Kärcher KM 150500 R Bp Pack - Veegmachine

KM 150500 R Bp Pack - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 150500 R Bp Pack Kärcher in PDF-formaat.

📄 356 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kärcher KM 150500 R Bp Pack - page 52
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : KM 150500 R Bp Pack

Categorie : Veegmachine

Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 150500 R Bp Pack - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 150500 R Bp Pack van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING KM 150500 R Bp Pack Kärcher

0,1 Dimensioni e pesi Lunghezza x larghezza x Altezza mm 2442x1570x1640 Raggio di inversione destro mm 1515 Raggio di inversione sinistro mm 1600 Peso a vuoto (senza/con batteria) kg 1398/2690 Peso totale consentito kg 3089 Carico assiale anteriore consentito kg 1417 Carico assiale posteriore consentito kg 1672 Con riserva di modifiche tecniche! Dichiarazione di conformità UE Prodotto: Spazzatrice Modello: 1.186-xxx Direttive UE pertinenti 2006/42/CE (+2009/127/CE) 2014/30/UE 2000/14/CE Norme armonizzate applicate EN 60335–1 EN 60335–2–72 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000–6–2: 2005 EN 62233: 2008 Procedura di valutazione della confor- mità applicata 2000/14/CE: Allegato V Livello di potenza sonora dB(A) Misurato: 94 Garantito: 97 Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 51IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zon- der gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzingen moeten de algemene vei- ligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. GEVAAR Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst. – Er mogen alleen toebehoren en onder- delen gebruikt worden, die door de fa- brikant zijn goedgekeurd. Origineel toe- behoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden. – Verdere informatie over reserveonder- delen vindt u op www.kaercher.com bij Service. GEVAAR Waarschuwt voor een direct dreigend ge- vaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt. 몇 WAARSCHUWING Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden. 몇 VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden. LET OP Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden. Algemene aanwijzingen. . . . . . NL 1 Zorg voor het milieu . . . . NL 1 Garantie . . . . . . . . . . . . . NL 1 Accessoires en reserveonderde- len . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen in de gebruiksaanwij- zing . . . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen op het apparaat NL 1 Reglementair gebruik . . . . . . . NL 2 Voorzienbaar verkeerd gebruik NL 2 Geschikte ondergronden NL 2 Veiligheidsinstructies . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de bediening . . . . . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de rij- modus . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Veiligheidsinstructies voor batte- rijgedreven apparaten . . NL 3 Apparaten met hoge afvoer NL 3 Apparaten met bestuurdersbe- schermingsdak. . . . . . . . NL 3 Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat NL 3 Veiligheidsinstructies over ver- zorging en onderhoud . . NL 3 Functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Instructies inzake uitladen . . . . NL 3 Elementen voor de bediening en de functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Afbeelding veegmachine NL 4 Bedieningsveld. . . . . . . . NL 4 Functietoetsen . . . . . . . . NL 4 Controlelampjes en display NL 5 Pedalen . . . . . . . . . . . . . NL 5 Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 5 Parkeerrem vergrendelen/los- zetten . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Veegmachine zonder zelfaan- drijving bewegen . . . . . . NL 5 Veegmachine met zelfaandrij- ving bewegen. . . . . . . . . NL 5 Inbedrijfstelling. . . . . . . . . . . . . NL 5 Algemene aanwijzingen. NL 5 Controle- en onderhoudswerk- zaamheden . . . . . . . . . . NL 5 Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 5 Veiligheidsvoorschriften accu's NL 5 Accu's opladen. . . . . . . . NL 5 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 6 Chauffeursstoel instellen NL 6 Programma's selecteren NL 6 Apparaat starten . . . . . . NL 6 Apparaat verrijden . . . . . NL 6 Veegbedrijf. . . . . . . . . . . NL 6 Veeggoedcontainer leegmaken NL 6 Apparaat uitschakelen . . NL 7 Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Stillegging . . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Onderhoud. . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Algemene aanwijzingen. NL 7 Reiniging . . . . . . . . . . . . NL 7 Onderhoudsintervallen. . NL 7 Onderhoudswerkzaamheden NL 7 Hulp bij storingen. . . . . . . . . . . NL

