets Geheugen optellen 3 om de actuele meetwaarde (afhankelijk van de actuele meetfunctie een lengte-, oppervlakte-of inhoudswaarde) op te slaan. Zodra een waarde is opgeslagen, wordt in het display „M” weergegeven. Daarachter knippert de „+“ kort.
Wanneer er reeds een waarde in het geheugen aanwezig is, wordt de nieuwe waarde bij de inhoud van het geheugen opgeteld, echter alleen wanneer de maateenheden overeenkomen.
Als er bijvoorbeeld een oppervlaktewaarde in het geheugen aanwezig is, en de huidige meetwaarde een inhoudswaarde is, kan de optelling niet worden uitgevoerd. In het display knippert kort „Error”.
Meetwaarden aftrekken
Druk op de toets Geheugen aftrekken 11 om de actuele meetwaarde van de geheugenwaarde af te trekken. Zodra een waarde is afgetrokken, wordt in het display „M” weergegeven. Daarachter knippert de „-” kort.
Als er al een waarde is opgeslagen, kan de nieuwe meetwaarde alleen worden afgetrokken als de maateenheden overeenkomen (zie „Meetwaarden opslaan of optellen“).
Geheugenwaarde weergeven

Druk op de toets Geheugenwaarde oproepen 2 om de waarde in het geheugen weer te geven. In het display wordt „M=” weergegeven. Als de geheugeninhoud „M=” in het display wordt weergegeven, kunt u dezedoor het indrukken van
de toets Geheugen optellen 3 verdubbelen of door het indrukken van de toets Geheugen aftrekken 11 op nul zetten.
Geheugen wissen
Als u de inhoud van het geheugen wilt wissen, drukt u eerst op de toets Geheugenwaarde oproepen 2, zodat „M =” in het display verschijnt. Vervolgens drukt u kort op de toets 13; in het display wordt geen „M” meer weergegeven.
Tips voor de werkzaamheden
Algemene aanwijzingen
De ontvangstlens 19 en de uitgang van de laserstraal 18 mo- gen bij een meting niet afgedekt zijn.
Het meetgereedschap mag tijdens een meting niet bewogen worden (met uitzondering van de functie duurmeting). Leg daarom het meetgereedschap indien mogelijk tegen of op de meetpunten.
De meting vindt plaats bij het middelpunt van de laserstraal, ook bij vlakken waarop de straal schuin valt.
Invloeden op het meetbereik
Het meetbereik is afhankelijk van de belichting en de mate van weerspiegeling van het meetoppervlak. Gebruik voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal bij werkzaamheden buitenshuis en bij fel zonlicht de laserbril 21 (toebehoren) en het laserdoelpaneel 22 (toebehoren), of zorg voor schaduw op het doelpaneel.
Invloeden op het meetresultaat
Vanwege bepaalde eigenschappen van materialen kunnen bij metingen op sommige oppervlakken foutmetingen niet worden uitgesloten. Daartoe behoren:
- transparante oppervlakken zoals glas en water,
- spiegelende oppervlakken zoals gepolijst metaal en glas,
- poreuze oppervlakken zoals isolatiemateriaal,
- oppervlakken met een structuur, zoals pleisterwerk en natuursteen.
Gebruik indien nodig op deze oppervlakken het laserdoelpaneel 22 (toebehoren).
Ook kunnen luchtlagen met verschillende temperaturen of indirect ontvangen weerspiegelingen de meetwaarde beïnvloeden.
Richten met uitlijnhulp (zie afbeelding E)
Met de uitrichthulp 7 kan het richten over grotere afstanden vergemakkelijkt worden. Kijk daarvoor langs de uitlijnhulp aan de bovenzijde van het meetgereedschap. De laserstraal verloopt parallel aan deze zichtlijn.
Werkzaamheden met het statief (zie afbeelding C)
Het gebruik van een statief is vooral bij grotere afstanden noodzakelijk. Zet het meetgereedschap met de 1/4"-schroefdraad 14 op de snelwisselplaat van het statief 20 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief. Schroef het met de vastzet-schroef van de snelwisselplaat vast.
Let er bij de plaatsing van het statief op dat de meting afhankelijk van het gekozen referentievlak vanaf de achter- of voorkant van het meetgereedschap plaatsvindt.









