PKS 1500 B3 - Zaag PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PKS 1500 B3 PARKSIDE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PKS 1500 B3 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PKS 1500 B3 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PKS 1500 B3 PARKSIDE
Vouw vóór het lezen de pagina met de afbeeldingen open en maak u vertrouwd met alle functies van het apparaat.
1. Verklaring van de symbolen op het apparaat
Lees voorafgaand aan de inbedrijfstel- ling de gebruikshandleiding en de vei- ligheidsvoorschriften! Let op! Gevaar voor letsel! Raak het draaiende zaagblad niet aan! Draag een veiligheidsbril! Let op! Laserstraling Draag gehoorbescherming! Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd) Ademhalingsbescherming dragen!58 NL/BE
Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- veronachtzaming van de instructies voor de bediening,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonder- delen
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschrif- ten 0100, DIN 57113 / VDE0113. Let op: Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de com- plete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepas- singsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het ap- paraat verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks- handleiding moet u absoluut de voor de werking van het ap- paraat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daar- mee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste mini- mumleeftijd moet aangehouden worden. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veilig- heidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor onge- vallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
3. Apparaatbeschrijving (afb. 1-16)
1. Aan/uit-schakelaar
7. Borgschroef voor draaitafel
8a. Verschuifbare aanslagrail 8b. Vastzetschroef
14. Vastzetschroef voor werkstuksteun
15. Kleminrichting (werkstukklem)
19. Vastzetschroef voor kleminrichting
20. Vastzetschroef voor kantelbeveiliging
33. Aan/uit-schakelaar laser
34. Batterijdeksel59NL/BE
(A) 90° aanslaghoek (niet bij de levering inbegrepen) (B) 45° aanslaghoek (niet meegeleverd) (C) Inbussleutel, 6 mm (D) Inbussleutel, 3 mm (E) Kruiskopschroef (tafelinzetstuk)
4. Inhoud van de levering
- Afkort- en verstekzaag
De afkort- en verstekzaag wordt gebruikt voor het afkorten van hout en kunststof, overeenkomstig de machinegrootte. De zaag is niet geschikt voor het zagen van brandhout. Waarschuwing! Gebruik het apparaat uitsluitend voor het zagen van materia- len die in de gebruikshandleiding zijn gespecificeerd. Waarschuwing! Het meegeleverde zaagblad is uitsluitend bestemd voor het zagen van hout! Gebruik deze niet voor het zagen van brandhout! De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel. Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaagbladen worden gebruikt. Het gebruik van alle type snijwielen is ver- boden. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de monta- gehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandlei- ding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd. Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoor- schriften moeten in acht worden genomen. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisicofac- toren niet volledig worden vermeden. Op grond van de constructie en montage van de machine kan het volgende optreden:
- Aanraken van het zaagblad in het niet afgedekte zaag- gebied.
- In het draaiende zaagblad grijpen (snijwonden).
- Terugslag van werkstukken en delen van werkstukken.
- Wegslingeren van slechte hardmetalen delen van het zaagblad.
- Gehoorschade wanneer de vereiste gehoorbescherming niet wordt gedragen.
- Schadelijke emissies van houtstof bij gebruik in afgesloten ruimtes. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepas- singen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijk- heid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaam- heden wordt ingezet.
6. Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektri- sche apparaten m WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoor- schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij deze elektrische machine zijn meegeleverd. Het niet naleven van de veiligheids- voorschriften en -aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij- zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip „Elek- trisch gereedschap“ is van toepassing op netgevoed elek- trisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elek- trisch gereedschap (zonder netsnoer).60 NL/BE
1. Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kun- nen leiden tot ongevallen. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof be- vinden. Elektrisch gereedschap kan vonken veroorza- ken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische ge- reedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten ver- minderen het risico op elektrische schok. b) Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkas- ten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektri- sche schok. d) Gebruik het snoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trek- ken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Bescha- digde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok. e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor ge- bruik buitenshuis. De toepassing van een voor bui- tenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereed- schap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aard- lekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschake- laar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereed- schap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrisch gereedschap kan leiden tot ernstig letsel. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een helm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereed- schap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroom- voorziening en/of de accu aansluit, het ge- reedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektri- sche apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of de moer- sleutel, voordat u het elektrische gereed- schap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/ die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken. e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshou- ding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastge- grepen door bewegende delen.61NL/BE g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kun- nen worden gemonteerd, moeten deze wor- den aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen. h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u erva- ren bent met het elektrisch apparaat. Achte- loos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
4. Gebruik en behandeling van het elektrisch