EU-conformiteitsverklaring . . . NL

Algemene aanwijzingen Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is her- bruikbaar. Deponeer het verpak- kingsmateriaal niet bij het huis- houdelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden appara- ten bevatten waardevolle materi- alen die geschikt zijn voor recy- cling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten daarom via daarvoor geëigende verzamelsystemen. Batterijen, olie, brandstof en gelijkaardige stoffen mogen niet in het milieu terechtko- men. Die stoffen moeten via geschikte in- zamelsystemen afgevoerd worden. Garantie Accessoires en reserveonderdelen Symbolen in de gebruiksaanwijzing Symbolen op het apparaat Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie vol- doende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. Werkzaamheden aan het apparaat altijd met ge- schikte handschoenen uitvoeren. Knelgevaar door vast- klemmen tussen bewe- gende voertuigonderde- len Verwondingsgevaar door bewegende onderdelen. Niet erin grijpen. Brandgevaar! Geen bran- dende of glimmende voor- werpen opzuigen. Kettingopname / kraan- punt Opnamepunt voor krik Maximale helling van de ondergrond bij ritten met opgetild veeggoedreser- voir. In de rijrichting slechts stij- gingen tot 12% nemen. 52 NL- 2 De veegmachine is voorzien voor de reini- ging van vloeroppervlakken voor industri- eel gebruik en onder andere voor de vol- gende toepassingsgebieden: parkings; productie-installaties; logistieke bereiken; hotels; kleinhandel; magazijnen; voetpaden. – Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken bin- nen en buiten. – Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor- den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig- heid. Indien zij niet in goede staat ver- keren, mag u de apparatuur niet gebrui- ken. – Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiks- aanwijzing. – Er mogen aan het apparaat geen wijzi- gingen worden aangebracht. – Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing ge- noemde wegdek/ondergrond. – Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemach- tigde voor het machinegebruik vrijgege- ven oppervlakken. – Over het algemeen geldt: Licht ont- vlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandge- vaar). Nooit explosieve vloeistoffen, brandba- re gassen of onverdunde zuren en op- losmiddelen opvegen/opzuigen! Daar- toe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of meng- sels kunnen vormen, verder aceton, on- verdunde zuren en oplosmiddelen om- dat zij op het apparaat gebruikte mate- rialen aantasten. Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. alu- minium, magnesium, zink) opvegen/op- zuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmid- delen explosieve gassen. Geen brandbare of glimmende voor- werpen opvegen/opzuigen. Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het verblijf in de gevarenzone is verbo- den. Niet gebruiken in ruimtes met ont- ploffingsgevaar. Het meenemen van begeleidende per- sonen is niet toegestaan. Het is niet toegestaan om met dit appa- raat voorwerpen te verschuiven of te transporteren. – Asfalt – Industrievloer – Estrik – Beton – Klinkers Om de lucht- en kruipwegen na te leven mag het apparaat niet op een hoogte van meer dan 2000 meter boven NAP worden gebruikt. (Alleen geldig voor Finland) Als het ap- paraat een pvc-slangleiding heeft, mag het apparaat niet bij lage omgevings- temperaturen (onder 0 °C) worden ge- bruikt. Neem bij vragen over uw appa- raat contact op met Kärcher. Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor- den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig- heid. Indien zij niet in goede staat ver- keren, mag u de apparatuur niet gebrui- ken. Bij gebruik van het apparaat in gevaar- lijke omgevingen (bijvoorbeeld tanksta- tions) moeten de overeenkomstige vei- ligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. GEVAAR Verwondingsgevaar! Gebruik het apparaat niet zonder be- scherming tegen vallende voorwerpen in bereiken waar de mogelijkheid be- staat dat de bediener wordt geraakt door vallende voorwerpen. Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschrif- ten. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, speciaal op kinderen. De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. Voor de aanvang van de werkzaamhe- den moet de bediener zich ervan verge- wissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aange- bracht en functioneren. De bediener van het apparaat is verant- woordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. Erop letten dat de bediener nauw aan- sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. Voor het starten de onmiddellijke om- geving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het appa- raat pas verlaten, als de motor is uitge- zet, het apparaat tegen onbedoelde be- wegingen is beveiligd en de contact- sleutel uit het contact is gehaald. Om onbevoegd gebruik van het appa- raat te voorkomen, dient men de con- tactsleutel te verwijderen. Het apparaat mag alleen door perso- nen worden gebruikt die voor de om- gang ermee zijn opgeleid of hun vaar- digheden in het bedienen hebben aan- getoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik. Dit apparaat is niet ervoor gedacht, door personen (inclusieve kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door ge- brek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door personen worden geob- serveerd die voor hun veiligheid verant- woordelijk zijn of door deze hun instruc- ties hebben verkregen, hoe het appa- raat dient te worden gebruikt. Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen aangezien die zich rond de keerrol kunnen wikkelen. Opgelet draaiende borstel (draairichting in acht ne- men) Waarschuwing voor ge- vaarlijke elektrische span- ning! Neem de aanwijzing in acht! Langzaam sturen! Gelieve de gebruiksaan- wijzing te lezen en nave- nant te handelen! Beschadigingsgevaar! De Stoffilter niet uitwas- sen. Reglementair gebruik Voorzienbaar verkeerd gebruik Geschikte ondergronden Veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies voor de bediening 53NL- 3