Nederlands | 45

Oorzaken en oplossingen van fouten
Oorzaak Oplossing
Temperatuurwaarschuwing (b) knippert, meting niet mogelijk
| Meetgereedschap buiten bedrijfs-temperatuur van - 10 °C tot +50 °C (in functie duurmeting tot +40 °C). | Wacht tot het meetge-reedschap bedrijfstem-peratuur bereikt |
Batterijwaarschuwing (a) verschijnt
| Batterijspanning wordt minder (meting nog mogelijk) | Batterij vervangen |
Batterijwaarschuwing (a) knippert, meting niet mogelijk
| Batterijspanning te laag Batterij vervangen | |
| Indicaties „Error“ en „----” in het display | |
| Hoek tussen laserstraal en doel is te klein. | Vergroot de hoek tussen de laserstraal en het doel |
| Doeloppervlak weerspiegelt te sterk (bijv. spiegel) of te zwak (bijv. zwart textiel) of omgevingslicht is te sterk. | Gebruik het laserdoelpaneel 22 (toebehoren) |
| Uitgang laserstraal 18 of ontvangstlens 19 zijn beslagen (bijv. door snelle temperatuur-verandering). | Wrijf de uitgang laserstraal 18 of de ontvangstlens 19 droog met een zachte doek |
| Berekende waarde is groter dan 99999 m/m ^2 /m ^3 . | Berekening in tussen-stappen verdelen |
Indicatie „Error“ knippert boven in het display
| Optellen of aftrekken van meetwaarden met verschillende maateenheden | Alleen meetwaarden met dezelfde maateenheden optellen of aftrekken |
Meetresultaat niet betrouwbaar
| Doeloppervlak weerspiegelt niet duidelijk (bijv. water of glas). | Dek het doeloppervlak af |
| Uitgang laserstraal 18 of ontvangstlens 19 is afgedekt. | Houd de uitgang laserstraal 18 of ontvangstlens 19 vrij |
Meetresultaat onwaarschijnlijk
| Verkeerd referentieniveau ingesteld | Kies een bij de meting passend referentieniveau |
| Obstakel in het verloop van de laserstraal | Laserpunt moet volledig op doeloppervlak liggen. |

Het meetgereedschap controleert de juiste werking bij elke meting. Als een defect wordt vastgesteld, knippert in het display alleen nog het hiernaast staande symbool. In dit geval of wanneer de fout niet met de bovengenoemde maatregelen kan worden verholpen, dient u het meetgereedschap via uw leverancier naar de klantenservice van Bosch te sturen.
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
U kunt de nauwkeurigheid van het meetgereedschap als volgt controleren:
- Kies een duurzaam onveranderlijke meetafstand van ca. 3 tot 10 meter, waarvan u de lengte precies kent (bijvoorbeeld kamerbreedte, deuropening). De meetafstand moet binnenshuis liggen. Het doeloppervlak van de meting moet glad en goed reflecterend zijn.
- Meet de afstand tien opeenvolgende keren.
De afwijking van de afzonderlijke metingen van de gemiddelde waarde mag maximaal ±2,0 mm bedragen. Houd de metingen bij, zodat u de nauwkeurigheid op een later tijdstip kunt vergelijken.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Verzorg in het bijzonder de ontvangstlens 19 met dezelfde zorgvuldigheid waarmee een bril of een cameralens moeten worden behandeld.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.
Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 24 in het geval van een reparatie.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt u graag bij vra- gen over onze producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Gooi meetgereedschappen, accu's en batterijen niet bij het huisvuil.






46 | Dansk
Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of lege accu's en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehouden.
Dansk
h Functie de măsurare