STIGA Multiclip 750 S AE - Grasmaaier

Multiclip 750 S AE - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Multiclip 750 S AE STIGA in PDF-formaat.

📄 413 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA Multiclip 750 S AE - page 255
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : Multiclip 750 S AE

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Multiclip 750 S AE - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Multiclip 750 S AE van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING Multiclip 750 S AE STIGA

Lopend bediende grasmaaier met batterij GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

  • Voor het speciek gegeven, verwijst men naar wat aangegeven is op het identicatielabel van de machine.

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium:

OPMERKING OFWEL BELANGRIJK

verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De door een kader van grijze stippen aangegeven paragrafen wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: 'Zie afbeelding 2.C' of eenvoudigweg '(Afb. 2.C)'. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf '2.1 Training' is een ondertitel van '2. Veiligheidsvoorschriften'. De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2.1”

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedienings- knoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. LET OP!: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.

2.2 Voorafgaande werkzaamheden ......................... 2

2.3 Tijdens het gebruik .............................................. 2

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik .......... 3

4.1 Onderdelen voor de montage ............................. 5

6.1 Voorafgaande werkzaamheden ......................... 6

7.4 Moeren en schroeven voor bevestiging............ 10

14.1 Voor machines met elektronische besturing .... 12

14.2 Voor machines zonder elektronische besturing 14

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
  • Het apparaat mag gebruikt worden door kinderen van minstens 8 jaar oud en door personen met verminderde lichamelijke, sensoriele of mentale vaardigheden, of zonder ervaring en zonder de nodige kennis, op voorwaarde dat dit onder toezicht gebeurt of na de nodige instructies verkregen te hebben voor een veilig gebruik van het apparaat en voor het begrijpen van de erbij horende gevaren. De kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker moeten uitgevoerd worden, mogen niet uitgevoerd worden door kinderen die niet onder toezicht staan.
  • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
  • Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
  • Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Draag geschikte kledij, stevige werkschoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine niet wanneer u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschermingen.
  • Het gebruik van gehoorbeschermers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone gebeurt.
  • Draag werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Werkzone / Machine
  • Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of de maai-inrichting/ draaiende organen zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
  • Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
  • Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid.
  • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan.
  • Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
  • Stel de machine niet bloot aan regen of vochtigheid. Water dat in gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
  • Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken. De machine kan omkantelen indien een wiel over de rand gaat of indien de rand inzakt.
  • Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden kunnen veroorzaken.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt. Gedrag
  • Let op wanneer u achteruit of achterwaarts rijdt. Kijk achteruit voor en tijdens het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
  • Loop nooit, maar stap.
  • Laat u niet door de grasmaaier trekken.
  • Houd altijd de handen en voeten ver van de maai-inrichting, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine.
  • Let op: het snij-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
  • Blijf steeds op afstand van de aaatopening. In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te rich- ten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventu- ele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. Beperkingen voor het gebruik
  • Gebruik de machine nooit wanneer de beveiligingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn (opvangzakken, zijdelingse aaatbescherming, achterste aaatbescherming).
  • Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktuigen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
  • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars niet uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
  • Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik vanNL - 3 een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. Onderhoud

  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
  • Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende maai-inrichting en de vaste delen van de machine geklemd geraken. Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd snij-element, een overdreven bewegingssnelheid en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maat- regelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te ver- mijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. Stalling
  • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

2.5 ACCU / ACCULADER

BELANGRIJK De hierna volgende veiligheidsnormen vervolledigen de veiligheidsvoorschriften die aangegeven zijn in de specieke handleiding van de accu en van de acculader die samen met de machine afgeleverd worden.

  • Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een niet geschikte acculader kan leiden tot elektroshock, oververhitting of lekken van de corrosieve vloeistof van de accu.
  • Gebruik enkel de specieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand.
  • Verzeker u ervan dat het toestel uitgeschakeld is vooraleer er een accu in te plaatsen. Een accu in een elektrisch toestel plaatsen kan brand veroorzaken.
  • Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
  • Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlakten zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
  • Tijdens het vervoer van de accu’s, moet men er op letten dat de contacten onderling niet in contact komen, en dat er geen metalen houders gebruikt worden voor het vervoer.

2.6 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/UE inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voor meer informatie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper. Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet verwijderd worden en gescheiden ingezameld worden nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt. De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycled materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoen.