gereedschap a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werk- zaamheden het daarvoor bedoelde elektri- sche gereedschap. Met het juiste elektrisch gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereed- schap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver- wijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weg- legt. Deze voorzorgsmaatregelen voorkomen dat het elektrische gereedschap onbedoeld start. d) Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door per- sonen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als deze door onervaren per- sonen worden gebruikt. e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektri- sche apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functio- neren en niet klemmen, of onderdelen gebro- ken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt be- invloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken. g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaar- lijke situaties. h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereed- schap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reser- veonderdelen. Hiermee blijft veilig gebruik van het elektrisch gereedschap gewaarborgd. Veiligheidsvoorschriften voor afkort- en verstek- zagen a) Afkort- en verstekzagen zijn bedoeld voor het zagen van hout en houtachtige materi- alen. Ze zijn niet geschikt voor het zagen van ijzerhoudende materialen, zoals staven, stangen, bouten enz. Bewegende delen zoals de onderste beschermkap kunnen blokkeren door de schu- rende werking van het stof. Zaagvonken veroorzaken verbranding van de onderste beschermkap, de inleg- plaat en andere kunststof onderdelen. b) Zet het werkstuk indien mogelijk vast met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd minimaal 100 mm verwijderd houden van elke zijde van het zaagblad. Zaag met deze zaag geen werkstukken die te klein zijn om vast te klemmen of met uw hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een ver- hoogd risico op letsel door contact met het zaagblad.62 NL/BE c) Het werkstuk mag niet kunnen worden be- wogen en moet worden vastgeklemd of tegen de aanslag en de tafel worden aan- gedrukt. Duw het werkstuk niet in het zaag- blad en zaag het nooit uit de vrije hand. Losse en bewegende werkstukken kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd en letsel veroorzaken. d) Kom nooit met uw hand voorbij de beoogde zaaglijn, noch voor noch achter het zaag- blad. Het is erg gevaarlijk om het werkstuk met ge- kruiste handen te ondersteunen door het werkstuk met uw linkerhand rechts van het zaagblad vast te houden, of omgekeerd. e) Kom niet met uw hand achter de aanslag als het zaagblad draait. Overschrijd nooit de veiligheidsafstand van 100 mm tussen uw hand en het draaiende zaagblad (dit geldt voor beide zijden van het zaagblad, bijv. om houtresten te verwijderen). U hebt wellicht niet in de gaten dat uw hand zich dicht bij het draaiende zaag- blad bevindt, wat ernstig letsel tot gevolg kan hebben. f) Controleer het werkstuk vóór het zagen. Als het werkstuk gebogen of kromgetrokken is, moet u het met de naar buiten gekromde zijde op de aanslag vastklemmen. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen spleet is tussen het werkstuk, de aanslag en de tafel. Gebogen of kromgetrokken werkstukken kunnen ver- draaien of verschuiven, waardoor het draaiende zaag- blad tijdens het zagen kan vastlopen. In het werkstuk mogen geen spijkers of andere vreemde objecten zitten. g) Gebruik de zaag pas als er geen gereed- schappen, houtresten en dergelijke meer op de tafel liggen; alleen het werkstuk mag op de tafel liggen. Klein afvalresten, losse stukken hout en andere voorwerpen die met het draaiende zaagblad in contact komen, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd. h) Zaag altijd maar één werkstuk tegelijk. Als er meerdere op elkaar gestapelde werkstukken worden gezaagd, kunnen ze niet goed vastgeklemd of vastge- houden worden, waardoor het zaagblad kan vastlopen of de werkstukken kunnen wegglijden.
i) Zorg ervoor dat de afkort- en verstekzaag
vóór gebruik op een vlak en stevig werkop- pervlak staat. Een vlak en stevig werkoppervlak verkleint het risico op instabiliteit van de afkort- en ver- stekzaag. j) Plan uw werkzaamheden. Let er bij het in- stellen van de zaagbladhelling of verstek- hoek op dat de verstelbare aanslag correct is afgesteld en dat het werkstuk wordt onder- steund, zonder in contact te komen met het zaagblad of de beschermkap. Simuleer, zonder werkstuk op de tafel en zonder de machine in te schake- len, een volledige zaagbeweging met het zaagblad om te controleren of er geen belemmeringen zijn en er geen gevaar is dat in de aanslag wordt gezaagd. k) Bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafelblad, moet u voor voldoende ondersteuning zorgen, bijvoorbeeld met ta- felverlengingen of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder zijn dan de tafel van de afkort- en verstekzaag, kunnen omkantelen als ze niet stevig wor- den ondersteund. Als een afgezaagd stuk hout of het werkstuk omkantelt, kan het de onderste beschermkap optillen of ongecontroleerd door het draaiende zaag- blad worden weggeslingerd. l) Zet geen andere personen in als vervanging van een tafelverlenging of extra ondersteu- ning. Bij een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan het zaagblad vastlopen. Ook kan het werkstuk dan tijdens de zaagbeweging verschuiven, waardoor u of uw assistent in het draaiende zaagblad wordt getrok- ken. m) Het afgezaagde deel mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Als er weinig ruimte is, bijvoorbeeld bij gebruik van lengte- aanslagen, kan het afgezaagde deel in het zaagblad vastklemmen en met geweld worden weggeslingerd. n) Gebruik altijd een klem of een geschikte voorziening om ronde voorwerpen zoals staven of buizen naar behoren te ondersteu- nen. Staven hebben de neiging om weg te rollen tij- dens het zagen, waardoor het zaagblad zich vastgrijpt en het werkstuk met uw hand in het zaagblad kan wor- den getrokken. o) Laat het zaagblad op volle snelheid komen voordat u het in het werkstuk zaagt. Dit ver- kleint het risico dat het werkstuk wordt weggeslingerd. p) Als het werkstuk wordt vastgeklemd of het zaagblad vastloopt, moet u de afkort- en verstekzaag uitschakelen. Wacht tot alle be- wegende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu. Verwijder vervolgens het vastgeklemde materiaal.63NL/BE Als u bij een dergelijk blokkering doorgaat met zagen, kunt u de controle verliezen of kan de afkort- en verstek- zaag beschadigd raken. q) Als de zaagsnede is voltooid, laat u de scha- kelaar los, houdt u de zaagkop omlaag en wacht u tot het zaagblad is gestopt voordat u het afgezaagde deel verwijdert. Het is erg gevaarlijk om met uw hand in de buurt van het uitlo- pende zaagblad te komen. Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen
1. Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbla-
2. Gebruik geen zaagbladen met barsten of scheuren.
Gooi zaagbladen met barsten weg. Reparatie is niet toegestaan.
3. Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal zijn
4. Controleer de staat van de zaagbladen voordat u de
afkort- en verstekzaag gebruikt.
5. Gebruik uitsluitend zaagbladen die geschikt zijn voor
het te zagen materiaal.
6. Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen
zaagbladen. De zaagbladen moeten, als ze bedoeld zijn om hout of dergelijk materiaal te bewerken, vol- doen aan EN 847-1.
7. Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd snel-
8. Gebruik alleen zaagbladen waarvan het maximaal
toegestane toerental niet lager is dan het maximale spiltoerental van de afkort- en verstekzaag en die ge- schikt zijn voor het te bewerken materiaal.
9. Let op de draairichting van het zaagblad.
10. Gebruik zaagbladen alleen dan, als u ook weet hoe u
11. Houd rekening met het maximale toerental. Het maxi-
male toerental dat op het zaagblad staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aan- gegeven, aan het toerentalbereik.
12. De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en
water worden ontdaan.
13. Gebruik geen losse pasringen of -bussen om de bo-
ring van zaagbladen te verkleinen.
14. Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de
borging van het zaagblad dezelfde diameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.
15. Zorg, dat bevestigde pasringen evenwijdig staan aan
16. Wees voorzichtig bij het hanteren van de zaagbla-
den. Bewaar ze liefst in de originele verpakking of in speciale houders. Draag veiligheidshandschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk let- sel nog verder terug te dringen.
17. Controleer voordat u zaagbladen gebruikt, of de vei-
ligheidsvoorzieningen correct zijn bevestigd.
18. Controleer vóór gebruik of het toegepaste zaagblad
aan de technische eisen van deze afkort- en verstek- zaag voldoet en of het op de juiste wijze bevestigd is.
19. Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor
het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.
20. Gebruik alleen zaagbladen met een diameter die op
de zaag staat aangegeven.
21. Gebruik extra werkstuksteunen als dit nodig is voor de
stabiliteit van het werkstuk.
22. De verlengstukken van de werkstuksteun moeten tij-
dens de werkzaamheden altijd bevestigd en gebruikt worden.
23. Vervang een versleten tafelinzetstuk!
24. Voorkom oververhitting van de zaagtanden.
25. Voorkom bij het zagen van kunststof dat de kunststof
smelt. Gebruik hiervoor de juiste zaagbladen. Ver- vang beschadigde of versleten zaagbladen tijdig. Stop de machine als het zaagblad oververhit raakt. Laat het zaagblad afkoelen voordat u verder werkt met het elektrische gereedschap.
26. Gebruik alleen zaagbladen, die met een gelijk of ho-
ger toerental gemarkeerd zijn. dan op het elektrisch gereedschap aangegeven toerental.
27. Zorg er altijd voor dat de verstekzaag stabiel en veilig
staat. Let op: Laserstralingl Niet in de laserstraal kijken Laserklasse 264 NL/BE Bescherm uzelf en uw omgeving door het nemen van de juiste voorzorgsmaatregelen ten behoe- ve van ongevallenpreventie!
- Niet direct in de laserstraal kijken zonder oogbescher- ming.
- Nooit direct in de straalbundel kijken.
- Richt de laserstraal nooit op reflecterende oppervlakken en personen of dieren. Ook een laserstraal met een laag vermogen kan oogletsel veroorzaken.
- Let op! Als andere dan de hier aangegeven handelswij- zen worden toegepast, kan dit tot een gevaarlijke stra- lingsexplosie leiden.
- Lasermodule nooit openen. Dit kan tot onverwachte bloot- stelling aan straling leiden.
- Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt, moet u de accu‘s verwijderen.
- De laser mag niet door laser van een ander type worden vervangen.
- Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fabri- kant van de laser of een bevoegde dealer worden uitge- voerd. Veiligheidsvoorschriften voor de omgang met accu‘s
1. Zorg er altijd voor dat de accu‘s met de juiste polari-
teit (+ en -) worden geplaatst, zoals aangegeven op de accu.
2. Voorkom dat de accu‘s worden kortgesloten.
3. Niet-oplaadbare accu‘s mag u niet opladen.
4. Voorkom dat de accu te veel wordt ontladen!
5. Combineer geen oude en nieuwe accu‘s of accu‘s van
verschillende typen of fabrikanten! Vervang de set accu‘s gelijktijdig.
6. Verwijder lege accu‘s direct uit het apparaat en voer
ze op de juiste wijze af! Gooi accu‘s niet bij het huis- houdelijk afval. Defecte of verbruikte accu‘s moeten overeenkomstig richtlijn 2006/66/EC worden gere- cycled. Lever accu‘s en/of het apparaat in bij de hier- toe bestemde afvalverwerkingsstations. U kunt bij uw gemeente of plaatselijke overheidsinstantie informatie krijgen over afvalverwijdering.
