EWAQFSS - Koelsysteem voor hardware DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EWAQFSS DAIKIN in PDF-formaat.

📄 250 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DAIKIN EWAQFSS - page 45
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DAIKIN

Model : EWAQFSS

Categorie : Koelsysteem voor hardware

Download de handleiding voor uw Koelsysteem voor hardware in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EWAQFSS - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EWAQFSS van het merk DAIKIN.

GEBRUIKSAANWIJZING EWAQFSS DAIKIN

Deze handleiding is een belangrijk document voor gekwalificeerd personeel maar is niet bedoeld om dit personeel te vervangen. Wij danken u om deze koeler te hebben gekocht.

BEGREPEN ZIJN. IN GEVAL VAN TWIJFEL, CONTACTEER DE FABRIKANT OM ADVIES OF INFORMATIE TE VRAGEN. Beschrijving De eenheid die u gekocht hebt is een "luchtgekoelde koeleenheid", een machine bestemd voor het koelen van water (of een mengsel water-glycol) binnen de grenzen die hier beschreven worden. De werking van de eenheid is gebaseerd op de compressie, condensatie en verdamping van damp, volgens de omgekeerde Carnotcyclus. De belangrijkste onderdelen zijn: - Scrollcompressor, om de druk van de koeldamp van de verdampingsdruk tot de condensatiedruk te brengen. - Verdamper, waar de koelvloeistof aan lage druk verdampt zodat het water gekoeld wordt. - Condensator, waar de gecondenseerde hogedrukdamp de warmte die uit het gekoelde water gehaald wordt afvoert in de atmosfeer dankzij een luchtgekoelde warmtewisselaar. - Expansieklep om de druk van de gecondenseerde vloeistof te verminderen van condensatiedruk tot verdampingsdruk. Algemene Informatie Alle eenheden worden geleverd met schakelschema's, gecertificeerde tekeningen, naamplaatje en Conformiteitsverklaring; deze documenten bevatten alle technische gegevens betreffende de eenheid die u gekocht hebt en MOETEN ALS WEZENLIJK DEEL VAN DEZE HANDLEIDING BESCHOUWD WORDEN. In geval van afwijkingen tussen deze handleiding en de documenten, raadpleeg de documenten aan boord van de eenheid. Bij twijfels moet de verkoper gecontacteerd worden. Het doel van deze handleiding is de installateur en de gekwalificeerde operator in de mogelijk stellen de eenheid correct te installeren, in bedrijf te stellen en te onderhouden, zonder gevaar voor personen, dieren en/of voorwerpen. Oplevering van de eenheid De eenheid moet onmiddellijk nadat hij aangekomen is op de definitieve installatieplaats nagekeken worden op mogelijke schade. Alle onderdelen beschreven op het leveringsdocument moeten nagekeken en gecontroleerd woreden. Indien de eenheid beschadigd is, het beschadigde materiaal niet verwijderen en de schade onmiddellijk melden aan het transportbedrijf met de vraag de eenheid na te kijken. Meld de schade onmiddellijk aan de verkoper. Foto's kunnen nuttig zijn om de verantwoordelijkheid te bepalen. De schade dient niet gerepareerd te worden vóór de inspectie vanwege de vertegenwoordiger van het transportbedrijf. Vooraleer de eenheid te installeren moet gecontroleerd worden of het model en de spanning aangegeven op het naamplaatje correct zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade na oplevering van de eenheid. Bedrijfslimieten Opslag De milieucondities moeten binnen de volgende grenzen vallen: Minimale omgevingstemperatuur : -20°C Maximale omgevingstemperatuur : +42°C Maximale relatieve vochtigheidsgraad : 95% niet gecondenseerd De eenheid opslagen onder de minimale temperatuur die aangegeven is kan de onderdelen beschadigen. De eenheid boven de maximale temperatuur die aangegeven is opslagen veroorzaakt de opening van de veiligheidskleppen. Opslag in een atmosfeer met condens kan de elektronische componenten beschadigen. Werking Een werking buiten deze limieten kan de eenheid beschadigen. Bij twijfels moet de verkoper gecontacteerd worden.