BEOOGD GEBRUIK Deze machine is een lopend bediende grasmaaier. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een maai-inrichting aanschakelt die beschermd is door een carter, voorzien van wielen en een handgreep. De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando’s bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende maai-inrichting.NL - 4 Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en de maai-inrichting na enkele seconden stil.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd om gras te maaien in tuinen en grasrijke gebieden in het bijzijn van een wandelende bediener. Deze machine kan, in het algemeen: Gras maaien, jnmalen en op het gazon achterlaten (eect “mulching”). Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijke uitrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschillende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschreven zijn.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – Andere personen, kinderen of dieren op de machine vervoeren, aangezien deze zouden kunnen vallen en ernstige letsels zouden kunnen opdoen of de veiligheid van de rit in het gedrang zouden kunnen brengen. – Zich door de machine laten vervoeren. – De machine gebruiken voor het aanslepen of aanduwen van een last. – De snij-inrichting aanschakelen op zones zonder gras. – Gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval. – De machine gebruiken voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras. – De machine gebruiken door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor "gebruik als hobby". BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele bediener gebruikt worden.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: Let op. Lees de aanwijzingen door alvorens de machine te gebruiken. Gevaar! Risico op wegschietende voorwerpen. Houd de personen tijdens het gebruik buiten de werkzone. Alleen voor grasmaaier met verbrandingsmotor. Let op de scherpe maai-inrichting. Steek uw handen of voeten niet in de holte van de maai-inrichting. De maai-inrichting blijft ook na het uitschakelen van de motor draaien. Verwijder de contactsleutel (uitschakelinrichting) vòòr het onderhoud. Gevaar! Gevaar voor snijwonden. Bewegende maai-inrichting. Steek uw handen of voeten niet in de holte van de maai-inrichting. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL

Het identicatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb.1).

2. CE-conformiteitsteken.

6. Naam en adres van de fabrikant.

8. Maximale snelheid voor de werking van de motor.

10. Spanning en frequentie voeding.

Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina's van de handleiding.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine is samengesteld uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (afb.1): A. Chassis: dit is de carter die de draaiende maai-inrichting omvat. B. Motor: levert de beweging van de maai-inrichting en van de tractie aan de wielen (indien voorzien). C. Maai-inrichting: dit is het element dat het gras maait.

Steel: dit is de werkpositie van de bediener. Dank zij de lengte van de steel, kan de bediener tijdens het werk steeds op een veiligheidsafstand van de draaiende maai-inrichting blijven.NL - 5

Accu (indien niet met de machine geleverd, zie hst. 15 “op aanvraag leverbare accessoires”): dit verschaft de elektrische stroom voor het opstarten van de motor; de kenmerken en de gebruiksnormen ervan zijn in een specieke handleiding beschreven. F. met deze hendel kunnen de maai-inrichting en de tractie worden ingeschakeld. De motor stopt automatisch wanneer men beide hendels loslaat. G. met deze hendel wordt de tractie naar de wielen ingeschakeld waardoor de machine vooruit kan rijden.

De sleutel schakelt het elektrisch circuit van de machine in/uit. Acculader (Indien niet met de machine meegeleverd, zie hfdst. 15 “op aanvraag leverbare accessoires”): inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu.

De veiligheidsnormen die in acht genomen moe- ten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van de machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies. De machine moet op een vlakke en solide onder- grond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. Ge- bruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage.

1. Open de verpakking voorzichtig, let erop

geen onderdelen te verliezen.

2. Raadpleeg de documentatie in de doos,

inclusief deze gebruiksaanwijzingen.

3. Haal alle onderdelen die niet

gemonteerd zijn uit de doos.

4. Voer de doos en de verpakkingen af

volgens de plaatselijke normen. Alvorens de montage uit te voeren, moet men nagaan of de veiligheidssleutel niet in zijn zitting ge- plaatst is.

4.2 MONTAGE VAN DE STEEL

  • Type “I” Assembleer de steel zoals is aangeduid in (Afb.3).
  • Type “II” Assembleer de steel zoals is aangeduid in (Afb.4).
  • Type “III” Assembleer de steel zoals is aangeduid in (Afb.5).