7. Accu‘s niet verwarmen!
8. Niet rechtstreeks op accu‘s solderen of lassen!
9. Accu‘s niet demonteren!
10. Accu‘s niet vervormen!
11. Accu‘s niet in open vuur werpen!
12. Bewaar accu‘s buiten het bereik van kinderen.
13. Voorkom dat kinderen zonder toezicht de accu‘s kun-
14. Bewaar accu‘s niet in de buurt van open vuur, kachels
of andere warmtebronnen. Plaats de accu niet in di- rect zonlicht en gebruik of bewaar ze niet bij warm weer in de auto.
15. Bewaar ongebruikte accu‘s in hun originele verpak-
king en uit de buurt van metalen voorwerpen. Voor- kom dat uitgepakte accu‘s worden gemengd of bij el- kaar worden gelegd! Dit kan kortsluiting van de accu veroorzaken en beschadiging, brandwonden of zelfs brandgevaar tot gevolg hebben.
16. Verwijder de accu‘s uit het apparaat wanneer ze
langere tijd niet wordt gebruikt, tenzij het gaat om noodgevallen!
17. Raak lekkende accu‘s NOOIT aan zonder adequate
beschermingsuitrusting. Indien de gelekte vloeistof in aanraking komt met de huid, moet dat gebied van de huid onmiddellijk onder stromend water worden afgespoeld. Voorkom in ieder geval dat de vloeistof in aanraking komt met de ogen en de mond. Neem in dat geval onmiddellijk contact op met een arts.
18. Reinig de accupolen en de contactpunten in het ap-
paraat voordat u de accu‘s plaatst. Restrisico‘s Het elektrisch apparaat is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veilig- heidstechnische regels. Toch kan tijdens de werk- zaamheden sprake zijn van enkele restrisico‘s.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektrici- teit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico‘s.
- De restrisico‘s kunnen tot een minimum worden beperkt wanneer aan de „Veiligheidsmaatregelen“ en het „Ge- bruik volgens bestemming“ wordt voldaan en de gebruiks- aanwijzing in zijn geheel wordt opgevolgd.
- Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het zagen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen, wat leidt tot geringere prestaties van de machine bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
- Gebruik altijd klemmen wanneer u kunststof moet zagen: de te zagen delen moeten altijd met klemmen worden vastgezet.
- Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.65NL/BE
- Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is.
- Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, laat u de startknop los en trekt u de stekker uit het stop- contact. Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medi- sche implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.
- Bedrijfsmodus S6, ononderbroken periodiek bedrijf. Het gebruik is opgebouwd uit een opstarttijd, een tijd met een constante belasting en een uitlooptijd. De cyclusduur be- draagt 10minuten en de relatieve inschakelduur bedraagt 25% van de cyclustijd. Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3mm en een breedte van 10 mm hebben. Zorg ervoor dat het werkstuk altijd met de klem- inrichting is geborgd. Geluid De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald. Geluidsdrukniveau L
................................................................ 3 dB Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken. De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting. Waarschuwing:
- De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt ge- bruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
- Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo zijn er maatregelen om de werktijd te beperken. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgescha- keld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
8. Voor de ingebruikname
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak- kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transport- schade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrij- ken van de garantietijd. LET OP Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spe- len! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstik- kingsgevaar!66 NL/BE Zorg altijd voor een stabiele positie en zekering van de machine, door deze bijv. op een werk- bank te bevestigen.
- De machine moet stabiel staan. Zet de machine via de boorgaten in de vaste zaagtafel (9) stevig met 4 bouten (niet bij de levering inbegrepen) vast op een werkbank, onderstel of iets dergelijks.
- Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en veilig- heidsvoorzieningen conform de voorschriften zijn gemon- teerd.
- Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
- Let bij al bewerkt hout op vreemde voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroeven enz.
- Voordat u de aan/uit-schakelaar (1) bedient, controleert u of het zaagblad correct is gemonteerd en dat de bewe- gende delen soepel bewegen.
- Overtuig u voor het aansluiten van de machine, dat de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de net- werkgegevens.
8.1 Montage van de werkstukklem (afb. 2)
- Draai de borgschroef (19) los en monteer de werkstuk- klem (15) links of rechts aan de vaste zaagtafel.
- Draai vervolgens de borgschroef (19) weer vast.
8.2 Montage van de werkstuksteunen (afb. 2 - 3)
- Draai de vastzetschroef (14) los en voer de werkstuksteun (18) door het daartoe bestemde gat aan de zijkant van de vaste zaagtafel.
- Zorg ervoor dat de werkstuksteun (18) ook door beide ogen aan de onderkant wordt gevoerd.
- Draai vervolgens de vastzetschroef (14) weer vast.
- Herhaal deze procedure aan de andere kant.
8.3 Montage van de standbeugel (afb. 2 - 3)
- Draai de vastzetschroef (20) aan de onderkant van de zaag los en voer de standbeugel (21) door de daartoe bestemde boorgaten aan de achterkant van de zaag.
- Draai vervolgens de vastzetschroef (20) weer vast.
8.4 Spaanopvangzak (afb. 4)
De zaag is uitgerust met een spaanopvangzak (17) voor spaanders.
- Knijp de uiteinden van de metalen klem van de stofzak samen en breng de zak aan op de uitlaatopening bij de motor.
- De spaanopvangzak (17) kan met de ritssluiting aan de onderzijde worden geleegd. Aansluiting op een externe stofafzuiging
- Sluit de afzuigslang aan op de stofafzuiging.
- De stofafzuiging moet geschikt zijn voor het te verwerken materiaal.