Figuur 1 - Beschrijving van de etiketten aangebracht op het elektrisch paneel Identificatie Etiket 1 – Symbool niet-ontvlambaar gas 5 – Waarschuwing bevestiging kabel 2 – Gastype 6 – Symbool elektrisch gevaar 3 – Logo fabrikant 7 – Hefinstructies 4 – Waarschuwing gevaarlijke spanning 8 – Gegevens naamplaatje eenheidD-EIMAC00808-16EU – 46

Identificatie Etiket Figuur 2 - Bedrijfslimieten

Opmerking Het bovenstaand schema geeft richtlijnen voor de bedrijfslimieten. Raadpleeg de Chiller Selection Software (CSS) voor de reële bedrijfslimieten voor elke grootte. Legende CIAT = Temperatuur inlaatlucht condensator (°C) ELWT = Temperatuur uitstromend water verdamper (°C) A = Werking met glycol (onder de 4°C Evap LWT) B = Modulatie ventilatorsnelheid of nodige Speedtroll (onder de 10°C Temp. condensatielucht) C = Modulatie ventilatorsnelheid of nodige Speedtroll (onder de 10°C en tot -10°C Temp. condensatielucht)* *Alleen voor eenheden met with 4-5-6 ventilators D = In deze zone kunnen de eenheden werken met deellast E = In deze zone kan de minimale capaciteit van de eenheid hoger zijn dan de waarde aangegeven in de table met technische kenmerken F = Standaardefficiëntie (standaardgeluid) G = Hoge efficiëntie (standaardgeluid) 1 – Symbool niet-ontvlambaar gas 5 – Waarschuwing bevestiging kabel 2 – Gastype 6 – Waarschuwing gevaarlijke spanning 3 – Gegevens naamplaatje eenheid 7 – Symbool elektrisch gevaar 4 – Logo fabrikant 8 – HefinstructiesD-EIMAC00808-16EU – 47 Veiligheid De eenheid moet stevig verankerd zijn aan de vloer. Het is heel belangrijk de volgende instructies na te leven: De eenheid kan alleen geheven worden aan de hefpunten vastgemaakt aan de basis en aangegeven in het geel. Het is verboden aan de elektrische componenten te komen zonder de hoofdschakelaar van de eenheid geopend en de stroomtoevoer onderbroken te hebben. Het is verboden aan de elektrische componenten te komen zonder een isolerend platform te gebruiken. Kom niet aan de elektrische componenten wanneer water en/of vocht aanwezig zijn. Scherpe randen en het oppervlak van de condensator kunnen verwonden. Vermijd rechtstreeks contact en gebruik geschikte beschermingen. Schakel de stroomtoevoer uit door de hoofdschakelaar te openen, vooraleer onderhoud te plegen aan de koelventilators en/of compressors. Indien deze regel niet gerespecteerd wordt, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. Voer geen harde voorwerpen in de waterleidingen wanneer de eenheid aangesloten is op het systeem. Een mechanische filter moet geïnstalleerd worden op de waterleiding verbonden met de inlaat van de warmtewisselaar. De eenheid is voorzien van veiligheidskleppen die geïnstalleerd zijn zowel aan de zijde van de hoge druk als de zijde van de lage druk van het koelcircuit. Het is streng verboden de beschermingen van de bewegende onderdelen weg te nemen. Wanneer de eenheid plots uitvalt, volg de instructies gegeven in de Handleiding van het bedieningspaneel dat deel uitmaakt van de documentatie die de eindgebruiker krijgt. Het wordt sterk aanbevolen de installatie en het onderhoud uit te voeren met andere personen. Bij een ongeluk of probleem, is het noodzakelijk: - kalm te blijven - op de alarmknop te drukken indien die aanwezig is op de installatieplaats - de verwonde persoon te verplaatsen naar een warme plek, ver verwijderd van de eenheid en in rustpositie - onmiddellijk de hulpdiensten van het gebouw of een ziekenwagen te bellen - te wachten op de hulpdiensten en de verwonde persoon nooit alleen te laten - alle nodige informatie te geven aan de hulpdiensten Installeer de koeleenheid niet op een plaats die gevaarlijk kan zijn tijdens het onderhoud, zoals platforms zonder borstweringen of relingen of zones die geen rekening houden met de spelingen/afstanden die in acht genomen moeten worden rond de eenheid. Geluid De eenheid is een bron van lawaai en dit heeft vooral te maken met de rotatie van de compressors en ventilators. Het geluidsniveau voor elk model is vermeld in de documentatie. Wanneer de eenheid correct geïnstalleerd, gebruikt en onderhouden wordt hoeft geen speciale bescherming gebruikt te worden om veilig en continu te werken dicht bij de eenheid. In geval van een installatie met speciale geluidscondities, kan het nodig zijn bijkomende inrichtingen te voorzien om het geluid te dempen. Hanteren en heffen Vermijd de eenheid te stoten/heen en weer te bewegen tijdens het laden/lossen. Vermijd de eenheid te trekken of te duwen aan een deel verschillend van de basis. Bevestig de eenheid in de vrachtwagen om te voorkomen dat de eenheid gaat verschuiven en schade berokkent. Zorg ervoor dat geen enkel deel van de eenheid kan vallen tijdens het transport of het laden/lossen. Alle eenheden worden geleverd met de hefpunten aangeduid in het geel. Alleen deze punten mogen gebruikt worden om de eenheid te heffen, zoals aangegeven in de volgende Figuur . Zowel de hijstouwen als de afstandsbalken moeten voldoende sterk zijn om de eenheid veilig te dragen. Controleer het gewicht van de eenheid op het naamplaatje. De eenheid moet uiterst voorzichtig geheven en gehanteerd worden, volgens de instructies op het relatieve etiket; hef de eenheid heel langzaam en houd het perfect waterpas. Positionering en assemblage Alle eenheden zijn ontworpen voor installatie buiten, op een balkon of op de grond, op voorwaarde dat de installatieplaats vrij is van hindernissen die de luchtstroming naar de wikkelingen van de condensator kan verminderen. De eenheid moet geïnstalleerd worden op een sterke en perfect waterpas fundering; indien de eenheid geïnstalleerd wordt op een balkon of dak, kan het noodzakelijk zijn om balken te gebruiken die het gewicht verdelen.D-EIMAC00808-16EU – 48 Figuur 3 - De eenheid heffen Versie met 4 ventilators