De sleutel (afb.6.A), die zich binnenin de holte van de accu bevindt, schakelt het elektrisch circuit van de machine aan en uit. Door de sleutel te verwijderen, schakelt men het elektrisch circuit volledig uit om een ongecontroleerd gebruik van de machine te vermijden. Verwijder de contactsleutel elke keer wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat. Bij sommige modellen, indien voorzien, draait u de sleutel naar "ON" om het elektrische circuit van de machine te activeren en de ontsteking mogelijk te maken. Wanneer de sleutel op “OFF” wordt gedraaid, schakelt men het elektrisch circuit volledig uit om een ongecontroleerd gebruik van de machine te vermijden.

De hendel aanwezigheid operator (afb.7.A) maakt de inschakeling van de maai-inrichting mogelijk. Deze bevindt zich voor de steel. Druk op de veiligheidsknop (Afb.7.C) en breng de hendel in de richting van de steel om de maai-inrichting te starten. De motor stopt automatisch met draaien en alle functies worden gedeactiveerd wanneer de hendel wordt losge- laten. OPMERKING De inschakeling van de maai- inrichting is enkel mogelijk wanneer de veiligheidsknop aan de rechter kant van de steel en de hendel aanwezigheid bediener tegen de steel gedrukt wordt.NL - 6

5.2.2 Inschakeltoets

De inschakeltoets (afb.8.A) wordt gebruikt voor:

Inschakeling van de machine. Door te drukken op de toets (afb.8.A) gaat de LED (afb.8.B) aan, de machine is nu klaar voor gebruik. OPMERKING De inschakeling van de machine is enkel mogelijk als de aanwezigheidscontrolehendel en de tractiehendel zijn losgelaten. OPMERKING Indien de machine niet gebruikt wordt, gaat de LED na 15 seconden uit en moet men de hiervoor vermeldde handeling herhalen.

Inschakeling van de maai-inrichting. OPMERKING De inschakeling van de maai-inrichting is enkel mogelijk wanneer de hendel aanwezigheid operator tegen de steel gedrukt wordt (zie par. 6.3).

Uitschakeling van de maai-inrichting. Laat, met de maai-inrichting ingeschakeld, de hendel aanwezigheid operator los (Afb.7.A); het maaimechanisme stopt terwijl de machine ingeschakeld blijft.

5.2.3 Aandrijfhendel

BELANGRIJK De start van de motor moet altijd gebeuren wanneer de tractie niet is ingeschakeld. Deze hendel schakelt de aandrijving aan de wielen in en staat de voortbeweging van de machine toe. Deze bevindt zich achter de steel. Tractie ingeschakeld. De vooruitbeweging van de grasmaaier gebeurt wanneer de hendel tegen de handgreep wordt geduwd (Afb.7.B). De vooruitbeweging van de grasmaaier wordt gestopt wanneer de hendel wordt losgelaten. BELANGRIJK De machine niet achteruit trekken bij ingeschakelde aandrijving. Voor bepaalde modellen kan de voortbewegingssnelheid ingesteld worden via de keuzeknop aan de rechter kant van de steel (afb.8.C). Men kan 6 verschillende snelheidsniveaus kiezen.

1. Maximumsnelheid (ongeveer 5 Km/h).

2. Minimumsnelheid (ongeveer 2,5 Km/h).

OPMERKING Het laatst gekozen snelheidsniveau blijft ook na de uitschakeling van de machine ingesteld.

De functie “ECO” staat toe energie te besparen tijdens het grasmaaien, en zo de autonomie van de accu te verbeteren. Om de functie “Eco” in of uit te schakelen, drukt men op de knop (afb.8.D). Deze functie wordt steeds uitgeschakeld wanneer men de hendels aanwezigheid bediener loslaat. OPMERKING Men raadt het gebruik van de functie “ECO” af bij moeilijke maaicondities (maaien met dicht, hoog, vochtig gras).

5.3 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE

Door het chassis omlaag of omhoog te brengen, kan het gras op verschillende hoogtes gemaaid worden. Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat. De hoogteverstelling van de maaihoogte gebeurt aan de hand van de daarvoor bestemde hendel (afb.9.A) die de chassis omhoog of omlaag brengt tot op de gewenste positie.

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

De veiligheidsnormen die in acht genomen moe- ten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Alvorens te beginnen met werken, dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen: Controleer dat de contactsleutel niet in zijn houder zit. Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.

6.1.1 Controle van de accu

Alvorens de machine voor de eerste keer te gebruiken na de aankoop, moet men de accu volledig opladen, volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu. Controleer, vòòr ieder gebruik, de status van de accu volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.