GEVAAR Verwondingsgevaar! Draagkracht van de ondergrond vóór het rijden controleren. GEVAAR Ongevalgevaar, verwondingsgevaar! Kantelgevaar bij de sterke hellingen. – In de rijrichting slechts stijgingen tot 12% nemen. Kantelgevaar bij het snel nemen van boch- ten (vooral bij bochten naar links). – In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. – Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. – Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10 % berijden. Instructie: Alleen als u de door Kärcher aanbevolen batterijen en oplaadapparaten gebruikt, kunt u garantie inroepen. – De gebruiksinstructies van de fabrikant van de batterij en van het oplaadappa- raat moeten in elk geval nageleefd wor- den. Neem de aanbevelingen van de wetgever betreffende de omgang met batterijen in acht. – Batterijen nooit in ontladen toestand la- ten staan, maar zo snel mogelijk op- nieuw opladen. – Ter voorkoming van lekstroom de batte- rijen steeds proper en droog houden. Beschermen tegen verontreiniging bij- voorbeeld door metaalstof. – Geen werktuig e.d. op de batterij leg- gen. Gevaar van kortsluiting en explo- sie. – In geen geval in de omgeving van een batterij of in een batterijlaadruimte wer- ken met open vlammen, vonken vor- men of roken. Explosiegevaar. – Hete onderdelen, zoals de aandrijfmo- tor, niet aanraken (gevaar voor brand- wonden). – Wees voorzichtig bij het hanteren van batterijzuur. Volg de betreffende veilig- heidsvoorschriften op! – Verbruikte batterijen moeten volgens de Europese richtlijn 91/ 157 EWG op milieuvriendelijke wijze verwijderd wor- den. GEVAAR Verwondingsgevaar! Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en be- veilig het. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. OPMERKING Het bestuurdersbeschermingsdak (optio- neel) biedt bescherming tegen grote, val- lende delen. Het biedt echter geen kantel- bescherming! Beschermdak dagelijks op beschadi- ging controleren. Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen, dient het complete beschermdak te worden vervangen. Het is niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Kär- cher goedgekeurde elementen, onder- delen en bouwgroepen aan te brengen. Dit kan onder omstandigheden nadeli- ge gevolgen hebben voor de werking van het beschermdak. Neem het leeggewicht (transportge- wicht) van het apparaat bij het transpor- teren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Voor het vervoer van het apparaat moet de batterijstekker worden losgekoppeld en dient het apparaat goed te worden bevestigd. Voor reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden van het apparaat, het ver- vangen van onderdelen of het ombou- wen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd. Bij apparaten met een tractiebatterij dient de batterij bij alle werkzaamheden voor het onderhoud en de instandhou- ding via het scheidingspunt (batterijs- tekker) te worden losgekoppeld van het elektrische systeem van het apparaat. Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. Maak hiervoor eerst de minpool los en dan de pluspool. De heraansluiting vindt plaats in omge- keerde volgorde. Eerst de pluspool, dan de minpool aansluiten. Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades). Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. Veiligheidscontrole volgens de plaatse- lijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. Werkzaamheden aan het apparaat al- tijd met geschikte handschoenen uit- voeren. De veegmachine werkt volgens het veeg- schoepprincipe. – De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir. – De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol. – Het fijne stof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen. Gevaar Verwondingsgevaar, beschadigingsge- vaar! Gewicht van het apparaat bij het verladen in acht nemen! Geen vorkheftruck gebruiken. Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan ge- bruikt worden! Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: Bodemvrijheid 70mm. Wanneer het apparaat op een pallet ge- leverd wordt, moet met de meegelever- de planken een platform gebouwd wor- den. De handleiding daarvoor vindt u op pa- gina 2 (binnenkant omslagpagina). Belangrijke instructie: Elke plank moet telkens met 2 schroeven vastge- schroefd worden. Veiligheidsinstructies voor de rijmodus Veiligheidsinstructies voor batterijgedreven apparaten Apparaten met hoge afvoer Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud Functie Instructies inzake uitladen Gewicht (excl. accu's) 1398 kg* Gewicht (incl. accu's) 2690 kg*

  • Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger. 54 NL- 4 1 Cabinedeur (optie) 2 Vastsjorpunt (4x) 3 Beschermdak (optie) 4 Zwaailicht 5 Ruitenwisser (optie) 6 Vergrendeling apparaatkap 7 Bedieningsveld 8 Stuurwiel 9 Contactslot 10 Parkeerrem 11 Pedalen 12 Stoel (met zitcontactschakelaar) 13 Accustekker 14 Accuset 2 x 24 V 15 Achterwiel 16 Motorafdekking 17 Veegrolverstelling 18 Verlichtingsinatallatie (optie) 19 Veeggoedcontainer 20 Zijbezem 21 Voorwiel 22 Toegang keerrol 1 Functietoetsen 2 Programmaschakelaar 3 Ventilatieopening (optie) 4 Multifunctionele weergave 5 Zekeringskast werkplek 6 Contactslot 1 Contactsleutel – Stand 0: Motor uitschakelen – Stand 1: Ontsteking aan – Stand 2: Motor starten 1 Schakelaar Werkverlichting aan/uit 2 Zwaailicht aan/uit 3 Filterreiniging 4 Claxon 5 Keuzeschakelaar rijrichting 6 Zuigturbine 7 Reservoirklep openen / sluiten 8 Veeggoedcontainer omhoog/omlaag brengen Elementen voor de bediening en de functies Afbeelding veegmachine Bedieningsveld Contactslot Functietoetsen 55NL- 5 1 Accucapaciteit 2 Controlelampje batterij 3 Controlelampje bedrijfstoestand 4 Controlelampje parkeerlicht 5 Controlelampjes (niet aangesloten) 6 Controlelampje dimlicht 7 Controlelampjes (niet aangesloten) 8 Controlelampje rijrichting vooruit 9 Controlelampje rijrichting achteruit 10 Bedrijfsurenteller 1 Gaspedaal 2 Rempedaal 3 Parkeerrem Parkeerrem loszetten, daarbij rempe- daal induwen. Parkeerrem vergrendelen, daarbij rem- pedaal induwen. Motorafdekking openen. Vrijloophendel (rood) van de hydrauli- sche pomp 180° (tegen de richting van de wijzers van de klok in) verdraaien. Speciaal gereedschap gebruiken. OPMERKING Het speciale gereedschap (rode schroe- vendraaier) bevindt zich in een houder in het voertuigframe, naast de vrijloop. VOORZICHTIG Beweeg de veegmachine zonder eigen aandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h. Na het verplaatsen, vrijloophendel weer terugdraaien. Wanneer de vrijloophendel van de hy- draulische pomp voor het verplaatsen van de machine open gedraaid werd, moet deze in de richting van de wijzers van de klok tot de aanslag terugge- draaid worden. Speciaal gereedschap gebruiken. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel uitnemen. Parkeerrem vastzetten. Batterijlaadtoestand controleren, indien nodig batterij opladen (zie hoofdstuk „Batterijen opladen“) Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Wielen controleren op in elkaar ge- draaide banden. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controle- ren. Stoffilter met de toets Filterreiniging rei- nigen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Re- paraties en onderhoud. Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: Gevaar Explosiegevaar! Geen materiaal of iets der- gelijks op de accu, d.w.z. op de polen en verbindingsstrips van accucellen leggen. Gevaar Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na het wer- ken aan accu's altijd de handen reinigen. Gevaar Brand- en explosiegevaar! – Roken en open vuur is verboden. – Ruimtes waarin accu's opgeladen wor- den, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. Gevaar Gevaar voor invreten! – Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. af- spoelen. – Daarna direct een dokter raadplegen. – Verontreinigde kleding met water uit- wassen. Voor inbedrijfname van het apparaat ac- cu's opladen. GEVAAR Verwondingsgevaar! Houd u aan de veilig- heidsvoorschriften bij het omgaan met ac- cu's. De gebruiksaanwijzing van de fabri- kant van het laadapparaat opvolgen. Bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de batterijfabrikant zeker in acht nemen en na- venant handelen. Batterijen alleen met het geschikte oplaad- apparaat opladen. Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. Gevaar Bijtende vloeistoffen. Bijvullen van water in ontladen toestand kan leiden tot het uitlo- pen van zuur! Bij de omgang met accuzuur een veiligheidsbril dragen en de voorschrif- Controlelampjes en display Pedalen Voor de inbedrijfstelling Parkeerrem vergrendelen/loszetten Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen Veegmachine met zelfaandrijving bewegen Inbedrijfstelling Algemene aanwijzingen Controle- en onderhoudswerkzaamheden Dagelijks voor het bedrijfsbegin Voor de inbedrijfstelling Veiligheidsvoorschriften accu's Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! Veiligheidsbril dragen! Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! Explosiegevaar! Vuur, vonken, open licht en ro- ken verboden! Gevaar van brandwonden! Eerste hulp! Waarschuwingstekst! Verwijdering! Accu niet in vuilnisbak gooien! Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning! Accu's opladen 56 NL- 6 ten in acht nemen om verwondingen en de beschadiging van kledij te vermijden. Even- tuele zuurspatten op huid of kleding direct met veel water wegspoelen. VOORZICHTIG Voor het bijvullen van accu's alleen gedes- tilleerd of ontzilt water (EN 50272-T3) ge- bruiken. Het gebruik van andere batterijen en op- laadapparaten wordt niet aanbevolen en mag enkel gebeuren in overleg met de KÄ- RCHER-klantenservice. Batterijstekker uit de machine trekken en met de stekker van het oplaadappa- raat verbinden. Stekker van het oplaadapparaat in een reglementair stopcontact van 16 A ste- ken, oplaadapparaat laadt vanzelf op. Beide motorafdekking open laten tij- dens het laadproces. Aanwijzing:Wanneer de batterijen op- geladen zijn, de lader eerst van het stroomnet en dan van de batterijen af- koppelen. VOORZICHTIG Bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de batterijfabrikant zeker in acht nemen en na- venant handelen. – Indicatie van de batterijcapaciteit in het groene bereik: batterij is opgeladen. – Indicatie van de batterijcapaciteit in het gele bereik: batterij is de helft ontladen. – Indicatie van de batterijcapaciteit in het rode bereik: Batterij is bijna ontladen. Het vegen wordt weldra automatisch uitgescha- keld. – Controlelampje brandt rood Batterij is ontladen. Het vegen wordt automatisch uitgeschakeld (herinbe- drijfstelling van de veegaggregaten al- leen mogelijk na opladen van de batterij). Apparaat onmiddellijk naar het oplaad- apparaat brengen en bergop rijden ver- mijden. Accu laden. Hefboom stoelverstelling naar buiten trekken. Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten. Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit. 1 Transport 2 Vegen met veegrol 3 Vegen met keerrol en zijbezems Instructie: Het apparaat is uitgerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verla- ten van de chauffeursstoel wordt het appa- raat uitgeschakeld. Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Keuzeschakelaar rijrichting in de mid- denstand brengen. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel in het contactslot ste- ken. Contactsleutel op positie „I“ draaien. apparaat is bedrijfsklaar. Contactsleutel in stand „II“ draaien. Het apparaat is rijklaar. Instructie: Indicatie batterijcapaciteit geeft na ca. 10 seconden de werkelijke laadtoestand weer. Programmaschakelaar op Transport zetten. . Rempedaal induwen en ingedrukt hou- den. Parkeerrem losmaken. Keuzeschakelaar rijrichting „Vooruit“ stellen. Langzaam op het gaspedaal drukken. Gevaar Gevaar voor verwonding! Bij het achteruit- rijden mogen derden niet in gevaar ge- bracht worden, eventueel aanwijzingen la- ten geven. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Keuzeschakelaar rijrichting enkel bedienen bij een stilstaand apparaat. Keuzeschakelaar rijrichting op „Achter- uit“ stellen. Langzaam op het gaspedaal drukken. – Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. – Vermijd schokkerig gebruik van het pe- daal, omdat de hydraulische installatie anders beschadigd kan raken. Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan. Instructie: De remwerking kan door in- drukken van het rempedaal ondersteund worden. Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden: Langzaam en voorzichtig in voorwaart- se richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden: Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte op- rijdrempel. VOORZICHTIG Geen pakbanden, draden of soortgelijk ma- teriaal opvegen; dit kan leiden tot een be- schadiging van het veegmechanisme. Instructie: Om een optimaal reinigingsre- sultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet de stoffilter op gezette tijden gereinigd wor- den. Ventilator inschakelen. Bij oppervlaktereiniging de programma- schakelaar op Vegen met veegrol zet- ten. Bij de reiniging van zijranden de pro- grammaschakelaar op Vegen met vee- grol en zijbezems zetten. Ventilator uitschakelen. Bij oppervlaktereiniging de programma- schakelaar op Vegen met veegrol zet- ten. Bij de reiniging van zijranden de pro- grammaschakelaar op Vegen met vee- grol en zijbezems zetten. Gevaar Gevaar voor verwonding! Tijdens het ledi- gen mogen zich geen personen en beesten in het zwenkbereik van het veeggoedreser- voir ophouden. Gevaar Gevaar voor kneuzing! Nooit in het hef- boomstelsel van het legingsmechanisme grijpen. Niet onder de opgeheven container gaan staan. Gevaar Gevaar voor kantelen! Het apparaat tijdens het ledigen op een vlak oppervlak zetten. Aanbevolen accu's, laadapparaten Bestelnummer Batterijbak 24 V, 700 Ah, (onderhouds- arm)* 6.654-280.0 Oplaadapparaat 48 V, 80 A 6.654-281.0
  • Apparaat heeft 2 batterijen nodig Vloeistofpeil van de accu controleren en bijstellen Ladingstoestand van de accu controleren Werking Chauffeursstoel instellen Programma's selecteren Apparaat starten Apparaat verrijden Vooruit rijden Achteruit rijden Rijgedrag Remmen Over hindernissen heen rijden Veegbedrijf Droge bodem vegen Vochtige of natte bodem vegen Veeggoedcontainer leegmaken 57NL- 7 Programmaschakelaar op Transport zetten. . Veeggoedcontainer omhoog brengen. Langzaam naar de verzamelbak rijden. Parkeerrem vastzetten. Reservoirklep openen: Schakelaar links indrukken en veeggoedreservoir leegmaken. Reservoirklep sluiten: Schakelaar rechts indrukken (ca. 2 seconden) tot hij in de eindstand is vergrendeld. Parkeerrem losmaken. Langzaam van de verzamelbak wegrij- den. Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten. Rempedaal induwen en ingedrukt hou- den. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. GEVAAR Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het ge- wicht van het apparaat. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. GEVAAR Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen. Als de veegmachine voor langere tijd niet gebruikt wordt, let dan op de volgende pun- ten: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op Transport zetten. . Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Veegmachine tegen wegrollen beveili- gen. Veegmachine aan de binnen- en bui- tenkant reinigen. Apparaat op een beschutte en droge plaats neerzetten. Batterijstekker uit de machine trekken. Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! De Stoffilter niet uitwassen. Voor reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden van het apparaat, het ver- vangen van onderdelen of het ombou- wen voor een andere functie moet het apparaat uitgeschakeld, de contact- sleutel verwijderd en de batterijstekker uitgetrokken resp. de batterij afgeklemd worden. – Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. – Mobiel commercieel geëxploiteerde ap- paratuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! De reiniging van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schade). Gevaar Verwondingsgevaar! Stofmasker en veilig- heidsbril dragen. Apparaat met een doek reinigen. Apparaat met perslucht uitblazen. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Instructie: Geen agressieve reinigings- middelen gebruiken. Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Instructie: Alle service- en onderhouds- werken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitge- voerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden. Onderhoud dagelijks: Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controle- ren. Onderhoud wekelijks: Hydraulische-oliekoeler reinigen. Hydraulisch systeem controleren. Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren. Remvloeistofpeil controleren. Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen Reservoirklep controleren en smeren. Onderhoud na slijtage: Afdichtlijsten vervangen. Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk On- derhoudswerkzaamheden. Onderhoud na 50 bedrijfsuren: Eerste inspectie volgens onderhouds- boek laten uitvoeren. Onderhoud na 250 bedrijfsuren: Inspectie volgens onderhoudsboek la- ten uitvoeren. Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje ge- daan worden. Voorbereiding: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeg- goedreservoir altijd de veiligheidsstang ge- bruiken. 