Versie met 5 ventilatorsD-EIMAC00808-16EU – 49 Versie met 6 ventilators

Versie met 10-12 ventilators (Op de tekening is alleen de versie met 8 ventilators te zien. Voor de versie met 10-12 ventilators is de hefmethode dezelfde) Voor de installatie op de vloer moet een stevige basis in beton met een dikte van minstens 250 mm voorzien worden die groter is dan de eenheid zelf. Deze basis moet het gewicht van de eenheid kunnen dragen. Wanneer de eenheid geïnstalleerd wordt op plaatsen die makkelijk toegankelijk zijn voor personen en dieren, wordt aangeraden beschermrasters te installeren voor de condensator en de compressor. Met het oog op de beste prestaties van de installatie, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen en instructies opgevolgd worden: Vermijd hercirculatie van de lucht. Zorg ervoor dat de luchtstroom niet belemmerd wordt. Voorzie een sterke en stevige fundering om geluid en trillingen te beperken. Installeer niet in bijzonder stoffige omgevingen, om de wikkelingen van de condensators niet vuil te maken. Het water in het systeem moet bijzonder schoon zijn en alle sporen van olie en roest moeten verwijderd worden. Een mechanische waterfilter moet geïnstalleerd worden op de inlaatleiding van de eenheid. Minimale afstanden Respecteer de minimale afstanden rond de eenheden, met het oog op een optimale ventilatie van de wikkelingen van de condensator. Wanneer beslist wordt waar de eenheid moet komen en om te zorgen voor een correcte luchtstroom, moet men rekening houden met de volgende factoren: vermijd de hercirculatie van warme lucht vermijd dat te weinig lucht aangevoerd wordt naar de luchtgekoelde condensator. Beide condities kunnen aanleiding geven tot een toename van de condensatiedruk, met als gevolg een verminderde energie- efficiëntie en koelcapaciteit. Elke zijde van de eenheid moet toegankelijk zijn voor onderhoud na de installatie. Figuur 4 toont de minimale afstanden die nodig zijn. De verticale luchtafvoer mag niet belemmerd worden. Wanneer de eenheid omgeven is door muren of hindernissen die even hoog zijn als de eenheid zelf, moet de eenheid op een minimale afstand ervan geïnstalleerd worden (zie Figuur 4C of 4D). Wanneer de hindernissen hoger zijn, moet de eenheid op een grotere afstand opgesteld worden (zie Figuur 4E of 4F). Indien de eenheid geïnstalleerd wordt zonder rekening te houden met de aanbevolen minimale afstanden ten opzichte van muren en/of verticale hindernissen, kan er een combinatie van hercirculatie van warme lucht en/of ontoereikende aanvoer van lucht naar de luchtgekoelde condensator voorkomen, wat een verminderde capaciteit en efficiëntie als gevolg kan hebben. In elk geval, stelt de microprocessor de eenheid in staat om zichzelf aan te passen aan nieuwe bedrijfscondities en de maximum beschikbare capaciteit te leveren in alle omstandigheden, zelfs wanneer de laterale afstand kleiner dan aanbevolen is, tenzij de bedrijfscondities een invloed hebben op de veiligheid van het personeel en de betrouwbaarheid van de eenheid. Wanneer twee of meer eenheden zij-aan-zij geplaatst worden, moet een minimale afstand (zie Figuur 4G of 4H) in acht genomen worden tussen de condensatorbanken. Voor meer oplossingen, raadpleeg de verkoper. Bescherming tegen het lawaai Indien de geluidsniveaus een speciale controle vergen, moet er goed voor gezorgd worden dat de eenheid geïsoleerd wordt van de basis met behulp van correct geplaatste trillingsvrije elementen (optioneel geleverd). Soepele verbindingen moeten geïnstalleerd worden op de wateraansluitingen. Waterleiding De leiding moet ontworpen worden met zo weinig mogelijk ellebogen en verticale richtingsveranderingen. Zo worden de installatiekosten beduidend gedrukt en verbetert de prestaties van het systeem. The water system must have:

1. Het watersysteem moet beschikken over:

2. Afsluitkleppen om de unit te isoleren van het watersysteem

tijdens het bedrijf.

3. Een handmatige of automatische ontluchtingsklep aan het

hoogste punt van het systeem; ontlucht het systeem aan het laagste punt.

4. Noch de verdamper, noch de inrichting voor

warmteterugwinning mogen gepositioneerd worden aan het hoogste punt van het systeem.

5. Een geschikte inrichting die het watersysteem onder druk

houdt (expansievat, enz.).

6. Indicators van de watertemperatuur en -druk, om de operator

te helpen tijdens het bedrijf en het onderhoud.D-EIMAC00808-16EU – 51 Figuur 4 - Minimale spelingen

7. Een filter of inrichting om de deeltjes te verwijderen uit de

vloeistof. Het gebruik van een filter zal de levensduur van de verdamper en pomp verlengen, en helpt om het watersysteem in betere conditie te houden.

8. De verdamper heeft een elektrische weerstand met

thermostaat voor de bescherming tegen bevriezen van het water bij omgevingstemperaturen tot -25°C. Alle andere waterleidingen/inrichtingen buiten de eenheid moeten daarom beschermd worden tegen vorst.

9. De inrichting voor warmteterugwinning moet geledigd

worden in de winter, tenzij een mengsel van ethyleen en glycol met geschikt percentage toegevoegd wordt aan het water.