6.1.2 Afstelling van de maaihoogte

Stel de maaihoogte af zoals aangegeven in (par. 5.3).

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.NL - 7 Voer vóór het gebruik altijd een veiligheidscontrole uit.

6.2.1 Algemene veiligheidscontrole

Object Resultaat Handgrepen Schoon, droog. Steel Correct en stevig aan de machine bevestigd. Maai-inrichting Schoon, niet beschadigd of versleten. Schakelaarbediening Hendel aanwezigheid operator Bedieningshendel aandrijving De hendel moet vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen. Accu Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoen. Schroeven/moeren op de machine en op de maai-inrichting Goed vastgedraaid (niet los). Doorgangen van de koellucht Niet verstopt. Machine Geen tekens van beschadiging of slijtage.

6.2.2 Test werking van de machine

2. Laat de hendel aan-

wezigheid operator los (Afb.15.A).

1. Het maaimechanisme

automatisch en snel naar de neutrale stand terugkeren, de motor moet stilvallen en de maai-inrichting moet binnen enkele seconden stoppen.

1. Start de machine (par.

6.3) en activeer de tractiehendel (par.

2. Laat de hendel van

1. De wielen doen de ma-

2. De wielen stoppen

en de machine stopt de voortbeweging. Rijtest Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid. Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling.

OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras. OPMERKING Controleer de correcte combinatie van de accu's volgens de instructies in de tabel “Technische Gegevens”.

1. Open het luikje voor toegang tot

en druk deze helemaal naar beneden totdat u de "klik" hoort die de accu vergrendelt en zorgt voor elektrisch contact.

3. Steek de veiligheidssleutel goed in zijn zitting

(afb.11.A). Draai de sleutel op “ON”, waar voorzien.

4. Hersluit het luikje volledig.

5. Druk op de startknop, als het model

hiervan is voorzien (Afb. 12.A). De LED blijft 15 seconden ingeschakeld.

6. Schakel de maai-inrichting in door eerst de

veiligheidsknop (Afb.13.A) in te drukken, en daarna de hendel aanwezigheid operator (Afb.13.B).

7. Om de aandrijving in te schakelen, moet de hendel

achteraan de steel (Afb.13.C) ingedrukt worden.

BELANGRIJK Behoud tijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die overeenstemt met de lengte van de steel. De autonomie van de accu's (en dus de oppervlakte van de gazon die bewerkt kan worden alvorens weer op te laden) wordt beïnvloed door verschillende factoren, beschreven in (par. 7.2.1). Tijdens het gebruik wordt de lading van de accu’s weergegeven (percentage van de overgebleven lading) (Afb.8.E). BELANGRIJK Indien de motor tijdens het werk stopt wegens oververhitting, moet men 5 minuten wachten vooraleer deze weer op te starten.

6.4.1 Het gras maaien

1. Start de voortbeweging en het maaien

van de met gras bedekte zone.

2. Pas de vooruitbewegingssnelheid en de

maaihoogte aan (par 5.3) aan de toestand van het grasveld (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gras) en aan de hoeveelheid verwijderd gras.NL - 8 Voor de modellen met tractie (par. 5.2.3): Er wordt aanbevolen om niet te maaien op terreinen die een helling hebben van meer dan 15°.

3. Het gazon zal er beter uitzien als het steeds

op dezelfde hoogte en afwisselend in de twee richtingen gemaaid wordt (afb.14).

  • Vermijd steeds grote hoeveelheden gras af te snijden. Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt (afb.14).
  • Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.3.1).

