CLP446e - Walkietalkie MOTOROLA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CLP446e MOTOROLA in PDF-formaat.
| Producttype | Professionele portofoon |
| Merk | Motorola Solutions |
| Model | CLP446e |
| Categorie | PMR446 portofoon |
| Frequentieband | PMR446 (446,0 – 446,2 MHz) |
| Aantal kanalen | 16 (8 standaard, 8 extra via CPS) |
| Zendvermogen | 0,5 W |
| Voeding | Oplaadbare Li-ion batterij (inbegrepen) |
| Batterijduur | Tot 20 uur (standaard cyclus 5/5/90) |
| Oplaadtijd | Ongeveer 5,5 u (enkele lader) / 4 u (meervoudige lader) |
| Typisch bereik | Tot 6 niveaus (gebouw) of 7.400 m² |
| Beschermingsgraad | IP54 (met afdekking of aangesloten audio-accessoire) |
| Belangrijkste functies | Kanaalselectie, scannen, monitor, oproeptoon, oproep omhoog, programmering via CPS, klonen, storingreductie CTCSS/DPL |
| Weergave | Slimme ring-LED (16 kleuren per kanaal) |
| Accessoireaansluiting | Bedrade audio-aansluiting (met vergrendeling) |
| Inhoud van de doos | Radio, Li-ion batterij, batterijklep, lader met transformator, hoes met riemclip, audio-accessoire, stekkerafdekking, snelle startgids, veiligheidsdocumentatie |
| Afmetingen | Niet gespecificeerd in de handleiding |
| Gewicht | Niet gespecificeerd in de handleiding |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte doek; niet onderdompelen in water, geen alcohol of reinigingsmiddelen gebruiken |
| Veiligheid | RF-blootstelling: professioneel gebruik, veiligheidsinstructies volgen; akoestisch: het volume zo laag mogelijk gebruiken; batterij: alleen opladen met goedgekeurde Motorola Solutions-laders |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Accessoires beschikbaar (batterijen, laders, hoesjes, programmeer-/kloon kabels); reparatie door erkende Motorola Solutions-technicus |
| Garantie | Beperkte garantie Motorola Solutions (zie handleiding voor details) |
Veelgestelde vragen - CLP446e MOTOROLA
Gebruikersvragen over CLP446e MOTOROLA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Walkietalkie in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CLP446e - MOTOROLA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CLP446e van het merk MOTOROLA.
GEBRUIKSAANWIJZING CLP446e MOTOROLA
CLP446e/CLPe PLUS Gebruikershandleiding
Inhoud
Auteursrechtvermelding voor documentatie 4
Afwijzing van aansprakelijkheid 5
Auteursrechten op computersoftware 6
Veiligheidsinformatie over batterijen, opladers en audioaccessoires 7
Richtlijnen voor veilige bediening 7
Akoestische veiligheid 8
Veiligheidsnormen voor blootstelling aan radiogolven 9
Kennisgeving aan gebruikers 10
Inleiding 11
Inhoud van het pakket 11
Hoofdstuk 1: Overzicht van de mobilofoon 12
Hoofdstuk 2: Aan de slag 13
2.1 De batterijplaatsen 13 2.2 Bekabelde audioaccessoire aansluiten 13 2.3 De portofoon in- en uitschakelen 15 2.4 Het volume aanpassen 15 2.5 De draaibare riemklemhouder plaatsen en verwijderen 15 2.6 Uitzenden en ontvangen 16
2.6.1 Zendbereik 17
2.7 Menu-instelling 17 2.7.1 Bewerkingen met menu-instellingen 17
2.8 Kanalen selecteren 18
2.8.1 Standaardkanaal instellen en voor CPS. 18 2.8.2 LED-indicatoren 20
2.8.2.1 Volume-LED 20
2.9 Kanalen monitoren 21 2.10 Scannen 21
2.10.1 Kanalen scanner 21
2.11 Dynamische talkaround scanners 21 2.12 Beltonen uitzenden 22 2.13 De portofoon dampen 22 2.14 Oproep escaleren 22
Hoofdstuk 3: Batterijen en oplader. 24
3.1 Batterijspecificaties 24 3.2 Levensduur van batterij 24
3.3 De lithium-ionbatterij verwijderen 24 3.4 Voedingsbron, adapter en oplader 25 3.5 Losse batterij 26
3.5.1 Een losse batterij opladen met de oplader voor één apparaat.. 27 3.5.2 Een losse batterij opladen met de optionele oplader voor meerdere apparaten.... 27
3.5.3 Geschatte oplaadtijd 27
3.6 Portofoon opladen met de oplader voor een apparaat 27 3.7 Opladen met de optionele oplader voor meerdere apparaten 28 3.8 LED-indicaties oplader 29 3.9 De batterijstatus controleren 29
Hoofdstuk 4: Portofoonprogrammering via CPS. 31
4.1 De portofoon programmeren 31 4.2 Standaardfabrieksinstellingen 32
Hoofdstuk 5: Portofoon klonen. 35
5.1 Portofooninstellingen klonen 35 5.2 Portofoons klonen met de kloonkabel 35 5.3 Portofoons klonen op de oplader voor meerdere apparaten 36 5.4 Probleemoplossing voor kloonmodus 37
Hoofdstuk 6: Geavanceerde portofoonconfiguratie 38
6.1 De modus voor geavanceerde portofoonconfiguratie instellen 38
Hoofdstuk 7: Probleemoplossing. 39
7.1 Symptomen en oplossingen 39
Hoofdstuk 8: Gebruik en onderhoud. 42
Hoofdstuk 9: Radiogolven- en codetabel. 43
9.1 Frequentielijst voor CLP446e 43 9.2 CLPe PLUS-frequenties 44 9.3 CTCSS/DPL-interferentie-eliminatiecodes 45
Hoofdstuk 10: Beperkte garantie voor Motorola Solutions. 48
10.1 Garantie-informatie 48 10.2 V. WAT WORDT NIET GEDEKT DOOR DEZE GARANTIE 48
Hoofdstuk 11: Accessoires 49
Auteursrechtvermelding voor documentatie
Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Motorola Solutions mag dit document of een gedeelte daarvan niet worden gekopieerd of verspreid.
Niets uit deze handleiding mag worden gereproduceerd, gedistribueerd of verzonden in welke vorm of op welke wijze dan ook, elektronisch of mechanisch, voor welk doel dan ook, zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Motorola Solutions.
Afwijzing van aansprakelijkheid
De informatie in dit document is zorgvuldig onderzocht en wordt volledig betrouwbaar geacht. Er wordt echter geen verantwoordelijkheid genomen voor onjuistheden.
Motorola Solutions behoudt zich tevens het recht voor om aan ieder product veranderingen aan te brengen, om de leesbaarheid, de functionaliteit of het ontwerp te verbeteren. Motorola Solutions aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid die voortvloeit uit de toepassingen of het gebruik van een product of circuit dat in dit document wordt beschreven. Motorola Solutions dekt geen enkele licentie onder haar octrooirechten, noch de rechten van anderen.
Auteursrechten op computersoftware
Bij de in deze handleiding beschreven Motorola Solutions-producten horen mogelijk auteursrechtelijk beschermde Motorola Solutions-computerprogramma's die zich bevinden in halfgeleidergeheugens of op andere media. Volgens de wetgeving in de Verenigde Staten en andere landen behoudt Motorola Solutions zich bepaalde exclusieve rechten voor op auteursrechtelijk beschermde computerprogramma's, met inbegrip van, maar niet beperkt tot het exclusieve recht om het auteursrechtelijk beschermde computerprogramma te kopiëren of te reproduceren, op welke manier dan ook. Dienovereenkomstig mogen de auteursrechtelijk beschermde computerprogramma's in de in deze handleiding omschreven Motorola Solutions-producten dan ook niet zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming van Motorola Solutions op welke manier dan ook worden gekopieerd, gereproduceerd, aan reverse-engineering worden onderworpen of worden verspreid.
Aan de koop van Motorola Solutions-producten kan bovendien geen gebruiksrecht worden ontleend krachtens auteursrechten, patenten of gepatenteerde toepassingen van Motorola Solutions, direct noch indirect, door juridische uitsluiting noch anderszins, behalve het normale, niet-exclusieve recht op gebruik van rechtswege bij de verkoop van een product.
Veiligheidsinformatie over batterijen, opladers en audioaccessoires
Dit document bevat belangrijke veiligheids- en gebruiksinstructies. Lees deze instructies goed door en bewaar deze voor later gebruik. Voordat u de batterijoplader gaat gebruiken, dient u alle instructies en waarschuwingsmarkeringen te lezen met betrekking tot:
- de oplader
- de batterij
- de op de batterij aangesloten portofoon
1 Verminder de kans op letsel door alleen gebruik te maken van de oplaadbare, door Motorola Solutions goedgekeurde batterijen. Het opladen van andere batterijen kan leiden tot explosie, lichamelijk letsel of schade. 2 Het gebruik van accessoires die niet worden aanbevolen door Motorola Solutions, kan leiden tot brand, een elektrische schok of letsel. 3 Verminder schade aan de stekker en de stroomkabel door de oplader aan de stekker en niet aan de kabel uit het stopcontact te trekken. 4 Gebruik alleen een verlengkabel als dit nodig is. Het gebruik van een verkeerde verlengkabel kan leiden tot brand of een elektrische schok. Als een verlengkabel noodzakelijk is, gebruikt u een kabel met een dikte van 18 AWG bij een lengte tot 2 m en een kabel met een dikte van 16 AWG bij een lengte tot 3 meter. 5 Gebruik de oplader niet als deze op enige manier defect of beschadigd is. Breng de oplader in dat geval naar gekwalificeerde Motorola Solutions-servicemonteurs. 6 Haal de lader niet uit elkaar; deze kan niet worden gerepareerd en er zijn geen vervangende onderdelen verkrijgbaar. Als u de oplader uit elkaar haalt, kan er een elektrische schok of brand ontstaan. 7 Verminder de kans op een elektrische schok door de lader uit het stopcontact te trekken voordat u deze onderhoudt of reinigt.
Richtlijnen voor veilige bediening
- Schakel de portofoon uit tijdens het opladen.
- De oplader is niet geschikt voor buitenshuis. Gebruik alleen op droge locaties en onder droge omstandigheden.
- Sluit de oplader aan op een correct bekabelde voedingsbron met zekeringen en het juiste voltage (uitsluitend zoals vermeld op het product).
- Koppel de oplader los van de netspanning door de stekker uit het stopcontact te trekken.
- Sluit de apparatuur aan op een stopcontact dat gemakkelijk te bereiken en in de buurt is.
- Eventuele zekeringen in apparatuur moeten worden vervangen volgens het type en de specificatie zoals vermeld in de bijbehorende instructies.
- De maximale omgevingstemperatuur van de spanningsbronapparatuur mag niet hoger zijn dan 40 °C.
- Het uitvoervermogen van de spanningsbroneenheid mag niet hoger zijn dan de classificaties die aan de onderzijde van de oplader staan vermeld op het productetiket.
- Zorg ervoor dat de kabel zo ligt dat niemand hierop kan stappen of erover kan struikelen en dat deze niet vochtig kan worden, kan beschadigen of strak kan komen te staan.
Akoestische veiligheid