1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd). Apparaat uitschakelen Transport Opslag Stillegging Onderhoud Algemene aanwijzingen Reiniging Reiniging binnenkant apparaat Reiniging buitenkant apparaat Onderhoudsintervallen Onderhoud door de klant Onderhoud door de klantenservice Onderhoudswerkzaamheden Algemene veiligheidsinstructies 58 NL- 8 De batterijen kunnen enkel per set vervan- gen worden. De vervanging mag enkel door een gekwalificeerde expert uitgevoerd worden. Door het grote gewicht (per batterijpak 545 kg) moet de vervanging met een kraan gebeuren. Bij het uitbouwen van de batterij moet erop gelet worden dat eerst de minpool- leiding losgemaakt wordt. Hijskabels aan de 4 ogen van de bat- terijset bevestigen en batterijen voor- zichtig eruit tillen. Instructie: Verwijder eerst de zijdeling- se afdekkingen. OPMERKING Het veeggoedreservoir mag niet opgetild zijn. Motorafdekking openen. 1 Hydraulische-oliekoeler 2 Kijkglas 3 Afsluitdeksel, olievulopening 4 Manometer 5 Hydraulische-olietank 6 Zekering FU 1 (hoofdzekering) 7 Elektronicabehuizing Mag enkel geopend worden door de klantenservice. Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren. – Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- en „MAX“-markering bevinden. – Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, hydraulische olie bij- vullen. Afsluitdeksel van de olievulopening los- schroeven. Vulgebied reinigen. Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort: zie Technische gegevens Afsluitdeksel van de olievulopening er- opschroeven. OPMERKING Wanneer de manometer een verhoogde hydraulische-oliedruk weergeeft, moet de hydraulische-oliefilter vervangen worden door de klantenservice van Kärcher. Parkeerrem vastzetten. Motor starten. Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Kärcher-klantendienst. Alle slangen van het hydraulische sy- steem en aansluitingen op lekkage con- troleren. Contactsleutel op positie „I“ draaien. Veeggoedreservoir tot de eindstand op- tillen. Contactsleutel in stand 0 draaien. Parkeerrem vastzetten. Veiligheidsstang gebruiken voor hoog- leging. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. Veiligheidsstang eruitnemen. Contactsleutel in het contactslot ste- ken. Contactsleutel op positie „I“ draaien. Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten. Motor uitzetten. 1 Bevestigingsschroef veegrolhouder 2 Veegrol 3 Veegrolhouder 4 Borgplaat zijdelingse afdichting 5 Zijdelingse afdichting Zijmantel met sleutel openen. Vleugelmoeren aan de fenderbevesti- ging van de zijdelingse afdichtstrook af- schroeven en fenderbevestiging afne- men. Zijdelingse afdichting naar buiten klap- pen. Bevestigingsschroef veegrolhouder er- uit schroeven en opname naar buiten zwenken. Veegrol uitnemen. Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht) Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset let- ten. Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel ge- stoken worden. Instructie: Na het inbouwen van de nieu- we veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden. Luchtdruk banden controleren. Zuigturbine uitschakelen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Programmaschakelaar op Vegen met veegrol stellen. Programmaschakelaar op Transport zetten. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren. De vorm van de veegspiegel moet een ge- lijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen. Veegspiegelbreedte instellen: 1 Instelschroef Positie veegspiegel instellen door de in- stelschroef te verdraaien. Batterijen vervangen Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen Hydraulisch systeem controleren Veegrol controleren Veegrol verwisselen Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen 59NL- 9 Veegspiegel controleren. Zijbezems opheffen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Programmaschakelaar op Vegen met veegrol en zijbezems stellen. Zijbezems opheffen. Programmaschakelaar op Rijden zet- ten. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren. De breedte van de veegspiegel moet tus- sen 40-50 mm liggen. Veegspiegel met de twee instelschroe- ven corrigeren. Veegspiegel controleren. Veeggoedreservoir naar boven bren- gen en met veiligheidsstang zekeren. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeg- goedreservoir altijd de veiligheidsstang ge- bruiken. Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd). 1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals vervangen" beschreven wordt. 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken. 3 Moeren (SW 13) van de voorste fen- derbevestiging losmaken. Zijdelingse afdichtstrook zover naar be- neden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bo- dem is. Fenderbevestigingen vastschroeven. Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen. Stoffilter met de toets Filterreiniging rei- nigen. 몇 WAARSCHUWING Voor aanvangen van het verwisselen van de stoffilter veeggoedcontainer legen. Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschrif- ten over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. Vergrendeling openen, daartoe ster- greepschroef eruit draaien. Apparaatkap naar voren klappen. Filterafdekking openen. Filterschudinrichting naar voren klap- pen. Stoffilter vervangen. Filterafdekking opnieuw sluiten. Schijnwerper losschroeven. Schijnwerper wegnemen en stekker uit- trekken. Instructie: Posities van de stekkers in acht nemen. Schijnwerpers uiteenschroeven. Behuizing schijnwerpers uiteentrekken en horizontaal houden aangezien de lampeenheid niet bevestigd is. Sluitbeugel ontgrendelen en gloeilamp eruitnemen. Nieuwe gloeilamp plaatsen. In omgekeerde volgorde weer in elkaar zetten. Instructie: Voor de vervanging van de gloeilamp van het knipperlicht, glas van het knipperlicht van de behuizing verwijderen. Zekeringhouder openen. Zekeringen controleren. Defecte zekeringen vervangen. Instructie: De zekering FU 01 (hoofdzeke- ring) zit op de elektronicabehuizing. De zekeringen FU 14, FU 15 en FU 16 be- vinden zich in de elektronicabehuizing. Let op: Openen van behuizing en vervangen van de zekeringen mag enkel gebeuren door de geautoriseerde klantenservice. Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen Zijdelingse afdichtstroken plaatsen Stoffilter manueel reinigen Stoffilter verwisselen