6.4.2 Tips om altijd een mooi gazon te hebben

  • Voor een mooi, groen en zacht gazon is het nodig dat het gras regelmatig gemaaid wordt. Het gazon kan van verschillende soorten gras zijn. Bij regelmatige maaibeurten, groeit het gras sneller, waardoor meer wortelgroei ontstaat en een mooi dicht gazon bekomen wordt; indien minder vaak gemaaid wordt, wordt ook de groei van hoog en wild gras bevorderd (klaver, margrieten, enz.) . De maaifrequentie wordt bepaald aan de hand van de groei van het gras, waarbij vermeden moet worden dat het gras te hoog wordt.
  • De optimale hoogte van het gras van een goed verzorgd gazon bedraagt ongeveer 4-5 cm en met een enkele maaibeurt wordt best niet meer dan een derde van de volledig lengte gemaaid. Als het gras erg hoog is, raden wij aan om het gazon, met tussenpoos van één dag, in twee keer te maaien, de eerste keer met de maai-inrichtingen in de hoogste stand en de tweede keer met de maai-inrichtingen in de gewenste stand.
  • Een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en leegtes in het grasveld, en een “gevlekt” aspect.
  • In de warmste en droogste tijden van het jaar is het beter om het gras iets hoger te laten worden zodat het gazon niet uitdroogt.
  • Het is beter het gras te maaien als het gazon goed droog is. Maai het gras niet wanneer het nat is; dit zou de werkzaamheid van de maai-inrichting verminderen omwille van het gras dat eraan vastkleeft, en zou scheuren in het grasveld veroorzaken.
  • De maai-inrichtingen mogen geen gebreken vertonen en moeten goed scherp zijn, zodat het gras op de juiste manier wordt afgesneden zonder uitgerukt te worden. Dit kan namelijk tot vergeling van de punten leiden.

Laat de hendel aanwezigheid operator los (Afb.15.A).

2. Druk op de startknop, als het model

hiervan is voorzien (Afb. 12.A).

3. Wachten tot de maai-inrichting stilvalt.

Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele seconden wachten vooraleer het maaimechanis- me tot stilstand komt. BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit.

  • Tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
  • Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
  • Elke keer wanneer men een hindernis moet overkomen.
  • Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
  • Elke keer dat de zijdelingse aaatdeector wordt verwijderd of gemonteerd (indien voorzien).

2. Open het luikje en verwijder de veiligheidssleutel.

3. De accu uit zijn zitting halen en opladen (par 7.2.2).

4. Laat de motor eerst afkoelen vóór de machi-

ne in elke willekeurige ruimte op te bergen.

5. Reinig de machine (par. 7.3).

6. Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd

zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde on- derdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum. BELANGRIJK Verwijder de contactsleutel elke keer wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat.

De veiligheidsnormen die in acht genomen moe- ten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:

  • Zet de machine stil.
  • Verwijder de veiligheidssleutel (laat de sleutel nooit in de houder zitten en houd hem buiten het bereik van kinderen en ongeschikte personen).
  • Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
  • Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
  • Lees de desbetreende instructies.
  • Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.
  • De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
  • Het gebruik van niet originele of niet correct gemonteerde wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade, letsels of ongevallen veroorzaakt door die producten.NL - 9
  • De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstencentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de gazon die bewerkt kan worden alvorens de accu weer op te laden) hangt hoofdzakelijk af van: a. Omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte: – Maaien bij dik, hoog, vochtig gras. b. Maaibreedte van de machine ; hoe groter de maaibreedte, hoe groter de energiebehoefte. c. Gedrag van de bediener, die de volgende punten moet vermijden: – De machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken. – Een te lage maaihoogte ten opzichte van de condities van het gras. – Een te hoge voortbewegingssnelheid vergeleken met de hoeveelheid gras die gemaaid moet worden. OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen volledige ontlading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert. Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan: – Het gras te maaien wanneer de gazon droog is. – Het gras vaak te maaien om te vermijden dat het tè hoog groeit. – Een hogere maaihoogte in te stellen wanneer het gras hoger staat en een tweede maaibeurt uit te voeren op een lagere hoogte. – De machine niet te gebruiken in de functie "mulching" bij heel hoog gras. – De functie “Eco” gebruiken (par. 5.2.4). Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-accu, kan men: – Een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen. – Een accu kopen met grotere autonomie dan de standaard-accu (par. 15.1).

7.2.2 Verwijdering en opladen van de accu

1. Open het toegangsluik naar het accucompar-

timent en verwijder de veiligheidssleutel.

2. Druk op de knop op de accu (Afb.16.A)

en verwijder ze (Afb.16.B).

3. Plaats de accu (afb.17.B) in de zit-

ting van de acculader (afb.17.C).

4. Verbind de acculader aan een stopcon-

tact, met een spanning die overeenstemt met wat aangegeven is op het plaatje.

5. Laad de accu volledig op en volg hierbij de

aanwijzingen die in het instructieboekje van de accu /acculader aangegeven zijn. OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.

1. Verwijder de accu uit zijn zitting in de accula-

der (vermijd de accu te lang in de oplader te laten, na vervollediging van de lading).

