6436 - Zaag SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 6436 SOLO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 6436 - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 6436 van het merk SOLO.
GEBRUIKSAANWIJZING 6436 SOLO
Inhoudsopgave 1 Over deze gebruikershandleiding ............ 60
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik..... 61
2.3 Overige risico's................................... 61
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-
ningen ................................................ 61
2.5 Symbolen op het apparaat ................. 61
3.1 Veiligheidsinstructies voor kettingza-
gen ..................................................... 63
3.2 Oorzaken en vermijding van een te-
rugslag ............................................... 64
3.3 Veiligheidsaanwijzingen voor de
3.3.3 Werken met de kettingzaag......... 65
3.3.6 Omgang met benzine en olie....... 67
3.3.7 Veiligheid van personen, dieren
en eigendommen......................... 67 4 Montage................................................... 67
4.1 Montage van de geleiderail en zaag-
5.3 Bedrijfsmiddelen bijvullen (07) ........... 70
7.1 Gebruik van de aanslagkam (13) ....... 73
leren bij stationair draaien .................. 78
8.9 Stationair toerental aan de carbura-
De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over het appa- raat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Gebruiksaanwijzing Gebruik het benzineapparaat niet in de buurt van open vlammen of hitte- bronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en
signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële scha- de kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duide- lijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING Deze gebruiksaanwijzing beschrijft een handge- dragen kettingzaag, die wordt aangedreven met een bezinemotor.
De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor ge- bruik in tuinen. In een dergelijke omgeving kan de kettingzaag worden gebruikt voor houtzaag- werk, zoals:
Zagen van boomstammen
Zagen van takken afhankelijk van de snij- lengte De kettingzaag mag enkel worden gebruikt voor het buiten zagen van hout. Tijdens het gebruik zijn voldoende persoonlijke beschermingsmidde- len vereist. Alle andere toepassingen zoals pro- fessionele boomverzorging van de binnenkant van een boom, worden uitdrukkelijk uitgesloten. Voor schade door bedieningsfouten is de gebrui- ker aansprakelijk. Enkel de zaagkettingen en zwaardcombinaties die in de gebruikershandlei- ding voor dit gereedschap worden vermeld, mo- gen worden gebruikt. Elke andere toepassing dan hier beschreven, wordt beschouwd als niet overeenkomstig het gebruiksdoel. De kettingzaag mag niet commercieel worden gebruikt. VOORZICHTIG! Letselgevaar door ondoelmatig ge- bruik! Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voor- werpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.
Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.
Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, zoals spij- kers, schroeven, beslag.2500096_b 61 Productomschrijving
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
Snoei nooit takken, die zich recht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige personen bevinden.
Gebruik geen afgewerkte olie.
Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.
2.3 Overige risico's
Ook bij reglementair gebruik van het gereed- schap kan sprake zijn van een restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Door het type en de con- structie van het apparaat kunnen volgende geva- ren niet worden uitgesloten.
Contact met de vrij toegankelijke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).
Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).
Plotselinge en onverwachte beweging van het zwaard (gevaar voor snijletsel).
Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).
Loskomen van delen van het bewerkte hout.
Loskomen van deeltjes van het bewerkte hout.
Emissies van de benzinemotor.
Aanraking van de huid met brandstof (benzi- ne/olie).
Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.
beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gema- nipuleerde veiligheids- en beveili- gingsvoorzieningen Wanneer veiligheids- en beveiligings- voorzieningen zijn gemanipuleerd, kan tijdens werkzaamheden met de ketting- zaag zwaar letsel worden toegebracht.
Stel de beschermings- en beveili- gingsvoorzieningen nooit buiten wer- king!
Werk uitsluitend met de kettingzaag, wanneer alle veiligheids- en beveili- gingsvoorzieningen correct functio- neren. Beschermkap van het zaagblad Voor transport moet de beschermkap over het zaagblad en de zaagketting worden geschoven, om persoonlijk letsel en beschadiging van voor- werpen te voorkomen. Kettingrem De kettingrem wordt bij een terugslag door de handbescherming geactiveerd en stopt de draai- ende zaagketting onmiddellijk. Veiligheids-blokkeertoets De gashendel kan pas ingedrukt worden als de veiligheids-blokkeertoets is ingedrukt.
2.5 Symbolen op het apparaat
Symbool Betekenis Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! Terugslagrisico! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen nooit met slechts één hand vast! Draag een veiligheidshelm, gehoor- bescherming en oogbescherming! Draag beschermende handschoe- nen! Draag stevige schoenen! Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen altijd met beide handen vast!NL 62 6436 | 6442 Productomschrijving Symbool Betekenis Tank voor benzine/oliemengsel Brandstoftoevoerknop Zon: Normaal/zomermodus Sneeuwvlok: Wintermodus Voor de veilige werking en het veilige onderhoud werden symbolen op de machine gedrukt. Neem deze instructies altijd in acht. Symbool Betekenis Aansluiting om brandstofmengsel bij te vullen Positie: bij de tankdop Aansluiting om kettingolie bij te vul- len Positie: bij de olietankdop De motorschakelaar bedienen; de schakelaar op "O" zetten, de motor schakelt onmiddellijk uit. Positie: links van de achterste handgreep De luchtklepknop bedienen Trekt u de knop naar buiten, sluit de lucht- klep, duwt u de knop naar binnen, opent de luchtklep. Positie: Luchtfilterdeksel De oliepomp instellen Draai de stang met een schroevendraaier in de richting van de pijl tot stand MAX voor een sterkere oliestroom resp. tot stand MIN voor een zwakkere oliestroom van de kettingolie. Positie: Onderkant van de aandrij- feenheid De schroef onder de markering "H" dient om het mengsel bij een hoger toerental in te stellen. Positie: linksboven bij de achterste handgreep Symbool Betekenis De schroef onder de markering "L" dient om het mengsel bij een lager toerental in te stellen. Positie: linksboven bij de achterste handgreep De schroef boven de markering "T" dient om het stationair toerental in te stellen. Positie: linksboven bij de achterste handgreep Toont in welke richting de ketting- rem wordt losgelaten (witte pijl) of ingedrukt (zwarte pijl). Positie: voorkant van de geleiderail Toont in welke richting de ketting gemonteerd is. Positie: voorkant van de geleiderail Gegarandeerd geluidsniveau: 113 dB(A)
2.6 Inhoud van de levering
Controleer na het uitpakken of alle onderdelen zijn geleverd.
Nr. Component 1 Zaagblad 2 Zaagketting 3 Bezine-kettingzaag 4 Beschermkap voor geleiderail 5 Vijl 6 Schroevendraaier 7 Combisleutel 8 Gebruiksaanwijzing2500096_b 63 Veiligheidsinstructies
2.7 Productoverzicht (01)
Nr. Component 1 Zaagblad 2 Zaagketting 3 Voorste handbescherming 4 Voorste handbeugel 5 Luchtfilterdeksel 6 Borgklemmen voor luchtfilterdeksel 7 Gashendel 8 Veiligheids-blokkeertoets 9 Achterste handbeugel 10 Wiptoets voor het uitschakelen van de motor, springt vanzelf terug 11 Brandstoftank 12 Choke-draaiknop (voor koude start) 13 Handgreep startinrichting 14 Oliereservoir 15 Beschermkap voor geleiderail 16 Boomklauw 17 Bevestigingsmoeren voor geleiderail 18 Stelbout voor kettingspanner 19 Railbevestiging 20 Primer-Ball 21 Gebruiksaanwijzing 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Controleer het apparaat dagelijks voor ieder gebruik en na ieder vallen of gebeurtenissen als bijv. het inwerken van geweld door slagen of stoten op schade en bedrijfsveilige hoeda- nigheid.