10. Indien de eenheid vervangen wordt, moet het hele

watercircuit geledigd en gereinigd worden vooraleer de nieuwe eenheid geïnstalleerd wordt. Regelmatige tests en chemische waterzuivering zijn aangewezen vooraleer de nieuwe eenheid op te starten.

11. Wanneer glycol toegevoegd wordt aan het watersysteem

als bescherming tegen vorst, let erop dat de aanzuigdruk lager is, de eenheid minder zal presteren en de waterdrukverliezen groter zijn. Alle systemen ter Fig. 4C Fig. 4B Fig. 4A Fig. 4F Fig. 4E Fig. 4G Fig. 4H Fig. 4DD-EIMAC00808-16EU – 52 bescherming van de eenheid, zoals die tegen vorst en lage druk, moeten weer afgesteld worden.

12. Vooraleer de waterleiding te isoleren, controleer of er geen

lekken zijn. Figuur 5 - Aansluiting waterleiding voor verdamper

Figuur 6 - Aansluiting waterleiding voor wisselaars warmteterugwinning

Waterzuivering Vooraleer de eenheid in bedrijf te stellen, moet het watercircuit gereinigd worden. Vuil, schilfers, corrosie en ander materiaal kan zich opstapelen in de warmtewisselaar en zo de werking ervan verminderen. De drukval kan ook toenemen en de waterstroom verminderen. Een correcte waterzuivering zal het risico van corrosie, erosie, schilfering enz. verminderen. De meest aangewezen systemen voor waterzuivering moeten lokaal bepaald worden, volgens het type van systeem en de eigenschappen van het water. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade of een slechte werking omdat het water niet of niet goed behandeld werd.