LET OP: Langdurige blootstelling aan luide geluiden uit welke bron dan ook kan uw gehoor tijdelijk of permanent aantasten. Hoe luider het portofoonvolume, des te sneller uw gehoor kan worden aangetast. Gehoorschade als gevolg van luide geluiden wordt in eerste instantie vaak niet opgemerkt en kan een cumulatief effect hebben.
Bescherming van uw gehoor:
- Gebruik een zo laag mogelijk volume om uw werk te doen.
- Stel het volume alleen luider in als u zich in een rumoerige omgeving bevindt.
- Verlaag het volume voordat u de headset of oortelefoon aansluit.
- Gebruik headsets of oortelefoons zo kort mogelijk met hoog volume.
- Als het geluid hinderlijk wordt voor uw oren, als u een piepend geluid hoort of als u de stemmen slecht verstaat, moet u direct stoppen met het luisteren naar uw portofoon via een headset of oortelefoon. Bezoek een arts om uw oren te laten controleren.
Veiligheidsnormen voor blootstelling aan radiogolven
Productveiligheid en blootstelling aan radiogolven.

LET OP:
Lees voor het gebruik van de portofoon de bedieningsinstructies voor veilig gebruik in de bijgeleverde handleiding Productveiligheid en blootstelling aan radiogolven.
LET OP!
Om te voldoen aan de FCC-vereisten ten aanzien van blootstelling aan radiogolven, mag deze portofoon alleen beroepsmatig worden gebruikt. Lees de handleiding Blootstelling aan radiogolven en productveiligheid voor draagbare portofoons alvorens deze portofoon in gebruik te nemen. Deze bevat belangrijke bedieningsinstructies voor veilig gebruik, beperking van blootstelling aan radiogolven en naleving van de relevante normen en regelgeving.
Raadpleeg de volgende website voor een lijst met door Motorola Solutions goedgekeurde antennes, batterijen en andere accessoires:
http://www.motorolasolutions.com/CLPe
Kennisgeving aan gebruikers
Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-regels onder de volgende voorwaarden:
- Dit apparaat mag geen nadelige storing veroorzaken.
- Dit apparaat moet ontvangen storing accepteren, inclusief storing die een ongewenste werking tot gevolg heeft.
- LET OP: Wijzigingen of modificaties aan het apparaat die niet nadrukkelijk zijn goedgekeurd door Motorola Solutions, kunnen ertoe leiden dat de bevoegdheid van de gebruiker om het apparaat te gebruiken teniet wordt gedaan.
Inleiding
In deze gebruikershandleiding wordt de werking van uw portofoons beschreven.
Uw leverancier of systeembeheerder kan de portofoon hebben aangepast aan uw specifieke eisen.
Vraag uw leverancier of systeembeheerder om meer informatie.
U kunt uw leverancier of systeembeheerder om de volgende informatie vragen:
- Is uw radio geprogrammeerd met vooraf ingestelde conventionele kanalen?
- Welke knoppen zijn geprogrammeerd voor andere functies?
- Welke optionele accessoires passen binnen uw eisenpakket?
- Wat zijn de beste praktijken voor mobilofoongebruik voor een effectieve communicatie?
- Welke onderhoudsprocedures verlengen de batterijduur van de portofoon?
Inhoud van het pakket
In dit gedeelte vindt u informatie over de inhoud van het pakket voor de portofoon.
Uw productpakket bevat de volgende producten en handleidingen:
CLPe-tweewegportofoon, draagbare riemklemhouder, lithium-ionbatterij en batterijklepje, oplader met transformator, 1 audioaccessoire, klep audio-aansluiting, beknopte handleiding, RF-veiligheidsgids, brochure met richtlijnen inzake radioapparatuur
Zie https://learning.motorolasolutions.com voor productinformatie.
In deze gebruikershandleiding worden de volgende modellen besproken:
| Model Frequent | tieb and | Zendvermogen | Compatibilite it repeater | Aantal kanalen3 |
| CLP446e PMR4 | 46 0,5 W Nee 16 | 4 | ||
| CLPe PLUS UHF | 1 W Ja 16 |
Hoofdstuk 1
Overzicht van de mobilofoon
In dit hoofdstuk worden uitleg gegeven over de knoppen en functies van de portofoon.
Afbeelding 1: Bedieningsfuncties van de portofoon

| Itemnummer Beschrijving | |
| 1 Aan/uit- en batterijknop | |
| 2 Volumeregeling (+/-) en dampknop | |
| 3 PTT-knop (Push-to-Talk) | |
| 4 Slimme Lichtgevende statusring | |
| 5 Menu-knop | |
| 6 Accessoireaansluiting |
Hoofdstuk 2
Aan de slag
Dit gedeelte helpt u om vertrouwd te raken met de basishandelingen van de portofoon.
2.1
De batterij plaatsen
Procedure:
1. Til de vergrendeling onder aan het batterijklepje omhoog en verwijder het batterijklepje van de portofoon. 2. Zorg dat de contactpunten van de batterij overeenkomen met de lipjes in het batterijcompartiment. 3. Plaats de contactzijde van de batterij eerst en duw de batterij vervolgens naar beneden om deze te bevestigen. 4. Plaats het batterijklepje op de portofoon en duw de vergrendeling omlaag om het batterijklepje te vergrendelen.
Afbeelding 2: De batterij plaatsen
2.2
Bekabelde audioaccessoire aansluiten
Eerste vereisten: Schakel de portofoon uit.
Procedure:
1. Sluit het audioaccessoire aan op de portofoon, waarbij het ontgrendelingspictogram op het audioaccessoire naar de voorkant van de portofoon is gericht.
Zorg ervoor dat de indicatoren op het audioaccessoire en de portofoon zijn uitgelijnd.
2. Draai de stekker van het audioaccessoire totdat het vergrendelingspictogram op de stekker naar de voorkant van de portofoon wijst en de indicatoren zijn uitgelijnd.
Afbeelding 3: Bekabelde audioaccessoire aansluiten


3. Schakel de portofoon in. 4. Druk op de knop Battery Status, Menu of Volume Control om te controleren of er geluid is via het audioaccessoire.
Tabel 1: Configuratie bovenste LED als accessoire voor bekabelde audio niet is aangesloten of is verwijderd
| Gebruikersmodus LED-status | Kleur | |
| Schakel de portofoon in zonder dat er een audioaccessoire is aangesloten. | Ononderbroken blauw | |
| Het audioaccessoire is verwijderd toenwijl de portofoon ingeschakeld is. | Het lampje knippert rood/ paars tot een audioaccessoire is aangesloten |

KENNISGEVING:
Verlaag het volume van de portofoon voordat u het audioaccessoire in of bij uw oor houdt.
CLPe-portofoons hebben verschillende audioaccessoires. Raadpleeg http://
www.motorolasolutions.com/CLPe voor meer informatie over goedgekeurde accessoires.
2.3
De portofoon in- en uitschakelen
Procedure:
1 Als u de portofoon wilt inschakelen, houdt u de aan/uit- en batterijknop ingedrukt totdat u een korte toon hoort en de slimme lichtgevende statusring gaat branden. 2 Als u de portofoon wilt uitschakelen, houdt u de aan/uit- en batterijknop ingedrukt totdat u een korte toon hoort en de slimme lichtgevende statusring een keer knippert.
2.4
Het volume aanpassen
Procedure:
1 U zet het volume hoger door op (+) te drukken.

KENNISGEVING: De portofoon heeft 15 volumestanden.
2 U zet het volume lager door op (-) te drukken.
2.5
De draagbare riemklemhouder plaatsen en verwijderen
De portofoons zijn voorzien van verschillende flexibele draagaccessoires. Voor de lijst met door Motorola Solutions goedgekeurde accessoires raadpleegt u http://www.motorolasolutions.com/CLPe.
Procedure:
1 Voer de volgende stappen uit om de portofoon in de houder te plaatsen:
a Schuif de onderkant van de portofoon in de houder.
b Klik de bovenkant van de houder in de portofoon rond de accessoireaansluiting.
2 Als u de portofoon uit de houder wilt verwijderen, trekt u aan het bovenste of onderste lipje en trekt u de portofoon uit de houder. 3 Maak een kleine lus in het snoer en leid het snoer door de snoergeleider. Steek het snoer in de u-vormige groef en trek het stevig vast om het snoer op zijn plaats te vergrendelen.
Afbeelding 4: Draaibare riemklemhouder


| Itemnummer Beschrijving | |
| 1 Snoergeleider | |
| 2 U-vormige groef |
4 Draai de riemklem naar de gewenste positie.

2.6
Uitzenden en ontvangen
Procedure:
1 Voer een van de volgende acties uit om oproepen uit te zenden:
- Houd de PTT-knop op de voorkant van de portofoon ingedrukt.
- Houd de PTT-knop op het bedrade audioaccessoire ingedrukt met de PTT-knop in het snoer.
2 Spreek duidelijk in de microfoon op het audioaccessoire.
3 Laat de PTT-knop los om te luisteren.
4 Als u oproepen wilt ontvangen, luistert u via de oortelefoon en drukt u op de PTT-knop om te reageren.
2.6.1
Zendbereik
Tabel 2: Zendbereik
| Model Toepassing Bereik | (standaardde kking) | Bereik | |
| CLP446e UnitIRR | Tot 6 | verdiepingen | Tot 7.400 m2(80.000 ft2) |
| CLPe PLUS UnitIRR | it Tot 10 | verdiepingen | Tot 9.200 m2(100.000 ft2) |
| Met repeater Tot 20 | verdiepingen | Tot 23.200 m2(250.000 ft2) | |
2.7
Menu-instellingen
Procedure:
1 Om door de menu-instellingen te navigeren, drukt u op de knop Menu. 2 Om het menu te verlaten, drukt u kort op de knop PTT of wacht u drie seconden.
2.7.1
Bewerkingen met menu-instellingen
In dit gedeelte worden bewerkingen met behulp van de menu-instellingen uitgelegd.

KENNISGEVING:
Als u niet wilt wachten tot de gesproken aanwijzing is voltooid, drukt u op de volgende knop om verder te gaan.
Als u zich in de menumodus bevindt, drukt u kort op PTT of wacht u drie seconden om het menu af te sluiten.
Procedure:
1 Kanaal wijzigen:
a Druk op de knop Menu om naar Kanaal te gaan. b Druk op (+) of (-) om van kanaal te veranderen.
2 De monitormodus instellen:
a Druk op de knop Menu om naar Monitor te gaan. b Druk op (+) om de monitor te activeren of op (-) om de monitor te deactiveren.
3 De scanmodus instellen:
a Druk op de knop Menu om naar Scan te gaan. b Druk op (+) om scannen te activeren of op (-) om scannen te deactiveren.
4 Beltoon verzenden:
a Druk op de knop Menu om naar Beltoon te gaan. b Druk op (+) of (-) om de beltoon te verzenden.
Ingeschakeld via Customer Programming Software (CPS - Klantprogrammeringssoftware).
2.8
Kanalen selecteren
Procedure:
1 Druk op de knop Menu.
U hoort een gesproken aanwijzing om van kanaal te veranderen door op (+) of (-) te drukken.
2 Selecteer het kanaal van uw keuze.
De LED geeft de kleur van het nieuwe kanaal aan.
3 Druk op de PTT-knop om te bevestigen. Anders wordt het kanaal geactiveerd na drie seconden wachtijd.
2.8.1
Standaardkanaalinstellingen voor CPS
In de tabel worden de standaardkanaalinstellingen voor CPS (Customer Programming Software) beschreven.
Tabel 3: Kanaalinstellingen voor CPS
| CLP446e5 Modellen en CLPe PLUS-modellen | ||
| Kanaal LED-status Kleur | ||
| 1 Rood | ||
| 2 Groen | ||
| 3 Geel | ||
| 4 Blauw | ||
| 5 Paars | ||
| 6 Wit | ||
| 7 Aqua | ||
| 8 Oranje | ||
| 9 Rood | Wit | |
| 10 Groen | Wit | |
| 11 Geel | Wit | |
| 12 Blauw | Wit | |
| 13 Paars | Wit | |
| 14 Wit | Wit | |
| 15 Aqua | Wit | |
| 16 Oranje | Wit | |
| KENNISGEVING: Kanaal 9 t/m 16 wordt ingeschakeld via de CPS-configatie (Customer Programming Software). | ||
2.8.2
LED-indicatoren
| Functie LED-indicator | |
| Monitorodus Effen per kanaalkleur. | |
| Beltoon Tijdelijk effen per kanaalkleur. | |
| Scannen Klosgewijslicht er=eén LED | per keer op. De kleur van de LED verandert in de bovenste sleuf als elke cyclus is voltooid. |
| In- of uitschakelen De bovenste rode e | n de resterende witte LED gaan kort branden. |
| Geavanceerde portofoonconfigatie | Knippert groen. |
| Feedback audio-aansluiting LED knipp | ert blauw wanner er geen accessoire is bij het opstarten.LED knippert snel rood en paars als het accessoire is losgekoppeld. |
2.8.2.1
Volume-LED
Wanneer het volume wordt verhoogd, gaat de LED van de slimme lichtgevende statusring kloksgewijs branden, van linksonder naar rechtsonder op de LED-ring.
Dit zijn de drie niveaus voor de LED-helderheid voor elke LED wanneer het volume wordt verhoogd:
Gedimd, gemiddeld, maximale helderheid
2.9
Kanalen monitoren
Procedure:
1. Als u de monitormodus wilt activeren, drukt u op de knop Menu en navigeert u naar Monitor Selection (Monitorselectie).
Als de monitormodus is uitgeschakeld, hoort u een gesproken aanwijzing om de modus te activeren door op + of - te drukken.
2. Druk op + of - om de monitormodus te activeren of te deactiveren.
Als de monitormodus is ingeschakeld, hoort u ruis als er geen activiteit is of audio als er wel kanaalactiviteit is.
3. Als u de monitormodus wilt inschakelen, schakelt u de monitorfunctie in via het menu en wacht u tot het menu verdwijnt. 4. U kunt de monitormodus uitschakelen door op de knop PTT te drukken.
2.10
Scannen
U kunt maximaal zestien kanalen scannen op CLP446e- en CLPe PLUS-modellen.
Wanneer de portofoon activiteit detecteert, stopt deze met scannen en gaat de portofoon naar het actieve kanaal. U kunt dan luisteren en praten met de persoon op dat kanaal zonder dat u van kanaal hoeft te wisselen.
2.10.1
Kanalen scannen
Procedure:
1. Druk op de knop Menu om naar de scanmodus te navigeren.
Als de scanfunctie is uitgeschakeld, hoort u een gesproken aanwijzing om de functie te activeren door op + of - te drukken.
2 Druk op + of - om de scanfunctie te activeren.
Wanneer de scanfunctie is ingeschakeld, hoort u een gesproken aanwijzing om de functie te deactiveren door op + of - te drukken.
3 Druk op + of - om de scanfunctie UIT te schakelen.
2.11
Dynamische talkaround scanners
Deze functie maximaliseert de communicatiedekking voor een repeater op locatie die is ingeschakeld op tweewegportofoons.
Dynamische talkaround scannen kan worden ingeschakeld op een repeater-kanaal via de Customer Programming Software (CPS). Met deze functie kan de portofoon de zend- en ontvangstfrequenties van een repeater-kanaal scannen.

KENNISGEVING: De functie heeft een hogere prioriteit dan de scanmodus. Als dynamische talkaround scannen en scannen zijn ingeschakeld op het thuiskanaal, kan de portofoon alleen dynamische talkaround scannen ondersteunen. Deze functie is alleen beschikbaar in het CLPe PLUS-model.
2.12
Beltonen uitzenden
Procedure:
1 Druk op de knop Menu om naar Beltoon te navigeren. 2 Druk op + of - om een geselecteerde beltoon uit te zenden.

KENNISGEVING:
Er zijn zes beltonen beschikbaar.
Deze functie wordt ingeschakeld via de Customer Programming Software (CPS).
2.13
De portofoon dempen
Het dempen van het headsetvolume wordt geconfigureerd via de CPS (Customer Programming Software).
Procedure:
1. Als u het volume van de headset wilt verlagen of dempen, houdt u + of - ingedrukt.
U hoort de spraakopdracht "Dempen" op de portofoon.
2. Druk op een willekeurige knop om het volume van de headset weer in te schakelen.
U hoort de spraakopdracht "Dempen opheffen" op de portofoon.
2.14
Oproep escaleren
Met de functie Oproep escaleren kunt u overschakelen naar het kanaal voor het escaleren van oproepen en een beltoon verzenden via dit kanaal.
Om de functie Oproep escaleren in te schakelen, moet het kanaal voor het escaleren van oproepen worden geconfigureerd in Customer Programming Software (CPS). Houd de knop Menu ingedrukt om de functie Oproep escaleren te activeren en automatisch een beltoon te verzenden via het kanaal voor het escaleren van oproepen. De wachttijd voor het escaleren van een oproep begint na elke oproep. De portofoon houdt een vooraf gedefinieerde periode van wachttijd aan voor het escaleren van een oproep. De functie Oproep escaleren wordt uitgeschakeld wanneer de wachttijd is verstreken. De portofoon keert terug naar het laatste kanaal. De wachttijd wordt geconfigureerd via CPS.
Als u op de PTT-knop drukt tijdens de wachttijd, kunt u op het kanaal praten. De wachttijd voor het escaleren van oproepen wordt herstart na afloop van de spraakoproep en u kunt oproepen ontvangen van andere portofoons op het kanaal voor het escaleren van oproepen.
Bij het overschakelen naar het kanaal voor het escaleren van oproepen volgt de portofoon het geselecteerde kanaalgedrag, met uitzondering van de beltoon en de kanaalaankondiging. De beltoon wordt geconfigureerd via CPS door een van de zes beltonen te selecteren.
Als u het kanaal voor het escaleren van oproepen wilt afsluiten voordat de wachttijd verloopt, drukt u kort op Aan, Uit, Menu of houdt u Menu lang ingedrukt.
Hoofdstuk 3
Batterijen en oplader
In dit hoofdstuk worden de batterij- en oplaadfunctie van de portofoon beschreven.
3.1
Batterijspecificaties
Bij portofoons wordt een oplaadbare lithium-ionbatterij meegeleverd. Om een optimale capaciteit en prestaties te garanderen, moet de batterij worden opgeladen voordat u de portofoon voor het eerst gebruikt.
De levensduur van de batterij wordt bepaald door meerdere factoren. De cruciale factoren zijn het overmatig opladen van batterijen en de gemiddelde ontlading voor elke cyclus. Doorgaans geldt dat, hoe groter de overlading en hoe sterker de gemiddelde ontlading, des te lager het aantal keren dat een batterij kan worden gebruikt. Een batterij die bijvoorbeeld meerdere keren per dag overmatig wordt opgeladen en voor 100% wordt ontladen, gaat minder lang mee dan een batterij die minder overmatig wordt opgeladen en die slechts voor 50% wordt ontladen. Een batterij die minimaal overmatig wordt opgeladen en gemiddeld voor 25% wordt ontladen, gaat zich nog langer mee.
Batterijen van Motorola Solutions zijn speciaal ontworpen voor gebruik met een Motorola Solutions-oplader en vice versa. Door op te laden in een apparaat dat niet van Motorola Solutions is, kan de batterij beschadigen en kan de garantie van de batterij komen te vervallen. Houd indien mogelijk de temperatuur van de batterij op 25°C (kamertemperatuur). Het opladen van een koude batterij (onder de 10°C) kan leiden tot het weglekken van batterijvloeistof en uiteindelijk tot een defecte batterij. Het opladen van een hete batterij (boven de 35°C) resulteert in een verminderde ontladingscapaciteit, wat de prestaties van de portofoon nadelig beïnvloedt. De snelladers van Motorola Solutions bevatten een circuit dat de temperatuur meet om te verzekeren dat batterijen alleen worden opgeladen binnen het temperatuurbereik.
3.2
Levensduur van batterij
De volgende tabel geeft de levensduur van de batterij aan op basis van 5% uitzending, 5% ontvangst en 90% stand-by (standaard bedrijfscyclus).
Tabel 4: Geschatte levensduur van batterij
| Model Schatte levensduur van batterij | |
| CLP446e 20 uwr | |
| CLPe PLUS 18 uwr |
3.3
De lithium-ionbatterij verwijderen
Eerste vereisten: Controleer dat de portofoon is uitgeschakeld.
Procedure:
1. Til de vergrendeling onder aan het batterijklepje omhoog en verwijder het batterijklepje van de portofoon.
2. Trek de batterij weg van de portofoon.
Afbeelding 5: Batterij verwijderen

| Itemnummer Beschrijving | |
| 1 Klepje van de batterij |
3.4
Voedingsbron, adapter en oplader
De portofoon wordt geleverd met een oplader met een transformator.

KENNISGEVING: Alleen van toepassing op niet-multipack-modellen.
Zie voor informatie over accessoires Accessoires op pagina 49.
Afbeelding 6: Voedingsbron, adapter en oplader

3.5
Losse batterij
De batterij kan worden opgeladen als een losse batterij.
De batterij wordt opgeladen met behulp van een oplader voor een apparaat of een oplader voor meerdere apparaten.

KENNISGEVING: Wanneer u extra opladers of voedingsbronnen aanschaft, moet u erop letten dat deze overeenkomen met de opladers en de voedingsbronnen die u al hebt. Zie voor meer informatie over accessoires Accessoires op pagina 49.
Afbeelding 7: Losse batterij

| Itemnummer Beschrijving | |
| 1 Micro-USB-poort |
3.5.1
Een losse batterij opladen met de oplader voor een apparaat
Procedure:
1. Steek de stekker van de voedingsbron in de micro-USB-poort aan de voorkant van de oplader om de batterij op te laden. 2. Sluit de voedingsbron aan op een geschikt stopcontact. 3. Plaats de batterij in de houder, met de binnenzijde van de batterij naar de voorkant van de oplader gericht. Zie "Losse batterij" op pagina 26. 4. Controleer of de sleuven in de batterij goed in de oplader zijn geplaatst.
3.5.2
Een losse batterij opladen met de optionele oplader voor meerdere apparaten
Procedure:
1. Plaats de oplader op een vlakke ondergrond of bevestig deze aan de muur. 2. Sluit de voedingskabel aan op de aansluiting op de oplader voor meerdere apparaten. 3. Sluit het ene uiteinde van de voedingskabel aan op een stopcontact en het andere op de oplader. 4. Plaats de batterij in het opladercompartiment, met de binnenzijde van de batterij naar de voorkant van de oplader gericht. 5. Controleer of de sleuven in de batterij goed in de oplader zijn geplaatst.
3.5.3
Geschatte oplaadtijd
De volgende tabel bevat de geschatte oplaadtijden van de batterij.
Tabel 5: Geschatte oplaadtijd
| Oplaadoplossing Standaard lithium-ionbatterij | |
| Oplaadstation voor=eén apparaat 5,5uur | |
| Oplader voor meerere apparaten 4uur |
3.6
Portofoon opladen met de oplader voor een apparaat
Procedure:
1 Plaats de oplader voor een apparaat op een plat oppervlak. 2 Steek de stekker van de voedingsbron in de micro-USB-poort aan de voorkant van de oplader. 3 Sluit de juiste voedingsbron aan op een geschikt stopcontact.
4 Plaats de portofoon met de batterij in de oplader, met de contactpunten naar beneden. Zorg ervoor dat de oplaadcontacten op de oplader uitgelijnd zijn met de contactpunten op de portofoon.
Afbeelding 8: De portofoon opladen


KENNISGEVING: Zorg er bij het opladen van een batterij die is bevestigd aan de portofoon voor dat de portofoon is uitgeschakeld. U kunt met Customer Programming Software (CPS) instellen dat de portofoon automatisch wordt uitgeschakeld wanneer de portofoon in de oplader wordt geplaatst.
3.7
Opladen met de optionele oplader voor meerdere apparaten
Met de oplader voor meerdere apparaten kunt u wel zes portofoons opladen. In elk van de zes compartimenten kunt u een portofoon plaatsen met daarin een batterij. De oplader voor meerdere apparaten biedt compartimenten voor het plaatsen van headsets.
Procedure:
1 Plaats de oplader op een vlakke ondergrond of bevestig deze aan de muur. 2 Sluit de voedingskabel aan op de aansluiting op de oplader voor meerdere apparaten. 3 Sluit het ene uiteinde van de voedingskabel aan op een stopcontact en het andere op de oplader. 4 Schakel de portofoon uit.

KENNISGEVING: Zorg er bij het opladen van een batterij die aan de portofoon is bevestigd voor dat de portofoon is uitgeschakeld. U kunt met Customer Programming Software (CPS) instellen dat de portofoon automatisch wordt uitgeschakeld wanneer de portofoon in de oplader wordt geplaatst.
5 Plaats de portofoon met de voorkant naar beneden en de batterij in het opladercompartiment. Zorg ervoor dat de portofooncontacten zijn uitgelijnd met de contactpunten op de oplader voor meerdere apparaten.

KENNISGEVING: De batterij kan worden opgeladen met behulp van de sleuf op het platte oppervlak van het opladercompartiment.
Afbeelding 9: Portofoons opladen
3.8
LED-indicaties oplader
Op de oplader heeft het oplaadcompartiment voor de portofoon een LED.
Op de oplader voor meerdere apparaten heeft elk van de oplaadcompartimenten een LED.

KENNISGEVING: U kunt maximaal twee bronportofoons en twee doelportofoons klonen met de oplader voor meerdere apparaten. Zie voor meer informatie over klonen 'Portofoon klonen' op pagina 35.
Zie voor de details van de onderdeelnummers 'Accessoires' op pagina 49.
Tabel 6: LED-indicator oplader
| Status LED-indicatie | ||
| Batterij laadt op Brandt rood | ● | |
| De batterij is volledig opgeladen | Brandt groen | ● |
| Batterijfout6 | Knippert rood | ● |
3.9
De batterijstatus controleren
Procedure:
Druk kort op de aan/uit- en batterijknop.
De functies voor spraakgestuurde bediening en de slimme lichtgevende statusring geven de status van de batterij van de portofoon aan.
Tabel 7: Status batterij
| Batterijniveau LED-indicatie | Kleur | |
| Hoog (50 – 100%) Groen | ||
| Gemiddeld (20 – 50%) Geel | ||
| Laag (3 – 20%) Rood | ||
| Kritiek (0 – 3%) Knippert rood |
De portofoon keert terug naar de huidige kanaalkleur nadat de batterijstatus is aangegeven.
Hoofdstuk 4
U kunt de functies van de portofoons programmeren of wijzigen door gebruik te maken van de Customer Programming Software (CPS) en de CPS-programmeerkabel.
CPS kan gratis worden gedownload van http://www.motorolasolutions.com/CLPe.
4.1
De portofoon programmeren
Eerste vereisten:
Installeer de Computer Programming Software (CPS) op uw computer.
Zorg dat de portofoon is ingeschakeld.
Procedure:
1 Sluit de portofoon aan met behulp van de oplader of het opladercompartiment met het PROG-label op de oplader voor meerdere apparaten en de CPS-programmeerkabel.
Afbeelding 10: De portofoon programmeren via een oplader voor één apparaat

Afbeelding 11: De portofoon programmeren via een oplader voor meerdere apparaten

2 Zet de kabelschakelaar op analoog. 3 Zodra de verbinding met de portofoon tot stand is gebracht, opent u de CPS en selecteert u Lezen op de werkbalk om het portofoonprofiel op te halen.
U kunt de algemene instellingen voor audio, menu, kanalen, scanlijst en aangepaste PL/DPL wijzigen en frequenties en PL/DPL-codes voor elk kanaal selecteren.
4 Als u de instellingen wilt opslaan, selecteert u Schrijven naar de radio op de werkbalk.

KENNISGEVING: Zie het Help-menu in de CPS voor meer informatie over de CPS.
4.2
Standaard fabrieksinstellingen
De volgende fabrieksinstellingen zijn op uw portofoon ingesteld.
Tabel 8: Standaardinstellingen CLP446e
| Kanaalnummer Frequenteinstellungen (MHz) | Codewaarde (Hz) Bandbreedte (kHz) |
| 1 446,00625 67,0 12,5 | |
| 2 446,01875 | |
| 3 446,03125 | |
| 4 445,04375 | |
| 5 446,05625 | |
| 6 446,06875 |
| Kanaalnummer Freque | Codewaarde (Hz) Band | breedte (kHz) | |
| tieinstallingen (MHz) | |||
| 7 446,08125 | |||
| 8 446,09375 | |||
Tabel 9: CLP446e - acht extra kanalen/frequenties via CPS
| Kanaalnummer Frequentieinstallingen (MHz) | Codewaarde (Hz) Band | breedte (kHz) |
| 9 446,00625 DPL754 12 | 5 | |
| 10 446,01875 | ||
| 11 446,03125 | ||
| 12 445,04375 | ||
| 13 446,05625 | ||
| 14 446,06875 | ||
| 15 446,08125 | ||
| 16 446,09375 |

KENNISGEVING: In Rusland wettelijk beperkt tot 8 kanalen. Raadpleeg de
gebruikershandleiding. Alleen 446.0-446.1 MHz analoge frequenties zijn standaard
beschikbaar. 446.1-446.2 MHz analoge frequenties mogen alleen worden gebruikt in landen
waar deze frequenties zijn toegestaan door de overheid.
Tabel 10: CLPe PLUS
| Kanaalnummer Freque | tie-instellingen (MHz) | Codewaarde (Hz) Band | breedte (kHz) | |
| 1 464,55 67,0 12,5 | ||||
| 2 467,925 | ||||
| 3 467,85 | ||||
| 4 467,875 | ||||
| 5 461,0625 | ||||
| 6 461,1125 | ||||
| 7 461,1625 | ||||
| 8 461,2125 | ||||
Tabel 11: CLPe PLUS - acht extra kanalen/frequenties
| Kanaalnummer Frequentieinstellungen (MHz) | Codewaarde (Hz) Band | breedte (kHz) |
| 9 461,2625 67,0 12,5 | ||
| 10 461,3125 | ||
| 11 461,3625 | ||
| Kanaalnummer Frequenteinstellingen (MHz) | Codewaarde (Hz) Bandbreedte (kHz) | |
| 12 462,7875 | ||
| 13 462,8375 | ||
| 14 462,8875 | ||
| 15 464,4875 | ||
| 16 464,5375 |
Hoofdstuk 5
Portofoon klonen
Met deze functie kunt u portofooninstellingen van de ene portofoon naar de andere klonen.
5.1
Portofooninstellingen klonen
U kunt de portofooninstellingen van de bron naar een andere portofoon kopiëren.
U kunt een van de volgende opladers en kabels voor klonen gebruiken:
- CLP-oplader voor één apparaat - onderdeelnummer IXPN4028_ en CLP-kloonkabelset - onderdeelnummer HKKN4028_ (optioneel accessoire).
- Oplader voor meerdere apparaten - onderdeelnummer IXPN4029_ (optioneel accessoire).
De oplader voor meerdere apparaten hoeft niet te worden aangesloten om te klonen, maar beide portofoons hebben opgeladen batterijen nodig.
5.2
Portofoons klonen met de kloonkabel
Eerste vereisten:
- Voor elke portofoon heeft u een volledig opgeladen batterij nodig.
- Twee opladers voor één apparaat.
- Beide portofoons moeten uitgeschakeld zijn.
- Bronportofoon: de portofoon die gekloond moet worden.
- Doelportofoon: de portofoon waarnaar u de configuratie van de bronportofoon wilt kopiëren.
Een portofoon die wordt geprogrammeerd met de uitgestuurde frequenties (446.00625 MHz - 446.19375 MHz) biedt geen ondersteuning voor het klonen van oudere portofoons met acht frequentiekanalen.
MHz) biedt geen ondersteuning voor het klonen van oudere portofoons met acht frequentiekanalen.
Afbeelding 12: De portofoon klonen via een oplader voor een apparaat

Procedure:
1. Koppel eventuele kabels zoals netsnoeren of micro-USB-kabels los van de oplader voor een apparaat.
2. Sluit het ene uiteinde van de micro-USB van de kloonkabel aan op de ene oplader voor een apparaat en het andere uiteinde op de andere oplader.

KENNISGEVING:
Zorg ervoor dat de schakelaar op de kloonkabel is ingesteld op Legacy.
Tijdens het kloonproces wordt de voeding uitgeschakeld voor de oplader voor een apparaat. De batterijen kunnen niet worden opgeladen. Er vindt alleen gegevenscommunicatie plaats tussen de twee portofoons.
3. Schakel de doelportofoon in en plaats deze in een van de opladers voor een apparaat. 4. Als u de bronportofoon wilt inschakelen, houdt u tegelijkertijd de PTT-knop en - ingedrukt terwijl u de portofoon inschakelt, totdat u de kloontoon hoort. 5. Om het kloonproces te starten, plaatst u de bronportofoon in de oplader voor een apparaat met een audioaccessoire en drukt u kort op de knop Menu.
Als het klonen is gelukt, zal de bronportofoon een positieve pieptoon horen.
Als het klonen is mislukt, zal de bronportofoon een negatieve pieptoon horen.
De toon klinkt niet langer dan vijf seconden.
6. Sluit de kloonmodus af na afloop van het klonen om de portofoons uit en weer in te schakelen. Zo wordt de gebruikersmodus ingeschakeld.

KENNISGEVING: Als de kloonmodus op de portofoon is ingeschakeld, is de functie Automatische uitschakeling niet van toepassing.
5.3
Portofoons klonen op de oplader voor meerdere apparaten
Eerste vereisten:
- Voor elke portofoon heeft u een volledig opgeladen batterij nodig.
- CLP-oplader voor meerdere apparaten.
- Beide portofoons uitgeschakeld.
- Bronportofoon: Te klonen portofoon.
- Doelportofoon: Portofoon waarnaar u de configuratie van de bronportofoon wilt kopiëren.
Procedure:
1 Als u de bronportofoon in de kloonmodus wilt zetten, houdt u tegelijkertijd de PTT-knop en ingedrukt terwijl u de portofoon inschakelt, totdat u de kloontoon hoort. 2 Plaats de bronportofoon in een van de opladercompartimenten met het label CLONE. 3 Schakel de doelportofoon in en plaats deze in het opladercompartiment met het label CLONE en start het kloonproces. 4 Druk op de knop Menu op de bronportofoon om het kloonproces te starten.
Uit de bronportofoon klinkt de starttoon voor klonen.
5 Als u de portofoon wilt activeren, schakelt u de portofoon uit en weer in wanneer het klonen is voltooid. 6 Als u nog een portofoon wilt klonen, herhaalt u stap 3 tot stap 5. 7 Als u de kloonmodus op de bronportofoon wilt afsluiten, schakelt u de portofoon uit.
Afbeelding 13: De portofoon klonen via een oplader voor meerdere apparaten

5.4
Probleemoplossing voor kloonmodus
Waar en wanneer gebruiken:
U hoort een negatieve pieptoon als het kloonproces is mislukt. Als het klonen mislukt, voert u elk van de volgende stappen uit voordat u probeert het kloonproces opnieuw te starten.
Procedure:
1 Zorg ervoor dat de batterijen van beide portofoons volledig zijn opgeladen en goed op de portofoons zijn geplaatst. 2 Controleer of de kloonkabel goed is aangesloten op beide opladers voor een apparaat. 3 Controleer of de oplader en de contactpunten van de portofoons vrij zijn van vuil en dat het contactpunt van de portofoon goed op de oplader is aangesloten. 4 Controleer of de doelportofoon is ingeschakeld. 5 Controleer of de bronportofoon zich in de kloonmodus bevindt. 6 Controleer of de twee portofoons binnen dezelfde frequentieband en regio vallen en hetzelfde zendvermogen hebben.

KENNISGEVING: Deze kloonkabel is alleen bedoeld voor gebruik met compatibele Motorola Solutions-opladers voor een apparaat.
Bij het bestellen van een kloonkabelset gebruikt u onderdeelnummer HKKN4028_. Zie voor meer informatie over de accessoires Accessoires op pagina 49.
Hoofdstuk 6
Geavanceerde portofoonconfiguratie
Met de geavanceerde portofoonconfiguratie kunt u instellingen configureren vanuit een voorgeprogrammeerde lijst zonder een computer te gebruiken.
In de modus Advanced Configuration Mode (Geavanceerde configuratiemodus) kunt u de volgende instellingen aanpassen:
- Kanalen Frequencies
- Codes (CTCC/DPL)
Met de functie Frequenties kunt u frequenties selecteren voor een kanaal. De functie Codes helpt interferentie te minimaliseren door middel van een reeks codecombinaties voor het filteren van statisch geluid, ruis en ongewenste berichten.
6.1
De modus voor geavanceerde portofoonconfiguratie instellen
Eerste vereisten:
Schakel de portofoon uit.
Procedure:
1. Druk tegelijkertijd op de knop PTT, + en de aan/uit-knop en houd deze drie tot vijf seconden ingedrukt totdat u een geluid en de spraakopdracht Programming Mode (Programmeermodus) hoort.
De LED knippert.
2. Druk op de knop Menu om de instellingen te selecteren die u wilt wijzigen.
De volgende instellingen kunt u wijzigen:
- Kanaal (voor modellen met meerdere kanalen), Frequentie, Code
De spraakmeldingen geven de menu-items en hun huidige instellingen aan.
3. Druk op + of - als u de instelling wilt wijzigen. 4. Druk op de knop Menu om naar de volgende menuoptie te gaan. 5. Als u de modus Advanced Radio Configuration (Geavanceerde portofoonconfiguratie) wilt afsluiten, houdt u de PTT-knop ingedrukt totdat u een geluid hoort.
Hoofdstuk 7
Probleemoplossing
De volgende tabel geeft uitleg over de manieren om problemen op te lossen als het symptoom zich voordoet.
7.1
Symptomen en oplossingen
Procedure:
1
| Als... Dan... | |
| Geen stroom Laad de lithium-ionbatterij op of vervangdeze.KENNISGEVING: Een extremebedrijsttemperatuur kan ervoorzorgen dat de batterij minder langmeegaat.Zie Batterijspecificaties op pagina 24. | |
| U hoor ruis of andere gesprekken op een kanaal | Frequentie of interferentie-eliminatiecode is möglich al in gebruik.Voer een van de volgende handelingen uit:• Controller of de interferentie-eliminatiecode is ingesteld.Wijzig de instellingen voor frequencies ofcodes op alle portofoons.Zorg ervoor dat bij het zenden de juistefrequentie en code worden gebruikt. |
| Bericht is geocodeerd Scramble-code is mogelijk ingeschakelde installing wijdkt af van die van deandere portofoons.Wijzig de installingen via de CustomerProgramming Software (CPS). | |
| De geluidskwaliteit is onvoldoende De instellengen van de portofoon zich Nietgoed op elkaar afgestemd.Commandeer de frequencies, codes enbandbreedtes om er zeker van te zich dat deinstelleningen voor alle portofoons gelijk zich. | |
| Beperkt zendbereik Voer een van de volgendehandelingen uit:• Gebruik een open omgeving om hetzendbereik te verbeteren. Vermijd staal,betonconstructies, richt gebladerte,gebouwen of voertuigen. | |
| ·Wijzig de locatie van de portofoon. ·Als u het bereik en de dekking wilt verzeteren, zorgt u voor minder obstakels of verhoogt u het vermogen. UHF-portofoonslopen een betere dekking in industriële of commercële gebouwen. Als u het vermogen verhoogt, vergroot u het bereik en heeft het signalaer minder moeite met obstakels. | |
| Bericht nicht verzonden of ontvangen Voer eean | van de volgende handelingen uit: ·Druk de PTT-knop volledig in wanner u probeert te zenden. ·Controller of deinstallingen van de portofoons voor kanalen, förenties, interferentie-eliminatiecodes en scramble-codes overeenkomen. Zie Uitzenden en ontvangen op pagina 16. ·Laad de batterijen op, verwang ze of verwissel ze vanplaats. Zie Batterijspecificaties op pagina 24. ·Wijzig de locatie van de portofoon. Obstakels en gebruik binnenschuis of in voertuigen veroorzaken interferentie. ·Zorg ervoor dat de portofoon Niet in de scanmodus staat. Zie Kanalen scannen op pagina 21. |
| Zware statische ruis of interferentie Portofoons | sijken te zich bij elkaar. Zorgervoor dat de afstand:tussen de zend-en ontvangsportofoons minstens 1,5 m (5 ft) is. De portofoons bevinden zich te ver uit elkaar of erijken obstakels die interferentieveroorzaken. |
| Batterijen bijna leeg Laad de lithium-ionbatterij | op of verwangdeze. KENNISGEVING: Een extreme bedrijfstemperatuur zorgt ervoor dat de batterij onder lang meegaat.Zie Batterijspecificaties op pagina 24. |
| De LED van het oplaadstation knippert Niet | Voer een van de volgende handelingen uit: ·Controller of de portofoon en de batterij goed় geplaatst. ·Controller of de batterij en decontactpunter schoon় en deoplaadpin goed is geplaatst. |
| Zie hiervoor Een losse batterij opladen met de oplader voor=eén apparaat op pagina 27 en LED-indications oplader op pagina 29. | |
| De batterij is Niet opgeladen, hoewel deze enigeijd in de oplader heeft gestaan. | Voer een van de volgende handelingen uit: • Controller of de oplader goed is aangesloten op een compatibile voedingsbron. Zie Een losse batterij opladen met de oplader voor=eén apparaat op pagina 27. • Bekijk de LED's van de oplader om te controleren of er problemen+zijn met de batterij. Zie LED-indications oplader op pagina 29. |
Hoofdstuk 8
Gebruik en onderhoud
In dit hoofdstuk wordt het onderhoud van de portofoon uitgelegd.
Gebruik een zachte, vochtige doek om de buitenkant te reinigen.
Dompel de portofoon niet onder in water.
Gebruik geen alcohol of schoonmaakmiddelen.
Als de portofoon wordt ondergedompeld in water:
Schakel de portofoon uit en verwijder de batterijen.
Droog de portofoon met een zachte doek.
Maak geen gebruik van de portofoon totdat deze droog is.
KENNISGEVING: Portofoon is alleen IP54 wanneer de stofkap of het audioaccessoire op de connector is aangesloten.
Hoofdstuk 9
Radiogolven- en codetabel
De volgende tabellen tonen de frequentie-informatie en zijn nuttig bij het gebruik van CLP-tweewegportofoons van Motorola Solutions met andere zakelijke portofoons.
9.1
Frequentielijst voor CLP446e
Tabel 12: Standaardinstellingen CLP446e-model
| Frequentienummer Frequentie-installingen (MHz) | Bandbreedte (kHz) |
| 1 446,00625 12,5 | |
| 2 446,01875 12,5 | |
| 3 446,03125 12,5 | |
| 4 445,04375 12,5 | |
| 5 446,05625 12,5 | |
| 6 446,06875 12,5 | |
| 7 446,08125 12,5 | |
| 8 446,09375 12,5 |
Tabel 13: CLP446e - acht extra frequenties via CPS
| Frequentienummer Frequentie-installingen (kHz) | Bandbreedte (kHz) |
| 9 446,10625 12,5 | |
| 10 446,11875 12,5 | |
| 11 446,13125 12,5 | |
| 12 446,14375 12,5 | |
| 13 446,15625 12,5 | |
| 14 446,16875 12,5 | |
| 15 446,18125 12,5 | |
| 16 446,19375 12,5 | |
| KENNISGEVING: In Rusland wettelijk beperkt tot 8 kanalen. Alleen 446.0–446.1 MHz analogue frequencies zijn standard beschikbaar. 446.1–446.2 MHz analoge frequenciesmightalen worden gebruikt in landen waar deze frequenciesijken toegestaan door deoverheid. | |
9.2
CLPe PLUS-frequenties
Tabel 14: CLPe Plus UHF-frequenties. Frequenties kunnen worden gewijzigd vanuit de frequentietabel via de CPS.
| Frequenien ummer | Frequentie (MHz) | Bandbreedte (kHz) | Frequenien ummer | Frequentie (MHz) | Bandbreedte (kHz) |
| 1 464,5000 | 12,5 46 466,3375 | 12,5 | |||
| 2 464,5500 | 12,5 47 466,3625 | 12,5 | |||
| 3 467,7625 | 12,5 48 467,7875 | 12,5 | |||
| 4 467,8125 | 12,5 49 467,8375 | 12,5 | |||
| 5 467,8500 | 12,5 50 467,8625 | 12,5 | |||
| 6 467,8750 | 12,5 51 467,8875 | 12,5 | |||
| 7 467,9000 | 12,5 52 467,9125 | 12,5 | |||
| 8 467,9250 | 12,5 53 469,4875 | 12,5 | |||
| 9 461,0375 | 12,5 54 469,5125 | 12,5 | |||
| 10 461,0625 | 12,5 55 469,5375 | 12,5 | |||
| 11 461,0875 | 12,5 56 469,5625 | 12,5 | |||
| 12 461,1125 | 12,5 57 462,1875 | 12,5 | |||
| 13 461,1375 | 12,5 58 462,4625 | 12,5 | |||
| 14 461,1625 | 12,5 59 462,4875 | 12,5 | |||
| 15 461,1875 | 12,5 60 462,5125 | 12,5 | |||
| 16 461,2125 | 12,5 61 467,1875 | 12,5 | |||
| 17 461,2375 | 12,5 62 467,4625 | 12,5 | |||
| 18 461,2625 | 12,5 63 467,4875 | 12,5 | |||
| 19 461,2875 | 12,5 64 467,5125 | 12,5 | |||
| 20 461,3125 | 12,5 65 451,1875 | 12,5 | |||
| 21 461,3375 | 12,5 66 451,2375 | 12,5 | |||
| 22 461,3625 | 12,5 67 451,2875 | 12,5 | |||
| 23 462,7625 | 12,5 68 451,3375 | 12,5 | |||
| 24 462,7875 | 12,5 69 451,4375 | 12,5 | |||
| 25 462,8125 | 12,5 70 451,5375 | 12,5 | |||
| 26 462,8375 | 12,5 71 451,6375 | 12,5 | |||
| 27 462,8625 | 12,5 72 452,3125 | 12,5 | |||
| 28 462,8875 | 12,5 73 452,5375 | 12,5 | |||
| 29 462,9125 | 12,5 74 452,4125 | 12,5 | |||
| 30 464,4875 | 12,5 75 452,5125 | 12,5 | |||
| 31 464,5125 | 12,5 76 452,7625 | 12,5 | |||
| Frequentien ummer | Frequentie (MHz) | Bandbreedte e (kHz) | Frequentien ummer | Frequentie (MHz) | Bandbreedte e (kHz) |
| 32 464,5375 | 12,5 77 | 452,8625 | 12,5 | ||
| 33 464,5625 | 12,5 | 78 | 456,1875 | 12,5 | |
| 34 466,0375 | 12,5 | 79 | 456,2375 | 12,5 | |
| 35 466,0625 | 12,5 | 80 | 456,2875 | 12,5 | |
| 36 466,0875 | 12,5 | 81 | 468,2125 | 12,5 | |
| 37 466,1125 | 12,5 | 82 | 468,2625 | 12,5 | |
| 38 466,1375 | 12,5 | 83 | 468,3125 | 12,5 | |
| 39 466,1625 | 12,5 | 84 | 468,3625 | 12,5 | |
| 40 466,1875 | 12,5 | 85 | 468,4125 | 12,5 | |
| 41 466,2125 | 12,5 | 86 | 468,4625 | 12,5 | |
| 42 466,2375 | 12,5 | 87 | 468,5125 | 12,5 | |
| 43 466,2625 | 12,5 | 88 | 468,5625 | 12,5 | |
| 44 466,2875 | 12,5 | 89 | 468,6125 | 12,5 | |
| 45 466,3125 | 12,5 | 90 | 468,6625 | 12,5 |
9.3
CTCSS/DPL-interferentie-eliminatiecodes
Tabel 15: CTCSS/DPL-interferentie-eliminatiecodes
| CTCSS Code CTCSS/Code DPL Code DPL Code DPL CodeDPL | |
| 0 Uitgeschaka24 151,4 47 54 71 243 95 445keld | |
| 1 67,0 25 156,7 48 65 72 244 96 464 | |
| 2 71,9 26 162,2 49 71 73 245 97 465 | |
| 3 74,4 27 167,9 50 72 74 251 98 466 | |
| 4 77,0 28 173,8 51 73 75 261 99 503 | |
| 5 79,7 29 179,9 52 74 76 263 100 506 | |
| 6 82,5 30 186,2 53 114 77 265 101 516 | |
| 7 85,4 31 192,8 54 115 78 271 102 532 | |
| 8 88,5 32 203,5 55 116 79 306 103 546 | |
| 9 91,5 33 210,7 56 125 80 311 104 565 | |
| 10 94,8 34 218,1 57 131 81 315 105 606 | |
| 11 97,4 35 225,7 58 132 82 331 106 612 | |
| 12 100,0 36 233,6 59 134 83 343 107 624 | |
| 13 103,5 37 241,8 60 143 84 346 108 627 | |
| 14 107,2 38 250,3 61 152 85 351 109 631 | |
| CTCSS Code CTCSS/DPL | Code DPL Code DPL Code DPL Code |
| 15 110,9 122 69,3 62 155 86 364 110 632 | |
| 16 114,8 39 23,0 63 156 87 365 111 654 | |
| 17 118,8 40 25,0 64 162 88 371 112 662 | |
| 18 123,0 41 26,0 65 165 89 411 113 664 | |
| 19 127,3 42 31,0 66 172 90 412 114 703 | |
| 20 131,8 43 32,0 67 174 91 413 115 712 | |
| 21 136,5 44 43,0 68 205 92 423 116 723 | |
| 22 141,3 45 47,0 69 223 93 431 117 731 | |
| 23 146,2 46 51,0 70 226 94 432 118 732 | |
| 119 734 | |
Tabel 16: CTCSS/DPL-interferentie-eliminatiecodes (Vervolg)
| DPL Code | DPL Code | DPL Code | DPL Code |
| 120 743 | 146 Geinverteerde DPL 55 | 171 Geinverteerde DPL 80 | |
| 121 754 | 147 Geinverteerde DPL 56 | 172 Geinverteerde DPL 81 | |
| 123 645 | 148 Geinverteerde DPL 57 | 173 Geinverteerde DPL 82 | |
| 124 Aangepaste PL | 149 Geinverteerde DPL 58 | 174 Geinverteerde DPL 83 | |
| 125 Aangepaste PL | 150 Geinverteerde DPL 59 | 175 Geinverteerde DPL 84 | |
| 126 Aangepaste PL | 151 Geinverteerde DPL 60 | 176 Geinverteerde DPL 85 | |
| 127 Aangepaste PL | 152 Geinverteerde DPL 61 | 177 Geinverteerde DPL 86 | |
| 128 Aangepaste PL | 153 Geinverteerde DPL 62 | 178 Geinverteerde DPL 87 | |
| 129 Aangepaste PL | 154 Geinverteerde DPL 63 | 179 Geinverteerde DPL 88 | |
| 130 Geinverteerde DPL 39 | 155 Geinverteerde DPL 64 | 180 Geinverteerde DPL 89 | |
| 131 Geinverteerde DPL 40 | 156 Geinverteerde DPL 65 | 181 Geinverteerde DPL 90 | |
| 132 Geinverteerde DPL 41 | 157 Geinverteerde DPL 66 | 181 Geinverteerde DPL 90 | |
| DPL Code DPL | Code DPL | Code DPL | Code DPL |
| 133 Geinver teerde DPL 42 | 158 Geinverteerde DPL 67 | 182 Geinverteerde DPL 91 | 207 Geinverteerde DPL 116 |
| 134 Geinver teerde DPL 43 | 159 Geinverteerde DPL 68 | 183 Geinverteerde DPL 92 | 208 Geinverteerde DPL 117 |
| 135 Geinver teerde DPL 44 | 160 Geinverteerde DPL 69 | 184 Geinverteerde DPL 93 | 209 Geinverteerde DPL 118 |
| 136 Geinver teerde DPL 45 | 161 Geinverteerde DPL 70 | 185 Geinverteerde DPL 94 | 210 Geinverteerde DPL 119 |
| 137 Geinver teerde DPL 46 | 162 Geinverteerde DPL 71 | 186 Geinverteerde DPL 95 | 211 Geinverteerde DPL 120 |
| 138 Geinver teerde DPL 47 | 163 Geinverteerde DPL 72 | 187 Geinverteerde DPL 96 | 212 Geinverteerde DPL 121 |
| 139 Geinver teerde DPL 48 | 164 Geinverteerde DPL 73 | 188 Geinverteerde DPL 97 | 213 Geinverteerde DPL 123 |
| 140 Geinver teerde DPL 49 | 165 Geinverteerde DPL 74 | 189 Geinverteerde DPL 98 | 214 Aangepaste DPL |
| 141 Geinver teerde DPL 50 | 166 Geinverteerde DPL 75 | 190 Geinverteerde DPL 99 | 215 Aangepaste DPL |
| 142 Geinver teerde DPL 51 | 167 Geinverteerde DPL 76 | 191 Geinverteerde DPL 100 | 216 Aangepaste DPL |
| 143 Geinver teerde DPL 52 | 168 Geinverteerde DPL 77 | 192 Geinverteerde DPL 101 | 217 Aangepaste DPL |
| 144 Geinver teerde DPL 53 | 169 Geinverteerde DPL 78 | 193 Geinverteerde DPL 102 | 218 Aangepaste DPL |
| 145 Geinver teerde DPL 54 | 170 Geinverteerde DPL 79 | 194 Geinverteerde DPL 103 | 219 Aangepaste DPL |
Hoofdstuk 10
Beperkte garantie voor Motorola Solutions
10.1
Garantie-informatie
De geautoriseerde Motorola Solutions-verkoper bij wie u de Motorola Solutions-tweerichtingsportofoon en/of originele accessoires hebt gekocht, accepteert een garantieclaim en/of voorziet in garantieservice. Retourneer de radiozendontvanger aan uw verkoper om gebruik te maken van de garantieservice. Stuur de radiozendontvanger niet terug aan Motorola Solutions. Om aanspraak te kunnen maken op garantie dient u de aankoopnota of een vergelijkbaar bewijs van aankoop voorzien van de aankoopdatum te overleggen. De radiozendontvanger dient ook duidelijk te zijn voorzien van een serienummer. De garantie vervalt als het type- of serienummer op het product is veranderd, verwijderd of onleesbaar gemaakt.
10.2
V. WAT WORDT NIET GEDEKT DOOR DEZE GARANTIE
1 Defecten of schade als gevolg van gebruik van het Product op een andere manier dan de normale en gebruikelijke manier. 2 Defecten of schade door misbruik, ongevallen, nalatigheid of vocht. 3 Defecten of schade door onjuist testen, gebruik of onderhoud of onjuiste installatie, wijziging of aanpassing. 4 Afbreken van of schade aan antennes, tenzij rechtstreeks veroorzaakt door materiaal- of fabricagefouten. 5 Producten die op ongeoorloofde wijze zijn gewijzigd, gedemonteerd of gerepareerd (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, toevoegingen van niet door Motorola Solutions geleverde apparatuur aan het Product), die de prestaties van het Product nadelig beïnvloeden of die de normale garantie-inspectie of het normale testen van het Product door Motorola Solutions voor het vaststellen van garantieclaims verstoren. 6 Producten waarvan het serienummer is verwijderd of onleesbaar is gemaakt. 7 Oplaadbare batterijen, indien:
- de afdichting van de batterij kapot is of wanneer er duidelijk mee is geknoeid.
- de schade of het defect is veroorzaakt door het opladen of gebruik van de batterij in apparatuur of een service anders dan het Product waarvoor de batterij is bedoeld.
8 Vervoerkosten naar de reparatielocatie.
9 Producten die, als gevolg van illegale of ongeoorloofde wijziging van de software/firmware in het Product, niet meer werken in overeenstemming met de door Motorola Solutions gepubliceerde specificaties of de FCC-certificering voor het Product die van kracht was op het moment dat het Product oorspronkelijk door Motorola Solutions werd gedistribueerd. 10 Krassen of andere cosmetische schade aan oppervlakken van het Product die de werking van het Product niet beïnvloeden. 11 Normale en gebruikelijke slijtage.
Hoofdstuk 11
Accessoires
Tabel 17: Audio-accessoires
| Artikelnr. Beschrijving | |
| PMLN8077 Enkele over-ear oortelefoon | |
| PMLN8125 Enkele over-ear oortelefoon, kort snoer | |
| PMLN8190 Bewakingsoortelefoon, enkele pin |
Tabel 18: Batterijen
| Artikelnr. Beschrijving | |
| HKNN4013_Lithium-ionbatterij met hoge capacitet | uit de CLP-serie |
| PMLN8066_Lithium-ionbatterijklepuit de CLPe-serie |
Tabel 19: Draagaccessoires
| Artikelnr. Beschrijving | |
| PMLN8064_Magnetische houder uit de CLPe-serie | |
| PMLN8065_Draaibare CLP-riemklemhouser |
Tabel 20: Opladers
| Artikelnr. Beschrijving | |
| IXPN4029_clP-oblader voor meerdere apparater | |
| IXPN4028_9 | CLP-oblader voor een apparaat |
Tabel 21: Programmeerkabels
| Artikelnr. Beschrijving | |
| HKKN4027_CPS-kabel uit de CLP-serie | |
| HKKN4028_CLP-kloonkabel |