- Gebruik voor het afzuigen van met name stoffen die ge- vaarlijk zijn voor de gezondheid of kankerverwekkend kunnen zijn, een speciale afzuiginrichting.
8.5 Veiligheidsvoorziening beweegbare zaag-
bladbescherming (5) reinigen De zaagbladbescherming biedt bescherming tegen onbe- doeld contact met het zaagblad en tegen rondvliegende spanen. Werking controleren. Klap hiervoor de zaag naar beneden:
- De zaagbladbescherming (5) moet het zaagblad bij het omlaag zwenken vrijgeven zonder andere delen aan te raken.
- Als de zaag naar de uitgangspositie omhoog wordt ge- klapt, moet de zaagbladbescherming automatisch het zaagblad afdekken.
9. Montage en bediening
9.1 Afkort- en verstekzaag monteren (afb.1 - 3)
- De draaitafel (13) losdraaien door de vastzetschroef (7) los te draaien.
- Met de handgreep (3) de draaitafel (13) op de gewenste hoek instellen. AANWIJZING De afkort- en verstekzaag kan met de draaitafel (13) naar links en rechts gedraaid worden. Met de schaalverdeling (11) is een nauwkeurige hoekinstelling mogelijk. De hoek van 0° tot 45 ° kan snel en nauwkeurig worden vastgezet op 15°, 22,5° en 30°.
- De vastzetschroef (7) weer vastdraaien om de draaitafel te fixeren.
- Door de machinekop (4) licht naar beneden te drukken en gelijktijdig de borgbout (25) uit de motorbeugel te trek- ken, wordt de zaag uit de onderste stand ontgrendeld.
- Zwenk de machinekop (4) omhoog.
- De kleminrichting (15) kan zowel links als rechts aan de vaste zaagtafel (9) bevestigd worden. Steek de klemin- richting (15) in het daartoe voorziene boorgat aan de achterkant van de aanslagrail (8) en borg deze met de vastzetschroef (19).67NL/BE
- De machinekop (4) kan door de vastzetschroef (23) los te draaien, naar links tot max. 45° schuin geplaatst worden.
- De werkstuksteunen (18) moeten tijdens de werkzaamhe- den altijd bevestigd en gebruikt worden.
9.2 Fijnafstelling van de aanslag voor afkorts-
nede 90° (afb. 5) Benodigd gereedschap: - Inbussleutel 3 mm (D) Aanslaghoek niet bij de levering inbegrepen.
- De machinekop (4) naar beneden laten zakken en met de borgpen (25) vastzetten.
- Draai vastzetschroef (23) los.
- De 90° aanslaghoek (A) tussen zaagblad (6) en draaita- fel (13) plaatsen.
- Draai de borgmoer (26a) los.
- De stelschroef (26) zover verstellen, tot de hoek tussen zaagblad (6) en draaitafel (13) 90° bedraagt.
- Draai de borgmoer (26a) weer vast.
9.3 Afkortsnede 90° en draaitafel 0°
(afb. 1/2/3/6) Let op! De verschuifbare aanslagrails (8a) moe- ten voor afkortbewerkingen van 90° op de bin- nenste positie worden vastgezet. Benodigd gereedschap: - Inbussleutel 3 mm (D)
- Open de vastzetschroef (8b) van de verschuifbare aan- slagrail (8a) en schuif de verschuifbare aanslagrail (8a) naar binnen.
- De verschuifbare aanslagrails (8a) moet zover voor de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) maximaal 8mm bedraagt.
- Controleer vóór de snede of de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- De vastzetschroef (8b) weer aandraaien.
- De machinekop (4) in de bovenste positie brengen.
- Leg het te zagen hout tegen de aanslagrail (8) en op de draaitafel (13).
- Het materiaal met de spaninrichtingen (15) op de vast- staande zaagtafel (9) vastzetten, om verschuiven tijdens het zagen te voorkomen. Zie punt 9.12.
- Ontgrendel de blokkeerschakelaar (2) en druk op de aan/uit-schakelaar (1) om de motor in te schakelen.
- Machinekop (4) met de handgreep (3) gelijkmatig en met lichte druk omlaag bewegen, tot het zaagblad (6) het werkstuk heeft doorgezaagd.
- Na het beëindigen van het zagen de machinekop weer in de bovenste rustpositie brengen en de aan/uit-schakelaar (1) loslaten. Let op! Door de terughaalveer slaat de machine automatisch naar boven. De handgreep (3) na de zaagbewerking niet loslaten, maar de machinekop langzaam en onder lichte tegendruk naar boven bewegen.
9.4 Afkortsnede 90° en draaitafel 0°- 45°
(afb. 1/2/3/6) Met de afkort- en verstekzaag kunnen schuine zaagsneden naar links en rechts van 0°- 45° worden uitgevoerd. Let op! De verschuifbare aanslagrails (8a) moeten voor afkortbewerkingen van 90° op de binnenste po- sitie worden vastgezet. Benodigd gereedschap: - Inbussleutel 3 mm (D)
- Open de vastzetschroef (8b) van de verschuifbare aan- slagrail (8a) en schuif de verschuifbare aanslagrail (8a) naar binnen.
- De verschuifbare aanslagrails (8a) moet zover voor de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) maximaal 8mm bedraagt.
- Controleer vóór de snede of de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- De vastzetschroef (8b) weer aandraaien
- De draaitafel (13) losdraaien door de vastzetschroef (7) los te draaien.