Tabel 1 - Aanvaardbare limieten waterkwaliteit pH (25°C) 6,88,0

Vorstbescherming verdamper en warmtewisselaars Alle verdampers worden geleverd met een thermostatisch geregelde elektrische antivorstweerstand die een degelijke vorstbescherming biedt wanneer de temperatuur onder het nulpunt zakt, tot zelfs -25°C. Toch moeten bijkomende methoden aangewend worden om bevriezen te voorkomen, tenzij de warmtewisselaars volledig geledigd en gereinigd worden met een antivriesoplossing. Twee of meer van de onderstaande methoden kunnen in aanmerking komen bij het ontwerp van het systeem: Continue watercirculatie in de leidingen en wisselaars Toevoeging van een extra hoeveelheid glycol in het watercircuit Extra isolatie en verwarming van de blootgestelde leidingen Het ledigen en reinigen van de warmtewisselaar in het winterseizoen De installateur en/of het lokaal onderhoudspersoneel is er verantwoordelijk voor dat de beschreven methoden tegen vorst daadwerkelijk gebruikt worden. Zorg ervoor dat de aangewezen vorstbescherming altijd in stand gehouden wordt. De eenheid kan anders beschadigd raken. Vorstschade valt niet onder de garantie. Installatie van de debietregelaar Om ervoor te zorgen dat er voldoende water door de verdamper stroomt, moet een debietregelaar geïnstalleerd worden op het watercircuit. De debietregelaar kan op de in- of uitlaatleiding geïnstalleerd worden. De debietregelaar stopt de eenheid ingeval de waterstroming onderbroken wordt, zodat de verdamper niet stuk kan vriezen. De fabrikant biedt optioneel een debietregelaar die voor dit doel geselecteerd werd. Deze debietregelaar met schoepen is aangewezen voor zware toepassingen buiten (IP67) en leidingen met diameter van 1” tot 6”. De debietregelaar is voorzien van een schoon contact dat elektrisch verbonden moet worden op de klemmen aangegeven in het schakelschema. De debietregelaar moet afgesteld worden om in werking te treden wanneer het waterdebiet van de verdamper minder dan 50% van het nominaal debiet bedraagt. Warmteterugwinning De eenheden kunnen optioneel uitgerust worden met een systeem voor warmteterugwinning. Dit systeem bestaat uit een watergekoelde warmtewisselaar gesitueerd op de afvoerleiding van de compressor, en een toegewijd beheer van de condensatiedruk. Om te garanderen dat de compressor binnen deze range functioneert, kunnen eenheden met warmteterugwinning niet werken wanneer de watertemperatuur van de inrichting voor warmteterugwinning onder de 28°C ligt. De ontwerper van de installatie en de installateur van de koeleenheid moeten deze waarde respecteren (vb. door gebruik te maken van een omloopklep voor de hercirculatie). Elektrische Installatie Algemene kenmerken Alle elektrische aansluitingen op de eenheid moeten uitgevoerd worden overeenkomstig de wetten en regels die van kracht zijn. Alle handelingen voor de installatie, het gebruik en het onderhoud moeten uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel. Raadpleeg het schakelschema van de eenheid die u gekocht hebt. Indien het schakelschema niet bij uw eenheid te vinden is of verloren gegaan is, contacteer dan uw verkoper, die u een kopie zal bezorgen. In geval van afwijkingen tussen het schakelschema en het elektrisch paneel/kabels, contacteer de verkoper. Gebruik alleen koperen geleiders. Indien geen koperen geleiders gebruikt worden, kan dit resulteren in oververhitting of corrosie ter hoogte van de aansluitpunten, wat de eenheid kan beschadigen. Om storingen te voorkomen moeten alle stuurdraden