Controleer de dichtheid van het brandstofsys- teem en de functionaliteit van de veiligheids- voorzieningen. Gebruik een geen geval ap- paraten die niet meer bedrijfsveilig zijn. Neem bij twijfels contact op met uw dealer.
Draag bij de werkzaamheden met het appa- raat een gehoorbescherming, met name bij een dagelijkse werktijd van meer dan 2,5 uur. Door de werking van het apparaat ontstaat er sterke geluidsvorming die gehoorschade bij de bediener kan veroorzaken.
Draag beschermende handschoenen tegen trillingen en maak regelmatig een pauze als preventieve maatregel tegen het fenomeen van Raynaud ("dode vingers"). Een langere gebruiksduur van het apparaat kan tot door de trillingen veroorzaakte doorbloedings- stoornissen van de handen leiden. Een nauwkeurige gebruiksduur kan niet worden vastgelegd. Die is afhankelijk van verschillen- de factoren. Let bij voortdurend gebruik van het apparaat op uw handen en vingers. Raadpleeg een arts als er symptomen optre- den als bijv. verlies van gevoel, pijn, jeuk, vermindering van de lichaamskracht of ver- andering van huidskleur of huid.
Gebruik de motor nooit in gesloten ruimtes en schakel hem uit als u tijdens het gebruik van het apparaat misselijk, duizelig of onwel wordt. Raadpleeg onmiddellijk een arts. Het apparaat veroorzaakt vergiftige gassen als de motor draait. Deze gassen kunnen geur- loos en onzichtbaar zijn.
Gebruik het apparaat niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen. De dampen van benzine en olie zijn zeer makkelijk ont- vlambaar.
Draag een stofmasker als tijdens de werk- zaamheden met het apparaat zaagsel, damp of rook ontstaat. Die kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
3.1 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen
Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Contro- leer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaam- heden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting gegre- pen worden.
Houd de kettingzaag altijd met uw rechter- hand aan de achterste greep en uw linker- hand aan de voorste greep vast. De ket- tingzaag in omgekeerde werkhouding vast- houden, verhoogt het risico op letsels en mag niet toegepast worden.
Draag veiligheidsbril en gehoorbescher- ming. Overige bescherming voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevo- len. Geschikte werkkleding vermindert het letselgevaar door rondvliegende spaanders en toevallig aanraken van de zaagketting.NL 64 6436 | 6442 Veiligheidsinstructies
Werk nooit vanuit een boom met de ket- tingzaag. Wanneer u vanuit een boom werkt, bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.
Let altijd op een stabiele positie en ge- bruik de kettingzaag alleen wanneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Gladde ondergrond of onstabiele stand zoals op een ladder, kunnen leiden tot even- wichtsverlies of tot controleverlies over de kettingzaag.
Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Wanneer de spanning in de houten vezels vrijkomt, kan de tak onder spanning de bedienende persoon raken en/of de kettingzaag aan de controle onttrekken.
Wees bijzonder voorzichtig bij het knip- pen van onderbegroeiing en jonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken in de zaagketting en tegen u slagen of u uit evenwicht brengen.
Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagket- ting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de ketting- zaag moet de beschermkap altijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de ketting- zaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.
Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van toebehoren. Een foutief gespannen of ge- smeerde ketting kan scheuren of het terug- slagrisico verhogen.
Zorg dat de grepen droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Vette, olieachtige grepen zijn glibberig en leiden tot controle- verlies.
Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: gebruik de ket- tingzaag niet om plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-reglementaire werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden.
3.2 Oorzaken en vermijding van een
terugslag Terugslag kan optreden wanneer het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt. Een aanraking met het zaagbladuiteinde kan in veel gevallen tot een onverwachte, achterwaartse reactie leiden, waarbij het zaagblad naar boven en in de richting van de bedienaar wordt gesla- gen. Wanneer de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem raakt, kan het blad hierdoor heftig in de richting van de bedienaar terugslaan. Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijkerwijze zware letsels oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de beveiligingen die in de kettingzaag zijn inge- bouwd. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om ongeval- en letselvrij te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van het gereedschap. Die kan ver- meden worden door geschikte voorzorgsmaatre- gelen, zoals hierna beschreven:
Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li- chaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslag- krachten. Mits hij/zij geschikte maatregelen treft, kan de bedienaar de optredende terug- slagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daar- door wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een bete- re controle van de kettingzaag in onverwach- te situaties mogelijk gemaakt.
Gebruik altijd vervangbladen en zaagket- tingen die de fabrikant voorschrijft. Foutie- ve vervangbladen kunnen de ketting doen scheuren en/of een terugslag veroorzaken.
Respecteer de aanwijzingen van de fabri- kant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegren- zers verhogen de neiging tot een terugslag.
3.3 Veiligheidsaanwijzingen voor de
Neem de voor uw land specifieke veiligheids- voorschriften in acht, bijv. van beroepsorgani- saties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-in- stanties.
Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.2500096_b 65 Veiligheidsinstructies
Houd de werkomgeving vrij van rondslinge- rende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikel- gevaar.
De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu- eel letsel bij derden en voor materiële scha- de.
Personen van jonger dan 16 jaar en perso- nen die de gebruikershandleiding niet heb- ben gelezen, mogen het apparaat niet ge- bruiken.
Wanneer u voor het eerst met een ketting- zaag werkt: Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de ket- tingzaag uitleggen, of volg een cursus.
Iedereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheids- overwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/ hem mogelijk is met een kettingzaag te wer- ken.
Wij adviseren u om maatregelen te treffen waarmee u zich tegen de belasting door vibratie beschermt. Afhankelijk van de ge- bruikssituatie kunnen de daadwerkelijke tril- lingswaarden van de in de technische gege- vens vermelde waarden afwijken. Neem hier- bij het complete werkproces in acht, dus ook de tijdstippen waarop het apparaat zonder belasting werkt of is uitgeschakeld. Tot ge- schikte maatregelen behoren onder meer een regelmatig onderhoud van het apparaat en de opzetstukken, het warmhouden van uw handen, regelmatige pauzes en een goede planning van het werkproces.
Maximale gebruiksduur en werkpauzes vaststellen naargelang de trillingswaarde.
Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gel- den.
3.3.3 Werken met de kettingzaag
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn ge- monteerd, kan zwaar letsel worden ver- oorzaakt.
Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn ge- monteerd.
Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen be- schadigingen heeft of versleten on- derdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.
Nooit alleen werken.
Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.
Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbon- den aan een elektrische leiding.
De persoonlijke beschermingsmiddelen be- staan uit:
gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm
veiligheidsbroek met ingelegde snijbevei- liging
stevige werkhandschoenen
veiligheidsschoenen met slipvaste zolen, stalen neuzen en snijbescherming
De kettingzaag niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo niet meer mogelijk.
Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit en plaats de kettingbeschermer.
Als het apparaat niet wordt gebruikt, de ben- zinemotor uitschakelen en de kettingbescher- ming opsteken.
De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze is uitgeschakeld.
De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.NL 66 6436 | 6442 Veiligheidsinstructies
Als een boomstam dikker is dan de lengte van het zaagblad, moet deze door een vak- man worden omgezaagd.
Plaats de zaagketting alleen voor een zaags- nede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.
Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.
Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm.
Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzienin- gen nooit buiten werking.
3.3.4 Belasting door trillingen
WAARSCHUWING! Gevaar als gevolg van trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tij- dens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opge- geven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgende factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wij- ze gesneden of verwerkt?
Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende hand- grepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
Gebruik het apparaat alleen met het toerental van de verbrandingsmotor dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onder- houd kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerk- plaats.