Gloeilamp schijnwerper (optie) vervangen Gloeilamp knipperlicht (optie) vervangen Zekeringen verwisselen FU 01 Hoofdzekering 330 A FU 02 Stoelcontactschake- laar 3 A FU 03 Chauffeurscabine (op- tie) 10 A FU 04 Rijrichtingsschakelaar 5 A FU 05 Multifunctionele weer- gave 3 A FU 06 Hydraulische-oliekoe- ler 25 A FU 07 Programmakeuze- schakelaar 15 A FU 08 Claxon 10 A FU 09 Verlichting links 7,5 A 60 NL- 10 Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringswaarde gebruiken. FU 10 Verlichting rechts 7,5 A FU 11 Werkverlichting 10 A FU 12 Zwaailicht 5 A FU 13 Schudsysteem 10 A FU 14 Motor 3 A FU 15 Spanningstransforma- tor 20 A FU 16 Sleutelschakelaar 3A Hulp bij storingen Storing Oplossing Apparaat rijdt niet of langzaam Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd Gesprongen zekering FU 1 (op elektronicabehuizing) inschakelen Accu opladen of vervangen Parkeerrem ontgrendelen Controleren op ingedraaide banden en snoeren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Fluitend geluid in het hydraulische systeem Hydraulische vloeistof navullen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Borstels draaien slechts langzaam of helemaal niet Controleren op ingedraaide banden en snoeren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik Filter reinigen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat stoft Zijdelingse afdichtstroken plaatsen Ventilator inschakelen Stoffilter reinigen Filterafdichtingen vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veegeenheid laat veeggoed liggen Veeggoedcontainer legen Stoffilter reinigen Keerrol vervangen Veegspiegel instellen Afdichtstrook van het veeggoedreservoir vervangen Blokkering van de keerrol oplossen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veeggoedreservoir gaat niet om- hoog of omlaag Zekeringen controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veeggoedreservoir draait te lang- zaam of helemaal niet Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Storing bij hydraulisch bewogen delen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen 61NL- 11 Technische gegevens KM 150/500 R Bp Apparaatgegevens Rijsnelheid, vooruit km/h 9 Rijsnelheid, achteruit km/h 9 Klimvermogen (max.) -- 12% Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezems m