gescheiden van de stroomkabels aangesloten worden. Gebruik hiervoor verschillende elektrische kabelleidingen. Vooraleer onderhoud te plegen aan de eenheid, open de hoofdschakelaar op het hoofdvoedingspaneel van de eenheid. Wanneer de eenheid uit is maar de schakelaar in de gesloten stand is, staan ook de ongebruikte circuits onder stroom. Open de kast van het klemmenbord van de compressor nooit zonder eerst de hoofdschakelaar van de eenheid geopend te hebben. Een gelijktijdigheid van eenfasige en draaistroomlasten en een onbalans tussen de fasen kan lekken naar de grond tot 150mA veroorzaken tijdens de normale werking van de eenheden van de reeks. Indien de eenheid inrichtingen bevat die een grotere stroomresonantie veroorzaken (zoals VFD en faseonderbreking), kan de lekkage naar de grond heel hoge waarden aannemen (ongeveer 2 ampère). De beschermingen voor het voedingssysteem moeten ontworpen worden volgens de bovengenoemde waarden. Werking Verantwoordelijkheden voor de operator Het is van essentieel belang dat de operator goed opgeleid is en vertrouwd raakt met het systeem vooraleer de eenheid in gebruik te nemen. Naast deze handleiding lezen, moet de operator de handleiding van de microprocessor en het schakelschema bestuderen om inzicht te krijgen in de startfrequentie, de werking, de uitschakelsequentie en de werking van alle veiligheidsvoorzieningen. Tijdens de initiële startfase van de eenheid is een technicus geautoriseerd door de fabrikant beschikbaar om vragen te beantwoorden en om instructies te geven betreffende de correcte bedrijfsprocedures. De operator moet een register bijhouden met alle bedrijfsgegevens per geïnstalleerde eenheid. Een ander register moet bijgehouden worden met alle periodieke onderhoudsbeurten en interventies. Wanneer de operator abnormale of ongebruikelijke bedrijfscondities waarneemt, wordt hij aangeraden de technische dienst geautoriseerd door de fabrikant te contacteren. Wanneer de stroomtoevoer naar de eenheid volledig wegvalt, worden de verwarmers van de compressor onbruikbaar. Eens de stroomtoevoer hersteld wordt, moeten de compressor en de verwarmers van de oliescheider minstens 12 uur lopen vooraleer de eenheid op te starten. Anders kunnen de compressors beschadigd worden omwille van overmatige accumulatie van vloeistof in de compressor. Routineonderhoud De minimale onderhoudsactiviteiten zijn opgesomd in de Tabel 2 . Onderhoud en beperkte garantie Alle eenheden worden in de fabriek getest en hebben een garantie van 12 maanden vanaf de eerste opstarting of 18 maanden vanaf de leveringsdatum. Deze eenheden werden ontwikkeld en gebouwd volgens hoge kwaliteitsstandaards, met het oog op een jarenlang probleemloos gebruik. Het is evenwel belangrijk toe te zien op een correct periodiek onderhoud, volgens de procedures opgesomd in deze handleiding, en volgens de goede praktijken voor het onderhoud van machines. We raden sterk aan een onderhoudscontract af te sluiten met een onderhoudsdienst geautoriseerd door de fabrikant, om altijd borg te staan voor een efficiënte en probleemloze werking, dankzij de expertise en ervaring van ons personeel. Men moet er verder rekening mee houden dat de eenheid ook in de garantieperiode onderhoud nodig heeft. Indien de eenheid op een verkeerde manier gebruikt wordt, buiten de bedrijfslimieten, of niet correct onderhouden wordt volgens wat in deze handleiding staat, kan de garantie vervallen. Neem de volgende punten in acht om de garantielimieten te respecteren:

1. De eenheid mag niet buiten de aangegeven limieten werken

2. De stroomtoevoer moet binnen de spanningslimieten liggen,

zonder spanningsresonantie of plotse schommelingen.

3. De draaistroomvoeding mag geen onbalans tussen de fasen

van meer dan 3% vertonen. De eenheid moet uit blijven tot het elektrisch probleem verholpen werd.

4. Gen enkele veiligheidsvoorziening, mechanisch, elektrisch of

elektronisch, mag uitgeschakeld of omzeild worden.

5. Het water dat gebruikt wordt om het circuit te vullen moet schoon

en correct behandeld zijn. Een mechanische filter moet geïnstalleerd worden het dichtst bij de inlaat van de verdamper.

6. Tenzij er een specifieke overeenkomst is op het moment van de

bestelling, mag het waterdebiet van de verdamper nooit meer dan 120% of minder dan 80% van het nominaal debiet liggen.D-EIMAC00808-16EU – 54 Periodieke verplichte controles en opstarten van apparatuur onder druk De eenheden vallen onder de categorie III in de classificatie bepaald door de Europese richtlijn PED 2014/68/EU. Voor koeleenheden die tot deze categorie horen, vergen sommige lokale normen een periodieke controle vanwege een geautoriseerd technicus. Controleer de lokale voorschriften.

Lijst met activiteiten

Maandelijks (Opmerking 1)

Jaarlijks/Seizo ensgebonden (Opmerking 2) Algemeen:

Lezen van bedrijfsgegevens (Opmerking 3)

Visuele inspectie van de eenheid, om schade en/of loszittende delen op te sporen

Controle van de integriteit van de thermische isolatie

Reinig en verf waar nodig

Analyse van het water (5)

Verifiëren controlesequentie

Reinig de binnenkant van het elektrisch schakelbord

Visuele inspectie van de componenten, om tekens van oververhitting op te sporen

Controle koelmiddeldebiet m.b.v. het vloeistofkijkglas - Kijkglas vol

Analyse zuurgraad olie compressor (Opmerking 6)

1. De maandelijkse activiteiten behelzen alle wekelijkse.

2. De jaarlijkse activiteiten (of bij de aanvang van het seizoen) behelzen alle wekelijkse en maandelijkse activiteiten.

3. De bedrijfswaarden van de eenheid moeten dagelijks afgelezen worden, om een hoog niveau van waarneming in stand te houden. 4. In omgevingen met een hoge concentratie van kleine deeltjes in de lucht, kan het nodig zijn de condensatorbank vaker te reinigen.

