STIGA Combi 53 SQ B - Grasmaaier

Combi 53 SQ B - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Combi 53 SQ B STIGA in PDF-formaat.

📄 249 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA Combi 53 SQ B - page 159
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : Combi 53 SQ B

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Combi 53 SQ B - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Combi 53 SQ B van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING Combi 53 SQ B STIGA

Lopend bediende grasmaaier - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 

LET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AAN- DACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor eventuele raadpleging. INHOUDSOPGAVE

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die  gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de  veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt,  volgens het volgende criterium: OPMERKING of BELANGRIJK |f verstrekt details of meer gegevens ter aanvulling op voorgaande informatie om te voor- komen dat schade wordt aangericht aan de machine of andere zaken. Het symbool   wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de  waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels  aan anderen en/of schade. De door een kader van grijze stippen aangegeven  paragrafen wijzen op optionele kenmerken die  niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze  handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” gaan uit van de positie van de bediener.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genum- merd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aan- gegeven met de tekst: "Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg  "(Afb. 2.C)". De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen  wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragra- fen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of pa- ragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het  desbetreend nummer. Voorbeeld: “hst. 2” of “par. 2.1”

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen  of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwij- zingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk  gereglementeerd zijn.
  • Gebruik de machine nooit wanneer de gebruiker vermoeid  of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of  andere stoen ingenomen heeft die een negatieve invloed  kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
  • Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
  • Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de  gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene  gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen  overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van  de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet  werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle  nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn  eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet  men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiks- aanwijzingen in dit handboek doorneemt.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Draag geschikte kledij, stevige werkschoenen met antislip- zolen en een lange broek. Schakel de machine niet wanneer  u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag ge- hoorbeschermingen.
  • Het gebruik van gehoorbeschermers kan het vermogen  eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen,  verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond  de werkzone gebeurt.
  • Draag werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaar- lijk kunnen zijn voor de handen.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met  losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door  de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de  werkplaats.
  • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Werkzone / Machine
  • Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat  door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of het  maaimechanisme/draaiende organen zou kunnen bescha- digen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.). Explosiemotoren: brandstof GEVAAR! De brandstof is zeer ontvlambaar.
  • Bewaar de brandstof in speciale houders die daarvoor  gehomologeerd zijn, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of open vuur.
  • Zorg dat de houders vrij blijven van gras- en bladresten of vet.
  • De recipiënten moeten buiten het bereik van kinderen be- waard worden.
  • Rook niet tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of  elke keer wanneer men met de brandstof werkt.
  • Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit  enkel in de open lucht.NL - 2
  • Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.
  • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toe- voegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
  • Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk  geleidelijk aan af te laten.
  • Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren.
  • Draai de dop altijd weer goed op het brandstofreservoir en op  de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof bijge- vuld werd; de motor moet steeds gestart worden op een af- stand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof  bijgevuld werd.
  • Vermijd dat brandstof met kledij in contact komt. Als dit toch  gebeurt, moet u eerst andere kledij aantrekken vooraleer de  motor te starten.
  • Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke  koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet  in openlucht of op een goed verluchte plaats plaatsvinden. Denk er altijd aan dat uitlaatgassen giftig zijn.
  • Richt, tijdens het opstarten van de machine, de geluids- demper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen.
  • Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ont- plong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas  of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken  die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
  • Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij  goede zichtbaarheid.
  • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De  kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene  staan.
  • Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het  bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de  zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
  • Wees zeer voorzichtig nabij steile niveauverschillen, sloten of dijken. De machine kan omkantelen indien een wiel over de  rand gaat of indien de rand inzakt.
  • Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de rich- ting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben,  en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten  (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschui- ving of verlies van controle over de machine zouden kunnen  veroorzaken.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de  straat gebruikt wordt.
  • Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme  motor achterlaten op bladeren, droog gras of andere ont- vlambare materialen. Gedrag
  • Let op wanneer u achteruit of achterwaarts rijdt. Kijk achteruit  voor en tijdens het achteruit rijden om u ervan te verzekeren  dat er geen hindernissen zijn.
  • Niet rennen, maar lopen.
  • Laat u niet door de grasmaaier trekken.
  • Houd altijd de handen en voeten ver van het maaimechanis- me, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het  gebruik van de machine.
  • Let op: het maai-element blijft gedurende enkele seconden  na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
  • Houd steeds afstand van de uitlaatopening.
  • De delen van de motor niet aanraken, omdat die tijdens het  gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden. In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-proce- dures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheids- structuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvul- dig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. Beperkingen voor het gebruik
  • Gebruik de machine nooit wanneer de beveiligingen bescha- digd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn (opvangzak- ken, afvoerbeveiliging aan de zij- en achterkant).
  • Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktuigen  niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
  • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/microschakelaars niet  uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
  • De afstellingen van de motor niet wijzigen, en de motor niet op  een te hoog toerental brengen. Indien de motor op een te hoog toerental draait, neemt het risico voor lichamelijke letsels toe.
  • Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine  om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine  met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de  kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VERVOER

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. Onderhoud

  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of  beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
  • Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren  of er geen olie en/of brandstof lekt.
  • Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop let- ten dat de vingers niet tussen het bewegende maaimecha- nisme en de vaste delen van de machine beklemd geraken. De in deze aanwijzingen genoemde geluids- en vibratie- niveaus zijn bovengrenzen bij het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven bewegingssnelheid en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. Stalling
  • Zet de machine niet met brandstof in de tank in een ruimte  waar de brandstofdampen met vlammen, vonken of een  warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
  • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect  vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de  civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.NL - 3

  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit

Deze machine is een lopend bediende grasmaaier.

en dus op veilige afstand van de draaiende maaimechanisme.

2. Gras maaien en dit aan de achterzijde op het terrein afvoe-

4. Gras maaien, versnipperen en over het terrein verspreiden

  • zich door de machine laten vervoeren;

het maaien van andere vegetatiesoorten dan gras;

Onjuist gebruik van de machine maakt de garantie en elke aansprakelijkheid van de Fabrikant ongel- dig; in dit geval is de gebruiker zelf aansprakelijk voor scha- de of letsel die hij/zij of anderen door dit gebruik oplopen.

3.1.2 Type gebruiker

BELANGRIJK De machine mag door niet meer dan één bediener worden gebruikt.

dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht

Waarschuwing!- ten niet in de behuizing van het maaime-

Gevaar!Risico op wegschietende voor- werpen.

Gevaar!Gevaar voor snijwonden.

niet in de behuizing van het maaimechanisme. BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden labels dienen te worden vervangen. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

8. Nominaal vermogen en maximum snelheid van de motor.

BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens aange- geven op het identicatielabel van het product wanneer u contact opneemt met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van confor- miteit bevindt zich op de laatste pagina's van de handleiding.

3.4 VOORNAAMSTE ONDERDELEN Afb.1)

A. Chassis. B. Motor. C. maaimechanisme. D. Afvoerbeveiliging achterzijde. E. Afvoerbeveiliging zijkant (indien voorzien). F. Afvoergeleiding zijkant (indien voorzien). G. Opvangzak. H. Handgreep.

I. Hendel motorrem / maaimechanisme.

J. Aandrijfhendel.NL - 4 Houdt u strikt aan de aanwijzingen en veiligheidsregels opgevoerd in hst. 2..

instructies. De machine moet op een vlakke en solide onder- grond worden uitgepakt en gemonteerd, met voldoende bewegingsruimte voor machine en verpakking. Gebruik de machine niet voordat u alle aanwijzingen in de sectie "MONTAGE" hebt uitgevoerd.

4.1 UITPAKKEN Fig.3.0)

1. Haal alle onderdelen die niet gemonteerd zijn uit de doos.

2. Haal de machine uit de doos en

Motorstart dient te allen tijde worden uitgevoerd bij uitgeschakelde aandrijving. De machine niet achteruit trekken bij ingeschakelde aandrijving.

5.5 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE

Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat.

Voor de aanwijzingen over motor en accu(in- dien voorzien), zie de betreende handleidingen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.

De machine wordt geleverd zonder mo- torolie en brandstof.

OPMERKING Met deze machine kan men het gras op ver- schillende wijzen maaien.

u ervan dat de beveiliging (Afb. 11.A) omlaag is

1. Hef de beveiliging van de afvoer achterzijde

veiligheidshendel (Afb. 12.B).

(Afb.13.A) op en voer de (Afb.13.B), lichtjes naar rechts hellend, in de (Afb.13.B.1) vast

spillen (Afb.14.B.1) vast in de voorziene gaten tot

hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).

3. Voer de geleider voor de zij-afvoer in (Afb.14.E).

4. Sluit de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D) zo-

danig dat de beveiliging voor de zij-afvoer (Afb.14.E)

hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).

Afb.15/16) Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer vóór het gebruik altijd een veiligheidscontrole uit.NL - 5

6.2.1 Veiligheidscontrole voor elk gebruik

  • Controleer de goede staat en juiste montage van alle machine-onderdelen;

goed zijn aangedraaid;

6.2.2 Test werking van de machine

2. De hendel van de mo-

torrem / maaimecha- nisme loslaten.

1. Het maaimechanisme

2. De hendels moeten

automatisch en snel naar de neutrale stand

moet stilvallen en het maaimechanisme

2. De aandrijfhendel

3. Laat de hendel van de

machine vooruit gaan.

Rijtest Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid. Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling.

OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.

6.3.1 Modellen met handgreep voor handmatig

opstarten Afb.17.A /B) OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme dient ingetrokken te worden gehouden; zo niet, dan stopt de motor.

6.3.2 Modellen met elektrische startknop

Afb.18.A/B/C/D/E) Plaats de meegeleverde accu in de holte voorzien op de motor ( Afb.18.A

van de motor.). Op sommige modellen is er een motor met geïntegreerde

OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme dient ingetrokken te worden gehouden; zo niet, dan stopt de motor.

BELANGRIJK Behoud tijdens het werk steeds de veilig- heidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die over- eenstemt met de lengte van de steel.

6.4.1 Het gras maaien

stand van het gazon aan (hoogte, dichtheid en vochtig-

richtingen uit te voeren (Afb.20). In geval van “mulchen” of achterwaartse afvoer van het maaisel:

  • Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte
  • Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.4.2). In geval van zij-afvoer: het maaisel niet afvoeren aan

6.4.2 Lediging van de opvangzak

In geval van een opvangzak met een volume- aanwijzer: Hoog = leeg. Laag = vol *.

1. Wachten tot het maaimechanisme afslaat (Afb.21.A);

Na stopzetting van de machine dient u enkele secon- den wachten totdat het maaimechanisme tot stilstand is gekomen. Na uitschakeling de motor niet aanraken! Gevaar voor brandwonden. BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit:

  • Tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
  • Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
  • In de buurt van een obstakel.
  • Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
  • Elke keer dat u de opvangzak verwijdert of opnieuw beves- tigt.
  • Elke keer dat u de geleider voor de zij-afvoer verwijdert of opnieuw bevestigt.

2. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en

BELANGRIJK Telkens wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat:

  • De kap van de bougie af nemen (in modellen met handgreep voor handmatige start) (Afb.23.B/C).
  • Druk op het lipje en verwijder de vrijgavesleutel (in modellen met elektrische startknop) (Afb.23.D).

De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten wor- den, worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's te lopen:NL - 6 Voordat u enigerlei controle, reiniging of onderhouds- werkzaamheid/afstelling op de machine uitvoert:

  • Zet de machine stil.
  • Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stil- stand is gekomen.
  • Wacht tot de motor is afgekoeld.
  • Haal het kapje van de bougie af (Afb.23.B).
  • Verwijder de sleutel (Afb. 23.D) of de accu (in model- len met elektrische startknop).
  • Lees de desbetreende instructies.
  • Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.

7.2 GEWOON ONDERHOUD

  • De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in  de "Tabel Onderhoud" (hst. 10). BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moe- ten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2.1 Brandstof bijvullen

Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein. Wanneer u brandstof bijvult, dient de machine uitge- schakeld te zijn en het bougiekapje weggenomen. Vul de brandstof bij op de wijze en met alle voorzorgsmaat- regelen als aangegeven in de gebruikershandleiding van  de motor. Machines die in verticale stand kunnen worden gestald (hst. 8.1) hebben een tank waarop van het brandstofpeil wordt aangegeven. De tank niet vullen boven de onderzijde van de peilaanwijzer (Afb.24.A). BELANGRIJK Verwijder alle gemorste benzine, hoe weinig ook. De garantie dekt geen schade veroorzaakt door op de kunststofdelen gemorste benzine. NOTA De brandstof is beperkt houdbaar en mag niet langer dan 30 dagen in de tank blijven.

7.2.2 Controle / bijvullen motorolie

Controleren en bijvullen van de motorolie op de wijze e me  de voorzorgsmaatregelen als aangegeven in de gebruiks- handleiding van de motor. Om goede werking van uw machine te waarborgen, dient u  regelmatig de motorolie te verversen volgens de aanwijzin- gen in de gebruikshandleiding van de motor. Vergewis u ervan dat het motoroliepeil is aangevuld voordat  u de machine opnieuw inzet.

Alle werkzaamheden aan de maaimechanismen (demontage, slijpen, uitbalanceren, reparatie, terugmon- teren en/of vervangen) dienen in een Gespecialiseerd Centrum te worden uitgevoerd. Laat beschadigde, vervormde of versleten maai- mechanismen steeds tezamen met de bijbehorende schroeven vervangen, om de balans te behouden. BELANGRIJK Gebruik steeds originele maaimechanis- men, met de code als aangegeven in de tabel “Technische Gegevens”.

Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende  aanwijzingen.

7.4.1 Reiniging van de machine

  • Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van  afval.
  • Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen om het  chassis schoon te maken.
  • Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtol- lig vet om brandrisico te vermijden.
  • Reinig de machine met water na elke maaiing.

7.4.2 Reiniging van de snijgroep

  • Verwijder grasresten en opgezamelde aarde binnenin  het chassis. Modellen zonder reinigings-aansluiting
  • Om ook de onderzijde te bereiken dient u de machine  schuin te houden naar de zijde als aangegeven in de mo- tor-handleidingen volg de betreende aanwijzingen; zorg  ervoor dat de machine in stabiele positie is voordat u een werkzaamheid uitvoert. In geval van zij-afvoer: verwijder de afvoer-geleider  (indien gemonteerd - par. 6.1.2d.). Ga voor reiniging van de binnenzijde van het maaimecha- nisme als volgt te werk (Afb.25.A/B/C):

1. stel u altijd achter de handgreep van de grasmaaier op;

Wanneer u ziet dat de lak aan binnenzijde van het chassis  loslaat, zo snel mogelijk de veraag bijwerken met een  antiroest-lak.

7.4.3 Reiniging van de opvangzak (Afb.26.A/B)

Modellen met een elektrische startknop worden met een  accu geleverd. Voor aanwijzingen over de bedrijfsduur,  opladen, opslag en onderhoud van de accu, zie de instructies in de gebruikshandleiding van de motor.

1. start de motor in de openlucht en laat deze draaien tot

hij afslaat, zodat alle in de carburator achtergebleven brandstof is verbruikt;

2. reinig de machine met zorg (par. 7.4);

3. controleer de goede staat van de machine;

4. Berg de machine op:

  • in een droge omgeving;
  • beschermd tegen slechte weersomstandigheden;
  • buiten bereik van kinderen;
  • na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of  werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden,  verwijderd te hebben.NL - 7

8.1 VERTICALE STALLING

Sommige modellen (zie de tabel Technische Gegevens) kunnen in verticale stand worden opgeslagen (Afb.27). Sla de machine niet in verticale stand op wanneer de tank tot over de onderzijde van de brandstofpeil-aanwijzer gevuld is (Afb.24.A). Ga als volgt te werk:

1. Verwijder het kapje van de bougie (Afb.23.B) of verwijder 

de sleutel (Afb.23.D) of de accu (in modellen met een elek- trische startknop).

2. Breng de maaihoogte in de op een na laagste stand

3. Vouw voorzichtig de handgreep in gesloten stand en 

zet de hendels vast (Afb.27);

4. Breng de machine in verticale stand, breng voorzichtig de

handgreep in gesloten stand en zet de hendels vast (Afb.27); Zorg ervoor dat de machine geen gevaar oplevert bij mogelijk toevallig of onopzettelijk contact met personen, kinderen of dieren. Probeer geen machines in verticale stand te stallen wanneer ze niet hiervoor ontworpen zijn.

9. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of  overgeheld moet worden, moet men:

  • De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip  hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van  het gewicht.
  • Opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte en  lengte.
  • De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de  oprit duwen met behulp van een geschikt aantal personen.
  • Het maaimechanisme omlaagbrengen (par 5.5).
  • De machine zo plaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt.
  • De machine stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat deze kantelt en zo  eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou  kunnen lekken. Machines die verticaal kunnen worden gestald, mogen niet in verticale positie worden getranspor- teerd.

Ingreep Frequentie Opmerkingen MACHINE Controle van alle bevestigingen; veiligheidscontroles / controle van de bedieningsele- menten; Controle van de beveiligingen van de afvoer achterzijde / zij-afvoer; controle van de opvangzak en de geleider van de zij-afvoer; controle van het maaimechanis- me. Vóór het gebruik par. 6.2.2 Algemene reiniging en controle; controle van eventuele schade aan de ma- chine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. Aan het einde van ieder ge- bruik par. 7.4 Vervanging maaimechanisme - par. 7.3.1 *** MOTOR Controle/ aanvullen brandstofpeil; Controle / bijvullen motorolie Vóór het gebruik par. 6.1.1 / 7.2.1 * / 7.2.2 * Controle en reiniging luchtlter; Controle en reiniging bougiecontacten; Vervanging bougie; Lading van de batterij

  • * / par. 7.5 * * Raadpleeg de handleiding van de motor.    *** Werkzaamheid uit te voeren bij de eerste tekens van slechte werking *** Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd wordenNL - 8

niet, blijft niet draaien, draait onregelmatig of slaat af tijdens het

Controleer de bougie (Zie de motor-handleiding).

Raadpleeg de motor-handleiding en neem contact op met een bevoegd service-centrum.

De handgreep voor handmatige start

starter. Raadpleeg de handleiding van de motor. De handgreep voor handmatige start is

(Raadpleeg de handleiding van de motor).

terecht. Het maaimechanisme heeft een voor-

troleer op eventuele schade en neem contact op met het ser- vice-centrum (par. 7.3.1). Vervuiling van de binnenzijde van het chassis. Reinig de binnenzijde van het chassis (par. 7.4.2).

verloopt moei- zaam. Het maaimechanisme is niet in goede staat. Contacteer een dienstencentrum voor het bijslijpen en vervangen van het maaimechanisme.

overdreven geluiden en/ of trillingen tijdens het

Laat de controles, vervangingen of reparaties uitvoeren bij een bevoegd servicecentrum. Bevestiging van het maaimechanisme

(Fig.23.B). Neem contact op met een servicecentrum (par. 7.3.1).

Versnippert het gemaaide gras en laat het achter op het terrein.NO - 1

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A) 1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: benzinemotor 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen i) Snijbreedte n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum