STIGA Combi 53 SQ B - Grasmaaier

Combi 53 SQ B - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Combi 53 SQ B STIGA in PDF-formaat.

📄 249 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice STIGA Combi 53 SQ B - page 159
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Combi 53 SQ B STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Combi 53 SQ B - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Combi 53 SQ B van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING Combi 53 SQ B STIGA

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing ....NL

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium:

OPMERKING of BELANGRIJK If verstrekt details of meer gegevens ter aanvulling op voorgaande informatie om te voorkomen dat schade wordt aangericht aan de machine of andere zaken.

Het symbool ⚠wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.

  • De door een kader van grijze stippen aangegeven
    paragrafen wijzen op optionele kenmerken die
    niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze
    •handleiding beschreven zijn. Controleer of het
    *kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.

De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" gaan uit van de positie van de bediener.

1.2 REFERENTIES

1.2.1 Afbeeldingen

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz.

De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz.

Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: "Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg "(Afb. 2.C)".

De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.

1.2.2 Titels

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragra-fen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2.

Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het desbetreffend nummer. Voorbeeld: "hst. 2" of "par. 2.1"

2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

2.1 TRAINING

⚠ Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken.

Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
  • Gebruik de machine nooit wanneer de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
    • Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
  • Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Draag geschikte kledij, stevige werkschoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine niet wanneer u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschermingen.
  • Het gebruik van gehoorbeschermers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone gebeurt.
  • Draag werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.

Werkzone / Machine

- Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of het maaimechanisme/draaiende organen zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).

Explosiemotoren: brandstof

⚠ GEVAAR! De brandstof is zeer ontvlambaar.

  • Bewaar de brandstof in speciale houders die daarvoor gehomologeerd zijn, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of open vuur.
  • Zorg dat de houders vrij blijven van gras- en bladresten of vet.
  • De recipienten moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden.
  • Rook niet tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wanneer men met de brandstof werkt.
  • Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.

  • Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.

  • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
  • Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te laten.
  • Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren.
  • In geval van brandstoflekkage niet de motor opstarten, maar de machine verwijderen uit de buurt van de gemorste brandstof. Voorkom elk risico van ontbranding totdat de brandstof is verdampt en de brandstofdampen verdwenen.
  • Reinig onmiddellijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
  • Draai de dop altijd weer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; de motor moet steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd.
  • Vermijd dat brandstof met kledij in contact komt. Als dit toch gebeurt, moet u eerst andere kledij aantrekken vooraleer de motor te starten.
  • Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchte plaats plaatsvinden. Denk er altijd aan dat uitlaatgassen giftig zijn.
  • Richt, tijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen.
  • Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
  • Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid.
  • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan.
  • Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
  • Wees zeer voorzichtig nabij steile niveauverschillen, sloten of dijken. De machine kan omkantelen indien een wiel over de rand gaat of indien de rand inzakt.
  • Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden kunnen veroorzaken.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt.
  • Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren, droog gras of andere ontvlambare materialen.

Gedrag

  • Let op wanneer u achteruit of achterwaarts rijdt. Kijk achteruit voor en tijdens het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
  • Niet rennen, maar lopen.

  • Laat u niet door de grasmaaier trekken.

  • Houd altijd de handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine.
  • Let op: het maai-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
  • Houd steeds afstand van de uitlaatopening.
  • De delen van de motor niet aanraken, omdat die tijdens het gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden.

In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheids-structuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.

Beperkingen voor het gebruik

  • Gebruik de machine nooit wanneer de beveiligingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn (opvangzakken, afvoerbeveiliging aan de zij- en achterkant).
  • Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktuigen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
  • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/microschakelaars niet uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
  • De afstellingen van de motor niet wijzigen, en de motor niet op een te hoog toerental brengen. Indien de motor op een te hoog toerental draait, neemt het risico voor lichamelijke letsels toe.
  • Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico's beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VERVOER

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance.