5. Controleer op opgeloste metalen.

6. TAN (Total Acid Number): 0,10: Geen actie

Tussen 0,10 en 0,19: Vervang de zuurfilters en hercontroleer na 1000 bedrijfsuren. Blijf de filters vervangen tot de TAN lager is dan 0,10. 0,19: Vervang de olie, de oliefilter en de filterdroger. Controleer regelmatig. Belangrijke informatie over het gebruikte koelmiddel Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Dump de gassen niet in de atmosfeer. Type koelmiddel: R410A GWP(1)-waarde: 2087,5 (1)GWP = Global Warming Potential De hoeveelheid koelmiddel die nodig is voor de gewone werking is aangegeven op het naamplaatje van de eenheid. De reële hoeveelheid koelmiddel waarmee de eenheid gevuld wordt is aangegeven op een zilveren sticker binnen in het schakelbord. Een periodieke inspectie op lekkend koelmiddel kan nodig zijn, afhankelijk van de Europese of plaatselijke voorschriften. Contacteer uw verkoper voor meer informatie.EIMAC00808-16EU - 55 Fabriek en veld vullingeenheden instructies (Belangrijke inlichtingen met betrekking tot het gebruikte koelmiddel) Het koelsysteem wordt gevuld met gefluoreerde broeikasgassen. Het gas niet laten vrijkomen in de atmosfeer. 1 Vul met onuitwisbare inkt het koelmiddellabel in dat geleverd wordt met het product volgens de onderstaande instructies: - het koelmiddel vulling voor elk circuit (1; 2; 3) - totale vulling koelmiddel (1 + 2 + 3) - bereken de uitstoot van broeikasgas met de volgende formule: GWP-waarde van het koelmiddel x Totale vulling koelmiddel (in kg)/ 1000

a bevat gefluoreerde broeikasgassen. b circuitnummer c Fabriek vulling d Veld vulling e Vulling koelmiddel voor elk circuit (volgens het aantal circuits) f totale vulling koelmiddel g Totale vulling koelmiddel (fabriek + veld) h Uitstoot broeikasgassen van totale uitgedrukte vulling koelmiddel als ton van CO2 equivalent m Type koelmiddel: n GWP = verwarmingspotentieel globaal p Serienummer eenheid 2 Het ingevulde label moet aan de binnenkant van het elektrische paneel geplakt worden. Naargelang de voorschriften van de Europese of de plaatselijke wetgeving, kan het nodig zijn om periodieke inspecties uit te voeren om te bepalen of er geen lekken van het koelmiddel zijn. Neem contact op met uw plaatselijke dealer voor meer informatie. OPMERKING In Europa wordt de uitstoot van broeikasgassen van de totale vulling van koelmiddel in het systeem (uitgerdrukt in ton CO

equivalent) gebruikt om de onderhoudsintervals te bepalen. Volg de geldende wetgeving. Formule om de uitstoot van broeikasgassen te berekenen: GWP-waarde van het koelmiddel x Totale vulling koelmiddel (in kg)/ 1000 Gebruik de GWP-waarde vermeld op het label broeikasgassen. Deze GWP-waarde is gebaseerd op het 4de IPCC beoordelingsverslag. De GWP-waarde vermeld in de handleiding kan niet meer gelden (d.w.z. gebaseerd op het 3de IPCC beoordelingsverslag)EIMAC00808-16EU - 56

Afdanking De eenheid is gerealiseerd in metaal, plastic en elektronische delen. Al deze delen moeten afgedankt worden overeenkomstig de relatieve lokale voorschriften. Loodbatterijen moeten verzameld en verstuurd worden naar een specifiek verzamelcentrum. De olie moet verzameld en verstuurd worden naar een specifiek verzamelcentrum. Deze handleiding is een technische hulp en is niet bindend. De inhoud kan niet expliciet of impliciet gegarandeerd worden als compleet, precies of betrouwbaar. Alle gegevens en specificaties die erin staan kunnen gewijzigd worden zonder kennisgeving. De gegevens meegedeeld op het moment van de order gelden. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor rechtstreekse of onrechtstreekse schade, in de ruimste zin, die het gevolg is van of verbonden is met het gebruik en/of de interpretatie van deze handleiding. We behouden ons het recht voor wijzigingen aan te brengen aan het ontwerp en de constructie, op elk moment en zonder kennisgeving. De afbeelding op de cover is niet bindend.D-EIMAC00808-16EU – 57