- Met de handgreep (3) de draaitafel (13) op de gewenste hoek instellen
- De vastzetschroef (7) weer vastdraaien om de draaitafel te fixeren.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 9.3 beschreven.68 NL/BE
9.5 Fijnafstelling van de aanslag voor ver-
steksnede 45° (afb. 1/2/3/6/7/8) Benodigd gereedschap: - Inbussleutel 3 mm (D) Aanslaghoek niet bij de levering inbegrepen.
- De machinekop (4) naar beneden laten zakken en met de borgpen (25) vastzetten.
- Zet de draaitafel (13) vast op de 0°-stand.
- Let op! De verschuifbare aanslagrail (8a) moet voor ver- steksneden (schuin staande zaagkop) in de buitenste posi- tie gefixeerd worden.
- Open de vastzetschroef (8b) van de verschuifbare aan- slagrails (8a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (8a) naar buiten.
- De verschuifbare aanslagrails (8a) moet zover voor de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) maximaal 8mm bedraagt.
- Controleer vóór de snede of de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- De vastzetschroef (8b) weer aandraaien.
- De vastzetschroef (23) losdraaien en met de handgreep (3) de machinekop (4) naar links, schuin plaatsen op 45°.
- De 45°-aanslaghoek (B) tussen zaagblad (6) en draaita- fel (13) plaatsen.
- Maak de borgmoer (22a) los en verstel de stelschroef (22) tot de hoek tussen zaagblad (6) en draaitafel (13) precies 45° bedraagt.
- Draai de borgmoer (22a) weer vast.
- Controleer ten slotte de positie van de hoekweergave. In- dien nodig, de aanwijzer (28) met een kruiskopschroeven- draaier losdraaien, op de 45°-positie van de schaalver- deling (27) zetten en de borgschroef weer vastdraaien.
9.6 Versteksnede 0°- 45° en draaitafel 0°
(afb. 1/2/3/6) Met de afkort- en verstekzaag kunnen versteksneden naar links van 0°- 45° ten opzichte van het werkoppervlak wor- den uitgevoerd. Let op! De verschuifbare aanslagrail (8a) moet voor ver- steksneden (schuin staande zaagkop) in de bui- tenste positie gefixeerd worden. Let op! Voor versteksnedes van 0° tot 45° moet de spaninrichting (werkstukklem) (15) slechts aan rechts worden gemonteerd. Benodigd gereedschap: - Inbussleutel 3 mm (D)
- Open de vastzetschroef (8b) van de verschuifbare aan- slagrails (8a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (8a) naar buiten.
- De verschuifbare aanslagrails (8a) moet zover voor de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) maximaal 8mm bedraagt.
- Controleer vóór de snede of de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- De vastzetschroef (8b) weer aandraaien
- De machinekop (4) in de bovenste stand brengen.
- Zet de draaitafel (13) vast op de 0°-stand.
- De vastzetschroef (23) losdraaien en met de handgreep (3) de machinekop (4) naar links, schuin plaatsen, tot de aanwijzer (28) naar de gewenste hoek van de schaalver- deling (27) wijst.
- De vastzetschroef (23) weer vastdraaien.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 9.3 beschreven.
9.7 Versteksnede 0°- 45° en draaitafel 0°- 45°
(afb. 1/2/3/6) Benodigd gereedschap: - Inbussleutel 3 mm (D) Met de afkort- en verstekzaag kunnen versteksneden naar links van 0°- 45° ten opzichte van het werkoppervlak en te- gelijk van 0°- 45° ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd (dubbele versteksnede). Let op! De verschuifbare aanslagrail (8a) moet voor ver- steksneden (schuin staande zaagkop) in de bui- tenste positie gefixeerd worden. Met een afkortzaag gekanteld op 31,6° en een eenheidskan- teling van 33,9° kunnen gelijkbenige driehoekige lijsten en profielen zoals stucrandprofielen in verstek worden gezaagd met de profielzijde naar beneden. Dit is bijzonder voordelig voor grote profielen die de maxi- male snijhoogte bij normaal inplaatsen overschrijden.69NL/BE Het maakt het ook gemakkelijk om problemen op te lossen met de hoek op de hoeken, die vaak niet rechthoekig is. Let op! Voor versteksnedes van 0° tot 45° moet de spaninrichting (werkstukklem) (15) slechts aan rechts worden gemonteerd.
- Open de vastzetschroef (8b) van de verschuifbare aan- slagrails (8a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (8a) naar buiten.
- De verschuifbare aanslagrails (8a) moet zover voor de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) maximaal 8mm bedraagt.
- Controleer vóór de snede of de aanslagrails (8a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- De vastzetschroef (8b) weer aandraaien
- De machinekop (4) in de bovenste stand brengen.
- De draaitafel (13) losdraaien door de vastzetschroef (7) los te draaien.
- Met de handgreep (3) de draaitafel (13) op de gewenste hoek instellen
- De vastzetschroef (7) weer vastdraaien om de draaitafel te fixeren.
- De vastzetschroef (23) losdraaien.
- Met de handgreep (3) de machinekop (4) naar links bui- ten en op de gewenste hoek van de schaal instellen (zie daartoe ook punt 9.6).
- De vastzetschroef (23) weer vastdraaien.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 9.3 beschreven.
9.8 Verwisselen van zaagblad (afb. 1/2/3/9/10)
Netstekker loskoppelen! Let op! Draag veiligheidshandschoenen bij het wisselen van het zaagblad! Gevaar voor letsel!
- De machinekop (4) naar boven zwenken en met de borg- bout (25) vastzetten.
- Klap de zaagbladbescherming (5) zover omhoog dat de zaagbladbescherming (5) zich boven de flensbout (29) bevindt.
- Zet met de ene hand de binnenzeskant- of inbussleutel (C) op de flensbout (29).
- Inbussleutel (C) vasthouden en de zaagbladbescherming (5) langzaam sluiten, tot deze tegen de inbussleutel (C) aan staat.
- Zaagasblokkering (32) goed aandrukken en de flensbout (29) langzaam rechtsom draaien. Na max. een omwente- ling wordt de zaagasblokkering (32) vergrendeld.
- Nu met iets meer kracht de flensbout (29) rechtsom draaien.
- Flensbout (29) volledig er uit draaien en de buitenflens (30) wegnemen.
- Het zaagblad (6) van de binnenflens wegnemen en om- laag wegtrekken.
- Flensbout (29), buitenflens (30) en binnenflens zorgvuldig reinigen.
- Het nieuwe zaagblad (6) in de omgekeerde volgorde weer terugplaatsen en aandraaien.
- Let op! De versteksnede van de tanden, dit betekent de draairichting van het zaagblad (6) moet overeenkomen met de richting van de pijl op de behuizing.
- Controleer voor het vervolgen van de werkzaamheden de werking van de veiligheidsvoorzieningen.
- Let op! Controleer na elke vervanging van het zaagblad, of het zaagblad (6) in verticale positie alsook op 45° is gekanteld, vrij in het tafelinzetstuk (10) loopt. Let op! Het vervangen en uitlijnen van de zaagbladen (6) moet conform de voorschriften worden uitgevoerd.
9.9 Vervangen van de laserbatterijen (afb. 11)
- Verwijder de batterijdeksel (34). Verwijder de 2 accu‘s.
- Vervang beide batterijen door dezelfde batterijen of een gelijkwaardig type. Let erop dat ze in dezelfde polariteits- richting worden geplaatst als de oude batterijen.
- Sluit het batterijdeksel.
9.10 Laser in- en uitschakelen (afb. 11)
Inschakelen: Aan/uit-schakelaar laser (33) in positie “1” verplaatsen. Op het te bewerken werkstuk wordt een laserlijn geprojecteerd die precies de plaats van de zaagsnede aangeeft. Uitschakelen: Aan/uit-schakelaar laser (33) in positie “0” verplaatsen.
9.11 Justeren van de laser (afb. 12)
Als de laser (35) niet meer de juiste zaaglijn aangeeft, kan deze worden bijgesteld. Open hiertoe de schroeven (36) en stel de laser in door deze zijwaarts te verschuiven zodat de laserstraal de snijtanden van het zaagblad (6) raakt.
9.12 Bediening van de werkstukklem (afb. 1/2)
Door het verstellen van de vastzetschroef (16) kan de werk- stukklem (15) in de hoogte worden versteld.
- Laat de werkstukklem (15) op het werkstuk zakken.
- Haal de vastzetschroef (16) goed aan.70 NL/BE
- Draai de klemgreep (24) rechtsom om het werkstuk vast te klemmen.
- Om het werkstuk los te maken, gaat u in omgekeerde volg- orde te werk.
- De machinekop (4) omlaag drukken en met de borgbout (25) vastzetten. De zaag is nu in de onderste positie ver- grendeld.
- De machine aan de transportgreep (37) dragen.
- Voor de hermontage van de machine, zoals onder hoofd- stuk 8 - 9 beschreven procedure.
m Waarschuwing! Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u instellings-, instandhoudings- of reparatiewerkzaamheden uitvoert! Algemene onderhoudswerkzaamheden Veeg van tijd tot tijd met een doek de spaanders en het stof van de machine. Olie om de levensduur van het apparaat te verlengen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën. Gebruik voor de reiniging van de kunststof geen bijtende middelen. Veiligheidsvoorziening beweegbare zaagblad- bescherming (5) reinigen (afb 16). Controleer voor ingebruikname altijd de zaagbladbescher- ming op vervuiling. Verwijder oud zaagsel en oude houtsplinters met behulp van een borstel of een vergelijkbaar geschikt gereedschap. Zorg ervoor dat de geleidebeugel (31) soepel beweegt. Tafelinzetstuk (10) vervangen (afb. 14) Gevaar! Als het tafelinzetstuk (10) beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het tafelinzetstuk (10) en het zaagblad vast komen te zitten en het zaagblad blokkeren. Vervang beschadigde tafelinzetstukken (10) on- middellijk!
1. Draai de schroeven (E) op het tafelinzetstuk (10) los.
2. Verwijder het tafelinzetstuk (10).
3. Plaats een nieuw tafelinzetstuk (10).
4. Draai de schroeven (E) op het tafelinzetstuk (10) vast.
Inspectie van de koolborstels (afb. 15) Controleer de borstels van de koolborstels bij een nieuwe machine na de eerste 50 bedrijfsuren, of wanneer er nieuwe borstels gemonteerd zijn. Controleer na de eerste controle om de 10 bedrijfsuren. Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versleten is of de veer of shuntdraad verbrand of beschadigd is, moet u beide borstels vervangen. Wanneer de borstels na het de- monteren als inzetbaar beschouwd worden, kunt u ze weer inbouwen. Open beide vergrendelingen linksom (zoals in afbeelding 15 weergegeven) om onderhoud aan de koolborstels te verrich- ten. Verwijder vervolgens de koolborstels. Plaats de koolborstels in omgekeerde volgorde terug. Service-informatie Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Koolborstels, zaagblad, tafelinzetstuk- ken, spaanopvangzakken
- niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
Sla het apparaat en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegankelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking. Dek het elektrisch apparaat af ter bescherming tegen stof en vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.
13. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de re- levante VDE- en DIN-voorschriften. De netaan- sluiting van de klant en het gebruikte verleng- snoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen. Belangrijke aanwijzingen Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.71NL/BE Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de iso- latie op. Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deurope- ningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer.
- Snijplekken omdat over het netsnoer is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wandcon- tactdoos is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op scha- de. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend netsnoeren met de aanduiding “H05VV-F”. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Veiligheidsvoorschriften voor het vervangen van beschadigde of defecte netsnoeren Type X: Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit worden vervangen door een speciaal uitgevoerd netsnoer, dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens klantenservice. Wisselstroommotor: De netspanning moet 220 - 240 V
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een door- snede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
- Aansluitingen en reparaties van de elektrische appara- tuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
14. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoude- lijke afval, maar moeten worden ingeza- meld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afgedankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoe- ren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektroni- sche apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu‘s in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afge- dankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kun- nen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelingspunten (b.v. gemeentewerven) - LIDL biedt u direct in de filialen en winkels retourmo- gelijkheden aan. Terugzending en afvoer zijn voor u gratis. - Tot drie afgedankte elektronische apparaten per ap- paraattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden te- ruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht. - Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het koste- loos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geïnstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.72 NL/BE
15. Verhelpen van storingen
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De motor functioneert niet Motor, kabel of stekker defect, Netzeke- ring doorgebrand. Laat de machine door een vakman controleren. Repareer de motor nooit zelf. Gevaar! Netzekeringen controleren, evt. vervangen De motor draait lang- zaam en bereikt het bedrijfstoerental niet. Spanning te laag, wikkelingen bescha- digd of condensator doorgebrand. Laat de spanning controleren door de energiemaatschap- pij. Laat de motor controleren door een vakman. Laat de condensator vervangen door een vakman. De motor maakt te veel lawaai. Wikkelingen beschadigd, motor defect. Laat de motor controleren door een vakman. De motor bereikt het maximale vermogen niet. Groep van stroomnet overbelast (lampen, andere motoren enz.). Gebruik geen andere apparaten of motoren op de groep. Motor raakt snel oververhit. Overbelasting van de motor, ontoerei- kende koeling van de motor. Voorkom overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor om een optimale koeling van de motor te garanderen. Zaagsnede is ruw of gegolfd. Zaagblad bot, tandvorm niet geschikt voor materiaaldikte. Zaagblad slijpen of een geschikt zaagblad plaatsen. Werkstuk breekt uit of versplintert. Zaagdruk te hoog of zaagblad niet geschikt voor gebruik. Plaats een geschikt zaagblad. Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG) Oude batterijen en accu‘s behoren niet bij het huishoudelijke afval, maar moe- ten worden ingezameld resp. geschei- den worden afgevoerd!
- Voor het veilig verwijderen van batterijen of accu‘s uit het elektrische apparaat en voor informatie over het type resp. het chemische systeem dient u de overige gegevens in de bedienings- en montagehandleiding in acht te ne- men.
- Eigenaars resp. gebruikers van batterijen en accu‘s zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu‘s in te leveren. Het inleveren beperkt zich tot teruggave van huishoudelijke hoeveelheden.
- Oude batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware me- talen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de gezondheid. Het recyclen van oude batterijen en het gebruik van de hierin opgenomen ressources levert u een bijdrage om deze twee belangrijke goederen te be- schermen.
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte batterijen en accu‘s niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Als er onder het vuilnisbaksymbool ook de tekens Hg, Cd of Pb staan, betekent dit het volgende: - Hg: Batterij bevat meer dan 0,0005% kwikzilver - Cd: Batterij bevat meer dan 0,002% cadmium - Pb: Batterij bevat meer dan 0,004% lood
- Accu‘s en batterijen kunnen bij de volgende punten koste- loos worden ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelingspunten (b.v. gemeentewerven) - Verkooppunten van batterijen en accu‘s - Verzamelpunten van het gezamenlijke inzamelsysteem voor oude batterijen van een apparaat - Verzamelpunten van de fabrikant (indien geen deelne- mer van het gezamenlijke inzamelsysteem)
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor accu‘s en bat- terijen die in de landen van de Europese Unie worden verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2006/66/EG vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van accu‘s en bat- terijen.73NL/BE
Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze ga- rantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garan- tieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Op www.lidl-service.com kunt u deze en talloze andere handleidingen, productvideo’s en installatiesoftware downloaden. Met de QR-code komt u direct op de Lidl-Service-pagina (www.lidl-service.com) en kunt u met het invoeren van het artikelnummer (IAN) 499235_2204 uw gebruikshandleiding openen. Service-hotline (BE):
15. Conformiteitsverklaring
verklaart hierbij dat het volgende artikel voldoet aan de daarop betrekking hebbende EG-richtlijnen en normen
Notice-Facile