/h 11000 Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezems m

/h 13800 Werkbreedte zonder zijbezems mm 1200 Werkbreedte met 1 zijbezems mm 1500 Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater -- IPX 3 Gebruiksduur bij een volledig opgeladen batterij h 4 Elektrische installatie Accucapaciteit V, Ah 48, 700 Totaal gewicht batterijpak (apparaat heeft 2 batterijpakken) kg 1090 Hydraulische installatie Hoeveelheid olie in het complete hydraulische systeem l 35 Hoeveelheid olie in de hydraulische tank l 28 Type hydraulische olie -- HV 46 Veeggoedreservoir Max. ontlaadhoogte mm 1470 Volume van de veeggoedcontainer l 500 Keerrol Veegrol-diameter mm 380 Veegrol-breedte mm 1200 Toerental 1/min 360 Veegspiegel mm 80 Zijbezems Zijbezem-diameter mm 600 Toerental (traploos) 1/min 0 - 54 Massieve rubberbanden Grootte voor -- 5.00-8 Grootte achter -- 4.00-8 Rem Voorwielen -- mechanisch Achterwiel -- hydrostatisch Filter- en zuigsysteem Type -- Vlakke harmonicafilter Toerental 1/min 2750 Filtervlak fijnstoffilter m

Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 5 Nominale volumestroom zuigsysteem m

/h 2400 Schudsysteem -- Elektromotor Omgevingsvoorwaarden Temperatuur °C -5 tot +40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 0 - 90 Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L

dB(A) 74 Onzekerheid K

dB(A) 97 62 NL- 12 Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2018/09/01 Apparaattrillingen Hand-arm vibratiewaarde m/s

0,6 Onzekerheid K m/s