Onderhoud

  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
  • Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren of er geen olie en/of brandstof lekt.
  • Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen het bewegende maaimechanisme en de vaste delen van de machine beklemd geraken.

⚠ De in deze aanwijzingen genoemde geluids- en vibratie-niveaus zijn bovengrenzen bij het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven bewegingssnelheid en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treffen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk.

Stalling

  • Zet de machine niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
  • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.

3. LEER DE MACHINE KENNEN

3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK

Deze machine is een lopend bediende grasmaaier.

De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een maai-mechanisme inschakelt dat omgeven is door een behuizing, voorzien van wielen en een handgreep.

De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando's bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende maaimechanisme. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en het maaimechanisme na enkele seconden stil.

Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien (en vergaren) van gras en soortgelijke gewassen in tuinen en overige zones met een oppervlak dat door een zich te voet bewegen de bediener gemaaid kan worden.

Deze machine kan, in het algemeen:

  1. gras maaien en vergaren in de opvangzak.
  2. Gras maaien en dit aan de achterzijde op het terrein afvoeren (indien gewenst).
  3. Gras maaien en het zijdelings afvoeren (indien gewenst).
  4. Gras maaien, versnipperen en over het terrein verspreiden ("mulchen" - indien gewenst).

Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijke uitrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschillende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschreven zijn.

3.1.1 Onjuist gebruik

Elk ander gebruik dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken.

De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):

  • andere personen, kinderen of dieren op de machine vervoeren, die bij een mogelijke val ernstige letsels kunnen oplopen en veilig sturen van de machine kunnen belemmeren;
  • zich door de machine laten vervoeren;
  • de machine te gebruiken om lasten te trekken of voort te duwen;
  • het maaimechanisme aanschakelen op zones zonder gras;
  • de machine te gebruiken voor het verzamelen van bladeren of afval;
  • de machine gebruiken voor het bijknippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatiesoorten dan gras;
  • gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk.

BELANGRIJK|Onjuist gebruik van de machine maakt de garantie en elke aansprakelijkheid van de Fabrikant ongel-dig; in dit geval is de gebruiker zelf aansprakelijk voor schade of letsel die hij/zij of anderen door dit gebruik oplopen.

3.1.2 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners.

Ze is bestemd voor een "amateuriëel gebruik".

BELANGRIJK De machine mag door niet meer dan één bediener worden gebruikt.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (afb.2.0). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:

STIGA Combi 53 SQ B - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 1

STIGA Combi 53 SQ B - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 2

Let op. Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.

STIGA Combi 53 SQ B - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 3

STIGA Combi 53 SQ B - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 4

Waarschuwing! Steek uw handen of voeten niet in de behuizing van het maaimechanisme. Haal de kap van de bougie af en lees de aanwijzingen voordat u welk onderhoud of welke reparatie dan ook uitvoert.

STIGA Combi 53 SQ B - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 5

STIGA Combi 53 SQ B - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 6

Gevaar!Risico op wegschietende voorwerpen.Zorg tijdens het gebruik dat zich geen personen in de werkzone bevinden.

STIGA Combi 53 SQ B - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 7

STIGA Combi 53 SQ B - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 8

Gevaar!Gevaar voor snijwonden.Bewegend maaimechanisme. Steek uw handen of voeten niet in de behuizing van het maaimechanisme.

BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden labels dienen te worden vervangen. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL

Het identificatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb.1.0).

  1. Geluidsniveau.

  2. CE-conformiteitsteken.

  3. Bouwjaar.

  4. Machinetype.

  5. Serienummer.

  6. Naam en adres van de fabrikant.

  7. Artikelcode.

  8. Nominaal vermogen en maximum snelheid van de motor.

  9. Gewicht in kg.

Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.

BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens aange- geven op het identificatielabel van het product wanneer u contact opneemt met de geautoriseerde werkplaats.

BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van conformiteit bevindt zich op de laatste pagina's van de handleiding.