De mate van belasting als gevolg van trillin- gen is afhankelijk van de uit te voeren werk- zaamheden of van de toepassing van het ap- paraat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de belasting door tril- lingen gedurende de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symp- toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de- ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage tempera- turen (ca. beneden 10°C) neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol- doende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo- gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdem- pende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Leg in een werkschema vast hoe de belas- ting door trillingen kan worden begrensd.
3.3.5 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij- den. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge- hoorbescherming worden gedragen.2500096_b 67 Montage
3.3.6 Omgang met benzine en olie
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar Bij het ontsnappen van een benzine- luchtmengsel ontstaat potentieel explo- sieve atmosfeer. Door een ondeskundi- ge omgang met brandstoffen kunnen de- ze ontsteken, exploderen en ontbran- den, wat tot zwaar letsel en zelfs sterf- gevallen kan leiden.
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist altijd de volgende ge- dragsregels in acht.
Transporteer en bewaar benzine en olie uit- sluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie niet toegankelijk zijn voor kinderen.
Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieube- scherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde te- rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trech- ter.
Tank het apparaat nooit af in gesloten ruim- ten. Op de vloer kunnen zich benzinedampen verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.
Veeg gemorste benzine altijd onmiddellijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op een goed geventileerde plaats drogen voordat u deze weggooit. Anders kan spontane zelfont- branding optreden.
Bij het morsen van benzine ontstaan benzin- edampen. Start het apparaat daarom nooit op dezelfde plaats, maar altijd op een plaats die minimaal 3 m daarvan is verwijderd.
Vermijd huidcontact met producten van mine- rale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig.
Let erop dat uw kleding niet in contact komt met benzine. Vervang uw kleding onmiddel- lijk wanneer benzine op uw kleding terecht- gekomen is.
Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of hete motor.
3.3.7 Veiligheid van personen, dieren en
Gebruik het apparaat alleen voor werkzaam- heden waarvoor het is bedoeld. Niet-regle- mentair gebruik kan letsel en materiële scha- de veroorzaken.
Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwe- zig zijn.
Houd een veiligheidsafstand aan tot perso- nen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.
Houd de stroom van uitlaatgassen nooit ge- richt op personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kun- nen letsel veroorzaken.
Schakel het apparaat altijd uit wanneer u het niet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naar een ander werkgebied, bij onderhoudswerk- zaamheden, bij het tanken van het benzine- oliemengsel.
Schakel het apparaat bij een ongeval onmid- dellijk uit om verder letsel en materiële scha- de te voorkomen.
Gebruik het apparaat nooit met versleten of defecte onderdelen. Versleten of defecte on- derdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen. 4 MONTAGE GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ern- stig persoonlijk letsel bij een ingescha- kelde motor.
Voer alle ingrepen met uitgeschakel- de motor uit.NL 68 6436 | 6442 Ingebruikname LET OP! Kans op schade aan het apparaat Gevaar voor schade aan apparaten door ondeskundige montage.
Het uitpakken en de montage moe- ten op een vlak en stabiel oppervlak gebeuren.
Er moet voldoende plaats zijn om de machine en de verpakking te ver- plaatsen en de geschikte gereed- schappen moeten beschikbaar zijn. LET OP! Gevaar voor milieuschade Gevaar voor milieuschade door ondes- kundige afvalverwijdering.
Het verwijderen van de verpakking moet conform de lokale voorschrif- ten gebeuren. VOORZICHTIG! Risico op letsel Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel ver- oorzaken.
Draag altijd vaste werkhandschoe- nen om het zaagblad en de ketting te monteren.
Werk bij de montage van het zaag- blad en de ketting met uiterste zorg- vuldigheid om de veiligheid en effici- entie van de machine niet te beïn- vloeden; raadpleeg in geval van twij- fel uw dealer. OPMERKING De machine wordt geleverd met gede- monteerd zaagblad en gedemonteerde ketting en met leeg mengsel- en olie- tank. Ga voor de montage na dat de kettingrem niet is bediend. De kettingrem is vrijgegeven als de handbescherming (01/3) in de richting van de handbeugel (01/4) wordt getrokken.
4.1 Montage van de geleiderail en
zaagketting (02 t/m 06)
1. De twee zeskantmoeren (02/1) met de mee-
geleverde combisleutel losdraaien en de ket- tingswielbescherming (02/2) verwijderen (02/ a).
2. Verwijder de kunststof afstandhouder (02/3);
deze afstandhouder dient enkel voor het transport van de verpakte machine en wordt verder niet meer gebruikt.
3. De groef van de geleiderail (03/1) in de pen-
bouten (03/2) plaatsen (03/a). De geleiderail in richting machinehuis schuiven (03/b).
4. De zaagketting (04/1) rond het kettingwiel
(04/2) en in de groef van de geleiderail leg- gen (04/3), hierbij op de draairichting letten. De zaagketting over het omkeerwiel van de geleiderail leggen (05/a).
5. De kettingswielbescherming (06/1) weer
monteren, de zeskantbouten (06/2) slechts iets vastdraaien.
6. De geleiderail van het machinehuis weg-
draaien tot de zaagketting iets gespannen is.
7. De twee zeskantmoeren (06/2) slechts zover
aandraaien dat de zaagketting nog kan wor- den gespannen.
8. Draai de stelbout van de kettingspanner
(06/3) zo ver tot de ketting correct gespannen is (zie Hoofdstuk 5.4 "Kettingspanning con- troleren (06, 08)", pagina70).
9. De zeskantmoeren (06/2) vastdraaien.
LET OP! Kans op schade aan het apparaat Enkel benzine gebruiken, beschadigt de motor waardoor de garantie vervalt.
Gebruik enkel hoogwaardige benzi- ne en smeerolie om de algemene prestaties en de levensduur van de mechanische onderdelen ook op lange termijn te garanderen. OPMERKING Loodvrije benzine heeft de neiging om in het reservoir afzettingen te vormen, wanneer deze langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd nieuwe benzine! Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor die werkt op een benzine-olie-mengsel. Geschikte olie Gebruik uitsluitend hoogwaardige synthetische tweetakt-motorolie. Bij uw dealer zijn oliën ver- krijgbaar die speciaal voor dergelijke motoren2500096_b 69 Ingebruikname ontwikkeld zijn en garant staan voor uitstekende prestaties. Geschikte benzine Gebruik alleen loodvrije benzine met een octaan- getal van ten minste 90.
5.1.1 Brandstof mengen
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar Benzine en mengsel zijn ontvlambaar!
Bewaar benzine en mengsel uitslui- tend in speciale recipiënten geschikt voor brandstoffen en wel op een vei- lige plaats, ver verwijderd van warm- tebronnen en open vlammen.
Bewaar de recipiënten nooit binnen het bereik van kinderen.
Rook niet tijdens de mengselvoorbe- reiding en probeer om de benzine- dampen niet in te ademen. LET OP! Gevaar voor beschadiging van de motor Het gebruik van zuivere benzine leidt tot beschadiging van de motor tot het uitval- len van de motor toe. In dergelijke situa- ties kunnen bij de fabrikant geen aan- spraken worden gemaakt op garantie.
Gebruik in de motor altijd een benzi- ne-oliemengsel met de voorgeschre- ven mengverhouding. OPMERKING Het mengsel is onderhevig aan een con- stant verouderingsproces. Bereid niet al te grote hoeveelheden voor om afzettin- gen te vermijden. OPMERKING Reinig de benzine- en mengselreser- voirs regelmatig om eventuele afzettin- gen te verwijderen. In geval van een onvoldoende mengsel wordt het risico voor een voortijdig defect van de zuiger vanwege een te arm mengsel groter. De garantie vervalt ook als de instructies voor het mengen van de brandstof enz. in dit handboek niet wor- den nageleefd. Hierna staat een tabel waarin de juiste mengver- houding met een voorbeeld wordt vermeld. Mengverhouding Benzine Olie 50:1 (50 delen brand- stof en 1 deel olie) 5 liter 100 ml
1. Giet ongeveer de helft van de aangegeven
hoeveelheid benzine in een geschikte jerry- can.
2. Giet alle olie erbij, zoals voorgeschreven in
4. Sluit de jerrycan en schud hem goed.
5.2 Kettingsmeermiddel
LET OP! Kans op schade aan het apparaat Bij gebruik van afgewerkte olie voor de kettingsmering, zorgen de metaaldeel- tjes die hierin zijn opgenomen voor een extra hoge slijtage aan het zaagblad en de zaagketting, zodat deze vroegtijdig versleten raken. Bovendien vervalt hier- door de garantie van de fabrikant.
Gebruik nooit afgewerkte olie, maar uitsluitend biologisch afbreekbare kettingzaagolie. LET OP! Gevaar voor milieuschade Het gebruik van minerale olie voor de kettingsmering leidt tot ernstige milieus- chade.
Gebruik nooit minerale olie, maar uitsluitend biologisch afbreekbare kettingzaagolie. Er mag geen verontreinigde olie gebruikt worden om een verstopping van het filter in het reservoir en een onomkeerbare beschadiging van de olie- pomp te vermijden. Het gebruik van hoogwaardige olie is doorslagge- vend voor een doeltreffende smering van de snij- mechanismen; gebruikte of minderwaardige olie beïnvloedt de smering en verkort de levensduur van de zaagketting en van de geleiderail. Aanbevolen wordt om de olietank bij elke brand- stofvulling (met behulp van een trechter) hele- maal te vullen. Omdat de capaciteit van het olie- reservoir zo ontworpen is dat de brandstof voorNL 70 6436 | 6442 Ingebruikname de olie op is, wordt gegarandeerd dat de machine niet zonder smeermiddel bediend wordt.
5.3 Bedrijfsmiddelen bijvullen (07)
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar Bij het ontsnappen van een benzine- luchtmengsel ontstaat potentieel explo- sieve atmosfeer. Door een ondeskundi- ge omgang met brandstoffen kunnen de- ze ontsteken, exploderen en ontbran- den, wat tot zwaar letsel en zelfs sterf- gevallen kan leiden.
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist altijd de volgende ge- dragsregels in acht. Brandstof bijvullen
1. Motor uitschakelen en de beschermkap over
de zaagketting doen.
2. Reinig de tankdop (07/1) en het gedeelte
rondom, zodat er geen vuil in de tank valt.
3. Open de tankdop (07/1) altijd voorzichtig om-
dat er eventueel druk in is ontstaan.
4. Vul brandstof met een trechter bij.
5. Plaats de tankdop op de tank en draai hem
6. De grond en het apparaat van gemorste
stofdampen zijn verdampt. Zaagkettingolie bijvullen
1. Motor uitschakelen en de beschermkap over
de zaagketting doen.
2. Reinig de olietankdop (07/2) en het gedeelte
rondom, zodat er geen vuil in de tank valt.
3. Olietankdop (07/2) losdraaien.
4. Vul zaagkettingolie met een trechter bij.
5. Plaats de olietankdop op de tank en draai
6. De grond en het apparaat van gemorste
GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ern- stig persoonlijk letsel bij een ingescha- kelde motor.
Voer alle ingrepen met uitgeschakel- de motor uit. De spanning is correct wanneer de schakels bij het optillen van de zaagketting in het midden van de geleiderail niet uit de geleiders loskomen (08/1) maar de zaagketting nog wel gedraaid kan worden. Zaagketting spannen
1. De zeskantmoeren (06/2) van de kettingwiel-
bescherming (06/1) met de meegeleverde combisleutel losdraaien.
3. De zeskantmoeren (06/2) vastdraaien.
5.5 Kettingrem controleren (09)
WAARSCHUWING! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een de- fecte kettingrem Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot dodelijk letsel toebrengen.
Test voor het begin van alle werk- zaamheden steeds eerst de ketting- rem.
Schakel de kettingzaag niet in, wan- neer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats. Het apparaat is voorzien van een veiligheidsrem- systeem (kettingrem). De kettingrem is een voorziening die is ontwik- keld om de beweging van de zaagketting onmid- dellijk te stoppen als er een terugslag optreedt. Normaal gesproken wordt de kettingrem automa- tisch door de massatraagheid geactiveerd. Deze rem kan ter controle ook met de hand wor- den bediend.2500096_b 71 Bediening
1. Start de motor en houd het apparaat aan bei-
2. De veiligheids-blokkeertoets (01/8) en ga-
shendel (01/7) bedienen om de ketting in be- weging te houden, vervolgens de handbe- scherming (09/1) met de rug van de hand naar voren drukken (09/a); de zaagketting moet onmiddellijk stoppen.
3. Als de zaagketting blijft staan moet onmiddel-
lijk de veiligheids-blokkeertoets en vervol- gens de gashendel losgelaten worden.
4. Schakel de motor uit.
5. Om de kettingrem los te zetten de handbe-
scherming naar achteren trekken (09/b) 6 BEDIENING
Neem de nationale voorschriften voor de ge- bruiksduur in acht.
Houd de achterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de lin- kerhand.
De handgrepen niet loslaten zolang de motor draait.
Gebruik de kettingzaag niet bij:
Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs
6.1 Motor in-/uitschakelen
WAARSCHUWING! Explosie- en brandgevaar Bij het ontsnappen van een benzine- luchtmengsel ontstaat potentieel explo- sieve atmosfeer. Door een ondeskundi- ge omgang met brandstoffen kunnen de- ze ontsteken, exploderen en ontbran- den, wat tot zwaar letsel en zelfs sterf- gevallen kan leiden.
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel door starterkabel Door een snelle terugtrekbeweging van de starterkabel wordt de hand te snel naar de motor toe getrokken. Hierbij kunnen knelwonden en verstuikingen optreden.
Wikkel de startkabel nooit rond de hand. LET OP! Kans op schade aan het apparaat Als de starterkabel te ver wordt uitge- trokken kan dat beschadigingen veroor- zaken.
Trek de kabel niet helemaal uit en breng hem niet in contact met de rand van de kabelgeleidingsopening en laat de handgreep niet los, maar voorkom dat de kabel ongecontro- leerd weer naar binnen wordt ge- trokken. LET OP! Kans op schade aan het apparaat Als de motor met een hoog toerental en een bediende kettingrem wordt bediend kan de koppeling te heet worden.
Voorkom het om de motor met een hoog toerental en een bediende ket- tingsrem te laten draaien. Koude start Een koude start betekent het starten van de mo- tor als hij ten minste 5 minuten uitgeschakeld was of na het bijvullen van brandstof.
1. Zet het apparaat op een vlakke ondergrond,
houd het aan de voorste handbeugels vast en druk het apparaat op de grond. Indien no- dig met de punt van de rechtervoet in de ach- terste beugel stappen.
2. De kettingrem bedienen, hiervoor de handbe-
scherming naar voren drukken.
3. De beschermafdekking van de zaagketting
5. De choke-draaiknop (11/1) rechtsom tot aan
de aanslag draaien.NL 72 6436 | 6442 Bediening
6. Met de vrije hand de starterhandgreep (11/2)
omhoog trekken (11/a) tot er een weerstand te voelen is.
7. Laat de starterhandgreep niet los, meerdere
keren stevig trekken tot de motor voor de eerste keer aanslaat. Dan de choke-draai- knop (11/1) linksom tot aan de aanslag draai- en.
8. Trek meerdere keren stevig aan de starter-
handgreep (11/2) tot de motor weer aanslaat.
9. Zodra de motor draait, de veiligheids-blok-
keertoets (11/3) en de gashendel (11/4) kort indrukken. Daardoor wordt de smoorklep van de carburateur uit de blokkeerstand vrijgege- ven.
10. Laat het apparaat ongeveer een minuut stati-
scherming naar achteren trekken. Warme start Als de motor slechts kort wordt uitgeschakeld, kan het starten door indrukken van de Primer- Ball, echter zonder aan de choke-draaiknop te draaien worden uitgevoerd.
6.1.2 Motor uitschakelen (12)
1. De veiligheids-blokkeertoets (12/1) en vervol-
gens de gashendel (12/2) loslaten.
2. Laat de motor gedurende een paar seconden
3. De wiptoets (12/3) naar „0“ drukken (12/a).
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel door snijden De scherpe schakels van d zaagketting kunnen snijwonden veroorzaken.
Schakel de motor uit.
Draag veiligheidshandschoenen. WAARSCHUWING! Brandgevaar De hete machine kan snijafval (bijv. zaagsel, takrestanten of bladeren) in brand zetten.
Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een ruimte zet.
Om het brandgevaar te verminde- ren, moet de machine vrijgemaakt worden van zaagsel, takrestanten, bladeren of overtollig vet.
Bakken met zaagafval mogen niet binnen worden bewaard.
1. Schakel de motor uit (zie Hoofdstuk 6.1.2
"Motor uitschakelen (12)", pagina72).
2. Laat het apparaat afkoelen.
3. Verwijder alle sporen van zaagsel of olieres-
4. Demonteer de zaagketting bij sterke vervui-
ling en laat hem een paar uur in een bak met een speciale reiniger weken. Spoel hem aan- sluitend af met schoon water en spuit hem voor de montage op het apparaat in met anti- corrosiespray.
5. Trek de beschermafdekking over de zaagket-
ting heen voordat het apparaat wordt opge- borgen.
6.3 Omschakelen tussen normaal/zomer- en
wintermodus (29) Om bij lage omgevingstemperaturen (beneden de 5°C) ijsvorming op de carburateur te voorko- men, kan de inlaatlucht door verplaatsing van het schuifstuk naar de winterstand voorverwarmd worden. De inzet van het schuifstuk kan na het afnemen van het luchtfilterdeksel direct bereikt worden. LET OP! Gevaar voor motorschade door over- verhitting Als de kettingzaag bij temperaturen van boven de 5 °C wordt gebruikt en de schuif op winterstand staan kan dit over- verhitting veroorzaken.
Controleer voor de werking de om- gevingstemperatuur en pas indien nodig de stand van de schuif aan.
1. Luchtfilterdeksel demonteren (zie Hoofdstuk
8.1 "Luchtfilterdeksel demonteren/monteren
(20)", pagina76).2500096_b 73 Werkhouding en werktechniek
2. Schuif (29/1) met de hand uit het frame trek-
Boven de 5°C, d.w.z. normaal/zomermo- dus: Het zonnesymbool (29/2) moet in de normaal/zomermodus zichtbaar zijn.
Beneden de 5°C, d.w.z. wintermodus: Het sneeuwvloksymbool (29/3) moet in de wintermodus zichtbaar zijn.
4. Schuif op verticale stand zetten (29/c).
5. Schuif in het frame schuiven (29/d).
6. Luchtfilterdeksel monteren (zie Hoofdstuk 8.1
GEVAAR! Levensgevaar door onvoldoende vak- kennis! Een tekort aan vakkennis kan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!
Uitsluitend goed geschoolde en er- varen mensen mogen worden belast met het snoeien en kappen van bo- men. GEVAAR! Levensgevaar door oncontroleerbare machinebewegingen De bewegende zaagketting ontwikkelt enorme krachten die tot een plotselinge beweging en het wegslingeren van de kettingzaag kunnen leiden.
Houd de kettingszaag altijd met bei- de handen vast, de linkerhand aan de voorste handbeugel en de rech- terhand aan de achterste handbeu- gel. Dit onafhankelijk ervan of u rechts- of linkshandig bent. GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kick- back)! Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensge- vaarlijk worden verwond.
Houd u steeds aan de voorgeschre- ven maatregelen ter voorkoming van een terugslag! VOORZICHTIG! Gevaar voor de gezondheid door ina- demen van gevaarlijke stoffen! Het inademen van smeeroliedamp, uit- laatgassen en zaagstof kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
Draag altijd de voorgeschreven per- soonlijke beschermingsmiddelen. VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel bij een geblokkeer- de kettingzaag Als er wordt geprobeerd om een bij het snijden geblokkeerde snijvoorziening - d.w.z. zaagketting/geleiderail - bij een draaiende motor uit te trekken is er ge- vaar voor letsel an beschadiging van het apparaat.
Zet de motor af en bik de snede open (bijv. met een velhevel) of voer met een tweede kettingzaag resp. snijvoorziening een ontlastingssne- de uit. Verwijder meteen de inge- klemde snijvoorziening als de snede opengaat.
Volg de in de volgende paragrafen beschreven instructies en werk- zaamheden om te voorkomen dat de kettingzaag geblokkeerd of inge- klemd raakt. OPMERKING Regelmatig worden door beroepsorgani- saties cursussen aangeboden in de om- gang met kettingzagen en bomenkap- techniek.
7.1 Gebruik van de aanslagkam (13)
1. De aanslagkam (13/1) in de stam steken en
een boogbeweging van de zaagketting uit- voeren (13/a) zodat de zaagketting in het hout snijdt.
2. De werkstap meerdere keren herhalen en
hierbij het aanzetpunt van de aanslagkam verplaatsen (13/b).NL 74 6436 | 6442 Werkhouding en werktechniek
7.2 Bomen kappen (14, 15)
GEVAAR! Levensgevaar door vallende boom! Wanneer het niet mogelijk is terug te wij- ken wanneer een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zelfs dodelijk letsel!
Pas met de kapwerkzaamheden be- ginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd. GEVAAR! Levensgevaar door ongecontroleerd vallende boom! Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken!
Om te zorgen dat de boom gecon- troleerd valt, moet een breuklijst blij- ven staan tussen de velsnede en de valkerf; de breedte hiervan moet ca. 1/10 zijn van de stamdikte.
Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren. OPMERKING Uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium gebruiken. Voordat met de kapwerkzaamheden wordt be- gonnen moeten de volgende maatregelen wor- den genomen.
Controleren dat zich geen andere personen, dieren of voorwerpen in de gevarenzone be- vinden.
De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 2½-keer de boomlengte te bedragen.
Let ook op leidingen voor nutsvoorzieningen en eigendommen van derden. Eventueel het nutsbedrijf of de eigenaar op de hoogte stel- len.
De valrichting van de boom beoordelen. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:
de natuurlijke helling van de boom
de hoogte van de boom
eenzijdige groei van takken
windrichting en windsnelheid
Op een hellende ondergrond altijd boven de valrichting van de boom blijven werken.
Controleren dat zich op de eerder bepaalde vluchtweg geen hindernissen bevinden. De vluchtweg moet ca. 45° schuin achterwaarts van de valrichting lopen (14).
De stam moet vrij zijn van begroeiing, takken en vreemde voorwerpen (zoals vervuiling, stenen, losse boomschors, spijkers, klem- men, draad etc.). Om een boom te kappen moet er een valkerf en een velsnede worden aangebracht.
1. Bij zagen van de valkerf en bij in stukken za-
gen van de boomstam de aanslagkam veilig aanbrengen tegen het te verzagen hout.
2. De valkerf (15/c) wordt eerst horizontaal en
vervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45° ingezaagd. Hierdoor wordt voorkomen dat de kettingzaag vastklemt bij het uitzagen van de tweede inkeping. De val- kerf moet zo mogelijk nabij de bodem en in de gewenste valrichting (15/e) worden aan- gebracht. De diepte van de kerf moet ca. 1/4 van de stamdikte bedragen.
3. De velsnede (15/d) tegenover de valkerf
exact horizontaal inzagen. De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizon- tale vlak van de valkerf worden ingezaagd.
4. De velsnede (15/d) zo diep inzagen dat er
een breuklijst (15/f) van minstens 1/10 van de stamdikte tussen de valkerf (15/c) en de vels- nede (15/d) overblijft. Deze breuklijst voor- komt dat de boom gaat draaien en in de ver- keerde richting valt. Zodra de velsnede (15/d) de breuklijst (15/f) nadert moet de boom be- ginnen te vallen. Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:
Als de boom mogelijk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de ket- tingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgebroken. Sla wiggen in om de zaagsnede te openen en de boom in de gewenste richting te laten vallen.
De kettingzaag direct uit de zaagsnede trekken, uitschakelen en wegleggen.
Weglopen via de vluchtroute.
Opletten voor neervallende takken en twijgen.
5. Als de boom blijft staan deze door het inslaan
van wiggen in de velsnede gecontroleerd ten val brengen.2500096_b 75 Werkhouding en werktechniek
6. Na afloop van de zaagwerkzaamheden direct
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
De kettingzaag aan de boomstam steunen en vrij toegankelijke takken na elkaar direct aan de boomstam afzagen (16/a). Op hellingen van onderen naar boven werken.
Grotere, naar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig laten zitten.
Kleinere takken in één keer doorzagen.
Let op onder spanning staande takken en zaag die eerst een stuk van boven in, vervol- gens van onderaf naar boven toe doorzagen om te voorkomen dat de kettingzaag vast- klemt (16/b).
Vrij hangende takken eerst een stuk van on- deren inzagen, vervolgens van boven door- zagen (16/c).
Insteek-, langs- en hartsneden moeten alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide personen.
7.4 Boom inkorten (17, 18, 19)
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
Op een hellende locatie altijd van bovenaf ten opzichte van de boomstam werken, om- dat de boomstam kan wegrollen.
De kettingzaag zo hanteren dat er zich geen lichaamsdelen bevinden in de verlengde zwenkzone van de zaagketting.
Kettingzaag aan de stam plaatsen:
De aanslagkam pal naast de snijkant plaatsen en de kettingzaag rondom dit punt draaien.
De kettingzaag kan bij het plaatsen naar de zijkant wegglijden of iets omhoogs- pringen. Dat is afhankelijk van het hout en van de hoedanigheid van de zaagket- ting. Houd de kettingzaag daarom altijd stevig vast.
Aanh het einde an de snede zwenkt de ket- tingzaag vanwege het eigen gewiht door om- dat hij niet meer in de snede wordt gesteund. Houd dit gecontroleerd tegen en oefen geen druk uit zodat de zaagketting de grond niet raakt.
Wacht na het beëindigen van de zaagsnede tot de zaagketting stilstaat, alvorens u de ket- tingzaag uitschakelt.
De motor van de kettingzaag altijd uitschake- len alvorens door te gaan naar de volgende boom. De boomstam wordt over de hele lengte gelijk- matig ondersteund:
De boomstam van bovenaf doorzagen en niet in de grond zagen (17/a). Boomstam wordt aan één uiteinde ondersteund:
Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van onderaf inzagen (18/a), vervolgens de rest van bovenaf even- wijdig aan de onderste zaagsnede doorzagen (18/b). De boomstam wordt op beide uiteinden onder- steund: Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf inzagen (19/a), ver- volgens de rest van onderaf evenwijdig aan de bovenste zaagsnede doorzagen (19/b).
7.5 Zaaghout verzagen
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
Een veilige ondersteuning gebruiken (zaag- bok, wigvorm, balken).
Letten op een veilige werkpositie en een ge- lijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.
Rondhout blokkeren tegen verdraaien.
Zet de kettingzaag altijd met draaiende ket- ting tegen het hout om een snede te begin- nen. Start de kettingzaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.
Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.NL 76 6436 | 6442 Onderhoud en verzorging
8 ONDERHOUD EN VERZORGING
GEVAAR! Levensgevaar door ondeskundig on- derhoud Onderhoudswerkzaamheden door onge- kwalificeerd personeel en het gebruik van niet toegestane reservedelen kun- nen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot de dood toe.
Verwijder geen veiligheidsinrichtin- gen en stel deze nooit buiten wer- king.
Gebruik uitsluitend originele, toege- laten reservedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert. GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ern- stig persoonlijk letsel bij een ingescha- kelde motor.
Voer alle ingrepen met uitgeschakel- de motor uit. VOORZICHTIG! Risico op letsel Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel ver- oorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigings- werkzaamheden altijd beschermen- de handschoenen!
een correct onderhoud is fundamenteel noodzakelijk om de oorspronkelijke efficiëntie en bedrijfszekerheid van de machine te be- houden.
Zorg ervoor dat alle moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn, om zeker te zijn dat het apparaat altijd in goede omstandigheden werkt.
Gebruik het apparaat nooit met versleten of beschadigde onderdelen. De beschadigde onderdelen moeten vervangen worden en mogen nooit gerepareerd worden. Voor de onderhoudswerkzaamheden:
Motor uitschakelen en af laten koelen.
Bougiestekker uittrekken.
Draag veiligheidshandschoenen voor werk- zaamheden aan de zaagketting.
Verwijder veiligheidsafdekking niet tenzij er ingrepen aan het de geleiderail of aan de ket- ting moeten worden uitgevoerd.
Verwijder oliën, benzine of andere vervuilen- de stoffen conform de voorschriften.
1. Schuif een schroevendraaier tussen borg-
klem (20/1) en luchtfilterdeksel (20/2).
2. Druk de borgklemmen met een schroeven-
draaier van het luchtfilterdeksel weg (20/a).
3. Til het luchtfilterdeksel van het apparaat (20/
c). Luchtfilterdeksel monteren
1. Schuif de strook (20/3) van het luchtfilterdek-
sel onder het huis, en plaats vervolgens het luchtfilterdeksel op het apparaat.
2. Druk de borgklemmen (20/1) tegen het lucht-
filterdeksel aan (20/b) tot ze vastklikken.
8.2 Luchtfilter reinigen (21)
LET OP! Gevaar door een vuil, defect of ont- brekend luchtfilter De motor van het apparaat wordt onher- stelbaar beschadigd als het luchtfilter ontbreekt, vervuild of defect is.
De reiniging van het luchtfilter is de voorwaarde voor een perfecte wer- king en een lange levensduur van het apparaat. Werk niet zonder of met een beschadigd filter om scha- de aan de motor te vermijden.
De reiniging moet om de 15 uur dat de machine gebruikt wordt, gebeu- ren.
Het filterelement mag nooit gewas- sen maar moet altijd vervangen wor- den zodra het vuil of beschadigd is. Luchtfilter demonteren
1. De motor uitschakelen en af laten koelen.
2. Het luchtfilterdeksel demonteren (zie Hoofd-
stuk 8.1 "Luchtfilterdeksel demonteren/mon- teren (20)", pagina76).2500096_b 77 Onderhoud en verzorging
3. Draai de vleugelmoer (21/1) los.
4. Trek het luchtfilter (21/2) naar boven toe weg
5. Sluit de aanzuigopening (21/3) met een scho-
ne doek. Dat voorkomt dat er vuildeeltjes in de carburateurruimte vallen.
6. Haal de twee delen van het luchtfilter (21/4)
uit elkaar. Luchtfilter reinigen
1. Het nylon filter met een kwastje of een fijne
borstel reinigen, indien nodig met perslucht voorzichtig van binnen naar buiten uitblazen. Luchtfilter monteren
1. Voeg de twee delen van het luchtfilter (21/4)
2. Plaats het luchtfilter (21/2) op de aanzuigope-
3. Het luchtfilter met de vleugelmoer (21/1)
Bij beschadiging van de isolatie, sterke elektrode- verbranding of sterk met olie verontreinigde elek- troden moet de bougie worden vervangen. Voorbereiding
1. De motor uitschakelen en af laten koelen.
2. Het luchtfilterdeksel demonteren (zie Hoofd-
1. Draai de bougie (22/2) met de meegeleverde
2. Reinig de bougie met een borstel (23/1).
3. Meet de afstand (23/2). De afstand moet
0,6–0,7mm zijn. Bougie vervangen
1. Draai de bougie (22/2) met de meegeleverde
2. De nieuwe bougie tot de aanslag indraaien.
3. De bougiedop op de bougie schuiven.
8.4 Geleiderail (25, 27)
Om asymmetrische slijtage te voorkomen moet de geleiderail regelmatig omgedraaid worden. De volgende onderhoudswerkzaamheden moe- ten uitgevoerd worden:
Het lager van het omkeerwiel smeren (27).
De groef van de geleiderail met een schaaf (niet in de leveringsomvang inbegrepen) rei- nigen (25).
Met een vlakke vijl de braam van de flanken van de geleiders verwijderen en eventuele af- wijkingen tussen de geleiders bijwerken. De geleiderail moet vervangen worden wanneer:
de diepte van de groef kleiner is dan de hoogte van de schakel (die de bodem van de groef nooit mag raken);
de binnenste geleiderwand zodanig versleten is dat de ketting zijwaarts neigt.
8.5 Zaagketting slijpen (24)
GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kick- back)! Een ondeskundig geslepen zaagketting verhoogt de kans op een terugslag en daarmee het gevaar voor dodelijk letsel.
Slijp de zaagketting deskundig om de kans op terugslag te verkleinen. OPMERKING Onervaren gebruikers van de ketting- zaag wordt aanbevolen de zaagketting te laten slijpen door een vakman die be- schikt over een werkplaats voor klanten- service. Om veiligheids- en efficiëntieredenen moet de zaagketting altijd goed geslepen zijn. Het slijpen is vereist wanneer:
Het zaagsel op stof lijkt.
Meer kracht nodig is om te zagen.
De snede niet recht is.
De vibraties toenemen.
Het brandstofverbruik toeneemt. Wanneer het slijpen in handen van een opgeleide klantendienst gegeven wordt, kan dit met de juis- te gereedschappen uitgevoerd worden die een minimale materiaalslijtage en gelijkmatig slijpen van alle tanden garanderen. Zelfstandig slijpen van de zaagketting is mogelijk met behulp van speciale ronde vijlen, waarvan de doorsnede is aangepast aan het afzonderlijke kettingtype (zie Hoofdstuk 8.10 "Tabel kettingon- derhoud", pagina79). Het slijpen van de ketting vergt enige handigheid en ervaring, om beschadi- ging van de tanden te voorkomen.NL 78 6436 | 6442 Onderhoud en verzorging Voor het slijpen van de zaagketting:
1. Schakel de motor uit, maak de kettingrem los
en span de geleiderail met gemonteerde zaagketting vast in een geschikte bank- schroef; zorg ervoor dat de zaagketting vrij kan bewegen.
2. Span de zaagketting indien deze los is.
3. Monteer de vijl in de overeenkomstige gelei-
der en breng de vijl vervolgens in de uitspa- ring van de tand, behoud daarbij een gelijk- matige helling overeenkomstig het tandpro- fiel.
4. Voer slechts enkele halen met de vijl uit, uit-
sluitend in voorwaartse richting en herhaal de werkstap op alle tanden met dezelfde uitlij- ning (rechts of links).
5. Draai de positie van het zaagblad in de bank-
schroef om en herhaal de werkstap op de resterende tanden.
6. Controleer of de grenstand niet boven het
testgereedschap uitsteekt en vijl het eventue- le uitsteeksel met een vlakke vijl af en rond het profiel af.
7. Verwijder na het slijpen al het vijlsel en stof
en smeer de zaagketting in een oliebad. De ketting moet vervangen worden wanneer:
De lengte van de tanden kleiner is dan 5 mm;
Indien aanwezig: de markering op de tanden van de zaagschakels is onderschreden;
De speling van de schakels op de kettingpon- sen te groot is.
8.6 Kettingsmering controleren (26)
Gebruik het apparaat nooit zonder voldoende kettingsmering. Anders wordt de levensduur van het apparaat korter. Controleer daarom voor ie- der werkbegin de oliehoeveelheid in de olietank en het olietransport.
1. Start het apparaat.
2. De draaiende zaagketting ongeveer 15 cm
boven een boomstronk of een geschikte on- dergrond houden. Bij voldoende smering ontstaat er een dunne olielaag op de boomstronk (26/1).
8.7 Kettingsmering instellen (28)
GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ern- stig persoonlijk letsel bij een ingescha- kelde motor.
Voer alle ingrepen met uitgeschakel- de motor uit. De getransporteerde oliehoeveelheid kan met een stelbout geregeld worden. De stelbout be- vindt zich aan de onderkant van het apparaat (28/1). Gebruik een kleine schroevendraaier om de ge- transporteerde hoeveelheid in te stellen:
Rechtsom voor een kleinere oliehoeveelheid
Linksom voor een grotere oliehoeveelheid Controleer tijdens het werk regelmatig of er vol- doende olie in de olietak zit.
8.8 Stilstand van de zaagketting controleren
bij stationair draaien WAARSCHUWING! Gevaar door een draaiende zaagket- ting Een bij stationair draaien bewegende zaagketting kan bij het werk levensge- vaarlijk letsel veroorzaken.
Werk nooit met de kettingzaag als de zaagketting stationair draait.
Controleer voor ieder gebruik de stil- stand van de zaagketting als de mo- tor met een stationair toerental draait.
3. Als de zaagketting beweegt kunnen de vol-
gende fouten zijn opgetreden:
Stationair toerental is te hoog (zie Hoofd- stuk 8.9 "Stationair toerental aan de car- burateur instellen", pagina78).
Koppeling is defect of verkeerd ingesteld. Bezoek een AL-KO service centre.
8.9 Stationair toerental aan de carburateur
instellen Het stationaire toerental staat vermeld in de tech- nische gegevens (zie Hoofdstuk 13 "Technische2500096_b 79 Onderhoud en verzorging gegevens", pagina83). Het kan het beste met behulp van een toerentalmeter worden ingesteld. Als het stationaire toerental correct is ingesteld, draait de motor stationair en de zaagketting be- weegt zich niet. Afhankelijk van de plaats van toepassing (gebergte, vlak terrein) is een correc- tie van de toerentalinstelling met de stationaire aanslagbout "T" noodzakelijk. OPMERKING De regelbouten voor stationair mengsel "L" en volgasmengsel "H" mogen alleen door een servicepunt van AL-KO inge- steld worden. Zaagketting beweegt zonder dat er gas wordt gegeven: Het stationaire toerental is te hoog.
1. Aanslagbout stationair sraaien "T" (11/5)
linksom iets opendraaien tot de zaagketting niet meer beweegt. Motor slaat telkens af als er geen gas wordt gegeven: Het stationaire toerental is te laag.
1. Aanslagbout stationair draaien "T" (11/5)
rechtsom iets dichtdraaien tot de motor gelijk- matig draait. Als de instelling van de carburateur niet door draaien van de aanslagbout voor stationair draai- en "T" kan worden ingesteld, moet de carbura- teur door een AL‑KO servicepunt optimaal wor- den ingesteld.
8.10 Tabel kettingonderhoud
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer op de kettingzaag een niet- toegelaten zaagketting of zaagblad wordt gebruikt, kan dit tot zwaar letsel leiden.
Gebruik uitsluitend toegelaten zaag- kettingen en zaagbladen. De tabel geeft de waarden voor verschillende soorten kettingen aan. Kettingtype Vijldiameter Kophoek Ondersnij- hoek Hellingshoek kop (55°) Dieptemaat Draaihoek van het ge- reedschap Hellingshoek van het ge- reedschap Zijwaartse hoek 91P053X 5/32" 30° 0° 80° 0,025" 91P057X 5/32" 30° 0° 80° 0,025" Dieptemaat VijlNL 80 6436 | 6442 Onderhoud en verzorging
8.11 Onderhoudsschema
De volgende werkzaamheden mogen door de ge- bruiker worden uitgevoerd. Alle andere werk- zaamheden mogen alleen door een gespeciali- seerde werkplaats uitgevoerd worden. De volgende aanwijzingen zijn van toepassing in normale gebruiksomstandigheden. Onder specia- le omstandigheden, zoals bijv. bijzonder lange dagelijkse werktijden, moeten de aangegeven onderhoudsintervallen evenredig verkort worden. Onderhoudsschema Eén keer na 5 uur Voor werkbe- gin weke- lijks Om de 50 uur Om de 100 uur Indien nodig voor/na het seizoen, jaarlijks Carburateur Stationair bedrijf controle- ren
Luchtfilter Reinigen X Vervangen X Bougie Elektrodenafstand con- troleren, evt. bijstellen X X Vervangen X X Geluiddemper Visuele en fysieke in- spectie
Naslijpen X X Vervangen, evt. ketting- wiel ook vervangen en kettingwiellager smeren X2500096_b 81 Hulp bij storingen Onderhoudsschema Eén keer na 5 uur Voor werkbe- gin weke- lijks Om de 50 uur Om de 100 uur Indien nodig voor/na het seizoen, jaarlijks Zaagblad Visuele en fysieke in- spectie
Geleiderail omdraaien X Omkeerwiel smeren X Kettinggroef/olieboorgat reinigen
Beschermafdekking van het zaagblad aan de bin- nenkant reinigen
Alle bereikbare schroe- ven (behalve stelschroe- ven) Aandraaien X X X Volledige machine Visuele en fysieke in- spectie
Reinigen (incl. luchtinlaat, cilinderkoelribben) X X X
9 HULP BIJ STORINGEN
VOORZICHTIG! Risico op letsel Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel ver- oorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigings- werkzaamheden altijd beschermen- de handschoenen! OPMERKING Neem contact op met onze klantenser- vice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt op- lossen. Storing Oorzaak Oplossing Motor kan niet gestart worden of slaat meteen weer af. Onjuiste procedure Motor starten als beschreven in de gebruiksaanwijzing. Vervuilde bougie of onjuiste elektrodeafstand Bougie reinigen of vervangen. Vervuild luchtfilter Luchtfilter reinigen of vervangen.NL 82 6436 | 6442 Transport Storing Oorzaak Oplossing Het zaagblad en de zaagket- ting draaien warm. Rookont- wikkeling. De zaagketting is te strak ge- spannen. Kettingspanning verlagen. De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij. De olietoevoeropening en/of de groef in het zaagblad zijn/ is vervuild. Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad. De motor draait, maar de zaagketting beweegt niet. De zaagketting is te strak ge- spannen. Kettingspanning verlagen. Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre. In plaats van spanen wordt al- leen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag moet door het hout worden geduwd. De zaagketting is stomp. Slijp de zaagketting of bezoek een AL-KO servicepunt. Apparaat trilt meer dan nor- maal. Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre. 10 TRANSPORT WAARSCHUWING! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
De kettingzaag nooit met lopende zaagketting dragen en vervoeren.
Voer voor het begin van het vervoer de onderstaande maatregelen uit. Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
1. Schakel de motor uit.
2. Laat het apparaat afkoelen.
3. Verwijder alle sporen van zaagsel of olieres-
rail. Draag de kettingzaag alleen aan de handbeugel. De geleiderail wijst hierbij naar achteren. In voertuigen: Beveilig de kettingzaag tegen om- vallen, beschadiging en het vrijkomen van be- drijfsmiddelen. 11 OPSLAG Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en – indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewa- ren. Voor aanvang van onderbrekingen in het gebruik die langer duren dan 30 dagen, moeten de vol- gende werkzaamheden worden uitgevoerd:
1. Brandstof- en olietank geheel legen.
2. De zaagketting en het zaagblad afnemen,
reinigen en insmeren met corrosiewerende olie.
3. Reinig het apparaat grondig en bewaren de-
ze in een droge ruimte. LET OP! Kans op schade aan het apparaat Opgedroogde/vastgekleefde ketting- zaagolie brengt bij langer durende op- slag schade toe aan olievoerende on- derdelen.
Verwijder voorafgaand aan langduri- ge opslag altijd de kettingzaagolie uit het apparaat.2500096_b 83 Verwijderen 12 VERWIJDEREN
Voordat het apparaat wordt afgedabkt moeten de brandstof- en de motorolie- tank worden geleegd!
Benzine en motorolie horen niet bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan! Verpakking, apparaat en toebehoren zijn vervaar- digd van materialen die voor hergebruik geschikt zijn. Verwijder deze daarom dienovereenkomstig. 13 TECHNISCHE GEGEVENS Type 6436 6442 Art.nr. 127429 127430 Motortype 2-takt 2-takt Cilinderinhoud motor 35,2cm³ 41,9cm³ Maximum motorvermogen in kW (conform ISO 7293) 1,45 1,7 Easy Start-systeem Ja / Primer Ja / Primer Stationair toerental 3000 ± 400 min
Breedte aandrijfschakel 1,27mm (0,05'') 1,27mm (0,05'') Maximum kettingsnelheid ≤22,86m/s ≤22,86m/s Kettinbeveiliging Ja / automatisch Ja / automatischNL 84 6436 | 6442 Klantenservice/service centre Type 6436 6442 Gewicht van de kettingzaag bij lege tanks:
Gewicht met zaagblad en zaagketting 5,38kg 5,45kg
14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts 15 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende mo- torfabrikant) De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.2500096_b 85 Vertaling van de originele EG-conformiteitsverklaring
16 VERTALING VAN DE ORIGINELE EG-CONFORMITEITSVERKLARING
Wij verklaren hiermee dat dit product in de vorm die op de markt verkocht wordt, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen en van de EU-veiligheidsnormen en aan de productspecifieke normen. Product Kettingzaag Serienummer G4011022 Fabrikant AL-KO Geräte GmbH Ichenhauser Str. 14 89359 Kötz (D) Gemachtigde documentatie Andreas Hedrich Ichenhauser Str. 14 89359 Kötz (D) Type
Geluidsvermogensniveau EN ISO 3744 gemeten / gegarandeerd 6436: 109,9 / 113 dB(A) 6442: 110,0 / 113 dB(A) EU-richtlijnen 2006/42/EC 2014/30/EU 2000/14/EC Beoordeling van conformi- teit 2000/14/EC - bijlage V Geharmoniseerde normen
Typeonderzoek conform 2006/42/EG bijlage IX
zervoar in ga privijte.
Notice-Facile