2. Ontkoppel de acculader van het elektrisch netwerk.

3. Open het luikje voor toegang tot de accuhol-

te (afb.18.A), plaats de accu (afb.18.B) in zijn zitting door deze er stevig in te duwen tot u de “klik” hoort die de accu in zijn positie blok- keert en het elektrisch contact verzekert. Hersluit het luikje volledig.

Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwijzingen.

7.3.1 Reiniging van de machine

  • Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van afval.
  • Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken (afb.19).
  • Gebruik geen agressieve vloeistoen om het chassis te reinigen.
  • Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden. Houd de hendels, de display en de knoppen altijd vrij van resten.

7.3.2 Reiniging van de snijgroep

Verwijder de resten van gras en modder die binnen het chassis opgestapeld worden om te vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen, een volgend opstarten moeilijk maken. Hel de machine naar de zijkant, en verzeker u van de stabiliteit van de machine alvorens eender welke ingreep uit te voeren. De lak van het interne deel van het chassis kan in de loop van de tijd loskomen door de wrijvende actie van het gemaaide gras; in dit geval moet de lak bijgewerkt worden met behulp van een roestwerende verf, om de vorming van roest te vermijden die het metaal kan aantasten.NL - 10

7.4 MOEREN EN SCHROEVEN

VOOR BEVESTIGING Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt.

7.5 REINIGING VAN DE TRANSMISSIE

1. Verwijder de bescherming 1 of 2 maal per

jaar (Afb.20.A) (Afb.21.A) door de schroeven los te draaien (Afb.20.B) (Afb.21.B).

2. Enkel voor het model “MCS 500 Li 48

series”: koppel de haken los (Afb.21.C).

3. Voer vervolgens een zorgvuldige reiniging uit met

een borstel of perslucht om gras of vuil uit de zone rond de aandrijving en de riem te verwijderen.

4. Hermonteer altijd de bescherming

(Afb.20.A) (Afb.21.A).

7.6 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER

Het lterelement moet altijd goed schoon gehouden worden en moet vervangen worden indien kapot of beschadigd. Ga als volgt te werk:

1. Reinig de zone rond het rooster van de luchtlter.

2. Verwijder het rooster (afb.22.A) door de

schroef (afb.22.B) los te draaien.

3. Verwijder het lterelement (afb.23.A).

4. Blaas op de lter om stof en afval te

verwijderen. Indien er vuil aanwezig blijft, moet men de lter (afb.23.A) met water reinigen en met een schone doek afdrogen. BELANGRIJK Gebruik geen benzine, reinigingsproducten of ander voor de reiniging van de lter.

5. Reinig de zitting van de lter aan de

buitenkant, en verwijder stof, afval en vuil.

6. Plaats het lterelement (Afb.23.A) in zijn

houder (en controleer dat het goed droog is).

7. Hermonteer het rooster (afb.22.A) en

draai de schroef (afb.22.B) vast.

8. BUITENGEWOON ONDERHOUD

Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:

  • Zet de machine stil.
  • Verwijder de veiligheidssleutel (laat de sleutel nooit in de houder zitten en houd hem buiten het bereik van kinderen en ongeschikte personen).
  • Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
  • Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
  • Lees de desbetreende instructies.
  • Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.

Een botte maai-inrichting rukt het gras uit een veroorzaakt de vergeling van het gazon. Raak de maai-inrichting niet aan totdat de sleutel verwijderd is en de maai-inrichting volledig stilstaat. Alle handelingen die betrekking hebben op de maai-inrichtingen (demontage, slijpen, in balans bren- gen, herstelling, hermontage en/of vervanging) vergen een specieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een Gespecialiseerd centrum. Laat de beschadigde, geplooide of versleten maai-inrichtingen steeds als geheel vervangen, samen met de schroeven, om de balans te behouden. BELANGRIJK Gebruik steeds originele maai-inrichtingen, met de code aangegeven in de tabel “Technische Gegevens”. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de maai-inrichtingen aangegeven in de "Technische Gegevens" in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.

Wanneer de machine gestald moet worden:

1. Laat de motor afkoelen.

2. Verwijder de contactsleutel.

3. Reinig de machine (par. 7.3).

4. Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd

zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde on- derdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.

5. Berg de machine op:

  • In een droge ruimte.
  • Beschermd tegen slechte weersomstandigheden.
  • Indien mogelijk bedekt met een doek.
  • Buiten bereik van kinderen.
  • Na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.