3.4 VOORNAAMSTE ONDERDELEN (Afb.1)

A. Chassis.
B. Motor.
C. maaimechanisme.
D. Afvoerbeveiliging achterzijde.
E. Afvoerbeveiliging zijkant (indien voorzien).
F. Afvoergeleiding zijkant (indien voorzien).
G. Opvangzak.
H. Handgreep.

I. Hendel motorrem / maaimechanisme.

J. Aandrijfhendel.

⚠️ Houdt u strikt aan de aanwijzingen en veiligheidsregels opgevoerd in hst. 2..

4. MONTAGE

Enkele onderdelen van de machine worden niet in gemonteerde vorm geleverd, maar dienen na het uitpakken van de machine te worden gemonteerd aan de hand van de volgende instructies.

De machine moet op een vlakke en solide ondergrond worden uitgepakt en gemonteerd, met voldoende bewegingsruimte voor machine en verpakking. Gebruik de machine niet voordat u alle aanwijzingen in de sectie "MONTAGE" hebt uitgevoerd.

4.1 UITPAKKEN (Fig.3.0)

  1. Haal alle onderdelen die niet gemonteerd zijn uit de doos.
  2. Haal de machine uit de doos en voer doos en verpakking af in overeenstemming met lokale regelgeving.

4.2 MONTAGE VAN DE HANDGREEP (Afb.4.A/B/C)

4.3 MONTAGE VAN DE ZAK (Afb.5,6,7)

5. BEDIENINGSELEMENTEN

5.1 HANDGREEP VOOR HANDMATIG OPSTAR-TEN (Afb.8.A)

5.2 BEDIENING ELEKTRISCHE STARTKNOP (Afb.8.B)

5.3 HENDEL MOTORREM / MAAIMECHANISME (Afb.9.A)

5.4 AANDRIJFHENDEL (Afb.9.B)

BELANGRIJK Motorstart dient te allen tijde worden uitgevoerd bij uitgeschakelde aandrijving.

BELANGRIJK De machine niet achteruit trekken bij ingeschakelde aandrijving.

5.5 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE

⚠️ Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat. • Afstelling (Zie Afb.10.A)

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

BELANGRIJK Voor de aanwijzingen over motor en accu(indien voorzien), zie de betreffende handleidingen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.

6.1.1 Olie en benzine bijvullen

BELANGRIJK De machine wordt geleverd zonder motorolie en brandstof.

Voordat u de machine gebruikt, dient u brandstof en motorolie toe te voeren. Zie de gebruikshandleiding van de motor, par. 7.2.1/7.2.2.

6.1.2 Voorbereiding van de machine voor het werk

OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien.

a. Instellen op maaien en opvangen van het maaisel in de opvangzak):

  1. Voor modellen met afvoer aan zijkant: vergewis u ervan dat de beveiliging (Afb. 11.A) omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheidshendel (Afb. 11.B).

  2. De opvangzak inschuiven (Afb.11.C).

b. Instellen op maaien en afvoer van het maaisel op het terrein zelf:

  1. Hef de beveiliging van de afvoer achterzijde (Afb.12.A) en monteer de blokkeerpen (Afb.12.B).
  2. Voor modellen met mogelijkheid tot zijdelingse afvoer: vergewis u ervan dat de beveiliging (Afb. 12.C) omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheidshendel (Afb. 12.B).

Om de blokkeerpen te verwijderen: zie Afb.12.A/B.

c. Instellen op maaien en versnipperen van het maaisel ("mulch"-functie):

Til de achterste aflaatbeveiliging (Afb.13.A) op en voer de deflectordop (Afb.13.B), lichtjes naar rechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beide spillen (Afb.13.B.1) vast in de voorziene gaten tot vastklikken.

Voor modellen met mogelijkheid tot zijdelingse afvoer: vergewis u ervan dat de zij-beveiliging (Afb. 13.C/D) omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheidshendel (Afb. 13.D).

d. Instellen op maaien en zij-afvoer van het maaisel op het terrein zelf:

  1. Til de achterste aflaatbeveiliging (Afb.14.A) op en voer de deflectordop (Afb.14.B), lichtjes naar rechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beide spillen (Afb.14.B.1) vast in de voorziene gaten tot vastklikken.
  2. Druk zachtjes op de veiligheidshendel (Afb.14.C) en hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).
  3. Voer de geleider voor de zij-afvoer in (Afb.14.E).
  4. Sluit de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D) zo- danig dat de beveiliging voor de zij-afvoer (Afb.14.E) wordt vastgezet.

Om de geleidedop voor de zij-afvoer te verwijderen:

  1. Druk zachtjes op de veiligheidshendel (Afb.14.C) en hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).
  2. Maak de geleider voor de zij-afvoer los (Afb.14.E).

6.1.3 Afstelling van de hoek van de handgreep (Afb.15/16)

⚠️ Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

⚠ Voer vóór het gebruik altijd een veiligheidscontrole uit.

6.2.1 Veiligheidscontrole voor elk gebruik

  • Controleer de goede staat en juiste montage van alle machine-onderdelen;
  • vergewis u ervan dat alle bevestigingsschroeven goed zijn aangedraaid;
  • houd alle machine-oppervlakken schoon en droog

6.2.2 Test werking van de machine

Actie Resultaat
1. De machine opstarten (par. 6.3).2. De hendel van de motorrem / maaimechanisme loslaten.1. Het maaimechanisme moet bewegen.2. De hendels moeten automatisch en snel naar de neutrale stand terugkeren, de motor moet stilvallen en het maaimechanisme moet binnen enkele seconden stoppen.
1. De machine opstarten (par. 6.3).2. De aandrijfhendel bewegen.3. Laat de hendel van de aandrijving los.2. De wielen doen de machine vooruit gaan.3. De wielen stoppen en de machine stopt de voortbeweging.
Rijtest Geen abnormale trillingen.Geen abnormaal geluid.

STIGA Combi 53 SQ B - Veiligheidscontrole voor elk gebruik - 1

Indien eender welke van deze resultaten verschilt

van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling.

6.3 STARTEN

OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.

6.3.1 Modellen met handgreep voor handmatig opstarten (Afb.17.A/B)

- OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme - dient ingetrokken te worden gehouden; zo niet, dan stopt - de motor.

6.3.2 Modellen met elektrische startknop (Afb.18.A/B/C/D/E)

Plaats de meegeleverde accu in de holte voorzien op de motor (Afb.18.A); (volg de aanwijzingen in de handleiding van de motor.).

- Op sommige modellen is er een motor met geïntegreerde niet-verwijderbare accu voorzien (Afb.18.B).

OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme

- dient ingetrokken te worden gehouden; zo niet, dan stopt - de motor.

6.4 HET WERKEN

BELANGRIJK Behoud tijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die overeenstemt met de lengte van de steel.

6.4.1 Het gras maaien

  1. Start de voortbeweging en het maaien van de met gras bedekte zone.
  2. Pas werksnelheid en maaihoogte (par. 5.5) aan de toestand van het gazon aan (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gewas).
  3. Wij raden aan elke maaiing op dezelfde hoogte en in twee richtingen uit te voeren (Afb.20).

In geval van "mulchen" of achterwaartse afvoer van het maaisel:

  • Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte
  • van het gras in een enkele beurt (afb.19).
    • Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.4.2).

In geval van zij-afvoer: het maaisel niet afvoeren aan de zijde van het gazon dat nog gemaid moet worden.

6.4.2 Lediging van de opvangzak

In geval van een opvangzak met een volume-aanwijzer:

STIGA Combi 53 SQ B - In geval van een opvangzak met een volume-aanwijzer: - 1

Hoog = leeg.

STIGA Combi 53 SQ B - In geval van een opvangzak met een volume-aanwijzer: - 2

Laag = vol *.

*de opvangzak is vol en dient geledigd te worden.

Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen:

  1. Wachten tot het maaimechanisme afslaat (Afb.21.A);
  2. verwijder de opvangzak (Afb.21.B/C/D).

6.5 UITSCHAKELING(Fig.22.A)

⚠️ Na stopzetting van de machine dient u enkele secon- den wachten totdat het maaimechanisme tot stilstand is gekomen.
⚠ Na uitschakeling de motor niet aanraken! Gevaar voor brandwonden.

BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit:

  • Tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
  • Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
    • In de buurt van een obstakel.
  • Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
  • Elke keer dat u de opvangzak verwijdert of opnieuw bevestigt.
  • Elke keer dat u de geleider voor de zij-afvoer verwijdert of opnieuw bevestigt.

6.6 NA GEBRUIK (Afb.23.A/B/C/D)

  1. Reinig de machine (par. 7.4).
  2. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast.

BELANGRIJK Telkens wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat:

  • De kap van de bougie af nemen (in modellen met handgreep voor handmatige start) (Afb.23.B/C).
  • Druk op het lipje en verwijder de vrijgavesleutel (in modellen met elektrische startknop) (Afb.23.D).

7. ONDERHOUD

7.1 ALGEMEEN

⚠ De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's te lopen:

⚠ Voordat u enigerlei controle, reiniging of onderhoudswerkzaamheid/afstelling op de machine uitvoert:

• Zet de machine stil.
- Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stilstand is gekomen.
- Wacht tot de motor is afgekoeld.
- Haal het kapje van de bougie af (Afb.23.B).
- Verwijder de sleutel (Afb. 23.D) of de accu (in modelen met elektrische startknop).
- Lees de desbetreffende instructies.
- Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.

7.2 GEWOON ONDERHOUD

- De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (hst. 10).

BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2.1 Brandstof bijvullen

Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.

⚠ Wanneer u brandstof bijvult, dient de machine uitgeschakeld te zijn en het bougiekapje weggenomen.

Vul de brandstof bij op de wijze en met alle voorzorgsmaatregelen als aangegeven in de gebruikershandleiding van de motor.

Machines die in verticale stand kunnen worden gestald (hst. 8.1) hebben een tank waarop van het brandstofpeil wordt aangegeven. De tank niet vullen boven de onderzijde van de peilaanwijzer (Afb.24.A).

BELANGRIJK Verwijder alle gemorste benzine, hoe weinig ook. De garantie dekt geen schade veroorzaakt door op de kunststofdelen gemorste benzine.

NOTA De brandstof is beperkt houdbaar en mag niet langer dan 30 dagen in de tank blijven.

7.2.2 Controle / bijvullen motorolie

Controleren en bijvullen van de motorolie op de wijze e me de voorzorgsmaatregelen als aangegeven in de gebruikshandleiding van de motor.

Om goede werking van uw machine te waarborgen, dient u regelmatig de motorolie te verversen volgens de aanwijzingen in de gebruikshandleiding van de motor.

Vergewis u ervan dat het motoroliepeil is aangevuld voordat u de machine opnieuw inzet.

7.3 BUITENGEWOON ONDERHOUD

7.3.1 maaimechanisme

Alle werkzaamheden aan de maaimechanismen (demontage, slijpen, uitbalanceren, reparatie, terugmonteren en/of vervangen) dienen in een Gespecialiseerd Centrum te worden uitgevoerd.

Laat beschadigde, vervormde of versleten maai-mechanismen steeds tezamen met de bijbehorende schroeven vervangen, om de balans te behouden.

BELANGRIJK Gebruik steeds originele maaimechanismen, met de code als aangegeven in de tabel "Technische Gegevens".

7.4 REINIGING

Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwijzingen.

7.4.1 Reiniging van de machine

  • Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van afval.
  • Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen om het chassis schoon te maken.
  • Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtollig vet om brandrisico te vermijden.
  • Reinig de machine met water na elke maaiing.

7.4.2 Reiniging van de snijgroep

- Verwijder grasresten en opgezamelde aarde binnenin het chassis.

Modellen zonder reinigings-aansluiting

- Om ook de onderzijde te bereiken dient u de machine schuin te houden naar de zijde als aangegeven in de motor-handleidingen volg de betreffende aanwijzingen; zorg ervoor dat de machine in stabiele positie is voordat u een werkzaamheid uitvoert.

- In geval van zij-afvoer: verwijder de afvoer-geleider - (indien gemonteerd - par. 6.1.2d.).

Ga voor reiniging van de binnenzijde van het maaimechanisme als volgt te werk (Afb.25.A/B/C):

  1. stel u altijd achter de handgreep van de grasmaaier op;

  2. start de motor.

Wanneer u ziet dat de lak aan binnenzijde van het chassis loslaat, zo snel mogelijk de verflaag bijwerken met een antiroest-lak.

7.4.3 Reiniging van de opvangzak (Afb.26.A/B)

Reinig de zak en laat deze drogen.

7.5 ACCU

- Modellen met een elektrische startknop worden met een - accu geleverd. Voor aanwijzingen over de bedrijfsduur, - opladen, opslag en onderhoud van de accu, zie de - instructies in de gebruikshandleiding van de motor.

8. STALLING

Wanneer de machine gestald moet worden:

  1. start de motor in de openlucht en laat deze draaien tot hij afslaat, zodat alle in de carburator achtergebleven brandstof is verbruikt;
  2. reinig de machine met zorg (par. 7.4);
  3. controleer de goede staat van de machine;
  4. Berg de machine op:

  5. in een droge omgeving;

  6. beschermd tegen slechte weersomstandigheden;
  7. buiten bereik van kinderen;
  8. na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.

8.1 VERTICALE STALLING

Sommige modellen (zie de tabel Technische Gegevens) kunnen in verticale stand worden opgeslagen (Afb.27).

⚠ Sla de machine niet in verticale stand op wanneer de tank tot over de onderzijde van de brandstofpeil-aanwijzer gevuld is (Afb.24.A).

Ga als volgt te werk:

  1. Verwijder het kapje van de bougie (Afb.23.B) of verwijder de sleutel (Afb.23.D) of de accu (in modellen met een elektrische startknop).
  2. Breng de maaihoogte in de op een na laagste stand (zie hst. 5.5);
  3. Vouw voorzichtig de handgreep in gesloten stand en zet de hendels vast (Afb.27);
  4. Breng de machine in verticale stand, breng voorzichtig de handgreep in gesloten stand en zet de hendels vast (Afb.27);

Zorg ervoor dat de machine geen gevaar oplevert bij mogelijk toevallig of onopzettelijk contact met personen, kinderen of dieren.

Probeer geen machines in verticale stand te stallen wanneer ze niet hiervoor ontworpen zijn.

9. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, moet men:

  • De machine uitschakelen (par. 6.5) en wachten tot alle bewegende delen stilstaan.
  • Het kapje van de bougie verwijderen (Afb.23.B) of de sleutel verwijderen (Afb.23.D), of de accu (in modellen met een elektrische startknop).
  • Stevige werkhandschoenen dragen.
  • De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht.

  • Een beroep doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heffen.

  • U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken.

Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen vervoert, moet men:

  • Opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte en lengte.
  • De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de oprit duwen met behulp van een geschikt aantal personen.
  • Het maaimechanisme omlaagbrengen (par 5.5).
  • De machine zo plaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt.
  • De machine stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat deze kantelt en zo eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou kunnen lekken.

Machines die verticaal kunnen worden gestald, mogen niet in verticale positie worden getransporteerd.

  1. TABEL ONDERHOUD
Ingreep Frequentie Opmerkingen
MACHINE
Controle van alle bevestigingen; veiligheidscontroles / controle van de bedieningselementen; Controle van de beveiligingen van de afvoer achterzijde / zij-afvoer; controle van de opvangzak en de geleider van de zij-afvoer; controle van het maaimechanisme.Vóór het gebruikpar. 6.2.2
Algemene reiniging en controle; controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum.Aan het einde van ieder gebruikpar. 7.4
Vervanging maaimechanisme - par. 7.3.1 ***
MOTOR
Controle/ aanvullen brandstofpeil; Controle / bijvullen motorolieVóór het gebruikpar. 6.1.1 / 7.2.1 * / 7.2.2 *
Controle en reiniging luchtfilter; Controle en reiniging bougiecontacten; Vervanging bougie; Lading van de batterij** / par. 75 *

* Raadpleeg de handleiding van de motor. *** Werkzaamheid uit te voeren bij de eerste tekens van slechte werking

*** Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd worden

11. IDENTIFICATIE PROBLEMEN

Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
1. De motor start niet, blijft niet draaien, draait onregelmatig of slaat af tijdens het werk.Onjuiste startprocedure. Volg de aanwijzingen (zie hst. 6.3).
Geen olie of benzine in de motor. Controleer olie- en benzinepeil (zie hst. 7.2.1 / 7.2.2).
Vuile bougie of onjuiste afstand tussen de elektroden.Controleer de bougie (Zie de motor-handleiding).
Verstopt luchtfilter. Reinig en/of vervanghet filter (Zie de motor-handleiding).
Problemen in de verbranding. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
De vlotter kan geblokkeerd zijn.Raadpleeg de motor-handleiding en neem contact op met een bevoegd service-centrum.
2. Motor ver-dronken.De handgreep voor handmatige start is te vaak verdraaid met ingeschakelde starter.Raadpleeg de handleiding van de motor.
De handgreep voor handmatige start is herhaaldelijk verdraaid terwijl het kapje van de bougie verwijderd was.Plaats het kapje op de bougie en probeer de motor in te scha-kelen.(Raadpleeg de handleiding van de motor).
3. Het gemaaide gras komt niet langer in de opvangzak terecht.Het maaimechanisme heeft een voor-werp geraakt en een klap ontvangen.Schakel de motor uit en neem het kapje van de bougie. Controleer op eventuele schade en neem contact op met het ser-vice-centrum (par. 7.3.1).
Vervuiling van de binnenzijde van het chassis.Reinig de binnenzijde van het chassis (par. 7.4.2).
4. Het maaien verloopt moeizam.Het maaimechanisme is niet in goede staat.Contacteer een dienstencentrum voor het bijslijpen en vervangen van het maaimechanisme.
5. Men hoort overdreven geluiden en/of trillingen tijdens het werk.Beschadiging of geloste delen.De blokkeerpen van het maaimechanis-me is losgeraakt.Zet de machine stil en verwijder het kapje van de bougie (Afb. 23.B).Controleer op eventuele schade of losgeraakte delen.Laat de controles, vervangingen of reparaties uitvoeren bij een bevoegd servicecentrum.
Bevestiging van het maaimechanisme losgekomen of maaimechanisme beschadigd.Schakel de motor uit en verwijder het kapje van de bougie (Fig.23.B).Neem contact op met een servicecentrum (par. 7.3.1).

12. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES

12.1 MULCHING KIT(Afb.28)

Versnippert het gemaaide gras en laat het achter op het terrein.

INNHOLDSFORTEGNELSE

  1. GENERELLE OPPLYSNINGER .... 1
  2. SIKKERHETSNORMER....1
  3. BLI KJENT MED MASKINEN 2
  4. MONTERING....3
  5. BETJENINGSUTSTYR....4
  6. BRUK AV MASKINEN....4
  7. VEDLIKEHOLD....5
  8. OPPBEVARING....6
  9. HÅNDTERING OG TRANSPORT 6
  10. TILBEH∅R PÅ FORESP∅RSEL 8

1. GENERELLE OPPLYSNINGER

1.1 HVORDAN LESE BRUKSANVISNINGEN

Echipamente individuale de protectie (EIP)

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het auteursrecht – Elke niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : Combi 53 SQ B

Categorie : Grasmaaier