9.2 STALLING VAN DE ACCU

De accu moet in op een schaduwrijke, frisse plaats bewaard worden, waar er geen vochtigheid is. OPMERKING In geval van langdurig niet- gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.

10. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, moet men:NL - 11 – Stop de machine (par. 6.5). – Verwijder de veiligheidssleutel. – Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan. – Stevige werkhandschoenen dragen. – De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht. – Een beroep doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heen, volgens de kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden. – U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken. Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen vervoert, moet men: – Opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte en lengte. – De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de oprit duwen met behulp van een geschikt aantal personen. – De snijgroep omlaag brengen. – De machine zo plaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt. – Ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat ze kantelt.

11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

  • Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd; het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren brengt de veiligheid van de machine in gevaar en ontheft de Fabrikant van alle verplichtingen en aansprakelijkheden.

De garantiedekking is enkel bestemd voor de consumenten, d.w.z. niet professionele bedieners. De garantie dekt alle kwaliteits- en fabricagefouten die tijdens de garantieperiode door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum vastgesteld worden. De toepassing van de garantie is beperkt tot de herstelling of vervanging van het defect geachte onderdeel. Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstencentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen. De toepassing van de garantie is ondergeschikt aan een regelmatig onderhoud van de machine. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie (Gebruiksaanwijzing).
  • Professioneel gebruik.
  • Achteloosheid, nalatigheid.
  • Externe oorzaak (bliksem, stoten, aanwezigheid van vreemde voorwerpen in de machine) of incident.
  • Onjuist of niet door de fabrikant toegestaan gebruik en montage.
  • Gebrekkig onderhoud.
  • Wijziging van de machine.
  • Gebruik van niet originele wisselstukken (aanpasbare stukken).
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • De handelingen voor gewoon/buitengewoon onderhoud (beschreven in de gebruiksaanwijzing).
  • De normale slijtage van verbruiksmaterialen zoals de aandrijfriemen, de maai-inrichting, de lichten, de wielen, de veiligheidsbouten en de bedradingen;.
  • Esthetische slijtage van de machine wegens het gebruik.
  • De steunen van de maai-inrichtingen.
  • De eventueel bijkomende onkosten voor activering van de garantie, zoals de reiskosten tot bij de gebruiker, het vervoer van de machine naar de Wederverkoper, de huur van uitrustingen voor de vervanging of de oproep van een externe maatschappij voor alle onderhoudswerkzaamheden. De gebruiker is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De gebruiker van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land, zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.NL - 12

Ingreep Frequentie Opmerkingen MACHINE Controle van alle bevestigingen Voor eender welk gebruik par. 7.4 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's Voor eender welk gebruik par. 6.2 Controle van de maai-inrichting Voor eender welk gebruik par. 6.2.1 Controle van de staat van de lading van de accu Voor eender welk gebruik * Herlading van de accu Aan het einde van ieder gebruik par. 7.2.2 * Algemene reiniging en controle Aan het einde van ieder gebruik par. 7.3 Controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. Aan het einde van ieder gebruik - Reiniging van de luchtlter Eenmaal per maand par. 7.6 Reiniging van de transmissie 1-2 maal per jaar par. 7.5 Vervanging maaimechanisme - par. 8.1 *** Regeling van de aandrijving *** **

  • Raadpleeg de handleiding van de accu/acculader. ** Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd worden *** Handeling die uitgevoerd moet worden bij de eerste tekens van slechte werking

Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.

wordt ingedrukt, wordt de LED niet ingeschakeld. Contactsleutel ontbreekt of niet correct geplaatst. Steek de sleutel in (par. 6.3). Veiligheidssleutel niet op “OFF” geplaatst. Plaats de veiligheidssleutel op “ON” (par. 6.3). Geen accu of accu niet correct geplaatst. Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). Combinatie van accu's niet correct. Controleer de correcte combinatie van de accu's volgens de instructies in de tabel “Technische Gegevens”.NL - 13

2. Wanneer de startknop

wordt ingedrukt, wordt de LED niet ingeschakeld en de machine produceert een geluidssignaal. Interne afwijking van de motor. Verwijder de contactsleutel en contacteer een Dienstencentrum voor controle, vervanging of herstelling.

3. De motor stopt tij-

dens het werk. Accu niet correct geplaatst. Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2).

4. Licht de gevaar-led

(Afb.24.A) op en de machine produceert een geluidssignaal. Snij-inrichting geblokkeerd. Stop de machine, verwijder de contactsleutel, draag werkhandschoenen. Controleer en verwijder eventuele verklemmingen onderaan de machine (par. 7.3.2) die de rotatie van de maai-inrichting verhinderen. Indien het probleem aanhoudt, contacteer dan een Dienstencentrum voor controle, vervangingen of herstellingen (par. 8.1). Storing van de machine Verwijder de contactsleutel en contacteer een Dienstencentrum voor controle, vervanging of herstelling. Overbelasting van de motor van de aandrijving wegens moeilijke werkcondities (overbelasting aandrijving). – Controleer of de wielen niet geblokkeerd zijn en reinig ze eventueel. – Controleer de helling van het terrein waarop u werkt (par. 6.4.1).

loopt moeizaam. Het maaimechanisme is niet in goede staat. Contacteer een dienstencentrum voor het bijslijpen en vervangen van het maaimechanisme.

7. Men hoort overdreven

geluiden en/of trillingen tijdens het werk. Bevestiging van het maaimechanisme losgekomen of maaimechanisme beschadigd. Stop de motor onmiddellijk en verwijder de contactsleutel. Contacteer een dienstencentrum voor controle, vervangingen of herstellingen (par. 8.1).

van de accu. Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie. Optimaliseer het gebruik (par. 7.2.1). Accu niet voldoende voor de werkbehoeften. Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 15.1).

9. De acculader laadt

de accu niet op. Accu niet correct geplaatst in de acculader. Controleer of de accu correct geplaatst is (par. 7.2.3). Niet geschikte omgevingscondities. Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader). Vuile contacten. Reinig de contacten. Geen spanning aan de acculader. Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. Defecte acculader. Vervangen met een origineel wisselstuk. Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader.NL - 14

14.2 VOOR MACHINES ZONDER ELEKTRONISCHE BESTURING

Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING

1. Wanneer de schakelaar

wordt geactiveerd, wordt de motor niet gestart Contactsleutel ontbreekt of niet correct geplaatst. Steek de sleutel in (par. 6.3). Veiligheidssleutel niet op “OFF” geplaatst. Plaats de veiligheidssleutel op “ON” (par. 6.3). Geen accu of accu niet correct geplaatst. Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). Combinatie van accu's niet correct. Controleer de correcte combinatie van de accu's volgens de instructies in de tabel “Technische Gegevens”.

2. De motor wordt stilgelegd

en de machine produ- ceert een geluidssignaal. Accu niet correct geplaatst. Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). Ingreep van de thermische bescherming wegens oververhitting van de motor. Wacht minstens 5 minuten en herstart dan de machine. Snij-inrichting geblokkeerd. Stop de machine, verwijder de contactsleutel, draag werkhandschoenen. Controleer en verwijder eventuele verklemmingen onderaan de machine (par. 7.3.2) die de rotatie van de maai-inrichting verhinderen. Indien het probleem aanhoudt, contacteer dan een Dienstencentrum voor controle, vervangingen of herstellingen (par. 8.1). Storing van de machine Verwijder de contactsleutel en contacteer een Dienstencentrum voor controle, vervanging of herstelling.

loopt moeizaam. Het maaimechanisme is niet in goede staat. Contacteer een dienstencentrum voor het bijslijpen en vervangen van het maaimechanisme.

4. Men hoort overdreven

geluiden en/of trillingen tijdens het werk. Bevestiging van het maaimechanisme losgekomen of maaimechanisme beschadigd. Stop de motor onmiddellijk en verwijder de contactsleutel. Contacteer een dienstencentrum voor controle, vervangingen of herstellingen (par. 8.1).

van de accu. Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie. Optimaliseer het gebruik (par. 7.2.1). Accu niet voldoende voor de werkbehoeften. Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 15.1).NL - 15

6. De acculader laadt

de accu niet op. Accu niet correct geplaatst in de acculader. Controleer of de accu correct geplaatst is (par. 7.2.3). Niet geschikte omgevingscondities. Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader). Vuile contacten. Reinig de contacten. Geen spanning aan de acculader. Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. Defecte acculader. Vervangen met een origineel wisselstuk. Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader.

Er zijn accu's met verschillende vermogens beschikbaar, voor de specieke werkvereisten (afb.25). De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'.

Inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu (afb.26).NO - 1

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A) 1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen i) Snijbreedte n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum